De Jonghe, Sylva
Schrijver en journalist Sylva de Jonghe (1904-1950) was auteur van koloniale toneelstukken en romans. Tijdens de Tweede Wereldoorlog engageerde de Jonghe zich als DeVlag-perschef verregaand in de Groot-Germaanse collaboratie, waarvoor hij in 1947 werd veroordeeld.
Ciel Vroman (2025). De Jonghe, Sylva. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2025. https://devb.be/id/per-003463.
Jeugd
Sylvain ‘Sylva’ de Jonghe werd geboren op 4 januari 1904 te Diest als oudste zoon van boekhouder Oscar de Jonghe en Anna Gijbels. Na zijn humaniora aan het Sint-Janscollege te Diest, waar hij samenwerkte met zijn vriend Frans Beckers
Beckers, Frans Frans Beckers (1905-1993) was een Vlaamsgezinde auteur van koloniale romans en theaterstukken. Voor zijn rol in de collaborerende pers tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij in 1946 bij ... Lees meer voor het schooltijdschrift Recht door Zee Recht door Zee (1868-1914) Recht door Zee was een Antwerps progressief-liberaal en Vlaamsgezind blad dat verscheen van 1868 tot 1914. Lees meer , schreef hij enkele poëzieteksten voor het Vlaams-nationalistische blad De Schelde
De Schelde (1882-1940) De Schelde (1882-1940) was een katholiek en Vlaamsgezind blad voor Temse en omstreken. Lees meer van Pol de Mont
De Mont, Pol Pol de Mont (1857-1931) was een dichter, essayist, folklorist, journalist, kunstcriticus en redenaar. In al zijn activiteiten gaf hij de Vlaamse strijd absolute prioriteit. Decennialang w... Lees meer . Sommige van zijn bijdragen verschenen onder het pseudoniem Sylva Verlanden. Onder die naam gaf hij begin 1924 een bundel met proza en gedichten uit getiteld Jaszmania, geïllustreerd met linosnedes van Karel Maes.
Ambtenaar in Belgisch-Congo
De Jonghe droomde van een carrière als zeeofficier, maar zijn vader eiste dat hij voor een ambtenaarsloopbaan zou kiezen. Bij wijze van compromis volgde de Jonghe eerst een opleiding aan de Koloniale School van Brussel Brussel In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich v... Lees meer om daarna als overheidsagent naar Belgisch-Congo
Belgisch-Congo Van 1885 tot 1908 was Congo als ‘Onafhankelijke Congostaat’ (OCS) in de handen van de Belgische koning Leopold II, die als een soevereine vorst over het land heerste. Om te vermijden dat... Lees meer te vertrekken. Hij doorliep eerst nog zijn legerdienst van juli 1923 tot begin 1924 in het bezette Duitsland. In 1925 vertrok hij naar Belgisch-Congo, waar hij als adjunct-gewestelijk agent werkte in Lusambo en Dimbelenge. In 1926 kreeg hij tot twee maal toe een blaam vanwege zijn slechte prestaties als koloniaal ambtenaar. Om zijn gezag te vestigen, greep de Jonghe meermaals terug naar geweld, zeer tegen de zin van zijn oversten. In november van dat jaar werd hij door de districtsrechtbank van Sankuru tot een geldboete veroordeeld voor vrijwillige slagen en verwondingen.
Tijdens een vakantie in België
België Geen Vlaamse beweging zonder België. Het is ook onmogelijk om België te begrijpen zonder de geschiedenis van de Vlaamse beweging erbij te betrekken. Tussen het ontstaan van een culturele ... Lees meer huwde de Jonghe in januari 1929 met Mariëtte Haugen. In maart 1929 trokken ze samen terug naar Congo, waar de Jonghe gepromoveerd werd tot gewestelijk agent. In Dimbelenge kreeg hij met lokale heersers te maken die zich niet zomaar bij het Belgisch bewind neerlegden. Zelf kreeg hij in mei 1931 opnieuw een blaam wegens financiële onregelmatigheden en verwaarlozing van zijn werk, deels ten gevolge van zijn alcoholmisbruik. Zowel hijzelf als zijn vrouw konden het tropenklimaat slechts moeilijk verdragen en maakten meerdere ziekten door. Een van hun twee in Congo geboren kinderen overleed reeds na enkele dagen.
