Elio Di Rupo (1951) is een Franstalige PS-politicus, voormalig premier (2011-2014), meermaals PS-voorzitter en driemaal Waals minister-president. Onder zijn leiding kwam de zesde staatshervorming tot stand: het ‘Vlinderakkoord’, genoemd naar zijn rode vlinderdas.

Geboorte
Morlanwelz-Mariemont, 18 juli 1951
Suggestie
Citeren
Leestijd: 14 minuten

Elio Di Rupo (1951) is een Franstalige PS-politicus, die in 2011 de eerste Franstalige premier van België België België Geen Vlaamse beweging zonder België. Het is ook onmogelijk om België te begrijpen zonder de geschiedenis van de Vlaamse beweging erbij te betrekken. Tussen het ontstaan van een culturele ... Lees meer werd sinds Edmund Leburton in 1974. Hij groeide op in een Italiaans migrantengezin en werkte zich op tot doctor in de scheikunde. Zijn politieke loopbaan begon lokaal in Bergen en leidde al snel tot regionale en federale functies. Als minister en vicepremier speelde hij een sleutelrol tijdens de onderwijscrisis in de Franse Gemeenschap en bij meerdere staatshervormingen Staatshervorming Staatshervorming Tussen 1970 en vandaag werden zes staatshervormingen doorgevoerd die België omvormden van een unitaire in een federale staat met drie gewesten, het Vlaamse, het Waalse en het Brussels Hoo... Lees meer in de jaren 1990, 2000 en 2010. Hij was meermaals partijvoorzitter van de PS en driemaal Waals minister-president. Met het Plan Marshall beoogde hij economische vernieuwing in Wallonië. Tijdens de regeringsvorming van 2010-2011 trad hij op als formateur en werd vervolgens eerste minister. Onder zijn leiding kwam de zesde staatshervorming tot stand, met het Vlinderakkoord als resultaat.

Van kansarm tot doctor in de scheikunde

Elio Di Rupo werd geboren op 18 juli 1951 in Morlanwelz, als jongste van zeven kinderen in een Italiaans migrantengezin. Nadat zijn vader, een mijnwerker uit de Italiaanse Abruzzen, een klein jaar later om het leven kwam bij een verkeersongeval, groeide Di Rupo op in bijzonder kwetsbare sociaaleconomische omstandigheden. Na een moeizame schoolstart (Di Rupo deed het eerste middelbaar drie keer over) behaalde hij een licentiaat in de scheikunde aan de Université de Mons-Hainaut, trad er toe tot de Raad van Bestuur en promoveerde in 1978 tot doctor. Tijdens zijn doctoraatsverdediging ontmoette Di Rupo onder anderen Robert Urbain (PS), die hem uitnodigde op een federaal congres van de Parti Socialiste (PS). Wat begon als een informele kennismaking met de partijpolitiek, zou uitgroeien tot een politieke loopbaan bij de PS.

Eerste stappen in de politiek

Begin jaren 1980 ruilde Di Rupo de academische wereld, waar hij actief was als assistent en wetenschappelijk onderzoeker, in voor het politieke bedrijf. Hij begon achter de schermen, als kabinetsmedewerker van onder anderen Jean-Maurice Dehousse en Philippe Busquin, beiden zwaargewichten binnen de Parti Socialiste.

Lang bleef hij echter niet op de achtergrond. In 1982 maakte hij zijn electorale debuut bij de gemeenteraadsverkiezingen in Bergen. Met 1513 voorkeurstemmen werd hij verkozen tot gemeenteraadslid. Binnen de PS liet hij zich al snel opmerken. Zijn directe communicatiestijl en uitgesproken tussenkomsten kwamen zijn publieke bekendheid ten goede, maar golden intern niet altijd als een troef. Zijn verbale scherpte werd soms als ‘overcommunicatie’ bestempeld, wat tot frictie leidde in de partijstructuren.

Die spanningen kwamen tot uiting bij de lokale verkiezingen Verkiezingen Lees meer van 1988. Di Rupo behaalde toen 9560 voorkeurstemmen, ruim het dubbele van Maurice Lafosse, de officiële PS-kandidaat voor het burgemeesterschap. Toch ging het mandaat naar Lafosse. Di Rupo weigerde uit protest aanvankelijk elk schepenambt, maar zou later in de legislatuur alsnog bevoegdheden aanvaarden voor Sociale Zaken en Huisvesting.

