Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België (KAWLSKB)
De Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB) is een van de drie Vlaamse academiën, naast de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren en de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België.
De KVAB werd opgericht in 1938 en is ingedeeld in vier Klassen: natuurwetenschappen, menswetenschappen, kunsten en sinds 2009 ook technische wetenschappen. Ze heeft haar zetel in het Paleis der Academiën te Brussel, waar ook de Académie royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique (ARB), de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België (KAGB) De Vlaamse Academie voor Geneeskunde van België, werd in 1938 door Frans van Cauwelaert opgericht vanuit een streven naar Vlaamse culturele autonomie. De Academie kende even moeilijkhede... Lees meer (KAGB), de Académie royale de médecine de Belgique (ARMB) en de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique (ARLLFB) gehuisvest zijn. De Academie is samen met de ARB de geestelijke erfgenaam van de in 1772 gestichte Theresiaanse Academie.
De Academie werd opgericht bij Koninklijk Besluit van 18 maart 1938 als Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België. Ze moest de Vlaamse tegenhanger worden van de Académie royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique (ARB) en opereerde geheel autonoom van deze instelling. In het kader van de wet van 1 juli 1971 werd het woord 'Vlaamse' in de officiële benaming geschrapt, waarmee werd aangegeven dat er in België twee volwaardige nationale academies naast elkaar bestaan. De naam werd opnieuw gewijzigd na de federalisering van België in 1993, waardoor de Academie onder de bevoegdheid van de Vlaamse Regering
Vlaamse Regering De Vlaamse regering is de uitvoerende macht van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest, geïnstalleerd na de staatshervorming van 1980 en aanvankelijk aangeduid met de term 'executie... Lees meer kwam te staan. Sinds 1998 is de officiële benaming van de instelling de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.
Werking van de Academie
De KVAB is onderverdeeld in vier Klassen: natuurwetenschappen, menswetenschappen, kunsten en sinds 2009 ook technische wetenschappen. Geneeskunde en Nederlandse taal- en letterkunde vallen onder de bevoegdheid van respectievelijk de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België (KAGB) De Vlaamse Academie voor Geneeskunde van België, werd in 1938 door Frans van Cauwelaert opgericht vanuit een streven naar Vlaamse culturele autonomie. De Academie kende even moeilijkhede... Lees meer (KAGB) en de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren
Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) De Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (KANTL, 1886) is een instelling die zich in de loop van haar geschiedenis heeft ingezet zowel voor taalculturele, -wetenschappeli... Lees meer (KANTL).
Elke Klasse vergadert op regelmatige basis, doorgaans afzonderlijk, maar soms ook gezamenlijk in een Algemene Vergadering. Bepaalde bijeenkomsten staan open voor een ruimer publiek. Daarnaast organiseert de Academie ook grotere evenementen zoals conferenties, colloquia en seminars over diverse thema’s, gericht op verschillende doelgroepen. De Academie overkoepelt ook vaste commissies, die naast het fondsenbeheer en toekenning van prijzen instaan voor de bevordering van wetenschap Wetenschap Lees meer en kunst Kunst Lees meer . Verder zetelt ze in enkele belangrijke nationale wetenschappelijke comités van de Internationale Academische Unie en werkt ze samen met het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO). Zelf organiseert de Academie internationale wetenschappelijke en kunsthistorische symposia en colloquia. Daarnaast worden leden uitgezonden om op buitenlandse congressen referaten te houden en organiseert ze tentoonstellingen en soms ook concerten. De Academie is aangesloten bij de Union Académique Internationale en de International Council of Scientific Unions.
Naar analogie met academies uit het buitenland werd in 2013 een Jonge Academie binnen de KVAB opgericht, bestemd voor academici die minimaal drie jaar en maximaal tien jaar eerder hun doctoraat hebben afgerond en kunstenaars die tussen de 25 en 39 jaar oud zijn. Het lidmaatschap duurt vijf jaar. Men streeft hierbij naar een evenredige vertegenwoordiging van de verschillende wetenschappelijke disciplines en kunsten.
