Fayat, Hendrik
Hendrik Fayat (1908-1997) was een Vlaamsgezinde socialistische jurist, hoogleraar en politicus, die medio jaren 1960 aan de basis lag van de Rode Leeuwen, een zelfstandige Nederlandstalige socialistische federatie in het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. Eerder zorgde Fayat er als adjunct-minister van Buitenlandse Zaken voor dat er in de Belgische diplomatie ook carrièrekansen kwamen voor Nederlandstaligen.
Maria De Waele / Nico Van Campenhout (2026), Maria De Waele (1998). Fayat, Hendrik. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2026. https://devb.be/id/per-005802.
Hendrik Fayat werd geboren in St.-Jans-Molenbeek op 28 juni 1908. Hij groeide op in een socialistisch gezin, als enig kind van een Brusselse vader, Henri Fayat (1883-1965), en een West-Vlaamse moeder, Romanie Eudoxie Beghein (1880-1948). Vanaf 1919 bracht hij meestal zijn vakanties door bij zijn grootouders in Alveringem. Onder meer de vernielingen van de Heldenhuldekruisjes
Heldenhulde Het comité Heldenhulde wilde tijdens de Eerste Wereldoorlog de gesneuvelde Vlaamse frontsoldaten eren door het plaatsen van stenen grafzerken met een Keltisch kruis, het Vlaamsgezinde ops... Lees meer , waarmee hij kort na de Eerste Wereldoorlog
Eerste Wereldoorlog De Vlaamse beweging is fundamenteel getekend door de Eerste Wereldoorlog. De oorlog maakte een verregaande democratisering onafwendbaar, met wezenlijke gevolgen voor het politieke draagv... Lees meer bij bezoeken aan de Westhoek geconfronteerd werd, stimuleerden later zijn belangstelling voor de Vlaamse beweging. Fayats vader was een van de eerste leden van de socialistische bediendenvakbond in Brussel Brussel In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich v... Lees meer en bestuurslid van verschillende socialistische fanfares of harmonieën in Neder-over-Heembeek, Vilvoorde en Ganshoren.
Vlaamsgezinde socialist
Ook Hendrik Fayat toonde al vroeg een sterk socialistisch engagement en op 16-jarige leeftijd sloot hij zich aan bij de Socialistische Jonge Wacht. Op deze manier kwam hij in contact met de Brusselse federatie en met de partij zelf. Hij manifesteerde zich daarbij als een anticommunist, wat hij levenslang zou blijven. Als overtuigd voorstander van ontwapening werd Fayat bovendien al vroeg lid van de Anti-Oorlogsliga. Na de Tweede Wereldoorlog verruilde hij zijn pacifistische overtuiging voor een pragmatische en realpolitieke kijk op de internationale verhoudingen.
Socialisme en flamingantisme gingen voor Hendrik Fayat hand in hand. ‘Ik ben flamingant geworden omdat ik socialist was’ getuigde hij later. Terwijl in de Brusselse federatie overwegend Frans werd gesproken, stond Fayat al vroeg bekend als een van de weinigen die altijd en overal Nederlands sprak. Hij bezocht de Vlaamse afdeling van het Brusselse Koninklijk Atheneum en studeerde vervolgens rechten aan de Université Libre de Bruxelles, waar hij actief was in de Nationale Vereniging van Socialistische Studenten. Als Vlaamsgezind student werd hij lid van Geen Taal Geen Vrijheid
Geen Taal Geen Vrijheid Geen Taal Geen Vrijheid is de kenspreuk en tot einde van de jaren 1940 de roepnaam van de Vlaamse studentenkring van de Brusselse universiteit. Lees meer en stichtte hij in 1931, samen met Jef Rens
Rens, Jef Jef Rens (1905-1985) was een socialistische vakbondsleider en politicus, die onder meer als redacteur van de Vlaamsgezinde socialistische tijdschriften Schakels en Menschen een niet onbel... Lees meer en Maurits Naessens
Naessens, Maurits De van huis uit katholieke Maurits Naessens (1908-1982) engageerde zich tijdens zijn studietijd in de socialistische beweging en werd een volgeling van Hendrik de Man. Na de Tweede Werel... Lees meer , de Vlaamse Federatie van Socialistische Studenten.
Na zijn studies werkte Fayat enkele jaren als wetenschappelijk onderzoeker. In 1935 schreef hij zich in als advocaat aan de Brusselse balie. Hij was de eerste stagiair die zijn verslagen van pro-Deozaken in het Nederlands indiende en kwam meteen in het Vlaams Pleitgenootschap Vlaams Pleitgenootschap bij de Balie te Brussel Lees meer terecht. Tussen 1936 en 1940 doceerde hij Grondwettelijk en Vergelijkend Administratief Recht aan de ambtenaren van de provincie Brabant en de Arbeidershogeschool, een socialistisch vormingscentrum.
