Ruusbroecgenootschap

Organisatie

Het Ruusbroecgenootschap (1925) is een instituut voor de wetenschappelijke studie van de geschiedenis van de spiritualiteit in de Nederlanden. Het werd opgericht door een groep Vlaamsgezinde jezuïeten.

Oprichting
1925
Leestijd: 4 minuten

Het Ruusbroecgenootschap werd in 1925 door de jezuïeten Desideratus A. Stracke Stracke, Desideratus Stracke, Desideratus Desideratus (Desideer) A. Stracke (1875-1970) was een jezuïet en literatuurhistoricus, die een invloedrijke rol speelde in de katholieke Vlaamse beweging en het Vlaams-nationalisme. ... Lees meer , Jozef van Mierlo Van Mierlo, Jozef Van Mierlo, Jozef De jezuïet Jozef van Mierlo (1878-1958) verwierf bekendheid als eminent literatuurhistoricus en als publicist die het Vlaams-nationalisme theoretisch trachtte te onderbouwen. Lees meer , Jan Baptist Poukens en Leonce Reypens Reypens, Leonce Reypens, Leonce De Vlaamsgezinde jezuïet Leonce Reypens (1884-1972) was literatuurhistoricus, specialist in de mystieke theologie en bezieler van de katholieke Vlaamse meisjes- en vrouwenbeweging. Samen ... Lees meer gesticht als een werkgemeenschap voor de historisch-wetenschappelijke studie van de Nederlandse vroomheid, vooral in haar literaire uitingen, vanaf de bekering van de Franken tot het christendom tot ongeveer 1750. Sinds 1927 publiceert het genootschap Ons Geestelijk Erf, een driemaandelijks tijdschrift voor de geschiedenis van de vroomheid in de Nederlanden dat vanaf het begin op de medewerking van auteurs uit Nederland Nederland Nederland is met Vlaanderen verbonden door de economische infrastructuur, de taal en de geschiedenis. Vanaf eind 18de eeuw kreeg die verbondenheid in taal en cultuur op uiteenlopende mani... Lees meer kon rekenen. In 1937 werd het genootschap erkend door de generaal-overste van de jezuïetenorde. Mettertijd kwam een bibliotheek tot stand om het wetenschappelijk onderzoek naar de religieuze cultuur van de Nederlanden te ondersteunen. Naast een unieke verzameling primaire bronnen (waaronder handschriften, oude drukken, gebedenboekjes en devotieprentjes), bevat die bibliotheek ook een rijke collectie moderne naslagwerken, monografieën en tijdschriften.

Stracke, Van Mierlo, Poukens en Reypens kenden elkaar al lang voor ze het Ruusbroecgenootschap oprichtten. Drie van hen waren aan de Leuvense universiteit onder leiding van Lodewijk Scharpé Scharpé, Lodewijk Scharpé, Lodewijk Lodewijk Scharpé (1869-1935) was een taalkundige die aan het begin van de 20ste eeuw bijdroeg tot de vernederlandsing van de Leuvense universiteit. Na de Eerste Wereldoorlog zette hij zic... Lees meer tot doctor in de Germaanse filologie gepromoveerd: Stracke op een proefschrift over de heiligenlevens van Lutgardis van Tongeren en van Christina de Wonderbare van Sint-Truiden in 1904; Van Mierlo met een verhandeling over het leven en de werken van de mystieke dichteres Hadewych in 1910; en Reypens op een proefschrift over de handschriftelijke overlevering van het derde boek van Jan van Ruusbroecs Die cierheit der gheesteliker brulocht in 1914. Met hun uitgaven van en studies over ascetische en mystieke werken uit de oude Nederlanden hadden de stichters van het Ruusbroecgenootschap echter niet alleen wetenschappelijke bedoelingen. Vanuit hun Vlaams en katholiek engagement wilden ze bijdragen tot de culturele en vooral godsdienstige heropleving van Vlaanderen. Zoals wel meer Vlaamse jezuïeten in de jaren 1920 was er Stracke, Van Mierlo, Poukens en Reypens veel aan gelegen om de jonge Vlaamse intelligentsia in katholiek vaarwater te houden. Ze waren er immers van overtuigd dat de godsdienstige toekomst van het gewone volk grotendeels afhing van die groeiende Vlaamse middengroep, die een eigen plaats innam tussen de verfranste hoge burgerij en de lagere klassen, en die zich als een culturele elite opwierp. Gebruikmakend van de moderne wetenschappelijke kennis – niet alleen op het vlak van de theologie en de filosofie, maar ook op dat van de filologie, de geschiedenis, de psychologie en de etnologie – hadden ze met hun publicaties op het gebied van de Dietse mystiek hoofdzakelijk die veeleisende intellectuele elite op het oog.

