Franstaligen in Vlaanderen
In Vlaanderen is sinds vele eeuwen een klein bevolkingsdeel Franstalig. Deze numerieke minderheid was zeker tot de taalwetten van de jaren 1930 en 1960 van groot socio-economisch, politiek en symbolisch belang in de Belgische geschiedenis.
Jonathan Bernaerts (2025), Luc Boeva (2023). Franstaligen in Vlaanderen. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2025. https://devb.be/id/ter-000940.
In Vlaanderen is sinds vele eeuwen een klein bevolkingsdeel Franstalig. De oorsprong hiervan is complex en de evolutie is niet overal dezelfde geweest.
De francofonie in Vlaanderen is eerst en vooral een sociaal verschijnsel. De Franstaligen werden er doorgaans geboren en getogen. Franstalige Vlamingen vormen geen gesloten, territoriale (taal)gemeenschap, maar wonen verspreid (zij het met een concentratie in de steden). Ze werden niet geassimileerd, vanwege sociale en hieraan gerelateerde culturele factoren. Deze numerieke minderheid was van groot socio-economisch, politiek en symbolisch belang in de Belgische geschiedenis.
De taalwetten Taalpolitiek en -wetgeving Situaties van taalonderdrukking vindt men wereldwijd. Daarom besteedt deze bijdrage eerst aandacht aan gehanteerde taalpolitieke strategieën. Ook in België verzette een gedomineerde taalg... Lees meer in de jaren 1930 en 1960 waren een keerpunt voor de Franstaligen in Vlaanderen, aangezien ze ervoor zorgden dat het gebruik van het Nederlands in de publieke sfeer in Vlaanderen werd verankerd. In de 21ste eeuw is de heterogene groep van Franstaligen in Vlaanderen deel van een grotere taaldiversiteit.
Een aparte situatie geldt voor de randgemeenten
Vlaamse Rand De Vlaamse Rand omvat de negentien gemeenten grenzend aan Brussel of aan een faciliteitengemeente. De relatie tot Brussel leidt er tot specifieke uitdagingen. Lees meer rond Brussel Brussel In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich v... Lees meer , waar de Franstaligen in bijna al deze zes faciliteiten
Faciliteiten Al sinds de eerste taalwet (1873) voorzag de wetgever in faciliteiten. Deze tegemoetkomingen gaven aanleiding tot tegengestelde interpretaties door Nederlandstaligen en Franstaligen, zo ... Lees meer gemeenten de meerderheid van de inwoners vormen. Ook de toestand in Brussel is ten dele historisch verschillend ontstaan in vergelijking met die in het Vlaamse Gewest
Vlaams Gewest Het Vlaams Gewest (sinds 1980) is een politieke deelstaat waarvan de bevoegdheden betrekking hebben op grondgebonden aangelegenheden zoals ruimtelijke ordening, leefmilieu en economisch b... Lees meer . Hetzelfde geldt voor Voeren
Voeren Lees meer en de andere faciliteitengemeenten. Deze gemeenten met Franstalige inwoners ondergingen specifieke evoluties. Dit lemma behandelt hoofdzakelijk de Franstaligen in Vlaanderen, zonder bijzondere aandacht te besteden aan de evoluties en de gerelateerde politieke kwesties in Brussel, de faciliteitengemeenten en de Vlaamse Rand.
Ontstaan en evolutie
Verfransing tijdens het ancien régime
De oorsprong en de evolutie van de aanwezigheid van Franstaligen in Vlaanderen tijdens de middeleeuwen was verschillend voor het graafschap Vlaanderen, het hertogdom Brabant en het graafschap Loon (nagenoeg het grondgebied van de huidige provincie Limburg
Limburg Lees meer ) (zie Geschiedenis van Vlaanderen
Geschiedenis van Vlaanderen Vlaanderen heeft in de geschiedenis minstens drie verschillende betekenissen gehad: een middeleeuws graafschap, een pars pro toto voor de Lage Landen en het Nederlandstalige gedeelte van ... Lees meer ).
Net zoals in de rest van Europa verving vanaf de 13de eeuw de volkstaal meer en meer het Latijn als administratieve taal. In Vlaanderen gebeurde dit echter ook door het Frans. De graaf van Vlaanderen, die een leenman was van de Franse koning, voerde vanaf de 13de eeuw een tweetalige (Latijns-Franse) administratie; het Frans was de voertaal aan het hof. Ook ging de culturele bedrijvigheid vooral uit van abdijen die onder invloed van Frankrijk
Frankrijk & Vlaanderen De verhouding tussen Vlaanderen en Frankrijk werd altijd gekenmerkt door een aanzienlijke dubbelzinnigheid. Hoewel er lange tijd een grote affiniteit met de Franse cultuur bestond, werd d... Lees meer stonden. Vele Franstaligen bekleedden toen belangrijke politieke en kerkelijke posten. In het 13de-eeuwse (Wase) dierenepos Van den Vos Reinaerde wordt dit gepersonifieerd door het hondje Courtois, weleens de oudste typering van een Vlaamse franskiljon Franskiljon 'Franskiljon' is in het traditionele flamingantische discours de benaming van een voorstander en bevorderaar van de verfransing in Vlaanderen. Het begrip kenmerkt iemand die overtuigd is ... Lees meer genoemd.
Het deel uitmaken van het grote Franse rijk was een eerste oorzaak van verfransing. De oudste stedelijke ambtelijke tekst in de volkstaal dateerde van 1236 (in Gent): in de tweede helft van de 13de eeuw schakelden de meeste plaatselijke administraties over op de volkstaal. Voordien werden de officiële stukken eerst in het Latijn geschreven en, voor een korte periode, in het Frans. Daarna werd in het graafschap Vlaanderen een tweetalige administratie gevoerd door de centrale overheid en een eentalig Nederlandse door de steden. De hoge hofadel was dus wel verfranst, maar de stedelijke burgerij niet.
In het hertogdom Brabant was tijdens het leentijdperk nog geenszins sprake van verfransing. Tot in de 14de eeuw was het Latijn er (net zoals in Limburg) de ambtstaal. Daarna werd de volkstaal (tot de Franse tijd) door de plaatselijke instellingen gebruikt. Franstalige documenten in bijvoorbeeld Brussel hadden steeds betrekking op edelen, hoge ambtenaren of vreemdelingen. Tijdens de 15de eeuw leidde de centralisatie door de Bourgondische vorsten wel tot de verfransing van het hoger bestuur
Bestuur Het taalgebruik in het bestuur is een centraal aspect van de Belgische taalkwestie. Het omvat het proces van het afdwingen van taalrechten voor Vlamingen evenals de bestuurstaalwetgeving ... Lees meer en het gerecht Gerecht Lees meer . In een aanvulling op de Blijde Inkomst in 1496 werd echter het principe erkend dat de streektaal ook de bestuurstaal was: dit bleef gelden tot 1793. Er bleef een groot verschil bestaan tussen de taal van het hof en van de centrale administratie enerzijds en die van de brede lagen van de bevolking anderzijds.
In het prinsbisdom Luik werden tot de 16de eeuw de verordeningen voor de Diets Diets Het woord ‘Diets’ stamt uit het Middelnederlands. In de context van de Vlaamse beweging dook deze term voor het eerst op in de loop van de 19de eeuw, meestal als equivalent voor Nederlan... Lees meer -sprekende gewesten steeds in die taal geschreven. Hierin kwam verandering onder het centraliserende Huis van Beieren: eerst verfranste de adel en vervolgens de ambtenarij en de hogere burgerij, vanwege de bevorderingsmogelijkheden of door hun contacten met de overheid. Maar ook hier was de verfransing oppervlakkig en bereikte ze de grote massa niet; het rechtstreekse contact met de bevolking bleef in de volkstaal plaatsvinden.
In de 18de eeuw functioneerden, net zoals in de rest van het Habsburgse rijk, de centrale overheidsdiensten in de Zuidelijke Nederlanden meer en meer uitsluitend in het Frans. Dit gold ook voor de betrekkingen tussen de hogere en lagere besturen. Deze laatste bleven zich echter steeds in de volkstaal tot hun onderhorigen richten (en vertaalden de richtlijnen van hogerhand uit het Frans; dit was ook het geval voor Limburg). Van een echte verfransingspolitiek was geen sprake: het taalgebruik werd in de praktijk geregeld. Maar het feit dat het Frans door de hoge administratie werd gebruikt droeg wel bij tot het prestige van die taal.
De uitstraling van het Franstalige hof leidde bovendien tot een oppervlakkige verfransing van (het openbare leven van) de lokale edelen en vooraanstaanden. Verder werd Brussel tijdens de Habsburgse periode vanaf de 16de eeuw een pleisterplaats van uitgeweken Franse edellieden, die doorgaans een uitgebreid gevolg bij zich hadden. Ook werd in Antwerpen Antwerpen (stad) Lees meer tijdens de 16de eeuw het Frans de omgangstaal van de kosmopolitische handelsstad, waardoor de hogere kringen er uit commercieel (maar ook elitair) oogpunt deze taal begonnen te verkiezen. Daarenboven werd door de uitstraling van de tijdens de 18de eeuw toonaangevende Franse cultuur de Franse taal overal in Europa een symbool van voornaamheid, verfijning en ‘hoffelijkheid’. Het Frans verdrong in West-Europa het Latijn als lingua franca. De verfransing in taal en geest maakte van die taal de waardemeter van alle beschaving én sociale positie. In Vlaanderen onderscheidde de zeer rijke minderheid van adel en clerus, die kosmopolitisch en dus Frans georiënteerd was, zich ook door haar taal van de grote massa van boeren en landarbeiders, die alleen een Vlaams dialect sprak. Net zoals in de rest van Europa was de taal immers eerder een aanwijzing van sociale positie dan van nationaliteit. Hier werd de Franse taal een onmisbaar bestanddeel van het leven van de aristocratie. Bij de adellijke dames, die de spil van het gezelschapsleven vormden, nam onder de dwang van de mode de francomanie toe. Het Frans werd voor de elite dé taal van het mondaine leven.