De Jonghes oversten klaagden over zijn arrogante toon in brieven waarin hij uitbuiting op sommige plantages en mistoestanden aan de kaak stelde. Zijn klachten werden onder de mat geveegd. Zij maakten zich vooral druk om de Jonghes onvermogen om de opgelegde quota voor katoenleveringen te halen. De koloniale carrière van de Jonghe kwam in september 1931 abrupt ten einde toen hij door ziekte werd geveld. Hoewel hij medisch geschikt bleef voor de koloniale dienst, zagen zijn oversten hem liever vertrekken. Hij keerde in oktober 1931 met zijn gezin terug naar België.
Grondlegger van de Vlaams-Afrikaanse letterkunde
Na zijn ontslag uit de koloniale dienst zat het gezin de Jonghe zonder inkomen. Hij greep naar de pen om zijn ervaringen in Belgisch-Congo te delen. Aanvankelijk zonder succes, waardoor zijn vrouw als lerares moest werken om rond te komen. In 1933 maakte de Jonghe zijn schrijversdebuut met de novellenbundel Tam-Tam, geïnspireerd op zijn ervaringen met het verzet van lokale Congolese heersers tegen de Belgen. In het werk noemde hij de bestraffing met de chicotte – een lange leren zweep van nijlpaardenhuid – ‘in ’t geheel geen barbaarsche praktijk’. Delen van de novelle verschenen eerder al in het katholieke literaire maandblad De Tijdstroom.
In de volgende jaren publiceerde De Jonghe de koloniale toneelstukken Tropengift (1934) en Weeën of De bamboeslag (1935). Het mysterieuze van het verre Congo, de vermeende losse zeden van de zwarte vrouw en de ‘primitieve gewoonten’ van de Congolezen maakten de kernthema’s uit van zijn werk. Congo stelde hij voor als een gevaarlijke wildernis, mede te verklaren door het feit dat hij er zelf door ziekte werd getroffen. Zijn kritiek op de uitbuiting van Congo door België viel niet los te zien van het feit dat hijzelf meermaals in conflict kwam met zijn leidinggevenden in Belgisch-Congo. Bovendien kon hij zich omwille van zijn Vlaamsgezinde houding moeilijk vereenzelvigen met het koloniale bewind, dat een symbool was van de Belgische monarchie
Monarchie In deze bijdrage over de Belgische vorsten, van Leopold I tot en met Albert II (1831-2013), wordt gepeild naar hun oordeel over en aandeel in de ontwikkeling van de Belgische taalstrijd e... Lees meer en het grotendeels Franstalige establishment.
Opmerkelijk milder was de Jonghes houding tegenover de missionering in Belgisch-Congo. De missionaris kwam in meerdere romans als menslievend en onbaatzuchtig naar voren. Dat is wellicht ook de reden waarom hij voor afdelingen van het Davidsfonds
Davidsfonds (DF) Het Davidsfonds is een katholieke Vlaamse cultuurvereniging, die werd opgericht in januari 1875. Lees meer geregeld lezingen gaf over Belgisch-Congo. Toch was zijn werk geen pleidooi voor het christendom. De missionarissen dienden vooral als tegenwicht voor de op geld beluste kolonisatoren, die voor de Jonghe het Belgische kapitalistische en industriële kolonisatieproject vertegenwoordigden.
