Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC)

Organisatie

De Vlaamse Gemeenschapscommissie is het overheidsorgaan dat in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap waarneemt en de belangen van de Nederlandstalige Brusselaars verdedigt.

Afkorting
VGC
Oprichting
14 juli 1989
Leestijd: 9 minuten

Oprichting

De Vlaamse Gemeenschapscommissie is opgericht bij de uitvoering van de Bijzondere wet van 12 januari 1989, onderdeel van de derde staatshervorming Staatshervorming Staatshervorming Tussen 1970 en vandaag werden zes staatshervormingen doorgevoerd die België omvormden van een unitaire in een federale staat met drie gewesten, het Vlaamse, het Waalse en het Brussels Hoo... Lees meer . Om een compromis te vormen tussen de Vlaamse eis voor een tweeledig federalisme Federalisme Federalisme Sinds het begin van de 20ste eeuw behoort federalisme tot het programma van eerst de Waalse en vervolgens ook de Vlaamse beweging. Vanaf 1970 is de transformatie van België van unitaire t... Lees meer en de eis van Franstalige Brusselaars voor een derde gewest, werd bij deze staatshervorming van 1989 het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd opgericht in 1989. Het wordt bestuurd door de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Brusselse regering. Lees meer gecreëerd, met een eigen parlement (de Brusselse Hoofdstedelijke Raad) en een autonome Gewestregering. Verschillende maatregelen, zoals machtspariteit in de Gewestregering tussen de twee taalgroepen, moesten voortaan garanderen dat de Vlaamse Brusselaars als volwaardige partners konden deelnemen aan het bestuur van het Brussels Gewest.  

Om de bevoegdheden van de Gemeenschappen binnen het Brusselse grondgebied waar te nemen, werden er drie autonome Gemeenschapscommissies opgericht. De Vlaamse Gemeenschapscommissie nam het – voornamelijk cultuurgebonden – takenpakket van de vroegere Nederlandse Commissie voor de Cultuur van de Brusselse Agglomeratie Nederlandse Commissie voor de Cultuur van de Brusselse Agglomeratie (NCC) Nederlandse Commissie voor de Cultuur van de Brusselse Agglomeratie (NCC) Vereniging opgericht naar aanleiding van de grondwetsherziening van 1970, geïnstalleerd op 9 augustus 1972 en bedoeld als ondersteuning van de Vlaamse aanwezigheid in Brussel. Lees meer (NCC) over, en kreeg bevoegdheid over persoonsgebonden materies als Onderwijs, Welzijn en Gezondheidszorg. Op deze manier vormt de VGC het centrale orgaan waarlangs de Vlaamse Gemeenschap Vlaamse Gemeenschap Vlaamse Gemeenschap De Vlaamse Gemeenschap (1980) is een van de drie gemeenschappen in België (naast de Franse en Duitstalige Gemeenschap) die bevoegd is voor de zogenaamde ‘persoonsgebonden aangelegenheden’... Lees meer haar bevoegdheden in Brussel Brussel In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich v... Lees meer kan uitoefenen. Omgekeerd neemt de VGC de rol op van erkende gesprekspartner van de Vlaamse Gemeenschap inzake gemeenschapsmateries in Brussel. De Franstalige tegenhanger van de VGC is de Commission Communautaire Francophone (COCOF). Om de brug te slaan tussen beide gemeenschappen werd ten slotte ook nog de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) opgericht, die het toezicht kreeg over bicommunautaire aangelegenheden. Het officiële startschot van de VGC werd gegeven met de installatie van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie op 14 juli 1989.

Samenstelling en taken

De Raad

Het politieke bestuur van de VGC bestaat uit twee organen: de Raad en het College. De Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie is het beraadslagende en wetgevende orgaan van de VGC. Als parlement van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel voert de Raad haar wetgevende taak uit via het uitvaardigen van verordeningen. Net als andere parlementen kan de Raad leden van het College interpelleren en vragen stellen.

