Max, Adolphe
Adolphe Max (1869-1939) was dertig jaar lang (1909-1939) burgemeester van de hoofdstad. Max ontpopte zich in het interbellum als een invloedrijke liberale tegenstander van het Vlaamse minimumprogramma.
Christoph De Spiegeleer (2024). Max, Adolphe. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2024. https://devb.be/id/per-008699.
Adolphe Max (1869-1939) was burgemeester van Brussel tussen 1909 en 1939 en werd met zijn verkiezing tot volksvertegenwoordiger in 1919 een politiek zwaargewicht binnen de Liberale Partij
Liberale partij De verhouding tussen de liberale partij en het partijpolitieke liberalisme in België enerzijds, en de Vlaamse beweging anderzijds levert een gevarieerd en ingewikkeld beeld op dat evoluee... Lees meer . Max werd in 1914-1918 als moedige burgemeester en politieke gevangene een belangrijk symbool van de Belgische verzet
Verzet Het georganiseerde verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Vlaamse provincies was doorgaans altijd Belgisch verzet: zowel op het vlak van de ideologische oriëntatie, de motieven en he... Lees meer sgeest. Na de oorlog toonde Max zich als burgemeester en als nationaal politicus een fervent tegenstander van elke vorm van taaldwang in Brussel Brussel In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich v... Lees meer . Hij hield – tegen de achtergrond van de doorbaak van het Vlaams-nationalisme – vast aan een stug verzet tegen de taalwetten Taalpolitiek en -wetgeving Situaties van taalonderdrukking vindt men wereldwijd. Daarom besteedt deze bijdrage eerst aandacht aan gehanteerde taalpolitieke strategieën. Ook in België verzette een gedomineerde taalg... Lees meer die eentaligheid van Vlaanderen en dus het minimumprogramma
Minimumprogramma Het Minimumprogramma was de benaming voor het eisenpakket dat de Belgisch-loyale flaminganten, in het bijzonder inzake taalwetgeving, in de periode tussen de beide wereldoorlogen nastreef... Lees meer van de Vlaamse beweging consacreerden. Max bracht als Franstalig Brussels boegbeeld in de jaren 1930 enkele keren liberale regeringsministers in een bijzonder lastig parket naar aanleiding van incidenten rond de taalkwestie. Vlaams-nationalisten namen Max in de loop van de jaren 1930 in het vizier als de vertegenwoordiger bij uitstek van de unitaire door Franstalige gedomineerde Belgische staat die vanuit zijn machtspositie in Brussel herhaaldelijk het betogingsrecht van Vlaamsgezinden en Vlaams-nationalisten zou hebben geschonden.
Aan de zijde van Paul Hymans
Adolphe Max werd geboren in Brussel Brussel In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich v... Lees meer als de zoon van de geneesheer Henri Eugène Max. Hij volgde zijn middelbare studies aan de athenea van Brussel en Elsene. In 1890 promoveerde Max aan de Université Libre de Bruxelles tot doctor in de rechten. Hij schreef zich in aan de balie in Brussel.
Zijn interesse in de politiek werd gewekt tijdens zijn tienerjaren. In 1885 stichtte hij samen met Raoul Warocqué de jongerenafdeling van de doctrinaire kiesvereniging Ligue Libérale voor het arrondissement Brussel. Hij werkte mee aan de liberale bladen La Liberté (1893-1900) en Le Petit Bleu (vanaf 1894). Vanaf 1895 werd Max de directeur van het doctrinair liberale (week)blad La Liberté. Hij werkte er nauw samen met Paul Hymans
Hymans, Paul Paul Hymans (1865-1941) was een Brusselse, Franstalige en liberale politicus. Tussen 1918 en 1935 was hij minister van Buitenlandse Zaken. Hij toonde nooit veel begrip of belangstelling v... Lees meer , aan wiens zijde hij ook opgang maakte binnen de Ligue Libérale.