De Jonghe publiceerde in 1938 het controversiële essay Het koloniale in de literatuur, dat ook in meerdere afleveringen verscheen in het weekblad Rex Voor Vlaanderen (zie Rex-Vlaanderen
Rex-Vlaanderen Rex-Vlaanderen werd opgericht in 1936 en kwam onder de leiding van Paul de Mont. Het doel was een electorale doorbraak in Vlaanderen. De Vlaamse tak benadrukte het federalisme en de conce... Lees meer ). De thema’s in zijn essay waren achtereenvolgens de gekoloniseerde (‘inboorling’), de kolonist, de zwarte huisvrouwen van de kolonisten (‘ménagères’), de witte vrouw en de tropennatuur. Deze thema’s keerden zowat bij alle Vlaamse (post-)koloniale auteurs terug. In het essay karakteriseerde de Jonghe een kolonie als een wingewest dat uitgebaat werd door een ‘meer gevorderd’ land, maar onderschreef hij tegelijk het beschavingsideaal van de kolonisator. Het doel van de kolonisatie bleef volgens hem ‘het scheppen van nieuwe en betere sociale toestanden en het verspreiden der grootste aller weldaden: de geestelijke orde, de kristelijke idee.’ Op basis van dubieuze rassentheorieën legitimeerde hij de kolonisatie en hij beweerde dat de zwarte bevolking ‘dus dichter bij den aap [kwam] te staan dan bij den blanke’ (zie Racisme Racisme Lees meer ). Hij leidde daaruit af dat Europeanen de zwarte Congolees niet als hun gelijke mochten behandelen, maar als een soort strenge vaderfiguur moesten optreden, alsof de Congolezen kinderen waren. Hij refereerde daarbij ook aan de ‘natuurmens’ in de werken van de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau.
Vanwege zijn autoriteit op het gebied van koloniale literatuur
Literatuur De literatuur heeft een cruciale rol gespeeld in het ontstaan van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd en ook in de daaropvolgende fasen van de Vlaamse natiewording zijn schrijvers vaak richting... Lees meer werd de Jonghe in 1939 lid van de technische raad van het Bureau voor Koloniaal Toerisme, een vzw ter promotie van het toerisme in Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi opgericht door het minister van Koloniën Albert de Vleeschauwer
De Vleeschauwer van Braekel, Albert Albert de Vleeschauwer (1897-1971) was een katholiek politicus. In 1940 maakte hij beslissende keuzes die de vorming van een Belgische regering-in-ballingschap mogelijk maakten. Zijn rol ... Lees meer en voorgezeten door ere-vicegouverneur-generaal Alfred Moëller.
Journalist in dienst van Rex en het VNV
In mei 1935 ondernam de Jonghe een reis naar Zuid-Amerika, die hij kon financieren dankzij zijn medewerking aan enkele dagbladen. Het vormde het begin van zijn carrière als journalist. Bij zijn terugkeer vond hij werk als parlementair redacteur en filmcriticus bij het rexistische
Rex Rex was een Belgische politieke partij (1935-1940) en een collaboratiebeweging in Franstalig België (1940-1944). Lees meer dagblad Le Pays réel. De Jonghe kon zich naar eigen zeggen wel vinden in de antidemocratische ideeën van Rex. Hij werkte eveneens kort als secretaris van de dominicaan Felix Morlion Morlion, André André (Felix) Morlion (1904-1987) was een dominicaanse priester, die tijdens het interbellum uitgroeide tot een gezaghebbende stem in de katholieke en Vlaamsgezinde kunst- en filmkritiek.... Lees meer , oprichter van de Katholieke Film
Film Sinds het ontstaan van film eind 19de eeuw evolueerde het filmbedrijf in Vlaanderen van een Belgische, overwegend Franstalige sector naar een steeds meer onderscheidende Vlaamse filmsect... Lees meer liga. Van 1936 tot 1938 schreef hij voor het rexistische dagblad De Nieuwe Staat
De Nieuwe Staat De Nieuwe Staat (1936-1939) was het dagblad van Rex-Vlaanderen. Lees meer en voor het weekblad Rex Voor Vlaanderen. Voor het literaire tijdschrift Vormen recenseerde hij buitenlandse (koloniale) avonturenromans.