Op het einde van het ancien régime was het Frans eveneens doorgedrongen bij de burgerij, maar op minder diepgaande wijze. Er ontwikkelde zich langzamerhand een stedelijke burgerij van enerzijds ambachtslui en kleinhandelaars, die sporadisch Frans hadden geleerd, en van anderzijds magistraten, functionarissen, handelslui en industriëlen, die niet alleen werden beïnvloed door de adel (sociaal mimetisme), maar ook verplicht waren Frans te gebruiken in hun handelscontacten en hun betrekkingen met de centrale organen in Brussel. De dochters van de hoge burgerij die hun opvoeding genoten in pensionaten waar ze samenleefden met dochters van de adel leerden er vooral Frans. Maar drong het Frans eerst bij de adel door als taal van het mondaine leven en als gesproken taal, bij de burgerij vond ze vooral ingang als drager van een hogere beschaving, als taal van het gedachteleven en als geschreven taal. Een Franstalig intellectueel, wetenschappelijk en literair leven ontwikkelde zich. Het verfransingsproces hing daarbij nauw samen met de toenemende ‘verintellectualisering’ van de elite na 1750, en werd verbonden aan de nieuwe wetenschappelijke en politieke ideeën van de Verlichting.
Hoewel het Frans dus nergens bij wet dwingend opgelegd werd, verspreidde het zich, zij het oppervlakkig, toch bij de hogere standen van adel en burgerij. Het onderwijs Onderwijs Lees meer in de colleges en aan de universiteit werd echter nog steeds in het Latijn gegeven. De grote meerderheid van de bevolking bleef (een) Nederlands (dialect) spreken en werd ook in die taal aangesproken door de hogere maatschappelijke lagen. De sociale taalgrens was reeds aanwezig. Kosmopolitische talen zoals Frans en Duits verspreidden zich overigens over een groot deel van Europa: ze drongen in elk land echter slechts door in de mate waarin de plaatselijke sociale structuur het toeliet.
De verfransing in Vlaanderen werd tijdens het ancien régime dus vooral veroorzaakt door de Franstaligheid van het centrale bestuur en door de uitstraling van de koninklijke hoven en van de Franse cultuur, maar ook door onder meer de nabijheid en afhankelijkheid van het Franse koninkrijk, de internationalisering van de handel, de aanwezigheid van Franssprekende gebieden in hetzelfde politieke geheel en de lage status van de volkstaal.
Aan de oppervlakkige verfransing tijdens het ancien régime werd een bredere verspreiding gegeven door de twintigjarige aanhechting bij Frankrijk (1795-1815). Door de taalpolitiek van de overheid verwierven Franstaligen een monopolie op de culturele, sociale en politieke macht. Tijdens deze periode voerde de Franse overheid immers, in tegenstelling tot haar voorgangers, een expansionistisch taalbeleid. Deze verfransingspolitiek vond een vruchtbare voedingsbodem bij de stedelijke burgerij (van magistraten, handelslui, ambtenaren en andere middengroepen) en was dan ook bijna uitsluitend gericht op de nieuwe bovenlaag. Deze nam daarbij de levenswijze van de vroegere elite over: de sociale ontplooiing van de burgerij ging dus (paradoxaal genoeg) gepaard met een culturele restauratie van waarden die bij de adel golden. De verlichte burgers die in andere Europese landen, tegen de verfransing in, de dragers waren van het moderne nationale gevoel op grondslag van taal en volksaard, verfransten hier als ondersteuners van de republikeinse ‘nieuwe orde’. De feitelijke verfransing was dus een gevolg van het gebruik van de taal als middel in de strijd voor een burgerlijke staat.
Deze verfransing was overigens in hoofdzaak een stedelijk verschijnsel. Een concentratie van edelen, hoge clerus, dokters, advocaten, magistraten, ambtenaren en handelaars die met elkaar in contact stonden, was nodig om de nieuwe levenswijze te kunnen doorzetten.
Vanaf het begin van de 19de eeuw vond er dan een symbiose plaats tussen de oude elite en de nieuwe bovenlaag, waarbij de radicale en progressieve fracties werden uitgeschakeld. Het rekruteringsveld voor maatschappelijke functies kwam op die manier zeer eng en gesloten in handen van een bovenlaag die in de Zuidelijke Nederlanden vrij definitief en in meerderheid Franstalig was. Het prestige van het Nederlands was in Vlaanderen aan het begin van de 19de eeuw uiterst gering. Er verschenen nauwelijks boeken in deze taal en in het geheel geen kranten. Het Vlaams werd beschouwd als een hinderpaal voor de vooruitgang. Alleen de lagere clerus, die in het Frans slechts de taal van het revolutionaire, ‘verlichte’ en zedenbedervende Frankrijk
Frankrijk & Vlaanderen De verhouding tussen Vlaanderen en Frankrijk werd altijd gekenmerkt door een aanzienlijke dubbelzinnigheid. Hoewel er lange tijd een grote affiniteit met de Franse cultuur bestond, werd d... Lees meer zag, bleef de volkstaal gebruiken. Het volk bleef het plaatselijke dialect spreken: arbeiders, ambachtslieden en dienstboden kenden bijna geen Frans. Het Frans was de taal van de hogere maatschappelijke lagen en van het bestuur.
De Fransgezinde bovenlaag bleef ook in het Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830) domineren op politiek, sociaal en economisch vlak en was mede de oorzaak van het mislukken van de (Nederlandse) taalpolitiek van koning Willem I
der Nederlanden, Willem I Willem I (1772-1843) was koning der Nederlanden van 1815 tot 1840, en dus ook tussen 1815 en 1830 (de jure tot 1839) van het zuidelijke deel daarvan. Zijn beleid inzake de nationale taal ... Lees meer . Een koninklijk besluit in 1819 had weliswaar het Nederlands als exclusieve bestuurs- en gerechtstaal vooropgesteld in Limburg
Limburg Lees meer , Oost
Oost-Vlaanderen Dit artikel onderzoekt de vraag of en in welke mate de Vlaamse beweging in Oost-Vlaanderen een specifieke identiteit vertoonde. Lees meer - en West-Vlaanderen
West-Vlaanderen Lees meer en Antwerpen vanaf januari 1823 (en dit principe werd later ook uitgebreid tot Leuven). Ook werd ervan uitgegaan dat op grond van het besluit het onderwijs in het Nederlands moest verlopen in lagere scholen in de Vlaamse provincies. Na twee petitionnementen van de oppositie werd via een besluit van 4 juni 1830 de mogelijkheid geboden aan particulieren in Vlaanderen om het Frans te gebruiken tegenover overheden die deze taal kenden.
De officiële taalvrijheid in het onafhankelijke België
In het onafhankelijke België
België Geen Vlaamse beweging zonder België. Het is ook onmogelijk om België te begrijpen zonder de geschiedenis van de Vlaamse beweging erbij te betrekken. Tussen het ontstaan van een culturele ... Lees meer (1830-) werd de taalvrijheid verankerd in artikel 23 (thans artikel 30) van de Grondwet. De leidende stand was Franstalig en ze bouwde de Belgische staat dan ook als zodanig uit. In de praktijk promoveerde het Frans tot de landstaal. De taalvrijheid kwam de sterksten, met name de Franstaligen, ten goede (of zoals Henri de Lacordaire stelde: ‘entre le faible et le fort, entre le pauvre et le riche, c’est la liberté qui opprime et la loi qui affranchit’).
Daarenboven onderscheidt in elke maatschappij de elite zich van de rest van de bevolking door een aantal uiterlijk waarneembare kenmerken en gedragsvormen. In Vlaanderen werd tijdens de 19de eeuw voor de burgerij het gebruik van een andere taal een belangrijk kenmerk van sociale status. Om haar opname in de sociale bovenlaag te bevestigen en zich van de massa te onderscheiden was voor de industriële en commerciële burgerij het Frans een geschikt middel. Bovendien vereenzelvigde de derde stand zich, in de logica van de Franse Revolutie, met de natie. Na de Belgische revolutie
Belgische Revolutie De Belgische Revolutie is de naam van de opstand van 1830-1831 in de zuidelijke provincies van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden van koning Willem I. De opstand leidde tot de splits... Lees meer van 1830, waarin de burgerij de macht greep, werd deze de drager van de nationale soevereiniteit. De taal
Taal De ontwikkeling van het Nederlands vormde tot diep in de 20ste eeuw een fundamenteel aandachtspunt in de Vlaamse beweging. De wijze waarop het geschreven en gesproken Nederlands gehanteer... Lees meer die ze gebruikte, werd dan ook de nationale taal.
Ondertussen bleef tijdens de 19de eeuw (een Nederlands) dialect het communicatiemiddel voor de overgrote meerderheid van het gewone volk: het gebrek aan prestige en gebruiksmogelijkheden ervan vormde een voordeel voor het Frans. Deze sociale taalgrens werd met de overgang van het ancien régime naar de kapitalistische burgerlijke staat in Vlaanderen dus een politiek verschijnsel, als onderdeel van een geheel van economische en ideologische elementen die het een sociale groep mogelijk maken zijn politieke heerschappij over de hele samenleving te vestigen. De taal gaf aan tot welk milieu iemand behoorde. Taal kreeg een politieke betekenis, als uiterlijk waarneembaar kenmerk van sociaal-cultureel prestige (wat de vroegere bovenlaag nooit nodig had gehad om haar sociale en politieke overmacht te bewijzen).