In 1898 werd hij benoemd tot auditeur bij de Hoge Raad voor Justitie van Congo Congo Lees meer -Vrijstaat, waar hij opnieuw Hymans tegenkwam, en werd in 1903 lid van deze raad. Hoewel Max in de Hoge Raad van Belgisch-Congo
Belgisch-Congo Van 1885 tot 1908 was Congo als ‘Onafhankelijke Congostaat’ (OCS) in de handen van de Belgische koning Leopold II, die als een soevereine vorst over het land heerste. Om te vermijden dat... Lees meer na de oorlog nog een rol speelde als ondervoorzitter, zei hij waarschijnlijk reeds in 1909 de actieve advocatuur voorgoed vaarwel.
Voortaan wijdde Max zich volledig aan de politiek. In de periode die voorafging aan 1909 was hij reeds achtereenvolgens liberaal provincieraadslid voor Brabant (1896), Brussels gemeenteraadslid (1903), Brussels schepen van Geschillen en Weldadigheid (1908), Brussels schepen van Openbaar Onderwijs en Schone Kunsten (1909) geworden. In december 1909 volgde hij uiteindelijk Émile de Mot op als burgemeester van Brussel en bleef dit tot aan zijn overlijden.
Max profileerde zich in de lokale, provinciale en nationale politiek als een gematigde, conservatieve liberaal en zat zo goed als steeds op dezelfde lijn als Hymans, die uitgroeide tot een van de belangrijkste liberale politici van zijn generatie. Max was net zomin als Hymans een volbloed doctrinair. Hij toonde zich begaan met de lotsverbetering van arbeiders en was geen voorstander van antiklerikale scherpslijperij.
Vanuit een pragmatische basishouding aanvaardde Max al vóór de Eerste Wereldoorlog het principe van algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen. In 1918 voelde Hymans, die minister van Buitenlandse Zaken was geworden, zich aangemoedigd door het positieve advies van Max om in te stemmen met een directe invoering van het algemeen stemrecht zonder eerst de grondwet aan te passen.
Max en de Vlaamse beweging vóór 1914
Reeds in 1899 liet Max in La Liberté verstaan dat wat hem betreft elke vijandigheid ten aanzien van het Nederlands en de Vlaamse letterkunde uit den boze moest zijn en dat Vlamingen het recht hadden om in hun eigen taal bestuurd te worden. In 1909 was Max trouwens de enige kandidaat-burgemeester die het Nederlands machtig was. Julius Hoste sr.
Hoste, Julius (sr.) De liberaal Julius Hoste sr. (1848-1933), stichter van De Zweep en Het Laatste Nieuws, speelde eind 19de en begin 20ste eeuw een centrale rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd in Brussel.... Lees meer toonde zich in zijn kranten Het Laatste Nieuws
Het Laatste Nieuws Het Laatste Nieuws was een liberaal en Vlaamsgezind dagblad, waarvan het eerste nummer op 7 juni 1888 verscheen. In 2023 bestaat de krant nog steeds als een populair dagblad voor een bree... Lees meer en De Vlaamsche Gazet
De Vlaamsche Gazet (van Brussel) Lees meer in 1909-1910 als Brusselse Vlaming bijzonder opgetogen dat Max, die hij als zijn vriend beschouwde, De Mot opvolgde. Max brak in januari 1910 dan ook op symbolische wijze met de praktijk van zijn voorganger om Vlaamse organisaties in het Frans toe te spreken bij plechtigheden.
Bij een huldeviering van de nieuwe burgemeester door Brusselse volksmaatschappijen drukte Max, wiens familie langs vaderszijde diepe wortels had in Vlaanderen, ‘in zijn moedertaal’ zijn appreciatie uit voor de ‘Vlaamsche taal’ als burgemeester van een tweetalige stad. Max prees als politicus vaak het aanhalen van de banden tussen Vlamingen en Walen en pleitte voor tweetaligheid Tweetaligheid Lees meer in Brussel.
Dit neemt niet weg dat Max in de praktijk de hegemonie van de Franse taal nooit in vraag stelde en de bestaande machtspositie van de Franstaligen als legitiem beschouwde. Hij zag bijvoorbeeld lange tijd geen meerwaarde in een Vlaamse universiteit en pas op het einde van zijn leven, in 1939, leek hij zich toe te leggen op intense en actieve taallessen om zijn kennis van het Nederlands te onderhouden en bij te schaven. Na de Eerste Wereldoorlog
Eerste Wereldoorlog De Vlaamse beweging is fundamenteel getekend door de Eerste Wereldoorlog. De oorlog maakte een verregaande democratisering onafwendbaar, met wezenlijke gevolgen voor het politieke draagv... Lees meer zou Max zich inzake de Vlaamse kwestie bovendien ontpoppen als uitgesproken tegenstander.
