Studiecentrum tot Hervorming van de Staat
Het Studiecentrum tot Hervorming van de Staat (1936-1939, 1940) was een denktank, geleid door Maurice Lippens. Het beoogde een politieke reorganisatie van het Belgische parlementair bestel in antidemocratische zin en voorzag een autoritaire rol voor de koning ten koste van het parlement.
Het Studiecentrum tot Hervorming van de Staat werd opgericht op initiatief van de regering- Van Zeeland
Van Zeeland, Paul Toen hoogleraar en bankier Paul van Zeeland (1893-1973) tussen 1935 en 1937 aan het hoofd stond van de Belgische regering, werden onder andere de taalwet in rechtszaken en een amnestiewet... Lees meer I (1936-1939) en heropgericht tijdens de Duitse bezetting (1940) om het Belgische parlementaire bestel te hervormen. Het studiecentrum werd geleid door de liberale minister van Staat graaf Maurice Lippens Lippens, Maurice Graaf Maurice Lippens (1875-1956) was een Belgisch liberaal politicus, senator voor het arrondissement Gent-Eeklo en minister van onderwijs. Lees meer en werd daarom ook wel het ‘centrum-Lippens’ genoemd.
Het centrum-Lippens en ‘de crisis van de democratie’
Het studiecentrum had als doelstelling ‘het bestuderen en het bekendmaken van hervormingen om het parlementaire regime aan te passen aan de nieuwe toestanden op politiek, economisch en sociaal gebied’. Het was dus een adviesorgaan dat voorstellen moest formuleren voor de toen heersende politieke en economische problemen. Het centrum bestond uit acht commissies die zich bogen over een specifiek probleemveld: de uitvoerende macht, de wetgevende macht, de Raad van State, de pers, de staatsstructuur, de ondergeschikte machten, de rechterlijke macht en het kiesstelsel. Voor de diverse commissies werden zeer uiteenlopende leden aangetrokken, waarvan sommigen zich vrijwillig aanboden en anderen werden aangezocht. Het eindverslag (september 1937) pleitte voor een versterking van de uitvoerende macht ten koste van het parlement, maar leidde niet tot concrete hervormingen.
De vijfde commissie, met als voorzitters graaf Louis de Lichtervelde en als secretarissen Pierre Wigny en Dirk van Puyvelde, behandelde de communautaire kwestie. De commissie erkende het bestaan van twee cultuurgemeenschappen in België en het bestaan van een Belgische natie. Op één lid na, Gerard Romsée
Romsée, Gerard Gerard Romsée (1901-1976) was een Limburgse Vlaams-nationalistisch politicus, die tijdens de Tweede Wereldoorlog als secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken een centrale rol speelde in... Lees meer van het Vlaamsch Nationaal Verbond
Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) Het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) (1933-1945) was een rechts-radicale Vlaams-nationalistische partij die tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde met de Duitse nationaalsocialistis... Lees meer (VNV), wezen alle leden het federalisme
Federalisme Sinds het begin van de 20ste eeuw behoort federalisme tot het programma van eerst de Waalse en vervolgens ook de Vlaamse beweging. Vanaf 1970 is de transformatie van België van unitaire t... Lees meer af. Verder pleitte de commissie voor een betere toepassing van de taalwetten (door middel van sancties), alsook een doorgedreven splitsing van het ministerie van openbaar onderwijs en het oprichten van cultuurraden. Deze cultuurraden werden snel daarna ingesteld, terwijl de splitsing van het ministerie van openbaar onderwijs door het uitbreken van de oorlog werd verhinderd. Het verslag bevatte ook een nota van Lode Claes
Claes, Lode Lode Claes (1913-1997) was een Vlaams-nationalistisch politicus, publicist en zakenman die een Vlaamse elite wilde vormen om de Vlaamse demografische meerderheid de leiding te laten nemen... Lees meer over de opvattingen binnen de Vlaamse beweging ten opzichte van de hervorming van de staat.
In 1937 publiceerde de vijfde commissie nieuwe besluiten inzake Brussel Brussel In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich v... Lees meer . De commissie pleitte voor een verdraagzame tweetaligheid Tweetaligheid Lees meer en had voornamelijk aandacht voor de administratieve en onderwijsproblemen. De namen van deze vijfde commissie werden niet bekendgemaakt om Gerard Romsée
Romsée, Gerard Gerard Romsée (1901-1976) was een Limburgse Vlaams-nationalistisch politicus, die tijdens de Tweede Wereldoorlog als secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken een centrale rol speelde in... Lees meer (VNV) en Emiel Thiers
Thiers, Emiel Emiel Thiers (1890-1981) was van 1925 tot 1932 provicieraadslid voor het Katholiek Vlaamsch Nationaal Verbond en van 1931 tot 1941 lid van de Raad van Leiding van het Verdinaso, waarvan h... Lees meer ( Verdinaso
Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen (Verdinaso) Het Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen (Verdinaso) (1931-1941) was een fascistisch geïnspireerde beweging onder leiding van Joris van Severen, die een staats- en maatschappijherv... Lees meer ) niet te hinderen in hun vrije meningsuiting. Over het verslag werd niet gestemd, maar het werd aangenomen als de grootste gemene deler van de verschillende opinies. De meningen over de resultaten van het centrum waren verdeeld. Zo vond Herman Vos
Vos, Herman Herman Vos (1889-1952) engageerde zich tijdens de Eerste Wereldoorlog in het activisme. Vanaf 1925 was hij parlementslid voor de Frontpartij. Toen het Vlaams-nationalisme zich in de jaren... Lees meer dat de voorstellen niet ver genoeg gingen.