Sociale opgang was slechts mogelijk door het aanleren van het Frans; het universitair
Hoger onderwijs De evolutie van het Vlaamse hoger onderwijs werd gekenmerkt door een moeizame vernederlandsingspolitiek, gaande van het vroegste verschijnen van Nederlandstalig onderwijs tot de integrale... Lees meer en middelbaar onderwijs
Middelbaar onderwijs De geschiedenis van het middelbaar onderwijs is nauw verweven met die van de Vlaamse beweging. Tot diep in de 20ste eeuw bleef de middelbare school een grotendeels Franstalig bastion van ... Lees meer werd volledig in het Frans georganiseerd en stond slechts open voor wie daar de financiële mogelijkheden toe had. Dit waren in eerste instantie enkel de middengroepen (van bedienden, ambtenaren, onderwijzers, journalisten en vrije beroepen), die zich sociaal net onder de taalbarrière bevonden, maar op professioneel vlak voortdurend met de Franssprekende groep geconfronteerd werden. Het was een mogelijkheid om tegen de bestaande taalverhoudingen verzet te bieden, wat voornamelijk gedaan werd door de kleine burgerij (in de Vlaamse beweging). Men paste zich vaak echter aan de situatie aan door Frans te leren. Daardoor evolueerden vele leden van voornoemde groepen later van tweetaligheid Tweetaligheid Lees meer (het bilinguisme de promotion, dat promotiekansen opende voor de sprekers van een sociaal ‘lagere’ taal) naar volledige verfransing. Taal en taalkeuze maakten immers deel uit van een groter maatschappelijk proces: omdat het Frans een hogere economische
Economie Dit artikel gaat over de relatie tussen economie en Vlaamse beweging. Daarmee beoogt deze tekst geen economische geschiedenis te schetsen van wat we vandaag Vlaanderen noemen. Integendee... Lees meer waarde had, ‘won’ het van de Nederlandse taal (zie ook Brussel). Niet alleen in Gent Gent Al in de 19e eeuw probeerden Vlaamsgezinde intellectuelen het gebruik van het Nederlands te bevorderen in een sterk verfranst Gent. Studentenverenigingen zoals 't Zal wel gaan hielpen daa... Lees meer en Antwerpen Antwerpen (stad) Lees meer , maar ook in kleinere steden was de elite vanaf 1830 voorstander van de overheersing van de Franse taal in België. De talentellingen
Taaltelling Talentellingen waren gekoppeld aan de tienjaarlijkse volkstellingen in België (1846-1947). De resultaten hadden grote gevolgen voor het taalstatuut van de gemeenten rond Brussel-hoofdsta... Lees meer van 1846 tot en met 1930 toonden dan ook een stijging van het aantal Franstaligen in Vlaanderen (buiten Brussel) van circa 3% in 1846 tot circa 5% in 1930 (zij het met inbegrip van de Franstalige gemeenten rond de taalgrens
Taalgrens Het begrip ‘taalgrens’ verwijst in het algemeen naar een grens die twee bevolkingsgroepen die een verschillende taal spreken van elkaar scheidt en in het bijzonder naar de grens tussen he... Lees meer ).
Vanaf 1870 werden de eerste taalwetten Taalpolitiek en -wetgeving Situaties van taalonderdrukking vindt men wereldwijd. Daarom besteedt deze bijdrage eerst aandacht aan gehanteerde taalpolitieke strategieën. Ook in België verzette een gedomineerde taalg... Lees meer gestemd en werd Vlaanderen een tweetalig gebied in de publieke sfeer. In het laatste kwart van de 19de eeuw verschoven de eisen van de Vlaamse beweging van taalfaciliteiten voor Fransonkundigen in België naar de vestiging van een homogeen Vlaams taal- en cultuurgebied.
De toegenomen politisering van de flamingantische eisen lokte een reactie uit bij de verfranste Vlamingen, wier positie in gevaar werd gebracht. Vanaf het begin van de 20ste eeuw begon het georganiseerde verzet van de francofonen in Vlaanderen. Ze beriepen zich daarbij op argumenten die gebaseerd waren op zowel een vrije taalkeuze als minderheidsrechten om het gebruik van het Frans in de publieke sfeer te verdedigen.
Dit verzet van francofonen in Vlaanderen kwam het sterkst tot uiting in de strijd tegen de vernederlandsing van de Gentse universiteit
Hoger onderwijs in Gent Met de vernederlandsing in 1930 als hoogtepunt is de Gentse universiteit een belangrijk strijdpunt geweest in de Vlaamse beweging. Van het Latijn uit 1817 tot het Engels van vandaag: het ... Lees meer , daarom ook werd Gent het centrum van de Franstalige acties in Vlaanderen. Dit gebeurde onder meer onder de vorm van straatmanifestaties, maar ook door de werking van organisaties als de Union pour la défense de la langue française à l'université de Gand
Union pour la Défense de la Langue Française à l'Université de Gand De Union pour la défense de la langue française à l’université de Gand werd in 1910 gesticht met als doel de vernederlandsing van de Gentse universiteit tegen te gaan. Nog vóór de Eerste ... Lees meer en (na de vernederlandsing) van een instituut als de Ecole des Hautes Etudes
Ecole des Hautes Etudes De Ecole des Hautes Etudes werd in 1923 door de francofone elite gesticht als reactie tegen de vernederlandsing van de Gentse rijksuniversiteit. Lees meer . De Franstaligen werden daarbij gesteund door verenigingen zoals die der zogenaamde ‘Vulgarisateurs’ (de Association flamande pour la Vulgarisation de la Langue française
Association flamande pour la vulgarisation de la langue française De Association flamande pour la Vulgarisation de la Langue française was een vereniging die ijverde voor het behoud van het Franstalige karakter van Vlaanderen. Ze was vooral in Gent acti... Lees meer te Gent), de Ligue nationale pour la Défense de la Langue française of de Section belge van de Alliance française, en door middel van periodieken als Gand Français. De strijd om de vernederlandsing van de Gentse universiteit wordt door sommige auteurs bestempeld als de laatste grote gemeenschappelijke strijd van de Waalse beweging
Waalse beweging De Waalse beweging ontstond op het einde van de 19e eeuw en heeft zijn wortels in een culturele, politieke en taalkundige dimensie. Ze was verdeeld in verschillende stromingen, waarvan de... Lees meer en de Franstaligen in Vlaanderen. De Gentse universiteit werd uiteindelijk volledig Nederlandstalig in 1930.
De eisen van de Vlaamse beweging en de eerste taalwetten in de 19de eeuw gaven ook aanleiding tot de oprichting van de hierboven al genoemde Waalse beweging (Mouvement wallon). Na de verkiezingen
Verkiezingen (tot 1995) Vanaf 1848 werd de dynamiek van de Vlaamse emancipatiestrijd in aanzienlijke mate bepaald door het electorale gebeuren. Naarmate de Vlaamse beweging erin slaagde om een uitgesproken commu... Lees meer van 1912, die de dominante positie van de katholieke partij in Vlaanderen bevestigde, kreeg deze beweging een nieuwe impuls. De eisen van de Waalse beweging waren in deze periode een tweetaligheid in Vlaanderen en Brussel, en een eentaligheid in Wallonië.
Naar tweetaligheid in interbellum en na de Tweede Wereldoorlog
Door de taalwetgeving in de jaren 1920 en voornamelijk in de jaren 1930 verdween een belangrijke factor die in het voordeel van de Franstaligen in Vlaanderen had gewerkt. Nadat voorheen in enkele wetten voor specifieke aangelegenheden het territorialiteitsbeginsel (in plaats van het personaliteitsprincipe) was toegepast, voerden de taalwetten van 1932 en 1935 dit principe en de eentaligheid van de regio in de publieke sfeer verder door. Niettegenstaande de uitzonderingen op dit principe in de gemeenten met taalminderheden en de verdwaalde taalgrensgemeenten, leidden deze wetten tot een verlies van taalkundige voordelen voor Franstaligen in Vlaanderen en vormden ze een belangrijke stap in de richting van ‘Vlaanderen Vlaams’.
Bij de totstandkoming van deze taalwetten in de jaren 1930, had de Waalse beweging voorrang gegeven aan de eentaligheid van Wallonië. De belangen van de Franstaligen in Vlaanderen en de vraag naar minderheidsrechten voor hen waren daaraan ondergeschikt, ook omdat men wilde vermijden dat Vlamingen in Wallonië dezelfde rechten zouden krijgen. De Franstalige liberaal François Bovesse
Bovesse, François François Bovesse (1890-1944) was een liberale politicus, die meerdere ministerposten bekleedde en later gouverneur van Namen was. Hij speelde een prominente rol binnen de Waalse beweging.... Lees meer schreef hierover in 1929: ‘c’est dur, c’est amer de ‘lâcher’ les francophones de Flandre; ce serait bien plus dur et plus dangereux de sacrifier notre unité linguistique.’ (‘Het is moeilijk, het is bitter om de Franstaligen van Vlaanderen los te ‘laten’. Het zou veel moeilijker en gevaarlijker zijn om onze taalkundige eenheid op te offeren’, vertaling redactie)
Vlaanderen werd eentalig Nederlands met als uitgangspunt: streektaal is voertaal in het bestuur
Bestuur Het taalgebruik in het bestuur is een centraal aspect van de Belgische taalkwestie. Het omvat het proces van het afdwingen van taalrechten voor Vlamingen evenals de bestuurstaalwetgeving ... Lees meer , het onderwijs Onderwijs Lees meer en het gerecht Gerecht Lees meer . Deze wetten hadden duidelijk een vernederlandsing van het publieke domein voor ogen. Herman van Goethem stelt dat Vlaamsgezinde politici bij de totstandkoming van deze taalwetten echter niet twijfelden aan het voorbestaan van Franstaligen in Vlaanderen.
Zo vormde dit beginsel onder meer in het onderwijs voor de Franstaligen een waterscheiding: vanaf dan verhuisden ze of werden hun kinderen vernederlandst, zodat bijvoorbeeld in 1955-1956 nog 1% of 4 739 Franstalige leerlingen in het lager onderwijs
Lager onderwijs De ‘taalstrijd’ in Vlaanderen is op het niveau van het lager onderwijs minder problematisch verlopen dan op dat van het middelbaar en van het hoger onderwijs. Toch was de verfransing van ... Lees meer in Vlaanderen zaten. Alleen in Brussel Brussel In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich v... Lees meer en langs de taalgrens
Taalgrens Het begrip ‘taalgrens’ verwijst in het algemeen naar een grens die twee bevolkingsgroepen die een verschillende taal spreken van elkaar scheidt en in het bijzonder naar de grens tussen he... Lees meer werd de verfransing niet afgeremd.
De sociale taalgrens in Vlaanderen, die tot in 1930 een tastbare realiteit was, verdween na de invoering van deze taalwetten langzamerhand; het sociaal belang van het Nederlands steeg en de flamingantische kleinburger nam langzamerhand de plaats van de Franstalige bourgeois over.
