Ferdinand Augustijn Snellaert (1809-1872) was arts en filoloog, een van de leidende figuren van de jonge Vlaamse beweging en pleitbezorger voor culturele eenheid met Nederland.

Volledige voornaam
Ferdinand Augustijn
Geboorte
Kortrijk, 21 juli 1809
Overlijden
Gent, 3 juli 1872
Suggestie
Citeren
Leestijd: 23 minuten

Ferdinand Augustijn Snellaert was een van de eerste leiders van de Vlaamse beweging. Hij was arts, maar ook literatuurhistoricus, criticus en tekstediteur. Hij maakte van de Vlaamse beweging een politieke drukkingsgroep en na de dood van Jan Frans Willems zette hij diens actie voor Vlaamse frontvorming voort, maar botste op de toenemende polarisering tussen liberalen en katholieken. Daarnaast streefde Snellaert naar culturele eenheid met Nederland.

Ferdinand Augustijn Snellaert werd geboren in Kortrijk op 21 juli 1809 en hij overleed op 3 juli 1872 in Gent. Hij volgde humaniora aan het Kortrijkse stadscollege (1822-1827) en vanaf 14 juli 1827 een opleiding tot militair arts (mannen en paarden) aan het Rijkshospitaal in Utrecht. Daarna werd hij officier van gezondheid in Middelburg (1829-1830), in Antwerpen (tijdens de Belgische Revolutie Belgische Revolutie Belgische Revolutie De Belgische Revolutie is de naam van de opstand van 1830-1831 in de zuidelijke provincies van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden van koning Willem I. De opstand leidde tot de splits... Lees meer van 1830), in de regio Noord-Brabant (1831-1833) en in Maastricht (1833-juni 1835).

Vorming

Al op het college in zijn thuisstad, maar zeker in Nederland, raakte Snellaert ondergedompeld in de taal en cultuur die hij zijn hele leven zou verdedigen. In Nederland schafte hij zich het strijdbare De la langue Belgique (1829) van Jan Frans Willems Willems, Jan Frans Willems, Jan Frans Jan Frans Willems (1793-1846), de “vader van de Vlaamse beweging”, was dichter, polemist, filoloog, tekstediteur en initiatiefnemer of lid van tal van academies en genootschappen in binne... Lees meer aan en hij vroeg vrienden in Kortrijk om hem bundels van rederijkerswedstrijden Rederijkerskamers Rederijkerskamers De rederijkerskamers waren genootschappen die zich sinds de 15e eeuw toelegden op toneel en dichtkunst in de volkstaal. In de 18e en 19e eeuw speelden ze ook een belangrijke rol in de ver... Lees meer en bloemlezingen toe te zenden, net als de polemische werken Aen de Belgen/Aux Belges (1818) van Willems en Omwenteling op den Vlaamschen Zangberg (1830) van Prudens van Duyse Van Duyse, Prudens Van Duyse, Prudens Lees meer . Hij was zich ervan bewust dat de moedertaal bedreigd was in het Zuiden, maar hij schonk weinig aandacht aan de petitiebeweging die in België op gang kwam tegen het beleid van Willem I der Nederlanden, Willem I der Nederlanden, Willem I Willem I (1772-1843) was koning der Nederlanden van 1815 tot 1840, en dus ook tussen 1815 en 1830 (de jure tot 1839) van het zuidelijke deel daarvan. Zijn beleid inzake de nationale taal ... Lees meer . Ook na de Belgische omwenteling vertrouwde hij erop dat de eenheid van Noord en Zuid zou worden hersteld. Begin augustus 1831 nam hij als arts in het leger van Oranje deel aan de Tiendaagse Veldtocht en toen Nederland zich onder druk van de mogendheden moest terugtrekken voor de troepen van maarschalk Gérard was het duidelijk waar Snellaerts loyaliteit lag: het waren nog maar eens de Fransen die de Nederlandse taal, cultuur en eenheid bedreigden. Pas in juni 1835 keerde hij weer terug naar Vlaanderen. Voor de 26-jarige legerarts was het een moeilijke beslissing, die gemotiveerd werd door familiale redenen, het risico dat hij later niet meer zou mogen terugkeren, verdriet vanwege een onbeantwoorde liefde en, zoals hij zelf het liefst stelde, de lectuur van Willems’ strijdbare voorwoord bij diens Reinaerteditie.

Snellaert vervolledigde zijn medische opleiding aan de Gentse universiteit Hoger onderwijs in Gent Hoger onderwijs in Gent Met de vernederlandsing in 1930 als hoogtepunt is de Gentse universiteit een belangrijk strijdpunt geweest in de Vlaamse beweging. Van het Latijn uit 1817 tot het Engels van vandaag: het ... Lees meer en vestigde zich als arts in deze Oost-Vlaamse stad. Zijn praktijk strekte zich uit over een groot gedeelte van Gent en enkele omliggende gemeenten. Hij had vooral arme patiënten en die bezocht hij te voet. Zeker in tijden van tyfus en cholera was hij 24/7 op de been. Daarnaast was Snellaert actief lid van de Gentse Société de Médecine en hij bleef ook min of meer wetenschappelijk met gezondheid bezig. In de Société was het Frans de voertaal en Snellaert sprak er maar één keer in het Nederlands: op de viering van professor Jozef Kluyskens in 1838 wees hij de tweehonderd aanwezige medici op hun plichten tegenover de taal Taal Taal De ontwikkeling van het Nederlands vormde tot diep in de 20ste eeuw een fundamenteel aandachtspunt in de Vlaamse beweging. De wijze waarop het geschreven en gesproken Nederlands gehanteer... Lees meer van het volk.

Heel vaak keek hij uit naar een andere bron van inkomsten, van hospitaalarts tot professor en bibliothecaris, omdat hij daarmee meer tijd zou hebben voor zijn literair en Vlaamsgezind engagement.

De Tael is gansch het volk

Tijdens een kort verblijf in Kortrijk na zijn terugkomst uit Nederland ontmoette hij zijn oude vriend de notarisklerk en dichter Frans Blieck Blieck, Frans Blieck, Frans Frans Jozef Blieck (1805-1880) zette zich als dichter van gelegenheidspoëzie en 'taalminnaar' in voor het behoud van het Nederlands in Vlaanderen. Daarbij evolueerde hij van orangisme naa... Lees meer weer en die introduceerde hem bij zijn literaire kennissen, bij Maria Doolaeghe Doolaeghe, Maria Doolaeghe, Maria Maria Doolaeghe (1803-1884) was een Vlaamse dichteres, die er aanvankelijk orangistische sympathieën op na hield, maar zich na de definitieve afscheiding in 1839 aansloot bij de Belgischg... Lees meer , Frans Rens Rens, Frans Rens, Frans De verdienste van de letterkundige Frans Rens (1805-1874) lag niet zozeer in zijn eigen poëtische werk, maar wel in zijn inzet voor verschillende Vlaamsgezinde verenigingen en tijdschrift... Lees meer , Van Duyse, Karel Lodewijk Ledeganck Ledeganck, Karel L. Ledeganck, Karel L. Karel Lodewijk Ledeganck (1805-1847) was een Vlaams ambtenaar, politicus, jurist en dichter uit Eeklo. Hij was een cultuurflamingant en schreef een dichterlijke trilogie die in de Vlaamse... Lees meer en Willems.

