Coremans, Edward (1835-1910)

Persoon

Edward Coremans (1835 – 1910) was een Antwerpse advocaat en politicus van de Meetingpartij. Hij was de politieke vader van de eerste taalwetten. Van 1872 tot 1900 gold hij als de politieke kopman van de Vlaamse beweging.

Volledige voornaam
Andries Edward
Geboorte
Antwerpen (stad), 1 februari 1835
Overlijden
Antwerpen (stad), 2 november 1910
Suggestie
Citeren
Leestijd: 11 minuten

Coremans’ naam zal in de eerste plaats altijd verbonden zijn met de eerste taalwetten, die hij in de jaren 1870-1880 door het parlement loodste. De Antwerpse advocaat was een behendige parlementair, die met ‘zijn’ Nederduitse Bond druk wist uit te oefenen op de Katholieke Partij met het oog op de geleidelijke vernederlandsing van het openbare leven. Coremans werd de ‘man der taalwetten’.
In die jaren werd Coremans een politieke vedette, die zich met zijn polemische speeches naar de voorgrond werkte. Zijn volkse, humoristische stijl maakte van hem een publiekslieveling op de vele Antwerpse massameetings. De voormalige liberaal werd een van de sterkhouders van de katholieke meerderheid in de Kamer vanaf de jaren 1870-1880, hoewel zijn antiklerikalisme een publiek geheim was.

Jeugd, studie en advocatencarrière

Edward (officieel Andries Eduardus) Coremans werd geboren op 1 februari 1835 in Antwerpen. Zijn vader Karel Coremans was timmerman. Zijn moeder Francisca Looymans was een Nederlandse uit Roosendaal. Het gezin woonde in de Schoytestraat, in de volkse Sint-Andrieswijk.

Coremans begon zijn humaniora in het Onze-Lieve-Vrouwe-College van de jezuïeten, maar hield het daar niet lang vol, volgens de overlevering omdat hij te kritisch was voor de priester-leerkrachten. Hij zette zijn studies voort aan het Koninklijk Atheneum, waar hij in 1852 als primus afstudeerde. Het was bij zijn inschrijving in het Atheneum, zou Coremans later verklaren, dat hij flamingant werd. Zijn moeder sprak alleen Nederlands en zou voor de ogen van haar zoon vernederd zijn door de Franstalige prefect.

Coremans begon zijn hogere studies aan de Luikse universiteit, waar hij in 1859 doctor in de letteren en wijsbegeerte werd. Zijn rechtenstudies zette hij voort in Brussel, waar hij in 1863 promoveerde. Ondertussen werkte hij als ‘repetitor’ aan het Hoger Handelsinstituut in Antwerpen, van 1860 tot 1862. In 1863 legde Coremans zijn eed af als advocaat.

Coremans vestigde zijn advocatenpraktijk in Antwerpen. Dat hij daarbij een Nederlandstalig naambordje aan zijn voordeur bevestigde, droeg bij tot de cultus rond Coremans. Als advocaat zou hij zich inzetten voor de Nederlandstalige rechtspraak, onder meer middels zijn pleidooien in het Nederlands, wat niet voor de hand liggend was in een dominant francofone context. In 1885 stichtte hij samen met Jan van Rijswijck Van Rijswijck, Jan Van Rijswijck, Jan De liberaal Jan van Rijswijck (1853-1906) was burgemeester van Antwerpen. Zijn inzet voor de rol van het Nederlands in de lokale politiek en het verenigingswezen alsook zijn volksgezinde ... Lees meer de Vlaamse Conferentie Vlaamse Conferentie van de Balie van Antwerpen Lees meer aan de Antwerpse Balie, in den beginne vooral een pleitgenootschap waarin Vlaamse advocaten zich in Nederlandstalige pleidooien konden oefenen. Coremans werd voorzitter.

De liberaal Coremans

In 1861 werd Coremans politiek actief in Antwerpen. Hij was van bij de oprichting betrokken bij de Nederduitsche Bond Nederduitsche Bond Nederduitsche Bond De Nederduitsche Bond (1861-1914) was een Antwerpse kiesvereniging die flamingantische katholieken en liberalen verenigde. De Bond was een invloedrijke machtsfactor binnen de Meeting, voo... Lees meer , aanvankelijk een Vlaamsgezinde drukkingsgroep over partijgrenzen heen, later een kiesvereniging en een van de belangrijkste pijlers van de Meetingpartij Meetingpartij Meetingpartij De Meeting (1862-1914) was een Antwerpse politieke formatie die ontstond uit een coalitie van flaminganten, progressieve liberalen en katholieken. Ze liet zich kenmerken door een uitgespr... Lees meer . De jonge leraar Coremans werd tijdens zijn rechtenstudies secretaris van de Nederduitsche Bond. Hij behoorde tot de liberale vleugel binnen de coalitie tussen liberalen en conservatieven in de Meetingpartij.

