Wagener, Auguste
De gematigd Vlaamsgezinde liberaal Auguste Wagener (1829-1896) drukte zijn stempel op de uitbouw van het stedelijk lager onderwijs in Gent en zorgde in 1884 voor de oprichting van een Vlaamse normaalschoolafdeling, verbonden aan de Gentse universiteit.
Christoph De Spiegeleer (2025), José Verschaeren (1998). Wagener, Auguste. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2025. https://devb.be/id/per-016441.
Auguste Wagener (1829-1896) verwierf als academicus aan de Gentse Rijksuniversiteit aanzien door zijn filologisch onderzoek. Vanwege zijn rationalistische ideeëngoed als docent moraalfilosofie kreeg hij in het begin van zijn carrière veel kritiek te verduren uit kerkelijke hoek. Daarnaast drukte Wagener als lokaal politicus zijn stempel op de uitbouw van het stedelijk onderwijs in Gent. Als schepen van Onderwijs en Schone Kunsten erkende hij de rol van het Nederlands als onderwijs- en cultuurtaal, maar stemde hij niet zomaar in met de eisen van de Vlaamse beweging. Wagener nam het in zowel de Gentse gemeenteraad als de Kamer van Volksvertegenwoordigers op voor het Franstalige onderwijs. Daarbij benadrukte hij het belang van een gedegen Frans-onderricht voor lagereschoolkinderen in Vlaanderen. Dat was essentieel voor hun carrièrekansen in een tweetalig land. Hij maakte Nederlandstalige leergangen aan de Gentse Faculteit der Letteren mogelijk.
Een geëngageerd academicus
Auguste Wagener groeide op in de Nederlands-Belgische grensgemeente Roermond. Hij behaalde het doctoraat in de klassieke filologie in Bonn (1849), waarna hij verder studeerde in Luik (doctor in de letteren en wijsbegeerte, 1850) en aan de Sorbonne en het Collège de France in Parijs (1850-1851). Wagener vestigde zich uiteindelijk in Gent, waar hij met steun van de liberale regering zijn academische loopbaan kon uitbouwen. In 1850 werd hij benoemd tot geaggregeerde aan de faculteit der letteren en wijsbegeerte van de Gentse Rijksuniversiteit.
Al snel na zijn aanstelling tot docent moraalfilosofie kwam het tot een botsing met de Gentse bisschop Joseph Delebecque, die hem in een herderlijke brief uit 1852 ervan beschuldigde een blasfemische ‘bastaardfilosofie’ te onderwijzen. Wagener achtte de regels van de katholieke godsdienst in veel opzichten niet langer in overeenstemming met de vooruitgang van de wetenschap Wetenschap Lees meer . Hij verloor nooit de steun van de liberale minister van Binnenlandse Zaken Charles Rogier
Rogier, Charles Charles Rogier (1800-1885) was een liberale politicus die meermaals een functie als minister of regeringsleider bekleedde. In zijn streven naar een sterke, geünificeerde en op termijn een... Lees meer en werd benoemd tot buitengewoon (1858) en gewoon hoogleraar (1862). In 1854 werd hij wel ontheven uit zijn functie als docent Moraalfilosofie. In ruil kreeg hij de leerstoel Latijnse filologie en de Geschiedenis van de Latijnse en Griekse literatuur. Wagener was met Joseph Bidez en Paul Thomas verantwoordelijk voor de faam van de Gentse filologische school. In 1878 werd hij directeur van de Voorbereidende en Bijzondere Scholen verbonden aan de universiteit (Kunsten en Manufacturen, Burgerlijke Genie) en van de Normaalschool voor Wetenschappen. Hij spande zich als administrateur-inspecteur van de Gentse Rijksuniversiteit (1878-1896) in voor de bouw van Instituut der Wetenschappen aan de Jozef Plateaustraat. In 1882 werd hem het emeritaat verleend. Tot 1895 bleef hij nog enkele cursussen doceren.