In bewaard gebleven dagboekbladen noteerde Snellaert al in de eerste dagen van 1836 wat hem te doen stond om het Nederlands in België weer op de sporen te krijgen en vooral bij de jeugd ingang te doen vinden. Een tienpuntenprogramma met onder andere de verspreiding van goedkope en bij voorkeur door Vlamingen geschreven boeken, het stichten van minstens één letterkundig tijdschrift en twee of drie Vlaamse dagbladen, en het oprichten van een Vlaamse zangschool en een Vlaams theater in Gent.

Op 10 februari 1836, enkele weken nadat in Antwerpen de rederijkerskamer De Olijftak De Olijftak De Olijftak De Olijftak was een in 1835 opgerichte Antwerpse rederijkerskamer, die in de context van het ontluikende Vlaamsgezinde cultuurleven wilde aanknopen bij de bewonderde 16de-eeuwse rederijke... Lees meer aan een nieuw bestaan was begonnen, stichtte hij met Rens, Frederik Anton Spyers, Charles Boulengier en L. Caluwé de Maetschappy van Vlaemsche Letteroefening De Tael is gantsch het Volk De Tael is gansch het Volk De Tael is gansch het Volk De Tael is gansch het Volk (1836) was een Gents letterkundig genootschap, dat een prominente rol speelde in de literaire Vlaamse beweging van de 19de eeuw. Eind jaren 1860 ging De Tael ge... Lees meer . Willems, die eerst niet eens lid wilde worden, werd na enkele maanden erevoorzitter. Snellaert opende de eerste vergadering met een rede die kort daarna als Verhandeling over het nadeelige van het niet-beoefenen der volkstael voor Letteren, Kunst en Wetenschappen werd gepubliceerd. Taal en volkskarakter waren één voor hem en ‘Zoo lang eene tael niet door vreemden invloed gekrenkt werd, bleef ook elk volk groot, zelfs in zyne grootste tegenspoeden’. Het gevaar zat volgens Snellaert in de onverschilligheid die een eerste stap richting ‘slavernij’ is, want een volk dat onverschillig staat tegenover zijn taal, zegt stilzwijgend dat het onwaardig is vrij te blijven. De strijd voor de taal was cruciaal en om die strijd te winnen was eenheid noodzakelijk. Zijn hele leven zou Snellaert buitenlandse invloeden, het Frans in eerste plaats, maar ook het Duits, bestrijden en keer op keer oproepen tot eenheid in de Vlaamse rangen.

Snellaert ging zo als een brugfiguur fungeren tussen het geleerde en in meerderheid orangistische Orangisme Het orangisme is de verzamelterm voor het verzet tegen de Belgische afsplitsing van het Koninkrijk der Nederland onder leiding van Willem I van Oranje. Lees meer Gent van de ‘taalminnaars’ en het romantische en patriottische Antwerpen van Hendrik Conscience Conscience, Hendrik Conscience, Hendrik Hendrik Conscience (1812-1883) was de eerste auteur die het in België aandurfde een roman in het Nederlands te schrijven en te publiceren. Zijn oeuvre van zo’n 65 romans, dat ook een bred... Lees meer , Jan de Laet De Laet, Jan Jacob De Laet, Jan Jacob Jan de Laet (1815-1891) was een Antwerpse zakenman en Vlaamsgezind politicus voor de Meetingpartij. Hij was de vader van de ‘tweede taalwet’ van 1878, op het taalgebruik in bestuurszaken.... Lees meer en anderen. Samen met zijn prestige nam ook het aantal lidmaatschappen en erelidmaatschappen van genootschappen in Vlaanderen en Nederland toe. Anders of meer dan zijn medestrijders had Snellaert ook oog voor het aandeel dat jongeren, vrouwen en zeker arbeiders konden hebben in de Vlaamse ontvoogding. Voor manifesterende arbeiders die verschillende charges van de ordediensten weerstonden, had hij alleen maar bewondering.

Filologie en kritiek

Op aandringen van Willems schreef Snellaert als antwoord op een prijsvraag van de Académie Royale in korte tijd een Verhandeling over de Nederlandsche dichtkunst in België, sedert hare eerste opkomst tot aen de dood van Albert en Isabella. ‘De grond eener volksonafhanglykheid ligt in de tael’, zo schrijft hij, in navolging van Herder en tal van anderen, in het voorwoord, en het gebruik van een vreemde taal leidt tot verlies van eigenwaarde en verknechting. Het was voor hem duidelijk dat de vermeende inferioriteit en ruwheid van de volkstaal werd weerlegd door het literaire erfgoed, overgeleverd uit vroegere tijden. Met zijn literatuurgeschiedenis wilde hij bewijzen dat de Nederlandse literatuur Literatuur Literatuur De literatuur heeft een cruciale rol gespeeld in het ontstaan van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd en ook in de daaropvolgende fasen van de Vlaamse natiewording zijn schrijvers vaak richting... Lees meer een traditie had in de Zuidelijke Nederlanden, dat de taal er eeuwenlang uiting gaf aan de eigenheid van het volk. Het beoefenen van de (literatuur)geschiedenis was voor hem op de actualiteit gericht. Door de grootsheid van de oude literatuur te boekstaven, wilde hij het nationale gevoel aanzwengelen en vroeg hij waardering voor eigen taal en literatuur.

Snellaert beperkte zich niet tot het opsommen van de meesterwerken uit het verleden. Net als de andere taalminnaars en de Duitse filologen werkte hij ook aan tekstedities. De door Willems begonnen collectie oude liederen breidde hij aanzienlijk uit. In de Académie Royale, waarvan hij in 1847, na de dood van Willems, werkend lid werd, werd hij na verloop van tijd de drijvende kracht achter het project om werk van Jacob van Maerlant uit te geven. Zelf editeerde hij Alexanders geesten en een bundel 14de-eeuwse Nederlandse gedichten van onder meer Jan van Boendale. Graag had hij ook Middelnederlandse medische traktaten uitgegeven, maar daartoe ontbrak hem de tijd. Professionele steun bij de editiepraktijk kreeg hij van zijn Nederlandse vriend Matthias de Vries De Vries, Matthias Matthias de Vries (1820-1892) was een Nederlandse taalkundige, die nauwe contacten onderhield met tal van Vlaamsgezinde letterkundigen en intellectuelen. Met het mede door hem opgestelde ... Lees meer , met wie hij uitgebreid van gedachten wisselde over transcripties en betekenissen.