De Eerste Wereldoorlog
Als burgemeester van Brussel riep Max in het vooruitzicht van de naderende Duitse troepen zijn bevolking op om zich niet te verzetten, maar om standvastig en hoopvol te zijn. Hij liet een iconische affiche
Affichekunst Van aankondigingen van Rodenbach- of Consciencevieringen over verkiezingsaffiches tot propagandabiljetten voor Vlaamse onafhankelijkheid: affichekunst speelde in de loop van de 20ste eeu... Lees meer verspreiden waarin hij aankondigde met al zijn krachten de rechten en waardigheid van de Brusselaars te zullen verdedigen. Max aanvaardde geen enkele afwijking van de conventie die hij op 20 augustus sloot met de bevelhebbers van het Duitse legerkorps en bleef als burgemeester tijdens het begin van de bezetting communiceren met de Brusselse bevolking via aanplakbiljetten. Met deze berichten verzette hij zich tegen bepaalde Duitse eisen.
Max werd verschillende keren gearresteerd. Hij sloeg alarm bij Ernest Solvay rond de voedselvoorziening en lag zo mee aan de basis van het Brusselse Centraal Hulp- en Voedselcomité dat uiteindelijk uitgroeide tot een nationale hulporganisatie. Max weigerde het uithangen van de Belgische driekleur te verbieden en schortte op een gegeven moment eigenhandig de absurd hoge aan Brussel opgelegde oorlogsschatting op, waardoor hij de militaire gouverneur tot actie dwong. Reeds op 26 september 1914 werd hij gearresteerd en opgesloten.
Max bracht de oorlogsjaren door in de gevangenissen van Namen, Keulen, Glatz, Celle en Berlijn en eindigde uiteindelijk in de gevangenis van Goslar. In het bevrijde Brussel werd Max op 17 november 1918 als een ware oorlogsheld onthaald. Albert I
van Saksen-Coburg, Albert I Koning Albert I (1875-1934) werd aan de vooravond van en tijdens de Eerste Wereldoorlog geconfronteerd met een radicaliserende Vlaamse beweging. De communautaire kwestie groeide daardoor ... Lees meer eerde hem nog datzelfde jaar met een benoeming tot minister van Staat. Max maakte inmiddels als symbool van het nationale verzet, samen met koning Albert en aartsbisschop Mercier
Mercier, Désiré Désiré Mercier (1851-1926) was van 1906 tot 1926 de kardinaal-aartsbisschop van het aartsÂbisdom Mechelen. Hij was een vurig propagandist van het Belgisch patriottisme en leefde tijdens ... Lees meer , in de publieke opinie deel uit van een drie-eenheid die de glorie van het heroïsche België
België Geen Vlaamse beweging zonder België. Het is ook onmogelijk om België te begrijpen zonder de geschiedenis van de Vlaamse beweging erbij te betrekken. Tussen het ontstaan van een culturele ... Lees meer belichaamde tegenover de Duitse agressie. De verering van zijn figuur als voorbeeld van burgerlijk verzet in de Brusselse publieke ruimte begon al meteen na zijn terugkeer met het herdopen van de Noordlaan tot de Adolphe Maxlaan door de gemeenteraad in 1918.
Dwarsligger voor de ‘Vlaamse zaak’
Na de wapenstilstand nam Max zijn functie als burgemeester weer op. Daarnaast schreef hij in 1923-1925 onder een schuilnaam stukken voor L’Indépendance Belge en zetelde hij in de directieraad van dit liberale dagblad. In 1919 werd hij ook volksvertegenwoordiger van het Brusselse arrondissement. Hij behield probleemloos zijn parlementair mandaat tot zijn dood. Tussen 1932 en 1939 trad hij op als de voorzitter van de liberale fractie in de Kamer en hij speelde in de tussenoorlogse jaren ook een sleutelrol binnen de invloedrijke Liberale Federatie van het arrondissement Brussel.
