Jongsocialisten (JS)

Organisatie

Jongsocialisten (JS) werd na de Tweede Wereldoorlog opgericht als de politieke jongerenorganisatie van de Belgische Socialistische Partij. Zij namen vanaf de jaren 1960 regelmatig progressieve standpunten in rond staatshervorming.

Afkorting
JS
Alternatieve naam
Jong Socialisten [1944-1955]
Jongsocialisten [1955-2001]
Animo [2001-2013]
Oprichting
1944
Leestijd: 4 minuten

Jongsocialisten (JS) was een politieke jongerenorganisatie van de socialistische partij ontstaan net na de Tweede Wereldoorlog in navolging van de vooroorlogse Socialistische Jonge Wachten.

'Trage start'

De oprichting van de JS kaderde in de naoorlogse heropbouw van de Belgische Socialistische Partij Belgische Socialistische Partij (BSP) Lees meer (BSP) op initiatief van de partijleiding. Mede daardoor duurde het lange tijd eer de JS uit de schaduw van de BSP traden. De Waalse tegenhangers van de JS, de Jeunes Gardes Socialistes, daarentegen speelden wel reeds een voortrekkersrol tijdens de Koningskwestie Koningskwestie Koningskwestie Constitutioneel, politiek en maatschappelijk vraagstuk rond de persoon en de houding van koning Leopold III tijdens de Tweede Wereldoorlog. Lees meer , de schoolstrijd en de staking tegen de Eenheidswet (1960-1961). De JS radicaliseerden pas in de jaren 1960, onder meer onder invloed van de gebeurtenissen in mei 1968. Als een van de weinige organisaties in de socialistische beweging steunden JS toen openlijk de oproep van Leo Collard tot progressieve frontvorming.

Regionalisering van België

In de jaren 1970 kenden de JS een hoogtepunt toen zij in het spoor van André Renard Renard, André Renard, André André Renard (1911-1962), invloedrijk socialistisch syndicalist, leidde de strijd tegen de Eenheidswet (1960-1961) en richtte in 1961 als militant in de Waalse beweging de Mouvement Popul... Lees meer verregaande structuurhervormingen eisten. België had baat bij een verdere regionalisering en wat de socialistische partij betrof, die moest worden gefederaliseerd en het democratisch gehalte ervan verhoogd. Deze eisen werden reeds in 1971, naar aanleiding van het BSP- congres door JS-voorzitter Marcel Colla naar voren gebracht en door de JS verder op punt gesteld in hun Roodboek, opgesteld voor het ideologisch partijcongres van 1974 en in samenwerking met het blad Links Links Het blad Links (1958-1987) verdedigde binnen het Belgische partijsocialisme zowel de Vlaamsgezinde als de antikapitalistische en radicale tendens. Lees meer .

In dit document spraken de JS de wens uit dat de BSP zich zou aanpassen aan de regionalisering van het land. De Vlaamse en Waalse partijfederaties moesten elk een eigen overkoepelende structuur krijgen, met bevoegdheden op gewestelijk niveau. De socialistische actie moest worden afgestemd op de eigen geaardheid van de respectievelijke gewesten. Binnen de Brusselse agglomeratie van 19 gemeenten moesten twee evenwaardige federaties (met de nodige overlegorganen) naast elkaar functioneren.

