Bogaert, Joseph
Joseph Bogaert (1752-1820) lag als drukker aan de basis van de heropleving van het literaire leven in Brugge. Hij blies niet alleen de rederijkerskamer van het Heilig Kruis nieuw leven in, maar richtte ook de Gazette van Brugge (1796-1919) op.
Vanessa Van Puyvelde (2025), Andries Van den Abeele (1998). Bogaert, Joseph. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2025. https://devb.be/id/per-000943.
Na tien jaar als drukker actief te zijn geweest in Brussel vestigde Joseph Bogaert zich rond 1783 in Brugge, waar hij zijn stempel op het lokale boekwezen wist te drukken. In 1784 lag Bogaert er aan de basis van het tijdschrift De Rapsodisten (1784-1785), het eerste lokaal gedrukte blad sinds de 17de eeuw. De redactie behoorde toe aan de Rotterdammer Bernardus Détert (1727-1792), die wellicht om religieuze redenen zijn vaderlandse bodem verliet om zich in Brugge te vestigen. Onder zijn pen nam het blad de vorm aan van een samenspraak tussen de ‘eerlijke’ Vlaming Sincerus en de ‘waarheidslievende’ Nederlander Philalethes, die debatteerden over handel, religie en de overheid.
Drukker-uitgever
Behalve Déterts Rapsodisten drukte Bogaert onder andere het werk van de Brugse auteur Patrice Antoine Beaucourt de Noortvelde (1720-1796) en verzorgde hij de Nederlandse vertaling van het oeuvre van de Brugse geneesheer J.B. Versluys (1761-1799). Zijn interesse voor vertaling uitte zich ook in het leeskabinet dat hij aan het eind van de jaren 1780 oprichtte: het ‘Cabinet littéraire’. Het aanbod van de bibliotheek was eentalig Frans en sloot aan bij de culturele smaak van de Brugse middenklasse. Leden kregen toegang tot werken van Engelse auteurs, zoals The Platonic Marriage (1786) van H. Cartwright, dat vertaald werd naar het Frans door de Zuid-Nederlandse auteur Cornélie Wouters (1737-1802).
Taalliefhebber
Met zijn Franstalige leeskabinet droeg Bogaert bij tot de heropleving van het literaire leven in Brugge, terwijl hij tegelijkertijd de Nederlandstalige literaire productie bevorderde. Als uithangbord van de rederijkerskamer
Rederijkerskamers De rederijkerskamers waren genootschappen die zich sinds de 15e eeuw toelegden op toneel en dichtkunst in de volkstaal. In de 18e en 19e eeuw speelden ze ook een belangrijke rol in de ver... Lees meer van het Heilig Kruis publiceerde hij een taalmanifest onder de titel Den uytgever der Brugsche Gazette aen alle syne stad- en landgenooten (1795), waarin hij het belang van het Nederlands als cultuurtaal bepleitte: ‘Een groote menigte onzer Land-Genoten laet zich misleyden door onkundige weetnieten die hun doen gelooven dat onze moedertael zo zinrijk niet is als die van onze naebueren […]. Hieruyt spruyt het ook dat onze tael, die nogtans zoo regelmaetig en zoo bekwaem is als eenige andere, […] bij vele in veragting geraekt, van weynige geleerd en van nog weyniger gekend word’. Het traktaat van Bogaert kan gesitueerd worden in een reeks bekende geschriften van ‘taalminnaren’ uit de 18de eeuw, waaronder ook Willem F. Verhoeven
Verhoeven, Willem Willem Verhoeven (1738-1809) was een Vlaams toneel- en geschiedschrijver, die in zijn geschriften het gebruik van het Nederlands en de ontwikkeling van de Vlaamse cultuur verdedigde als r... Lees meer (1780) en Jan B. Verlooy
Verlooy, Jan Baptist Jan Baptist Verlooy (1746-1797) was een Brusselse advocaat en activist die schatplichtig was aan verlichte Franse denkers en ijverde voor het gebruik van het Nederlands als officiële taal... Lees meer (1788) zich bevonden.
