Jozef Bernard Cannaert (1768-1848) was politicus, magistraat en auteur over taalkundige en historische onderwerpen.

Geboorte
Gent, 15 februari 1768
Overlijden
Gent, 17 november 1848
Suggestie
Citeren
Leestijd: 3 minuten

Cannaert, een bakkerszoon, studeerde tussen 1786 en 1788 rechten in Leuven en vestigde zich als advocaat in zijn geboortestad Gent Gent Al in de 19e eeuw probeerden Vlaamsgezinde intellectuelen het gebruik van het Nederlands te bevorderen in een sterk verfranst Gent. Studentenverenigingen zoals 't Zal wel gaan hielpen daa... Lees meer . Tijdens de Brabantse Omwenteling gaf hij uiting aan zijn jozefistische opvattingen door samen met Karel Vervier Vervier, Karel Vervier, Karel Karel (Charles) Vervier (1789-1872) publiceerde verschillende literaire werken en was vooral actief als lid van verschillende literaire genootschappen. Hij onderhield nauwe contacten met ... Lees meer de satirische kroniek Dits die Excellente Print-Cronike te publiceren. In 1796, onder het Franse bewind, werd hij hoofd van het secretariaat van het Scheldedepartement en in 1798 trad hij toe tot de Gentse gemeenteraad, die hij na een conflict met meer radicale krachten weer moest verlaten. In 1800 werd hij stadssecretaris van Gent en in 1804 keerde hij terug naar de balie, om in 1810 substituut van de keizerlijk procureur in zijn geboortestad te worden. In 1799-1800 had hij meegewerkt aan Karel Broeckaerts Broeckaert, Karel Broeckaert, Karel Gents dichter en publicist Karel Broeckaert (1767-1826) schreef met Jellen en Mietje (1816) de eerste Vlaamse volksroman in de Zuidelijke Nederlanden. Daarnaast werd hij bekend om zijn Sy... Lees meer Briefwisseling tusschen Vader Gys en verscheyde andere geleerde Personen van zynen tyd. Veel later, in 1837, zou hij ook Broeckaerts succesverhaal Jellen en Mietje herwerken en uitgeven, samen met zijn in 1823 in een almanak gepubliceerde verhaal Het Avond-partytje waarin Gentse burgers converseren in een estaminet. De toon is grappig en ironisch doordat de verteller verschillende talen combineert, Nederlands, Frans en dialect. Hij relativeert daarmee ook het Noord-Nederlands als norm voor het Zuiden.

De komst van het Koninkrijk der Nederlanden bekeek hij zonder enthousiasme, conform zijn reputatie als ‘un peu français’. Zijn antiklerikale opvattingen deden hem echter, als een van de weinigen in Gent, voor de Grondwet van 1815 stemmen. Toch volstond dit niet om hem van de steun van de regering te verzekeren: pas in 1825 werd hij tot raadsheer in het gerechtshof van Brussel Brussel In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich v... Lees meer benoemd, in 1827 gevolgd door een aanstelling als schoolopziener. Tussen 1822 en 1825 maakte Cannaert ook deel uit van de Gentse gemeenteraad.

In 1823 publiceerde Cannaert de brochure Iets over de Hollandsche tael, noch voor, noch tegen, latende elk dienaengaende vry en onverlet als naer goedvinden. Het was een beknopte inleiding op de noordelijke variant van het Nederlands ten behoeve van wie de zuidelijke variant gewend was en ‘zonder moeite en zonder geld’ de andere wenste te leren. Cannaert hanteerde hier met verve de ironie en hoopte zijn lezers de mogelijkheid te bieden ‘het hollandsch niet te gebruyken, alvorens hetzelfde eenigszins te kennen’. De vraag of Hollands en Vlaams nu twee talen waren of twee varianten van eenzelfde taal Taal Taal De ontwikkeling van het Nederlands vormde tot diep in de 20ste eeuw een fundamenteel aandachtspunt in de Vlaamse beweging. De wijze waarop het geschreven en gesproken Nederlands gehanteer... Lees meer , was voor Cannaert geen halszaak. 

Cannaerts grootste verwezenlijking was ongetwijfeld zijn studie Bijdragen tot het oude Strafregt in België (1826, tweede druk 1829, en als Bijdragen tot de kennis van het oude strafrecht in Vlaenderen opnieuw uitgegeven in 1835. Een Franstalig uittreksel verscheen onder de titel Olim. Procès des sorcières en Belgique in 1847). Deze vroege uiting van rechtshistorisch onderzoek verscheen in het Nederlands, waardoor ze op twee manieren vernieuwend was.

Wegens zijn betrokkenheid als raadsheer bij het proces wegens opruiende persartikelen en samenzwering tegen de veiligheid van de staat tegen de oppositiejournalist Louis de Potter en zijn medestanders werd Cannaert in oktober 1830 gepensioneerd, eigenlijk afgezet. Zelf had hij intussen de veiligheid opgezocht in Nederland Nederland Nederland is met Vlaanderen verbonden door de economische infrastructuur, de taal en de geschiedenis. Vanaf eind 18de eeuw kreeg die verbondenheid in taal en cultuur op uiteenlopende mani... Lees meer . Na zijn terugkeer in Gent in 1832 werd hij opnieuw actief als advocaat en zette hij zijn rechtshistorisch onderzoek verder.

Literatuur

— P. van Duyse, Levensberigt van Josef Bernard Cannaert, in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1849.
— Ph. Blommaert, Cannaert, Joseph-Bernard, Biographie Nationale, Brussel, 1872, dl. III, pp. 286-287.
— L. François, Progressief en cultuurbewust. Prototypes van de Gentse burgerij eind 18de-begin 19de eeuw, Brussel, 1990.
— J. Huyghebaert, Inleiding, in: K. Broeckaert, Jellen en Mietje, Brussel, 1992.
— W. van den Berg en P. Couttenier, Alles is taal geworden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1800-1900, Amsterdam, 2016.

Suggestie
Citeren

2025: Frank Judo

Inhoudstafel