Heroprichting van het centrum-Lippens
Na de mislukte poging van Lippens om in navolging van Pétain een regering op te richtten, startte hij met goedkeuring van het koningshuis en de secretarissen-generaal in de zomer van 1940 het centrum opnieuw op. Het doel was om na te denken over hoe de Belgische staat eruit moest zien na het sluiten van vrede en om de collaborerende partijen de pas af te snijden. Het nieuwe centrum verzamelde een dwarsdoorsnede van de Belgische rechts-conservatieve elite uit diverse ambtelijke (onder anderen Robert Houben
Houben, Robert Robert Houben (1905-1992) was een belangrijk figuur binnen de katholieke partij: kabinetsmedewerker en -chef, directeur van het studiecentrum, voorzitter en minister van Volksgezondheid e... Lees meer , Jean-Charles Snoy et d'Oppuers), academische ( Honoré van Waeyenbergh
Van Waeyenbergh, Honoré Honoré van Waeyenbergh (1891-1971) was vice-rector (1936-1940) en rector (1940-1962) van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij droeg bij aan de vernederlandsing van de universiteit. ... Lees meer , Fernand van Goethem), juridische (onder anderen Paul Struye Struye, Paul Paul Struye (1896-1974) was een Belgisch jurist, katholiek politicus en raadgever in de entourage van koning Leopold III tijdens de bezetting. Struye toonde zich een vroege Belgische voor... Lees meer , René Marcq, Charles de Visscher) en politieke kringen (onder anderen Paul Heymans
Heymans, Paul Paul Heymans (1895-1960) was ingenieur, hoogleraar, ondernemer, bankier en minister. Onder meer als oprichter van de Kredietbank speelde hij een belangrijke rol in het Vlaamse en Belgisch... Lees meer , Paul Struye Struye, Paul Paul Struye (1896-1974) was een Belgisch jurist, katholiek politicus en raadgever in de entourage van koning Leopold III tijdens de bezetting. Struye toonde zich een vroege Belgische voor... Lees meer ), onder wie leden van de Nieuwe Orde-partijen ( Hendrik Borginon
Borginon, Hendrik Hendrik Borginon (1890-1985) was lid van de leiding van de Frontbeweging en Vlaams-nationalistisch politicus in de Frontpartij en het Vlaamsch Nationaal Verbond. Tijdens de bezetting fung... Lees meer , Victor Leemans
Leemans, Victor Victor Leemans (1901-1971) was een politiek en sociaaleconomisch theoreticus, die het gedachtegoed van de revolutie van rechts introduceerde in de Vlaamse beweging. Tijdens de Tweede Were... Lees meer en Julien Verplaetse).
Onder invloed van het nationaalsocialisme gingen de plannen ditmaal veel verder en impliceerden ze de facto de afschaffing van de Belgische parlementaire democratie. Zo moest het parlement verkozen op basis van algemeen enkelvoudig stemrecht vervangen worden door corporatieve kamers, waarin de lagere sociale klassen ondervertegenwoordigd waren. Daarnaast werden de bevoegdheden van de koning gevoelig uitgebreid ten koste van het parlement, dat louter een raadgevende bevoegdheid zou krijgen. De plannen van het centrum kunnen beschouwd worden als een laatste poging van de vooroorlogse, conservatieve elite om hun politieke hegemonie te herstellen. Omtrent de communautaire kwestie werd in dit centrum geen overeenstemming bereikt. Het rapport dat Lippens eind december 1940 voorstelde aan de koning bleef echter dode letter, aangezien er niet langer Duitse steun was voor een nieuwe Belgische regering of grondwet.
Werken
– De hervorming van den staat, 1937.
– De hervorming van den staat, nieuwe besluiten, 1938.
– Hervormingen van de rechtspleging, 1938.
Literatuur
– J. Gérard-Libois & J. Gotovitch, L’an 40: la Belgique occupée, 1971.
– A. De Jonghe, Hitler en het politieke lot van België (1940-1944): de vestiging van een Zivilverwaltung in België en Noord-Frankrijk, 1972.
– M. Van den Wijngaert, Het beleid van het comité van de secretarissen-generaal in België tijdens de Duitse bezetting, 1975.
– P. Rosmeulen, Het studiecentrum voor de hervorming van den staat en het na-oorlogs Harmelcentrum, KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1989.
– D. Luyten, Het centrum Lippens: een Belgische Nieuwe Orde in een nazistisch Europa? In: Revue belge de Philologie et d’Histoire, jg. 71, 1993, nr. 4, pp. 875-912.
– J. Velaers en H. van Goethem, Leopold III. De Koning, het Land, de Oorlog, 1994.
– D. Luyten, Ideologie en praktijk van het corporatisme tijdens de Tweede Wereldoorlog, 1997.
– N. Wouters, De Führerstaat: overheid en collaboratie in België (1940-1944), 2006.
Seppe Roose (2023), Bernard Van Causenbroeck (1998). Studiecentrum tot Hervorming van de Staat. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2023. https://devb.be/id/org-003935.