Publicaties
Naast de jaarboeken publiceert de Academie jaarlijks ook een aantal afleveringen in haar reeks Standpunten, die een actieve bijdrage wil leveren aan het debat over uiteenlopende maatschappelijke kwesties. Verder werd tussen 1991 en 2021 een viermaandelijks tijdschrift Academieberichten uitgegeven. Omtrent de wetenschappelijke publicaties worden alle reeksen sinds 2014 uitgebracht door Uitgeverij Peeters, met uitzondering van de jaarboeken (raadpleegbaar op de website), enkele gelegenheidspublicaties en het Nationaal Biografisch Woordenboek, een samenwerking met de KANTL en de KAGB. De reeksen die bij Uitgeverij Peters worden uitgebracht zijn het Corpus Catalogorum Belgii (uitgaven van middeleeuwse bibliotheekcatalogi van de Zuidelijke Nederlanden, inmiddels voltooid), de Iusti Lipsi Epistolae (uitgaven van de brieven van Justus Lipsius), de nieuwe reeks van de Verhandelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen en Kunsten, de Collectanea Hellenistica (bijdragen over de geschiedenis van het Middellandse Zeegebied van ca. 330 tot 30 voor Christus) en de Iuris Scripta Historica (een reeks gewijd aan de rechtsgeschiedenis).
Beginperiode van het Belgische academiewezen
In 1772 stichtte keizerin Maria Theresia naar buitenlands voorbeeld en op aangeven van enkele Leuvense professoren de Académie impériale et royale des sciences et belles-lettres de Bruxelles. In de Theresiaanse Academie was het Frans de voertaal, hoewel er geregeld Nederlandstalige werken werden bekroond. Nadat ze in de Franse periode ophield te bestaan, werd de Academie in 1816 door Willem I
der Nederlanden, Willem I Willem I (1772-1843) was koning der Nederlanden van 1815 tot 1840, en dus ook tussen 1815 en 1830 (de jure tot 1839) van het zuidelijke deel daarvan. Zijn beleid inzake de nationale taal ... Lees meer van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden opnieuw opgericht. De nog levende leden van de Theresiaanse Academie werden erin opgenomen, waardoor er ondanks het tijdsverloop toch enige continuïteit was. Niettegenstaande de algemene taalpolitiek van Willem I gedurende de Nederlandse periode bleef de instelling een Franstalige aangelegenheid. De meeste Noord-Nederlandse leden, die iets minder dan de helft van het ledenbestand uitmaakten, lieten zich zelden of nooit zien op de vergaderingen – al lag de afwezigheidsgraad in de beginjaren in het algemeen redelijk hoog, ook bij de Zuid-Nederlandse leden. Bovendien gold het Frans in deze tijd als de wetenschappelijke lingua franca, zowel bij de Noord-Nederlandse als de Zuid-Nederlandse hoogopgeleiden (en bij uitbreiding in zowat heel West-Europa). Als deze laatsten het Nederlands machtig waren, werd het ‘versnipperde’ Vlaams door hen vooral als een informele spreektaal beschouwd. Door de vele regionale verschillen bestond er nog geen uniforme spelling zoals in het Noorden en de meeste Zuidelijke geleerden waren het bijgevolg niet gewoon om in het Nederlands te schrijven. Door het hoge absentisme ging er weinig activiteit uit van de Academie, die voorts vrij conservatief en weinig dynamisch was, mede door de hoge gemiddelde leeftijd. Dit verbeterde vanaf de jaren 1820, vooral onder impuls van de in 1820 als lid opgenomen Adolphe Quetelet. Quetelet, zelf maar 24 jaar bij zijn benoeming, trok al snel het initiatief naar zich toe en zette een verjongings- en vernieuwingsproces in.
