Doolaeghe, Maria
Maria Doolaeghe (1803-1884) was een Vlaamse dichteres, die er aanvankelijk orangistische sympathieën op na hield, maar zich na de definitieve afscheiding in 1839 aansloot bij de Belgischgezinde Vlaamse beweging.
Janneke Weijermars (2025), Linda Fonteyne (1998). Doolaeghe, Maria. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2025. https://devb.be/id/per-005384.
Maria Doolaeghe genoot een beperkte scholing door het vroegtijdige overlijden van haar vader. Na zijn dood in 1818 was zij genoodzaakt te helpen in het huishouden en in het familiebedrijf, een handel in aardewerk. Als dichteres was ze daarom grotendeels autodidact. In 1834 opende Doolaeghe samen met haar zus een kruidenierswinkel, die ze ook na haar huwelijk met de Kortrijkse arts Bruno van Ackere in 1836 voortzette. Vanaf haar moederschap – ze kreeg twee dochters en een zoon – ging tijdgebrek een grote rol spelen bij het ontplooien van haar literaire activiteiten, maar ze bleef desondanks schrijven en publiceren.
Orangiste en dichteres
Vanaf de jaren 1820 nam Doolaeghe veelvuldig deel aan prijskampen (dichtwedstrijden) van de rederijkerskamers
Rederijkerskamers De rederijkerskamers waren genootschappen die zich sinds de 15e eeuw toelegden op toneel en dichtkunst in de volkstaal. In de 18e en 19e eeuw speelden ze ook een belangrijke rol in de ver... Lees meer . In 1826 en 1828 won ze de prijskampen in Ieper, maar omdat ongetrouwde vrouwen niet in het openbaar mochten optreden, kon ze die prijzen niet in ontvangst nemen en gingen deze volgens de reglementen naar de tweede gerangschikte. David de Simpel De Simpel, David David de Simpel (1778-1851) was een dichter en toneelschrijver die de interesse voor het Nederlands wilde aanwakkeren. Lees meer , die als tweede geplaatste dus in 1826 de eerste prijs ontving, zou de medaille later alsnog aan Doolaeghe overdragen.
In 1834 verwierf Doolaeghe bekendheid en roem met haar gedicht ‘Aen de Belgische dichters’, gepubliceerd in het nieuwe tijdschrift Nederduitsche Letteroefeningen Nederduitsche Letteroefeningen Nederduitsche Letteroefeningen was het eerste Nederlandstalige literaire tijdschrift dat na de Belgische omwenteling verscheen. Lees meer . Hierin riep ze haar Belgische collega-schrijvers op het werk voort te zetten dat ze vóór de Belgische Revolutie
Belgische Revolutie De Belgische Revolutie is de naam van de opstand van 1830-1831 in de zuidelijke provincies van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden van koning Willem I. De opstand leidde tot de splits... Lees meer waren aangevangen. In die periode was de Vlaamse literatuur
Literatuur De literatuur heeft een cruciale rol gespeeld in het ontstaan van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd en ook in de daaropvolgende fasen van de Vlaamse natiewording zijn schrijvers vaak richting... Lees meer onder invloed en aanmoediging van het Hollandse regime aan een inhaalslag begonnen en waren er genootschappen en tijdschriften opgericht waarin Zuid-Nederlandse schrijvers zich konden manifesteren. Nu het stof van de omwenteling was neergedaald, moesten de Belgische dichters volgens Doolaeghe die draad weer oppakken. Ondanks de scheiding van Nederland Nederland Nederland is met Vlaanderen verbonden door de economische infrastructuur, de taal en de geschiedenis. Vanaf eind 18de eeuw kreeg die verbondenheid in taal en cultuur op uiteenlopende mani... Lees meer en België
België Geen Vlaamse beweging zonder België. Het is ook onmogelijk om België te begrijpen zonder de geschiedenis van de Vlaamse beweging erbij te betrekken. Tussen het ontstaan van een culturele ... Lees meer vond Doolaeghe dat dit in samenwerking met het Noorden moest gebeuren, want dichters uit Noord en Zuid waren nog steeds ‘als kinderen van één vaderland’. Doolaeghe noemde zichzelf ‘een hardnekkige orangiste Orangisme Het orangisme is de verzamelterm voor het verzet tegen de Belgische afsplitsing van het Koninkrijk der Nederland onder leiding van Willem I van Oranje. Lees meer ’ en bleef gedurende haar hele leven voorstander van een culturele samenwerking met het Noorden.