Ook binnen de Belgische Werkliedenpartij Belgische Werkliedenpartij (BWP) Lees meer (BWP) liet Fayat zich opmerken als een pleitbezorger van de Vlaamse eisen. Tijdens het eerste Vlaams Socialistisch Congres van 1937 trad hij op als verslaggever over het taalvraagstuk in Brussel en in 1938 en 1939 was hij betrokken bij de organisatie van de socialistische Guldensporenvieringen Elf juli-vieringen Lees meer in Kortrijk. Fayat toonde zich voorstander van een opsplitsing van de BWP in een Nederlands- en een Franstalige vleugel, een herstructurering die de katholieke partij kort voordien had doorgevoerd. In 1938 werd hij als afgevaardigde van de BWP lid van de Commissie voor de Codificatie van de Sociale Wetgeving van het Studiecentrum tot Hervorming van de Staat Studiecentrum tot Hervorming van de Staat Het Studiecentrum tot Hervorming van de Staat (1936-1939, 1940) was een denktank, geleid door Maurice Lippens. Het beoogde een politieke reorganisatie van het Belgische parlementair beste... Lees meer .
Tegelijk behoorde hij tot de strekking rond Hendrik de Man
De Man, Hendrik Hendrik de Man (1885-1953) was een vooraanstaand Belgisch socialistisch politicus, die vanaf 1933 aan het hoofd kwam te staan van de Belgische Werkliedenpartij (BWP). De Man droeg bovendi... Lees meer en werkte hij mee aan het door hem in 1938 opgerichte tijdschrift Leiding
Leiding (1939-1940) Leiding (januari 1939 – mei 1940) was een Vlaams maandblad van de Belgische Werkliedenpartij met Hendrik de Man als hoofdredacteur. Lees meer . Op 10 november 1939 trad hij toe tot het kabinet van De Man, die enkele dagen daarvoor als minister zonder portefeuille en vice-eerste-minister was opgenomen in de drieledige regering van Hubert Pierlot. Begin januari 1940 verliet De Man de regering en nam hij voorgoed afstand van de BWP. Fayat werd daarop privésecretaris van Léon Matagne, de nieuwe socialistische minister van Openbare Werken. Over zijn relatie met De Man, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de collaboratie
Collaboratie Collaboratie verwijst naar de samenwerking met de bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog, in casu van het Vlaams-nationalisme en een deel van de Vlaamse beweging. Lees meer terechtkwam en daarvoor na de Bevrijding werd veroordeeld, stapte Fayat snel heen in zijn nochtans uitvoerige, driedelige memoires.
De Tweede Wereldoorlog
Na de Duitse inval op 10 mei 1940 volgde Fayat de Belgische regering naar Frankrijk. Tot begin 1942 vervulde hij er verschillende officiële opdrachten, vooral ten behoeve van in dat land verblijvende Belgen. Tussen februari en mei 1942 coördineerde Fayat vanuit Lissabon hun aanvullende bevoorrading. Terzelfder tijd werd hij ingeschakeld om het contact te herstellen tussen de Belgische ministers die zich ondertussen in Londen bevonden en er de strijd tegen Duitsland voortzetten aan de zijde van de geallieerden en hun collega’s die nog in Frankrijk verbleven.
In mei 1942 meldde hij zich als vrijwilliger bij de Belgische strijdkrachten in Londen en in november van dat jaar werd hem een adviseursfunctie toegewezen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Op 1 juni 1943 werd Fayat aangesteld tot kabinetschef van de christendemocraat August de Schryver
De Schryver, August August de Schryver (1889-1991) was een Vlaamsgezind kopstuk binnen zowel de vooroorlogse katholieke partij als de CVP, die in de loop van zijn carrièreverschillende ministerposten beklee... Lees meer , sinds 6 april van dat jaar minister van Binnenlandse Zaken (en later ook van Landbouw), die werd belast met de voorbereiding van de bestuurlijk-administratieve reorganisatie na het verhoopte einde van de Tweede Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog De Tweede Wereldoorlog werd in Vlaanderen getekend door de onvoorwaardelijke collaboratie van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). De samenwerking met de bezetter en de bestraffing erva... Lees meer . De samenwerking tussen een katholiek en een vrijzinnige was bedoeld als een voorbeeld van nationale eendracht.
Na de Bevrijding van België in september 1944 werd De Schryver minister zonder portefeuille en bleef Fayat aan als kabinetschef. Toen de regering in februari 1945 viel, keerde Fayat keerde terug naar de balie, maar de politiek liet hem niet los. Hij was betrokken bij het Bevrijdingscongres van de ‘nieuwe’ Belgische Socialistische Partij (BSP) in juni 1945.