De filoloog was zich er sterk van bewust dat de Vlamingen niet alleen op het verleden konden teren, dat het belangrijk was de taal te consolideren en voor de toekomst te bewaren, en hij wilde zijn medestanders de goede weg wijzen. In de jaren 1836-1839, in afwachting van een eigen blad, bezorgden de werkende leden van de Tael op initiatief van Snellaert een of twee keer per week de Bydragen der Gazette van Gend voor Letteren, Kunsten en Wetenschappen. Al in zijn eerste kritische bijdrage maakte Snellaert duidelijk dat ‘Liefde voor de waerheyd moet vooral hem bezielen, die eene oordeelvelling wil geven over de geestvoortbrengsels zyner landgenooten’. Snellaert loofde dan wel de rederijkers omdat ze in barre tijden de taal van het volk waren blijven gebruiken, hij had behoorlijk wat vragen bij de kwaliteit van hun werk. Hij geloofde in de emancipatorische kracht van de literatuur en omdat hij die formeel en inhoudelijk op een hoger niveau wilde krijgen, ontpopte hij zich tot een bijzonder streng criticus, wat dat betreft een pionier binnen de Vlaamse letteren, die ook zijn vrienden niet spaarde. De taal was altijd zijn uitgangspunt en hij wilde met zijn kritieken zowel de Vlaamse zaak als de letterkunde dienen. Conscience stuurde hem delen van het manuscript van zijn Leeuw van Vlaenderen (1838). Snellaert voorzag de tekst van taalwenken en historische bedenkingen die de auteur maar gedeeltelijk opvolgde. In 1839 kwam er een einde aan de Bydragen, Snellaert begon zijn eigen blad, het Kunst- en Letterblad waarin hij van nieuwjaar 1840 tot einde december 1843, toen de redactie verhuisde naar Antwerpen, kritieken bleef publiceren. Uit zijn bijdragen blijkt zijn vertrouwdheid met het nationaliteitenvraagstuk in Europa en eigen nationale verzuchtingen zijn altijd prominent aanwezig in zijn beschouwingen.

Petitionnement

Toen minister Barthélemy de Theux zijn belofte om een Vlaamse academie op te richten niet inloste, overlegde Snellaert met De Laet over nieuwe stappen. Het was voor hen duidelijk dat de Vlaamse strijd van het louter culturele naar het politieke niveau diende gebracht, dat het taalvraagstuk als een zaak van nationaal belang diende te worden behandeld. De Laet kreeg echter koudwatervrees en Snellaert nam de verdere initiatieven voor het petitionnement Petitionnement Lees meer , waarin hij en Philip Blommaert Blommaert, Philip M. Blommaert, Philip M. Jurist en letterkundige Philip M. Blommaert (1808-1871) was liberaal gemeenteraadslid en schepen in Gent en gedeputeerde van de provinciale staten van Oost-Vlaanderen. Samen met Ferdinand... Lees meer de Vlaamse grieven opsomden en de middelen tot herstel. Begin 1840 werden de lijsten met de ondertekenaars bezorgd aan de Kamer, aan Leopold I van Saksen-Coburg, Leopold I van Saksen-Coburg, Leopold I Leopold I (1790-1865) was de eerste koning der Belgen. Hij werd als prins uit het hertogelijk huis van Saksen-Coburg-Gotha in 1831 vanwege zijn uitgebreid Europees netwerk tot de Belgisch... Lees meer en aan de bisschoppen. De tekst vroeg officiële erkenning voor de Vlaamse verzuchtingen en was een scharnierdocument in de evolutie van de Vlaamse beweging. Het natievormingsproces Natievorming Natievorming Dit artikel over natievorming focust op de verbeelding en vorming van België en Vlaanderen als nationale gemeenschappen. Daarbij wordt gekeken naar de politiek van natievorming vanwege de... Lees meer was de louter ‘scholarly interest’ zoals Miroslav Hroch Hroch, Miroslav De Tsjechische historicus Miroslav Hroch (1932) vergeleek de historische evolutie van nationale bewegingen die streden in de naam van ‘kleine’ naties. Zijn werk, en vooral het door hem o... Lees meer dat noemt, de geleerde aandacht voor de geschiedenis en oude literatuur, ontgroeid en de stap was gezet naar ‘political agitation’ (politieke actie). Daarmee lag initiatiefnemer Snellaert aan de basis van een evolutie die een eeuw na zijn overlijden tot opeenvolgende staatshervormingen Staatshervorming Staatshervorming Tussen 1970 en vandaag werden zes staatshervormingen doorgevoerd die België omvormden van een unitaire in een federale staat met drie gewesten, het Vlaamse, het Waalse en het Brussels Hoo... Lees meer en regionalisering zou leiden.

Tenzij op provinciaal niveau leidde het petitionnement echter niet meteen tot grote veranderingen en Snellaert zette zich vooral in om op alle mogelijke manieren te trachten overtuigde Vlamingen in de Kamer te loodsen. Zijn voorkeur ging naar een Vlaamse partij maar door de toenemende levensbeschouwelijke polarisering was dat geen haalbare kaart en dus ging zijn steun naar overtuigde Vlamingen op katholieke en liberale lijsten.

Samen met Blommaert, Jacob F.J. Heremans Heremans, Jacob Heremans, Jacob Jacob Heremans (1825-1884) was een Gentse hoogleraar taal- en letterkunde, die als publicist en initiatiefnemer een prominente rol speelde in de liberale Vlaamse en Groot-Nederlandse bewe... Lees meer en Rens richtte Snellaert in 1846 in Gent het Vlaemsch Gezelschap Vlaemsch Gezelschap Het Vlaemsch Gezelschap was een culturele en politieke kring, in maart 1846 in Gent opgericht door Frans Rens, Ferdinand Augustijn Snellaert, Philip Marie Blommaert en Jacob Frans Hereman... Lees meer op. Volgens Snellaert was het een literair-politieke beweging die de beschaving wilde funderen op de echte grondslagen van nationaliteit, in eerste plaats op de taal. In 1848 raakten 2 leden verkozen in de de Gentse gemeenteraad. Op initiatief van Conscience redigeerde het gezelschap, in eerste instantie Snellaert, in 1847 de Verklaring van Grondbeginselen die stelde dat het Vlaams natuurrecht primeerde op Belgisch staatsrecht, dat de Vlaamse beweging een volksbeweging was die de volstrekte gelijkheid der talen verlangde. Het streven naar een onafhankelijke derde Vlaamse partij was onmiskenbaar. In 1848 wees het Gezelschap de Franse omwenteling af vanwege de dreiging van Franse annexatie en vanwege het republikanisme. Impliciet betekende dat ook steun aan de Belgische monarchie Monarchie Monarchie In deze bijdrage over de Belgische vorsten, van Leopold I tot en met Albert II (1831-2013), wordt gepeild naar hun oordeel over en aandeel in de ontwikkeling van de Belgische taalstrijd e... Lees meer . Het leverde Snellaert de Leopoldsorde op.

