Dautzenberg, Johan M.

Persoon

Johann Dautenberg (1808-1869) was een onderwijzer, dichter en taal- en letterkundige, die zich engageerde in de ontluikende Vlaamse beweging en pleitte voor culturele toenadering tot Duitsland.

Volledige voornaam
Johan Michiel
Geboorte
Heerlen, 6 december 1808
Overlijden
Elsene, 4 februari 1869
Suggestie
Citeren
Leestijd: 5 minuten

Johan Michiel Dautzenberg was de zoon van Jan-Gaspar Dautzenberg, meester-kleermaker en Maria Ida Diederen. Hij huwde op 18 oktober 1838 met Melanie Louise Felecite Mailart, dochter van een vrederechter uit Vilvoorde.

Dautzenberg en Mailart kregen drie kinderen. Een van de dochters trad in het huwelijk met dichter Frans de Cort De Cort, Frans De Cort, Frans Frans de Cort (1834-1878) was een vrijzinnig en progressief flamingant, redacteur en volksdichter. Lees meer (die later het werk van Dautzenberg postuum zou publiceren onder de titel Verspreide en nagelaten berichten).

Dautzenberg volgde les aan de Volksschool in zijn geboortedorp Heerlen. Daarnaast kreeg hij privélessen Latijn met het oog op een priesteropleiding, wat door de hervormingsplannen van Willem I der Nederlanden, Willem I der Nederlanden, Willem I Willem I (1772-1843) was koning der Nederlanden van 1815 tot 1840, en dus ook tussen 1815 en 1830 (de jure tot 1839) van het zuidelijke deel daarvan. Zijn beleid inzake de nationale taal ... Lees meer financieel onhaalbaar werd.

Onderwijzer

Daarop werd Dautzenberg secretaris van graaf Belderbosch, die hem in 1826 meenam naar Parijs, waar hij Frans leerde. Toen de graaf overleed, werd hij eerst klerk bij een notaris, daarna bij een ontvanger. Vervolgens werkte Dautzenberg als hulponderwijzer in achtereenvolgens Heerlen, Maastricht en Bergen. Uiteindelijk werd hij, na zelfstudie, volwaardig onderwijzer in Doornik. Ook gaf hij privéonderwijs om boeken voor zelfstudie te bekostigen.

Dautzenberg gaf les aan de kinderen van graaf Dumonceau, die ervoor zorgde dat hij een betrekking kreeg als leraar Frans aan de Koninklijke School van Gent, vier maanden voor de Belgische Revolutie Belgische Revolutie Belgische Revolutie De Belgische Revolutie is de naam van de opstand van 1830-1831 in de zuidelijke provincies van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden van koning Willem I. De opstand leidde tot de splits... Lees meer uitbrak. Daar leerde hij literatoren als Johan van Dam, Prudens van Duyse Van Duyse, Prudens Van Duyse, Prudens Lees meer en Judocus Johannes Steyaert kennen. Toen Dumonceau naar zijn slot in Vilvoorde trok, verhuisde Dautzenberg mee en werd hij huisleraar.

Na zijn huwelijk in 1845 werd hij boekhouder: eerst bij de Société de Commerce de Bruxelles en later bij de Generale Bankmaatschappij.

Orangist en dichter

Op het kasteel van Dumonceau te Vilvoorde spendeerde Dautzenberg veel tijd aan zelfstudie (tekenen, muziek Muziek Lees meer , …) en politiek. Hij werd orangist Orangisme Het orangisme is de verzamelterm voor het verzet tegen de Belgische afsplitsing van het Koninkrijk der Nederland onder leiding van Willem I van Oranje. Lees meer , onder meer door zijn vriendschap met Van Dam en Van Duyse én door de invloed van zijn broodheer. Aan zijn Nederlandse vriend Van Dam schreef hij in 1832, toen hij niet werd opgeroepen om in het Belgische leger Leger Leger De taalkwestie speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van het Belgische leger. Als een van de weinige echt nationale instellingen was het leger een brandpunt van diverse sociaal-p... Lees meer te dienen: ‘Toen ik u verliet, weet gij hoe bang ik was dat Belgiës vrijheid mij onder haar driekleurig oproersvaandel zou schikken. God zij dank, ik heb niet behoeven te handelen tegen hart en geweten.’