Verdediger van openbaar en emanciperend volksonderwijs
In 1863 werd de liberaal Wagener tot gemeenteraadslid van Gent verkozen. In december werd hij al meteen schepen van Onderwijs en Schone Kunsten. Als schepen (1863- 1877) zette hij zich in voor emanciperend openbaar volksonderwijs. Onder zijn bestuur als schepen kende het stedelijke lager onderwijs
Lager onderwijs De ‘taalstrijd’ in Vlaanderen is op het niveau van het lager onderwijs minder problematisch verlopen dan op dat van het middelbaar en van het hoger onderwijs. Toch was de verfransing van ... Lees meer in Gent Gent Al in de 19e eeuw probeerden Vlaamsgezinde intellectuelen het gebruik van het Nederlands te bevorderen in een sterk verfranst Gent. Studentenverenigingen zoals 't Zal wel gaan hielpen daa... Lees meer een spectaculaire groei, met een verdubbeling van het aantal leerlingen in het stadsonderwijs. Onder Wagener steeg het aantal lagere scholen en bewaarscholen gevoelig. Hij lanceerde het gratis volwassenenonderwijs in Gent en onder zijn beleid kreeg de stad ook een normaalschool voor meisjes. Uit zijn engagement voor volksonderwijs vloeide ook zijn streven voort naar een noodzakelijke wet op de kinderarbeid. Pleidooien in brochures, in de gemeenteraad, voor de Gentse afdeling van het Willemsfonds
Willemsfonds (WF) Het Willemsfonds (1851-heden) is een liberaal-vrijzinnige culturele vereniging en drukkingsgroep die het gebruik van het Nederlands promoot en ondersteunt. Lees meer en op prijsuitdelingen bleven echter zonder veel succes. Ook toen hij tussen 1882 en 1886 zetelde als volksvertegenwoordiger zette hij zich in voor de regeling van kinderarbeid. Zijn strijd voor de wet op de kinderarbeid en voor verplicht onderwijs paste in het liberale streven naar laïcisering. Wagener maakte sinds 1876 deel uit van het middencomiteit van de Gentse Liberale Associatie. Daarnaast zetelde hij ook in het redactiecomité van La Flandre Libérale
La Flandre Libérale (1874-1974) La Flandre Libérale werd in 1874 opgericht als spreekbuis van de progressieve Gentse liberalen die steun verleenden aan een (gedeeltelijke) vernederlandsing van de samenleving. De krant v... Lees meer , een krant die later uitgroeide tot een uitgesproken tegenstander van de Vlaamse beweging.
Fransgezinde voorstander van het Nederlands
Wagener erkende als Gents schepen de rol van het Nederlands als onderwijs- en cultuurtaal, maar volgde niet zomaar de eisen van de Vlaamse beweging. Inzake de taalkwestie nam hij dan ook geen eenduidige positie in.
De verfransing van het Gentse stedelijk onderwijs ontlokte heel wat kritiek bij Vlaamsgezinden. Wagener reageerde scherp. Hij nam het in de gemeenteraad en op andere publieke gelegenheden op voor onderwijs in het Frans. Daarbij benadrukte hij het belang van een gedegen Frans-onderricht voor lagereschoolkinderen in Vlaanderen. Dat was essentieel voor hun toekomstige carrièrekansen in een tweetalig land. Hij zag de lagere school als de beste plaats om Frans te leren. Dit neemt niet weg dat Wagener gevoelig was voor de beschuldiging uit Vlaamsgezinde hoek dat het Nederlands in de Gentse stadsscholen systematisch werd verdrongen ten voordele van het Frans. Op een vergadering van alle schoolhoofden in november 1867 gaf Wagener dan ook de opdracht alle leervakken in de moedertaal te onderwijzen. In 1871 verdedigde hij in de gemeenteraad bovendien de oprichting van een Nederlandstalig theater met professionele acteurs. Net als liberaal gemeenteraadslid Julius Vuylsteke
Vuylsteke, Julius De Vlaamsgezinde advocaat, dichter en uitgever Julius Vuylsteke (1836-1903) was het boegbeeld van het Vlaamsgezinde liberalisme. Hij lag aan de basis van de Gentse studentenvereniging ’T ... Lees meer zag hij mogelijkheden in gesubsidieerd lokaal toneel
Toneel Het Vlaamse toneel onderhield vanaf zijn ontstaan in de 19de eeuw een complexe en gelaagde verhouding met de Vlaamse beweging. Van een belangrijk emancipatorisch instrument en voorwerp va... Lees meer om het Nederlands als cultuurtaal te promoten. Vanuit deze gevoeligheid voor Nederlands als cultuurtaal was hij sinds 1873 ook erevoorzitter van het Willemsgenootschap, een organisatie die zich toespitste op Vlaamse koorzang.
In 1871 werd Wagener lid van de Klasse der Letteren van de Académie royale de Belgique. Toen twintig jaar later het idee werd geopperd om de studie van de Vlaamse letteren enkel nog toe te vertrouwen aan de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde
Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) De Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (KANTL, 1886) is een instelling die zich in de loop van haar geschiedenis heeft ingezet zowel voor taalculturele, -wetenschappeli... Lees meer (°1886) en aldus ‘la littérature flamande’ te schrappen uit reglement van de Académie in Brussel, oordeelde Wagener in zijn door de Académie goedgekeurde rapport dat een dergelijke splitsing het patriottische doel van de instelling teniet zou doen. De Académie moest immers de nationale literatuur
Literatuur De literatuur heeft een cruciale rol gespeeld in het ontstaan van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd en ook in de daaropvolgende fasen van de Vlaamse natiewording zijn schrijvers vaak richting... Lees meer uitdragen en tweetaligheid Tweetaligheid Lees meer stimuleren.
