De Ghelderode, Michel

Persoon
Paul de Pessemier (2023, herwerking), Roland Beyen (1998, aanvulling)

Michel de Ghelderode (1898-1962) was een Franstalig auteur van Vlaamse origine, die met zijn macaber en grotesk getoonzette (theater)werk internationale faam verwierf. Zijn houding tegenover het flamingantisme was dubbelzinnig en pendelde tussen sympathie voor de Vlaamse kwestie en francofone sentimenten.

Alternatieve naam
Ademar Martens
Geboorte
Elsene, 3 april 1898
Overlijden
Schaarbeek, 1 april 1962
Suggestie
Citeren
Leestijd: 8 minuten

Michel de Ghelderode ontleent zijn betekenis voor de Vlaamse beweging vooral aan het feit dat hij tussen 1925 en 1932 zes stukken schreef voor het Het Vlaamsche Volkstooneel Het Vlaamsche Volkstooneel (VVT) (1920-1932) Het Vlaamsche Volkstooneel (VVT) (1920-1932) Lees meer . Het in 1949 in Parijs opgevoerde stuk Fastes d'Enfer (1925) bezorgde hem internationale faam. Ghelderode toonde zich zelf ook een voorstander van de ‘Vlaamse zaak’. Hij pleitte voor de politieke autonomie van Vlaanderen en de vernederlandsing van de Gentse universiteit Universiteit Gent (UGent) Lees meer . Zijn samenwerking met de door de Duitse bezetter gecontroleerde radio tijdens de Tweede Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog De Tweede Wereldoorlog werd in Vlaanderen getekend door de onvoorwaardelijke collaboratie van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). De samenwerking met de bezetter en de bestraffing erva... Lees meer werd hem na de bevrijding aangewreven, maar gaf geen aanleiding tot vervolging. Vanaf dan hield Ghelderode zich in de regel ver van de Vlaamse beweging, al bleef hij wel contact onderhouden met Vlaamsgezinde cultuurdragers zoals Herman Teirlinck Teirlinck, Herman Teirlinck, Herman Herman Teirlinck (1879-1967) was een Vlaamse prozaschrijver en toneelvernieuwer, die onder andere als raadsheer van de koning en directeur van de Nationale Hogere School voor Bouw- en Sie... Lees meer .

Jeugd

Ghelderode kwam als Adémar Martens ter wereld in Elsene op 3 april 1898. Van zijn vader, een bediende op het Brussels Rijksarchief, kreeg hij zijn grote interesse voor de middeleeuwen en de renaissanceperiode mee. Zijn ouders, Henri en Jeanne-Marie Rans, waren beiden uit Vlaanderen afkomstig. Zij voedden hun vier kinderen echter bewust in het Frans op, omdat die taal de mogelijkheid op sociale promotie inhield. De jonge Adémar had een zwakke gezondheid. Bovendien deed hij op zijn zestiende tyfus op.

Martens ging naar het katholieke, Franstalige Instituut Saint-Louis. De strenge religieuze sfeer op deze school bracht een voortdurende spanning met zich mee, die leidde tot een gevoel van onzekerheid en vrees tegenover zijn opvoeders.  Niet alleen op het college, maar ook in de kerk en thuis, overheerste een uitgesproken, zowel Roomse als kleinburgerlijke gestrengheid. Die diepe angst voor de vader, de moeder en de pastoor zou een verklaring zijn voor Ghelderodes latere fobieën. Op het college, en later op het muziekconservatorium waar hij altviool leerde spelen, presteerde hij maar matig. Hij stopte met zijn schoolopleiding na het eerste trimester van de vierde klas van de moderne humaniora.

Op eigen benen

Martens vervulde zijn militaire dienst van 1919 tot 1921. Nadien ging hij in een Brusselse boekhandel aan de slag, waar hij korte tijd later Jeanne-Françoise Gérard (1894-1980) leerde kennen. Ze trouwden in 1924, enkel voor de wet. Niet lang daarvoor was hij bij het gemeentearchief van Schaarbeek als ambtenaar aangesteld. Hij bleef er tot in 1945 in dienst.