Intussen had hij ook op provinciaal niveau voet aan de grond gekregen. In 1987 werd hij gedeputeerde in Henegouwen. Eind datzelfde jaar volgde de overstap naar de nationale politiek. Hij werd lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, zetelde vanaf 1989 korte tijd in het Europees Parlement en werd in 1991 gecoöpteerd senator.

Franstalig onderwijs als systemisch knelpunt

Na de verkiezingen van 1991 werd Di Rupo minister van Onderwijs in de Franse Gemeenschapsregering. Zijn mandaat viel samen met een woelige periode in het Franstalig onderwijs. De naschokken van de grote lerarenstakingen van 1990, waarbij veel Waalse en Brusselse scholen maanden gesloten bleven, waren nog voelbaar. Het vertrouwen in het beleid was broos. Door de derde staatshervorming Staatshervorming Staatshervorming Tussen 1970 en vandaag werden zes staatshervormingen doorgevoerd die België omvormden van een unitaire in een federale staat met drie gewesten, het Vlaamse, het Waalse en het Brussels Hoo... Lees meer (1988-1989) was onderwijs gecommunautariseerd, maar de Franse Gemeenschap was daar financieel niet op voorbereid en kampte met structurele financiële tekorten. Di Rupo kon, naar eigen zeggen, nauwelijks een kwart van de geplande hervormingen realiseren.

Die beperkte slagkracht zou later politieke gevolgen hebben. Tijdens de onderhandelingen over de vijfde staatshervorming, begin jaren 2000, kwam de onderfinanciering opnieuw op tafel. De ‘ Lambermont Lambermontakkoord Na de verkiezingen van 1999, vormden socialisten, liberalen, groenen en VU&ID een coalitie onder leiding van premier Verhofstadt. Op 16 oktober 2000 kwam het Lambermontakkoord tot st... Lees meer -turbo’ hertekende niet enkel de onderwijsmiddelen, maar ook de globale financiële verhoudingen tussen gewesten en gemeenschappen. Volgens Di Rupo had de hervormingsimpasse van de jaren 1990 de Franstalige onderhandelingspositie structureel verzwakt. Wat begon als beleidsfalen in één domein, groeide uit tot een structureel pijnpunt. Eén waarmee hij als (in)formateur en premier later opnieuw zou worden geconfronteerd aan de onderhandelingstafel van de zesde staatshervorming.

Federale opmars

In 1994 maakte Di Rupo de overstap van de Franse Gemeenschap naar de federale regering- Dehaene Dehaene, Jean-Luc Dehaene, Jean-Luc Jean-Luc Dehaene (1940-2014) was een boegbeeld van de christelijke Vlaamse Volkspartij (CVP), die van 1992 tot 1997 premier van België was en een sleutelrol speelde in de staatshervorming... Lees meer I. Hij volgde partijgenoot Guy Coëme op als minister van Verkeer en Overheidsbedrijven, nadat deze ontslag nam in de nasleep van de Agusta- en Dassaultaffaires. Voor Di Rupo betekende dit meteen een sprong naar het centrum van de federale macht. Als vicepremier beheerde hij gevoelige en complexe dossiers, zoals de schuldproblematiek bij de NMBS, de reorganisatie van de Post en onderhandelingen rond de overname van Sabena door Swissair.

Na de verkiezingen van 1995 bleef Di Rupo aan in de regering-Dehaene II. Zijn portefeuille werd uitgebreid met de bevoegdheden Economie Economie Economie Dit artikel gaat over de relatie tussen economie en Vlaamse beweging. Daarmee beoogt deze tekst geen economische geschiedenis te schetsen van wat we vandaag Vlaanderen noemen. Integendee... Lees meer , Telecommunicatie en Buitenlandse Handel, sleutelgebieden in een periode van economische herstructurering. Deze tweede termijn van Di Rupo zou echter minder worden herinnerd om zijn beleidsdossiers, dan om de controverse over zijn privéleven die zich aankondigde.

