Grypdonck, Marcel
De Vlaamsgezinde filoloog en pedagoog Marcel Grypdonck (1909-1996) was atheneumleraar (1936-1937), assistent (1938-1940), tijdelijk plaatsvervangend docent (1940-1944) en assistent (1944-1947) aan de Gentse Rijksuniversiteit. Later werd hij inspecteur en inspecteur-generaal voor culturele en sociale aangelegenheden van de provincie Oost-Vlaanderen (1947-1974) en adjunct-kabinetschef van cultuurminister Renaat van Elslande (1965-1973).
Gustaaf Janssens (2026). Grypdonck, Marcel. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2026. https://devb.be/id/per-016115.
Na het behalen van de diploma’s van doctor in de klassieke filologie, licentiaat in de wijsbegeerte en doctor in de pedagogie aan de Rijksuniversiteit Gent (RUG) en studieverblijven in Duitsland (München en Heidelberg) en in Nederland (Leiden), was Grypdonck aanvankelijk leraar in het middelbaar onderwijs (Koninklijk Atheneum Kortrijk, 1936-1937). In 1938 werd hij gedetacheerd naar de RUG als assistent.
Tweede Wereldoorlog en nasleep
Toen professor Herman J. de Vleeschauwer
De Vleeschauwer, Herman Herman de Vleeschauwer (1899-1986) was filosoof, hoogleraar en bibliothecaris. Hij collaboreerde tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Vlaamsch Nationaal Verbond en week na de bevrijding ... Lees meer , die als hoogleraar aan verscheidene Gentse faculteiten verbonden was, in november 1940 tot directeur-generaal van het hoger onderwijs werd benoemd, werd Grypdonck in december 1940 aangesteld tot tijdelijk ‘docent eerste categorie’ en verving hij De Vleeschauwer voor diens pedagogische en filosofische vakken. Studenten bewonderden ‘Grypdoncks intellectuele superioriteit; anderen vonden hem veeleisend, kwetsend en arrogant’ (K. de Clerck). Na de bevrijding werd De Vleeschauwer wegens zijn politieke activiteit tijdens de oorlog en zijn lidmaatschap van het Vlaamsch Nationaal Verbond
Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) Het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) (1933-1945) was een rechts-radicale Vlaams-nationalistische partij die tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde met de Duitse nationaalsocialistis... Lees meer (VNV) door de universiteit ontslagen en door het Belgische gerecht vervolgd en veroordeeld. Zoals voor alle leden van het academisch en wetenschappelijk personeel van de universiteit het geval was, werd het gedrag van Grypdonck tijdens de oorlog door een daartoe aangestelde universitaire commissie onderzocht. Die stelde vast dat ‘op de houding van de heer prof. Grypdonck op vaderlands gebied, gedurende de bezetting, niets aan te merken [is]’. Daarop besliste de universiteit op 14 november 1944 dat Grypdonck zijn functie als assistent kon blijven uitoefenen.
Toen de Raad van het Instituut voor Opvoedkunde op 9 oktober 1945 over de opvolging van Herman de Vleeschauwer moest beslissen, luidde de conclusie: ‘dat alleen de heren Grypdonck en Plancke in aanmerking komen voor een aanstelling’. De Faculteit Letteren en Wijsbegeerte was van oordeel ‘dat alleen Grypdonck aan alle vereisten voldeed’ en rangschikte hem als eerste, vóór de andere kandidaten Schoups en Robert Plancke. Tot ontgoocheling van Grypdonck benoemde onderwijsminister Auguste Buisseret daarop echter Plancke tot docent met ingang van 1946.
Omdat de tweede termijn van drie jaar van de detachering uit het rijksonderwijs niet helemaal was afgelopen, kon Grypdonck nog gedurende één jaar aan de universiteit blijven. In 1946-1947 studeerde hij rechten en werd hij door professor Frans Fransen als assistent aanvaard. Op het einde van dat academiejaar verliet hij noodgedwongen de universiteit.
Naoorlogse carrière
Op 1 november 1947 werd Grypdonck inspecteur voor culturele en sociale aangelegenheden van de provincie Oost-Vlaanderen. Bevorderd tot adviseur in 1950, was hij inspecteur-generaal van 1958 tot zijn pensionering in 1974. Van 1968 tot 1974 was hij in die functie ook belast met de leiding van het Provinciaal Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken.
Als hoofd van de cultuurdienst van de provincie Oost-Vlaanderen organiseerde Grypdonck vanaf 1947 verscheidene provinciale cultuurdagen, knoopte hij culturele contacten aan met de Nederlandse provincie Zeeuws-Vlaanderen en was hij redacteur van het Kultureel Jaarboek voor de Provincie Oostvlaanderen (1947-1974). Die jaarboeken zijn een unieke bron voor de kennis en de studie van de culturele activiteit in Oost-Vlaanderen
Oost-Vlaanderen Dit artikel onderzoekt de vraag of en in welke mate de Vlaamse beweging in Oost-Vlaanderen een specifieke identiteit vertoonde. Lees meer . Grypdonck was met zijn dienst ook bevoegd voor de werking van de provinciale preventieve dienst tot opsporing van ziekten (onder andere TBC en tandbederf) onder de schoolgaande jeugd. Daartoe richtte hij, in samenwerking met de Gentse kindergeneesheer professor dr. Carlos Hooft, een ambulante gezondheidsdienst op. Als inspecteur-generaal voor culturele aangelegenheden was hij van 1968 tot 1974 belast met de leiding van het Provinciaal Instituut van Vertalers en Tolken.