Snellaerts Vlaamse inzet ging onverminderd voort. Hij begreep dat de Vlaamse beweging vooral nood had aan financiële slagkracht en dat trachtte hij te bereiken met de stichting van een bestendig fonds. Het plan lukte niet echt, maar het Willemsfonds Willemsfonds (WF) Willemsfonds (WF) Het Willemsfonds (1851-heden) is een liberaal-vrijzinnige culturele vereniging en drukkingsgroep die het gebruik van het Nederlands promoot en ondersteunt. Lees meer dat in 1851 werd gesticht en waarvan Snellaert secretaris werd en zijn vriend Jules de Saint-Genois de eerste voorzitter, wilde de Vlaamse geest in België bevorderen, niet alleen bij de middenklasse waaruit de Vlaamse beweging de meeste van haar militanten rekruteerde, maar ook bij de lagere bevolkingsgroepen. De Belgische context sprak vanzelf. Het fonds zag zich als een drukkingsgroep die in Vlaanderen de gelijkwaardigheid van het Nederlands en het Frans wilde realiseren.

Snellaert ijverde voor het Nederlands in het onderwijs Onderwijs Lees meer , werkte op vraag van minister Charles Rogier Rogier, Charles Rogier, Charles Charles Rogier (1800-1885) was een liberale politicus die meermaals een functie als minister of regeringsleider bekleedde. In zijn streven naar een sterke, geünificeerde en op termijn een... Lees meer begin 1849 zelfs een ontwerp uit en hij was lid van de zogenoemde Grievencommissie Vlaemsche Commissie Vlaemsche Commissie De Vlaemsche Commissie of Grievencommissie inventariseerde op vraag van de regering in 1856-1857 voor de eerste keer de problemen in verband met de positie van het Nederlands in België en... Lees meer die in 1856 naar aanleiding van herhaalde Vlaamse eisen door minister Pierre de Decker De Decker, Pierre Pierre J.F. de Decker (1812-1891) was een katholiek-liberale en Belgisch patriottische schrijver en politicus, die tot de eerste generatie flaminganten behoorde. Lees meer werd opgericht. Snellaert schreef het lijvige verslag met eisen en wenken voor aanpassingen op gebied van onderwijs, rechtspraak Gerecht Lees meer , administratie Bestuur Bestuur Het taalgebruik in het bestuur is een centraal aspect van de Belgische taalkwestie. Het omvat het proces van het afdwingen van taalrechten voor Vlamingen evenals de bestuurstaalwetgeving ... Lees meer en leger Leger Leger De taalkwestie speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van het Belgische leger. Als een van de weinige echt nationale instellingen was het leger een brandpunt van diverse sociaal-p... Lees meer . De nieuwe regering vond de grieven geen prioriteit en dat zorgde voor de nodige commotie in Vlaamse rangen. Uiteindelijk publiceerde de commissie het lijvige verslag in 1859 zelf, in het Frans en in het Nederlands. Ze werd er publiek voor gehuldigd in Brussel en in Gent, ook door arbeidersverenigingen, die op dat moment nog volop de Vlaamse ordewoorden volgden. Op dat ogenblik mocht Snellaert de radicale republikein Lucien Jottrand Jottrand, Lucien Jottrand, Lucien Lucien Jottrand (1804-1877) was een progressieve, Vlaamsgezinde democraat. Hij ijverde voor het algemeen stemrecht, waarin volgens hem de sleutel voor een complete Waalse en Vlaamse geli... Lees meer , de democraat Emile Moyson Moyson, Emiel Lees meer en de arbeidersleiders Francis Bilen Bilen, Franciscus Bilen, Franciscus Franciscus Bilen (1819-1881) behoorde tot de strekking binnen het vroege socialisme die democratische gebondenheid, Vlaamsgezindheid en antiklerikalisme met elkaar verbond. Hij ijverde on... Lees meer en Jan de Ridder De Ridder, Jan De Ridder, Jan De dagloner Jan de Ridder (1822-1890) was medeoprichter en eerste voorzitter van de werkliedenbond Broederlijke Wevers van Gent. Daarnaast werkte hij mee aan het Vlaamsgezinde arbeiderswe... Lees meer tot zijn vrienden rekenen. Behalve de voorspelbare reacties leverde het verslag van de Grievencommissie niet meteen veel op. Op termijn kon het worden beschouwd als een van de sleutelstukken van de Vlaamse beweging.

Wael en Vlaming

Het was nooit Snellaerts bedoeling de Walen tot Vlamingen om te scholen, maar al in 1840 pleitte hij onomwonden voor Nederlands (hoger) onderwijs en voor een Nederlandstalige rechtspraak. De onwil bij Walen en francofiele Vlamingen om de Vlaamse grieven minstens te erkennen bracht hem geregeld tot bijzonder cassante uitspraken. Toen de Henegouwse volksvertegenwoordiger Joseph-Désiré Sigart Sigart, Joseph-Désiré Joseph-Désiré Sigart (1798-1869) was arts, amateur-filoloog en van 1839 tot 1848 liberaal Kamerlid voor Bergen. Lees meer zich halfweg de jaren 1840 in de Kamer afvroeg of de Vlamingen de ellende niet aan zichzelf hadden te wijten, of de Vlamingen niet een inferieur ras waren zoals men in Afrika of Amerika aantrof, haalde Snellaert vernietigend uit met Wael en Vlaming (1847). Sigart had wel meteen de scherpe kanten van zijn uitspraak weggehaald, maar hij betoogde dat de taal de oorzaak was van de achteruitgang en het isolement van het landelijke Vlaanderen. Snellaert wijst op de rijke culturele erfenis van Vlaanderen en ziet in Wallonië niets vergelijkbaars. Hij eist de vrijheid van taal op, neemt een uitdrukkelijk Vlaams (sub)nationaal standpunt in en beklemtoont de band van Vlaanderen met Nederland Nederland Nederland is met Vlaanderen verbonden door de economische infrastructuur, de taal en de geschiedenis. Vanaf eind 18de eeuw kreeg die verbondenheid in taal en cultuur op uiteenlopende mani... Lees meer .