Controverse

In november 1996 werd Di Rupo ervan beschuldigd een seksuele relatie te hebben gehad met een minderjarige. Het gerecht opende een onderzoek en nam een bezwarend dossier in behandeling. De kwestie werd publiek gemaakt rond dezelfde tijd dat de maatschappelijke woede over de Dutroux-affaire een kookpunt bereikte en het vertrouwen in de instellingen ernstig onder druk was komen te staan. De politieke druk was dan ook bijzonder groot. Voor eerste minister Jean-Luc Dehaene (CVP) en zijn regering dreigde de situatie onhoudbaar te worden. Hij zou Di Rupo om ontslag hebben gevraagd, maar steunde hem toen deze resoluut weigerde. De PS-minister bleef aan, ondanks de intensiteit van de verdachtmakingen. Dit bleek terecht te zijn, want gaandeweg begonnen er barsten te komen in de verklaringen van de minderjarige. Uiteindelijk werd Di Rupo enkele weken later volledig vrijgepleit. De aantijgingen bleken verzonnen.

De maandenlange verdachtmakingen lieten diepe sporen na, zowel politiek als persoonlijk. De affaire leidde er bovendien toe dat Di Rupo in 2001, vijf jaar na de gebeurtenissen, publiek bekend maakte dat hij homoseksueel was. In een tijd waarin seksuele geaardheid nog zelden openlijk besproken werd in de Belgische politiek, droeg zijn coming-out bij aan het doorbreken van taboes rond seksuele oriëntatie (zie Gender Gender Gender Vrouwen en mannen kregen verschillende rollen binnen de Vlaamse beweging. De heersende verwachtingen spoorden echter niet altijd met de werkelijke genderverhoudingen en evolueerden boven... Lees meer ).

Partijvoorzitter en minister-president

Na de federale en regionale verkiezingen van juni 1999, die de christendemocraten zware electorale schade toebrachten, speelde Di Rupo een centrale rol in de daaropvolgende coalitieonderhandelingen. Als mede-architect van de eerste paarsgroene coalities, op zowel federaal als regionaal niveau, drukte hij zijn stempel op een nieuwe politieke constellatie die de traditionele zuilen doorbrak. Maar terwijl hij in Brussel aan de onderhandelingstafel zat, keek hij ook naar Namen. Di Rupo koos niet voor het federale, maar voor het Waalse toneel. Hij werd minister-president van Wallonië, met bevoegdheden voor Structurele Fondsen en Internationale Betrekkingen.

Zijn eerste passage als regeringsleider in Wallonië was echter van korte duur. Nauwelijks enkele maanden later, in oktober 1999, verkozen de PS-leden hem met 71% van de stemmen tot partijvoorzitter. De cumul van beide functies, partijleider én regeringsleider, bleek al snel onhoudbaar. In april 2000 trok hij zich terug uit de Waalse regering, ten voordele van partijgenoot Jean-Claude van Cauwenberghe, om zich volledig op de partij te concentreren.

Partijvoorzitter en minister-president BIS

In 2005 werd Di Rupo in bewogen omstandigheden opnieuw benoemd tot Waals minister-president. De Parti Socialiste kampte met een zware vertrouwenscrisis. Een opeenvolging van corruptieschandalen had het imago van de partij ernstig aangetast en sloeg diepe deuken in het gezag van de Waalse instellingen. Het beeld van een Wallonië waar de PS door cliëntelisme en corruptie onaantastbaar zou zijn geworden, dreigde zich vast te zetten. Voor Di Rupo was het duidelijk: er moest niet alleen politiek, maar ook moreel orde op zaken worden gesteld. In zijn bekende scherpe stijl liet hij zich publiekelijk ontvallen: ‘J’en ai marre des parvenus’. Een uitspraak die zou blijven kleven aan zijn tweede ambtstermijn als minister-president. Di Rupo wilde schoon schip maken, zowel binnen de PS, als binnen Wallonië. Dit lukte hem echter niet volledig. Toen later nieuwe schandalen opdoken, grepen critici gretig terug naar Di Rupo’s eerdere uitlating.

Naast de morele schoonmaak lanceerde Di Rupo in zijn tweede termijn als Waals minister-president ook het Plan Marshall pour la Wallonie: een ambitieus hervormings- en investeringsplan dat Wallonië op economisch vlak opnieuw op de kaart moest zetten. Met strategische accenten op innovatie, infrastructuur, opleiding en ondernemerschap beoogde het plan niet minder dan een structurele heroriëntatie van het Waalse economische weefsel. Internationale spelers, zoals Google en Microsoft, besloten zich in de jaren nadien in Bergen te vestigen.

In juli 2007 nam Di Rupo wederom ontslag als minister-president, nadat hij eerder dat jaar herkozen werd als voorzitter van de PS en de partij bij de federale verkiezingen een tegenvallend resultaat had geboekt. Rudy Demotte (PS) volgde hem op aan het hoofd van de Waalse regering.