Aan zijn diepreligieuze opvoeding had Martens een fascinatie voor het rituele, het theatrale en de magie overgehouden, die vooral in zijn toneelwerken tot uiting kwam. Toen het Poppentheater Toone in zijn voortbestaan werd bedreigd nam hij het er gedreven voor op. In de jaren 1924 tot 1936 schreef hij zeven stukken voor dit gezelschap. Wellicht buiten zijn diensturen was hij in 1923-1924 enige tijd chargé d'affaires van de kunstgalerij Le Cabinet Maldoror.

Tijdens zijn jeugdjaren liep Martens weg met de persoon en het werk van Charles De Coster De Coster, Charles De Coster, Charles Charles de Coster (1827-1879) was een schrijver die behoorde tot de progressieve vleugel van het liberalisme. Zijn belangrijkste werken zijn Légendes flamandes (1858), Contes brabançons (... Lees meer . De lectuur van diens patriottisch epos La légende et les aventures héroiques, joyeuses et glorieuses d'Ulenspiegel et de Lamme Goedzak au pays de Flandres et ailleurs (1867) (zie Tijl Uilenspiegel Tijl Uilenspiegel Tijl Uilenspiegel Tijl Uilenspiegel is een personage uit een laatmiddeleeuws Duits volksboek, dat van de 19de eeuw tot diep in de 20ste eeuw door uiteenlopende politieke bewegingen in België en Vlaanderen ... Lees meer ), stimuleerde hem in zijn ontluikende Vlaamsgezindheid.

Toneelauteur

Eerst schreef Ghelderode enkele barokke sprookjes en verhalen, in de sfeer van de operastukken die hij in zijn vaders gezelschap had bijgewoond. Naast het Poppentheater Toone vormden de vaderlandse geschiedenis en de sfeer van de Brusselse kermisfoor bronnen van inspiratie. Nadien legde hij zich hoofdzakelijk op het schrijven van toneelstukken toe. De invloed van Barbey d'Aurevilly, Edgar Allen Poe en Villiers de l'Isle-Adam is daarin onmiskenbaar, evenals die van Frans Hellens. In 1918 werd zijn eerste stuk La mort regarde à la fenêtre opgevoerd, zij het zonder veel succes. In 1925 creëerde hij zijn eerste marionettenspel: Le mystère de la passion.

Naast ‘de Ghelderode’ gebruikte Martens aanvankelijk meerdere pseudoniemen: Philostene Costenoble, Jac Nolan en Babylas. Onder die schuilnamen gaf hij meer dan tachtig toneel Toneel Toneel Het Vlaamse toneel onderhield vanaf zijn ontstaan in de 19de eeuw een complexe en gelaagde verhouding met de Vlaamse beweging. Van een belangrijk emancipatorisch instrument en voorwerp va... Lees meer stukken uit. Hij publiceerde een honderdtal verhalen en heel wat bijdragen over kunst Kunst Lees meer en folklore. Bovendien liet hij enkele gedichten na en wel twintigduizend brieven. Zijn stijl typeert zich door een verontrustende fantasie, die vaak macaber, wreed en buitensporig is. Ook heeft hij het in zijn geschriften over het groteske van het leven en de dood.

Ghelderodes stukken spelen zich meestal in een fabelachtig Vlaanderen af en werden onder andere geïnspireerd door zijn vriendschap met James Ensor en Marcel Wyseur. Als invloeden verwijst de auteur bovendien naar Bruegel en Jeroen Bosch. Zijn personages zijn vaak volks, kleurrijk en folkloristisch. Veel scènes spelen zich tijdens een carnaval af. Daardoor was Ghelderode een voorloper van de absurdisten, al ging hij in zijn fictie zelden zo ver om de hand te lichten met de natuurwetten. Wel is de thematiek van het absurde en de zinloosheid van het leven in zijn werk sterk aanwezig.

Ghelderodes dubbelzinnige relatie met de Vlaamse beweging

Ghelderode schreef uitsluitend in het Frans, zoals andere Franstalige Vlaamse schrijvers van wie het werk eveneens door de tweeledige Belgische cultuur beïnvloed werd. Naast het gegeven dat zij het geschreven Nederlands onvoldoende beheersten, werd hun keuze voor het Frans ook bepaald door het feit dat die taal in het toenmalige België België België Geen Vlaamse beweging zonder België. Het is ook onmogelijk om België te begrijpen zonder de geschiedenis van de Vlaamse beweging erbij te betrekken. Tussen het ontstaan van een culturele ... Lees meer als dé cultuurtaal werd beschouwd (zie Literatuur Literatuur Literatuur De literatuur heeft een cruciale rol gespeeld in het ontstaan van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd en ook in de daaropvolgende fasen van de Vlaamse natiewording zijn schrijvers vaak richting... Lees meer ).