De taalwetten van de jaren 1960 gingen verder op het pad van het territorialiteitsbeginsel en de eentaligheid van Vlaanderen. De taalgrens werd vastgelegd en er kwam een einde aan de wijzigende ‘verdwaalde taalgrensgemeenten’ en de gemeenten met taalminderheden die werden bepaald op basis van talentellingen. De gemeenten met een afwijkende taalregeling, de faciliteitengemeenten, werden voortaan bij wet bepaald. In deze beweging werd ook de universiteit van Leuven
Hoger onderwijs in Leuven De Franstalige Katholieke Universiteit Leuven werd vanaf 1910 geleidelijk vernederlandst. De strijd voor ‘Leuven Vlaams’ leidde in 1968 tot een splitsing, het ontstaan van twee autonome L... Lees meer gesplitst. De taalwetten van de jaren 1960 betekenden zo een nieuw sleutelmoment voor de Franstaligen in Vlaanderen.
De Franstaligen in Vlaanderen zagen de Vlaamse taaleisen en de geldende taalwetgeving als inbreuken op hun taalvrijheid en een afbouw van hun taalrechten. In de strijd voor hun taalrechten wendden Franstaligen zich tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg tijdens de jaren 1960 met klachten gericht tegen het principe streektaal is onderwijstaal en tegen de beperkte toegankelijkheid van de Franstalige scholen in Heverlee en de randgemeenten die waren voorbehouden voor kinderen wier ouders in die gemeenten wonen. Het merendeel van de klachten in deze zaak werd door het Hof afgewezen.
Ook werd naar aanleiding van het voorstel tot afschaffing van de Franstalige scholen in Vlaanderen een Association des Flamands francophones (AFF) opgericht. In haar tijdschrift Nos Droits (1965-1970) werd voor de Franstaligen in Vlaanderen onder meer gesubsidieerd onderwijs geëist, evenals faciliteiten in overheidsadministraties en de mogelijkheid om voor een rechtbank in Brussel te verschijnen, de militaire dienst in het Frans te verrichten en op Brusselse lijsten te stemmen.
Franstaligen, die in de meeste faciliteiten
Faciliteiten Al sinds de eerste taalwet (1873) voorzag de wetgever in faciliteiten. Deze tegemoetkomingen gaven aanleiding tot tegengestelde interpretaties door Nederlandstaligen en Franstaligen, zo ... Lees meer gemeenten rond Brussel (de randgemeenten) zelfs de meerderheid begonnen te vormen, eisten aansluiting bij het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. In de randgemeenten
Vlaamse Rand De Vlaamse Rand omvat de negentien gemeenten grenzend aan Brussel of aan een faciliteitengemeente. De relatie tot Brussel leidt er tot specifieke uitdagingen. Lees meer vloeide de agenda van de drukkingsgroepen immers samen met die van de Brusselse francofonen (onder meer voor de administratieve uitbreiding van Brussel). Zo nam bijvoorbeeld het overkoepelende Front pour la défense de Bruxelles vanaf 1961 ook de belangen van de Franstaligen in de Brusselse rand ter harte.
Na de staatshervorming
Staatshervorming Tussen 1970 en vandaag werden zes staatshervormingen doorgevoerd die België omvormden van een unitaire in een federale staat met drie gewesten, het Vlaamse, het Waalse en het Brussels Hoo... Lees meer van 1970 begon de Nederlandse Cultuurraad Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap Lees meer echter ook gebruik te maken van zijn bevoegdheid om in beginsel het taalgebruik in bepaalde domeinen (bestuurszaken, onderwijs in de door de overheid ingestelde, gesubsidieerde of erkende inrichtingen, en de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en hun personeel) in het Nederlandse taalgebied te regelen. Op basis van de taalregelingsbevoegdheid voor het bedrijfsleven, nam de Cultuurraad in 1973 het zogenaamde Septemberdecreet aan. Dit decreet voerde voor het homogene Nederlandse taalgebied de verplichting in om, op straffe van absolute nietigheid, in beginsel uitsluitend het Nederlands te gebruiken in de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers. De top van het Belgische bedrijfsleven
Bedrijfsleven Onder impuls van intellectuelen, ondernemers en gesalarieerde kaders verkreeg de Vlaamse beweging een economische oriëntatie. De uitbouw van een Vlaams bedrijfsleven behelsde een politiek... Lees meer bleef nog geruime tijd gedomineerd door Franstaligen. Later hing de Franse Gemeenschap de personalistische visie aan dat ze bevoegd was voor de Franstaligen in Vlaanderen. Dit bleek onder meer uit decreten van de Franse Gemeenschap in 1982 en 1984 inzake respectievelijk de sociale betrekkingen en het gebruik van het Frans door de Franstalige overheidsmandatarissen in Vlaanderen (decreet Lepaffe).
Er is echter wel nog een Franstalige privéschool, vroeger het Lycée d’Anvers-Collège Marie-José, nu het Lycée Français International Anvers, in Antwerpen met het Frans als voertaal in kleuter-, lager en middelbaar onderwijs. In de private sfeer bleef de Franstaligheid gehandhaafd, zij het dat het ontbreken van Franstalig onderwijs leidde tot een daling van de kennis van die taal bij de jongere generatie.
De taalwetten en in mindere mate de taaldecreten in de 20ste eeuw hebben er sterk toe bijgedragen dat het Frans in Vlaanderen tot de private sfeer werd teruggedrongen. Deze taalwetten die na de democratisering van het kiesrecht tot stand kwamen waren een compromis tussen Nederlandstaligen en Franstaligen waarbij aan Waalse zijde de eentaligheid van Vlaanderen de prijs was die werd betaald voor de eentaligheid van Wallonië. Franstalige Vlamingen speelden een beperkte rol bij de totstandkoming van de taalweten in de jaren 1930 en 1960. Deze taalwetten laten echter ruimte voor het gebruik van het Frans in de private sfeer, inclusief in de publieke ruimte. Daarmee weerspreken deze elementen, die wijzen op een bredere politieke context en een inhoudelijk genuanceerde kijk op deze taalwetten, de stelling dat de Vlaamse beweging aanstuurde op de verdringing van de Franstaligen in Vlaanderen.
De 21ste eeuw
De Franstaligen in Vlaanderen, die voor het overgrote deel tweetalig zijn, hebben zich evenwel (met uitzondering van de Franstaligen in de Vlaamse Rand rond Brussel en in de taalgrensgemeenten) aan de veranderde omstandigheden van het openbare leven aangepast. Zoals de journalist en politicus Luc Beyer de Rycke het stelde, willen zij echter blijven wat ze zijn: francofonen in Vlaanderen.
Het Frans is algemeen uit de publieke sfeer verdwenen, al wordt het nog aangeleerd als tweede taal in het lager en secundair onderwijs (in de door de overheid opgerichte, gesubsidieerde en erkende instellingen) en wordt het gebruikt in de private sfeer. In enkele Vlaamse gemeenten is het Frans prominenter aanwezig en vormen Franstaligen een aanzienlijk deel van de lokale bevolking.
De groep van Franstaligen in Vlaanderen kan in de 21ste eeuw vanuit verschillende perspectieven worden bekeken. Enerzijds is er een evolutie bij de Franstaligen in Vlaanderen waar te nemen vanuit sociolinguïstisch perspectief. Het Frans is niet langer uitsluitend de taal van de elite in Vlaanderen, maar ook van (langgeschoolde) immigranten. Franstaligen in Vlaanderen vormen een heterogene groep bestaande uit Franstalige Vlamingen, geïmmigreerde Walen, Franse burgers, en personen met een migratieachtergrond die het Frans als tweede of derde taal spreken.
Anderzijds kunnen de Franstaligen in Vlaanderen worden bestudeerd aan de hand van hun vestigingsplaats. Zo wordt er gesteld dat Franstaligen in de Vlaamse Rand rond Brussel een ‘nieuwe’ minderheid vormen die zich er eerder recent heeft gevestigd, terwijl de groep van Franstaligen in bijvoorbeeld Antwerpen, Brugge en Gent er een langere geschiedenis heeft. Dit element is niet zonder belang in politieke en juridische discussies over de rechten van de Franstaligen in Vlaanderen.
De situatie van Franstaligen in Vlaanderen is immers nog steeds voorwerp van debat, niettegenstaande de duidelijke keuze voor het territorialiteitsbeginsel in de 20ste eeuw en een zekere berusting bij Franstaligen in Vlaanderen over de plaats van het Frans in de publieke sfeer. Het voortleven van deze discussie wordt geïllustreerd door de sporadische oproepen van Franstalige politici en de activiteiten van actiegroepen op nationaal en internationaal niveau. Verschillende actiegroepen, zoals Citoyens de Zaventem, Association pour la Promotion de la Francophonie en Flandre (APFF), Association de Promotion des Droits Humains et des Minorités (ADHUM), Action Fouronnaise, Association Culturelle de Leeuw-Saint-Pierre et Association Culturelle de Dilbeek, zijn onder de noemer la Coalition des Associations Francophones de Flandre (CAFF) samen actief op internationale fora om op te komen voor de bevordering en de bescherming van de rechten van Franstaligen in Vlaanderen.
De eisen van Franstalige politici en actiegroepen zijn haast uitsluitend gericht op de situatie in de Vlaamse Rand, de randgemeenten en de taalgrensgemeenten. Ze omvatten sporadisch ook de vraag naar de aanhechting van de randgemeenten bij het tweetalige gebied Brussel-hoofdstad en meer algemeen de eis tot de erkenning van Franstaligen in Vlaanderen als een nationale minderheid in de zin van het Kaderverdrag ter bescherming van de nationale minderheden. België heeft dit verdrag, dat tot stand kwam binnen de Raad van Europa, ondertekend in 2001, maar niet geratificeerd. Er is nog steeds een politieke en juridische discussie over welke groepen kunnen worden beschouwd als de nationale minderheden in België. Ten slotte omvatten deze eisen ook de oprichting van een (federale) instelling met een bevoegdheid inzake taaldiscriminatie.