Kamerlid en regeringslid
Bij de eerste naoorlogse parlementsverkiezingen van 17 februari 1946 werd Fayat verkozen tot Kamerlid. In zijn parlementaire maidenspeech, op 28 mei daaropvolgend, bekritiseerde hij de dynamitering van de IJzertoren
IJzertoren De IJzertoren is een Vlaamsgezind monument in Diksmuide, dat in 1928-1930 werd opgericht als eerbetoon aan de Vlaamse soldaten die sneuvelden aan het IJzerfront tijdens de Eerste Wereldoo... Lees meer in de nacht van 15 op 16 maart eerder dat jaar. Tegelijk nam hij afstand van de christelijke AVV-VVK Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus (AVV-VVK) Deze leuze werd in 1881 gelanceerd door Frans Drijvers in het scholierentijdschrift De Student. Ze verwoordde de dubbele motivatie van Vlaamsgezindheid en ultramontaanse geloofsijver die ... Lees meer -symboliek en van de collaboratie van tal van flaminganten tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Fayat specialiseerde zich in de buitenlandse politiek, werd lid van de Kamercommissies voor Buitenlandse Zaken en Kolonies en werd door de BSP herhaaldelijk afgevaardigd naar internationale conferenties. In 1949-1950 was hij lid van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, in 1954-1957 van de Gemeenschappelijke Vergadering van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS). Ook de BSP stuurde Fayat geregeld naar internationale bijeenkomsten. In 1948 werd hij docent koloniaal recht aan de ULB, in 1961 promoveerde hij tot hoogleraar aan de Nederlandstalige rechtsfaculteit van de Brusselse universiteit. Tijdens de koningskwestie
Koningskwestie Constitutioneel, politiek en maatschappelijk vraagstuk rond de persoon en de houding van koning Leopold III tijdens de Tweede Wereldoorlog. Lees meer werd hij lid van de Gemengde Juridische Commissie, die moest oordelen over de grondwettelijke bevoegdheden van de koning.
In mei 1957 werd Fayat voor het eerst minister. Na het vertrek van Spaak naar de NAVO volgde een stoelendans in de regering en Fayat verving Victor Larock op Buitenlandse Handel. Tijdens dit korte ministerschap, dat al eindigde op 26 juni 1958, wilde Fayat de Belgische export stimuleren en de EEG, die op 1 januari 1958 definitief in werking trad, beter bekend maken in de Verenigde Staten. Maar hij vroeg ook meer aandacht voor het gebruik van het Nederlands op Buitenlandse Zaken, die ‘anti-Vlaamse burcht’. Als parlementslid had Fayat al geijverd voor een grotere rol van het Nederlands, ook bij internationale contacten. Tot zijn verbazing werd zelfs tijdens Benelux
Benelux Het begrip Benelux verwijst naar de intergouvernementele samenwerking tussen België, Nederland en Luxemburg na de Tweede Wereldoorlog. Het concept kon op verschillende tijdstippen op bijz... Lees meer -vergaderingen vooral Frans gesproken, hoewel het Nederlands de taal was van 80 procent van de bevolking van de drie landen.
Fayats grote belangstelling voor buitenlandse en internationale politiek betekende dus niet dat hij de Vlaamse kwestie uit het oog verloor. In 1946 werd hij lid van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht
Vaste Commissie voor Taaltoezicht (VCT) De Vaste Commissie voor Taaltoezicht (VCT) is een orgaan dat toezicht uitoefent op de toepassing van de bestuurstaalwet. De Commissie werd eerst opgericht in 1932 en later heropgericht in... Lees meer en tussen 1952 en 1958 lag hij, samen met de Nederlandse hoogleraar Pieter Geyl
Geyl, Pieter Pieter Geyl (1887–1966) was een Nederlandse historicus met uitgesproken Groot-Nederlandse opvattingen, die een belangrijke rol speelde in het Vlaams-nationalisme tijdens het interbellum.... Lees meer , aan de basis van de vijf Vlaams-Nederlandse socialistische congressen. In 1945 behoorde hij ook tot de oprichters van het August Vermeylenfonds
August Vermeylenfonds (AVF) Het August Vermeylenfonds, een socialistisch geïnspireerde, Vlaamsgezinde cultuurvereniging, werd opgericht in 1945. Lees meer en in november 1954 stichtte hij de Brusselse Vermeylenkring
August Vermeylenkring (AVK) De August Vermeylenkring (1954) is een Brusselse culturele vereniging waarvan de activiteiten moeten bijdragen aan het aanzien van het Nederlands in Brussel en getuigen van een socialisti... Lees meer , waarvan hij voorzitter was van bij de start tot in 1979. Onder zijn impuls genoot deze politiek onafhankelijke Nederlandstalige culturele vereniging in Brussel een groot aanzien, met naast film- en toneelavonden ook voordrachten met debat, waarbij vele belangrijke figuren en denkers uit binnen- en buitenland aan het woord kwamen.
