Cantré, Jos

Persoon

Beeldend kunstenaar Jozef Cantré (1890-1957) was tijdens de Eerste Wereldoorlog betrokken bij zowel de agitatie van radicale jongeren tegen het officiële Belgische partijsocialisme als bij het activisme. Van 1918 tot 1929 woonde hij in Nederland. Daar en later in België ontwikkelde hij zich tot een gerenommeerde beeldhouwer en houtsnijder.

Volledige voornaam
Jozef
Geboorte
Gent, 26 december 1890
Overlijden
Gent, 25 augustus 1957
Suggestie
Citeren
Leestijd: 7 minuten

Jozef Cantré was de zoon van een zelfstandige huisschilder en een fabrieksarbeidster. Zoals zijn broer, houtsnijder Jan-Frans (1886-1931), volgde hij lessen aan de Academie voor Schone Kunsten van hun geboortestad Gent. Een van zijn studiegenoten was een zoon van de Vlaamsgezinde liberale architect, projectontwikkelaar en politicus Jacob Gustaaf Semey (1864-1935). Vermoedelijk kwam Cantré via deze familie in contact met de Vlaamse beweging. Ondertussen werkte hijvanaf 1905 in een beeldhouwersatelier en later als meubelmaker.

Rond 1910 sloot Cantré zich aan bij de Gentse afdeling van de Socialistische Jonge Wachten (SJW), die gelieerd was aan de Belgische Werkliedenpartij Belgische Werkliedenpartij (BWP) Lees meer (BWP). In dat milieu trok hij op met onder meer Richard Minne Minne, Richard Minne, Richard Lees meer , die een levenslange vriend zou worden. Ze vertolkten antimilitaristische standpunten, hadden contacten met de radicaalmarxistische Sociaal-Democratische Partij (SDP) in Nederland en stelden zich kritisch op ten opzichte van de BWP.

In 1908-1909 realiseerde Cantré zijn eerste creatief werk als beeldhouwer en houtsnijder. Aanvankelijk George Minne (1866-1941) en vervolgens Constantin Meunier (1831-1906) waren daarbij zijn belangrijkste voorbeelden. In 1914 trouwde hij met Martha van Daele, met wie hij drie zonen kreeg.

Eerste Wereldoorlog

Tijdens de Eerste Wereldoorlog Eerste Wereldoorlog Eerste Wereldoorlog De Vlaamse beweging is fundamenteel getekend door de Eerste Wereldoorlog. De oorlog maakte een verregaande democratisering onafwendbaar, met wezenlijke gevolgen voor het politieke draagv... Lees meer was Cantré vanuit de geradicaliseerde SJW betrokken bij de dissidente Vredesgroep der Socialistische Partij en het ermee gelieerde blad Roode Jeugd Roode Jeugd Roode Jeugd Roode Jeugd (1917-1918) was een dissident Gents blad van de Socialistische Jonge Wacht (SJW) en de Vredesgroep der Socialistische Partij, dat een genuanceerd standpunt innam tegenover het... Lees meer . Deze groep stond kritisch tegenover zowel de door de BWP gesteunde oorlogspolitiek van de Belgische regering in Franse ballingschap als het activisme Activisme Activisme Het begrip activisme verwijst naar de fractie van flaminganten die tijdens de Eerste Wereldoorlog bereid was om politiek of anderszins samen te werken met de Duitse bezetter en financiële... Lees meer .

Desondanks zag Cantré er geen graten in om zich bij de opening in 1916 in te schrijven als vrij student aan de door de Duitse bezetter vernederlandste Gentse universiteit Hoger onderwijs in Gent Hoger onderwijs in Gent Met de vernederlandsing in 1930 als hoogtepunt is de Gentse universiteit een belangrijk strijdpunt geweest in de Vlaamse beweging. Van het Latijn uit 1817 tot het Engels van vandaag: het ... Lees meer . Hij volgde er de colleges kunstgeschiedenis van de Nederlander André Jolles (1874-1946) en assisteerde hem vanaf maart 1918 als technisch medewerker.

Cantré sloot zich bovendien aan bij het Gentsch Studentencorps Hou ende Trou Gentsch Studentencorps Hou ende Trou (GSC) Gentsch Studentencorps Hou ende Trou (GSC) Hou ende Trou – officieel het Gentsch Studentencorps Hou ende Trou (GSC) – was de overkoepelende studentenvereniging aan de door de Duitse bezetter vernederlandste Gentse universiteit (19... Lees meer en ontwierp er in 1917 een vaandel voor. Datzelfde jaar stond hij in voor de ‘Gedenkpenning ter herinnering aan de vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool’, een opdracht die hij kreeg naar aanleiding van het eeuwfeest van de Gentse universiteit. In 1918 werkte hij mee aan de decoratie van het studentenhuis van Hou ende Trou in de Sint-Pietersnieuwsstraat.