Het belette Ghelderode niet om contacten en samenwerkingen aan te gaan met de culturele Vlaamse beweging. Vanaf 1925 schreef hij er zes toneelstukken voor het Vlaamsche Volkstooneel Het Vlaamsche Volkstooneel (VVT) (1920-1932) Het Vlaamsche Volkstooneel (VVT) (1920-1932) Lees meer (VVT), waaronder Barabbas (1928) en Pantagleize (1929). Een belangrijke productie voor zijn doorbraak als toneelauteur was Beeldekens uit het leven van Sint Franciskus van Assisi (1927). Door zijn antimoderne inslag, maar ook door de verbeelding van Franciscus als een ‘volksverbonden’ heilige die in aanvaring komt met het gezag sloot de tekst goed aan bij het radicale Vlaamsgezinde profiel van het VVT. Dat gold eveneens voor Escorial (1927), een van Ghelderodes bekendste toneelstukken dat overigens nog steeds in binnen- en buitenland wordt opgevoerd. Uit het stuk spreekt een onmiskenbare afkeer van Philips II, die tijdens de Opstand in de Nederlanden de graven Egmont en Hoorne liet onthoofden. Ghelderodes even karikaturale als sadistische representatie van de Spaanse koning lag daarbij volledig in de lijn van een satirische en Vlaamsgezinde literaire traditie. Het stuk werd in 1929 door de KVS Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) De Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) werd opgericht op 23 augustus 1875 op initiatief van een aantal prominente liberale flaminganten, die ijverden voor een Nederlandstalig beroepstone... Lees meer in het Nederlands opgevoerd, nadien volgden opvoeringen in het Frans.

Ondanks zijn connectie met het VVT had Ghelderodes relatie met de Vlaamse beweging een eerder ambivalent karakter. Of de auteur zich een voor- dan wel tegenstander van de ‘Vlaamse zaak’ toonde, lijkt vooral af te hangen van de context waarin hij verkeerde. Zo toonde Ghelderode in de regel weinig belangstelling voor de Vlaamse politieke actualiteit, maar deed hij in 1925-1926 wel een aantal opmerkelijke verklaringen in het culturele maandblad De Tijdspiegel. Niet alleen pleitte de schrijver voor de politieke autonomie van Vlaanderen en de vernederlandsing van de Gentse universiteit Universiteit Gent (UGent) Lees meer . Hij sprak ook zijn bewondering uit voor de gevangengezette August Borms Borms, August Borms, August August Borms (1878-1946) speelde een prominente rol in de activistische collaboratie tijdens de Eerste Wereldoorlog en groeide nadien uit tot hét symbool van de amnestiebeweging, die een ... Lees meer . In dezelfde sfeer zong de auteur twee jaar later bovendien de lof van de activisten (‘rebelles flamandes (1914-1918)’) in het Franstalige kunstblad Haro! En ook bij de verkiezingen van 1936 gaf hij blijk van zijn sympathie voor het radicale Vlaams-nationalisme door op het Vlaamsch Nationaal Verbond Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) Het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) (1933-1945) was een rechts-radicale Vlaams-nationalistische partij die tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde met de Duitse nationaalsocialistis... Lees meer te stemmen. Ghelderodes kritische houding tegenover een België dat hem in zijn ogen miskende, verklaart wellicht mede waarom hij zich tijdens de Tweede Wereldoorlog engageerde in de collaboratie Collaboratie Collaboratie Collaboratie verwijst naar de samenwerking met de bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog, in casu van het Vlaams-nationalisme en een deel van de Vlaamse beweging. Lees meer . Zo verleende de schrijver zijn medewerking aan Zender Brussel Zender Brussel Zender Brussel Zender Brussel (1940-1944) was een collaborerend Vlaams Radio-instituut tijdens de Tweede Wereldoorlog. Lees meer , waarvoor hij van april 1941 tot juni 1943 een wekelijkse folkloristische kroniek verzorgde. Het kostte hem na de Bevrijding tijdelijk zijn baan op het gemeentehuis te Schaarbeek. 

