De Vries, Jan
Jan de Vries (1890-1964) was een Nederlandse germanist en volkskundige, die de Groot-Nederlandse gedachte toegedaan was en in 1940 voorzitter werd van het Algemeen-Nederlands Verbond. Vanuit zijn in nationaalsocialistische zin geradicaliseerde opvattingen koos De Vries voor de Groot-Germaanse collaboratie, waarvoor hij na de oorlog werd veroordeeld.
Frank van Berne (2024), Frank van Berne (1998). De Vries, Jan. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2024. https://devb.be/id/per-004358.
Jan de Vries studeerde Nederlands en germanistiek en werd in 1919 benoemd tot leraar Nederlands aan de gemeentelijke HBS te Arnhem. In 1926 volgde een hoogleraarschap in de algemene taalwetenschap en Oudgermaanse taal- en letterkunde te Leiden.
Na de Tweede Wereldoorlog werd De Vries veroordeeld wegens collaboratie
Collaboratie Collaboratie verwijst naar de samenwerking met de bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog, in casu van het Vlaams-nationalisme en een deel van de Vlaamse beweging. Lees meer en in 1946 ontslagen als hoogleraar te Leiden. Ook de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde sloten hem uit. Na zijn internering werkte hij van 1948 tot 1955 in het voortgezet onderwijs te Oostburg in Zeeuws-Vlaanderen. Hij overleed in 1964 in Utrecht.
De Vries was gehuwd en had twee dochters en een zoon.
Voor Groot-Nederland, tegen de democratie
Tijdens zijn periode in Arnhem gaf De Vries blijk van antidemocratische opvattingen, die hij paarde aan een conservatief en nostalgisch geladen wereldbeeld. Vanuit een onvrede met de als materialistisch ervaren maatschappij waarin hij leefde, ontwikkelde de leraar een fascinatie voor de geestelijke waarden van de Germaanse oudheid. De dringende problemen van zijn tijd vroegen volgens De Vries om een sterke leider en een radicaal andere, op volkse grondslag ingerichte samenleving en cultuur. Zo was hij al sinds zijn studententijd de Groot-Nederlandse
Groot-Nederland Groot-Nederland is een politiek en cultureel begrip dat respectievelijk staat voor een staatkundige vereniging van België of Vlaanderen met Nederland en de culturele en taalkundige samen... Lees meer gedachte toegedaan en was hij lid van het Algemeen-Nederlands Verbond
Algemeen-Nederlands Verbond (ANV) Het Algemeen-Nederlands Verbond (ANV) werd in 1895 opgericht. Aanvankelijk behartigde het de belangen van de Nederlandse taal. Later en tot op de dag van vandaag ijvert het voor de brede ... Lees meer (ANV). De Vries’ ideeën gingen evenwel verder dan het zuiver culturele ideaal van toenadering tussen Nederlandssprekenden dat het ANV voorstond. In zijn opvatting waren staatsgrenzen niet in tel en vormden Vlamingen en Nederlanders op grond van hun gedeelde taal en cultuur één volk, dat op zijn beurt deel uitmaakte van een groter Germaans geheel (al maakte hij wel een onderscheid tussen het Groot-Nederlandse en het Duitse volk).
De Vries’ Groot-Nederlandse opvattingen klonken ook door in zijn wetenschappelijke activiteit. Vanaf het eind van de jaren 1920 werd De Vries steeds actiever en gaandeweg zelfs een internationale autoriteit op het gebied van de volkskunde, waarmee hij zijn volksnationalistische denken van een vermeend wetenschappelijk fundament voorzag.
De Tweede Wereldoorlog
Toen De Vries in juli 1940 voorzitter werd van het ANV, kwam hij openlijk uit voor zijn radicale Groot-Nederlandse ideaal. In het Neerlandia-nummer van september 1940 riep hij op tot een politieke eenwording van Nederland en Vlaanderen. Het zorgde al snel voor onenigheid met diverse andere leden van het ANV, die vasthielden aan een louter cultureel Groot-Neerlandisme. Hun meningsverschil bleek onoverbrugbaar en eind 1941 trad De Vries als voorzitter af.
Ondertussen raakte de Leidse hoogleraar steeds meer in de ban van het nationaalsocialisme. Hij beschouwde het als een logisch uitvloeisel van het autoritaire, völkische denken dat hij al langer aanhing. Kort na de Duitse inval in 1940 scheef De Vries de brochure Naar een betere toekomst, waarin hij zich openlijk aan de zijde van nazi-Duitsland schaarde. Hij koos voor de collaboratie en was met zijn expertise in de germanistiek en volkskunde een interessante pion in de ogen van de Duitse bezetter. Hij aanvaardde de benoeming tot vice-president van de Nederlandsche Kultuurkamer en werd begunstiger van de Germaansche SS. Parallel daarmee verruilde hij zijn Groot-Nederlandse opvattingen voor het Groot-Germaanse gedachtegoed.