Netwerk en mannelijke promotoren
Voor vrouwen was het in de 19de eeuw nauwelijks mogelijk zich zelfstandig in het literaire circuit te bewegen. Daarom had Doolaeghe gedurende haar hele schrijversleven mannelijke schrijvers nodig om voor haar te bemiddelen. In de eerste jaren van haar schrijverschap speelden de dichters David de Simpel en Lodewijk van Roo hierin een belangrijke rol. Ze functioneerden als mentor en gaven haar toegang tot hun bibliotheek. Daarna volgde ook Frans Rens
Rens, Frans De verdienste van de letterkundige Frans Rens (1805-1874) lag niet zozeer in zijn eigen poëtische werk, maar wel in zijn inzet voor verschillende Vlaamsgezinde verenigingen en tijdschrift... Lees meer , die veel van haar gedichten publiceerde in zijn Nederduitsch Letterkundig Jaerboekje Nederduitsch Letterkundig Jaerboekje Het Nederduitsch Letterkundig Jaarboekje was een gewaardeerd anthologietijdschrift gericht op een breed publiek dat tussen 1834 en 1875 in Gent verscheen. Het bracht jaarlijks een goed ov... Lees meer (1834-1875). Veruit de belangrijkste bemiddelaar van Doolaeghe was Prudens van Duyse
Van Duyse, Prudens Lees meer . Doolaeghe leerde hem in 1826 kennen en tussen de twee ontstond een levenslange en hechte vriendschap die door sommigen zelfs is gekarakteriseerd als een platonische liefdesrelatie. De twee zwaaiden elkaar doorlopend lof toe in hun correspondentie, hun gedichten en voorredes van dichtbundels. Prudens van Duyse had verschillende bijnamen voor haar, zoals ‘Sappho van Vlaenderen’, de ‘Dubitade’, ‘mijn Kunstvriendinne’, de ‘Vlaamsche Moens’ (naar de Hollandse dichter Petronella Moens), ‘Jfv. D’, of simpelweg ‘de dichteresse’. Met Doolaeghes bijnaam ‘de Vlaamse Dubitade’ verwees Van Duyse naar een pottenbakkersdochter uit Sicione die de eerste tekening uit de geschiedenis zou hebben gemaakt. Doolaeghe was ook de dochter van een pottenbakker. Na het overlijden van Prudens van Duyse nam Jan Wap
Wap, Jan De Rotterdammer Jan Wap (1806-1866) heeft grote betekenis gehad voor de ontwikkeling van de Vlaamse letterkunde binnen het koninkrijk van Willem I. Lees meer de rol van bemiddelaar op zich en publiceerde in de jaren 1876-1878 in Leiden haar verzamelde werken in drie delen.
Thematiek
Maria Doolaeghe schreef poëzie met vaderlandse, huiselijke en didactische thematiek, aangevuld met gelegenheidsverzen over bijvoorbeeld de opening van een nieuwe spoorbaan in West-Vlaanderen (1858). In haar gedichten geeft ze blijk van haar liberale overtuiging en haar geloof in economische vooruitgang, rechtvaardigheid en het recht op culturele ontplooiing en op onderwijs Onderwijs Lees meer , ook voor vrouwen, zoals in haar ‘Verdediging aan Lebrun’(1834). Haar huiselijke poëzie laat niet alleen vrolijke momenten van het gezinsleven zien, maar bijvoorbeeld ook het verdriet om jonggestorven kinderen – een actueel onderwerp in de 19de eeuw. Haar bundel Madelieven (1840) was de eerste bundel van een Nederlandstalige schrijfster na 1830, met haar tweede bundel De avondlamp (1850) vestigde Doolaeghe voorgoed haar literaire reputatie. Daarnaast bleef ze in tijdschriften publiceren, waaronder De Eendracht De Eendracht De Eendracht was een activistisch weekblad dat van september 1916 tot oktober 1918 werd uitgegeven door een redactie die banden had met het Katholieke Oud-Hoogstudentenverbond en de Bond ... Lees meer , De Vlaamsche Kunstbode
De Vlaamsche Kunstbode De Vlaamsche Kunstbode was een algemeen cultureel tijdschrift dat in Antwerpen verscheen tussen 1870 en 1913. Onder hoofdredacteur August Jozef Cosyn verdedigde het de volksverbondenheid ... Lees meer en De Vlaamsche School
De Vlaamsche School De Vlaamsche School was een aanvankelijk halfmaandelijks, later maandelijks tijdschrift, uitgegeven te Antwerpen van 1855 tot 1901 (van 1855 tot 1864: De Vlaemsche School; vanaf 1897: De ... Lees meer . Haar bundels werden niet alleen bejubeld in de literaire kritiek, haar populariteit blijkt ook uit de vele muziek Muziek Lees meer bewerkingen van haar gedichten door onder anderen Peter Benoit
Benoit, Peter Peter Benoit (1834-1901) was een Vlaamsgezinde componist en muziekpedagoog. Lees meer , en de vertalingen van haar werk in het Frans, Duits en Engels. In 1881 ontving ze als eerste schrijfster het erekruis in de Leopoldsorde.
Werken
– Madelieven, Diksmuide, 1840
– De avondlamp, Gent, 1850.
– Vereenigde dichtwerken, Den Haag, 1878, 3 dln.
Literatuur
– P. Couttenier, ‘Maria-Francisca Doolaeghe: de Belgische Sappho: (Diksmuide, 25 oktober 1803 - 7 april 1884)’, in: Riet Schenkeveld-van der Dussen e.a. (red.), Met en zonder lauwerkrans: schrijvende vrouwen uit de vroegmoderne tijd 1550-1850: van Anna Bijns tot Elise van Calcar: teksten met inleiding en commentaar, 1997, pp. 835-846.
– J. Weijermars, Stiefbroeders. Zuid-Nederlandse letteren en natievorming onder Willem I, 1814-1834, Hilversum, 2012.
– W. van den Berg en P. Couttenier, Alles is taal geworden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1800-1900, Amsterdam, 2016 (2de druk).
– A. Wymenga, ‘Blaak op, mijn lampjen’. De correspondentie tussen Prudens van Duyse en Maria Doolaeghe in het licht van hun relatie, Rijksuniversiteit Groningen, ongepubliceerde masterproef, 2017.
– J. Weijermars, ‘Boven lof en blaem verheven’: Prudens van Duyse als bemiddelaar van Maria Doolaeghe, in: L. Duyvendak, J. Oosterholt (red.), Uit de marge: Kanttekeningen bij de cultuurhistorische canon, 2018, pp. 225-231.
Janneke Weijermars (2025), Linda Fonteyne (1998). Doolaeghe, Maria. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2025. https://devb.be/id/per-005384.