Namens de Académie royale sprak Wagener zich net als zijn collega verslaggever Gustave Rolin-Jaequemyns Rolin-Jaequemyns, Gustave De Vlaamsgezinde liberaal Gustave Rolin-Jaequemyns (1835-1902) trad met wisselend succes op als een brugfiguur tussen de Franstalige leiding en de flamingantische minderheidsvleugel van d... Lees meer , vanuit een patriottische basishouding, paternalistisch uit over de status van de Vlaamse taal- en letterkunde en bij uitbreiding de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (KVATL) te Gent. Laatstgenoemde instelling leverde bij monde van Theophiel Coopman
Coopman, Theophiel Theophiel Coopman (1852-1915) was een Vlaamsgezinde ambtenaar en letterkundige. Hij schreef zowel gedichten als geschiedkundige bijdragen over de Vlaamse beweging. Verder was hij stichter... Lees meer zware kritiek op het rapport van Wagener en Rolin-Jaequemyns. Als reactie op dat rapport stemde de vergadering van de Koninklijke Vlaamse Academie in 1891 een motie die de regering erop wees dat de stichting van de Vlaamse Academie in 1886 meer dan nodig was geweest gezien de ‘immer verder gaande verwaarloozing en minachting vanwege de Académie royale de Belgique‘ ten aanzien van de Nederlandstalige taal- en letterkunde.
In 1884 diende Wagener met Léon Visart de Bocarmé Visart de Bocarmé, Léon De adellijke militair Léon Visart de Bocarmé (1837-1900) was volksvertegenwoordiger namens de katholieke partij van 1837 tot zijn overlijden. In 1884 stelde hij voor om bij de reorganisat... Lees meer ; een wetsvoorstel in tot verbetering van de officiersopleiding. Bij zijn verdediging van het voorstel stelde Wagener dat het
onontbeerlijk was dat toekomstige officieren minstens één Germaanse taal
zouden kennen. Dit moest voor hem echter niet per se het Nederlands zijn; ook Duits en Engels konden in aanmerking komen. Hij achtte de aangroei van tweetalige officieren wel wenselijk. Dit wetsvoorstel stelde voor de eerste maal de kwestie van de kennis van het Nederlands bij officieren aan de orde. Een taalexamen over de elementaire kennis van het Nederlands werd pas in 1892 ingevoerd aan de Militaire School, maar zonder uitsluitingscijfer.
De rol van het Nederlands in middelbaar en academisch onderwijs
In de Kamer toonde Wagener aandacht voor het gebruik van het Nederlands – in een tweetalig stelsel – in het middelbaar onderwijs
Middelbaar onderwijs De geschiedenis van het middelbaar onderwijs is nauw verweven met die van de Vlaamse beweging. Tot diep in de 20ste eeuw bleef de middelbare school een grotendeels Franstalig bastion van ... Lees meer . Bij het aantreden van een nieuwe liberale regering in 1878 had het Frans een erg prominente plaats in het officiële middelbaar onderwijs in Vlaanderen. De voorbereidende afdelingen aan de middelbare scholen waren wel grotendeels Nederlandstalig. Wagener diende in 1882 een amendement in op het wetsvoorstel ter hervorming van het officiële middelbaar onderwijs. Ook het Frans moest volgens hem in de voorbereidende afdelingen aan de officiële middelbare scholen in Vlaanderen een onderwijstaal zijn. Wageners amendement in deze zin maakte hem niet bepaald populair bij Antwerpse en Brusselse flaminganten.
