Bormans, Jan-Hendrik
Jan-Hendrik Bormans (1801-1878) was hoogleraar in de letterkunde. Hij was een promotor van de eengemaakte spelling in Vlaanderen en rapporteur van de Spellingcommissie (1836-1841).
Jan-Hendrik Bormans (1801-1878) was hoogleraar in de letterkunde. Hij was een promotor van de eengemaakte spelling in Vlaanderen en rapporteur van de Spellingcommissie (1836-1841).
Het Bormshuis werd in 1971 opgericht. Het verzorgt de nagedachtenis van August Borms met een archief en bibliotheek, tentoonstellingen en herdenkingsmomenten.
Johannes Bosscha (1797-1874) was een Nederlands conservatief politicus. Hij kwam op voor de culturele eenheid van het Nederlandse taalgebied.
Marcel Bots (1925-1995) was doctor in de Germaanse filologie en doceerde aan enkele universiteiten. Hij was bestuurslid van het Willemsfonds, pleitte voor de vernederlandsing van Belgisch-Congo en was voorzitter van het Liberaal Archief.
De arts Eduard Bouqué (1843-1902) behoorde tot de kleine groep Gentse hoogleraren die zich vanaf het einde van de 19de eeuw inspande voor de vernederlandsing van de universiteit.
Dichter en filoloog Marcel Breyne (1890-1972) evolueerde tijdens de Eerste Wereldoorlog als krijgsgevangene in het kamp van Göttingen in de richting van het activisme.
Harry J. Brinkman (1934-2016) was een docent Nederlandse taalkunde aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.
Jan Broeckaert (1837-1911) was historicus, linguïst, ambtenaar en griffier. Hij publiceerde verschillende taalkundige en historische werken, waaronder de tiendelige Bibliographie van den Vlaamschen Taalstrijd (1904-1914).
De Groot-Nederlander Jan H. Broekman (1907-1983) was lid van onder meer het Dietsch Studentenverbond en De Dietsche Bond, en publiceerde in het culturele Verdinaso-orgaan Dietbrand.
Henri Bruning was in de jaren 1930 een toonaangevende katholieke auteur in Nederland en vanaf 1934 Verdinaso-lid. Zijn NSB-lidmaatschap en collaboratie tijdens de oorlog maakten een einde aan zijn literaire prominentie.
In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich vooral in en rond de hoofdstad concentreerde.
De Nederlander Lammert Buning (1914-1979) ontwikkelde zich vanaf de late jaren 1960 tot een belangrijke, zij het controversiële historicus van de Vlaamse en de Groot-Nederlandse beweging, in het bijzonder over het activisme.
Hendrik Burger (1864-1957) was een Nederlandse arts-specialist en hoogleraar, die zich via De Dietsche Bond, waarvan hij van 1931 tot 1941 de voorzitter was, inzette voor de Groot-Nederlandse gedachte.
Contacteer <a href="mailto:beeldredactie@devb.be">beeldredactie@devb.be</a> voor meer informatie.