Snieders, Jan

Persoon

Jan R. Snieders (1812-1888) was een Nederlands-Belgische arts en auteur van romans met een vaak katholieke strekking. In zijn woonplaats Turnhout stichtte hij het literaire genootschap De Dageraed (1842-1870) en daarna een lokale afdeling van het Davidsfonds.

Volledige voornaam
Jan Renier
Geboorte
Bladel, 21 november 1812
Overlijden
Turnhout, 9 april 1888
Suggestie
Citeren
Leestijd: 3 minuten

Biografie

Jan Renier Snieders was afkomstig uit het Noord-Brabantse Bladel en studeerde van 1833 tot 1838 geneeskunde aan de Leuvense universiteit. Hoewel hem daar na zijn promotie een leerstoel aangeboden werd, vestigde Snieders zich in 1838 te Turnhout, waar hij zijn verdere leven als huisarts (onder meer ook als wetsdokter) werkzaam was. Net als zijn jongere broer August Snieders Snieders, August Snieders, August August Snieders (1825-1904) was een Nederlands-Belgische journalist en letterkundige. Hij was meer dan vijftig jaar lang hoofdredacteur van Het Handelsblad van Antwerpen en was daarnaast ... Lees meer was hij daarnaast ook romanauteur. Snieders’ romans spelen zich vaak af tegen de achtergrond van de Antwerpse Kempen.

In 1842 stichtte hij het Turnhoutse taal- en letterlievend genootschap De Dageraed, waarvan de doelstellingen grotendeels parallel liepen met die van de Antwerpse rederijkerskamer Rederijkerskamers Rederijkerskamers De rederijkerskamers waren genootschappen die zich sinds de 15e eeuw toelegden op toneel en dichtkunst in de volkstaal. In de 18e en 19e eeuw speelden ze ook een belangrijke rol in de ver... Lees meer De Olijftak De Olijftak De Olijftak De Olijftak was een in 1835 opgerichte Antwerpse rederijkerskamer, die in de context van het ontluikende Vlaamsgezinde cultuurleven wilde aanknopen bij de bewonderde 16de-eeuwse rederijke... Lees meer en de Gentse maatschappij De Tael is gan(t)sch het Volk De Tael is gansch het Volk De Tael is gansch het Volk De Tael is gansch het Volk (1836) was een Gents letterkundig genootschap, dat een prominente rol speelde in de literaire Vlaamse beweging van de 19de eeuw. Eind jaren 1860 ging De Tael ge... Lees meer . Het cultiveren van de moedertaal gold als voornaamste doel. Nadat als gevolg van levensbeschouwelijke tegenstellingen De Dageraed in 1870 ter ziele was gegaan, richtte Snieders in 1875 te Turnhout een plaatselijke afdeling op van het Davidsfonds Davidsfonds (DF) Davidsfonds (DF) Het Davidsfonds is een katholieke Vlaamse cultuurvereniging, die werd opgericht in januari 1875. Lees meer , dat in de loop van datzelfde jaar zijn literaire reeks zou openen met Jan Snieders’ historische roman De Geuzen in de Kempen (1875). In 1887 werd hij doctor honoris causa van de Leuvense universiteit en buitenlands erelid (in tegenstelling tot zijn broer August verwierf hij nooit de Belgische nationaliteit) van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) De Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (KANTL, 1886) is een instelling die zich in de loop van haar geschiedenis heeft ingezet zowel voor taalculturele, -wetenschappeli... Lees meer .

Literair werk

In zijn letterkundige activiteiten ontpopte Snieders zich als een fervent pleitbezorger van de Vlaamse beweging. Naast zijn werk als arts ontwikkelde hij zich tot een veelgelezen auteur van landelijke romans en novellen (onder andere Dorpsverhalen, 1854; De meesterknecht, 1855; De lelie van het gehucht, 1860; De gouden Willem, 1866). Daarnaast schreef hij ook zedenromans en historische romans. Vooral in zijn latere historische romans vanaf het eind van de jaren 1850 brak hij een lans voor het katholicisme en trok hij fel van leer tegen andersdenkenden. In zijn historische roman De Geuzen in de Kempen (1875), over de beeldenstorm in Turnhout in 1566, kiest hij bijvoorbeeld duidelijk partij voor het katholicisme en tegen protestanten en vrijzinnigen.

De conservatief katholieke tendens in dit werk is tevens kenmerkend voor de meeste romans uit zijn latere periode, waarin vrijzinnigheid en liberalisme het telkens moesten ontgelden (De goochelaar, 1875; De scheerslijper, 1881; Bij de boeren, 1884; Zonder God, 1885).

Literatuur

– A. Snieders, Levensschets van Dr. J. Renier Snieders, in: Jaarboek van de KVATL, 1889, pp. 58-80.
– Gedenkboek gewijd aan Dr. Jan Renier Snieders, 1931.
– R. Sterkens, De letterkunde in de Antwerpse Kempen van 1830 tot 1900, 1935.
– R. Dubois, Het volksleven in het werk van J.R. Snieders, in: Noordgouw (1965), pp. 183-217; (1966), pp. 15-51 en pp. 91-112.
– A. Keersmaekers, De Turnhoutse bijdrage tot de Nederlandse letterkunde, in: H. de Kok en E. van Autenboer (red.), Turnhout, groei van een stad, 1983, pp. 439-441.
– K. Wauters, Snieders, Jan Renier, in: NBW, 1985, dl. XI.
– W. van den Berg & P. Couttenier, Alles is taal geworden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1800-1900, 2009.

Suggestie
Citeren

1975: Raymond Peeters (pdf)

1998: Karel Wauters (pdf)

2024: Marlou De Bont

Databanken

Inhoudstafel