Tijdens het interbellum werd Max de vertegenwoordiger bij uitstek van een Liberale Partij die zich profileerde als een ‘nationale’ partij, een partij die het als haar opdracht zag de eenheid van het land te beschermen tegen het opkomende Vlaams-nationalisme en in grote mate een Franstalig establishment vertegenwoordigde dat zelfs de gematigde Vlaamse eisen afwees. Max werd gedreven door zijn vrees voor vormen van bestuurlijke scheiding en de bedreiging van de nationale eenheid en door zijn afkeer van ‘ activisten
Activisme Het begrip activisme verwijst naar de fractie van flaminganten die tijdens de Eerste Wereldoorlog bereid was om politiek of anderszins samen te werken met de Duitse bezetter en financiële... Lees meer ’ en ‘frontisten’ (leden van de geradicaliseerde Frontbeweging
Frontbeweging Aan het IJzerfront manifesteerde zich tijdens de Eerste Wereldoorlog flamingantisch verzet tegen de taaltoestanden in het leger. Naarmate het zich meer en meer organiseerde en groeide, vo... Lees meer , die zich na de oorlog samen met gewezen activisten groepeerden in de Frontpartij
Het Vlaamsche Front (Frontpartij) Het Vlaamsche Front was een Vlaams-nationalistische partij, die werd opgericht in 1919 en ook bekend stond onder de couranter gebruikte officieuze benaming Frontpartij. Gesticht als een ... Lees meer ). Hierdoor slaagde hij er in de woelige jaren 1930 nauwelijks meer in om een onderscheid te maken tussen gematigde voorstellen en radicaal separatisme binnen de Vlaamse beweging.
In 1921 stemde Max reeds tegen de taalwet op het bestuur
Bestuur Het taalgebruik in het bestuur is een centraal aspect van de Belgische taalkwestie. Het omvat het proces van het afdwingen van taalrechten voor Vlamingen evenals de bestuurstaalwetgeving ... Lees meer . Vanuit zijn zorg voor constitutionele vrijheden in taalgebonden kwesties was Max in 1922 in de Kamer samen met Hymans de vergeefse pleitbezorger van de keuze voor een integrale ontdubbeling van de Gentse universiteit waarbij alle lessen in twee talen zouden worden aangeboden met vrije taalkeuze voor de studenten (zie Hoger onderwijs in Gent
Hoger onderwijs in Gent Met de vernederlandsing in 1930 als hoogtepunt is de Gentse universiteit een belangrijk strijdpunt geweest in de Vlaamse beweging. Van het Latijn uit 1817 tot het Engels van vandaag: het ... Lees meer ). Hij stemde ook tegen de goedgekeurde aangepaste wet op het taalgebruik in bestuurszaken (1932) en de wet die het taalgebruik in gerechtszaken bepaalde (1935). Max wenste het Nederlands niet te weren uit Brussel, integendeel zelfs, maar sprak zich als Brussels frontman naar aanleiding van deze twee taalwetten in de Kamer fors uit tegen elke vorm van ‘contrainte linguistique’ en tegen de ‘flamandisation’ van Brussel. Max verweet de regeringen die in 1930-1932 taalwetten doorvoerden dat ze veel te grote toegevingen aan de Vlaams-nationalisten deden.
Max’ scherpe stellingname tegen het Vlaams-nationalisme bleek ook uit zijn houding in het amnestie Amnestie Lees meer -dossier. In 1928 maakte hij achter de schermen geen geheim van zijn afkeer van de door zijn partijgenoot Paul-Emile Janson
Janson, Paul-Emile Paul-Emile Janson (1872-1944) was een Brussels liberaal politicus en advocaat, die in de jaren 1937-1938 premier van België was. Lees meer geregelde wet die straffen voor veroordeelde activisten vervallen verklaarde (de ‘ uitdovingswet Uitdovingswet Lees meer ’).