Politieke eisen over het gebruik van het Frans in administratieve contacten in het taalhomogene Vlaanderen komen amper naar voren. De meeste Franstaligen in Vlaanderen hebben het territorialiteitsbeginsel en het Nederlandstalige karakter van Vlaanderen aanvaard. Een ratificering van het Kaderverdrag zou echter gevolgen kunnen inhouden en minstens tot wederkerende (politieke) discussies kunnen leiden over taalhomogene gemeenten zonder speciale taalregeling, inclusief gemeenten buiten de Vlaamse Rand rond Brussel. Vanuit een internationaalrechtelijk perspectief, zal een ratificering van het Kaderverdrag en de eventuele erkenning van een Franstalige minderheid in Vlaanderen immers leiden tot vragen naar de gebieden in Vlaanderen die ‘van oudsher’ of ‘in groten getale’ worden bewoond door Franstaligen.
Evoluties in aantal
De gecontesteerde taaltellingen geven aan dat het aantal Franstaligen in Vlaanderen steeg van 3% tot 5% in de periode tussen 1846 en 1930. Het aantal personen in Vlaanderen dat aangaf regelmatig of uitsluitend het Frans te spreken bleef hangen rond de 4 Ã 5% in de talentelling van 1947. De talentellingen van 1910, 1920, 1930 en 1947 wijzen erop dat in verschillende Vlaamse gemeenten een aandeel tussen 5 Ã 10% van de lokale bevolking aanduidde dat het Frans hun meest gesproken taal was. In de rand rond Brussel gaf ook een beperkt aantal inwoners bij de talentellingen van 1910 en 1947 aan dat het Frans de meeste gesproken taal was.
Niettegenstaande het gebrek aan officiële statistieken op basis van taal na 1947, wordt algemeen aangenomen dat de taalwetten van 1930 een grote impact hadden op het aantal Franstaligen in Vlaanderen. De numerieke evolutie van het aantal Franstaligen in Vlaanderen is echter niet exact te bepalen. Hiervoor werden in de 20te eeuw wel indirecte bronnen gebruikt, zoals bijvoorbeeld het aantal studenten uit Vlaanderen aan Franstalige universiteiten en het aantal Franstalige soldaten uit Vlaanderen.
Zo bedroeg het aantal studenten uit Vlaanderen (die niet noodzakelijk Franstaligen waren) aan Franstalige universiteiten op het einde van de jaren 1950 13% van het totaal aantal Vlaamse studenten. Hun aantal was in het begin van de jaren 1990 tot 2,75% gedaald (zie Jaarverslagen van de Dienst voor Universitaire Statistiek). Deze procentuele daling werd echter veroorzaakt door het feit dat in Vlaanderen, door de sociale evolutie en de democratisering van het onderwijs, het aantal studenten verhoogde. Immers, in absolute cijfers bleef het aantal Vlaamse studenten aan Franstalige universiteiten nagenoeg stabiel (respectievelijk 1321 en 1163).
Het aantal soldaten uit Vlaanderen dat verklaarde het Frans als moedertaal te hebben was in 1977 gedaald tot 1,1%. Alexander B. Murphy concludeerde in The regional dynamics of language differentiation in Belgium op basis van Wie is Wie in Vlaanderen en Qui est Qui en Belgique Francophone dat de grootste migratie in België weliswaar die van de francofonen vanuit Vlaanderen naar Brussel is geweest, maar gezien de beperktheid van het onderzoek is er geen aanwijzing van een massale uitwijking van Franstaligen uit Vlaanderen. Een uitzondering op deze evolutie vormen Vlaams-Brabant en randgemeenten.
Rond de eeuwwisseling waren er nog enkele kernen van Franstalige Vlamingen in onder meer Gent en het Antwerpse, bijvoorbeeld rond de Fruithoflaan in de voorstad Berchem – waar in 1947 nog bijna 10% Franstaligen woonden –, in de buurt van de Mechelsesteenweg en in de rijke voorgemeente Brasschaat. Deze en andere indicaties laten echter niet toe de numerieke evolutie van de Franstaligen in Vlaanderen sinds 1947 waarheidsgetrouw te volgen.
Het aantal Franstaligen in Vlaanderen werd rond de eeuwwisseling geschat op circa 200 000 of 3,5% van de Vlaamse bevolking, al schatten sommige auteurs hun aantal lager. Dit cijfer omvatte dan niet het arrondissement Halle-Vilvoorde, waar volgens de studie Vlaams-Brabant in de wurggreep van Europa van Guido Tastenhoye het Franstalige bevolkingsdeel plusminus 110 000 personen telde. In het Vlaamse Gewest zouden er dus op het einde van de 20ste eeuw in totaal rond de 300 000 Franstaligen hebben gewoond, oftewel 5% van de bevolking.
Ook in de 21ste eeuw blijft het aantal Franstaligen in Vlaanderen onduidelijk. De aangehaalde heterogeniteit van de groep van Franstaligen in Vlaanderen betekent dat hun aantal afhangt van het criterium dat wordt gehanteerd, bijvoorbeeld de moedertaal of de thuistaal, of een zelfidentificatie als behorend tot een Franstalige ‘minderheid’ in Vlaanderen of als zijnde Franstalig én Vlaming. Deze vraag is niet uniek voor Vlaanderen of België, maar ze klinkt vertrouwd na de eerdere controverses over de talentellingen.
Het meest recente omvattende cijfer over het aantal Franstaligen in Vlaanderen is gebaseerd op een studie van Dedicated Research in 2009. Het aantal ‘Franstaligen’ in Vlaanderen, wat in deze studie werd begrepen als personen met het Frans als hun moedertaal, en personen van wie een van de ouders Franstalig is terwijl ze zelf zeer goed Frans spreken, werd geschat tussen 306 800 en 420 200, oftewel 4, 98% en 6, 82% van de bevolking in Vlaanderen. Ook l’Association pour la Promotion de la Francophonie en Flandre (APFF) stelde nadien dat er 310 000 Franstaligen in Vlaanderen zijn.
Andere recente cijfers zijn beperkt in hun personele of territoriale omvang. Zo zijn relevante data van Kind en Gezin beperkt tot de taal die wordt gebruik tussen nieuwgeborenen en hun moeders en bevatten ze aldus geen informatie over de ganse bevolking in Vlaanderen. Deze cijfers geven dat het gebruik van Frans in de relatie tussen moeder en kind in het Vlaamse Gewest
Vlaams Gewest Het Vlaams Gewest (sinds 1980) is een politieke deelstaat waarvan de bevoegdheden betrekking hebben op grondgebonden aangelegenheden zoals ruimtelijke ordening, leefmilieu en economisch b... Lees meer licht steeg tussen 2014 (5,3%) en 2020 (6,4%), al zijn er grote verschillen tussen de Vlaamse provincies.
De Taalbarometer van Rudy Janssens (onderzoekscentrum BRIO) biedt ook deels een inzicht in het aantal Franstaligen in Vlaanderen, zij het dat de cijfers voor het Nederlandse taalgebied beperkt zijn tot de Vlaamse Rand. Deze cijfers toonden in 2014 en in 2018 dat het Frans de meest gekende taal was in de Vlaamse Rand, al bleef het gebruik van het Nederlands er dominant.
Voorts zijn zowel de resultaten van Franstalige lijsten bij verkiezingen in de Vlaamse Rand als cijfers inzake het gebruik van het Frans in administratieve contacten in de faciliteitengemeenten slechts indirecte bronnen die beperkt zijn tot een bepaald deel van het Nederlandse taalgebied. Wel kan worden aangestipt dat de Franstalige lijst Union des Francophones (UF) vanaf de rechtstreekse verkiezingen in 1995 voor het Vlaams Parlement
Vlaams Parlement Het Vlaams Parlement is de parlementaire vergadering van de Vlaamse deelstaat in het federale België. Zijn geschiedenis kent drie grote fasen: de periode van de Cultuurraad voor de Neder... Lees meer steeds een verkozene had. Dit parlementslid was telkens Christian van Eyken uit Vlaams-Brabant. Het UF haalde in 2019 de kiesdrempel niet.
Kenmerken
Culturele identiteit
Het culturele zelfbeeld van de Franstaligen in Vlaanderen tijdens de 19de en 20ste eeuw werd gekenmerkt door de dualiteit tussen twee ‘vaderlanden’: het geestelijke, intellectuele en culturele (superieur geachte) centrum was Frankrijk
Frankrijk & Vlaanderen De verhouding tussen Vlaanderen en Frankrijk werd altijd gekenmerkt door een aanzienlijke dubbelzinnigheid. Hoewel er lange tijd een grote affiniteit met de Franse cultuur bestond, werd d... Lees meer (en vooral dan Parijs), terwijl er tegelijkertijd een (ook economisch-sociaal gemotiveerde) verbondenheid bestond met het geografisch landschap Vlaanderen, dat voor hen vooral een mythische inhoud had. Of zoals de schrijfster Liliane Wouters het uitdrukte: ‘de adem van de geest komt me van de Seine-oevers aanwaaien; de adem die mijn bloed opjaagt, blaast tussen Brugge en Veurne’ (citaat uit L. Deflo en S. van den Brempt, ‘Moeder Vlaanderen en haar Franstalige kinderen, in: Kreatief, jg. 16, 1982, nr. 4). Met Wallonië bestond weinig of geen affiniteit. Tot de taalwetten van de jaren 1930 vormde dit dualisme de hoeksteen van de culturele identiteit van de Franstaligen in Vlaanderen. Terwijl de Franstaligen in Vlaanderen steeds een afstand behielden tot het Nederlands, cultiveerden nogal wat schrijvers, kunstenaars en intellectuelen onder hen een exotistisch getint beeld van het Vlaming-zijn, gekenmerkt door eigenschappen als authenticiteit, scheppingsdrang, de (religieuze) hang naar het absolute en een eerder zintuiglijke dan cerebrale aanleg. Deze ‘duale’ zelfrepresentatie werd na de taalwetten van de jaren 1930 en 1960 steeds minder vanzelfsprekend.
Franssprekende Vlamingen projecteerden hun culturele identiteit aanvankelijk niet in de eerste plaats op de taal. Het begrip ‘Franstalige gemeenschap’ verwees lange tijd naar het geheel van de Franstalige Belgen, naar een niet territoriaal bepaalde gemeenschap van personen. Zij omvatte vanaf 1830 in feite de gehele Belgische bevolking, de de facto uitsluitend Nederlandssprekende flaminganten uitgezonderd. Franstaligen in Vlaanderen bestempelden zichzelf als een symbolische kern en behoeders van België in de 19de eeuw. Dit was gerelateerd aan de elitevorming en machtsconcentraties rond Franstaligen, wat dan weer bijdroeg tot het ontstaan van de Vlaamse beweging. ‘Franstalige gemeenschap’ werd uiteindelijk een deels staatkundig begrip met een overeenstemmend gebied.