Ook na de Belgische Revolutie
Belgische Revolutie De Belgische Revolutie is de naam van de opstand van 1830-1831 in de zuidelijke provincies van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden van koning Willem I. De opstand leidde tot de splits... Lees meer was de Academie overwegend Franstalig. Daarop kwamen er al snel stemmen op vanuit Vlaamse hoek om een aparte Vlaamse academie in het leven te roepen, of om ten minste een Vlaamse sectie binnen de ARB op te richten. De voornaamste voorvechters van dit idee waren Jan Baptist David
David, Jan-Baptist Jan-Baptist David (1801-1866) was een katholiek priester, en vanaf 1834 hoogleraar nationale taal, letterkunde en geschiedenis aan de Katholieke Universiteit in Mechelen en Leuven. Hij sp... Lees meer en Jan Frans Willems
Willems, Jan Frans Jan Frans Willems (1793-1846), de “vader van de Vlaamse beweging”, was dichter, polemist, filoloog, tekstediteur en initiatiefnemer of lid van tal van academies en genootschappen in binne... Lees meer , die daarmee vooral een eengemaakte Vlaamse taal
Taal De ontwikkeling van het Nederlands vormde tot diep in de 20ste eeuw een fundamenteel aandachtspunt in de Vlaamse beweging. De wijze waarop het geschreven en gesproken Nederlands gehanteer... Lees meer wilden bewerkstelligen. Zowel David als Willems werden lid van de ARB, maar slaagden niet in hun opzet. Daarnaast werd ook in de Gentse en Leuvense versie van het Vlaams petitionnement Petitionnement Lees meer uit 1840, die door Ferdinand A. Snellaert
Snellaert, Ferdinand A. Ferdinand Augustijn Snellaert (1809-1872) was arts en filoloog, een van de leidende figuren van de jonge Vlaamse beweging en pleitbezorger voor culturele eenheid met Nederland. Lees meer werd ingediend in de Kamer, opgeroepen om een Vlaamse academie of Vlaamse afdeling binnen de ARB te stichten, eveneens zonder succes. Ondanks een continue aanwezigheid van Vlamingen en enkele pogingen om binnen de ARB het Nederlands als een evenwaardige taal te laten erkennen, boekten de meeste initiatieven weinig vooruitgang. Afgezien van enkele publicaties van oude Nederlandse teksten uitgaande van de Klasse van de Letteren en vele Nederlandstalige antwoorden op prijsvragen bleef binnen de Academie zelf het Frans de voertaal. In de Klasse van de Wetenschappen en de in 1845 opgerichte Klasse van de Schone Kunsten, die nochtans een overdaad aan Vlaamse kunstenaars kende, viel er nagenoeg geen enkel uitgave in het Nederlands te bespeuren. Dit was overigens niet alleen te wijten aan de weigerachtigheid van de Franstalige elite, waarvan trouwens niet alle leden per definitie tegen de Vlaamse taal gekant waren. Ook sommige flamingantische prominenten, zoals bijvoorbeeld David, hadden hun twijfels of het Nederlands überhaupt geschikt was als wetenschapstaal, taal- en letterkunde daargelaten.
De eerste Vlaamse academie
Door de jaren heen bleef de vraag naar een Vlaamse Academie bestaan, al dan niet als afdeling binnen één unitaire academie. Na het petitionnement van 1840 werd dit een regelmatig terugkerende eis in de reeksen verzoekschriften die van 1840 tot 1857 naar het parlement werden gestuurd en ook in de Grievencommissie
Vlaemsche Commissie De Vlaemsche Commissie of Grievencommissie inventariseerde op vraag van de regering in 1856-1857 voor de eerste keer de problemen in verband met de positie van het Nederlands in België en... Lees meer van 1856 kwam dit thema ter sprake. In 1866 pleitte Julius Vuylsteke
Vuylsteke, Julius De Vlaamsgezinde advocaat, dichter en uitgever Julius Vuylsteke (1836-1903) was het boegbeeld van het Vlaamsgezinde liberalisme. Hij lag aan de basis van de Gentse studentenvereniging ’T ... Lees meer voor de oprichting van twee aparte academies voor taal- en letterkunde, één voor de Franse en één voor de Nederlandse taal, omdat er volgens hem in de ARB te weinig aandacht was voor taalwetenschappen en literatuur in beide landstalen. In 1886 werd uiteindelijk de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (later de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren – KANTL) opgericht te Gent. Het Franstalige equivalent zou er pas in 1920 komen met de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique (ARLLFB).