Dezelfde toon klinkt ook in zijn twee reisrelazen: de Ardennen beschrijft hij als een ontwikkelingsgebied en van Frankrijk wil men liefst weer thuis zijn. Een laatste frontale aanval op de francofone illusie van superioriteit is de polemiek die hij voerde in de Académie royale met Mathieu Leclercq Leclercq, Mathieu Leclercq, Mathieu Jurist Mathieu Leclercq (1796-1889) was minister van Justitie. Hij wees de door de Grievencommissie voorgestelde taalregeling in rechtszaken af. Ook in andere teksten verzette hij zich te... Lees meer over de in de grondwet voorziene taalvrijheid en het taalgebruik in rechtszaken.

Partijstrijd

Willems had maar met moeite de eenheid in de Vlaamse rangen weten te bewaren. Na zijn overlijden werd het nog moeilijker. Niet alleen waren de verschillen tussen Gent en Antwerpen groot, toen het unionisme in de jaren 1840 onder druk kwam te staan en liberalen en katholieke tegenover elkaar, werd het bewaren van eenheid nagenoeg onmogelijk.

Snellaert wilde de Vlaamse zaak buiten de ideologische strijd houden. Hij was zelfs bereid zijn liberale gevoelens in te tomen en onafhankelijken en katholieken te steunen. Omdat hij verwachtte dat de radicalisering bij de liberalen flaminganten een kans zou geven, sloot hij zich in 1857 aan bij de Gentse liberale associatie. Het liep anders en in 1860 werd hij zelf van de lijst geweerd. Hij gaf zijn ontslag, dat werd niet aanvaard, maar even later werd hij geroyeerd. Tussen Snellaert en de liberalen kwam het nooit meer goed en hij zocht zijn heil bij de onafhankelijken (die door de katholieken werden gesteund) omdat hij daar meer kansen zag voor de behandeling van de Vlaamse grieven. Het kostte de pragmatische arts in de jaren 1859-1861 heel wat prestige en invloed. De jonge Julius Vuylsteke Vuylsteke, Julius Vuylsteke, Julius De Vlaamsgezinde advocaat, dichter en uitgever Julius Vuylsteke (1836-1903) was het boegbeeld van het Vlaamsgezinde liberalisme. Hij lag aan de basis van de Gentse studentenvereniging ’T ... Lees meer , overtuigd dat de Vlaamse beweging alleen maar een liberale beweging kon zijn, slaagde er in een minimum van tijd in om de naar eenheid strevende Snellaert op een zijspoor te manoeuvreren in het Willemsfonds, in De Tael en in het Vlaemsch Verbond Vlaamsch Verbond (1861-1869) Het Vlaamsch Verbond was een flamingantische politieke drukkingsgroep in Gent. Lees meer , dat in 1861 was opgericht om de liberale en katholieke politieke groeperingen te vervlaamsen maar dat geen eenheid bracht en de flaminganten veeleer verdeelde. De arts trok zich terug uit de dagelijkse politiek en richtte zich in hoofdzaak op teksteditie en op samenwerking met Nederland.

Groot-Nederland

Al te vaak en al te duidelijk, zo schreef hem De Saint-Genois in 1853, toonde Snellaert zijn afkeer van de Belgische omwenteling en het Belgisch feit, en dat belette volgens hem dat hij ooit als onbetwist hoofd van de Vlaamse beweging zou worden aanvaard. Niettemin had Snellaert zich met de politieke situatie verzoend. Cultureel zag hij het anders.

Nog explicieter dan in zijn artikels benadrukte Snellaert in brieven aan vrienden en collega’s duidelijk dat er maar één Nederland bestaat, dat Holland en België er de delen van zijn en dat ze een gezamenlijke beschaving moeten betrachten als ze niet ten onder wilden gaan. Duitse Duitsland & Vlaanderen Duitsland & Vlaanderen Van de eerste helft van de 19de eeuw tot 1945 stond het Duitse beeld van Vlaanderen in het teken van etnisch-culturele verbondenheid. Die romantische perceptie leefde vooral bij een beper... Lees meer aandacht voor de Vlaamse beweging viel bij sommige van zijn vrienden in goede aarde maar hij bekeek ze met argusogen. Hij wilde dan wel af en toe, in de jaren 1840, iets bijdragen in de Augsburger Allgemeine Zeitung, hij was dan wel bevriend met Gustav Höfken Höfken, Gustav De publicist Gustav Höfken (1811-1889) was in de jaren vóór 1848 met zijn visie op de Duits-Vlaamse betrekkingen een ideologische voorloper van de Alduitsers. Lees meer en August Heinrich Hoffmann von Fallersleben Hoffmann, August Hoffmann, August August Hoffmann Von Fallersleben (1789-1874) was een Duits filoloog en bibliothecaris. Hij ontwikkelde een nauwe band met de Vlaamse beweging vanuit zijn pan-Germaans en filologisch stand... Lees meer , en hij was een aanspreekpunt voor Duitse bezoekers, maar hij voorvoelde al vroeg Pruisische imperialistische oogmerken en hield afstand. In een brief aan Conscience liet hij er geen twijfel over bestaan dat hij verwachtte dat de Duitsers de Vlamingen vroeg of laat tot Hoogduitsers zouden willen maken.

De band met Nederland diende in de eerste plaats gesmeed op basis van de spelling. Toen Willems’ Maetschappy tot bevordering der Nederduitsche Tael- en Letterkunde Maetschappy tot bevordering der Nederduitsche Tael- en Letterkunde De Maetschappy tot bevordering der Nederduitsche Tael- en Letterkunde was een Vlaams genootschap dat op 4 november 1836 door Jan Frans Willems en Jan-Baptist David in Brussel werd opgeric... Lees meer een prijsvraag uitschreef voor spellingsregels voor het Nederlands in Vlaanderen en daar geen bevredigende reactie op kreeg, nam de commissie die een oordeel velde een voorstel van Willems over. Deze zogenoemde commissiespelling Commissiespelling Lees meer , fel bestreden door tegenstanders die er onder meer een protestants of een orangistisch complot in zagen, werd aangenomen op een congres in 1841 en in 1844 bij wet bekrachtigd. De verschillen met de spelling van het Noorden waren miniem en het was een opgetogen Snellaert die het congres en het aansluitende Vlaams feest organiseerde waarop niet alleen de flaminganten, maar ook burgerlijke, militaire en academische gezagdragers aanwezig waren, twee ministers bovendien en de Nederlandse gezant Anton Reinhardt Falck Falck, Anton Falck, Anton Anton Falck (1777-1843) was een Nederlands staatsman en diplomaat en de eerste Nederlandse ambassadeur in Brussel na 1830. Lees meer . Met de organisatie van de twee dagen werd Snellaert definitief een van de leidende figuren van de Vlaamse beweging.