Binnen de groep Franstalige Vlamingen manifesteerde zich ook een onderscheid tussen de kleine en de hoge burgerij. De eerste groep was tweetalig en de leden ervan grepen soms, bij scharniermomenten in hun leven, terug naar het ‘Vlaams’ (of zoals Suzanne Lilar in Une enfance gantoise (1976, p. 40) schreef: ‘ayant vécu en français, on mourût en flamand’). De hoge burgerij diende geen Nederlands te kennen, tenzij om met de dienstboden te spreken. De kleinburger poogde zijn sociale meerdere in alles na te bootsen, dus ook in zijn taalgebruik. De rol van de vrouw des huizes, als moeder en spil van het gezin, was daarbij vaak van doorslaggevend belang. Bij de opvoeding werd aangeleerd alles wat ‘Vlaams’ was laag in te schatten en Frans spreken te beschouwen als een teken van goede smaak en distinctie (en zelfs van humanisme, tegen de Vlaamsgezinde priesters in). Frans spreken was een statussymbool: het was het middel (voor handelaar, industrieel, maar ook voor de ‘kleine man’) om zich beschaafd voor te doen.
Om de bevoorrechte positie van het Frans in Vlaanderen te verantwoorden gebruikten de Franstaligen vaak culturele argumenten. Zo waren zij ervan overtuigd (en dit was mede een van de oorzaken dat zij aan assimilatie ontsnapten) dat de grote Franse cultuur de Nederlandse in waarde ver overtrof. Zij stelden dat de Franse cultuur door haar helderheid en rijkdom verrijkend werkte en in feite de rol van opvoeder ten opzichte van het Vlaamse ‘kind’ vervulde. ‘Vlaams’ was volgens hen niet geschikt voor de hogere geesteswereld. Zij gingen zelfs zo ver te stellen dat het Nederlands voor de Vlamingen in feite een vreemde taal was. Overschakelen naar het Nederlands zou voor hen, naast een sociale achteruitgang, dan ook een geestelijke verarming betekend hebben. Frans spreken stond in Vlaanderen dus niet alleen gelijk aan het behoren tot een hogere stand, maar was zelf ook een statussymbool: assimilatie zou dan ook gelijkgestaan hebben met verlaging van sociale positie én cultuurverlies.
Daarenboven meenden de Franstaligen dat, terwijl de Europese toekomst zich aftekende in het Engels en het Frans, de taalwetten Vlaanderen opsloten in een getto. Nog in 1950 poneerde José Vial (in Explication du francophone) dat de arbeidersmassa ‘Vlaamstalig’ en de burgerij Franstalig was en dat, aangezien het de taak van de elite was haar ‘minderen’ te ‘verheffen’ en de ‘primauté de la pensée latine’ een feit was, het volk dan ook Frans diende te leren. Hierbij werd de Vlaamse beweging als ondemocratisch bestempeld, aangezien ze het volk elke ‘Verlichting’ ontzegde. De ‘Vlaamse doorbraak’ werd door de Franstaligen meestal wel als feit aanvaard, maar toch leek het hen alsof ‘de kinderen van onze koehouders en tuiniers thans minister geworden waren’ (Charles d’Ydewalle in Confession d’un Flamand, 1967).
Het Vlaamse taalstreven kreeg na de Tweede Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog De Tweede Wereldoorlog werd in Vlaanderen getekend door de onvoorwaardelijke collaboratie van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). De samenwerking met de bezetter en de bestraffing erva... Lees meer van Franstalige zijde ook af te rekenen met verwijten van nazisme of obscurantisme, bijvoorbeeld door Jacques Brel Brel, Jacques De Brusselse chansonnier Jacques Brel (1929-1978) hekelde in zijn liederen het rechts-conservatieve Vlaanderen en de flaminganten, maar bezong ook met grote tederheid het (West-)Vlaamse l... Lees meer in Les Flamandes (1959), La… la... la (1966) en Les F... (1977), of door José Vial in zijn roman La génération des remords uit 1951.
Sociaal leven
De Franstaligen in Vlaanderen hebben zich nooit als zodanig in een politieke partij verenigd. Zij voelden zich lange tijd gesteund door vooral de liberale partij
Liberale partij De verhouding tussen de liberale partij en het partijpolitieke liberalisme in België enerzijds, en de Vlaamse beweging anderzijds levert een gevarieerd en ingewikkeld beeld op dat evoluee... Lees meer , die binnen de francofone intellectuele en commerciële burgerij en hogere middengroep een machtspositie had. Tijdens de tweede helft van de jaren 1930 rekruteerde Rex
Rex Rex was een Belgische politieke partij (1935-1940) en een collaboratiebeweging in Franstalig België (1940-1944). Lees meer in Vlaanderen vooral bij de (katholieke) Franstaligen, maar het akkoord met het Vlaamsch Nationaal Verbond
Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) Het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) (1933-1945) was een rechts-radicale Vlaams-nationalistische partij die tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde met de Duitse nationaalsocialistis... Lees meer (VNV) in 1936 nam de flamingantische vrees weg dat deze partij het franskiljonisme in Vlaanderen politiek zou kunnen bundelen.
Vanaf de jaren 1970 kwamen in de Vlaamse Rand bij verkiezingen eentalig Franse lijsten op, zoals bijvoorbeeld de Union des Francophones (UF) tijdens de jaren 1990. Deze kieslijst bracht, soms onder een andere naam, kandidaten van verschillende Franstalige politieke partijen samen en nam deel aan regionale, provinciale en lokale verkiezingen in (haast uitsluitend) Vlaams-Brabant, maar niet enkel in de faciliteitengemeenten. Bij de lokale verkiezingen in 2018 haalde deze lijst in enkele niet-faciliteitengemeenten in de Vlaamse Rand meer dan 10% van de stemmen.
Franstaligen hadden van stad tot stad een verschillend sociaal profiel. In Gent Gent Al in de 19e eeuw probeerden Vlaamsgezinde intellectuelen het gebruik van het Nederlands te bevorderen in een sterk verfranst Gent. Studentenverenigingen zoals 't Zal wel gaan hielpen daa... Lees meer was de (vaak eentalig) Franse burgerij vooral bedrijvig in handel en administratie; ze was ook eerder liberaalgezind en leefde afgezonderd van de rest van de bevolking. Ze vormde zeker tijdens de 19de eeuw een gesloten ‘kaste’, gegroepeerd rond de universiteit (wat verklaart dat de vernederlandsing ervan door sommigen als het verlies van een familiestuk ervaren werd), het Hof van Beroep, de Kamer van Koophandel, de opera. De Gentse Franstaligen kwamen samen in clubs als de (aristocratische) Société Litéraire en (het burgerlijke) La Concorde. Onderwijsinstellingen als het (jezuïeten-)Collège Sainte-Barbe (waar onder meer de Franstalige Vlaamse auteurs Franz Hellens, Maurice Maeterlinck
Maeterlinck, Maurice Maurice Maeterlinck (1862-1949), een Franstalig schrijver uit Gent, was in de eerste decennia van de 20ste eeuw wereldberoemd voor zijn symbolistische drama’s, morele essays en studies ov... Lees meer , Charles van Lerberghe, Grégoire le Roy, Georges Rodenbach Rodenbach, Georges Lees meer en Emile Verhaeren
Verhaeren, Emile Emile Verhaeren (1855-1916) was een Vlaams-Belgische Franstalige auteur die zich als dichter onderscheidde door de sociale inslag van zijn poëzie, maar als poète flamand beroemde hij zic... Lees meer naar school gingen), het Institut de Gand of het Institut Ch. de Kerckhove hadden een verfransende invloed. Een van de boegbeelden van de Gentse francofonie tijdens de 20ste eeuw was Jean Eeckhout, beheerder van de Amitiés françaises en de Cercle artistique en stichter van de Courrier de Gand; een ander was José Vial die, onder meer, in 1930 de club Les Débats oprichtte en directeur was van La Flandre libérale<
La Flandre Libérale (1874-1974) La Flandre Libérale werd in 1874 opgericht als spreekbuis van de progressieve Gentse liberalen die steun verleenden aan een (gedeeltelijke) vernederlandsing van de samenleving. De krant v... Lees meer /em>.
De Brugse Franstalige burgerij was grotendeels katholiek, meer bij de (plattelands)bevolking betrokken en tweetaliger dan de Gentse (zij kon met de pachters ‘Vlaams’ spreken). Hiertoe behoorden onder meer de West-Vlaamse gouverneur Pierre van Outryve d’Ydewalle Van Outryve d'Ydewalle, Pierre Pierre van Outryve d’Ydewalle (1912-1997) was een advocaat en christendemocratisch politicus, die onder meer gouverneur West-Vlaanderen (1944-1979), voorzitter van de Economische Raad voo... Lees meer en zijn broer Charles d’Ydewalle, die journalist was voor onder meer Le Bien Public
Le Bien Public Le Bien Public (1853-1940) was een Gents ultramontaans dagblad. Het blad had sympathie voor de volkstaal in zoverre die volkstaal kon bijdragen tot de verspreiding van de godsdienst. Het ... Lees meer , La Libre Belgique La Libre Belgique La Libre Belgique ontstond in 1884 als een strijdbaar katholiek dagblad en verscheen tot 18 november 1918 onder de titel Le Patriote. Tijdens beide wereldoorlogen gold het blad als de bel... Lees meer , Le Figaro en Le Courrier du Littoral-Courrier de Gand. In verschillende werken beschreef hij de leefwereld en mentaliteit van de Franstalige burgerij in de periode voor en na de Tweede Wereldoorlog.