Vanaf zijn ontstaan was het Ruusbroecgenootschap in Antwerpen gevestigd, eerst binnen de muren van het Onze-Lieve-Vrouwecollege aan de Frankrijklei en de Rubenslei, en sinds 1938 in de Prinsstraat. Tot eind 1973 bleef het een onderzoeksinstituut binnen de Belgische (vanaf 1935: Vlaamse) jezuïetenprovincie. Dan werd het als centrum voor de studie van de spiritualiteit opgenomen in de – eveneens door jezuïeten gestichte en geleide -- Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius Antwerpen (UFSIA) (zie Hoger onderwijs in Antwerpen Hoger onderwijs in Antwerpen Hoger onderwijs in Antwerpen In Antwerpen klonk vanaf de tweede helft van de 19de eeuw herhaaldelijk de eis om een Vlaamse universiteit. In de jaren 1950 herwon dit pleidooi aan kracht, wat leidde tot de stichting va... Lees meer ). In 2003 ten slotte werd het in de Universiteit Antwerpen (UA) geïntegreerd.

Werken

– Jan van Ruusbroec. Leven, werken, 1931.
– Ruusbroec-Genootschap, Jan van Ruusbroec. Werken, naar het standaardhandschrift van Groenendaal, 4 dln., 1932-1934.
– Ons Geestelijk Erf, 1927-.
– Studiën en Tekstuitgaven van Ons Geestelijk Erf, 21 dln., 1931-.
– Bloemen van Ons Geestelijk Erf, 9 dln., 1929-1936 en 7 dln., 1949-1973.

Literatuur

– D.A. Stracke, Over Nederlandsche letterkunde en mystiek, 1926.
– (L. Moereels), Het Ruusbroec-Genootschap, (1946).
– K. Porteman, Goud voor Ons Geestelijk Erf, in: Ons Erfdeel, jg. 19, 1976, nr. 5, november-december, pp. 787-789.
– J. Andriessen, Het Ruusbroecgenootschap, in: Vlaanderen, jg. 30, 1981, mei-juni-juli-augustus, pp. 189-192.
– F. Willaert, Van ‘Ons Geestelijk Erf’ tot aan ‘De Kapellekensbaan’. Nederlandse letterkunde in Antwerpse universitaire onderzoekscentra, in: F. Hendrickx (red.), Pampiere wereld. Litteraria Neerlandica uit het bezit van de Universiteit Antwerpen, 1994, pp. 1-24.
– R. Boudens, De Kerk in Vlaanderen. Momentopnamen, 1994.
– C. de Borchgrave, Eerst Vlaanderen voor Christus. De pionierstijd van het Ruusbroecgenootschap, 2001.
– C. de Borchgrave, La ‘Ruusbroecgenootschap’ et la volonté de propager la littérature médiévale flamande de piété au début du XXe siècle, in: L. van Ypersele e.a. (red.), Rêves de chrétienté-Réalités du monde. Imaginaires catholiques. Actes du colloque, Louvain-la-Neuve, 4-6 novembre 1999, 2001, pp. 221-227.  

Suggestie
Citeren

1975: Lodewijk Moereels (pdf)

1998: Jos Andriessen (pdf)

2024: Christian de Borchgrave

Databanken

Inhoudstafel