Ligue de l'Enseignement

Organisatie

De Ligue de l’Enseignement (1864) werd opgericht door hoofdzakelijk Brusselse progressistische liberalen die niet onverschillig stonden tegenover de ‘Vlaamse zaak’. De historische relatie tussen de Ligue en de Vlaamse beweging werd gekenmerkt door zowel toenadering als distantiëring.

Alternatieve naam
Onderrichtersbond
Ligue d'Enseignement
Oprichting
26 december 1864
Leestijd: 20 minuten

De Brusselse progressief liberale Ligue de l’Enseignement (1864) werd opgericht ter bevordering en verbetering van het volks onderwijs Onderwijs Lees meer en de verdediging van de officiële school. De stichters gaven blijk van Vlaamsgezinde standpunten en de organisatie realiseerde in 1875-1881 een vernieuwend tweetalig Tweetaligheid Lees meer onderwijsproject met een eigen Brusselse Brussel In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich v... Lees meer vrijzinnige school. In de begindagen werden belangrijke flaminganten actief betrokken bij de opstart van de activiteiten van de Ligue. De concrete samenwerking tussen de zo goed als volledig Franstalig gebleven onderwijsorganisatie en de liberale Vlaamse beweging verliep echter moeizaam. Van een duurzame verankering in Vlaanderen kwam weinig terecht. Een dieptepunt in de relatie tussen de Vlaamse beweging en de Ligue kwam er met het weinig Vlaamsgezinde standpunt van het Ligue-bestuur ten aanzien van de vernederlandsing van de Gentse universiteit Universiteit Gent (UGent) Lees meer in 1923. Tijdens het interbellum transformeerde de Ligue tot een invloedrijke vrijzinnige drukkingsgroep die taalpolitieke discussies alleen bekeek vanuit haar missie om het officiële onderwijs te verdedigen. Toen er tijdens de jaren 1930 in Vlaanderen in dit verband een gestructureerde beweging op gang kwam, slaagde de Ligue er opnieuw niet in om op lange termijn als overkoepelende integrerende kracht op te treden.

Progressief liberalisme, flamingantisme en lager onderwijs in Brussel, 1864-1914

De progressief liberale Ligue de l’Enseignement zag het levenslicht op 26 december 1864 te Brussel Brussel In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich v... Lees meer en werd opgericht vanuit de kringen van de Brusselse vrijdenkersbond Libre Pensée en de vrijmetselarij. In het uit dertien leden bestaande stichtingscomité zetelden Charles Buls Buls, Karel Buls, Karel Karel (Charles) Buls (1837-1914) was een liberaal politicus, die zich als schepen (vanaf 1879) en burgemeester van Brussel (1881-1899) inzette voor het Nederlandstalig onderwijs en de twe... Lees meer en François-Joseph van Meenen als sympathisanten van de ‘Vlaamse zaak’. Er was ook één duidelijke flamingant met wortels buiten Brussel van de partij: de Gentenaar Constant Leirens Leirens, Constant Constant Leirens (1813-1886) was een Vlaamsgezinde advocaat, vrijmetselaar en uitgever van kranten. Lees meer . Het belangrijkste doel van de vereniging was de bevordering en verbetering van het volksonderwijs en de verdediging van de officiële school. Bovengenoemde basisdoeleinden bleven ook na diverse statutenveranderingen en reorganisaties dezelfde. Voor de drukkingsgroep stond een herziening van de wet van 1842 op lager onderwijs Lager onderwijs Lager onderwijs De ‘taalstrijd’ in Vlaanderen is op het niveau van het lager onderwijs minder problematisch verlopen dan op dat van het middelbaar en van het hoger onderwijs. Toch was de verfransing van ... Lees meer centraal: de Ligue eiste gelaïciseerd, verplicht en kosteloos lager onderwijs. De stichters van de Ligue lieten zich bij de oprichting van hun vereniging inspireren door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen Maatschappij Tot Nut van 't Algemeen ('t Nut) Maatschappij Tot Nut van 't Algemeen ('t Nut) De Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen is een organisatie voor volksontwikkelingswerk, gesticht door de doopsgezinde predikant Jan Nieuwenhuyzen te Monnikendam op 16 november 1784. ... Lees meer . Wat betreft het volksonderwijs ondersteunde de Ligue volksbibliotheken. Lokale afdelingen in de provincies organiseerden volksvoordrachten. Op twee jaar tijd (tegen eind 1866) kon de Ligue 2000 leden aantrekken, een ledenaantal dat het Willemsfonds Willemsfonds (WF) Willemsfonds (WF) Het Willemsfonds (1851-heden) is een liberaal-vrijzinnige culturele vereniging en drukkingsgroep die het gebruik van het Nederlands promoot en ondersteunt. Lees meer , weliswaar enkel in Vlaanderen en Brussel, slechts in 1876 bereikte.