In Antwerpen Antwerpen (stad) Lees meer , waar de burgerij deels van buitenlandse origine was, spraken de francofonen naast Engels, Duits, en andere talen, meestal ook Nederlands en beleefden zij de Franstalige cultuur meer binnen de familiekring. Wel was de (maritieme) zakenwereld er grotendeels (en dit tot na de Tweede Wereldoorlog) verfranst: dit was het geval voor onder andere de belangrijke Compagnie Maritime Belge (CMB), maar ook voor serviceclubs als de Cercle Royale Philotaxe, Ami, Rotary Club Anvers Escaut, Lions Club Anvers Steen, Cercle La Concorde, of Cercle Gaulois. De Cercle Médical groepeerde Antwerpse geneesheren. De amateurtoneelvereniging Cercle Royal Le Gardénia (met als ereleden onder meer Alphonse Daudet, Emile Zola en Sacha Guitry) voerde doorgaans ‘Parijse’ stukken op. De Société Royale de Géographie d'Anvers en de Amitiés françaises, waarvan het doel bij de stichting in 1909 werd omschreven als l'étude et la défense du génie français en die voordrachten door coryfeeën uit Frankrijk organiseerde, waren (en zijn) cultureel-wetenschappelijk gericht.
Zuiver Franstalige kringen zoals bijvoorbeeld de socio-culturele vereniging Connaisance et Vie d'Aujourd'hui en le Cercle Royal Gaulois, Artistique et Littéraire, zijn in de 21ste eeuw echter de uitzondering geworden. Zo werden de vertoningen van Exploration du Monde, na decennialange acties van vooral het Taal Aktiekomitee
Taal Aktie Komitee (TAK) Het Taalaktiekomitee (TAK) (1972) is een partijpolitiek-onafhankelijke Vlaams-nationalistische actiegroep met – zeker tot in de jaren 1990 – als handelsmerk ludieke stunts en verrassende ... Lees meer (TAK), in 1995 stopgezet; ook hield datzelfde jaar het mondaine (Parijse) Galas Karsenty met zijn activiteiten op. Enkele vrijmetselaarsloges in Vlaanderen zijn Franstalig gebleven, zoals bijvoorbeeld Les Amis du Commerce et la Persévérance Réunis en La Concorde Universelle te Antwerpen, Les Vrais Amis te Gent en Les Trois Niveaux te Oostende.
De Franstaligen troffen en treffen elkaar bij specifieke sportactiviteiten, zoals paardrijden, zeilen (de Royal Yacht Club in Antwerpen), jagen, hockey en golf. Zij stemden meestal af op Franstalige televisiezenders uit binnen- en buitenland. Er zijn nog steeds enkele Franstalige organisaties actief in Vlaanderen: van verenigingen gelinkt aan Frankrijk, over organisaties die de Franse taal en cultuur promoten, tot Franstalige lokale jeugdverenigingen en sportclubs. Na taalstrijd in de jaren 1930 en 1960, verwijzen echter meerdere auteurs rond de eeuwwisseling naar de slagzin die wordt gehanteerd door Franstaligen in Vlaanderen, ‘pour vivre heureux, vivons caches’ om te wijzen op een discreet gebruik van het Frans in de publieke ruimte.
Tot in juni 1974 verschenen er drie Franstalige kranten in Vlaanderen: de liberale La Flandre libérale te Gent en de eveneens liberale Le Matin Le Matin Le Matin was een Franstalig liberaal dagblad dat op 1 mei 1894 werd opgericht in Antwerpen. Het verscheen voor het laatst op 3 juni 1974. Lees meer en de katholieke La Métropole La Métropole La Métropole was een Franstalig conservatief katholiek dagblad (1894-1974) dat werd uitgegeven in Antwerpen. Het vertolkte de stem van de katholieke Franstalige elite in Vlaanderen en ver... Lees meer te Antwerpen. Voor de Eerste Wereldoorlog kende La Métropole een oplage van 30 000 exemplaren. In 1937 was Le Matin nog goed voor 20000 exemplaren. In 1970 was de oplage van de sinds 1966 in de groep Rossel verenigde drie kranten samen nog slechts 14 300 exemplaren (volgens La Presse-De Pers, nr. 64; volgens de uitgever zelf bedroeg de oplage dat jaar 25 000 exemplaren en telde OFADI voor de gezamenlijke woensdageditie 37 000 kranten), waarvan dan nog 16,94% voor Wallonië en 46,53% voor het Brabantse bestemd waren. In 1974 was het oplagecijfer nog verder tot 11 000 gedaald.
De verspreiding van deze kranten, die in Vlaanderen voor twee derde in Antwerpen en voor een derde in Gent verkocht werden, weerspiegelde tot op het einde de sociologische constellatie van de Franstalige Vlamingen: 85% van de oplage (van voornamelijk La Métropole) werd gekocht door de hoge burgerij, 12% door de middengroep (van vooral zelfstandigen, die hoofdzakelijk Le Matin lazen) en slechts 3% door arbeiders. De Franstalige Brusselse krant La Libre Belgique verkocht in 1970 nog tot 25% van haar kranten in Vlaanderen, als deel van de toen in totaal 70 000 dagelijks in Vlaanderen ingevoerde Franstalige periodieken. In 1991 werd nog slechts 12% (of 20 000 exemplaren) van haar oplage in Vlaanderen verspreid (De Pers-La Presse, 1993).
Andere Franstalige periodieken in Vlaanderen waren onder meer: Journal de Gand (Gent, 1856/1857-1923), Le Bien Public (Gent, 1853-1940), Le Neptune (Antwerpen, 1903-1936), L'Opinion (Antwerpen, 1867-1902), La Patrie (Brugge, 1848-1939), Le Journal de Bruges (Brugge, 1837-1953), Le Courrier de Gand en Le Courrier du Littoral. Vanaf 1975 verscheen in Antwerpen wekelijks La Semaine d'Anvers (naar eigen zeggen op 40 000 exemplaren, met 100 000 lezers en met verkooppunten in Brussel en Luik). In 1996 was deze oplage gedaald tot 10 000 en na het faillissement werd het weekblad voortgezet onder de titel La Nouvelle Semaine d'Anvers. Dit liberaal geïnspireerd, op de zakenwereld gericht blad, riep overigens in haar Nederlandstalige promotietekst reminiscenties op aan voorbije tijden. Le Lloyd anversois verscheen tussen 1858 (met voorlopers vanaf 1802) en 2011, naast zijn Nederlandstalige versie De Lloyd, en bevatte voornamelijk transport-economisch nieuws. Voorts is er het driemaandelijkse magazine Nouvelles de Flandre, met bijhorende website.
Het beperkte onderzoek naar het Frans in Vlaanderen geeft aan dat de kennis van het Frans bij de jongere generatie achteruitgaat en dit zowel bij Nederlandstaligen als bij leden van Franstalige families. Het Nederlands vindt ook meer en meer zijn weg in Franstalige families. Dit is echter niet het geval in heel Vlaanderen. Zo kennen de houding ten aanzien van het Frans en de kennis van de Franse taal in de rand- en taalgrens
Taalgrens Het begrip ‘taalgrens’ verwijst in het algemeen naar een grens die twee bevolkingsgroepen die een verschillende taal spreken van elkaar scheidt en in het bijzonder naar de grens tussen he... Lees meer gemeenten en de Vlaamse Rand
Vlaamse Rand De Vlaamse Rand omvat de negentien gemeenten grenzend aan Brussel of aan een faciliteitengemeente. De relatie tot Brussel leidt er tot specifieke uitdagingen. Lees meer een andere evolutie dan in de rest van Vlaanderen.
Franstalige auteurs in Vlaanderen
Een bepaalde generatie auteurs uit Vlaanderen heeft een bijzonder belangrijk aandeel gehad in de Franstalige literatuur
Literatuur De literatuur heeft een cruciale rol gespeeld in het ontstaan van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd en ook in de daaropvolgende fasen van de Vlaamse natiewording zijn schrijvers vaak richting... Lees meer in België. Deze Franstalige Vlaamse auteurs waren voor het grootste deel afkomstig uit de gegoede burgerij en dus het Nederlands meestal niet machtig. Zij waren na 1830 zowel numeriek als qua machtspositie belangrijk genoeg om een eigen literatuur te doen gedijen. Van 1830 tot circa 1880 bekleedden ze zelfs een bevoorrechte positie in de Belgische staat, die de politieke en ideologische verantwoording voor haar bestaansrecht onder meer zocht in een mythisch Vlaams verleden. Dit blijkt onder meer uit de werken van André van Hasselt en (vooral) Charles de Coster
De Coster, Charles Charles de Coster (1827-1879) was een schrijver die behoorde tot de progressieve vleugel van het liberalisme. Zijn belangrijkste werken zijn Légendes flamandes (1858), Contes brabançons (... Lees meer , die met zijn La Légende d’Ulenspiegel (1869) een nationaal epos voor Vlaanderen schreef (zie Tijl Uilenspiegel
Tijl Uilenspiegel Tijl Uilenspiegel is een personage uit een laatmiddeleeuws Duits volksboek, dat van de 19de eeuw tot diep in de 20ste eeuw door uiteenlopende politieke bewegingen in België en Vlaanderen ... Lees meer ). Na ca. 1880 nam die ideologische en mythische Vlaamse ruimte door de taalwetten stilaan concrete geografische en politieke dimensies aan. Twee culturen en literaturen kregen in België stilaan een eigen gezicht. De osmose tussen de Vlaamse en Franstalige cultuurwereld in België begon langzamerhand op te lossen. Maar inmiddels hadden de Fransschrijvende Vlamingen hun Nederlandstalige collega’s wel mee de weg gewezen naar de internationale culturele geesteswereld, weg van het regionalisme.