Deze eerste Vlaamse Academie ging in haar beginperiode echter gebukt onder levensbeschouwelijke tegenstellingen. De aanstelling van een meerderheid van katholieken en het feit dat het lidmaatschap van een aantal prominente liberale geleerden werd geweigerd, zette kwaad bloed bij de liberale flaminganten. Bovendien eiste de KANTL gelijkwaardigheid ten opzichte van de Classe des Lettres van de ARB en erkenning als de enige officiële vertegenwoordiger van de Nederlandse letteren in België
België Geen Vlaamse beweging zonder België. Het is ook onmogelijk om België te begrijpen zonder de geschiedenis van de Vlaamse beweging erbij te betrekken. Tussen het ontstaan van een culturele ... Lees meer . De ARB weigerde dit echter te aanvaarden en nam enkele liberale geleerden op die geweerd werden uit de Vlaamse Academie, zoals bijvoorbeeld Vuylsteke, Paul Fredericq
Fredericq, Paul Paul Fredericq (1850-1920) was een vooraanstaande Gentse historicus, die als de officieuze ideoloog van het liberaal flamingantisme kan worden omschreven. Als rector van de Gentse u... Lees meer en Domien Sleeckx
Sleeckx, Domien Domien Sleeckx (1818-1901) was op meerdere vlakken een pionier in de Vlaamse emancipatiestrijd, in het bijzonder in de vernederlandsing van het onderwijs. Lees meer . In 1891 werd de eis van de KANTL ook formeel verworpen in het Parlement.
De KANTL ontpopte zich meer algemeen als voorvechter van de emancipatie van de Nederlandse taal, met onder andere als strijdpunten de vernederlandsing van het hoger onderwijs
Hoger onderwijs De evolutie van het Vlaamse hoger onderwijs werd gekenmerkt door een moeizame vernederlandsingspolitiek, gaande van het vroegste verschijnen van Nederlandstalig onderwijs tot de integrale... Lees meer en een onafhankelijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen. Met betrekking tot dit laatste punt trok de instelling vanaf 1900 ook enkele natuurwetenschappers aan die hun wetenschappelijk onderzoek wensten te publiceren in het Nederlands, zoals Julius Mac Leod
Mac Leod, Julius Julius Mac Leod (1857-1919) was hoogleraar plantkunde aan de Gentse universiteit en een Vlaamsgezinde progressieve liberaal. Hij was een belangrijke pleitbezorger van de vernederlandsing ... Lees meer (die in 1900 corresponderend lid werd en in 1905 werkend lid). Mac Leod had in 1897 het eerste concrete plan voor de vernederlandsing van de Universiteit van Gent
Hoger onderwijs in Gent Met de vernederlandsing in 1930 als hoogtepunt is de Gentse universiteit een belangrijk strijdpunt geweest in de Vlaamse beweging. Van het Latijn uit 1817 tot het Engels van vandaag: het ... Lees meer geformuleerd en had in hetzelfde jaar het eerste Vlaams Natuur- en Geneeskundig Congres Vlaamsche Natuur- en Geneeskundige Congressen Lees meer georganiseerd. De volledige vernederlandsing van de Gentse universiteit kwam er in 1930.