Langzaamaan werkte hij zich meer op de voorgrond. In 1864 werd hij verkozen in de provincieraad. Coremans zette zich in voor de vernederlandsing van de provinciale administratie, waaronder de verplichting dat provinciale ambtenaren Nederlands zouden spreken en de publicatie van officiële provinciale documenten in twee talen. In de raad sprak Coremans consequent Nederlands.

De ster van de jonge advocaat rees snel. In 1866 verving hij Jan Baptist van Ryswyck Van Ryswyck, Jan Baptist Van Ryswyck, Jan Baptist Jan Baptist van Ryswyck (1818-1869) was leerkracht, volksdichter, journalist en schrijver. Vanuit zijn radicaal liberalisme, antimilitarisme, flamingantisme en Antwerps particularisme von... Lees meer , die de Meetingpartij inmiddels verlaten had, op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen. Hij zetelde als gemeenteraadslid van 1866 tot 1872. Wanneeer kamerlid van de Meeting du Bois d’Aissche in 1868 overleed, werd hij opgevolgd door Coremans, omdat hij op dat moment ook tot de liberale fractie van de Meeting werd gerekend. ‘De oude partijen zijn versleten’, verklaarde hij tijdens zijn campagne. ‘Het enge en vruchteloze kleriko liberaal’ moest plaatsmaken voor de democratie.

In de Kamer

Coremans zou tot in 1910 onafgebroken in de Kamer zetelen, op de zogenaamde ‘Antwerpse bank’, in totaal 42 jaar. Aan de zijde van Jan de Laet De Laet, Jan Jacob De Laet, Jan Jacob Jan de Laet (1815-1891) was een Antwerpse zakenman en Vlaamsgezind politicus voor de Meetingpartij. Hij was de vader van de ‘tweede taalwet’ van 1878, op het taalgebruik in bestuurszaken.... Lees meer en Lodewijk Gerrits Gerrits, Lodewijk Gerrits, Lodewijk Lodewijk Gerrits (1827-1873) was een drukker en auteur wiens Vlaams- en sociaalgezindheid prevaleerde op levensbeschouwelijke tegenstellingen. Hij lag mee aan de basis van de Nederduitsch... Lees meer ontpopte hij zich als een van de belangrijkste woordvoerders van de parlementaire Vlaamse beweging. Te midden van al het oratorisch geweld leek hij zich als een vis in het water te voelen. Met zijn zin voor polemiek en controverse wist hij zich snel in de kijker te spelen.

Coremans wierp de liberale partij Liberale partij Liberale partij De verhouding tussen de liberale partij en het partijpolitieke liberalisme in België enerzijds, en de Vlaamse beweging anderzijds levert een gevarieerd en ingewikkeld beeld op dat evoluee... Lees meer voor de voeten van België ‘une anti-chambre de la France’ te willen maken en ‘le parti de la France’ te zijn. Hij was de eerste volksvertegenwoordiger die in de Kamer een redevoering in het Nederlands voerde, in 1888, al ging het daarbij in feite slechts om een passage die deel uitmaakte van een langere Franstalige redevoering. Coremans wilde daarmee vooral minister Jules Bara te kijk zetten, omdat die het Nederlands niet machtig was. Coremans zelf bleef intussen steeds gekant tegen het consequente gebruik van het Nederlands in de Kamer, onder meer als een vorm van hoffelijkheid tegenover de Walen, die volgens hem nooit goed Nederlands zouden kunnen.

Anti-Frankrijk

Coremans’ flamingantisme laat zich lezen als een mengeling van anti-Frans ressentiment en de overtuiging dat België België België Geen Vlaamse beweging zonder België. Het is ook onmogelijk om België te begrijpen zonder de geschiedenis van de Vlaamse beweging erbij te betrekken. Tussen het ontstaan van een culturele ... Lees meer uit twee verschillende ‘rassen’ of ‘volkeren’ bestond: Latijnse Walen en Germaanse Vlamingen. Het doembeeld van een nakende Franse inval rees in bijna elke toespraak van Coremans op. Hij beschuldigde de liberalen er steevast van met de verfransing van België het pad te effenen voor de inlijving bij Frankrijk. Met zin voor dramatiek verkondigde hij dat de Vlamingen al duizend jaar de voorhoede vormden tegen ‘de overweldiging uit het Zuiden’.