(Pre)formateur tijdens de langste politieke crisis ooit

Tussen 2007 en 2011 bleef Di Rupo aan als voorzitter van de PS en werd hij een spilfiguur in een almaar complexere federale context. De federale verkiezingen van juni 2010 legden een diepe structurele breuk bloot: de N-VA Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) De N-VA is op electoraal vlak de meest succesvolle Vlaams-nationalistische partij ooit en slaagde er ook in om de grootste Belgische partij te worden. Ze zit bijna 20 jaar in de Vlaamse R... Lees meer werd met 27 federale zetels de grootste partij in Vlaanderen, de PS met 26 zetels in Franstalig België. Die electorale asymmetrie, tegelijk ideologisch en communautair, bracht het Belgische model in zwaar weer. Er ontstond wat sommigen de ‘mythe van de tegengestelde mandaten’ noemden. Beide partijen meenden een sterk communautair signaal van hun kiezers te hebben gekregen. Het werd onmiddellijk hét dominante onderwerp van de formatie én het publieke debat.

De regeringsvorming na de verkiezingen van 2010 liep dus bijzonder stroef. Di Rupo en Bart de Wever De Wever, Bart De Wever, Bart Bart de Wever (1970) is een Vlaams-nationalistisch politicus. Hij is sinds 2004 voorzitter van de N-VA, die onder zijn voorzitterschap de grootste partij van België werd. Sinds 2013 is hi... Lees meer (N-VA) erkenden de ernst van de situatie en gingen in gesprek over een regering met beide winnaars van de verkiezingen. In de zomer troffen ze elkaar in Villa Hellebosch in Vollezele. Daar lag het begin van een vertrouwelijk ‘herenakkoord’ dat de contouren van een hervormingspakket omvatte. Het voorzag dat de Financieringswet buiten de onderhandelingen bleef. Toen CD&V Christen Democratisch & Vlaams (CD&V) Lees meer , geruggesteund door N-VA, alsnog aandrong op herziening van deze wet, ging de doos van Pandora open. Het wederzijdse vertrouwen brokkelde af, de breuklijnen verdiepten zich en het overleg liep vast. Pas na 541 dagen, en na een reeks delicate opdrachten als preformateur en formateur, bereikte Di Rupo een akkoord over de hervorming van de staat en de vorming van de regering-Di Rupo I.

Il premier francofono

Di Rupo werd op 5 december 2011 officieel aangesteld als eerste minister en volgde in die functie Yves Leterme Leterme, Yves Yves Leterme (1960) was christendemocratisch minister-president (2004-2007) van de Vlaamse Regering en eerste minister (2008-2011) van de federale regering. Hij ijverde voor confederalism... Lees meer (CD&V) op. Hij was daarmee de eerste Franstalige premier sinds Paul vanden Boeynants Vanden Boeynants, Paul Vanden Boeynants, Paul De rechts-conservatieve christendemocraat Paul vanden Boeynants (1919-2001) werd twee keer premier, in 1966-1968 en in 1978-1979. Tegelijk drukte hij zijn stempel op het bestuur van de st... Lees meer (PSC) in 1979 en de eerste socialist in die functie sinds Edmond Leburton (PSB) in 1974. Als Franstalige premier ondernam Di Rupo tijdens zijn ambtstermijn inspanningen om zijn kennis van het Nederlands te verbeteren. Toch bleef zijn taalbeheersing een regelmatig terugkerend punt van kritiek, met name in Vlaanderen. Zelf verklaarde hij dat dit deels te wijten was aan gehoorschade die hij opliep na een auto-ongeluk waarbij de airbag ontplofte.

De regering, samengesteld uit Nederlandstalige en Franstalige socialisten, liberalen en christendemocraten, moest besturen in de nasleep van de eurocrisis. Het werd een legislatuur van budgettaire sanering. De mix van besparingen en belastingverhogingen werd gematigd doorgevoerd, maar kreeg vooral vanuit linkse hoek kritiek als sociaal onevenwichtig. Het echte politieke gewicht van Di Rupo’s regering lag echter op institutioneel vlak. De zesde staatshervorming, met de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV) als symbooldossier, betekende een doorbraak na jaren communautaire verlamming. De hervorming ging gepaard met een aanzet tot politieke vernieuwing, een aanzienlijke bevoegdheidsoverdracht naar de deelstaten op het vlak van arbeidsmarkt, economie, justitie, mobiliteit, wonen, gezondheidszorg, gezinsbeleid en lokaal bestuur, én met een hervorming van de financieringswet. Ze ging de geschiedenis in als het ‘Vlinderakkoord’, genoemd naar Di Rupo’s emblematische vlinderdas.