Buls liet reeds op de stichtingsvergadering in december 1864 in zijn ook in het Nederlands verspreide openingstoespraak duidelijk blijken dat de vereniging zich ook zou inzetten voor de Vlaamse kwestie. Naast Buls zetelden onder anderen de progressistische flaminganten Emanuel Hiel Hiel, Emanuel Hiel, Emanuel Emanuel Hiel (1834-1899) was een Vlaamse dichter en schrijver. Als radicaal-democratische, vrijzinnige flamingant speelde hij een belangrijke rol in het Vlaamsgezinde verenigingsleven in ... Lees meer en Raymond Dedeyn Dedeyn, Raymond Raymond Dedeyn (1834-1902) was een liberale advocaat en schepen van Sint-Joost-Ten-Node. Verder was hij secretaris van Vlamingen Vooruit en de Ligue de l’Enseignement. Lees meer in de commissie die de statuten van de vereniging opstelde. Dedeyn vertaalde de in februari 1865 goedgekeurde statuten naar het Nederlands en zetelde bij de oprichting als de Vlaamse secretaris-generaal naast Buls, die benoemd werd tot Franstalige secretaris-generaal. In haar statuten stelde de Ligue (‘Onderrichtings-Bond’ in het Nederlands) zich tot doel om het onderwijs in België België België Geen Vlaamse beweging zonder België. Het is ook onmogelijk om België te begrijpen zonder de geschiedenis van de Vlaamse beweging erbij te betrekken. Tussen het ontstaan van een culturele ... Lees meer te verbeteren door onder andere te ijveren voor een herziening van wetten die strijdig zijn met de grondwet, de vrijheid van geweten, de gelijkheid van burgers, ‘het vrije gebruik der talen’ en de uitbreiding en ontwikkeling van onderwijs. Er werden statutair vijf secties opgericht: lager onderwijs, middelbaar Middelbaar onderwijs Middelbaar onderwijs De geschiedenis van het middelbaar onderwijs is nauw verweven met die van de Vlaamse beweging. Tot diep in de 20ste eeuw bleef de middelbare school een grotendeels Franstalig bastion van ... Lees meer en hoger onderwijs Hoger onderwijs Hoger onderwijs De evolutie van het Vlaamse hoger onderwijs werd gekenmerkt door een moeizame vernederlandsingspolitiek, gaande van het vroegste verschijnen van Nederlandstalig onderwijs tot de integrale... Lees meer , beroeps- en technisch onderwijs, meisjesonderwijs en ten slotte een vijfde sectie voor de ‘belangen der Vlaamsche Taal’ inzake onderwijs. Frans de Cort De Cort, Frans De Cort, Frans Frans de Cort (1834-1878) was een vrijzinnig en progressief flamingant, redacteur en volksdichter. Lees meer werd de Nederlandstalige secretaris van de sectie die zich boog over de Vlaamse taalbelangen en Michiel van der Voort Van der Voort, Michiel Michiel Van der Voort (1812-1867) woonde achtereenvolgens in Antwerpen en Brussel en was in beide steden een pionier in Vlaamsgezinde acties. Hij was betrokken bij vele organisaties, zoal... Lees meer de voorzitter. Ook de andere vier secties kregen in 1865-1866 elk een ‘Vlaamse’ secretaris die de verslagen in het Nederlands kon opstellen. De flaminganten Jan van Droogenbroeck Van Droogenbroeck, Jan A. Jan Amandus van Droogenbroeck (1835-1902) was een Vlaamse dichter en prozaschrijver. Hij schreef vaak onder het pseudoniem Jan Ferguut. Lees meer , Geeraard Jan Dodd Dodd, Geeraard Jan Dodd, Geeraard Jan Geeraard Jan Dodd (1821-1888) was, na een korte carrière als schilder, vooral schrijver, dichter en toneelauteur. Hij was actief lid van tal van Nederlandstalige literaire genootschappen ... Lees meer , Emanuel Hiel Hiel, Emanuel Hiel, Emanuel Emanuel Hiel (1834-1899) was een Vlaamse dichter en schrijver. Als radicaal-democratische, vrijzinnige flamingant speelde hij een belangrijke rol in het Vlaamsgezinde verenigingsleven in ... Lees meer en Alfons Willems Willems, Alfons Alfons Willems (1939-1912) was hoogleraar Nederlandse letterkunde en Grieks aan de Université libre de Bruxelles. Hij stond als liberale flamingant onder meer mee aan de basis van de Brus... Lees meer kregen deze secretarisfuncties toebedeeld.