De vernederlandsing van Vlaanderen moest daarom een dam opwerpen tegen het Franse annexionisme. In die zin vormden de Vlamingen de belangrijkste ‘bescherming’ voor de Belgische natie. Coremans zag de dualiteit tussen een Germaans en een Latijns element als de essentie van België. Hij probeerde zijn tegenstander(s) duidelijk te maken dat de gelijkheid tussen beide taalgroepen uiteindelijk het land zou versterken.

Coremans stelde zich in de taaldebatten offensief op, waarbij hij zijn tegenstander(s) graag provoceerde. ‘Op de oevers van de Seine was het Fransch niet eens ontloken, toen wij reeds eene letterkunde bezaten’, beweerde de volksvertegenwoordiger in 1895. Hij voerde aan dat het Nederlands superieur was aan het Frans, dat voortdurend terugviel op dode talen, Latijns en Grieks. Het Nederlands was daarentegen een veel oorspronkelijkere taal – ‘La langue flamande, au contraire, trouve en elle-même la genèse des mots dont elle a besoin’ (‘De Vlaamse taal, daarentegen, vindt in haarzelf de oorsprong van de woorden waar ze nood aan heeft.’, vertaling auteur) – en daarom veel beter geschikt als onderwijstaal.

De man der taalwetten

In het parlement werd Coremans gedurende een kwarteeuw de voorman van de Vlaamse beweging. Coremans wilde komaf maken met het imago van uitsluitend cultureel en linguïstisch georiënteerde taalliefhebbers, dat de Vlaamse beweging op dat moment in zijn ogen nog te veel aankleefde. Hij behoorde tot de generatie die van het flamingantisme een politieke beweging wilde maken en taalstrijd in het parlement wilde voeren. Coremans legde minder nadruk op het culturele aspect. Wetten en besluiten kwamen centraal te staan. De vernederlandsing van het openbare leven moest via parlementaire weg afgedwongen worden.

Coremans werd de ‘man der taalwetten’. Hij toonde zich een behendige parlementair, die zijn retorische talent koppelde aan de kennis van het juridische métier. Hij slaagde er in de katholieke meerderheid voor de taalwet(ten) Taalpolitiek en -wetgeving Situaties van taalonderdrukking vindt men wereldwijd. Daarom besteedt deze bijdrage eerst aandacht aan gehanteerde taalpolitieke strategieën. Ook in België verzette een gedomineerde taalg... Lees meer te winnen en deze door het parlement te loodsen: de ‘oertaalwet’, de wet van 17 augustus 1873 die het taalgebruik in strafzaken regelden (de wet-Coremans), aangevuld door de wetten van 3 mei 1889 en 4 september 1891.

In 1883 wist hij zelfs vanuit de oppositie een taalwet door de Kamers te krijgen, met instemming van de liberale meerderheid: de wet van 15 juni 1883 op het taalgebruik in het officieel secundair onderwijs (de wet De Vigne-Coremans). Ook verschillende andere taalwetten heeft hij tot stand helpen brengen.

De eerste taalwetten waren beperkt in hun toepassing en het resultaat van vinnige debatten. De totstandkoming verliep erg moeizaam. De oorspronkelijke voorstellen werden gevoelig afgezwakt tijdens de parlementaire besprekingen. De uiteindelijke toepassing en handhaving van die taalwetten liep in de praktijk bovendien vaak mank. Over de uiteindelijke impact op het terrein is discussie, niettemin  verwierven die eerste taalwetten een mythische status binnen de Vlaamse beweging en vestigden ze Coremans’ reputatie.