Gazettier
Ook in de Franse periode zette de bloei van het persleven Pers Van bij het ontstaan van de Vlaamse beweging vervulde de Nederlandstalige pers een belangrijke rol als spreekbuis. De veelheid aan Vlaamse kranten en (week)bladen die in de 19de en 20ste ... Lees meer in Brugge zich door, onder meer dankzij Bogaerts Vaderlandsch nieuwsblad (1792-1793), een krant die de lokale bevolking informeerde over de politieke situatie in Brugge en Frankrijk. Nadat het laatste nummer verscheen op 22 maart 1793, niet lang na de Tweede Oostenrijkse Restauratie, zou Brugge opnieuw kort zonder krant komen te zitten, totdat Bogaert in 1795 de Brugsche Gazette lanceerde. Deze krant zou al snel herdoopt worden tot de Gazette van Brugge.
Zo’n twee jaar later kreeg Bogaert voor korte tijd concurrentie toen Joseph de Busscher en zijn zoon Guillaume hun Brugsche Gazette van Staetkunde en Koophandel aankondigden. Dit tijdschrift hield het echter nog geen half jaar vol. Guillaume De Busscher richtte zijn pijlen dan maar op een ander lezerspubliek en drukte de eerste Franstalige krant in de Brugse geschiedenis: het Journal de la Lys (1804-1811).
Onder Napoleon werd de pers sterk gecontroleerd. Vanaf 1810 mocht in elk van de negen departementen van het grondgebied slechts één krant verschijnen. Hoewel de wettekst niet preciseerde dat deze in het Frans moest worden opgesteld, wisten Vlaamse periodieken enkel te overleven door tweetalig te worden. Deze ontwikkelingen zorgden ervoor dat het Journal de la Lys gedwongen moest fuseren met Bogaerts Gazette. De gezagsgetrouwe krant die hieruit voortkwam, het Journal du Département de la Lys, bestond uit twee kolommen met het Franse ‘pseudo-origineel’ aan de linkerzijde.
Op 2 februari 1814 werden de Fransen uit Brugge verjaagd, wat het einde voor het Journal du Département de la Lys betekende. Terwijl de drukkerij van De Busscher door plunderaars vernield werd in maart 1814, hernam Bogaert de publicatie van zijn eentalig Nederlandse Gazette van Brugge (1814-1919). Na 1815 uitte hij zich als een actief voorstander van de aanpassing aan de Noord-Nederlandse taalvariant, tegen het taalparticularisme in (zie Taal
Taal De ontwikkeling van het Nederlands vormde tot diep in de 20ste eeuw een fundamenteel aandachtspunt in de Vlaamse beweging. De wijze waarop het geschreven en gesproken Nederlands gehanteer... Lees meer ). Bogaert overleed in 1820, waarna zijn zoon en weduwe de publicatie van zijn krant overnamen.
Literatuur
– Y. vanden Berghe, De eerste schakel van een lange ketting te Brugge: ‘Het vaderlands Nieuwsblad’, in: Biekorf, 1964, nr. 65, pp. 311-314.
– A. van den Abeele, Brugse drukkers in de 18de eeuw, in: Biekorf, 1985, nr. 85, pp. 46-74.
– Drukker-uitgever Joseph Bogaert, of de standvastige taalnijveraar, in: BTNG, jg. 16, 1985, nrs. 1-2, pp. 25-86.
– Bogaert, Joseph, in: Nationaal Biografisch Woordenboek, 1987, dl. 12.
– L. Vandamme. Een particuliere uitleenbibliotheek in Brugge op het einde van de 18de eeuw, in: Biekorf, 1996, nr. 96, pp. 139-140.
– T. Verschaffel, De weg naar het binnenland, Amsterdam, 2017.
– C. van Hooijdonk, De literaire pers onder het ‘fransche juk’: Taal, meertaligheid en vertaling tijdens de Franse Tijd in België (1795-1814), in: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, jg. 139, 2023, nrs. 2-3, pp. 259-281.
– V. van Puyvelde, “Patchworks in Print: Cultural Community Building and the Shaping of a “Belgian” Reading Public in Literary Journals (1750-1800), KU Leuven, onuitgegeven doctoraatsverhandeling, 2024.
Vanessa Van Puyvelde (2025), Andries Van den Abeele (1998). Bogaert, Joseph. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2025. https://devb.be/id/per-000943.
Redactiegeschiedenis
Redactiegeschiedenis
1998: Andries Van den Abeele (pdf)
2025: Vanessa Van Puyvelde