Verder bracht Max vanuit zijn machtspositie meermaals liberale ministers die in de ogen van Franstalige liberalen te veel toegaven aan Vlaamse eisen in een heikele positie. In twee bijzonder geladen dossiers oefende Max grote druk op zijn partijgenoten in de regering: de kwestie van de École des Hautes Études
Ecole des Hautes Etudes De Ecole des Hautes Etudes werd in 1923 door de francofone elite gesticht als reactie tegen de vernederlandsing van de Gentse rijksuniversiteit. Lees meer te Gent in 1930-1931 (toen hij optrad als spreekbuis van de Brusselse federatie) en de zaak-Martens in 1939 (toen hij tussenkwam in zijn hoedanigheid van liberaal fractievoorzitter).
In november 1930 tekende Max in naam van de Brusselse federatie verzet aan tegen het beleid van de liberale minister Maurice Vauthier omdat deze aan de Gentse universiteit aangestelde professoren verbood les te geven aan de École des Hautes Études. Als concurrerende Franstalige instelling die rekruteerde uit het professorenkorps van de vernederlandste universiteit berokkende eerstgenoemde instelling de tweede immers schade. Max bracht met de eis van zijn federatie om de verbodsmaatregel op te heffen de regering, waarin nochtans zijn bondgenoot Hymans zetelde, in grote moeilijkheden. Henri Jaspar
Jaspar, Henri Henri Jaspar (1870-1939) was een Brusselse katholieke politicus die een oplossing wilde voor de Vlaamse kwestie. Lees meer bood zelfs het ontslag aan van zijn regering.
De liberale ministers verkregen uiteindelijk toch het vertrouwen op een vergadering van de liberale linkerzijde, waarbij ook Max zich uitsprak om de regering niet te doen vallen, nadat Albert I eerder al het ontslag van Jaspar had geweigerd. De gemoederen binnen de Brusselse federatie waren nog niet bedaard en Max toonde zich, nauwelijks twee maanden later, in de Kamer ontevreden over de manier waarop de regering omsprong met de ophefmakende zaak rond Georges Hulin de Loo
Hulin de Loo, Georges Georges Hulin de Loo (1862-1945) was een hoogleraar en kunsthistoricus die zich ontpopte als een hevige tegenstander van de vernederlandsing van de Rijksuniversiteit Gent. In december 193... Lees meer . De groep studenten die deze hoogleraar in december 1930 hardhandig uit een Gentse universiteitsaula had verjaagd – omdat hij halsstarrig weigerde ontslag te nemen bij de École des Hautes Études – werd door de academische raad niet gedisciplineerd en de regering dwong Hulin de Loo te kiezen tussen de universiteit en de École.
Jaren later, in 1939, speelde Max, al dan niet onder druk gezet door liberaal partijvoorzitter Emile Coulonvaux, wel een sleutelrol in de daadwerkelijke val van de regering Spaak rond de benoeming van de veroordeelde activist Adriaan Martens
Martens, Adriaan De vrijzinnige flamingant Adriaan Martens (1885-1968), een gereputeerde internist, engageerde zich tijdens de Eerste Wereldoorlog in het activisme en tijdens de Tweede Wereldoorlog in de ... Lees meer als lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Geneeskunde Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België (KAGB) De Vlaamse Academie voor Geneeskunde van België, werd in 1938 door Frans van Cauwelaert opgericht vanuit een streven naar Vlaamse culturele autonomie. De Academie kende even moeilijkhede... Lees meer . Max confronteerde op 8 februari als liberale fractieleider in de Kamer de liberale ministers in de regering (Janson, Octave Dierckx, Emile Jennissen
Jennissen, Emile Advocaat Emile Jennissen (1882-1949) was een Waalse liberale politicus, die actief was binnen de Waalse beweging. Hij pleitte voor een vorm van federalisme en kwam in de Kamer geregeld tu... Lees meer ) met een duidelijk ultimatum. Hij deed dit samen met de liberale fractieleider in de Senaat, de Waal Paul Henricot, en de Waalse voorzitter Coulonvaux in naam van de liberale linkerzijde in beide Kamers. Indien Martens niet kon bewogen worden tot vrijwillig ontslag uit de Academie moesten de liberale ministers zelf ontslag nemen uit de regering wegens het gebrek aan liberale steun in het parlement voor de benoeming van de gewezen activist, aldus Max, Henricot en Coulonvaux.
