Katholieke Arbeiders Vrouwengilde (KAV)
De Kristelijke Arbeiders Vrouwenbeweging was een samenstellende tak van het Algemeen Christelijk Werk(nem)ersverbond (ACW), opgericht in 1920.
Oprichting
De Antwerpse Maria Baers en de Luikse Victoire Cappe richtten in 1920 het Nationaal Verbond van Christelijke Vrouwengilden op. Daarmee verlegden ze in de christelijke sociale vrouwenbeweging
Vrouwenbeweging Binnen de Vlaamse beweging bestond in het algemeen nauwelijks interesse voor vrouwenemancipatie. Toch was er sprake van kruisbestuiving met de vrouwenbeweging. Zo hanteerden vrouwenorgani... Lees meer de klemtoon van de syndicale werking ten bate van arbeidende vrouwen naar een op vorming afgestemde werking met arbeidersvrouwen.
De parochiale vrouwengilden gingen terug op een Antwerps model van vrouwenwerking. In 1906 werden de christelijke sociale vrouwenwerken in de Antwerpse parochie Sint-Eligius samengebracht in een nieuw geheel dat met de term vrouwengilde aangeduid werd. Dit model van vrouwengilde raakte vóór 1914 ruim verspreid in de Antwerpse provincie en daarbuiten. Het ging om een lokale koepelstructuur met een veelzijdige werking voor vrouwen. Het geloof in de actieve rol van Vlaamse vrouwen als overdraagsters van katholieke waarden was bepalend voor de opvoedende oriëntatie die aan de parochiale werking gegeven werd. De vele parochiale vrouwengilden die tijdens en vlak na de Eerste Wereldoorlog
Eerste Wereldoorlog De Vlaamse beweging is fundamenteel getekend door de Eerste Wereldoorlog. De oorlog maakte een verregaande democratisering onafwendbaar, met wezenlijke gevolgen voor het politieke draagv... Lees meer in heel het land waren opgericht, werden in 1920 samengevoegd in twee verbonden: een voor Vlaanderen en een voor Wallonië. Het Nationaal Verbond van Christelijke Vrouwengilden bestond dus van bij de aanvang, en in tegenstelling tot de andere takken van de christelijke arbeidersbeweging
Christelijke arbeidersbeweging In de christelijke arbeidersbeweging heeft steeds een uitgesproken belangstelling voor de Vlaamse kwestie bestaan. De groeiende invloed van deze beweging, in het kielzog van de democratis... Lees meer , uit twee autonome organisaties met een eigen voorzitster en een algemeen secretaresse.
Uitbouw
De diep verankerde overtuiging dat de Vlaamse christelijke arbeidersvrouwen een aparte stand met een eigen cultuur vormden bepaalde de ontwikkeling van de vrouwengildenbeweging. Helena de Coster nam tijdens de eerste twee decennia als algemeen secretaresse de leiding waar. Toch werd het principe van de standsorganisatie op het plaatselijke vlak niet al te rigoureus toegepast. Vrouwen van lagere bedienden, kleine zelfstandigen en landbouwers konden aansluiten. De lokale leiding werd in de eerste plaats gerekruteerd uit de middenklasse. Vrouwengilden en boerinnengilden vormden in Vlaanderen spoedig twee complementaire organisaties, waarbij de eerste zich meer op het stedelijke milieu entten en de tweede op het platteland.
De tijdschriften die vanuit het nationaal secretariaat werden verspreid, speelden een belangrijke rol voor het stroomlijnen van de beweging, met name het ledenblad Vrouwenbeweging, sedert 1968 Vrouw en Wereld, en het bestuursblad dat aanvankelijk De Vrouwengilde heette en later onder de titel Ontmoeting begon te verschijnen.