Datzelfde jaar maakte Cantré houtsneden voor het kortstondige, bij het activisme aanleunende (literaire) tijdschrift Regenboog, waarvan hij de lay-out verzorgde en als verwoede lezer de facto hoofdredacteur was.

Het interbellum

Eind oktober 1918 vluchtte Cantré met zijn gezin naar Nederland. Via Den Haag kwamen zij eind november terecht in Blaricum. Daar vormde zich een vriendengroep van Vlaamse uitwijkelingen met - naast kunstschilder Gustaaf de Smet (1877-1943) - de voormalige activisten Albert Daenens Daenens, Albert Daenens, Albert De anarchistische kunstenaar en decorontwerper Albert Daenens (1883-1952) verwierf enige faam als illustrator en werkte tijdens de Eerste Wereldoorlog ook voor activistische initiatieven.... Lees meer , Lucien Brulez Brulez, Lucien Brulez, Lucien Jurist Lucien Brulez (1891-1982) ijverde als student voor de vernederlandsing van het hoger onderwijs. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij docent aan de Vlaamsche Hogeschool. Ook was h... Lees meer , René de Clercq De Clercq, René De Clercq, René René de Clercq (1877-1932) was een Vlaamsgezinde en sociaal georiënteerde dichter, die tijdens de Eerste Wereldoorlog een sleutelrol speelde bij het ontstaan en de radicalisering van het ... Lees meer , Juliane Gabriëls Gabriëls, Juliane Juliane Gabriëls (1886-1958) was een Gentse zenuwarts en kunsthistorica, die onder meer meewerkte aan Jong Dietschland (1926-1935), publiceerde over de Vlaamse beeldhouwkunst en aandacht ... Lees meer en Frits van den Berghe Van den Berghe, Frits Van den Berghe, Frits Parallel aan zijn zoektocht naar esthetische vernieuwing ging de modernistische schilder Frits van den Berghe (1883-1939) tijdens de Eerste Wereldoorlog een heel eind mee in het radicale ... Lees meer , die in het omliggende woonden ( Blaricumse Blauwvoetgezellen Blaricumse Blauwvoetgezellen Blaricumse Blauwvoetgezellen De Blaricumse Blauwvoetgezellen (1919-) waren een groep uitgeweken Vlaamse activisten en Vlaamsgezinden, die bijeenkwamen in Blaricum, een dorp nabij Amsterdam. Het ging vooral om kunsten... Lees meer ). Onder hun invloed en geïnspireerd door Duitse en Nederlandse voorbeelden, evolueerde Cantré artistiek tot een adept van het expressionisme. Ondertussen was hij in 1919 uit de BWP gezet en veroordeelde het assisenhof van Oost-Vlaanderen hem in 1920 bij verstek tot vijf jaar gevangenisstraf vanwege zijn betrokkenheid bij het activisme.

Hoewel hij deelnam aan tentoonstellingen, werkte voor literaire en kunsttijdschriften en uitgeverijen in Nederland en België en enkele mecenassen hem sponsorden, had Cantré het in de vroege jaren 1920 moeilijk om financieel rond te komen. Daar kwam geleidelijk verandering in via contacten in het Nederlandse culturele milieu, in het bijzonder met jongere katholieke intellectuelen rond het vanaf 1925 verschijnende tijdschrift De Gemeenschap en de gelijknamige uitgeverij. Uiteindelijk kreeg hij ook officiële opdrachten. Intussen leerde hij het werk van Ossip Zadkine (1888-1967) en de beeldhouwer zelf kennen en raakte hij gefascineerd door Afrikaanse plastiek.

Terug naar België

In april 1928 verhuisde het gezin Cantré naar Oisterwijk en kort na het in voege treden van de Uitdovingswet Uitdovingswet Lees meer naar Astene in België. Op 4 januari 1930 werd hij in ere hersteld. Cantré kreeg wel opdrachten, maar desondanks had het gezin het opnieuw niet breed.