De totstandkoming van de KVAB
Na de vernederlandsing van de Gentse universiteit werd er in 1930 een Commissie opgericht binnen de KANTL om een zelfstandig Vlaamse Academie voor Wetenschap te bewerkstelligen, een streefdoel waar ook de Vereniging voor Wetenschap Vereniging voor Wetenschap (VvW) De Vereniging voor Wetenschap werd in 1935 opgericht met als doel de wetenschapsbeoefening in Vlaanderen te stimuleren. Vanaf 1981 werd de werking beperkt tot de wetenschappelijke studie ... Lees meer (VvW) voor ijverde. Voorstanders zagen zo’n academie als het sluitstuk van de vernederlandsing van het hoger onderwijs en de wetenschapsbeoefening. Om de kritiek te pareren dat een zelfstandige academie een gevaar betekende voor de nationale eenheid verwees men naar andere meertalige landen die verschillende academiën hadden die op gelijke voet stonden.
De belofte voor een eigen Vlaams academiewezen werd in juni 1936 in het regeringsprogramma opgenomen. Dit kaderde in een breder programma van hervorming, waarbij elke taalgemeenschap een adviserende Cultuurraad Cultuurraden Tussen de oprichting van de Nederlandse Cultuurraad in 1937 en het communautaire Sint-Michielsakkoord van 1993 verwierf Vlaanderen via diverse tussenstadia steeds meer en uiteindelijk zo ... Lees meer zou krijgen. Er was evenwel geen eensgezindheid over de concrete uitvoering. Grosso modo waren er drie voorstellen: de oprichting van een zelfstandige Vlaamse Academie voor Wetenschappen; een reorganisatie van het gehele Belgische academiewezen in twee instellingen, een Franstalige en een Nederlandstalige, met elk vijf Klassen; en een splitsing van de bestaande ARB in twee gelijkwaardige afdelingen, een Franstalige en Nederlandstalige, die een zekere mate van zelfstandigheid zouden genieten.
Na moeizame onderhandelingen koos men voor de eerste optie en richtte men in 1938 de autonome KVAB op. In hetzelfde jaar werd de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België (KAGB) opgericht, de Vlaamse tegenhanger van de Franstalige Académie royale de médecine de Belgique (ARMB, gesticht in 1841). Op 21 januari 1939 volgde de plechtige inhuldiging van beide academiën in het Paleis der Academiën te Brussel.
Het besluit om twee aparte, autonome instellingen op te richten, kwam er door velerlei redenen. Enerzijds verzette de ARB zich tegen een splitsing van haar instelling of enig andere reorganisatie. De leden hielden zich halsstarrig vast aan het argument dat de ARB in principe tweetalig was. Door het gebrek aan kennis van het Nederlands bij veel Franstalige leden bleef dit principe echter veelal dode letter. Voorts vreesde men er ook voor dat een splitsing van de instelling de barst in het Belgisch blok groter zou maken. Er dient verder nog opgemerkt te worden dat het verzet binnen de ARB nagenoeg unaniem was: ook de meeste Vlaamse leden schaarden zich dus achter het standpunt.
Anderzijds was er ook onenigheid bij de flaminganten die streefden naar een al dan niet onafhankelijke Vlaamse Academie. Enkele anti-Belgische Vlaams-nationalisten zoals Frans Daels
Daels, Frans Frans Daels (1882-1974) vormde de spil van de Vlaamsgezinde organisaties aan het IJzerfront en groeide in het interbellum als voorzitter van het IJzerbedevaartcomité en voorvechter van N... Lees meer en Jozef Goossenaerts
Goossenaerts, Jozef Jozef Goossenaerts (1882-1963) was een Vlaams-nationalistische duivel-doet-al, die gedurende meer dan een halve eeuw betrokken was bij uiteenlopende socioculturele, (partij)politieke en i... Lees meer verkozen één autonome Vlaamse Academie, met inbegrip van een klasse voor Geneeskunde. Belgisch-loyale flaminganten zoals Julius Hoste (jr.)