Voor Paul-Henri Spaak
Spaak, Paul-Henri Paul-Henri Spaak (1899-1972) was een Franstalige socialistische politicus die een rol speelde in talrijke communautaire kwesties. Lees meer bleef niets anders over dan de koning het ontslag van de regering aan te bieden. Leopold III
van Saksen-Coburg, Leopold III Leopold III (1901-1983) werd aan de vooravond van en tijdens de Tweede Wereldoorlog het boegbeeld van een autoritaire stroming in de Belgische politiek. Zijn controversiële houding en mee... Lees meer achtte de principiële en stugge houding van de liberalen, in het bijzonder die van Max, Hymans en Albert Devèze als gezaghebbende ministers van staat, rond deze kwestie als onverantwoordelijk, aangezien de toenemende oorlogsdreiging volgens hem een sterke regering vergde.
In toenemend conflict met de Vlaamse beweging
Tegen de achtergrond van de politieke doorbraak van het Vlaams-nationalisme vanaf het einde van de jaren 1920, zorgde de manier waarop Max omsprong met het inzetten van politie voor ordebewaking en het toelaten van manifestaties in de hoofdstad voor grote irritatie bij flaminganten, in het bijzonder bij Vlaams-nationalisten. Max kreeg uit die hoek het verwijt dat hij zich als hoofd van de politie volledig ten dienste stelde van Belgisch-nationalistische Belgisch nationalisme Lees meer , anti-Vlaamse oud-strijders.
Ook socialistische vertegenwoordigers verweten Max meermaals dat zijn politieke voorkeuren zijn veiligheidsbeleid bij betogingen kleurde. De neutrale zone werd onder zijn bewind sinds 1919 maar liefst drie keer ingenomen door Belgisch-nationalistische oud-strijders. In regeringskringen zorgde zijn optreden als hoofd van de politie meermaals voor wrevel.
Op 31 december 1933 schonden anti-Vlaamse fraternellen, verbroederingen van oud-strijders gegroepeerd in de Union des Fraternelles de l'Armée
Vereeniging der Verbroederingen van het Veldleger (VVV) Union des Fraternelles de l'Armée de Campagne werd in 1928 vanuit het Hof en het leger opgericht als een Belgisch-nationalistische en militaristische oud-strijdersvereniging. Lees meer , en Vuurkruisen, verenigd in de Fédération Nationale des Croix de Feu, de neutrale zone, zonder dat ze veel tegenstand van politie en gendarmerie ondervonden. Ze betoogden tegen de ‘re-integratie van de verraders’ en de ‘inschikkelijkheid’ van de regering tegenover de Vlaams-nationalisten. Minister Prosper Poullet
Poullet, Prosper Hoewel hij afkomstig was uit een Franstalig aristocratisch milieu, realiseerde de katholieke burggraaf Prosper Poullet (1886-1937) mee de eentaligheid van Vlaanderen en leidde hij de eers... Lees meer bood uiteindelijk zijn ontslag aan en Max werd in het parlement op de korrel genomen voor het laten begaan van de fraternellen.
In 1935 liepen de gemoederen bij Vlaams-nationalisten en Vlaamsgezinden in het parlement opnieuw op toen Max de toestemming weigerde voor een op 31 maart geplande betoging in Brussel van onder meer het Verbond der Vlaamse Oud-strijders
Verbond VOS (VOS) Het Verbond der Vlaamse Oud-Strijders (VOS), opgericht in 1919, was een flamingantische vereniging voor oud-strijders van de Eerste Wereldoorlog, die in de loop van het interbellum tot ee... Lees meer , het Davidsfonds
Davidsfonds (DF) Het Davidsfonds is een katholieke Vlaamse cultuurvereniging, die werd opgericht in januari 1875. Lees meer , de Vlaamse Toeristenbond
Vlaamse Toeristenbond (VTB) VTB-VAB (1922) was een cultureel-toeristische organisatie die bijdroeg aan de ontwikkeling van het toerisme en de mobiliteit in Vlaanderen. Ze was door haar financiële en culturele slagkr... Lees meer en het Vlaamsch Verbond voor Brussel Vlaams Verbond voor Brussel (VVB) Lees meer . Max was verbolgen over het nieuws dat de Belgische driekleur door de organisatoren verboden zou zijn en argumenteerde dat de publieke orde niet kon worden gegarandeerd. De betoging was gericht tegen de niet-toepassing van de taalwet van 1932. Max bracht met zijn verbod de regering, in het bijzonder de minister van Binnenlandse Zaken Hubert Pierlot en de Vlaamse ministers, in verlegenheid.
