‘Everyday nationalism’ (alledaags nationalisme) verwijst naar de praktijken waarmee gewone mensen in de uiteenlopende contexten van hun dagelijkse leven het nationalisme en de natie (al dan niet) beleven en in de praktijk brengen.

Alternatieve term
Alledaags nationalisme
Suggestie
Citeren
Leestijd: 4 minuten

Het onderzoek naar everyday nationalism / alledaags nationalisme is een toepassing van de history from below (geschiedenis van onderuit/onderop) op het domein van naties en nationalisme. Deze benadering gaat terug tot de jaren 1950, toen Britse marxistische historici zoals Edward P. Thompson zich begonnen te verdiepen in de ervaringen van gewone mensen op de werkvloer, in het gezin en in de volksbuurt.

In het historische onderzoek naar naties en nationalisme, duurde het lang voordat er aandacht kwam voor de ervaringen van gewone mensen. In de jaren 1970 en 1980 ontbrak het perspectief van onderuit vrijwel volledig. Gewone mensen hebben minder bronnen nagelaten dan de hogere sociale klassen, maar, wat nog belangrijker is, zij zijn het slachtoffer geworden van een wetenschappelijke bias. Het klassieke constructivistische paradigma in het onderzoek naar nationalisme, zoals ontwikkeld door Ernest Gellner, Eugen Weber en Benedict Anderson, ziet natievorming Natievorming Natievorming Dit artikel over natievorming focust op de verbeelding en vorming van België en Vlaanderen als nationale gemeenschappen. Daarbij wordt gekeken naar de politiek van natievorming vanwege de... Lees meer als het logische resultaat van een onontkoombaar moderniseringsproces. In het algemeen legt dat paradigma een te sterke nadruk op de homogeniserende impact van industrialiserings-, bureaucratiserings- en staatsvormingsprocessen. Vandaar het belang dat deze studies hechten aan getuigenissen over de massa en aan kwantitatieve gegevens, bijvoorbeeld over economische integratie, transport- en communicatiemiddelen, alfabetisering, conscriptie, talentellingen, enz. Het klassieke voorbeeld is Eugen Webers Peasants into Frenchmen (1977).

In de jaren 1990 kwam deze monolithische en lineaire voorstelling van natievorming onder druk te staan. Het besef groeide dat nationale identiteit weliswaar een constructie is, maar zeker geen arbitraire uitvinding ex nihilo. Er zijn structurele historische, politieke en sociale grenzen aan een willekeurige constructie door manipulatieve elites. Hoeveel middelen en energie er ook geïnvesteerd worden, niet alle invented traditions zijn even succesvol.

In de 21ste eeuw heeft het onderzoek een nieuwe impuls gekregen binnen het veld van het alledaagse nationalisme. De aanzet was het artikel ‘Everyday nationhood’ van Fox en Miller-Idriss uit 2008, dat aandacht vroeg voor de praktijken waarmee gewone mensen in de uiteenlopende contexten van hun dagelijkse leven het nationalisme en de natie (al dan niet) beleven en in de praktijk brengen. Dit type onderzoek bestudeert niet alleen de nationalistische boodschappen die overheden en belangengroepen aan het brede publiek richtten (wat neerkomt op de studie van het banale nationalisme), maar het reconstrueert ook op microniveau de alledaagse omgeving waarin mensen leefden om zo de impact van die boodschappen te kunnen inschatten. De meerderheid van het internationale onderzoek is nog altijd van sociaalwetenschappelijke aard en focust op de actualiteit.

In België staat de historische studie van alledaags nationalisme pas sinds 2005 nadrukkelijker op de agenda. Er is onder meer onderzoek verricht naar vooroordelen tegenover Vlaamse migranten in het 19de-eeuwse Wallonië; de houding van Belgische frontsoldaten tegenover de oorlogsinspanning in 1914-18; de wederzijdse constructie van mannelijkheid en nationale identiteit bij rekruten en leerlingen in het 19de-eeuwse België; alledaags nationalisme bij 18de-eeuwse boeren en socialistische arbeiders voor de Eerste Wereldoorlog. Wat tot nu toe onderbestudeerd is gebleven is het alledaagse nationalisme binnen de Vlaamse beweging strictu senso.

Literatuur

— E. Hobsbawm, History from below. Some reflections, in: F. Krantz (red.), History from below: studies in popular protest and popular ideology in honour of George Rudé, Montréal, 1985, pp. 63-73.
— J. Sharpe, History from below, in: P. Burke (red.), New perspectives on historical writing, Cambridge, 2001, pp. 25-42.
— B. Benvindo, Des hommes en guerre. Les soldats belges entre ténacité et désillusion 1914 – 1918, Bruxelles, 2005.
— S. Dubois L'invention de la Belgique. Genèse d'un État-Nation, Bruxelles, 2005.
— R. Brubaker, M. Feischmidt, J. Fox & L. Grancea, Nationalist politics and everyday ethnicity in a Transylvanian town, Princeton, 2006.
— Y. Quairiaux, L'image du Flamand en Wallonie (1830-1914). Essai d'analyse sociale et politique, Bruxelles, 2006.
— J. E. Fox & C. Miller-Idriss, Everyday nationhood, in: Ethnicities, jg. 8, 2008, nr. 4, pp. 536-563.
— M. Skey, National belonging and everyday life: the significance of nationhood in an uncertain world, Basingstoke, 2011.
— M. van Ginderachter & M. Beyen (red.), Nationhood from below. Europe in the long nineteenth century, Basingstoke, 2012.
— J. Hoegaerts, Masculinity and nationhood, 1830-1910: constructions of identity and citizenship in Belgium, Basingstoke, 2014.
— E. Knott, Everyday nationalism, 2016, op: https://stateofnationalism.eu/article/everyday-nationalism/
— J. Fox & M. van Ginderachter, eds. Everyday nationalism’s evidence problem, themed section of Nations and Nationalism, vol. 24, issue 3, Cambridge, 2018.
— M. van Ginderachter, The everyday nationalism of workers. A social history of modern Belgium, Stanford, 2019.

Suggestie
Citeren

2023: Maarten Van Ginderachter

Inhoudstafel