Terug naar het Elysette

Na de federale verkiezingen van 2014, die de PS een verlies opleverden, en de installatie van de regering-Michel I in oktober dat jaar, keerde Di Rupo terug naar het lokale bestuur. Hij nam opnieuw het burgemeesterschap van Bergen op, een functie die hij tot aan de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 zou bekleden. Toen haalde lijsttrekker Nicolas Martin (PS) meer voorkeurstemmen dan lijstduwer Di Rupo. Martin volgde hem op als burgemeester. Di Rupo bleef actief in de gemeenteraad.

In 2014 keerde hij ook terug naar de Senaat en had hij, kort voordien in juli, opnieuw het voorzitterschap van de PS opgenomen, nadat Paul Magnette Magnette, Paul Magnette, Paul De Franstalige socialist Paul Magnette (1971) kan als partijvoorzitter van PS (2013-2014; 2019-heden) en als voormalig minister-president van Wallonië (2014-2017) beschouwd worden als een... Lees meer zich had teruggetrokken om minister-president van Wallonië te worden. Di Rupo’s terugkeer aan het hoofd van de partij, die hij eerder leidde van 1999 tot 2011, werd binnen en buiten de PS met gemengde gevoelens onthaald.

Als partijvoorzitter kreeg hij vooral te maken met de nasleep van de Publifin/Nethys-affaire, maar leidde hij ook de onderhandelingen voor een Waalse regering met MR en Ecolo na de verkiezingen van 2019, waarin hij met ruim 125.000 voorkeurstemmen werd herkozen. In september 2019 werd hij zo voor de derde keer minister-president van Wallonië. Kort daarna gaf hij het partijvoorzitterschap definitief door aan Magnette. Na vijf jaar als regeringsleider in Wallonië werd hij in juli 2024 opgevolgd door Adrien Dolimont (MR). Bij de Europese verkiezingen van datzelfde jaar trok hij opnieuw de PS-lijst en werd met 181.797 voorkeurstemmen verkozen tot Europees Parlementslid.

Geen splitsing, wel hervorming: Di Rupo's visie op de staatsstructuur

Di Rupo heeft zich gedurende zijn hele loopbaan gepositioneerd als een trouwe pleitbezorger van België als systeem. Zijn geloof in een federaal Federalisme Federalisme Sinds het begin van de 20ste eeuw behoort federalisme tot het programma van eerst de Waalse en vervolgens ook de Vlaamse beweging. Vanaf 1970 is de transformatie van België van unitaire t... Lees meer model, gebouwd op wederzijdse solidariteit tussen gewesten, was geen vrijblijvende overtuiging, maar een politieke grondhouding die zijn visie op de staatsstructuur fundamenteel bepaalde. ‘Belgicist in hart en nieren’, noemde partijgenoot Jean-Claude van Cauwenberghe hem ooit en dat was geen gratuite lof.

Als Franstalig socialist verdedigde Di Rupo steevast de federale sociale zekerheid als bindmiddel van het land. Aan communautaire krachtmetingen had hij geen boodschap. Begin jaren 2000 maakte hij dat onomwonden duidelijk met de gevleugelde uitspraak: ‘On est demandeur de rien.’ Wat Vlaanderen ook op tafel wilde leggen, Wallonië zou zich niet laten meeslepen in een institutionele wedren. Ook van Waals nationalisme moest hij niets weten (zie Waalse beweging Waalse beweging Waalse beweging De Waalse beweging ontstond op het einde van de 19e eeuw en heeft zijn wortels in een culturele, politieke en taalkundige dimensie. Ze was verdeeld in verschillende stromingen, waarvan de... Lees meer ). Di Rupo geloofde niet in afscheiding of in politieke profilering op basis van regiogrenzen. In de ideologische confrontatie met de N-VA verzette hij zich met kracht tegen het confederalisme. Dat zag hij niet als technische staatshervorming, maar als vermomd separatisme. In 2019, midden de formatie-impasse, verwoordde hij het scherp: ‘Confederalisme? Dat is niet meer of niet minder dan de splitsing van ons land. Dat willen we niet.’