Als Brusselaar had Fayat bijzondere aandacht voor de positie van het Nederlands in de hoofdstad. Zo richtte hij in 1946 mee het Comité tot Bevordering van het Vlaams Leven in Brussel
Vlaams Komitee voor Brussel (VKB) Het Vlaams Komitee voor Brussel (VKB), opgericht in 1946, ontstond uit het Vlaams Verbond voor Brussel. Doel was het behoud en bevorderen van Vlaams leven in Brussel. Jozef Clottens, Hend... Lees meer op. De talentelling
Taaltelling Talentellingen waren gekoppeld aan de tienjaarlijkse volkstellingen in België (1846-1947). De resultaten hadden grote gevolgen voor het taalstatuut van de gemeenten rond Brussel-hoofdsta... Lees meer van 1947, die pas werd gepubliceerd in 1954, liet een forse terugloop zien van het aantal Nederlandssprekenden in Brussel en langs de taalgrens
Taalgrens Het begrip ‘taalgrens’ verwijst in het algemeen naar een grens die twee bevolkingsgroepen die een verschillende taal spreken van elkaar scheidt en in het bijzonder naar de grens tussen he... Lees meer . Fayat reageerde met de oprichting van de eerder genoemde Vermeylenkring en met een strijdbare artikelenreeks in Vooruit
Vooruit (1884-1991) Vooruit (1884-1991) was een Gents socialistisch dagblad waarin heel wat bijdragen verschenen van Vlaamse intellectuelen. In 1978 werd het blad een regionale editie van De Morgen, om in 19... Lees meer , waarin hij pleitte voor het definitief vastleggen van de taalgrens, ook in Brussel. Het bracht hem in aanvaring met Franstalige (Brusselse) partijgenoten.
Fayat op Buitenlandse Zaken: het Belgisch-Nederlands Verdrag en taalevenwicht in de diplomatie
In de roomsrode regering Lefèvre-Spaak (mei 1961-april 1965) werd Fayat als Nederlandstalige adjunct toegevoegd aan de Franstalige minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak
Spaak, Paul-Henri Paul-Henri Spaak (1899-1972) was een Franstalige socialistische politicus die een rol speelde in talrijke communautaire kwesties. Lees meer , het boegbeeld van de Franstalige socialisten in Brussel. Hij kreeg een drievoudige opdracht: alle Europese onderhandelingen leiden, het probleem van de Schelde-Rijnverbinding eindelijk afronden en een groter taalevenwicht in de diplomatie Diplomatie In deze bijdrage staat de strijd voor een gelijkwaardige vertegenwoordiging van de Vlamingen en de gelijkberechtiging van het Nederlands in de diplomatie centraal. Lees meer tot stand brengen.
In de onderhandelingen over de Schelde-Rijnverbinding – een dossier dat Spaak voor zich uit had geschoven – voerde Fayat de Belgische delegatie aan. De aloude rivaliteit tussen Antwerpen en de Nederlandse havens was intussen ontmijnd door een akkoord tussen de Kamers van Koophandel van Antwerpen en Rotterdam. Op de Belgisch-Nederlandse ministerconferentie van 19 maart 1962 werd beslist om een nieuwe, kortere waterweg tussen de Scheldemonding en de Rijn tot stand te brengen, die de trafiek van en naar de Antwerpse haven zou bevorderen. De parlementaire behandeling van deze overeenkomst sleepte in België meer dan een jaar aan, onder andere omdat de havens van Gent en Luik oordeelden dat zij er nadeel van zouden ondervinden. Uiteindelijk slaagde Fayat erin om de regeling door de Kamer en de Senaat te laten goedkeuren. (zie Belgisch-Nederlands verdrag Belgisch-Nederlands Verdrag Het Belgisch-Nederlands Verdrag werd afgesloten in april 1925 tussen België en Nederland, na uiterst slopende onderhandelingen die begonnen na de Vredesconferentie van Versailles. Het ver... Lees meer )
De belangrijkste erfenis van Fayat op Buitenlandse Zaken waren twee wetten uit 1962, die op korte termijn het evenwicht tussen Nederlands- en Franstaligen in de diplomatie moesten realiseren. Bij de bespreking van de begroting in juni 1961 kwamen de taaltoestanden opnieuw ter sprake. Spaak minimaliseerde het onevenwicht tussen Nederlands- en Franstalige diplomaten en voelde niet veel voor wat hij omschreef als overhaaste maatregelen. Op initiatief van Fayat werden desondanks vier bijzondere maatregelen uitgewerkt om via een inhaalbeweging het taalevenwicht in de vier hoogste klassen van de diplomatieke carrière tot stand te brengen: een bredere aanwerving van Nederlandstaligen aan de basis, een versnelde promotie van Nederlandstalige diplomaten in dienst, benoemingen buiten kader van Nederlandstaligen in de eerste en tweede klassen, en uitzonderlijke aanwervingen van Nederlandstaligen voor de derde en vierde klassen. Voor Spaak, die de maatregelen aanvankelijk had gesteund, ging deze operatie te ver, waardoor zijn verstandhouding met Fayat er sterk op achteruit ging.
