De Meester, Johan (jr.)

Persoon
Bernard Van Causenbroeck (2023, ongewijzigd), Bernard Van Causenbroeck (1998)

Johan de Meester jr. (1897-1986) was een uit Nederland afkomstige acteur, toneelregisseur en decorontwerper, die in de jaren 1920 verschillende opvoeringen van het Vlaamsch Volkstoneel regisseerde en bijdroeg tot de doorbraak van het modernistische theater in Vlaanderen.

Geboorte
Rotterdam, 24 juni 1897
Overlijden
Amsterdam, 18 maart 1986
Suggestie
Citeren
Leestijd: 4 minuten

Johan de Meester groeide op in een artistiek milieu; zijn moeder was kunstschilderes en zijn vader, Johan de Meester (sr.), auteur en journalist. De Meester (sr.) was van 1891 af redacteur van de rubriek "Letteren en Kunst" van de Nieuwe Rotterdamsche Courant, waardoor hij een invloedrijke positie bekleedde. Tal van artiesten kwamen over de vloer en dit stimuleerde de interesse van De Meester (jr.) voor literatuur en plastische kunsten. Hij liep school in het Rotterdamse Erasmiaans gymnasium, waar hij les kreeg van de Nederlandse dichter en classicus Jan H. Leopold en waar hij samen met zijn vriend Dick van Veen een toneel Toneel Toneel Het Vlaamse toneel onderhield vanaf zijn ontstaan in de 19de eeuw een complexe en gelaagde verhouding met de Vlaamse beweging. Van een belangrijk emancipatorisch instrument en voorwerp va... Lees meer groepje oprichtte. Omdat hij zich vooral interesseerde voor binnenhuisarchitectuur en modern toneeldecor ging hij twee jaar naar de Academie voor Beeldende Kunsten te Rotterdam. Overigens heeft De Meester steeds veel aandacht geschonken aan het totale theater: niet alleen letteren, maar ook schilderkunst, architectuur, dans en muziek betrok hij bij het toneelgebeuren. In 1918 sloot hij zich als leerling-acteur en -decorateur aan bij het gezelschap van Willem Royaards. Na een tijd kon hij zich niet meer vinden in de dogmatische en overheersende aanpak van Royaards en stapte hij in 1920 over naar het gezelschap van Eduard Verkade, die zijn acteurs totaal vrij liet. De Meester raakte steeds meer onder de indruk van het Duits expressionistisch theater en wanneer de Delftse studententoneelclub hem in 1923 vroeg om het expressionistische stuk De Torenbestormer van Herman Teirlinck Teirlinck, Herman Teirlinck, Herman Herman Teirlinck (1879-1967) was een Vlaamse prozaschrijver en toneelvernieuwer, die onder andere als raadsheer van de koning en directeur van de Nationale Hogere School voor Bouw- en Sie... Lees meer te regisseren, greep hij deze kans. Door dit eerste regiewerk kwam hij in contact met Wies Moens Moens, Wies Moens, Wies Lees meer , de secretaris van Het Vlaamsche Volkstooneel Het Vlaamsche Volkstooneel (VVT) (1920-1932) Het Vlaamsche Volkstooneel (VVT) (1920-1932) Lees meer (VVT). Toen Oscar de Gruyter De Gruyter, Oscar De Gruyter, Oscar Theatermaker Oscar de Gruyter (1885-1929) lag aan de basis van de in flamingantische middens legendarische gezelschappen het Fronttoneel en het Vlaamsche Volkstooneel, dat hij begin jaren... Lees meer zijn VVT overliet aan een katholieke groep rond Frans Delbeke vroeg Moens hem in april 1924 om de nieuwe artistieke leider te worden. De Meester aanvaardde meteen. Zijn komst werd door sommigen bekritiseerd. Enerzijds klaagde het radicale Vlaams-nationalistische, Groot- Nederlandse weekblad Vlaanderen (1922-1933) Vlaanderen (1922-1933) Vlaanderen (1922-1933) Vlaanderen was een radicaal Vlaams-nationalistisch weekblad dat verscheen tussen 1922 en 1933. Het stond voor het grootste deel onder leiding van Robrecht de Smet en Josué de Decker. Het ... Lees meer hem als niet-Vlaams-nationalist en niet-katholiek aan. Anderzijds namen Nederlandse collega's zijn bereidheid om theater in dienst te stellen van politiek op de korrel. Zijn eerste stuk voor het VVT, Marieke van Nijmeghen, was een succes, maar daarna ging het bergaf. Een conflict binnen het VVT tussen de 'Gruyterianen' en de nieuwkomers groeide. Moens nam ontslag ten voordele van Jan Boon Boon, Jan Boon, Jan Jan Boon (1898-1960) was tijdens de Eerste Wereldoorlog betrokken bij het activisme. Later was hij hoofdredacteur van De Standaard. Van 1939 tot aan zijn overlijden had hij de leiding van... Lees meer , die de kant van De Meester had gekozen.

