Breyne, Marcel

Persoon

Dichter en filoloog Marcel Breyne (1890-1972) evolueerde tijdens de Eerste Wereldoorlog als krijgsgevangene in het kamp van Göttingen in de richting van het activisme. Na de oorlog bleef hij in Berlijn en ijverde voor de connectie tussen de Vlaamse beweging en de Afrikaners. Als Vlaams-Duitse culture broker zocht Breyne in de jaren 1930 toenadering tot het naziregime.

Volledige voornaam
Marcel Romeo
Pseudoniem
Berthold Biekens
Alternatieve naam
Marcel Romein Breyne
Marc Romeo Breyne
Geboorte
Roubaix, 25 februari 1890
Overlijden
Ahrensburg, 13 november 1972
Suggestie
Citeren
Leestijd: 3 minuten

Marcel Breyne groeide op in Roeselare en Brugge en studeerde na het voltooien van zijn humaniora aan het Klein Seminarie van Roeselare Klein Seminarie van Roeselaere Klein Seminarie van Roeselaere In het Klein Seminarie van Roeselare, opgericht in 1806, liepen tal van belangrijke figuren uit de Vlaamse beweging school of gaven er les (Gezelle, Verriest, Rodenbach). In 1875 ontstond... Lees meer Germaanse filologie aan de universiteiten in Gent en Leuven. Van 1911 tot 1914 gaf Breyne het letterkundig tijdschrift Nieuwe Wegen uit. In 1912 verscheen ook al een eerste dichtbundel van zijn hand.

Als Belgisch soldaat werd Breyne tijdens de Eerste Wereldoorlog gevangengenomen en kwam hij in het kamp in Göttingen Göttingen Göttingen In Göttingen, gelegen in de hedendaagse Duitse deelstaat Nedersaksen, bestond tijdens de Eerste Wereldoorlog een activistisch propagandakamp voor krijgsgevangen Vlamingen. Lees meer terecht. Hier behoorde hij tot de kern van activistische krijgsgevangenen rond Godfried Rooms Rooms, Godfried Rooms, Godfried Godfried Rooms (1893-1968) was vanaf 1915 de kopman van de kern activistische krijgsgevangenen in het kamp van Göttingen en bleef als activistische balling in Duitsland ook in het interbe... Lees meer en stelde hij zijn poëtische talenten ter beschikking van het kamptijdschrift Onze Taal Onze Taal (1915-1918) Onze Taal (1915-1918) Onze Taal verscheen tussen 1915 en 1918 als tijdschrift voor de Vlaamse krijgsgevangenen in het kamp van Göttingen. Lees meer .

Na de oorlog bleef Breyne als 'verbrand' activist in Duitsland Duitsland & Vlaanderen Duitsland & Vlaanderen Van de eerste helft van de 19de eeuw tot 1945 stond het Duitse beeld van Vlaanderen in het teken van etnisch-culturele verbondenheid. Die romantische perceptie leefde vooral bij een beper... Lees meer en verkreeg hij in 1924 het Duitse staatsburgerschap. Hij legde zich in die jaren toe op de studie van het Afrikaans, wat zijn levenswerk zou worden. Aan de universiteit Rostock doctoreerde hij in 1924 op een proefschrift over de invloed van Guido Gezelle Gezelle, Guido Gezelle, Guido Guido Gezelle (1830-1899) was een Vlaamse priester die de Vlaamse volkstaal verdedigde binnen het algemeen Nederlands. Hij verwierf grote bekendheid als lyrisch dichter van religieuze nat... Lees meer op de Zuid-Afrikaanse literatuur. In 1924-1925 bracht hij ook een eerste bezoek aan Zuid-Afrika Zuid-Afrika Zuid-Afrika Deze bijdrage belicht de relatie tussen de Vlaamse beweging en Zuid-Afrika van de 19de tot de 21ste eeuw. Lees meer en het hedendaagse Tanzania.