Snellaerts belangrijkste verdienste voor de Noord-Zuidrelatie was het initiatief voor de Nederlandsche Taal- en Letterkundige congressen Nederlandse Congressen Nederlandse Congressen De Nederlandse Congressen waren gemeenschappelijke (culturele) ontmoetingen van Vlamingen en Nederlanders in Vlaanderen en Nederland die met onderbrekingen werden georganiseerd sinds 1849... Lees meer , waarmee hij in 1849 in Gent van start ging. Ze vonden beurtelings plaats in een Nederlandse en in Vlaamse stad, en het werden stuk voor stuk feestelijke evenementen waarop duurzame contacten werden gesmeed en bevestigd. De belangrijkste feitelijke realisatie ervan was het woordenboek van de Nederlandse taal. Snellaert drong er bij de Nederlandse redacteurs geregeld op aan om ook het taaleigen van het Zuiden een plaats te geven. Zijn belang en autoriteit werden erkend in Nederland: al in 1842 werd hij lid van de Leidse Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde en in 1850 werd hij benoemd tot corresponderend lid van het Nederlandsch Instituut, de tegenhanger van de Académie Royale. Voor zijn inspanningen werd Snellaert in 1851 beloond met de orde van de Nederlandse Leeuw.

Jozef Alberdingk Thijm Alberdingk Thijm, Jozef Alberdingk Thijm, Jozef Jozef Alberdingk Thijm (1820-1889) was voortrekker van de katholieke emancipatie in Nederland en een veelzijdig man: handelaar, uitgever, architectuur- en kunstcriticus, kenner van de mid... Lees meer suggereerde Snellaert na het congres van 1849 de oprichting van een Noord-Zuid-academie. Uit Gent kwam een enthousiaste reactie met organogram en een lijst potentiële leden, maar Thijm was niet meer geïnteresseerd in de uitbouw van zijn eigen initiatief.

Nadat hij door Vuylsteke buitenspel was gezet, richtte Snellaert zijn aandacht meer dan ooit op de culturele eenheid van Noord en Zuid. Jaren eerder had hij zich neergelegd bij de Belgische realiteit, maar zijn oude Groot-Nederlandse Groot-Nederland Groot-Nederland Groot-Nederland is een politiek en cultureel begrip dat respectievelijk staat voor een staatkundige vereniging van België of Vlaanderen met Nederland en de culturele en taalkundige samen... Lees meer droom stak heel zijn leven geregeld de kop op. Hij mijmerde vaak over de verloren kansen, over het grote Nederland dat een belangrijke rol op het wereldtoneel had kunnen spelen, zeker in de jaren dat Napoleon III en Bismarck Europa in een oorlog dreigden te storten en ook daadwerkelijk slaags raakten. Met zijn Nederlandse en Vlaamse vrienden overdacht hij de geopolitieke evolutie, de dreigingen en opportuniteiten voor Noord en Zuid, en de noodzaak overleg te blijven plegen. In 1867 geloofde hij een tijdlang dat een selecte groep mensen genoeg gewicht in de schaal zou kunnen werpen om de geopolitieke dreiging buiten de Nederlanden te houden. Hij overlegde daarover met De Vries, George Willem Vreede, Nicolaas Beets, Jan ten Brink, Hendrik Vollenhoven, Max Rooses Rooses, Max Rooses, Max Max Rooses (1839-1914) was kunsthistoricus en directeur van het Plantin-Moretusmuseum en als letterkundige actief in de Vlaamse beweging. Lees meer , Lodewijk Gerrits Gerrits, Lodewijk Gerrits, Lodewijk Lodewijk Gerrits (1827-1873) was een drukker en auteur wiens Vlaams- en sociaalgezindheid prevaleerde op levensbeschouwelijke tegenstellingen. Hij lag mee aan de basis van de Nederduitsch... Lees meer , De Laet en Karel van Acker Van Acker, Karel Karel van Acker (1830-1912) was een sociaal voelende en Vlaamsgezinde advocaat, die mee aan de basis lag van de Vlaamse Conferentie der Balie, zich engageerde in de arbeidersbeweging en e... Lees meer . Hun invloed was echter een stuk kleiner dan ze zelf dachten of hoopten. Met de jurist en historicus Vreede zou Snellaert tot zijn dood de internationale politieke ontwikkelingen opvolgen en becommentariëren

Met de Nederlandse congressen had hij de basis gelegd voor een duurzame culturele verstandhouding tussen Noord en Zuid. Met het stichten van beurzen voor jonge Vlamingen om in het Noorden te gaan studeren, wilde hij de band nog versterken. Dat initiatief werd besproken op het congres van Middelburg enkele maanden na zijn dood. Hoewel er een commissie werd opgericht, is van dit Erasmusproject avant la lettre verder nooit meer gehoord.

Erfenis

Snellaert overleed op 3 juli 1872. Hij werd begraven op het stedelijk kerkhof buiten Dampoort en op 12 juli 1873 herbegraven op het Campo Santo in Sint-Amandsberg, in de schaduw van het graf van Willems. Niemand vatte het belang van de aflijvige voor de Vlaamse beweging beter dan Conscience in een rede voor de Académie:

‘Al wat Snellaert ooit schreef is aan een dubbel doel toegewijd: ofwel hij poogt het Vlaamsche volk door de voorspiegeling van zijn grootsch verleden tot besef zijner edele afkomst en tot nationale trotschheid te verheffen; ofwel, hij vaart met bitterheid, ja, met gramschap uit tegen degenen, welke volgens hem uit zucht naar eigenbaat een gansch volk tot zedelijk en stoffelijk verval zouden willen veroordeelen. […] alles wordt hem eene reden om van den strijd voor moedertaal en volksbestaan te spreken.’