In 1938 maakte de Jonghe vanwege de betere verloning de overstap naar het dagblad Volk en Staat
Volk en Staat Volk en staat (15 november 1936 - 3 september 1944) was een Vlaams-nationalistisch dagblad en orgaan van het Vlaamsch Nationaal Verbond. Het blad verscheen als opvolger van De Schelde (1... Lees meer van het Vlaamsch Nationaal Verbond
Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) Het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) (1933-1945) was een rechts-radicale Vlaams-nationalistische partij die tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde met de Duitse nationaalsocialistis... Lees meer (VNV), waar hij als redactiesecretaris werkte. In het blad schreef hij over diverse onderwerpen: van de bescherming van de Vlaamse zeevisserij tot historisch-toeristische bijdragen over zijn geboortestad Diest. Hij deed zelf meerdere financiële giften aan het blad. Tegelijkertijd bleef hij nauw contacten onderhouden met zijn rexistische vrienden en was hij voorstander van een nauwe samenwerking tussen het VNV en Rex om het parlementaire regime in België omver te werpen. In mei 1940 nam hij ontslag bij het VNV. Na de hervatting van de publicatie van Volk en Staat tijdens de Duitse bezetting bood de Jonghe het VNV-blad in juni 1940 tevergeefs zijn diensten aan. In een brief aan Staf de Clercq
De Clercq, Staf Staf de Clercq (1884-1942) was een Vlaams-nationalistische politicus, die zijn politieke carrière begon als kamerlid voor de Frontpartij. Hij staat vooral bekend als stichter en eerste l... Lees meer benadrukte hij zijn toewijding voor de Vlaams-nationalistische zaak. In november 1940 kon hij opnieuw aan de slag bij Le Pays réel.
Terug naar Rex tijdens de Tweede Wereldoorlog
Begin 1941 kon de Jonghe dankzij Victor Matthys aan de slag bij de rexistische uitgeverij Ignis te Brussel, waar hij zijn eerste roman Storm over de rimboe publiceerde, die in 1939 als feuilleton ‘Muaniampongo’ in Volk en Staat was verschenen. In de roman schoof de Jonghe de idee naar voren dat het beschavingsideaal van Leopold II
van Saksen-Coburg, Leopold II Leopold II (1865-1909) is vooral bekend gebleven voor zijn bewind over het Congogebied. In de Belgische politiek stond hij neutraal in de levensbeschouwelijke kwesties maar ijverde voor d... Lees meer teloor was gegaan door winstbejag. Uiteraard sloot een dergelijke aanval op het kapitalisme goed aan bij de Duitse oorlogspropaganda. Tijdens de oorlog publiceerde de Jonghe nog verschillende andere koloniale romans, waaronder Het Broussevuur (1941), Het Groene Hart van Afrika (1942) en Waanzin in de tropen (1943). Recent discours-analytisch onderzoek naar de Jonghes romans Storm over de rimboe en Waanzin in de tropen wees op de verwantschap met de fascistische verbeelding en retoriek.
Bij uitgeverij Ignis kreeg de Jonghe de leiding over de Sterreeks, waarin hij naast zijn eigen romans ook nationaalsocialistische literatuur zoals De Brug (1941) van Marc Belloy opnam. In de reeks verscheen ook Du Canal Albert au Stalag (1940) van de rexistische journalist Victor Meulenijzer in het Frans, maar ook in een Nederlandse vertaling door de Jonghe.
Perschef van de DeVlag
De Jonghe was sinds 1940 lid van de Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap
Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap (DeVlag) De Duitsch-Vlaamsche Arbeidersgemeenschap (DeVlag) (1935-1945) was vóór de Tweede Wereldoorlog een organisatie van Vlaamse en Duitse studenten. Tijdens de oorlog ontpopte de DeVlag zich ... Lees meer (DeVlag) en actief voor de lokale DeVlag-afdeling in Herent. Hij was bovendien lid van de koloniale raad van die organisatie. Eind 1941 gold de Jonghe als de facto ‘perschef’ van de DeVlag. Hij publiceerde in het weekblad Laagland Laagland Laagland was een weekblad dat tijdens de jaren 1940-1944 verscheen en de Groot-Germaanse collaboratie steunde. Het blad was een voortzetting van het kunst- en cultuurblad De Week (later ... Lees meer en omarmde de Groot-Germaanse gedachte als enige verdediging tegen het communisme. Vlaanderen was volgens de Jonghe voorbestemd om een onderdeel te zijn van een door Duitsland
Duitsland & Vlaanderen Van de eerste helft van de 19de eeuw tot 1945 stond het Duitse beeld van Vlaanderen in het teken van etnisch-culturele verbondenheid. Die romantische perceptie leefde vooral bij een beper... Lees meer gedomineerd ‘Europa der volkeren’. Hij schreef antisemitische
Antisemitisme Lees meer , anti-Belgische en nationaalsocialistische bijdragen voor Le Pays réel, Gazet van Mechelen, Volk aan den Arbeid
Volk aan den Arbeid Lees meer , de Brüsseler Zeitung en enkele rijkelijk met foto’s geïllustreerde artikelen in De SS-Man. In dat laatste blad bekritiseerde hij begin januari 1944 de Belgische uitbuiting van Congo ten dienste van het kapitalisme, verpersoonlijkt door de geallieerden. Ook in de andere dagbladen schreef hij culturele bijdragen over koloniale literatuur en politieke artikels over Belgisch-Congo.