Verder hadden de JS reeds zeer uitgesproken ideeën inzake regionalisering. De politieke macht moest gedecentraliseerd worden naar lagere (in regionale zin) beleidsniveaus die daardoor de eigen problemen beter zouden kunnen oplossen. Voor Vlaanderen en Wallonië eiste men daarom een eigen rechtstreeks verkozen parlement en een eigen regering met eigen gewestelijke bevoegdheden en een eigen fiscaliteit (door regionalisering van de inning van bepaalde belastingen). Het nationaal niveau zou een eigen wetgevend orgaan behouden en een eigen – ingeperkte en paritair samengestelde – regering die bevoegd zou zijn voor buitenlandse zaken en handel, defensie, ontwikkelingssamenwerking, justitie, arbeid en sociale zaken, muntbeleid, nationale fiscaliteit, nationale planning en de voogdij zou hebben over Duitstalig België en het tweetalige Brussel Brussel In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich v... Lees meer . Deze gebieden zouden naast de plaatselijke bevoegdheden ook speciale bevoegdheden door het nationaal parlement toegewezen krijgen. Brussel zou daarbij een eigen wetgevende vergadering en een eigen regering krijgen, maar om een minorisering van de Nederlandstaligen te voorkomen voorzag men eentalige kandidaatslijsten en paritair beheer in het college.

Regionalisering van de socialistische partij

Links en de JS werkten hun ideeën verder uit in de Roodboeken van 1978 en 1983, waarbij de aandacht verschoof naar de sociaaleconomische thema's en de democratische werking van de partij. Het was trouwens de leidersgeneratie van de jaren 1970 ( Karel van Miert Van Miert, Karel Van Miert, Karel Lees meer , Colla, Norbert de Batselier De Batselier, Norbert De Batselier, Norbert Norbert de Batselier (1947) was een Vlaamsgezinde socialistische politicus, die verschillende ministerposities bekleedde en van 1995 tot 2006 voorzitter was van het eerste rechtstreeks ve... Lees meer en Luc van den Bossche Van den Bossche, Luc Van den Bossche, Luc Luc van den Bossche (1947) is een voormalige socialistische politicus met een technocratische en pragmatische visie op communautaire kwesties. Lees meer ) die in 1978 de scheiding van BSP in de Socialistische Partij (SP) en Parti socialiste (PS) begeleidde. De meest opvallende realisatie van de politieke ideeën die de JS in de jaren 1970 formuleerden was – naast de omvorming van de Vlaamse BSP in een al wat democratischer SP in 1980 – de hernieuwing van de idee van de progressieve frontvorming (Doorbraak 79, PAKS en de voorstellen van Maurits Coppieters Coppieters, Maurits Coppieters, Maurits De progressieve Vlaams-nationalist en christelijke humanist Maurits Coppieters (1920-2005) was vanaf het midden van de jaren 1960 een van de boegbeelden van de Volksunie (VU). Lees meer ). De meeste andere JS-voorstellen werden echter niet in de praktijk omgezet. Na de staatshervormingen van de jaren 1990 verschoof de focus van de JS naar andere thema’s zoals ecologisme.

Werken

– Roodboek. Voor een strijdend socialisme, 1974.
– Roodboek. Naar een zelfbeherende aktiepartij
, 1978.

Literatuur

– M. Willems, Jong-socialisten in de BSP: een problematische positie, in: De Nieuwe Maand, jg. 32, 1980, nr. 1, januari, pp. 60-75.
– S. Blommaert, De Socialistische Jonge Wacht tussen 1945 en 1969, VUB, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1980.
– J. Beets, Karel Van Miert. Hernieuwer of briljante overgangsfiguur, 1983.
– S. de Groote, Tussen revolutie en reformisme of 100 jaar socialistische politieke jongerenbeweging, in: Socialistische Standpunten, jg. 32, 1985, nr. 5, pp. 34-43.
– S. vanden Berghe, Invloed van jongerenafdelingen op moederpartijen : een onderzoek naar invloed van de Jongsocialisten op de (Belgische) Socialistische Partij in de periode 1970-1988, Hogeschool Gent, onuitgegeven thesis, 2005.
– F. Windey, Jong geweld, een rood hart en een groen verstand : het ecologisme van jongsocialisten, 1968-1998, UGent, onuitgegeven masterscriptie, 2018.

Suggestie
Citeren

1973: Mieke Van Haegendoren (pdf)

1998: Luc Peiren (pdf)

2023: Amsab-ISG

Databanken

Inhoudstafel