Met de eerste Vlaamse taalwet, de wet- Coremans Coremans, Edward (1835-1910) Coremans, Edward (1835-1910) Edward Coremans (1835 – 1910) was een Antwerpse advocaat en politicus van de Meetingpartij. Hij was de politieke vader van de eerste taalwetten. Van 1872 tot 1900 gold hij als de politiek... Lees meer , die op 17 augustus 1873 door de koning werd bekrachtigd, belandde de Vlaamse beweging in een nieuwe fase en de herinnering aan Snellaert deemsterde langzaam weg. De Gentse Snellaertkring Snellaertkring De Snellaertkring was een letterkundig genootschap, te Gent opgericht op 5 april 1877 door een aantal Vlaams-nationale of katholieke jongeren (onder anderen Herman de Baets, Karel Lybaer... Lees meer (1877-1921) schonk hem in 1896 een praalgraf op het Campo Santo Campo Santo Campo Santo Campo Santo, de begraafplaats van Sint-Amandsberg, geniet faam als ‘de merkwaardigste van Vlaanderen’, als gevolg van de vele Vlaamsgezinde boegbeelden die er, te beginnen met Jan-Frans W... Lees meer . In Kortrijk ontstond er een Snellaertgilde (1888-1913). Slechts rond het eeuwfeest van zijn overlijden was er korte tijd nieuwe en wetenschappelijke aandacht voor zijn leven en werk. Een dr. F.A. Snellaertcomité zorgde voor onder meer een tentoonstelling in 1972 en organiseerde tot 2023 colloquia en voordrachten over 19de-eeuwse geschiedenis en literatuur.

Archief

– Stadsarchief Gent: Archief F. A. Snellaert [OA_VS_096]

– Universiteitsbibliotheek Gent: Collectie Ferdinand Augustijn Snellaert

Werken

– Verhandeling over het nadeelige van het niet- beoefenen der volkstael voor Letteren, Kunst en Wetenschappen, 1836.
– Verhandeling over de Nederlandsche dichtkunst in België, sedert hare eerste opkomst tot aen de dood van Albert en Isabella, 1838.
– Over de kamers van rhetorica te Kortryk, 1839.
– Iets over den toestand onzer tael en letterkunde, 1840.
– Taelcongres en Vlaemsch Feest, 1842.
– Bydragen tot de kennis van den tongval en het taeleigen van Kortryk, 1844.
– Het Vlaemsch tooneel in de XVIIde eeuw, 1845.
– Drie spelen van Sinne uit den tyd der reformatie, 1846.
– De Goudbloem van St. Nicolaes, hoofdkamer van het land van Waes, 1846.
– Eertyds, maer en tegenwoordig, 1846.
– Korte levensschets van Jan Frans Willems, 1847.
– Bibliotheca Willemsiana, 1847.
– Wael en Vlaming, 1847.
– met J.F. Willems, Oude Vlaemsche liederen, 1848.
– 's Lands Onafhankelykheid, 1848.
– Histoire de la littérature flamande, 1848.
– Redevoering over de noodzakelykheid om met de lotgevallen van 's lands tael en letterkunde bekend te zyn, 1849.
– Kort begrip eener geschiedenis der Nederduitsche letterkunde, 1849.
– Dichtregelen voorgelezen by de inwyding van Jonkheer Ph. Blommaerts boekzael, 1851.
– Vlaemsche bibliographie, of lyst der Nederduitsche boeken in België sedert 1830, 1852.
– Een paer dagen te Luik en in de Ardennen, 1851.
– Oude en nieuwe liedjes, 1852.
– Redevoering over Maerlant en zynen tyd, 1853.
– Over den invloed van Van Maerlants geschriften op zyne en latere eeuwen, 1854.
– Een woord over de cholera, 1854.
– Arnoud van Geluwe, bygenaemd de Vlaemsche Boer, 1855.
– Het leven en de leringen van David Joris, Vlaemsche herdooper 1501-1557, 1857.
– Notice sur Jacques Louis Kesteloot, 1857.
– Een loopje tot in de Pyreneeën, 1858.
– Vlaemsche commissie. Instelling, beraedslagingen, verslag, officieele oorkonden, 1859.
– Het Nederlandsch volkslied in Fransch Vlaanderen, 1860.
– Alexanders Geesten (J. van Maerlant). Inleiding, aanteekeningen, glosssarium, 1861.
– De la position de la langue flamande en Belgique, 1864.
– Levensschets van Jan Baptist David, 1867.
– Nederlandsche gedichten uit de XIVde eeuw van Jan Boendale, Hein van Aken e.a., 1869.
– Levensbericht van Mr. Adrianus Bogaers, 1872.
– Rapport sur les travaux de la commission chargée de la publication des anciens monuments de la littérature flamande, 1872.

