August Gittée (1858-1909) was een Belgisch volkskundige, filoloog en dialectoloog, die als medeoprichter en redactielid van het tijdschrift Volkskunde een belangrijke bijdrage leverde aan de verwetenschappelijking van de studie van de volkscultuur in Vlaanderen.

Geboorte
Gent, 5 januari 1858
Overlijden
Watermaal-Bosvoorde, 5 mei 1909
Suggestie
Citeren
Leestijd: 4 minuten

August Gittée was een Belgisch volkskundige, filoloog en dialectoloog. Hij volgde secundair onderwijs aan het atheneum van Gent en studeerde vervolgens Germaanse filologie aan de Luikse École normale des humanités. Zijn vorming in zowel Vlaanderen als Wallonië verklaart deels zijn latere activiteiten in beide landsdelen en zijn beheersing van zowel het Nederlands als het Frans. In de loop van zijn carrière was hij als leraar actief in Hasselt, Ath, Aalst, Charleroi, Luik en Verviers. Een aanstelling aan het Koninklijk Atheneum van Antwerpen kwam er nooit; mogelijk speelde de gespannen verhouding met de daar werkzame leraar Pol de Mont De Mont, Pol De Mont, Pol Pol de Mont (1857-1931) was een dichter, essayist, folklorist, journalist, kunstcriticus en redenaar. In al zijn activiteiten gaf hij de Vlaamse strijd absolute prioriteit. Decennialang w... Lees meer hierin een rol.

Gittées betekenis voor de Vlaamse beweging ligt vooral in zijn kortstondige maar principiële inzet voor het tijdschrift Volkskunde, dat hij in 1888 samen met De Mont oprichtte. Beide initiatiefnemers deelden een grote waardering voor de volkscultuur Volkscultuur Lees meer en streefden naar een ernstige benadering van dit onderzoeksveld. Gittée positioneerde zich daarbij als een methodisch en theoretisch onderbouwd onderzoeker, goed geïnformeerd over de stand van zaken in de buitenlandse volkskundige literatuur. Hij betreurde dat Vlaanderen op dat vlak aanzienlijk achterop liep. Als programmaschrijver van het nieuwe tijdschrift introduceerde hij een expliciet wetenschappelijke benadering, waarmee hij zich onderscheidde van de eerder romantisch georiënteerde volkskundigen zoals De Mont. In tegenstelling tot zijn tijdgenoten beschouwde hij het verzamelen van mondelinge en materiële cultuur niet als een doel op zich, maar als een middel tot systematische kennisverwerving.

In zijn kritieken benadrukte Gittée het ontbreken van kennis van de eigen volksaard en stelde hij dat de achterstand mede te wijten was aan de onverschilligheid van academici en intellectuelen voor het leven van de volksklasse. Vanuit een vrijzinnig perspectief betreurde hij het gemis aan een breed gedragen nationaal bewustzijn. De Belgische onafhankelijkheid beschouwde hij als een historische vergissing; hij sprak in dat verband van ‘la stupidité de 1830’. Volgens Gittée hadden de Vlamingen, op basis van taal en religie, een foute keuze gemaakt, terwijl Nederland Nederland Nederland is met Vlaanderen verbonden door de economische infrastructuur, de taal en de geschiedenis. Vanaf eind 18de eeuw kreeg die verbondenheid in taal en cultuur op uiteenlopende mani... Lees meer er beter in was geslaagd zijn culturele eigenheid te behouden. Tegen die achtergrond pleitte hij voor de oprichting van een netwerk van onderzoekers dat, over de taalgrens Taalgrens Taalgrens Het begrip ‘taalgrens’ verwijst in het algemeen naar een grens die twee bevolkingsgroepen die een verschillende taal spreken van elkaar scheidt en in het bijzonder naar de grens tussen he... Lees meer heen, tot een diepere kennis van het verleden moest leiden.

In zijn reisverslagen toonde Gittée zich bovendien een vroege vertegenwoordiger van de toeristische journalistiek, waarbij hij systematische observatie combineerde met culturele interpretatie. Zijn reflecties maken hem tot een van de eersten in België die volkskunde benaderden als een empirisch-wetenschappelijke discipline. Hij keerde zich uitdrukkelijk tegen het louter romantische en regionaal geïnspireerde perspectief dat de 19de-eeuwse volkskunde doorgaans kenmerkte.