Begin 1931 diende Cantré een ontwerp in voor een beeld van Renaat de Rudder De Rudder, Renaat De Rudder, Renaat Renaat de Rudder (1897-1917) was actief in de Frontbeweging. Nadat hij werd gedood tijdens een verkenningstocht, ging De Rudder als een van de ‘IJzersymbolen’ deel uitmaken van de Vlaams-... Lees meer voor de IJzertoren IJzertoren IJzertoren De IJzertoren is een Vlaamsgezind monument in Diksmuide, dat in 1928-1930 werd opgericht als eerbetoon aan de Vlaamse soldaten die sneuvelden aan het IJzerfront tijdens de Eerste Wereldoo... Lees meer , maar zijn inzending haalde het uiteindelijk niet. Via Richard Minne en enkele andere bekenden kon hij tot eind 1932 karikatuurtekeningen maken voor (de covers van) het Gentse socialistische satirische tijdschrift Koekoek Koekoek Koekoek Koekoek (1931-1935) was een socialistisch satirisch tijdschrift, uitgegeven als bijblad van de Gentse krant Vooruit. Lees meer . Op vraag van het gemeentebestuur van Hooglede, waar Edward Vermeulen Vermeulen, Ward (pseudoniem Warden Oom) Vermeulen, Ward (pseudoniem Warden Oom) Edward Vermeulen (1861-1934), ook wel bekend onder het pseudoniem Warden Oom, was behalve voorzitter van het Werk der Vlaamsche Arbeiders in Frankrijk ook een populaire Vlaamsgezinde roma... Lees meer gemeenteontvanger was, boetseerde Cantré een portretbuste van deze Vlaams-nationalist die als volksschrijver populariteit genoot onder het pseudoniem Warden Oom. Ondertussen bleef hij in contact met de Nederlandse kunstwereld. Rond de jaarwisseling 1932-1933 presenteerde het Antwerpse Museum Plantin-Moretus een retrospectieve van het grafisch werk van Cantré. ‘De expositie kan gezien worden als de officiële re-integratie van Cantré in de Belgische kunstwereld, een soort ‘artistieke amnestie’, aldus kunsthistoricus Peter Pauwels.

In juni 1933 verhuisde het gezin Cantré, dat het intussen financieel beter stelde, naar Sint-Denijs-Westrem. Het daaropvolgende jaar realiseerde hij een gebeeldhouwde kop van componist Peter Benoit Benoit, Peter Benoit, Peter Peter Benoit (1834-1901) was een Vlaamsgezinde componist en muziekpedagoog. Lees meer naar aanleiding van de honderdste verjaardag van diens geboorte. Het beeld werd ingehuldigd, maar uiteindelijk niet geplaatst op de gevel van diens geboortehuis in Harelbeke. Nadat Cantré het jaren bij hem thuis had bewaard, kwam het in 1951 terecht in Antwerpen, waar Benoit directeur van het muziekconservatorium was geweest. In 1935 werd Cantré vanwege zijn activistisch verleden niet geselecteerd voor de Wereldtentoonstelling in Brussel.

Op 26 september 1936 werd in het Nederlandse Lage Vuursche het grafmonument ingehuldigd van René de Clercq, een creatie van Cantré. Toen een aantal leden van de Nationaal Socialistische Beweging Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) De Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) was een Nederlandse politieke partij, op 14 december 1931 opgericht en geleid door Anton Mussert. Lees meer onder de leiding van Anton van Vessem ostentatief de fascistische groet uitbrachten, repliceerden Cantré, Leo Magits Magits, Leo Magits, Leo Leo Magits (1899-1990) was tijdens de Eerste Wereldoorlog betrokken bij het activisme. Later was hij secretaris van de Centrale Volksopvoeding voor Vlaanderen en directeur van de Arbeider... Lees meer , Marcel Minnaert Minnaert, Marcel De vrijzinnige flamingant en Groot-Nederlander Marcel Minnaert (1893-1970) was ook een overtuigde links-radicaal en (atoom)pacifist. Vanaf het begin van de jaren 1920 tot zijn emeritaat a... Lees meer en Pieter Ursi Ursi, Pieter Pieter Ursi (1877-1937) was geëengageerd in het Leuvense socialisme. Tijdens WOI was hij betrokken bij het activisme en was hij lid van de Raad van Vlaanderen. Nadien vestigde hij zich i... Lees meer door de gebalde vuist te presenteren. Later werden de stoffelijke resten en het grafmonument van De Clercq overgebracht naar zijn geboortedorp Deerlijk. In 1937 oogstte de kunstenaar voor het eerst succes buiten België en Nederland. Op een internationale tentoonstelling in Parijs vielen de houtsneden die hij eerder had gemaakt voor de novelle ‘De boer die sterft’ van Karel van de Woestijne Van de Woestijne, Karel Van de Woestijne, Karel Karel van de Woestijne (1878-1929) was een Gentse dichter, prozaïst, criticus en journalist. Hij engageerde zich als gematigd flamingant binnen de Vlaamse beweging en was tijdens de Eerst... Lees meer , bijzonder in de smaak.