De overheersende stijlrichting van de Franstalige auteurs in Vlaanderen was het (typisch burgerlijke) symbolisme, dat de Idee een concrete realiteit wilde toekennen en gekenmerkt werd door estheticisme, individualisme, sensualisme, spiritualisme en irrationalisme in een weinig concrete, abstracte taal. Belangrijke vertegenwoordigers van deze richting waren Maurice Maeterlinck
Maeterlinck, Maurice Maurice Maeterlinck (1862-1949), een Franstalig schrijver uit Gent, was in de eerste decennia van de 20ste eeuw wereldberoemd voor zijn symbolistische drama’s, morele essays en studies ov... Lees meer (tot dusverre de enige Belgische Nobelprijswinnaar voor literatuur), Charles van Lerberghe, Georges Eekhoud
Eekhoud, Georges Georges Eekhoud (1854-1927) was een Franstalige Antwerpse auteur, dichter en kunstcriticus, die vanuit zijn sociaal bewogen schrijverschap sympathie kon opbrengen voor de 'Vlaamse zaak' e... Lees meer , Emile Verhaeren
Verhaeren, Emile Emile Verhaeren (1855-1916) was een Vlaams-Belgische Franstalige auteur die zich als dichter onderscheidde door de sociale inslag van zijn poëzie, maar als poète flamand beroemde hij zic... Lees meer , Georges Rodenbach Rodenbach, Georges Lees meer , Grégoire le Roy, Max Elskamp (naast de naturalist Camille Lemonnier). Ze werkten actief mee aan leidende tijdschriften als La Jeune Belgique, L'Art Moderne en La Wallonie. Tijdens het interbellum traden vooral de dramaturg Michel de Ghelderode
De Ghelderode, Michel Michel de Ghelderode (1898-1962) was een Franstalig auteur van Vlaamse origine, die met zijn macaber en grotesk getoonzette (theater)werk internationale faam verwierf. Zijn houding tegeno... Lees meer , de toneelauteur Fernand Crommelynck, de auteur van psychologische romans André Baillon, de romancière Marie Gevers, de veelzijdige schrijver Franz Hellens, de dadaïst Paul Neuhuys en de (perfect tweetalige) (toneel)auteur Roger Avermaete op de voorgrond. Avermaete was zowel lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten
Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België (KAWLSKB) De Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB) is een van de drie Vlaamse academiën, naast de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren en de... Lees meer als van de Académie des Beaux-Arts en was betrokken bij onder meer het Antwerpse internationalistisch-pacifistisch georiënteerde artistieke blad Lumière.
Na 1945 zwakten het aantal en de productiviteit van de francofone auteurs in Vlaanderen af en was er, zoals voorheen wel het geval was geweest, nauwelijks nog sprake van interactie met de Nederlandstalige literaire wereld. Toch werd nog belangrijk werk geleverd door de (overwegend magisch-realistische) auteurs Jean Ray, Guy Vaes en Conrad Detrez, de dichteres (en vertaalster) Liliane Wouters, de dramaturg Paul Willems, de bekende essayiste en romanschrijfster Suzanne Lilar en haar dochter Françoise Mallet-Joris. Nog in 1994 debuteerde (met succes) de Franstalige Vlaamse auteur Nicole Verschoore.
Meestal werden deze Franstalige Vlaamse auteurs gekenmerkt door het dualisme van een ‘Vlaams gevoelsleven’ en een ‘Frans geestesleven’. De cultuurhistoricus Eugène Baie, die van de studie van het ‘Vlaamse genie’ zijn levenstaak maakte, typeerde zijn werk als ‘l'expression française d'une sensibilité flamande’. Zo misten de Franstalige auteurs directe aansluiting met de bevolking waartussen ze leefden en waardoor ze niet gelezen werden (of konden worden). Voor hen betekende Vlaanderen eerder een poëtisch gegeven dan een concrete realiteit. Daar zij de in Vlaanderen gesproken taal als vreemd ervoeren (en vaak ook omdat zij langdurig in het buitenland – meestal Frankrijk – verbleven), verkreeg hun geboortestreek of -stad, met zijn in hun ogen mythisch, rijk verleden (meestal de roemrijke Middeleeuwen of de roerige 16de eeuw), een mysterieuze charme. Deze visie bevestigde hen trouwens in hun identiteit, stelde hen in staat de tegenstelling tussen cultuur en ‘etnie’, die ze in zich meenden waar te nemen, te overstijgen en leidde ertoe dat het streven naar het behoud van het Nederlands in Vlaanderen hen vreemd bleef.
Ook de beeldende kunstenaars
Beeldende kunst De beeldende kunsten en de Vlaamse beweging onderhielden van 1830 tot vandaag een complexe en gelaagde relatie, die pendelde tussen gematigde sympathie, radicaal engagement en kritische a... Lees meer James Ensor, Rik Wouters, Edgard Tijtgat en Michel Seuphor
Seuphor, Michel Michel Seuphor (1901-1999) was een schrijver en graficus, die vooral naam maakte met zijn studies over abstracte kunst. Als grafisch kunstenaar verwierf hij zelf enige faam met zijn ‘lacu... Lees meer – die wel enige tijd flamingantische actie voerde – passen in dit beeld. Dit is eveneens het geval voor de befaamde toneelcriticus Camille Poupeye – die ook Nederlandstalige recensies over Het Vlaamsche Volkstooneel
Het Vlaamsche Volkstooneel (VVT) (1920-1932) Lees meer schreef in onder meer Tooneelgids en De Ghelderode in Parijs had gelanceerd – en voor de wereldberoemde architect Henry van de Velde. Er waren ook enige uitzonderingen, zoals Eekhoud en de proactivistische links-flamingantische artistieke intelligentsia rond het blad Ça Ira, die vlak na de Eerste Wereldoorlog op principieel antiburgerlijke en democratische gronden het Vlaamse emancipatieproces steunde. Alle genoemden echter droegen gedurende een bepaalde periode in Vlaanderen bij tot de artistieke creativiteit en brachten toen de verbinding met buitenlandse intellectuele en culturele stromingen tot stand.
Literatuur
– C. d'Ydewalle, Enfances en Flandres, 1934.
– J. Vial, Explication du francophone. Pourquoi y a-t-il des écrivains français en Flandre? Essais, 1950.
– M. Deneckere, Histoire de la langue française dans les Flandres (1770-1823), 1954.
– L. Wils, Het ontstaan der verfransing in Vlaanderen, in: Kultuurleven, jg. 22, 1955, nr. 9, pp. 701-710.
– A. Rodenbach, Condition de la Poésie française en Flandre, z.j. (1956).
– D. Wilmars, De psychologie van de Franstalige in Vlaanderen. De achtergrond van de taalstrijd, 1966.
– C. d'Ydewalle, Confession d'un flamand, 1967.
– D. Wilmars, Le problème belge. La minorité française en Flandre, 1968.
– H.J. Elias, Vijfentwintig jaar Vlaamse Beweging, I, 1969.
– Y. Goffin en J. Lachaert, Die Francophonen Flanderns, in: M. Stracka, Handbuch der europäischen Volksgruppen, 1970, pp. 169-173.
– M. Bousse, La presse francophone d'Anvers, sa survivance, son rôle social, ses perspectives, 1970.
– C. d'Ydewalle, Ma Flandre que voici, 1974.
– P. Staes, Frans spreken in Vlaanderens grootste stad, in: De Standaard, 19-20 juli 1974.
– S. Lilar, Le langage, in: id., Une enfance gantoise, 1976, pp. 39-68.
– V. Nachtergaele, De betrokkenheid bij Vlaanderen van de Franstalige Vlaams-Belgische auteurs, in: Ons Erfdeel, jg. 20, 1977, nr. 2, pp. 231-241.
– H. Balthazar, De identiteit van het flamingantisme, in: F. Boenders (red.), Het Boek van België. Een controversieel portret van cultureel België, 1980, pp. 156-179.
– L. Deflo en S. van den Brempt, Moeder Vlaanderen en haar Franstalige kinderen, in: Kreatief, jg. 16, nr. 4, oktober 1982, pp. 1-156.
– J. Leman, Het "etnische" Moeder-Vlaanderen en haar franse kinderen. Een proeve tot afwijkend omgaan met Vlaamse "gevoeligheden", in: Kultuurleven, jg. 50, nr. 3 (maart-april 1983), pp. 282-287.
– H.-F. Jespers, Franstalige flaminganten, in: De VOS, jg. 43, 1987, nr. 5, p. 8.
– A. B. Murphy, The regional dynamics of language differentiation in Belgium: a study in cultural-politcal geograpgy, 1988.
– G. Tastenhoye, Vlaams-Brabant in de wurggreep van Europa, 1991.
– id., Genealogie van de herinnering, 1993.
– G. Deneckere, Turbulentie rond de vernederlandsing van de Gentse universiteit na de Eerste Wereldoorlog. Analyse van een besluitvormingsproces, in: Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, 1994, pp. 201-231.
– D. Willems, Le français en Flandre, in: D. Blampain, A. Goosse, J.-M. Klinkenberg, M. Wilmet (eds.), Le français en Belgique: Une langue, une communauté, 1997, pp. 258-274.
– P. Verbeken, FDF toestanden kennen we niet, in: De Standaard, 8 juni 1999, p. 5.
– J. Clement, Taalvrijheid, bestuurstaal en minderheidsrechten: Het Belgisch model, 2003.
– P. Tourret, La question linguistique territoriale en Belgique, en Suisse et au Canada, in: A. Lechaume en F. Lasserre (eds.), Le territoire pensé: Géographie des représentations territoriales, 2003.
– H. van Goethem, De monarchie en ‘het einde van België’. 2008.
– E. Witte en H. van Velthoven, Strijden om taal: De Belgische taalkwestie in historisch perspectief, 2010.
– C. Préaux, La fin de la Flandre belge, 2011.
– R. van Puymbroeck, We voelen ons Vlamingen, in: De Morgen 20 juli 2011, p. 18.
– D. Hensley, An unlikely minority, in: Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, 2013, pp. 80-107.
– J. Witters, Où est mon boekentas?. Langues en contact et l’interférence linguistique auprès les Anversois francophones, KU Leuven, 2014.
– R. Janssens, Taal en identiteit in de Rand: Een analyse van de taalsituatie in de Rand rond Brussel op basis van de BRIO-Taalbarometer, 2014.
– APFF, Intervention de l’APFF au Forum des minorités du Conseil des droits de l’homme de l’ONU, 24-25 november 2016.
– R. Janssens, De Rand vertaald. Een analyse van de taalsituatie op basis van Taalbarometer, 2019.
– Kind en Gezin, Het kind in Vlaanderen, Brussel, 2020.
Jonathan Bernaerts (2025), Luc Boeva (2023). Franstaligen in Vlaanderen. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2025. https://devb.be/id/ter-000940.
Redactiegeschiedenis
Redactiegeschiedenis
1998: Luc Boeva
2023: Luc Boeva
2025: Jonathan Bernaerts