Met de afloop van de oorlog bekoelde ook Ghelderodes relatie met het radicale flamingantisme. Hoewel hij nog steeds contacten onderhield met Vlaamsgezinde cultuurdragers zoals Herman Teirlinck Teirlinck, Herman Teirlinck, Herman Herman Teirlinck (1879-1967) was een Vlaamse prozaschrijver en toneelvernieuwer, die onder andere als raadsheer van de koning en directeur van de Nationale Hogere School voor Bouw- en Sie... Lees meer , hield hij zich voortaan verre van de (politieke) Vlaamse beweging. In zijn brieven hekelde hij nu zelfs de ‘hatelijke flaminganten’, die de Franse taal uit Vlaanderen wilden verbannen.

Literaire erkenning

Ghelderodes samenwerking met de door de Duitse bezetter gecontroleerde radio werd hem na de bevrijding aangewreven, maar gaf geen aanleiding tot vervolging. Zijn publiek tilde er evenmin zwaar aan. Dat blijkt onder meer uit het feit dat hij vooral na de Tweede Wereldoorlog internationale roem verwierf. Zijn toneelstukken Le Ménage de Caroline (1930), Mademoiselle Jaïre (1934) en Hop Signor! (1938) en werden door gereputeerde Parijse gezelschappen opgevoerd, tot het werk van Eugène Ionesco en Samuel Beckett toonaangevend werd.

In 1949 verwierf Ghelderode wereldfaam met de zeer bewogen voorstellingen van La Mort du docteur Faust/Fastes d’enfer in Parijs, dat na de vierde opvoering van de affiche werd gehaald.

In 1952 creëerde Ghelderode het openluchtspektakel Marie la Misérable, een middeleeuws mysteriespel. Het was zijn laatste stuk. In die periode werd hij in heel Europa en daarbuiten opgevoerd, maar nog zelden in eigen land.

Zijn laatste dagen werden gekenmerkt door eenzaamheid, bitterheid en paranoïde gedachten vanwege zijn vermeende miskenning. Ghelderode wist niet dat hij voor de Nobelprijs voor Literatuur was voorgedragen.

Archief

Werken

– La Mort du docteur Faust / Fastes d’enfer, 1925.
– Images de la vie de saint François d'Assise, 1926.
– Escurial, 1927.
– Barabbas, 1928.
– La Balade du grand macabre, 1934.
– Sire Halewyn, 1934.
– Mademoiselle Jaïre, 1934.
– Correspondance de Michel de Ghelderode, édition établie, présentée et annotée par Roland Beyen, Brussel, 1991-2012, vol. I-X.

Literatuur

– F. Vanhemelryck, Un hommage à Michel de Ghelderode, Katholieke Hogeschool Brussel.
– R. Beyen, Michel de Ghelderode ou la hantise du masque. Essai de biographie critique, Brussel, 1971.
– V. Nachtergale, De betrokkenheid bij Vlaanderen van de Franstalige Vlaams-Belgische auteurs, in: Ons Erfdeel, jg. 20, 1977, nr. 2, pp. 231-241.
– R. Beyen, Michel de Ghelderode ou la Comédie des apparences, catalogus, Parijs-Brussel, 1980.
– R. Beyen, Bibliographie de Michel de Ghelderode, Brussel, 1987.
– R. Beyen, Ghelderode et la troupe du Vlaamsche Volkstooneel, in: Revue de littérature comparée, nr. 299, 2001, pp. 411-427.
– P. Vandromme, Michel de Ghelderode. La Flandre espagnole, Lausanne, 2001.
– J. Vandy, Jeanne et Michel de Ghelderode - La guerrière et l'archange, Brussel, 2012.
–  P. de Pessemier ’s Gravendries, Het groteske van leven en dood. De kijk van Michel de Ghelderode op een fabelachtig Vlaanderen, in: Passage, jg. 1, 2017, nr. 3, pp. 59-75.

Suggestie
Citeren

1973: Roland Beyen (pdf)

1998: Roland Beyen (pdf)

2023: Paul de Pessemier

Databanken

Inhoudstafel