De Raad wordt gevormd door alle Nederlandstalige leden van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad (het parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest). Aangezien er sinds de invoering van de Brusselwet bij de gewestelijke verkiezingen enkel nog louter Nederlandstalige of Franstalige kieslijsten ingediend mogen worden, is het niet langer mogelijk voor Franstalige partijen om via kandidaten op de Nederlandse taalrol invloed te krijgen op Nederlandstalige bestuursinstellingen, zoals bij de vroegere Agglomeratieraad en de NCC nog wel het geval was met de ‘ FDF Démocrate féderaliste indépendant (Défi) Démocrate féderaliste indépendant (Défi) Lees meer -Vlamingen’. In de Brusselwet werd tevens bepaald dat zes van de Nederlandstalige Brusselse parlementsleden ook in het Vlaams parlement Vlaams Parlement Vlaams Parlement Het Vlaams Parlement is de parlementaire vergadering van de Vlaamse deelstaat in het federale België. Zijn geschiedenis kent drie grote fasen: de periode van de Cultuurraad voor de Neder... Lees meer zouden zetelen. Omdat deze parlementsleden omwille van hun taalrol eveneens VGC-Raadsleden waren, had de VGC-Raad vanaf het begin institutionele banden met zowel de Brusselse als de Vlaamse wetgevende gewestelijke organen.

Bij haar installatie in 1989 bestond de Raad uit elf leden, maar na de verkiezingen van 21 mei 1995 viel dat aantal als gevolg van de daling in het aantal Nederlandstaligen in de Brusselse Hoofdstedelijke Raad terug naar tien. Daardoor ondervonden de VGC-Raadsleden dat ze met te weinig waren om hun opdracht voldoende uit te kunnen voeren. Het Lombardakkoord van 28 april 2001 loste dat probleem op. Als  onderdeel van de vijfde staatshervorming wijzigde dit akkoord de werking van de Brusselse instellingen. Het totale aantal Brusselse parlementsleden werd verhoogd en beide taalgroepen hadden voortaan recht op minstens 17 zetels, waarmee het minimale aantal leden van de Raad eveneens verhoogd werd naar 17. In het akkoord werd ook de band tussen de VGC-Raad en het Vlaams parlement anders ingevuld. Waar aanvankelijk zes VGC-Raadsleden ook in het Vlaams Parlement zetelden, werden deze zes Brusselse parlementsleden voortaan rechtstreeks verkozen tijdens de Brusselse gewestelijke verkiezingen. Omdat cumulatie tussen een zetel in de Raad en in het Vlaams Parlement niet meer werd toegelaten, was het minimum aantal Vlaams-Brusselse mandatarissen daarmee feitelijk gestegen tot 23 (17 Raadsleden en 6 Vlaams Parlementariërs). Deze hervorming heeft de taakverdeling tussen de Raadsleden en de Brusselaars in het Vlaams Parlement meer op punt gesteld: de VGC-Raadsleden zorgen voor een Vlaamse inbreng in het bestuur van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, terwijl de Brusselaars in het Vlaams Parlement zorgen voor een Brusselse inbreng in de Vlaamse regelgeving. Op het niveau van de Vlaamse Gemeenschap wordt er bij nieuwe decreten nu steeds een ‘Brussel-toets’ gedaan (waarmee nagekeken wordt wat de gevolgen ervan zullen zijn voor de Vlaamse Brusselaars en of het nieuwe decreet ook hun belangen zal behartigen).

Het College

De uitvoerende macht van de VGC wordt gevormd door het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, bestaande uit de Nederlandstalige leden van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. Aanvankelijk waren dit enkel de ministers, maar na de Sint-Michielsakkoorden Sint-Michielsakkoord Het Sint-Michielsakkoord (1992) was een regeerakkoord rond de vierde fase van de federale staatshervorming. Het vormde België om tot een federale staat. Lees meer van 1993 maakte ook de Nederlandstalige staatssecretaris deel uit van het College. Op de vergaderingen wordt geen onderscheid gemaakt tussen de twee functies. De minister van Brusselse aangelegenheden van de Vlaamse Regering woont de vergaderingen van het College bij en heeft een raadgevende stem, doch is zelf geen formeel lid. Op die manier werd de band tussen de VGC en de Vlaamse Regering verder bestendigd. Besluiten van het College worden steeds bij consensus genomen.

De VGC heft geen eigen belastingen en moet gefinancierd worden door andere overheden. Aanvankelijk kreeg de VGC enkel middelen van de Vlaamse Gemeenschap, maar bij de Sint-Michielsakkoorden kregen de gemeenschapscommissies trekkingsrechten op de begroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hoewel de VGC ook gefinancierd wordt door een aantal andere overheden, blijven het Brussels Gewest en de Vlaamse Gemeenschap de grootste geldschieters. In 2009 waren deze twee overheden samen goed voor 78% van de middelen van de VGC. Een groot deel van deze middelen wordt besteed aan de bevoegdheden Onderwijs en Cultuur. De Vlaamse Overheid houdt toezicht op de begroting en de jaarrekening.