Het taalevenwicht bleek een werk van lange adem en werd pas in 1973 gerealiseerd. Tussen mei 1963 en juli 1975 werden in totaal 49 Nederlandstalige diplomaten aangeworven op basis van de wet-Fayat. Zij gingen de geschiedenis in als de Fayat-boys. Fayats maatregelen werkten bovendien de verdere democratisering van de diplomatie in de hand, aangezien geen enkele Fayat-boy van adel was.
Ook in de kortstondige regering Harmel-Spinoy (juli 1965-februari 1966) werd Fayat, opnieuw onder de hoede van Spaak, minister-staatssecretaris voor Europese Zaken. Na de val van de regering in februari 1966 bleef hij Kamerlid. Fayat keerde terug naar zijn advocatenpraktijk en naar de VUB, waar hij, als buitengewoon hoogleraar, verantwoordelijk werd voor het vak ‘Actuele vraagstukken van internationale politiek’.
De Rode Leeuwen
In de loop van de jaren 1960 was de onenigheid tussen Nederlands- en Franstaligen binnen de Brusselse socialistische federatie sterk toegenomen. In de aanloop naar de parlementsverkiezingen van mei 1965 protesteerde Fayat tegen de plannen van zijn federatie om grotere toegevingen te doen aan de Franstaligen, waardoor hij samen met zijn collega Frans Gelders (jr.)
Gelders, Frans (jr.) Frans Gelders (1905-1985) was schepen en burgemeester in Vilvoorde en volksvertegenwoordiger voor Brussel. Lees meer op een niet-verkiesbare plaats op de kieslijst belandde. Na een intensieve campagne werd Fayat met meer dan 5300 voorkeurstemmen vanop de 9de plaats alsnog nipt verkozen, mede dankzij een gelukkige uitkomst van de provinciale apparentering.
In de aanloop naar de daaropvolgende parlementsverkiezingen van maart 1968 - en nadat hij op het Vlaams Socialistisch Congres in Klemskerke (14-15 oktober 1967) het niet naleven van de taalwetgeving in Brussel had aangeklaagd - herhaalde zich het scenario van de afwijzing van Fayat door de Franstalige Brusselse socialisten. Als gevolg daarvan beslisten 250 Vlaamse socialisten onder zijn impuls om met een eigen lijst op te komen. Na een actieve campagne behaalden de zogenaamde Rode Leeuwen
Rode Leeuwen De Rode Leeuwen waren Vlaamse socialisten in Brussel die vanaf 1968 opkwamen met een eigen verkiezingslijst en erkend werden als de 'Vlaamse BSP-federatie van Brussel'. Lees meer een mooi resultaat: meer dan 46.000 stemmen, twee zetels in de Kamer en een in de Senaat. Fayat werd vanop de tweede plaats opnieuw verkozen als Kamerlid (samen met Frans Gelders jr.) en een jaar later, eind 1969, werd de autonome Vlaamse BSP-federatie Brussel-Halle-Vilvoorde door de socialistische partij erkend.
Ondertussen Fayat had mee de basis gelegd voor zowel het Contact- en Cultuurcentrum Brussel Contact- en Cultuurcentrum Brussel (CCC) Lees meer als het Vlaams Onderwijs Centrum
Vlaams Onderwijscentrum Brussel (VOC) Het Vlaams Onderwijscentrum (VOC) werd opgericht in 1967 om het Nederlandstalig onderwijs in Brussel te bevorderen en promoten. Initiatiefnemers waren o.a. Lode Craeybeckx en Hendrik Faya... Lees meer , twee pluralistische initiatieven die vanaf 1966 in de hoofdstad respectievelijk instonden voor de coördinatie en de bevordering van het Nederlandstalige cultuur- en verenigingsleven en het Nederlandstalig onderwijs.