Ludo Valcke noemde Dautzenbergs voorliefde voor Vlaanderen en het Nederlands nochtans ‘niet vanzelfsprekend’: hij was afkomstig uit de driehoek Sittard-Aken-Maastricht, beschouwde aanvankelijk het Duits als zijn moedertaal en had toen hij lesgaf in Wallonië het Frans als voertaal. Onder invloed van zijn Gentse vrienden zou Dautzenberg echter vanaf 1837 Nederlandstalige poëzie publiceren en werd zijn interesse voor de Vlaamse beweging gewekt. Voor hij in 1850 zijn eerste poëziebundel Gedichten uitbracht publiceerde hij zijn werk in het Nederduitsch letterkundig Jaerboekje Nederduitsch Letterkundig Jaerboekje Het Nederduitsch Letterkundig Jaarboekje was een gewaardeerd anthologietijdschrift gericht op een breed publiek dat tussen 1834 en 1875 in Gent verscheen. Het bracht jaarlijks een goed ov... Lees meer , Kunst- en Letterblad Kunst- en Letterblad Kunst- en Letterblad Het Kunst- en Letterblad (1840-1845) was een tijdschrift dat van 1840 tot 1843 in Gent en daarna in 1844 en 1845 in Antwerpen verscheen. Het besteedde aandacht aan de Nederlandstalige lit... Lees meer en de Nederlandsche Muzenalmanak. Hij werd op 5 september 1838 lid van De Tael is gansch het Volk De Tael is gansch het Volk De Tael is gansch het Volk De Tael is gansch het Volk (1836) was een Gents letterkundig genootschap, dat een prominente rol speelde in de literaire Vlaamse beweging van de 19de eeuw. Eind jaren 1860 ging De Tael ge... Lees meer , werkte mee aan Vlaemsch België Vlaemsch België Vlaemsch België Lees meer en trad – mede op voorspraak van Hendrik Conscience Conscience, Hendrik Conscience, Hendrik Hendrik Conscience (1812-1883) was de eerste auteur die het in België aandurfde een roman in het Nederlands te schrijven en te publiceren. Zijn oeuvre van zo’n 65 romans, dat ook een bred... Lees meer – toe tot de pas opgerichte vereniging De Toekomst.  

Letterkundige theorie en taalkunde

Dautzenberg hield zich ook bezig met literaire theorievorming. Als lid van De Tael is gansch het Volk bezocht hij herhaaldelijk de Nederlandsche Taal- en Letterkundige Congressen Nederlandse Congressen Nederlandse Congressen De Nederlandse Congressen waren gemeenschappelijke (culturele) ontmoetingen van Vlamingen en Nederlanders in Vlaanderen en Nederland die met onderbrekingen werden georganiseerd sinds 1849... Lees meer . Op het derde congres in Brussel (1851) sprak Dautzenberg over de ‘Neerlandsche Tael- en Dichtvormen’. Verder vertaalde hij de Deutsche Schulgrammatik van J.C.A. Heyses tot een Beknopte prosidia der Nederduitsche tael (1851) en paste hij deze theorieën toe in zijn gedichten.