Van de dertien leden van de eerste algemene raad van de Ligue (1865-1866) waren er maar liefst zeven lid geweest van de progressief liberale en Vlaamsgezinde drukkingsgroep Vlamingen Vooruit Vlamingen Vooruit Vlamingen Vooruit Vlamingen Vooruit was een Vlaamse en vrijzinnige organisatie in Brussel die in 1858 onder impuls van Eugène van Bemmel in Brussel werd opgericht. Het programma eiste de gelijkberechtiging... Lees meer (1858), met daarbij ook vurige Franstalige voorstanders van de Vlaamse cultuur zoals Eugène van Bemmel Van Bemmel, Eugène Van Bemmel, Eugène Eugène van Bemmel (1824-1880) was hoogleraar aan de Université libre de Bruxelles. Hij schreef in het Frans, maar leerde Nederlands. Zijn flamingantisme vloeide voort uit zijn progressief... Lees meer en Charles Potvin Potvin, Charles Potvin, Charles Charles Potvin (1818-1902) stond als progressistische intellectueel voor een toenadering tussen liberalisme, flamingantisme en socialisme en was vooral in Brussel actief. Als Franstalige ... Lees meer . De educatieve, sociale en politieke doeleinden van de Ligue vonden aansluiting bij het binnen Vlamingen Vooruit gemanifesteerde engagement om onderwijs in de eigen taal in te schakelen als liberaal emancipatiemiddel. De Vlamingen – zo luidde de redenering – zouden via Nederlandstalig onderricht niet alleen sociale mobiliteit bewerkstelligen, maar zich ook aan de katholieke greep onttrekken.

Wat het lager onderwijs betreft eiste de Ligue principieel onderricht in de moedertaal tijdens de eerste drie jaar, met een geleidelijke introductie van de tweede taal om uiteindelijk tot  tweetalig Tweetaligheid Lees meer onderwijs te komen vanaf het vierde jaar. In se pleitte de Ligue voor tweetaligheid in heel het land, waarbij dus in Wallonië het Nederlands stapsgewijs zou worden geïntegreerd in de lessen. Van der Voort stak in juni 1865 met De Cort aan zijn zijde vol goede moed van wal met de vijfde ‘Vlaamse’ sectie in de schoot van de Ligue. De sectie besliste om een enquête te organiseren over de staat van het onderwijs van het Nederlands in officiële en gesubsidieerde scholen. De Nederlandstalige secretarissen van de andere secties (Van Droogenbroeck, Dedeyn, Willems, Dodd) vormden samen met De Cort hiertoe een werkgroep. Er kwam van de enquête evenwel niets terecht. Wegens tijdsgebrek en een gebrek aan motivatie binnen een Franstalige omgeving trokken belangrijke flaminganten zoals Hippoliet Bauduin Bauduin, Hippoliet Hippoliet Bauduin (1806-1882) ijverde voor de materiële lotsverbetering en de culturele verheffing van het Vlaamse volk en was geëngageerd in het Vlaamse Brusselse verenigingsleven. Baudu... Lees meer en De Cort zich terug. Zelfs Van der Voort trad in september 1866 af als voorzitter van de vijfde sectie, teleurgesteld door het hoge absenteïsme in de sectie. Ook in de andere secties blonken de Vlaamse secretarissen uit in afwezigheid. Het boterde bovendien al snel niet meer tussen Dedeyn en Buls. In 1866 verdwenen de afdeling voor de Vlaamse taalbelangen en de Nederlandstalige secretarispost reeds uit het organigram van de organisatie.