Eind jaren 1960 was Fayat onverwacht opnieuw minister geworden in de regering Eyskens-Merlot/Cools (1968-1971), doordat de Franstalige Brusselse socialisten het taalprogramma van de bewindsploeg verwierpen en hun verkozenen verboden een ministerpost te aanvaarden. Als gevolg daarvan gingen de twee portefeuilles naar de Rode Leeuwen. Als minister van Buitenlandse Handel werkte Fayat tussen juni 1968 tot januari 1973 nauw samen met minister van Buitenlandse Zaken Pierre Harmel Harmel, Pierre De Franstalige christendemocraat Pierre Harmel (1911-2009) was nauwelijks acht maanden premier van België, maar meermaals minister. Hij werd ook voorzitter van de Senaat. Het Centrum van ... Lees meer (PSC). Bij de vervroegde parlementsverkiezingen van november 1971 konden de Rode Leeuwen hun succes van 1968 niet herhalen en verloor Fayat zijn Kamerzetel. Toch werd hij, als extraparlementair, opgenomen als staatssecretaris voor Buitenlandse Handel in de kortstondige regering Eyskens-Cools II (1972). In januari 1973 werd hij een laatste maal staatssecretaris, nu voor het havenbeleid, in de zeer omvangrijke driepartijenregering Leburton-Tindemans-De Clercq (BSP-CVP-PVV). Bij de regeringswijziging van oktober 1973 verdween Fayat uit de bewindsploeg, wat het einde betekende van zijn loopbaan in de actieve politiek. Hij had eerder dat jaar op 65-jarige leeftijd zijn advocatenpraktijk stopgezet en doceerde tot aan zijn emeritaat in 1978 internationale politiek aan de inmiddels verzelfstandigde Vrije Universiteit Brussel (VUB). Een decennium voordien had hij mee de splitsing van de ULB en de oprichting van de VUB, waartoe in 1969 werd beslist, gestimuleerd en mogelijk gemaakt (zie Hoger onderwijs in Brussel
Hoger onderwijs in Brussel De Vrije Universiteit Brussel (VUB) is ontstaan uit de splitsing van de oudere ULB. Deze laatste werd opgericht kort na de Belgische onafhankelijkheid door vrijzinnige kringen uit vrees v... Lees meer ).
In 1977 stelde Fayat zich geen kandidaat meer voor het nationaal partijbureau en nam hij ontslag als voorzitter van de Rode Leeuwen. Hij werd in 1977 voorzitter van het Algemeen-Nederlands Verbond
Algemeen-Nederlands Verbond (ANV) Het Algemeen-Nederlands Verbond (ANV) werd in 1895 opgericht. Aanvankelijk behartigde het de belangen van de Nederlandse taal. Later en tot op de dag van vandaag ijvert het voor de brede ... Lees meer , een functie die hij waarnam tot in 1986. Hij publiceerde in die periode tal van bijdragen in het ledenblad Neerlandia
Neerlandia Neerlandia, gesticht door Hippoliet Meert in 1896, werd in 1897 de spreekbuis van het Algemeen-Nederlands Verbond (ANV). Na verloop van tijd werd Neerlandia een zelfstandig kwartaalperiod... Lees meer . In 1991 werd aan Fayat de penning van de Taalunie
Nederlandse Taalunie De Nederlandse Taalunie (1980) is een kennis- en beleidsorganisatie die verantwoordelijk is voor het stimuleren, ontwikkelen en uitvoeren van het gezamenlijk taalbeleid voor het Nederland... Lees meer toegekend vanwege zijn verdienste voor de culturele integratie van Vlaanderen en Nederland Nederland Nederland is met Vlaanderen verbonden door de economische infrastructuur, de taal en de geschiedenis. Vanaf eind 18de eeuw kreeg die verbondenheid in taal en cultuur op uiteenlopende mani... Lees meer . In 1981 had hij al tegelijk de erepenning ontvangen van de Vlaamse Raad
Vlaamse Gewestraad Lees meer en de Marnixring
Marnixring (MR) De Marnixring is een Vlaamse serviceclub. Vlaamsgezindheid is een essentieel onderdeel van de club, maar ook dienstvaardigheid, vriendschap en dienstbetoon staan centraal. Lees meer .
In 1977 sloot Fayat zich aan bij het verzet van de bredere Vlaamse beweging tegen het Egmontpact Gemeenschapspact Het Egmontpact of Egmontakkoord maakt samen met de Stuyvenbergakkoorden deel uit van het zogenaamde Gemeenschapspact, dat de definitieve pacificatie van de communautaire problemen tot doe... Lees meer , met name tegen de regeling van de taalverhoudingen in Brussel en de randgemeenten. Meer in het algemeen kantte hij zich tegen een drieledige gewestvorming en de erkenning van Brussel als een evenwaardige entiteit naast Vlaanderen en Wallonië. Fayat was overigens alles behalve een separatist en sprak zich herhaaldelijk uit tegen een eventuele ontbinding van België.
In 1983 werd Hendrik Fayat benoemd tot ereburger van Alveringem, waar hij na zijn overlijden op 21 september 1997 op eigen verzoek begraven werd naast zijn grootouders en een ongehuwd gebleven tante.
De studiebeurzen van de Vlaamse Regering
Vlaamse Regering De Vlaamse regering is de uitvoerende macht van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest, geïnstalleerd na de staatshervorming van 1980 en aanvankelijk aangeduid met de term 'executie... Lees meer voor talentrijke studenten die hun academische opleiding vervolgen aan buitenlandse topuniversiteiten, werden in 2022 vernoemd naar Fayat.