In mei 1942 werd de Jonghe op vraag van Karl Hennig, Ortsgruppenleider van de Antwerpse NSDAP en beheerder van nv De Vlijt in opdracht van de Sicherheitsdienst, hoofdredacteur van de rijksuitgave van Het Vlaamsche Land
Het Vlaamsche Land (1941-1944) Lees meer uitgegeven door de DeVlag. De krant werd gedrukt op de ‘gestolen’ persen van nv De Vlijt, dat voor de oorlog de Gazet van Antwerpen
Gazet van Antwerpen De krant Gazet Van Antwerpen verschijnt sinds 1891 en betoonde van bij de start belangstelling voor de Vlaamse beweging. Aanvankelijk werd de Antwerpse Meetingpartij gesteund en later Fra... Lees meer uitgaf. De rijksuitgave was bedoeld voor de Vlaamse arbeiders in Duitsland en voerde – in tegenstelling tot de Belgische uitgave van het blad – onomwonden propaganda voor de DeVlag. In het blad schreef hij rabiaat antisemitische teksten en lofzangen op het nationaalsocialisme. Ter promotie van Het Vlaamsche Land en het werven van nieuwe abonnees ondernam de Jonghe eind 1942 een reis door Duitsland, waarbij hij onder meer Hamburg, Berlijn en Leipzig aandeed. In de meeste Arbeitslager konden vertegenwoordigers en correspondenten voor het dagblad worden geworven. Voor het blad reisde hij eveneens naar Keulen voor de driedaagse Deutsch-Flämische Tage.
In de zomer van 1943 benoemde DeVlag-leider Jef van de Wiele
Van de Wiele, Jef Jef van de Wiele (1903-1979) was een leraar, schrijver en leider van de Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap. Hij trad tijdens de Tweede Wereldoorlog in de culturele en politieke collabor... Lees meer de Jonghe tot hoofdredacteur van het nieuwe dagblad De Gazet, opnieuw gedrukt bij nv De Vlijt. De Gazet stelde zich aanvankelijk relatief gematigd op en kende daardoor snel een bredere verspreiding dan Het Vlaamsche Land. In samenspraak met van de Wiele vaardigde de Jonghe in april 1944 een dienstnota uit aan zijn medewerkers: ‘Verbeten nationaal-socialisme moet het hoofdmotief zijn. Hoofdzaak is de menschen afkerig te maken van het kapitalisme en van het ancien regime.’ Vanwege zijn leidinggevende functie bij de verschillende DeVlag-organen stond de Jonghe in nauw contact met de DeVlag-leiding en de Propaganda Abteilung. Uit schrik voor het verzet verhuisde het gezin de Jonghe in het voorjaar van 1944 naar Lint.