Antwerpse vedette

In de jaren 1870 groeide Coremans’ populariteit. Dat had vooral te maken met de oplopende polemiek tussen conservatieven en liberalen over de plaats van de katholieke Kerk in de samenleving. Dat levensbeschouwelijke conflict domineerde op dat moment de politieke debatten, terwijl de vernederlandsing toen een eerder secundaire kwestie was die slechts een kleine groep echt in de ban hield. De brutale provocateur in Coremans gedijde goed in die gepolariseerde sfeer. Hij werd met zijn polemische speeches de publiekslieveling van de conservatieve Antwerpenaren. Coremans had een volkse, toegankelijke en populistisch Populisme Het concept ‘populisme’ verwijst naar de discursieve strategie die uitgaat van een ‘volks’ verweer tegen een politieke, economische of culturele elite. In de geschiedenis van de Vlaamse b... Lees meer aandoende stijl, waarmee hij de lachers op de massameetings steevast op zijn hand kreeg – ‘truterijen en kroegpraat’ volgens de liberalen.

De voormalige liberaal werd in de jaren 1880 de onbetwistbare frontman van de Antwerpse Meetingpartij, die de katholieke meerderheid stutte. Coremans verdeelde de geesten en de stad, waarbij hij ook zelf voortdurend de controverse opzocht. Hij werd het zwarte beest van de Antwerpse liberalen, die hem afschilderden als een ‘verkozene der boeren’, omdat hij enkel in de Kamer verkozen raakte door de vele stemmen uit de gemeenten buiten de stad. Die liberale afkeer bleef niet bij woorden. Zijn meesterwoning in de Montebellostraat in Antwerpen, vlabij het Jusitiepaleis, werd na de verkiezingen juni 1876 het doelwit van liberale betogers. Vanaf dan kreeg zijn huis steevast extra bescherming op verkiezingsavond.

In Antwerpen was Coremans een beroemdheid, die geliefd en gehaat werd. In februari 1889 kreeg hij zelfs een ware huldebetoging in de stad, waarvoor heel conservatief Antwerpen op straat kwam en speciale Coremans-kranten werden gedrukt. Niettemin bevond de politicus zich in een wat schizofrene situatie: Coremans wist met de Meeting de Antwerpse Kamerzetels lange tijd te monopoliseren, maar verloor bij de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen steeds van de liberalen. Bij de Kamerverkiezingen kon hij immers rekenen op de steun van de rurale gemeenten in het Antwerpse kiesarrondissement. Alleen in de stad zelf moest de Meeting het afleggen tegen de liberalen, die van 1872 tot 1895 het monopolie op de gemeenteraad hadden.

Daarin kwam verandering met de gemeenteraadsverkiezingen van 1895. Dankzij de nieuwe kieswet doorbrak de Meeting het liberale monopolie. Voor het eerst sinds 1872 keerde Coremans terug naar de gemeenteraad. Toch probeerden de liberale aanhangers hem duidelijk te maken dat hij zich in vijandig gebied bevond. Na afloop van de eerste gemeenteraadszitting in 1895 werd hij met blauwe verf aangevallen, en moest hij door agenten naar huis worden geëscorteerd. Coremans liet zich maar moeilijk intimideren en leek zelfs nog te groeien onder die liberale vijandigheden. Die onverstoorbaarheid droeg bij tot zijn mythe bij de eigen achterban.

De man van paradoxen

Coremans was een man van controversen en paradoxen, wat hem in zekere zin ongrijpbaar maakte voor zijn tegenstanders. Hij begon zijn politieke carrière als liberaal en eindigde als sterkhouder van de Katholieke Partij in Antwerpen, zij het dan onder de vlag van de Meeting. Dat hij alleen met Pasen naar de kerk ging en er antiklerikale opvattingen op nahield, was een publiek geheim. Hij was flamingant, maar sprak haast even goed Frans als Nederlands. Coremans oefende grote invloed uit op de krant L’Escaut L'Escaut Lees meer , het enige radicaal Vlaamsgezinde Franstalige dagblad in België. Hij profileerde zich verder als volkse Antwerpenaar, maar was een erudiete veellezer, die zowel de klassieken als eigentijdse auteurs las. Hij stond bekend om zijn goede kennis van de Franse letterkunde, van Molière tot Zola.