Veroordeling en latere levensjaren
Op 5 september 1944 –‘Dolle Dinsdag’- vluchtte De Vries met zijn gezin naar Duitsland. In 1946 werd hij echter gearresteerd en gevangen gezet. In 1948 stond hij terecht in Den Haag. In zijn uitspraak dichtte het Tribunaal De Vries politieke naïviteit toe in zijn keuze voor het nationaalsocialisme en de collaboratie. Als gevolg daarvan was het oordeel relatief mild: een jaar en acht maanden gevangenisstraf en ontneming van het actief- en passief kiesrecht. Uit correspondentie met zijn echtgenote en uit dagboekaantekeningen blijkt echter dat De Vries in 1948 nog steeds een overtuigd nationaalsocialist was.
De Vries was in 1946 ontslagen als hoogleraar en uit zijn overige wetenschappelijke functies ontzet. Om in zijn levensonderhoud te voorzien werkte hij tot 1955 in het voortgezet onderwijs te Oostburg in Zeeuws-Vlaanderen. Hij bleef intussen publiceren op het gebied van de germanistiek, sprookjeskunde en mythologie. De volkskunde liet hij voortaan links liggen. De Vries overleed in 1964 in Utrecht.
Literatuur
– P.J. Meertens, Jan de Vries, in: Volkskunde, jg. 65, 1964, p. 109.
– A.A. de Jonge, Crisis en critiek der democratie. Anti-democratische stromingen en de daarin levende denkbeelden over de staat in Nederland tussen de wereldoorlogen, Utrecht, 1982.
– J.J. Kelder, Twee nazi-propagandaboeken over Nederland, in: Het oog in ’t zeil, jg. 1, 1984, nr. 4.
– H. van der Hoeven, Jan de Vries, in: Biografisch woordenboek van Nederland, 1985, dl. II, pp. 602-604.
– A.D. Kylstra, Jan de Vries, in: A. Moerdijk, W. Pijnenburg, P. van Sterkenburg (red.), Honderd jaar etymologisch woordenboek van het Nederlands, ’s Gravenhage, 1990.
– H. de Schepper en P. van Hees (red.), Tussen cultuur en politiek. Het Algemeen-Nederlands Verbond 1895-1995, 1995.
– A.D. Kylstra, Een rechtzetting: ‘Onze voorouders’ van Jan de Vries, een berucht geschrift ten onrechte verguisd: ‘Edda en Thora’ van K.H. Miskotte, een bewonderd boek ten onrechte geprezen, Groningen, 1998.
– A.D. Kylstra, Het naoorlogse beeld van de oudgermanist Jan de Vries, Groningen, 1999.
– W.Th.M. Frijhoff, Volkskunde en cultuurwetenschap: de ups en downs van een dialoog, in: Mededelingen van de Afdeling Letterkunde, dl. 60, 1997, nr. 3.
– A. Venema, Schrijvers, uitgevers en hun collaborateurs, 1988-1992, 4 dln.
– T. Dekker, Rehabilitatie. Een problematische poging tot rehabilitatie van Jan de Vries, in: Volkskundig bulletin, afl. 25-26, 1999-2000.
– A.D. Kylstra, De Leidse oudgermanist Jan de Vries in de ogen van de bezetter, Roden, 2001.
– T. Dekker, De Nederlandse volkskunde. De verwetenschappelijking van een emotionele belangstelling, Amsterdam, 2002.
– T. Dekker, Leiderschapsprincipe en wetenschap. De politieke idealen van Jan de Vries tijdens de Tweede Wereldoorlog, in: Tijdschrift voor sociale geschiedenis, dl. 29, 2003, afl. 2.
– B. Henkes, Uit liefde voor het volk. Volkskundigen op zoek naar de Nederlandse identiteit 1918-1948, Amsterdam, 2005.
– D-J. Schmidt, Jan de Vries. De radicalisering van een wetenschappelijke collaborateur, Universiteit Utrecht, masterscriptie, 2008.
Frank van Berne (2024), Frank van Berne (1998). De Vries, Jan. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2024. https://devb.be/id/per-004358.
Redactiegeschiedenis
Redactiegeschiedenis
1998: Frank van Berne (pdf)
2024: Frank van Berne