Met Raf van den Abeele stichtte Grypdonck in 1964 het Provinciaal Verbond van Heemkundige Kringen van Oost-Vlaanderen. Daarnaast was hij voorzitter van de Nationale Kommissie tot bevordering van de Muziekcultuur in Vlaanderen, had hij contact met literatoren en kunstenaars en was hij voorzitter of lid van commissies en jury’s voor het toekennen van prijzen waarmee de provincie Oost-Vlaanderen verdienstelijke kunstenaars, wetenschappers en verenigingen wenste te huldigen en aan te moedigen.
Grypdoncks Vlaamsgezindheid uitte zich hoofdzakelijk op het culturele vlak. In de diverse functies die hij uitoefende, toonde hij zich een voorvechter van een volledige Vlaamse culturele autonomie Culturele autonomie Lees meer . Van september 1960 tot mei 1965 was hij adjunct-kabinetschef van minister van cultuur Renaat van Elslande Van Elslande, Renaat Renaat van Elslande (1916-2000) was een redacteur en katholiek politicus. Hij zetelde 32 jaar in de Kamer en vervulde meerdere ministerfuncties. Lees meer en van juli 1965 tot mei 1973 was hij lid van de Raad van Bestuur van de Belgische Radio en Televisieomroep (BRT) (zie Televisie
Televisie Als geen ander massamedium heeft de televisie bijgedragen aan de vorming van de Vlaamse ‘verbeelde gemeenschap’. Terwijl de staatshervormingen zich voltrokken, werd de Vlaamse natie dagel... Lees meer ). Hij was ook lid van de Raad van Bestuur van de Stichting Lodewijk de Raet
Stichting Lodewijk De Raet De Stichting Lodewijk de Raet is een vormingsinstelling die in 1952 werd opgericht vanuit een Vlaamse, democratische, emancipatorische en pluralistische maatschappijopvatting en die – zij... Lees meer en van de Stichting Mevrouw Jules Dhondt-Dhaenens.
Aanvankelijk legde Grypdonck zich toe op de studie van pedagogische teksten uit de 16de-eeuwse Nederlanden. Als hoofd van de cultuurdienst van de Provincie Oost-Vlaanderen publiceerde hij over diverse aspecten van het culturele leven. Na zijn pensionering nam hij nog de eindredactie op zich van de nieuwe editie van de Gulden Spiegel van Oost-Vlaanderen (1983).
Werken
— Diverse artikelen in Vlaamsch Opvoedkundig Tijdschrift (1936-1942), De Gulden Passer (1942-1943), Wetenschappelijke Tijdingen (1942-1978), Volksopvoeding (1952-1953) en in het Kultureel Jaarboek voor de provincie Oostvlaanderen (1947-1973).
— Nederlandsche taalfierheid, taalkennis en kultuurstand in de XVIe eeuw. Simon Stevin’s Uytspraeck van de weerdicheyt der Duytsche tael, 1938.
— Pieter van der Meer de Walcheren, de moderne apostel, in: Pieter van der Meer de Walcheren en Vlaanderen, 1950, pp. 134-143.
— Het cultureel probleem in Vlaanderen, in: De Standaard, 11 juli 1955.
— De Kultuurzorg van de Vlaamse provincies, 1958.
— Tornooien en volksopvoeding, in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oostvlaanderen 1955, I, 1960, pp. 1-22.
— In memorian Jan Grauls, in: Wetenschappelijke Tijdingen, jg. 19, 1960, nr. 3, pp. 106-108 (met J. Goossenaerts).— Toeristisch Vlaanderen, 1958.
— Gulden Spiegel van Oost-Vlaanderen, 1959; 1966 – 2de uitg.
— Were Di: 1953-1968: een vereniging van kunstenaars met levenskracht en toekomst, 1969.
— Het verband Kultuur-Ekonomie gezien in het perspektief van de I.J.V., z.d. en 1967.
— In memoriam prof. dr. L. Elaut, in: Wetenschappelijke Tijdingen, jg. 37, 1978, nr. 2, pp. 71-84.
— Levensspiegel van Oostvlaanderen, 1966; 1966²; 1971³ (eindredactie).
— Getuigenissen sprekend over professor emeritus Frans Fransen, 1970.
— Professor dr. Carlos Hooft 1910-1980. Levensschets, getuigenissen, uitstralingen, 1981.
— Gulden Spiegel van Oost-Vlaanderen, 1983.
Literatuur
— B., De Hr. Grijpdonck sprak over Oost-Vlaanderen, in: Het Handelsblad, 23 januari 1958.
— Grypdonck, Marcel R.H.M., in: Who is who in Belgium and Grand Duchy of Luxembourg, 1962, p. 477.
— Grypdonck volgt in BRT Hulpiau op, in: Het Handelsblad, 30 juli 1965.
— G. Schmook, Stap voor stap langs kronkelwegen. Gedenkschriften, 1976.
— B. Carnewal, Collaboratie van professoren en assistenten aan de Rijksuniversiteit Gent tijdens de Tweede Wereldoorlog, Universiteit Gent, Geschiedenis, 1992.
— In Memoriam Marcel Grypdonck, in: Cultureel Jaarboek 1996. Provincie Oost-Vlaanderen, 1998, p. 193.
— K. de Clerck, 75 Jaar Pedagogische Wetenschappen aan de Gentse universiteit, 2002.
— T. Valcke (red.), De fonteinen van de Oranjeberg. Politiek-institutionele geschiedenis van de provincie Oost-Vlaanderen van 1830 tot nu, 2003, vol. IV.
Gustaaf Janssens (2026). Grypdonck, Marcel. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2026. https://devb.be/id/per-016115.
Redactiegeschiedenis
Redactiegeschiedenis
1998: Nico Wouters
2026: Gustaaf Janssens