Archief
– Amsab-ISG: Archief van Hendrik Fayat [142]
Werken
— Het taalvraagstuk en het geval Brussel, in: Het Eerste Vlaams Socialistisch Congres (20-21 maart 1937), 1937, pp. 29-37.
— Het Brusselse probleem, in: Stand en uitbouw van de Vlaamse beweging, 1947, pp. 51-58.
— Ten geleide’, in Socialistische Standpunten, 1954, nr. 1-2, p. 3-5 (redactionele beginselverklaring van het blad).
— De Vlaamse beweging naar de vervulling, 1955.
— Het Brusselse vraagstuk, 1966.
— Indrukken over het Britse politieke leven’, in Liber amicorum August De Schryver, minister van Staat, 1968, p. 383-392.
— Leven en werk van Herman Teirlinck, 1972. (i.s.m. W. Pée)
— Hulde aan twee grote Brusselse figuren: August Vermeylen en Teirlinck, 1972.
— Herinneringen aan Prof. Dr. Pieter Geyl, in: Links, 24 november 1973.
— Herinneringen aan Julien Kuypers, in Socialistische Standpunten, 1974, nr. 3.
— August Vermeylenkring, in: Encyclopedie van de Vlaamse beweging, dl. 2, 1975, p. 1787.
— Brussel ook onze hoofdstad: waarom Vlaanderen Brussel niet loslaten kan, 1977.
— Niets is voorbij (memoires I), 1983.
— In het teken van Artevelde (memoires II), 1985.
— Volharding. Memoires van een Brusselse Vlaming (memoires III), 1988.
— Belgian Legislation in Exile: a Summary of the Legislative and Executive Action by the Belgian Governement in Exile (1940-1944), 1993.
— Op zoek naar vrede. De structuren van de internationale samenwerking, 1993 (i. s. m. N. Sybesma-Knol)
Literatuur
— Lods (= L. Ryckeboer), Exit Spaak, enter Fayat, in: De Standaard, 15 mei 1957.
— In dienst van de natie. Gesprek met Hendrik Fayat, in: Volksgazet. Speciale uitgave - verkiezingsblad, 1963.
— J. Olsen, Al pratend met prof. H. Fayat, in: Het Pennoen, februari 1967.
— D. Lammens, De Vlaamse B.S.P. in het kiesarrondissement Brussel, in: Socialistische Standpunten, jg. 17, 1970, nr. 4, pp. 229-245.
— L. Debruyne, De Vlaamse strijd voor gelijkberechtiging in de Belgische diplomatieke dienst, licentiaatsverhandeling Universiteit Gent, 1971.
— R. Vloeberghs, Een stukje wordingsgeschiedenis, in: Socialistische Standpunten, 1973, nr. 4, pp. 197-200.
— P. van Hees en A. W. Willemsen (red.), Geyl en Vlaanderen. Uit het archief van prof. dr. P. Geyl. Brieven en notities, 1975, dl. 3.
— J. Florquin, Prof. dr. Hendrik Fayat, Aarlenstraat 51A - 1040 Brussel, in: Ten huize van..., 1979, dl. 15, pp. 278-307.
— Joe, Hendrik Fayat: “Vlaanderen moet zijn partikularisme overwinnen”, in: ’t Pallieterke, 23 oktober 1980.
— C. Pelgrims, In gesprek met Rik Fayat, in: Topics, 12 juni 1985.
— M. Ruys, Fayat, een gentleman in de politiek, in: De Standaard, 27 augustus 1985.
— R. Laridon, De betekenis van Brussel voor de Vlaamse Gemeenschap. Een hulde aan een groot pleitbezorger, Hendrik Fayat, in: De Gemeenschap. Tijdschrift van het August Vermeylenfonds, 1987, nr. 2, pp. 15-16.
— M. Deweerdt, Socialisten herdenken Vlaams Kongres 1937, in: De Standaard, 29 juni 1987.
— F. Dielens, 1961-1988, 20 jaar Rode Leeuwen. Ontstaan en evolutie van de S.P.-federatie Brussel-Halle-Vilvoorde, 1988.
— W. Steenhaut en G. van Goethem, Hendrik Fayat: ‘Flamingant omdat ik socialist ben, in: Socialistische Standpunten, jg. 35, nr. 2, 1988, pp. 13-19.
— Hendrik Fayat, in: Politiek-biografisch lexicon van de Belgische ministers en staatssecretarissen, 1989, pp. 449-458.
— E. Maes, De Rode Leeuwen, in: De Nieuwe Maand, jg. 23, 1990, nr. 1, pp. 86-90.
— Uitreiking Taaluniepenning 1991, in: Nederlandse Taalunie. Publikatieblad, 1991, nr. 23, pp. 1-6.