Van culturele naar economische emancipatie
De Kristelijke Arbeiders Vrouwengilden, vanaf de jaren 1930 bekend als KAV, hoedden zich voor een politieke stellingname in de Vlaamse kwesties. Het Vlaamse culturele element was evenwel nooit ver weg in de werking. Het trad op de voorgrond met de opvolging van algemeen secretaresse Helena de Coster door Philippine van de Putte Van de Putte, Philippine Philippine van de Putte (1903-1963) was regentes en een spilfiguur in het vormingswerk van Katholieke Arbeiders Vrouwengilde (KAV). Lees meer , vlak na de Tweede Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog De Tweede Wereldoorlog werd in Vlaanderen getekend door de onvoorwaardelijke collaboratie van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). De samenwerking met de bezetter en de bestraffing erva... Lees meer . De Waalse en de Vlaamse vleugel van de vrouwenorganisatie werkten voortaan alleen nog informeel samen. Aan Waalse zijde werd het missionaire en apostolische karakter in de werking sterk geaccentueerd. Aan Vlaamse zijde opteerde men voor de sociale en culturele ontwikkeling van de leden, als hefboom voor hun persoonlijke emancipatie, een keuze die de beweging in de jaren 1950 een spectaculaire aangroei tot om en bij de 260.000 leden opleverde.
Onder leiding van algemeen secretaresse Regina Cattrysse (1959-1964) verlegde KAV de focus naar de problematiek van de vrouwenarbeid. KAV ging met deze emanciperende focus, die in 1968 leidde tot de publicatie van de brochure De vrouw nu. Een nieuw statuut, de doorbraak van de tweede feministische golf in Vlaanderen vooraf. Ze vervulde daarmee een baanbrekende rol inzake het loskomen van het traditionele verschildenken over mannen en vrouwen (zie Gender
Gender Vrouwen en mannen kregen verschillende rollen binnen de Vlaamse beweging. De heersende verwachtingen spoorden echter niet altijd met de werkelijke genderverhoudingen en evolueerden boven... Lees meer ). Het moeizame proces om het nieuwe denken over de vrouw tot in de dagelijkse werking door te trekken duurde tot omstreeks 1975.
Recentere periode
De KAV kon decennialang haar positie van vaste waarde in het verenigingslandschap behouden. In de jaren 1980 bestreek haar agenda een breed gamma aan maatschappelijke thema’s, maar haar rol als belangenbehartiger van vrouwen werd veeleer diffuus. Op het einde van de jaren 1980 bereikte de organisatie een absoluut hoogtepunt met meer dan 325.000 leden. Het ledenaantal liep daarna gestadig terug, naar analogie met wat zich in andere Belgische vrouwenorganisaties voordeed. In de loop van de jaren 1990 kwam er opnieuw meer focus in de werking. Een imagocampagne en jarenlange herbronning leidden in 2012 tot de naamswijziging in Femma. De nieuwe naam moest duidelijk maken dat alle vrouwen welkom zijn, ongeacht religieuze overtuiging of herkomst. Femma profileert zich als een feministische organisatie die ijvert voor een rechtvaardige samenleving met een concreet actieprogramma voor haar werkterrein Vlaanderen en met een bredere blik gericht op de wereld.
Literatuur
– A. de Decker, Vormingswerk in vrouwenhanden. De voorgeschiedenis van de Kristelijke Arbeiders Vrouwenbeweging (1892-1924), 1986.
– R. Christens en A. de Decker, Vormingswerk in vrouwenhanden. Deel 2. De geschiedenis van de Kristelijke Arbeiders Vrouwenbeweging vóór de Tweede Wereldoorlog (1920- 1940), 1988.
– A. Osaer, A. de Decker, N. Ista en D. Keymolen, De christelijke arbeidersvrouwenbeweging, in: E. Gerard (red.), De christelijke arbeidersbeweging in België (KADOC-Studies, nr. 11, II, 1991), pp. 317-411.
– A. Coussement, S.M. Vercruysse, L. Janssens, De impact van Femma: maatschappelijke rol en betekenis van de christelijke arbeidersvrouwenbeweging in historisch perspectief (1920-2020), Leuven, 2021.
Ria Christens (2024), Ria Christens (1998). Katholieke Arbeiders Vrouwengilde (KAV). In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2024. https://devb.be/id/org-002488.