Een conflict met uitgever Adolphe Hoste over honoraria, in combinatie met onenigheid met mederedacteur De Mont, leidde in 1894 tot zijn definitieve uittreding uit de redactie van Volkskunde. Nadien publiceerde hij hoofdzakelijk in het Frans. Hoewel hij zich niet langer met het tijdschrift associeerde, kan Gittée toch worden beschouwd als een intellectuele voorloper van Alfons de Cock De Cock, Alfons De Cock, Alfons Alfons de Cock (1850-1921) was een Denderleeuwse onderwijzer, schrijver en folklorist. Hij was een van de grondleggers van de wetenschappelijke volkskunde in Vlaanderen en nauw betrokken ... Lees meer , die de Vlaamse volkskunde verder professionaliseerde en voorbereidde op een 20ste-eeuwse, meer systematische benadering. Gittées verhuizing naar Wallonië droeg ertoe bij dat hij een relatief marginale plaats kreeg in het Vlaamse collectieve geheugen, ondanks zijn fundamentele bijdrage aan de vernieuwing van de discipline.

Werken

— Le Folklore et Son Utilité Générale, in Revue de Belgique, 1886, pp. 225-257.
— Ons Programma, in: Volkskunde, 1888, nr. 1.
— Vraagboek tot het zamelen van Vlaamsche folklore of volkskunde, Gent, 1888.
— L’étude du folklore en Flandre, in Revue de Belgique, 1890, pp. 63-81.
— Over den uitwendigen vorm der folkloristische stof, in: Dietsche Warande, 1890, nrs. 2-3, 1891, nr. 4.
— Eenige dagen in ons bergland, Gent, 1892.
— Bij onze noorderburen. Reisindrukken uit Holland, Gent, 1893.
— Lectures néerlandaises graduées à l'usage des Wallons avec l'indication de l'accent tonique et des principales difficultés de la prononciation, 1894.
— Premières leçons de néerlandais parlé à l'usage des Wallons, 1896.
— Curiosités de la vie enfantine: études de folklore, 1899.
— Manuel d'élocution néerlandaise. Anecdotes faciles avec questions et vocabulaire à l'usage des Wallons qui veulent apprendre à parler le Néerlandais, 1902.

Literatuur

— K.C. Peeters, Vijftig jaargangen “Volkskunde” (1888-1949), in: Volkskunde, jg. 50 (1949), pp. 1-11.
— M. de Meijer, Een woordje over de folkloristische bedrijvigheid van Pol de Mont, August Gittée en Alfons De Cock voor het verschijnen van "Volkskunde"', in: Volkskunde, jg. 50, 1949, pp. 17-21.
— G. Schmook, De driehoeksverhouding Pol De Mont-August Gittée-Alfons De Cock, 1950.
— D. Vonderlynck, August Gittée als volkskundige, RUG, onuitgegeven masterscriptie, 1959.
— Peeters-Verbruggen, Nederlandse Volkskundige Bibliografie, 1964-1965, dln. 1-2.
— G. Vanwaeyenbergh, Studie en analyse van de correspondentie van A. de Cock en A. Gittée zoals bewaard in het A.M.V.C., KUL, onuitgegeven masterscriptie, 1980.
— J. Theuwissen, Volkskunde 100 jaar, in: Volkskunde, jg. 89, 1988, nr. 4, pp. 258-265.
— M. van den Berg, “Onze broerkens”. Andere volkskundige tijdschriften en verenigingen in Vlaanderen omstreeks 1888, in: Volkskunde, jg. 89, 1988, nr. 4, pp. 266-275.
— S. Top, De internationale context van Volkskunde anno 1888, in: Volkskunde, jg. 89, 1988, nr. 4, pp. 276-284.
— S. Top, Ruim een eeuw, in: Volkskunde (1888-2011), in: Volkskunde, jg. 113, 2012, nr. 1, pp. 5-12.
— S. Top, Van ‘folklore’ naar materieel en immaterieel erfgoed. Ruim anderhalve eeuw cultuurgeschiedenis, in: Volkskunde, jg. 120, 2019, nr. 1, pp. 32-34.

Suggestie
Citeren

1973: Pieter J. Meertens (pdf)

1998: Stefaan Top (pdf)

2025: Paul Catteeuw

Databanken

Inhoudstafel