Het einde van Coremans

De Gelijkheidswet Gelijkheidswet Gelijkheidswet De gelijkheidswet van 1898 stelde het Nederlands voor officiële publicaties gelijk aan het Frans. De wet werd vanuit de Vlaamse beweging breed ondersteund, en leidde, na de Waalse afwijzi... Lees meer in 1898, de ‘taalgrondwet’, was Coremans’ laatste grootste wapenfeit. Na een kwarteeuw taalstrijd gold de politicus als wat ouderwets. In Vlaamsgezind radicalisme was hij voorbijgestoken door sommige collega’s die wel consequent Nederlands spraken in de Kamer en de volledge eentaligheid van Vlaanderen nastreefden. Ook binnen de Antwerpse Meetingpartij waren de krachtverhoudingen verschoven: het relatieve gewicht van de antimilitaristische en flamingantische Nederduitsche Bond nam af tegenover de conservatieve fractie, waarvan Auguste Delbeke de exponent was. Die fractie had een confessioneler, maar ook francofoner karakter. De eigengereide Coremans kwam overhoop te liggen met zijn collega’s, die onder meer het Antwerpse antimilitarisme de rug toekeerden.

Uiteindelijk voelde Coremans zich duidelijk minder in zijn sas in de moderne massademocratie. Hij was bovendien geen bijzonder sociale denker en nam bij momenten een conservatieve houding aan tegenover democratische hervormingen. Zo steunde hij in 1894 de kandidatuur van Charles Woeste Woeste, Charles Woeste, Charles Charles Woeste (1837-1922) was een conservatief politicus. Hij was voorstander van de fundamentele vrijheden, wars van staatsinterventie in maatschappelijke aangelegenheden en kantte zich... Lees meer in plaats van die van de daensistische Daensistische beweging Daensistische beweging Daensistische beweging is de verzamelnaam voor een geheel van feiten, opvattingen, organisaties, personen en strijdmiddelen die tijdens de late 19de en de vroege 20ste eeuw een onderdeel... Lees meer democraten in Aalst. Verder was hij sterk gekant tegen de evenredige vertegenwoordiging, omdat die het relatieve gewicht van de Nederduitsche Bond binnen de Katholieke Partij zou doen afnemen. Hij hield vast aan zijn oude handelsfonds van de Meetingpartij: flamingantisme en antimilitarisme. Uiteindelijk bleef Coremans een cijnspoliticus oude stijl, die floreerde op de woelige massameetings van de klassieke kiesverenigingen. Op het einde van de 19de eeuw waren die echter al folklore geworden.

Coremans’ einde als politicus was de kroniek van een aangekondigde dood. Hij worstelde met zijn gezondheid en kwijnde weg in de Kamer, maar wilde zijn Kamerzetel niet graag afgeven. Door zijn populariteit liet hij zich moeilijk aan de kant schuiven. In 1910 deed een schandaal over de aanbesteding van de Antwerpse ‘tramways’, met de schijn van zelfbediening, Coremans uiteindelijk de das om. Op vijfenzeventigjarige leeftijd maakte hij plaats voor Frans van Cauwelaert Van Cauwelaert, Frans Van Cauwelaert, Frans Frans van Cauwelaert (1880-1961) was een Vlaamsgezinde katholieke politicus, die een hoofdrol speelde in de vernederlandsing van het openbare leven in Vlaanderen. Van Cauwelaert lag in 19... Lees meer . Zes maanden later overleed hij, op 2 november 1910.

Coremans was getrouwd en had een dochter.

Archief

Literatuur

– G. Segers, Edward Coremans, 1835-1910, in: Jaarboek van de KVATL, 1911, pp. 339-398.
– F. Heuvelmans, Edward Coremans, 1911.
– E. Corr, Edward Coremans. Herinneringen van zijn dochter, 1936.
– R. Victor, Schets ener geschiedenis van de Vlaamse Conferentie der Balie van Antwerpen 1885-1960, 1960.
– L. Wils, Het ontstaan van de Meetingpartij te Antwerpen en haar invloed op de Belgische politiek, 1963.
– E. Mendiaux, Edward Coremans, bijdrage tot de geschiedenis van de taalwetgeving, 1963.
– P. van Molle, Het Belgisch Parlement 1894-1969, 1969.
– H. van Goethem, De taaltoestanden in het Vlaams-Belgisch gerecht 1795-1935 (Verhandelingen van de KAWLSKB, klasse der letteren, jg. 52, nr. 134), 1990.
– L. Hancké, Edward Coremans, in: Nouvelle biographie nationale, dl. 6, Brussel, 2001, pp. 77-84.
– M. Schoups, Meesters van de straat. Strijd om de publieke ruimte in Antwerpen, 1884-1936, Antwerpen, 2024.

Suggestie
Citeren

1973: Lode Wils (pdf)

1998: Lode Wils (pdf)

2024: Martin Schoups

Databanken

Inhoudstafel