Zijn journalistieke DeVlag-standpunten klonken eveneens door in de romans die de Jonghe ondertussen publiceerde. Uit het opmerkelijke voorwoord van zijn reisroman Zwerftochten onder den evenaar (1943) bleek zijn afkeer voor België. Het was een aanklacht tegen het vooroorlogse kapitalisme, de onmacht van de heersende politieke klasse en de parlementaire democratie. Joden konden volgens hem ‘ongestoord hun zaakies doen, zonder ooit één cent én aan hun leveranciers én aan den Staat te betalen.’ Dergelijk antisemitisme kwam terug in meerdere artikels over Hollywood en Amerikaanse filmwereld. Het communisme en de op Frankrijk geïnspireerde volksfronten hadden Europa volgens de Jonghe op de rand van de afgrond gebracht. Deze denkbeelden keerden bovendien terug in het fictionele reisverhaal waarin hij door Zuid-Amerika reisde. Verder bleken daaruit ook zijn bewondering voor het Argentijnse nationalisme – de Argentijnse sympathie voor het nationaalsocialistische Duitsland werd door hem benadrukt – en de ‘raszuiverheid’ van bepaalde volkeren.
Vlucht voor het gerecht en veroordeling
Op 2 september 1944 sloeg de Jonghe vanuit Antwerpen met de auto op de vlucht naar Duitsland, vergezeld door onder meer Frans Beckers. In oktober werd hij geschrapt als lid van de Vlaamsche Vereeniging van Letterkundigen Vereniging van Vlaamse Letterkundigen (VVL) De Vereniging van Vlaamse Letterkundigen, opgericht in 1907, stelt zich tot doel de Vlaamse schrijvers te verenigen in één auteursorganisatie en hun belangen te behartigen. Lees meer . Na geschipper tussen Berlijn en Keulen settelde hij zich samen met Beckers in het Westfaalse Entdorf. Bij de bevrijding door de Amerikaanse troepen vervalste hij zijn identiteitskaart. In de zomer van 1945 kwam hij incognito terug naar België en verbleef een tijdlang in een hotel in Luik. Hij vatte het plan op om naar Argentinië te vluchten (zie Emigratie).
In september 1945 later werd de Jonghe nabij Lampernisse betrapt met een vals paspoort als handelsreiziger Sylvain Campeoni. Hij verdween opnieuw, verbleef kort in de Sint-Sixtusabdij te Westvleteren en vluchtte richting Noordschote. Hij werd op 9 oktober 1945 iets voorbij het centrum van Westvleteren aangehouden. Na een korte internering in Brugge belandde hij uiteindelijk in de gevangenis aan de Begijnenstraat te Antwerpen.
Op het proces van de medewerkers van het dagblad Het Vlaamsche Land voor de krijgsraad van Antwerpen werd de Jonghe op 9 juli 1947 bij verstek tot de doodstraf veroordeeld. Hij tekende verzet aan tegen het vonnis. Voor zijn verregaande medewerking aan Duitsgezinde dagbladen en zijn lidmaatschap van de DeVlag werd hij uiteindelijk op 24 oktober 1947 door de Antwerpse krijgsraad veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaar, levenslange ontzetting uit zijn burgerrechten en een schadevergoeding van twee miljoen Belgische frank aan de staat. Ter verdediging bracht hij in dat hij de Europese beschaving van de ondergang door het communisme wilde redden.
De literaire erfenis van de Jonghe als een van de weinige auteurs van originele Nederlandstalige koloniale romans overleefde zijn collaboratie tijdens de oorlog niet. Er gold immers een tijdlang een publicatie- en herdrukverbod van zijn werk. De Nieuwe Gids erkende na de oorlog dat zijn romans uniek waren, maar voegde eraan toe dat het ‘om morele redenen alles behalve aanvaardbare lectuur’ was. De Jonghe overleed op 25 juli 1950 in de gevangenis in Antwerpen.
Werken
— Jaszmania, 1924. [onder het pseudoniem Sylva Verlanden]
— Tamtam. Tropennovellen, 1933.
— Tropengift. Spel uit de tropen, in drie bedrijven, 1934.
— Weeën of De bamboeslag. Spel uit de tropen in drie bedrijven, 1935.
— Het Koloniale in de Literatuur, 1938.
— Storm over de Rimboe. Muaniam-pongo. Negerroman, 1941.
— Het Broussevuur. Koloniale roman, 1941.
— Het Groene Hart van Afrika. Verhaal van wilskracht en avontuur, 1942.
— Koning Bamboela-Rijckmans I, in: Het Vlaamsche Land (Rijksuitgave), 19 mei 1942.