Dautzenberg manifesteerde zich ook op het gebied van de taalkunde. Met zijn boezemvriend Victor Delecourt Delecourt, Victor Delecourt, Victor Victor Delecourt (1806-1853) was een Waalse dagbladschrijver en publicist, die in de nasleep van de 'spellingoorlog' aandacht vroeg voor het Nederduits. Hij lag mee aan de basis van het p... Lees meer ijverde hij voor de herinvoering van archaïsmen zoals de du-dijn-vorm voor de 2de persoon enkelvoud en van naamvallen, waardoor het Nederlands volgens hem opnieuw zou aanknopen met zijn Duitse stam, niet langer zou lijden onder de invloed van ‘schoolmeesters en vandalen’, die de taal ‘armer, stroever en gekortwiekter’ maakten, en zich beter zou lenen voor het schrijven van poëzie. Dautzenberg wijdde zelfs een gedicht (‘Du’) aan de door hem gepropageerde spellingsvorm. Vanuit Nederland Nederland Nederland is met Vlaanderen verbonden door de economische infrastructuur, de taal en de geschiedenis. Vanaf eind 18de eeuw kreeg die verbondenheid in taal en cultuur op uiteenlopende mani... Lees meer kwam echter veel kritiek op deze theorieën en ook in België kreeg Dautzenberg tegenwind, met name van Ferdinand Snellaert Snellaert, Ferdinand A. Snellaert, Ferdinand A. Ferdinand Augustijn Snellaert (1809-1872) was arts en filoloog, een van de leidende figuren van de jonge Vlaamse beweging en pleitbezorger voor culturele eenheid met Nederland. Lees meer .

In 1867 werd Dautzenberg lid van de tweede spellingcommissie Spellingcommissie Lees meer .

Germaanse sympathieën

Samen met Jacob Heremans Heremans, Jacob Heremans, Jacob Jacob Heremans (1825-1884) was een Gentse hoogleraar taal- en letterkunde, die als publicist en initiatiefnemer een prominente rol speelde in de liberale Vlaamse en Groot-Nederlandse bewe... Lees meer en Van Duyse zorgde Dautzenberg voor een tijdelijke opleving van ‘germanofilie’ in de prille Vlaamse beweging van de jaren 1840. Samen met Delecourt, die meewerkte onder het pseudoniem Hubert Vandenhoven, publiceerde hij in 1844 een studie over de taalverwantschap van Plat-of Nederduitsch en de Vlaamse taal.  Dautzenberg schreef daarnaast ook voor het tijdschrift De Broederhand De Broederhand De Broederhand De Broederhand (1845-1847) was een maandblad onder redactie van de Duitser Johann Wolf, die met het project de culturele en politieke banden tussen de Vlaamse beweging en de Duitstalige g... Lees meer , dat toenadering zocht tot de Duitse kunst en wetenschap.

In 1846-1847 werd hij secretaris van de Belgische afdeling van het Vlaemsch-Duitsch Zangverbond Vlaemsch-Duitsch Zangverbond Vlaemsch-Duitsch Zangverbond Het Vlaamsch-Duitsch Zangverbond (1846-1848) wilde koormuziek op Duitse, Latijnse en Nederlandse teksten verspreiden. Daartoe werden meerdere zangfeesten georganiseerd. Lees meer . In die functie sprak hij het publiek op een groot zangfestijn te Gent toe met de woorden: ‘Duitsch en Vlaemsch zijn nauwverwant/ zo als rechter en linkerhand.’ Een gelijkaardige boodschap verkondigde hij in 1861 op het Congrès Artistique in 1861 te Antwerpen, waar hij de broederband tussen Duitsers, ‘Dietschers’, ‘Hoog’- en ‘Neerduitsers’ bewierookte met een gelegenheidsgedicht. Hoewel Dautzenbergs interesse voor Duitsland louter cultureel en niet politiek van aard was, werd hij bekritiseerd door Jozef Alberdingk Thijm Alberdingk Thijm, Jozef Alberdingk Thijm, Jozef Jozef Alberdingk Thijm (1820-1889) was voortrekker van de katholieke emancipatie in Nederland en een veelzijdig man: handelaar, uitgever, architectuur- en kunstcriticus, kenner van de mid... Lees meer en Jacob Heremans Heremans, Jacob Heremans, Jacob Jacob Heremans (1825-1884) was een Gentse hoogleraar taal- en letterkunde, die als publicist en initiatiefnemer een prominente rol speelde in de liberale Vlaamse en Groot-Nederlandse bewe... Lees meer , die zijn pleidooi voor verbroedering te ver vonden gaan.