Voor het uitvoeren van haar taken wordt het College bijgestaan door een eigen administratie. Naast het ondersteunen van de Collegeleden bij de voorbereiding en uittekening van het beleid, staat de administratie tevens in voor de uitvoering en evaluatie ervan. De VGC-administratie staat onder leiding van een leidend ambtenaar en is verder opgedeeld in drie algemene directies (Cultuur, Jeugd en Sport; Welzijn, Gezondheid en Gezin; Onderwijs en Vorming) en drie ondersteunende directies (Financiën, Begroting en Aankoop; Personeel en HRM; Gebouwen en Patrimonium). Onder elke algemene directie valt tevens een aparte entiteit (respectievelijk Gemeenschapscentra; Gezin; Onderwijscentrum Brussel).

Beleid

Elke algemene directie houdt zich bezig met een van de grondwettelijke bevoegdheden van de VGC (Onderwijs, Cultuur en de persoonsgebonden materies Welzijn en Gezondheid). Afhankelijk van de beleidsmaterie volgt de VGC verschillende strategieën. Zo is ze de inrichtende overheid van de tweeëntwintig gemeenschapscentra, maar werkt ze voor andere zaken samen met privé-partners, zoals bijvoorbeeld de uitgave van het weekblad BRUZZ (het vroegere Brussel Deze Week). Voor de meeste materies treedt de VGC vooral op als ondersteuningsplatform en subsidieorgaan. Een centrale beleidskeuze van de VGC is immers om niet zozeer zelf initiatieven te nemen, maar wel om het middenveld maximaal te ondersteunen en aan te sporen om projecten uit te werken. Dit bottom-up-beleid is een rechtstreekse voortzetting van de werking van de vroegere NCC, die optrad als coördinator voor de organisaties die de belangen van het Vlaams-Brusselse middenveld behartigden (bijv. het Vlaams Onderwijscentrum Brussel Vlaams Onderwijscentrum Brussel (VOC) Vlaams Onderwijscentrum Brussel (VOC) Het Vlaams Onderwijscentrum (VOC) werd opgericht in 1967 om het Nederlandstalig onderwijs in Brussel te bevorderen en promoten. Initiatiefnemers waren o.a. Lode Craeybeckx en Hendrik Faya... Lees meer , APSKW en het Contact- en Cultuurcentrum Contact- en Cultuurcentrum Brussel (CCC) Lees meer ). De VGC zet dit beleid voort, en profileert zich daarbij als een vrijblijvende dienstverlenende organisatie. Omdat Brusselaars niet verplicht kunnen worden om te kiezen voor een bepaalde gemeenschap, kunnen ze zelf beslissen in welke mate ze gebruik willen maken van VGC-diensten.

Een kernaspect van het VGC-beleid is de bestendiging en verspreiding van de kennis van het Nederlands, dat voornamelijk tot uiting komt in haar onderwijs Onderwijs Lees meer beleid. Een goede kennis van het Nederlands is in Brussel een grote troef, een evolutie die gestimuleerd wordt door de sterke economische Economie Economie Dit artikel gaat over de relatie tussen economie en Vlaamse beweging. Daarmee beoogt deze tekst geen economische geschiedenis te schetsen van wat we vandaag Vlaanderen noemen. Integendee... Lees meer positie van Vlaanderen. Daarenboven wil de VGC via taalonderwijs een sterke verfransing onder de groeiende migrantenbevolking tegengaan. In de plaats daarvan schuift de VGC twee- of meertaligheid naar voren als een kernelement van de Brusselse identiteit. Deze strategie is niet nieuw en ligt volledig in het verlengde van het onderwijsbeleid van de NCC. Net als haar voorganger legt de VGC de nadruk op het promoten en ondersteunen van opvang- en onderwijsinstellingen die zich bezighouden met de verspreiding van het Nederlands. Ook het organiseren van lessen Nederlands voor volwassenen en de oprichting van het Huis van het Nederlands maken deel uit van dit beleid. Met haar ondersteunende rol treedt de VGC op als aanvulling op het onderwijsbeleid van de Vlaamse Gemeenschap binnen Brussel. Sinds de splitsing van de provincie Brabant Vlaams-Brabant Vlaams-Brabant De naam van de provincie Brabant herinnert aan het vroegere gelijknamige hertogdom, dat tijdens de Middeleeuwen vorm had gekregen en waarvan het noordelijke deel een belangrijke rol speel... Lees meer in 1995 neemt de VGC de provinciale bevoegdheden het Nederlandstalig onderwijs en welzijnsbeleid voor het Brusselse grondgebied waar. Hierdoor treedt de VGC op als inrichtende macht voor een aantal voordien provinciale onderwijsinstellingen.