Van 1919 tot 1940 was Breyne verbonden aan de Pruisische staatsbibliotheek in Berlijn, waar hij vooral oog had voor de uitbouw van de Afrika-afdeling. Vanaf 1922 gaf hij bovendien lessen Afrikaans en Nederlands aan de Berlijnse universiteit en was hij werkzaam voor de talendienst van het ministerie van buitenlandse zaken. Breyne maakte in die jaren deel uit van een Berlijnse kring uitgeweken activisten en Duitse 'Vlamingenvrienden', onder wie Franz Fromme Fromme, Franz Fromme, Franz Franz Fromme (1880-1960) was een Noord-Duitse publicist en bevorderaar van betrekkingen tussen de Vlaamse en Nederduitse beweging. Hij speelde een spraakmakende rol als propagandist van d... Lees meer en Godfried Rooms Rooms, Godfried Rooms, Godfried Godfried Rooms (1893-1968) was vanaf 1915 de kopman van de kern activistische krijgsgevangenen in het kamp van Göttingen en bleef als activistische balling in Duitsland ook in het interbe... Lees meer . In februari en maart 1922 trad hij op met Vlaamse liederen op de laatste twee Vlaamse avonden die de Deutsch-Flämische Gesellschaft Deutsch-Flämische Gesellschaft Deutsch-Flämische Gesellschaft De Deutsch-Flämische Gesellschaft Was een propagandaorganisatie voor de Duitse Flamenpolitik in de Eerste Wereldoorlog die actief was tussen 1917 en 1922. Lees meer in Berlijn op touw kon zetten. Begin de jaren 1930 was hij nauw betrokken bij de Berlijnse Bund der Vlamenfreunde, die zienderogen in nationaal-socialistisch vaarwater terechtkwam. Na de nationaal-socialistische machtsgreep in januari 1933 zag Breyne een kans dat Duitsland zich nu weer officieel met de Vlaamse zaak zou inlaten. In juni 1933 bood hij in een gesprek met ambtenaren van buitenlandse zaken de nieuwe regering de steun aan van de activistische ballingen in Duitsland bij het uitstippelen van een Flamenpolitik Flamenpolitik Flamenpolitik Met het begrip ‘Flamenpolitik’ wordt verwezen naar de politiek die de Duitse bezetter voerde ten aanzien van de Vlaamse beweging tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Sommige aute... Lees meer .

Van 1930 tot 1936 was Breyne gastdocent aan het Natalse universiteitscollege in Pietermaritzburg. Terug in Duitsland publiceerde hij in november 1936 een opstel over de Zuid-Afrikaanse dichter Jan Celliers in het eerste nummer van het tijdschrift De Vlag. In 1938 bracht hij opnieuw een bezoek aan Zuid-Afrika en vanaf 1940 bekleedde hij aan de Berlijnse universiteit de eerste leerstoel voor Afrikaanse taal- en letterkunde buiten Zuid-Afrika.

In de zomer van 1940 was Breyne lid van een commissie die belast was met het schiften van krijgsgevangen Belgische officieren (door taalproeven) in Vlamingen en Walen. In 1950 vestigde hij zich voorgoed in Zuid-Afrika, waar hij tot 1954 hoofd was van de staatsvoorlichtingsdienst voor de Nederlanden en Duitsland. Daarna organiseerde hij als opleidingsambtenaar bij de spoorwegen tot 1956 cursussen Afrikaans voor Europese immigranten. Ten slotte gaf hij tot 1968 les aan het technisch college en de universiteit in Durban. De laatste jaren van zijn leven bracht Breyne door bij zijn zoon in het Sleeswijk-Holsteinse Ahrensburg.

Archief

– ADVN | archief voor nationale bewegingen: Archief Marcel Breyne [AC 1405]

Werken

– Uit dagen van jong leven, 1912.
– Samuël, 1912.
– Uit mijne ballingschap, 1917.
– De weergalm, 1925.
– Zwart en goud, 1925.
– Deutsch-Ostafrika ruft, 1926.
– Süd-Afrika, die Zukunft, 1926.
– Lehrbuch des Afrikaans, 1936.
– De donkere melodie, 1960.
– Het lied der karavaan, 1960.

Literatuur

– Les Archives du Conseil de Flandre, 1928.
– R.P. Oszwald, Deutsch-Niederländische Symphonie, 1937.
– E. Reynaert, De letterkunde te Roeselare, 1956.
– J. Deloof, 'Prof. Dr. Marcel Breyne', in Ons Erfdeel (september 1969).
– A. Demedts, 'In memorium dr. Marcel Romeo Breyne', in Verschaeviana (1973), p. 398-399.

Suggestie
Citeren

1973: Erik Vandewalle (pdf)

1998: Winfried Dolderer (pdf)

2023: Winfried Dolderer

Databanken

Inhoudstafel