Wagener verdedigde net als Julius de Vigne
De Vigne, Julius Julius de Vigne (1844-1908) was een Gentse advocaat en een Vlaamsgezind liberaal politicus. Hij was actief in talrijke Gentse Vlaamsgezinde liberale verenigingen. In het belang van de lib... Lees meer ‘simultaan’ tweetalig onderwijs in de Vlaamse voorbereidende afdelingen. De Vigne vestigde in de Kamer vooral de aandacht op het belang van het Nederlands, terwijl Wagener vooral het belang van het Frans benadrukte. De Vigne en Wagener waren beiden voorstanders van individuele tweetaligheid, maar onder ‘simultaan’ tweetalig onderwijs in Vlaamse voorbereidende afdelingen begrepen ze allebei iets anders. Waar Wagener vond dat een leraar tijdens eenzelfde les van de ene op de andere taal diende over te schakelen, meende de Vigne dat hetzelfde vak afwisselend in de twee talen gegeven moest worden. Het was uiteindelijk een compromis-amendement van de Vigne dat het haalde: de wet van 15 juni 1883 bepaalde dat het Nederlands de onderwijstaal was in de voorbereidende afdelingen in Vlaanderen, maar dat het vak Frans genoeg aandacht moest krijgen zodat de leerlingen zonder problemen konden overgaan naar het Franstalig middelbaar onderwijs. In het middelbaar onderwijs moesten de lessen Germaanse talen en twee andere vakken in het Nederlands gegeven worden. De regering en de gemeenteraden die onderwijs organiseerden, konden die lessen echter ‘simultaan’ in het Frans en het Nederlands laten geven. In de taalwet Taalpolitiek en -wetgeving Situaties van taalonderdrukking vindt men wereldwijd. Daarom besteedt deze bijdrage eerst aandacht aan gehanteerde taalpolitieke strategieën. Ook in België verzette een gedomineerde taalg... Lees meer werd ook bepaald dat er normaalscholen moesten komen voor leraars die in het Nederlands moesten onderwijzen.
Paul Fredericq
Fredericq, Paul Paul Fredericq (1850-1920) was een vooraanstaande Gentse historicus, die als de officieuze ideoloog van het liberaal flamingantisme kan worden omschreven. Als rector van de Gentse u... Lees meer drong er bij Wagener sterk op aan om werk te maken van een Vlaamse normaalschool. Wagener, sinds 1878 aangesteld als administrateur-inspecteur van de Gentse universiteit, zette zich met de steun van de liberale minister Pierre van Humbeeck ten volle in voor de oprichting en organisatie van een Vlaamse normaalschoolafdeling, gehecht aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Gentse universiteit. Deze afdeling, opgericht in 1884, was bestemd voor de vorming van leraars, bevoegd om geschiedenis, aardrijkskunde en moderne talen in het Nederlands te onderwijzen. In zijn Schets eener geschiedenis der Vlaamsche Beweging karakteriseerde Fredericq de oprichting van de Vlaamse normaalschoolafdeling in Gent in 1884 als de ‘eerste belangrijke bres in het verfranscht onderwijsstelsel der Gentsche Hoogeschool’. In 1891 werd de Vlaamse normaalschoolafdeling daadwerkelijk samengevoegd met de Faculteit van Letteren en Wijsbegeerte. In 1895 werden reeds 33 van de 81 cursussen binnen de Gentse faculteit gedoceerd in het Nederlands. Wageners rol in de aanzet tot de vernederlandsing van de Franstalige Gentse universiteit was ongetwijfeld zijn belangrijkste aandeel in de geschiedenis van de Vlaamse beweging.
Wagener speelde als administrateur-inspecteur van de universiteit ook een grote invloed op het universitaire (wetenschaps)beleid. Hij overleed in 1896, veertien jaar nadat hij officieel met emeritaat ging. Vanwege zijn verdiensten besloot de Universiteit Gent het historische graf van Wagener op de Gentse Westerbegraafplaats op te nemen in de lijst van grafmonumenten van oud-professoren waarover de universiteit sinds 2018 het peterschap opneemt.
Literatuur
— Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, april-mei-juni 1891.
— P. Fredericq, Schets eener geschiedenis der Vlaamsche Beweging, 1909, dl. 3.
— M. Steels, Geschiedenis van het Stedelijk Onderwijs te Gent 1828-1914, 1978.
— W. Dambre, Auguste Wagener (1829-1896), een leven voor het onderwijs, 1987.
— J. Verschaeren, Wagener, Auguste, in: Nationaal Biografisch Woordenboek, 1990, dl. 13, kol. 861-870.
— M. van Ginderachter, De politieke partijen en de taalwetgeving : een argumentatieanalyse van de Kamerdebatten (1873-1963), Universiteit Gent, ongepubliceerde masterproef, 1998.
— J. Art, Wagener, Auguste (1829-1896), 21 april 2015, geraadpleegd op 2 februari 2023, op: www.ugentmemorie.be/personen/wagener-auguste-1829-1896
— Wagener, Auguste, in: B. D’hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat. Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent, 2014, pp. 91-93.
— G. Deneckere, Uit de ivoren toren: 200 jaar Universiteit Gent, 2017.
— T. D’haeninck, The intellectual mobility of Auguste Wagener (1829-1896) in a transnational network of social reform : a cross border history, in: C. De Spiegeleer, The civilising offensive. Social and educational reform in 19th-century Europe, 2019, pp. 217-232.
Christoph De Spiegeleer (2025), José Verschaeren (1998). Wagener, Auguste. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2025. https://devb.be/id/per-016441.