Het cultuurbeleid van de VGC is erop gericht om de uitstraling van Vlaanderen en de Vlaamse Brusselaars te vergroten. Een bruisend Nederlandstalig cultuurleven kan cultuurliefhebbers van binnen en buiten Brussel aantrekken. Via promotionele campagnes, infrastructuur en financiële steun tracht de VGC het Nederlandstalige cultuurwezen in Brussel maximaal te stimuleren en te verspreiden. De VGC hanteert daarbij een brede invulling van het begrip cultuur, dat naast de ‘hoge cultuur’ ook volkscultuur en uitingen van het Vlaams-Brusselse dialect omvat. Waar cultuur expliciet onder de Vlaamse Overheid valt, zoals bij de podiumkunsten, treedt de VGC op als aanvullende partner. Ook gemeentelijke instellingen als de Nederlandstalige openbare bibliotheken Openbare bibliotheken Openbare bibliotheken Openbare bibliotheken kennen een lange geschiedenis, die in de Zuidelijke Nederlanden teruggaat tot de 17de eeuw. Ze spelen een rol in de (stedelijke) leescultuur door op een laagdrempeli... Lees meer worden niet rechtstreeks door de VGC uitgebaat, maar krijgen wel de nodige ondersteuning. Wel staat de VGC samen met de Vlaamse Gemeenschap in voor de uitbating van de bibliotheek van Muntpunt. Een speerpunt van het cultuurbeleid van de VGC zijn de 23 gemeenschapscentra, die lokale verenigingen de infrastructuur bieden voor hun vergaderingen en activiteiten. De gemeenschapscentra zijn zelfstandige vzw’s, maar staan onder de voogdij van de VGC en worden via deze weg ook betoelaagd.

Sport Sport Sport Sport en Vlaamse beweging raakten in de loop van de 19de en 20ste eeuw steeds meer met elkaar verstrengeld. Niet alleen drukten de taalkwestie en de communautaire problematiek hun stempel... Lees meer wordt gezien als een extensie van het cultuurbeleid en geniet eveneens veel aandacht vanuit de VGC. Via haar eigen sportdienst biedt de VGC de nodige infrastructuur en ondersteuning aan sportclubs. Centrale pijlers van het cultuur- en sportbeleid zijn concepten als dialoog, uitwisseling en participatie, waarmee de VGC het democratiseringsproces binnen Brussel wil stimuleren. Vanuit deze optiek steunt de VGC ook biculturele projecten als KunstenFestivaldesArts. Aangezien welzijn en gezondheid tot de persoonsgebonden materies behoren, vallen ze binnen de bevoegdheden van de VGC. Het voorzien van zorg in het Nederlands is echter steeds een pijnpunt van de VGC-werking gebleven. In veel bestaande zorginstellingen is tweetaligheid Tweetaligheid Lees meer geen voor de hand liggend gegeven en het oprichten van eigen instellingen is te duur voor de VGC. In de plaats daarvan treedt de VGC ook hier voornamelijk op als coördinator, netwerk en ondersteuner voor de bestaande middenveldorganisaties.

Literatuur

– A. Alen, Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en zijn instellingen, in: Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, jg. 44, 1989, pp. 491-495.
– P. van Orshoven, Brussel, Brabant en de minderheden, in: A. Alen en L.P. Suetens (eds.), Het federale België na de vierde staatshervorming. Een commentaar op de Nieuwe Grondwet en haar uitvoeringsbesluiten, 1993, pp. 227-247.
– M. Goossens, Ontstaan en groei van het Vlaams parlement, 1970-1995, 1995.
– D. Buyle (red.), Twintig jaar Vlaamse Gemeenschapscommissie (1989-2009). Van bescheiden speler tot onmisbare partner in Brussel, 2009.

Suggestie
Citeren

1998: Martine Goossens (pdf)

2024: Florian Daemen

Databanken

Inhoudstafel