Na diens overlijden maakte Cantré het dodenmasker van Edward Anseele sr Anseele, Edward Anseele, Edward Edward Anseele (1856-1938) was een Gents socialist en lag in 1885 mee aan de basis van de Belgische Werkliedenpartij. Hij was decennialang een van de tenoren van het socialisme in België.... Lees meer ., die hij als jonge, radicale socialist vóór en tijdens de Eerste Wereldoorlog fel had bestreden. Bovendien werd hij na heel wat lobbywerk en tegenkanting aangeduid om een gebeeldhouwd monument Monumenten Monumenten Voor de Vlaamse beweging monumenten oprichtte, ging België haar daarin reeds voor. Na de onafhankelijkheid van 1830 ontstond in België een uitgebreide en diverse historische cultuur, die ... Lees meer te maken van de Gentse socialistische leider, waarbij zijn vroegere oppositie tegen Anseele aanvankelijk in zijn nadeel werkte. Het beeld werd ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog De Tweede Wereldoorlog werd in Vlaanderen getekend door de onvoorwaardelijke collaboratie van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). De samenwerking met de bezetter en de bestraffing erva... Lees meer pas in 1948 ingehuldigd in hun beider geboortestad.

De Tweede Wereldoorlog en daarna

Van 1941 tot 1946 doceerde Cantré typografie aan École Supérieure d’Architecture et des Arts Décoratifs (beter bekend als Ter Kameren) in Brussel en later houtsnijden in opdracht van het Antwerpse Plantijngenootschap. Cantré was inmiddels ook lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België (KAWLSKB) Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België (KAWLSKB) De Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB) is een van de drie Vlaamse academiën, naast de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren en de... Lees meer .

In de jaren 1940 en 1950 ontwierp hij monumentale sculpturen voor modernistische nieuwbouwwerken in Brussel, Gent en Oostende. Zo maakte hij een reliëf voor het Centraal Station in Brussel (1953) en de fries en een reliëf voor het EGW-gebouw op het Gentse Woodrow Wilsonplein (1954). De Gentse socialistische politicus Edward Anseele jr. (1902-1981) trad in enkele gevallen op als bemiddelaar om hem opdrachten toe te kennen. In dezelfde periode illustreerde Cantré een aantal publicaties van de Gentse socialistische uitgeverij De Vlam.

Cantré, zijn broer Jan-Frans, Frans Masereel Masereel, Frans Lees meer (1889-1972), Joris Minne (1897-1988) en Henri van Straten (1892-1944) staan bekend als ‘De Vijf’, die de Vlaamse houtsnijkunst optilden tot een internationaal niveau.

Archief

Literatuur

— J. Greshoff, Jozef Cantré, houtsnijder, 1933.
— M. Gijsen, Jozef Cantré, 1938.
— RIS. Geïllustreerd onafhankelijk maandschrift, jg. 1, nr. 3, november 1950 (themanummer over Jozef Cantré).
— A. de Ridder, Jozef Cantré, 1954.
— J. Walravens, Bij de dood van Joseph Cantré, in: De Groene Amsterdammer, 14 september 1957.
— A. de Ridder, In memoriam Jozef Cantré, in: Jaarboek van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België, 1957, pp. 202-207.
— F. Dille, Stonden met Jozef Cantré, 1957.
— A. de Ridder, In memoriam Jozef Cantré, in: De Vlaamse Gids, januari 1958, pp. 12-18.
— Gaandeweg. De wekelijkse woensdagbrief van Johan Anthierens, 2 juli 1986.
— D. Vanacker, Het aktivistisch avontuur, 1991.
— Y. Puissant, Genese en schipbreuk van de Vredesgroep der socialistische partij 1908-1919, Universiteit Gent, licentiaatsverhandeling, 1993.
— G. Vanschoenbeek, Novecento in Gent: de wortels van de sociaaldemocratie in Vlaanderen, 1995.
— M. Daane en Y. T’Sjoen, Regenboog en de generatie van 1914-1918, in: Revolver, jg. 26, 1999, nr. 2, pp. 2-77.
— M. Daane, De vrijheid nog veroveren. Richard Minne 1891-1965, 2001.
— M. van der Aa, Tatave! Paul-Gustave van Hecke. Kunstpaus - modekoning - salonsocialist, 2017.
— P. J.H. Pauwels, Jozef Cantré: beeldhouwer en houtsnijder, 2017.

Suggestie
Citeren

1998: Guy Vanschoenbeek (pdf)

2026: Nico Van Campenhout

Inhoudstafel