Dautzenberg vertaalde verschillende teksten van het Nederlands naar het Duits (‘Het Groote Dietsche Vaderland’ van Nolet de Brauwere van Steeland Nolet de Brauwere van Steeland, Jan Jan Nolet de Brauwere van Steeland (1815-1888) was van Nederlandse afkomst en vestigde zich in Vlaanderen. Hij was de auteur van kritisch en hekelend proza, waarmee hij onder andere ijver... Lees meer (1857), diverse passages uit het werk van Virginie Loveling Loveling, Virginie Loveling, Virginie Virginie Loveling (1836-1923) was een Vlaamse, vernieuwende en vaak uitgesproken geëngageerde schrijfster. Ze was de zus van Rosalie Loveling en de tante van Cyriel Buysse. Lees meer ) en leverde vanaf 1859 bijdragen voor Der Pangermane Der Pangermane Lees meer .

Overlijden

Vanaf 1863 kreeg Dautzenberg steeds meer last van astma en was hij erg vatbaar voor bronchitis. In dat jaar besloot hij een kuur te volgen in Auvergne, samen met zijn vriend Bracquénie. Na een aanval van cholerine in 1866 ging het snel bergafwaarts met zijn gezondheid. Dautzenberg overleed in 1869. Na zijn dood ijverde een commissie, met onder anderen Emanuel Hiel Hiel, Emanuel Hiel, Emanuel Emanuel Hiel (1834-1899) was een Vlaamse dichter en schrijver. Als radicaal-democratische, vrijzinnige flamingant speelde hij een belangrijke rol in het Vlaamsgezinde verenigingsleven in ... Lees meer , Conscience, Peter Benoit Benoit, Peter Benoit, Peter Peter Benoit (1834-1901) was een Vlaamsgezinde componist en muziekpedagoog. Lees meer en Eugeen Stroobant Stroobant, Eugeen E. Stroobant, Eugeen E. Notaris Eugeen E. Stroobant (1819-1899) was katholiek volksvertegenwoordiger en lid van de Grievencommissie. Als voorzitter van de Brusselse toneelmaatschappij De Wijngaerd ijverde hij vo... Lees meer (voorzitter), voor een gedenkteken. Of dat er ooit kwam, is echter onduidelijk.

Literatuur

– Intekenlijst van de Commissie gedenkteken Dautzenberg, Brussel, Februari 1870.
— L. Valcke, Dautzenberg, Johan Michiel, in: NBW, 1973, dl. VI.
— T. Verschaffel, ‘Belg door inborst, door neiging en door zeden': Keizer Karel in de negentiende eeuw, in: Handelingen - Koninklijke Zuid-Nederlandse maatschappij voor taal- en letterkunde en geschiedenis, 54, 2000, pp. 335-355.
— J.T. Leersen, De bronnen van het vaderland: taal, literatuur en de afbakening van Nederland, 1806-1890, Nijmegen 2006.
— R. Dagnino, Twee Leeuwen, één kruis. De rol van katholieke culturele kringen in de Vlaams-Nederlandse verstandhouding (1830- ca.1900), Hilversum, 2015.
— W. van den Berg en P. Couttenier, Alles is taal geworden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1800-1900, Amsterdam, 2016.
— M. Langhendries, Natuer en Kunst gaen hier hand aen hand. Duitslandbeelden in de vroege Vlaamse Beweging (1844-1848), in: Wetenschappelijke Tijdingen, 2019, nr. 4, pp. 293-314.

Suggestie
Citeren

1973: Jan Hardy (pdf)

1998: Ludo Valcke (pdf)

2024: Dries Van Thielen

Databanken

Inhoudstafel