In mei 1937 besloot Max een manifestatie van het Verbond der Vlaamse Oud-strijders, ditmaal voor het verlenen van amnestie waarvoor de regering een wet voorbereidde, te verbieden nadat hij eerder in de maand een betoging van fraternellen en Vuurkruisen wél had laten doorgaan. Premier Paul van Zeeland
Van Zeeland, Paul Toen hoogleraar en bankier Paul van Zeeland (1893-1973) tussen 1935 en 1937 aan het hoofd stond van de Belgische regering, werden onder andere de taalwet in rechtszaken en een amnestiewet... Lees meer en de minister van Binnenlandse Zaken August de Schryver
De Schryver, August August de Schryver (1889-1991) was een Vlaamsgezind kopstuk binnen zowel de vooroorlogse katholieke partij als de CVP, die in de loop van zijn carrièreverschillende ministerposten beklee... Lees meer zetten Max onder druk om het verbod in te trekken. In de Kamer kreeg Max ongezien veel kritiek te verduren vanwege Vlaamse vertegenwoordigers uit alle partijen, maar ook van de socialistische coryfee Émile Vandervelde
Vandervelde, Emile Emile Vandervelde (1866-1936) was een socialistische partijleider en politicus die een vooraanstaande rol speelde in de Vlaamse vraagstukken van zijn tijd. Lees meer . De Vlaams-nationalist Jeroom Leuridan
Leuridan, Jeroom Jeroom Leuridan (1894-1945), leraar en advocaat, was van 1929 tot 1944 parlementslid van het Vlaams Nationaal Verbond (VNV), en vanaf 1934 VNV-gouwleider van West-Vlaanderen. Hij was een ... Lees meer zorgde voor opschudding met de herhaalde dreiging dat Max door Vlamingen de nek moest worden omgewrongen. De Vlaams-liberale vertegenwoordiger Adolf van Glabbeke schrok er niet voor terug om zijn partijgenoot in het parlement te bekritiseren. Max stond uiteindelijk toe dat de betoging doorging, maar liet de straten langs heel het traject ontruimen.
Zijn laatste ‘anti-Vlaamse’ daad als burgemeester volbracht Max volgens zijn Vlaamse tegenstanders in 1939. Op 21 januari 1939 werd de recentelijk opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Geneeskunde tegen de achtergrond van de ophef over de benoeming van Martens plechtig ingehuldigd met een installatievergadering op het Academieplein in aanwezigheid van de koning. Max had de neutrale zone laten afzetten met een dubbele haag van rijkswachters en politieagenten om de massa op een veilige afstand te houden en confrontaties tussen Belgisch-nationalistische en flamingantische oud-strijders onmogelijk te maken. Tijdens de plechtigheid, die de eerste stappen naar Vlaamse culturele autonomie symboliseerde, blonk hij uit in afwezigheid. Flamingantisch boegbeeld Frans van Cauwelaert
Van Cauwelaert, Frans Frans van Cauwelaert (1880-1961) was een Vlaamsgezinde katholieke politicus, die een hoofdrol speelde in de vernederlandsing van het openbare leven in Vlaanderen. Van Cauwelaert lag in 19... Lees meer haalde in de Kamer fel uit naar Max als een anti-Vlaamse burgemeester die er een gewoonte van maakte een ‘staat van beleg’ te organiseren wanneer Vlamingen in de hoofdstad ‘hun bestaan in het land’ kracht wilden bij zetten.
