Van de Putte, Philippine
Philippine van de Putte (1903-1963) was regentes en een spilfiguur in het vormingswerk van Katholieke Arbeiders Vrouwengilde (KAV).
Ria Christens (2023), Ria Christens (1998). Van de Putte, Philippine. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2023. https://devb.be/id/per-016342.
Philippine van de Putte was regentes en werd in 1929 vrijgestelde propagandiste van de Katholieke Arbeiders Vrouwengilden Katholieke Arbeiders Vrouwengilde (KAV) De Kristelijke Arbeiders Vrouwenbeweging was een samenstellende tak van het Algemeen Christelijk Werk(nem)ersverbond (ACW), opgericht in 1920. Lees meer (KAV) in de gewestelijke verbonden Brugge en Roeselare. Van de Putte werkte vanaf 1936 voltijds op het nationaal secretariaat van de KAV en was van 1944 tot 1958 algemeen secretaresse van deze katholieke vrouwenorganisatie. Ze werd er de belangrijkste inspirator van een vormingswerk dat met succes de nieuwe generatie jonge gehuwde vrouwen aansprak. Door haar studies aan het Heilig Graf in Turnhout was Van de Putte rechtstreeks in aanraking gekomen met het Vlaamse culturele streven dat in de vroege katholieke vrouwenbeweging uitdrukkelijk emancipatorisch aanwezig was. Ze greep er automatisch naar terug bij de ontwikkeling van het vormingswerk en kreeg hierbij de steun van andere jonge vrijgestelden zoals de Lierse onderwijzeres Maria Nagels, die verantwoordelijke werd van de jonge vrouwenwerking in de KAV.
Van de Putte had begrepen dat de essentie van wat katholieke vrouwen in de voorbije generatie hadden opgebouwd veeleer in het pedagogische, culturele en het spirituele dan in het ideologische lag. Persoonsvorming en persoonlijke ontplooiing kregen, naast praktisch vorming in de rol als huisvrouw en moeder, een belangrijke plaats in het vormingswerk. Ze slaagde er als algemeen secretaresse in om de katholieke vrouwencultuur, die te veel een gesloten subcultuur dreigde te worden, opnieuw wat meer openheid en gerichtheid naar buiten te verlenen. Van de Putte participeerde zelf aan het vernieuwende intellectuele debat en werd medeoprichtster en redactielid van het tijdschrift De Maand (1958). Door haar rol als schakelfiguur haalde ze volgens schrijfster en journaliste Maria Rosseels ‘de Vlaamse vrouw uit haar geestelijk isolement’.
Werken
– De kulturele taken van de arbeidersvrouw, z.j.
– De zending van de vrouw in onzen tijd, in: Verhandelingen van het VIe Katholiek Congres van Mechelen, 1937, pp. 87-107, dl. 4.
– De vrouw en het opbouwen van een nieuwen kultuur, in: Streven, 1946, pp. 418-425.
– met J. Cardijn en M. Leys, De vrouw in de moderne wereld: acht vrouwen schrijven over De Vrouw, 1954.
Literatuur
– J. Grootaers, Philippine van de Putte of de moed der intelligentie, in: De Maand, jg. 6, 1963, pp. 152-157.
– R. Christens en A. de Decker, Vormingswerk in vrouwenhanden. Deel 2. De geschiedenis van de Kristelijke Arbeiders Vrouwenbeweging vóór de Tweede Wereldoorlog (1920- 1940), 1988.
– A. Osaer, A. de Decker, N. Ista en D. Keymolen, De christelijke arbeidersvrouwenbeweging, in: E. Gerard (red.), De christelijke arbeidersbeweging in België , 1991, pp. 317-411.
Ria Christens (2023), Ria Christens (1998). Van de Putte, Philippine. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2023. https://devb.be/id/per-016342.