— P. de Groot, De Vlaamse strijd voor de vernederlandsing van de diplomatie, afstudeerscriptie Erasmushogeschool Brussel, 1992.
— 25 jaar Rode Leeuwen: een kwarteeuw Vlaams socialisme in de hoofdstad, 1993.
— P. Verbruggen, ’25 jaar “Rode Leeuwen” - Hendik Fayat - Frans Gelders’, in AMSAB-Tijdingen, nr. 20, 1993, pp. 3-11.
— P. Verbruggen en P. Creve, Overzichtslijst van het archief van Hendrik Fayat, 1994.
— H. de Schepper en P. van Hees (red.), Tussen cultuur en politiek. Het Algemeen Nederlands Verbond 1895-1995, 1995.
— G. Fonteyn, Flamingant, socialist en Brusselaar, in: De Standaard, 23 september 1997.
— Ereburger van Alveringem overleden, in: Infokrant Alveringem. Onze Gemeente, Uw Dorp, jg. 15, 1997, nr. 6, p. 1.
— Vader van “Fayat-boys” overleden, in: De Morgen, 23 september 1997.
— J. Henderick, In memoriam. Hendrik Fayat (1908-1997): socialist, Vlaming, Groot-Nederlander, in: ‘t Pallieterke, 1 oktober 1997.
— A. Mares, De politiek-electorale aanwezigheid van de socialisten in de 19 Brusselse gemeenten sinds de Tweede Wereldoorlog, in: Brood & Rozen, 2000, nr. 2, pp. 57-79.
— R. de Groof, De August Vermeylenkring: politiek-culturele actie van progressieve en socialistische intellectuelen in Brussel, 2004.
— P. van Hees, Contacten tussen sociaaldemocraten in Noord en Zuid in de jaren 1950-1960, in: P. Delsaerdt en M. de Schepper (red.), Letters in de boeken. Liber amicorum Ludo Simons, 2004, pp. 145-152.
— A. Mares, Communautaire spanningen in een “moeilijk” arrondissement. De wordingsgeschiedenis van de Rode Leeuwen of de BSP-federatie Brussel-Halle-Vilvoorde, Vrije Universiteit Brussel, doctoraatsverhandeling, 2006.
— A. Mares, Communautaire spanningen in een “moeilijk” kiesarrondissement. De wordingsgeschiedenis van de Rode Leeuwen of de Vlaamse BSP-federatie Brussel-Halle-Vilvoorde, in Brood & Rozen, 2006, nr. 2, p. 63-71.
— A. Mares, De Rode Leeuwen spraken Nederlands, in: J. Koppen (red.), 30 jaar AMVB. 30 verhalen, 2007, pp. 53-54.
— T. Roobrouck, Verenigingsarchieven doorgelicht: de August Vermeylenkring, in: Arduin, mei 2007, pp. 55-67.
— A. Mares, 40 jaar Rode Leeuwen. Lezing in de KVS, 6 oktober 2008, in: Arduin, november 2008, pp. 77-81.
— H. van Velthoven, ‘Het eerste Vlaams Socialistisch Congres (20-21 maart 1937). Historische context en betekenis’ en ‘Flamingant want socialist. Hendrik Fayat (1908-1997), in: H. van Velthoven, Waarheen met België?. Van Taalstrijd tot communautaire conflicten. Een selectie uit 35 jaar wetenschappelijk onderzoek, (red. K. Celis en J. van Daele), 2011, pp. 185-201en pp. 203-217.
— V. Delcorps, ‘Het verhaal van de Fayat-boys: feiten en geruchten’, in Brood & Rozen, 2017, nr. 3, p. 5-27.
— H. van Velthoven, Bevriende vijanden. Hoe de Belgische socialisten uit elkaar groeiden, 2019.
— M. de Waele, Fayat, Hendrik, in: Nationaal Biografisch Woordenboek, dl. 24, 2020, kol. 546-559.
— N. van Campenhout, Hendrik Fayat, in Meervoud. Links Vlaams-nationaal maandblad, november 2022, pp. 36-37.
— A. Buyse, Klein Vlaanderen - Groot Buitenland. Essay, 2024.
— N. van Campenhout, Over de ambiguïteit van de Vlaamse beweging: Hendrik Fayat versus Cyriel Verschaeve, in: WT. Tijdschrift over de geschiedenis van de Vlaamse beweging, 2026, nr. 1, pp. 9-40.
— P. Laroy en B. D’hondt m.m.v. N. Nauwelaers, Brievenboek Willemsfonds 175 jaar, 2026, pp. 348-349.
— N. van Campenhout, Hendrik Fayat en Alveringem, in: WT. Tijdschrift over de geschiedenis van de Vlaamse beweging, 2026, nr. 3, pp. 369-372.
Maria De Waele / Nico Van Campenhout (2026), Maria De Waele (1998). Fayat, Hendrik. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2026. https://devb.be/id/per-005802.