Literatuur

– P. Fredericq, Dr. Snellaert als verbreider van het Nederlandse volkslied, in: Taal en kultuur in Vlaanderen. Verspreide studies en Toespraken, z.j., pp. 54- 58.
– H. Conscience, Redevoering uitgesproken... bij het graf van den Hr. Ferdinand Augustijn Snellaert, in: Bulletin de l'Académie royale des sciences, des lettres et des arts de Belgique, jg. 41, XXXIV (1872), pp. 57-63.
– B. Ingels, Nécrologie, in: Bulletin de la société de médecine de Gand, jg. 41, 1872, pp. 343-344.
– F. Rens, Dr. Ferdinand Augustijn Snellaert, in: Nederduitsch Letterkundig Jaarboekje voor 1873, 1873, pp. 145-149.
– D. [D. van Spilbeeck], Dr. Ferdinand-Augustijn Snellaert, in: De Vlaamsche School, nr. 13, 1872, pp. 104-106.
– G.W. Vreede, Een woord tot aandenken aan dr. F.A. Snellaert, in: Handelingen van het XIIde Nederlandsch Taal- en Letterkundig Congres, gehouden te Middelburg, den 3, 4 en 5 september 1872, 1873, pp. 105-112.
– H. Conscience, Korte levensbeschrijving van Ferd.-Augustin Snellaert, lid der Academie, in: Annuaire de l'Academie, XXXIX (1873), pp. 167-185.
– Th. Sevens, Ferdinand-Augustijn Snellaert, in: Vlaamsche dichters en prozaschrijvers van Kortrijk (1545-1885), 1885, p. 85-88.
– J. Boucherij, Twee Vlaamsche strijders. Jan Frans Willems (1793-1846). F.A. Snellaert (1809-1872), in: De Vlaamsche Kunstbode, jg. 17, 1887, pp. 128-140.
– J. Obrie, Dr. F.A. Snellaert, in: Verslagen en Mededelingen van de KVATL, 1895, pp. 360-373.
– P. Fredericq, Dr. F.A. Snellaert, in: Het Volksbelang, 26 september 1896.
– J. Obrie, Dr. Snellaert herdacht, in: Verslagen en Mededelingen van de KVATL, 1909, pp. 724-734.
– J. Vercouille, Ferdinand-Augustin Snellaert, in: Biographie Nationale, dl. 13, 1921-1924, kol. 12 18.
– J. Crick, Dr. F.A. Snellaert, Dr. Guislain, Frans De Potter, Florimond Van Duyse, 1948, pp. 3-26.
– J. van Bergen, Neerlandici in de "Academie Royale". bijdrage tot de voorgeschiedenis der Koninklijke Vlaamsche Academie, in: Album Prof.Dr. Frank Baur, 1948, pp. 73-84.
– J. van Bergen, Willems, Snellaert en de "Oude Vlaemsche Liederen", in: Volkskunde, jg. 51 1950, pp. 69-79.
– J. van Bergen, F.A. Snellaert (1809-1872), in: De Vlaamse Gids, jg. 43, 1959, pp. 669-673.
– P. de Keyser, De driehoeksverhouding F.A. Snellaert, F.J. Blieck en Prudens van Duyse, in: Spiegel der Letteren, 1960, pp. 81-98.
– R. Gheyselinck, Dokter Snellaert (1809-1872), in: Neerlandia, jg. 64, 1960, pp. 50-52.
– H.J. Elias, Geschiedenis van de Vlaamse gedachte, dl. 2, 1963.
– L. Elaut, F.A. Snellaert, de geneesheer, in: Verslagen en Mededelingen van de KVATL, 1969, pp. 216-219.
– A. Deprez, F.A. Snellaerts jeugdjaren te Kortrijk (1809-1827), in: WT, jg. 28, 1969, kol. 401-418.
– R. Gheyselinck, De Chirurgijn Snellaert, in: Nieuw Vlaams Tijdschrift, jg. 23, 1970, pp. 918-936.
– A. Deprez, De jonge Snellaert (1809-1838), in: Verslagen en Mededelingen van de KVATL (1970), pp. 1-154.
– A. Deprez, F.A. Snellaert en J.A. Alberdingk Thijm. Briefwisseling 1843-1872, 1971.– A. Deprez, Hulde aan Dokter F.A. Snellaert (1809-1872), in: Handelingen van de KZMTLG, 1972, pp. 263-270.
– Gedenkboek F.A. Snellaert. Speciaal nr. De Leiegouw, jg. 14, 1972.
– F.A. Comer, De man aan de bron, in: Neerlandia, jg. 76, 1972, pp. 43-55.
– F. Litmaath, F.A. Snellaert en het Kunst- en Letterblad, in: WT, jg. 31, 1972, pp. 25-28.
– A. Deprez, Kroniek van Dr. F.A. Snellaert en zijn tijd. Catalogus van de tentoonstelling, 1972.
– F. Litmaath, F.A. Snellaert, 100 jaar geleden gestorven, in: Ons Erfdeel, jg. 15, 1972, pp. 142-144.
– G. Schmook, De jonge Snellaert; F.A. Snellaert en J.A. Alberdingk Thijm, in: Spiegel der Letteren, jg. 14, 1972, pp. 87-101.
– L. Simons, Snellaert redivivus, in: Dietsche Warande en Belfort, jg. 117, 1972, pp. 141-143.
– L. Simons, Oogst van het Snellaert-jaar, in: Ons Erfdeel, jg. 15, 1972, pp. 149- 150.
– J. Huyghebaert, F.A. Snellaert als Treallens in de bundel "Rumbeemse Avondstonden" 1855-1858, in: Biekorf, jg. 73, 1972, pp. 333-336.
– M. de Smedt, De jonge Snellaert; F.A. Snellaert en J.A. Alberdingk Thijm, in: Leuvense Bijdragen, jg. 61, 1972, pp. 283-286.
– M. de Smedt, F.A. Snellaert en het begrip literatuurgeschiedenis, in: Handelingen van de KZMTLG, 1972, pp. 181-196.
– F.A. Comer, Het Snellaertjaar 1972, in: Leiegouw, jg. 15, 1973, pp. 143-145.
– A. Deprez, Het Snellaert-onderzoek, in: Colloquium F.A. Snellaert Gent 11 oktober 1972, 1972, pp. 3-8.
– A. Deprez, Dokter F.A. Snellaert (1809-1872), in: Handelingen van de KZMTLG XXVII, 1972, pp. 263-270.
– L. Elaut, Het visitejournaal voor 1867 van dr. F.A. Snellaert, in: Colloquium F.A. Snellaert. Gent 11 oktober 1972, 1972, pp. 23-34.
– A. Deprez, Snellaert verliefd, in: Album Willem Pée, 1973, pp. 109-115.
– L. Elaut, Een medisch toertje in de briefwisseling van F.A. Snellaert, in: Handelingen van de KZMTLG, 1973, pp. 27-35.
– A. Deprez, Briefwisseling van Dr. Ferdinand Augustijn Snellaert (1809-1872), 1977-1978, 2 dln.
– A. Deprez, Snellaert als Nederlander, in: Neerlandia, jg. 87, 1983), nr. 2, pp. 57-64.
– M. de Smedt, De literair-historische activiteit van Jan Fran Willems (1793-1846) en Ferdinand Augustijn Snellaert (1809-1872), 1984.
– M. de Smedt, F.A. Snellaert en het toneel, in Wetenschappelijke Tijdingen, jg. 47, 1988, nr. 1, pp. 1-18.
– A. Deprez, De vriendschap tussen F.A. Snellaert en J.A. de Laet (1838-1871), 2009.
– Y. Peeters, Dr. F.A. Snellaert (1809-1872): wegbereider van het Algemeen-Nederlands Verbond, 2010.
– L. Stynen, Jan Frans Willems. Vader van de Vlaamse Beweging, 2012.
– R. Mantels, Torens van boeken. Universiteitsbibliotheek Gent 1797-2020, 2020.
– L. Stynen, Dr. Ferdinand Augustijn Snellaert (1809-1872): anderhalve eeuw Nachleben, in: De Leiegouw, jg. 65, 2023, nr. 1, pp. 97-122.
– L. Stynen, Commotie in de Académie royale. Ferdinand Augustijn Snellaert versus Mathieu Leclercq over het taalgebruik in de rechtspraak, in: Wt, jg. 83, 2024, nr. 4, pp. 399-422.
– L. Stynen, Met Snellaert in de Ardennen en de Pyreneeën. Op tocht met een Vlaams beweger, in: Verslagen en mededelingen van de KANTL, jg. 134, 2024, nr. 2, pp. 57-85.
– L. Stynen, Ferdinand Snellaert. Pionier van de Vlaamse politiek, 2026.
– L. Stynen, Ferdinand Augustijn Snellaerts Groot-Nederland. De imagined community van een Vlaams boegbeeld, in: WT, jg. 85, 2026.

Suggestie
Citeren

1975: Ada Deprez (pdf)

1998: Ada Deprez (pdf)

2023: Ruben Mantels

2026: Ludo Stynen

Databanken

Inhoudstafel