Hoste, Julius (jr.) Julius Hoste jr. (1884-1954) was een Vlaamsgezinde liberaal die actief was in de pers en de politiek. Hij behoort tot de kopstukken van de Vlaamse beweging. Lees meer , toenmalig minister van Openbaar Onderwijs, en Frans van Cauwelaert
Van Cauwelaert, Frans Frans van Cauwelaert (1880-1961) was een Vlaamsgezinde katholieke politicus, die een hoofdrol speelde in de vernederlandsing van het openbare leven in Vlaanderen. Van Cauwelaert lag in 19... Lees meer , die de eerste voorzitter van de KVAB zou worden, waren daarentegen voorstanders van één enkele nationale academie met twee aparte afdelingen voor beide landstalen. Toen dat model moeilijk te realiseren bleek, door de weerstand van zowel de ARB als figuren zoals Daels en Goossenaerts, koos men uiteindelijke voor een tussenoplossing. Bij de oprichting van de KVAB en de KAGB werd er dus gekozen voor een model dat de structuur van de Franstalige Academiën spiegelde, mogelijk met het oog op een eventuele latere samensmelting.
De beginperiode van de KVAB
In de beginperiode van de KVAB was het niet eenvoudig om de werking van de grond te krijgen. De jonge Academie kreeg maar een fractie van de middelen die de ARB toebedeeld kreeg. Verder liep de rekrutering van de leden niet van een leien dakje. Vanuit de KVAB werd beslist dat geleerden geen dubbel lidmaatschap bij de KVAB én de ARB mochten hebben, met het onderliggende doel om het nationale karakter van beide instellingen te onderstrepen. De meeste Vlamingen die al lid waren van de ARB, bleven echter in deze instelling zetelen. Dit had verschillende oorzaken. Ten eerste was het Frans in die tijd de wetenschappelijke voertaal bij uitstek. Zo vonden veel Vlamingen dat er beter voor het Frans kon worden geopteerd vanwege het internationale karakter van de taal en waren velen van hen ook Belgicistisch ingesteld. Bovendien werden ze gewantrouwd door radicalere flaminganten binnen de KVAB en bood een ontslag uit de ARB geen garantie op een lidmaatschap bij de KVAB. De benoeming van de leden was verder ook een bijzonder delicate evenwichtsoefening. Aan de ene kant probeerden Vlaams-nationalisten zoals Daels en Goossenaerts via de VvW zoveel mogelijk invloed uit te oefenen op de selectieprocedure, tegenover de Belgischgezinde flamingantische meerderheid. Aan de ander kant moest men ook een evenwicht zoeken tussen het aantal katholieken, liberalen en socialisten.
Ook na de oprichting van de zelfstandige Vlaamse Academiën gingen er nog stemmen op om het Belgisch academiewezen te herstructureren. Op 1 januari 1945 diende de Gentse chemicus en microbioloog Albert J.J. Van de Velde, stichtend lid van de KVAB, een voorstel in bij de Academie om de instelling te fusioneren met de overige academies. Het werd verworpen binnen de KVAB, maar later dat jaar zou minister Auguste Buisseret van Openbaar Onderwijs hetzelfde idee opperen. De discussie van vóór de oprichting laaide opnieuw op. Ook Camille Huysmans
Huysmans, Camille Camille Huysmans (1871-1968) was een Vlaamsgezinde socialistische politicus, die van 1933 tot 1940 burgemeester van Antwerpen was, tweemaal een ministerpositie bekleedde en een jaar lang ... Lees meer , die van maart 1947 tot augustus 1949 als minister van Openbaar Onderwijs fungeerde, was de fusie in één nationale Academie genegen, terwijl hij nochtans stichtend lid was van de KVAB en in 1946 zelfs voorzitter was geweest. Het is moeilijk om na te gaan waar deze omslag bij Huysmans precies vandaan kwam. In ieder geval vond hij dat er te veel academies en bijbehorende leden waren. Mogelijk speelden er ook politiek-ideologische redenen. Zo lijkt het erop dat Huysmans na de Tweede Wereldoorlog nog maar weinig vertrouwen had in de agenda van de Vlaamse beweging als gevolg van de collaboratie
Collaboratie Collaboratie verwijst naar de samenwerking met de bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog, in casu van het Vlaams-nationalisme en een deel van de Vlaamse beweging. Lees meer , hoewel de KVAB er zich als instelling niet schuldig aan had gemaakt (afgezien van enkele individuele leden). Uiteindelijk kwam het niet tot een fusie, maar Huysmans blokkeerde wel elke politieke en financiële steun voor de Academie.