— Het Joodsche gevaar, in: Het Vlaamsche Land (Rijksuitgave), 3 juni 1942.
— De Amerikanen in Congo. De inlandsche bevolking in gevaar, in: Gazet van Mechelen, 17 juli 1942.
— Waanzin in de tropen, 1943.
— Zwerftochten onder den evenaar, 1943.
— 1 mei, Hoogdag van den Arbeid, in: De SS-Man. Kampblad der Germaansche SS in Vlaanderen, 1 mei 1943.
— Hitler, de grootmoedige, in: Het Vlaamsche Land (Rijksuitgave), 20 april 1943.
— Zin en onzin uit het rijk der sterren, 1944.
— So wurde der Belgische Kongo ausgebeutet. Vergangenheit und Zukunft. Ein Kongopionier klagt an, in: Brüsseler Zeitung, 9 januari 1944.
— België als slachtoffer der Fransch-Britsche komplotten, in: De Gazet, 26 juli 1944.
Literatuur
— M. Haugen, Oerwoud, Bantoe en … een vrouw. Omzwervingen in Kongo’s wildernissen, 1951.
— A. Verthé en B. Henry, Geschiedenis van de Vlaams-Afrikaanse letterkunde, 1961.
— B. Henry, Sylva De Jonghe, in: L. Anciaux e.a., La femme noire vue par les écrivains africanistes, 1967, pp. 112-116.
— E. de Bens, De Belgische dagbladpers onder Duitse censuur (1940-1944), 1973.
— J. Vermeulen, De Centraalafrikaanse woordkunst en de Nederlandse Afrika-literatuur (1880-1980). Een onderzoek naar de genres, thema’s, functies en bronnen van de literaire inwerking, Rijksuniversiteit Gent, doctoraatsverhandeling, 1986.
— L. Simons, Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen. II: de twintigste eeuw, 1987.
— F. Joostens, ”Vernegering der zinnen”: Vlaamse tropendrama’s in de jaren dertig, in: Tydskrif vir Nederlands en Afrikaans, jg. 2, 1995, nr. 2, pp. 24-32.
— T. de Winne, De Pers van de DeVlag tijdens de bezetting. Case: De Gazet, Rijksuniversiteit Gent, licentiaatsverhandeling, 1999.
— L. Renders, Nikkerke en ikkerke. Nederlandstalige proza over Kongo, in: T. D’haen (red.), Europa buitengaats. Koloniale en postkoloniale literaturen in Europese talen, 2002, pp. 302-328.
— B. Ceuppens, Congo made in Flanders? Koloniale Vlaamse visies op “blank” en “zwart” in Belgisch Congo, 2003.
— J. Pol, Vlaamse paters, bruine schurkentronies en een blanke schijnbeschaving. Een vergelijking tussen het literair proza van Congo en Indië rond 1900 en 1935, 2011.
— L. Simons, Het boek in Vlaanderen sinds 1800. Een cultuurgeschiedenis, 2013.
— L. Renders, Koloniseren om te beschaven. Het Nederlandstalige Congoproza van 1596 tot 1960, 2019.
— L. Renders en J. Dewulf, The Congo in Flemish Literature : An Anthology of Flemish Prose on the Congo, 1870s-1990s, 2020.
— J. Verhulst, Over een meedogenloos Congo dat aan ware viriliteit appelleert. Een discours-analytische lezing van het koloniale werk van de radicaal-rechtse Vlaams-nationalistische auteurs Sylva de Jonghe en Frans Beckers, Universiteit Antwerpen, masterproef, 2021.
— R. de Boodt, The Green Heart of Africa: Literary Knowledge of Scientific Racism, in: J. T. D. Gärtner en M. S. Wilckens, Racializing Humankind: Interdisciplinary Perspectives on Practices of ‘Race’ and Racism, 2022, pp. 277-294.
— B. Cheyns, Rex ter zege. Léon Degrelle en het rexisme in Vlaanderen, 2024.
Ciel Vroman (2025). De Jonghe, Sylva. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2025. https://devb.be/id/per-003463.
Redactiegeschiedenis
Redactiegeschiedenis
2025: Ciel Vroman