Samen opteerden ze voor een prestigieuze politiek met als hoogtepunten de opvoeringen van Lucifer en Tijl in Parijs (1927) en de opvoering van De Geschiedenis van de soldaat voor het koninklijk hof te Laken (1929). De Meester stelde in zijn creaties het spel en het ritme centraal ten nadele van het woord. Hij was een vernieuwer die Vlaamse auteurs aanzette volksdrama te schrijven en musici, schilders en bouwmeesters betrok bij het theater. Met de acteurs van het VVT was de relatie vaak gespannen. Over zijn opdracht zei hij tijdens een interview met De Standaard De Standaard (1914-) De Standaard (1914-) Het eerste nummer van het dagblad De Standaard verscheen op 4 december 1918. De krant was gedurende vele decennia hét blad bij uitstek van de katholieke Vlaamse beweging in al haar varian... Lees meer in 1929: "Ik had in Vlaanderen een opdracht. Het Vlaamsche Volkstooneel bestond, het had idealen, ik had het voort te zetten. Het is door en door onwaar dat ik uit een of ander snobisme 'moderne' stijl in Vlaanderen wilde brengen of een 'kunst' voor de 'gemeenschap' wilde brengen. Die gemeenschap, het levende Vlaanderen bestond, die stijl leefde: ik heb ze uitgewerkt en doorgezet." In 1929 voelde De Meester dat zijn mogelijkheden binnen het VVT waren uitgeput en hij ruilde Vlaanderen in voor de Stadschouwburg van Amsterdam. Daarna regisseerde hij bij verscheidene Nederlandse gezelschappen. Van 1935 tot 1938 was hij scenarioschrijver en decorontwerper bij Tobis-Klangfilm in Berlijn en Korda's London Film in Londen. Van 1938 tot 1947 was hij actief bij het Residentie Toneel, van 1947 tot 1950 bij Comedia. Van de oprichting van de Nederlandse Komedie in 1950 af was hij mededirecteur van dit theater, vanaf 1962 van de Nieuwe Komedie. Daarnaast regisseerde hij in Zuid-Afrika (1955) en in Amerika (1965) en werkte hij voor de Nederlandse en Vlaamse televisie. Na 1929 paste De Meester zijn regiestijl aan de heersende mentaliteit aan en deed hij zijn activiteit binnen de VVT als een jeugdzonde af.

Literatuur

– N. Seghers, Johan de Meester jr., overzicht van leven en werk, RUG, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1988.
– G. Opsomer, Het Vlaamsche Volkstooneel (1924-1929). Gezelschap, discours en mise en scene als dimensies van een contextuele theaterhistoriografie, KUL, onuitgegeven doctoraatsverhandeling, 1992.

Suggestie
Citeren

1975: Joos Florquin (pdf)

1998: Bernard Van Causenbroeck (pdf)

2023: Bernard Van Causenbroeck

Inhoudstafel