Toch is Di Rupo’s verhouding tot de Vlaamse beweging ambivalent. Zijn standvastigheid werd aangevuld door compromisbereidheid. Dit leidde tot aanzienlijke institutionele toegevingen, met onder meer de splitsing van BHV en de overdracht van bevoegdheden via het Vlinderakkoord. Hij stemde in met een grondig hervormd België, waarbij de gewesten een grotere autonomie toebedeeld kregen, maar een splitsing van het land uitgesloten was. Tijdens zijn laatste ambtstermijn als Waals minister-president, liet Di Rupo verstaan dat een federalisme met vier gewesten volgens hem te verkiezen viel. Dat model zou elk gewest, Vlaanderen, Wallonië, Brussel en Duitstalig België, op gelijke voet plaatsen. Op de keeper beschouwd illustreert Di Rupo’s politieke loopbaan en premierschap de diepte van de communautaire breuklijn én de noodzaak van consensuspolitiek. Zo liet hij na de verkiezingen van 2010 verstaan: ‘Een groot deel van de Vlaamse bevolking wenst duidelijk dat ons land institutioneel verandert. Om het land te stabiliseren, om ons België te stabiliseren, moet die boodschap gehoord worden’.

Werken

— met C. Demelenne, Pour un socialisme rebelle: suivi d’un entretien avec Elio Di Rupo, Brussel, 2002.
— Le progrès partagé, Waterloo, 2003.
— Être socialiste aujourd’hui, Waterloo, 2008.
— Nouvelles conquêtes. À gauche pour un monde plus juste, Waterloo, 2017.
— Le labyrinthe du pouvoir, Genappe, 2024.

Literatuur

— B. Verhulst, Di Rupo I: Een nieuw België?, Gent, 2011.
— E. Di Rupo, Een efficiëntere federale staat en een grotere autonomie voor de deelstaten. Basisnota van Elio Di Rupo, 4 juli 2011.
— F. van de Woestyne, Elio Di Rupo. Leven en visie, Tielt, 2011.
— C. Weill, Portraiyt. Elio Di Rupo, l’homme qui a dénoué la crise belge, in: Le Nouvel Obs, 2012.
— P. Delwit, Le Parti Socialiste (PS). Les défis d’une social-démocratie en déclin, 2012.
— P. Huyghebaert, De belangrijkste ups en downs van 1 jaar Di Rupo, 1 december 2012, geraadpleegd op 3 november 2025, op: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2012/12/01/de_belangrijksteupsendownsvan1j…
— S. Govaert, Les négociations communautaires et la formation du gouvernement Di Rupo (juin 2010 - décembre 2011), Courrier hebdomadaire du Crips, 2012, pp. 5-85.
— D. de Prins, De vlucht van de Vlinder, in: Samenleving & Politiek, jg. 20, 2013, nr. 3 (maart), pp. 68-74.
— M. Hooghe, Elio Di Rupo, staatsman?, in: De Standaard, 11 oktober 2014.
— P. Delwit, Staan we voor een revolutie op links in Franstalig België?, in: Samenleving & Politiek, jg. 24, 2017, nr. 6 (juni), pp. 21-35.
— S. van Bauwel, F. Dhaenens & F. Vanlee, Same-sex love in times of Dutroux: The articulation of homosexuality with child abuse in late 1990’s Flemish print media, in: Catalan Journal of Communication & Cultural Studies, jg. 9, 2017, nr. 2 (oktober), pp. 185-199.
— Elio Di Rupo: "Une Belgique à 4 Régions, cela aurait le mérite de la simplicité", in : La Libre, 8 maart 2021.
— B. Biard, Les partis frères en Belgique: les relations entre le MR et l’Open VLD, Courrier hebdomadaire du CRISP, 2022, pp. 5-92.
— D. Albin & J-C. Van Cauwenberghe, Van Cau, en entretien avec Didier Albin, Genappe, 2022.
— M. Vandenberghe, Power-sharing and the paradox of federalism : decentralization and ethno-territorial conflict in Belgian cabinets (1979-2018), Gent, 2023.
— L. Jansen & S. van Hecke, De verkiezing van de Belgische Europese parlementsleden, KU Leuven, 2024.
— N. Bouteca, Only in Belgium. Een geschiedenis van de Belgische staatshervormingen, Antwerpen, 2024.
— J. Vansevenant, De strijd om de macht, Tielt, 2025.
— R. Falter, Het verdeelde land. België 1830-2025, Tielt, 2025.

Suggestie
Citeren

2025: Ward Maréchal

Databanken

Inhoudstafel