De Ceuninck, Armand
Luitenant-generaal Armand de Ceuninck (1858-1935) was van augustus 1917 tot de wapenstilstand op 11 november 1918 minister van Oorlog in de Belgische regering. Hij aarzelde niet om disciplinair op te treden tegen flamingantische militairen aan het IJzerfront.
Nico Van Campenhout (2023), Richard Boijen (1998). De Ceuninck, Armand. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2023. https://devb.be/id/per-003096.
Naar het voorbeeld van zijn vader, die onderofficier was bij de artillerie, startte Armand de Ceuninck op 13-jarige leeftijd een opleiding aan de Koninklijke Militaire School. Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog
Eerste Wereldoorlog De Vlaamse beweging is fundamenteel getekend door de Eerste Wereldoorlog. De oorlog maakte een verregaande democratisering onafwendbaar, met wezenlijke gevolgen voor het politieke draagv... Lees meer was hij opgeklommen tot kolonel en op 6 september 1914 werd hij bevorderd tot generaal-majoor en commandant van de 18de brigade grenadiers, die was betrokken bij de slag om Antwerpen.
Nadat het Belgische leger
Leger De taalkwestie speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van het Belgische leger. Als een van de weinige echt nationale instellingen was het leger een brandpunt van diverse sociaal-p... Lees meer zich achter de IJzer had teruggetrokken, nam De Ceuninck in januari 1915 als luitenant-generaal het bevel op zich van de 6de legerdivisie. Zijn ijzeren discipline zorgde ervoor dat deze militaire entiteit een geduchte gevechtseenheid werd, maar dat hij tegelijk sterk werd gevreesd. Op bevel van De Ceuninck werden zonder noemenswaardig proces soldaten gefusilleerd die uit angst de frontlinies niet meer durfden in te gaan, wat later werd gediagnosticeerd als shellshock.
Minister van Oorlog
Tegen de wil van de ministerraad werd hij op 4 augustus 1917 door koning Albert I
van Saksen-Coburg, Albert I Koning Albert I (1875-1934) werd aan de vooravond van en tijdens de Eerste Wereldoorlog geconfronteerd met een radicaliserende Vlaamse beweging. De communautaire kwestie groeide daardoor ... Lees meer als minister van Oorlog aan de regering opgedrongen en verving hij in die functie Charles de Broqueville
de Broqueville, Charles Graaf Charles de Broqueville (1860-1940) was een katholiek politicus, regeringsleider (1911-1918) en minister van Oorlog (1912-1917). Hij werd na de oorlog nog enkele keren minister en wa... Lees meer , die tot dan de leiding van de regering had gecombineerd met dat ministerschap.
Met de steun van de koning trad De Ceuninck streng op tegen Vlaamsgezinde soldaten. Wie in het bezit werd gevonden van de Open Frontbrieven
Open Brieven van de Frontbeweging De Open Brieven van de Frontbeweging waren gestencilde of gedrukte clandestiene manifesten die tussen 11 juli 1917 en 11 juli 1918 aan het front werden verspreid. Daarbij mogen ook een aa... Lees meer , werd gestraft en de Vlaamsgezinde aalmoezenier Paul Vandermeulen
Vandermeulen, Paul Paul Vandermeulen (1893-1975) was een studentenleider, frontaalmoezenier en beroemd Vlaams katholiek figuur. Lees meer werd overgeplaatst naar een strafkamp op het eilandje Cézembre
Cézembre Cézembre was tijdens de Eerste Wereldoorlog een strafkamp van het Belgische leger. Het verwierf een mythische status nadat de Belgische legerleiding de aalmoezenier Paul Vandermeulen erhe... Lees meer voor de kust van Bretagne.
De Ceunincks ministeriële circulaires van 22 augustus en 18 september 1917, waarin de legerleiding
Leger De taalkwestie speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van het Belgische leger. Als een van de weinige echt nationale instellingen was het leger een brandpunt van diverse sociaal-p... Lees meer werd gevraagd meer aandacht te besteden aan de wet van 1913 inzake het taalgebruik in het leger, hadden vooral tot doel de Vlamingen te sussen, maar hebben niet tot effectieve aanpassingen geleid. De Ceuninck behield zijn functie in de kortstondige regering onder de leiding van Gérard Cooreman (juni-november 1918).
Na de Eerste Wereldoorlog
Na de Eerste Wereldoorlog – hij was inmiddels 60 jaar – werd De Ceuninck gemuteerd naar het reservekader, wat mede een gevolg was van het feit dat hij uit de gratie van de koning was gevallen. In 1920 vertegenwoordigde hij België nog wel bij de ontwapeningscommissie van de pas opgerichte Volkenbond en in 1925 werd hij geadeld met de erfelijke titel van baron.
Literatuur
– M. Corvilain, Le lieutenant-général de Ceuninck, commandant de division et ministre de la guerre, z.j.
– L. Schepens, Koning Albert, Charles de Broqueville en de Vlaamse Beweging tijdens de Eerste Wereldoorlog, 1983.
– R. Boijen, De taalwetgeving in het Belgische leger (1830-1940), 1992.
– R. Boijen, Discussie rond eentalige eenheden in 1918: Helleputte versus De Ceuninck, in: Wetenschappelijke Tijdingen, 1993, nr. 1, pp. 1-9.
– L. Wils, Frans van Cauwelaert en de barst in België 1910-1919, 2001.
Nico Van Campenhout (2023), Richard Boijen (1998). De Ceuninck, Armand. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2023. https://devb.be/id/per-003096.