De ARB bleef vasthouden aan het statuut van officiële, tweetalige nationale academie waarvan ook Vlamingen lid konden worden. Dit statuut kwam slechts formeel ten einde in 1971, toen wettelijk werd bevestigd dat er twee nationale academiën naast elkaar bestaan en dat beide een bevoegdheid hebben in hun respectievelijke Cultuurgemeenschappen.
De huidige verhouding KVAB-ARB
Hoewel de relatie tussen de zusteracademiën lange tijd door spanningen werd gekenmerkt, vond er in de laatste decennia een toenadering plaats tussen de KVAB en ARB. Zo werd in 2001 gezamenlijk de vzw Royal Academies for Science and the Arts of Belgium (RASAB) opgericht. Deze organisatie is verantwoordelijk voor het coördineren van nationale en internationale evenementen van beide Academiën, voor de organisatie van nationale wetenschappelijke comités en voor de vertegenwoordiging van België in internationale wetenschappelijke organisaties en federaties van academiën. Verder zijn er ook gemeenschappelijke publicaties. Zo werd in 2010 het boek Aedes Academiarum over het Paleis der Academiën en de daarin gevestigde Academiën met steun van beiden uitgegeven en in 2018 verscheen het boek De wereld van de Zuidelijke geleerden in de reeks van de KVAB met medewerking van Harvé Hasquin en Olivier Damme, respectievelijk vast secretaris en archivaris bij de ARB. In 2022 werden er feestelijkheden gehouden naar aanleiding van 250 jaar Academiën in Brussel, waarvoor beide Academiën zich samen hebben ingezet. Voor deze gelegenheid brachten ze samen een boek uit over de rol van de Belgische academiën in de samenleving.
Werken
— Mededelingen van de KAVB, 1939-...
— Jaarboek van de KAVB, 1939-…
— Verhandelingen, 1941-…
— Verslagen en voorstellen, 1950-…
Literatuur
— J. Vuylsteke, Een woord over de Belgische Academie van Kunsten, Letteren en Wetenschappen, 1867.
— J. Verhaeghe, De oprichting van de Vlaamse wetenschappelijke academies (1936-1939). K.U. Leuven, onuitgegeven masterproef, 1981.
— G. Verbeke (red.), De weg naar eigen academiën 1772-1938. Acta van het colloquium der Koninklijke Academiën van België, 1982.
— M. Storme e.a., De Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België en haar leden: 1938-1998, 1998.
— I. Dua en T. Vandenberghe, De Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten en haar leden: 1938 - 2010, 2010.
— Hasquin en F. Strauven, Aedes Academiarum: De Academiën en hun Paleis, 2010.
— E. Witte e.a. (red.), De bewogen beginjaren van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (1938-1949), 2013.
— J. Tollebeek e.a. (red.), De wereld van de Zuidelijke geleerden. De Académie royale des Sciences et Belles-Lettres de Bruxelles onder Willem I, 2018.
— ARB/KVAB, Betrokken op de samenleving. De academies en de uitdagingen van een complexe wereld, 2023.
— http://www.rasab.be [laatst geraadpleegd op 18 augustus 2025]
— https://kvab.be/ [laatst geraadpleegd op 18 augustus 2025]
Mathias Merchouk (2025), Nico Wouters (1998). Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België (KAWLSKB). In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2025. https://devb.be/id/org-002437.