Nauwelijks negen maanden later, op 6 november 1939, overleed Max. In de context van de pas uitgebroken Tweede Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog De Tweede Wereldoorlog werd in Vlaanderen getekend door de onvoorwaardelijke collaboratie van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). De samenwerking met de bezetter en de bestraffing erva... Lees meer en een conflict met Leopold III
van Saksen-Coburg, Leopold III Leopold III (1901-1983) werd aan de vooravond van en tijdens de Tweede Wereldoorlog het boegbeeld van een autoritaire stroming in de Belgische politiek. Zijn controversiële houding en mee... Lees meer rond de toepassing van de Belgische neutraliteitspolitiek, gebruikten de Belgische regering en Kamervoorzitter Van Cauwelaert het belgicistische eerbetoon aan de overleden burgemeester om eendracht en patriottische vastberadenheid uit te stralen onder de acute dreiging van een nieuwe inval.
Literatuur
Het archief van het kabinet van Max, bewaard in het stadsarchief van Brussel, bevat zowel zijn privéarchief als zijn administratief archief als burgemeester. Het archief van de Liberale Partij, bewaard in Liberas, biedt inzicht in de positionering van Max binnen de partij.
– Burgemeester Max en het Vlaamsch, in: Het Handelsblad van Antwerpen, 10 januari 1910.
– L’hommage de la patrie à un héros national, in: L’Indépendance Belge, 19 november 1939.
– M. Ad. Max, Burgemeester van Brussel, in: Het Laatste Nieuws, 8 december 1909.
– Conseil du Cabinet du 9 février 1939, notulen Ministerraad, Algemeen Rijksarchief.
– Plenaire vergaderingen van 13 januari 1931 (p. 351), 27 januari 1932 (p. 555), 6 maart 1935 (p. 588-598), 13 mei 1937 (p. 1422-1432), 31 januari 1939 (p. 445) en 14 november 1939 (p. 10-12), in: Annales parlementaires. La Chambres des Représentants/Parlementaire handelingen. Kamer van Volksvertegenwoordigers.
– P. Hymans, Hommage à Adolphe Max, 1939.
– P. Hymans, Mémoires. Vol. I-II, 1958.
– C. Bernard, Max, Adolphe-Eugène-Jean-Henri, in: Biographie Nationale de Belgique, 1958, dl. XXX, pp. 551-568.
– L. Cooremans en M. Martens, Adolphe Max, 1964.
– H.J. Elias, 25 jaar Vlaamse Beweging 1914- 1939, 1969, dln. II-IV.
– E. Witte en J. Craeybeckx, Politieke geschiedenis van België sinds 1830. Spanningen in een burgerlijke democratie, 1981.
– B. de Wever, Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde. Het VNV 1933-1945, 1994.
– J. Velaers en H. van Goethem, Leopold III – de Koning, het Land, de Oorlog, 1994.
– G. Deneckere, Oudstrijders op de vuist in Brussel. Het amnestieconflict tijdens het Interbellum, in: Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, jg. 25, 1995, nrs. 3-4, pp. 273-327.
– J. Laporte, Adolphe Max, in: Vlaamse Stam, jg. 36, 2000, nrs. 3-4, pp. 168-174.
– J. Velaers en H. Van Goethem, Leopold III – de Koning, het Land, de Oorlog, 1994.
– R. Mantels en H. Vandevoorde, Maar wat een wespennest! Het rectoraat van August Vermeylen en de vernederlandsing van de Gentse universiteit, 2010.
– S. de Schaepdrijver, De Groote Oorlog. Het Koninkrijk België tijdens de Eerste Wereldoorlog, 2013.
– K. Lauwers, "Vous n'êtes pas un collègue flamand ?" Identiteitsvorming tijdens de Belgische Kamerdebatten over "talen in bestuurszaken" in 1932, in: Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, jg. 44, 2014, nr. 1, pp. 10-43.
– M. Schoups en A. Vrints, De overlevenden. De Belgische oud-strijders tijdens het interbellum, 2018.
– C. de Spiegeleer, Le suprême hommage. De omgang met de dood van koninklijke en politieke elites in België tussen 1830 en 1940, 2020.
Christoph De Spiegeleer (2024). Max, Adolphe. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2024. https://devb.be/id/per-008699.