In 1867 bereikten de spanningen met betrekking tot het (gebrek aan) Vlaamsgezind engagement van de Ligue een hoogtepunt. Een vernieuwd (Franstalig) onderwijsprogramma dat een commissie van de Ligue voorlegde voor het secundair onderwijs (1866) voorzag slechts in de eerste drie jaren voor het Nederlands een belangrijke rol als vak. In de hogere jaren verdween het vak Nederlands zo goed als volledig in dit door de Ligue goedgekeurde programma voor het secundair onderwijs. Dit werd door Jacob Heremans Heremans, Jacob Heremans, Jacob Jacob Heremans (1825-1884) was een Gentse hoogleraar taal- en letterkunde, die als publicist en initiatiefnemer een prominente rol speelde in de liberale Vlaamse en Groot-Nederlandse bewe... Lees meer , hoogleraar aan de Gentse universiteit, opgevat als een anti-Vlaamse daad vanuit de Ligue. De commissie dacht er bovendien niet aan om van het Nederlands de basisonderwijstaal te maken voor alle vakken in het middelbaar onderwijs in Vlaanderen. Heremans bood als reactie in oktober 1867 zijn ontslag aan als lid, tot grote teleurstelling van secretaris Buls. De Cort, die zich reeds uit de algemene raad had teruggetrokken, verdedigde Heremans’ beslissing door te verwijzen naar het sociale en culturele onbehagen dat de organisatie met de volledig Franstalige bijeenkomsten en publicaties inmiddels opriep bij flaminganten zoals hemzelf. De Cort liet in De Toekomst De Toekomst (1857-1898) De Toekomst (1857-1898) was een pedagogisch en taal- en letterkundig tijdschrift. Lees meer verstaan dat wat hem betreft heel wat Brusselse Ligue-militanten de Vlaamse beweging enkel als een ‘dilettantisme littéraire’ zagen dat ze niet al te serieus namen. Heremans en De Cort voelden zich meer thuis in de kleine Vlaamsgezinde en eveneens progressistische Onderwijzersbond Onderwijzersbond De Onderwijzersbond (1857-1869) was de eerste beroepsvereniging voor onderwijzers in België en ijverde voor de vernederlandsing van het lager onderwijs in Vlaanderen. Lees meer .

Begin de jaren 1870 leek er een nieuwe Vlaamsgezinde wind te waaien in de associatie. Er werd in december 1871 aan de Université Libre de Bruxelles een speciale vergadering ingelast voor de Vlaamse leden van de Ligue. Buls sprak er bij uitzondering in het Nederlands. De jonge Julius Hoste sr. Hoste, Julius (sr.) Hoste, Julius (sr.) De liberaal Julius Hoste sr. (1848-1933), stichter van De Zweep en Het Laatste Nieuws, speelde eind 19de en begin 20ste eeuw een centrale rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd in Brussel.... Lees meer hield er een vurig betoog voor onderwijs in de moedertaal en de oude republikein Karel Spilthoorn Spilthoorn, Charles De jurist Charles Spilthoorn (1804-1872) pleitte al zeer vroeg voor het gebruik van het Nederlands in Vlaamse gerechtshoven. In de nasleep van 1848 werd hij verdacht van samenzweringen te... Lees meer spiegelde zijn publiek het voorbeeld van Canada voor waar het Engels en het Frans op gelijke voet werden behandeld. Bij de inzet van de Ligue voor tweetalig lager onderwijs lag de nadruk vooral op een versnelde assimilatie van Nederlandstalige kinderen in Brussel tot praktisch tweetalige kinderen. Om dat doel ook in de praktijk na te streven richtte de vereniging een heuse modelschool op. De school werd in 1875 in de Maurice Lemonnierlaan (toen de Henegouwenlaan) officieel geopend.

Uit de praktijk in de modelschool bleek dat een te snelle combinatie van de twee talen in het leslokaal onwerkbaar was en dat pas in het tweede jaar de andere taal kon worden geïntroduceerd worden. Er moesten dus al snel, in september 1877, voor het eerste studiejaar aparte Vlaamse en Franstalige klassen ingericht worden. Op 17 september 1877 werd met steun van de Brusselse afdeling van het Willemsfonds Willemsfonds (WF) Willemsfonds (WF) Het Willemsfonds (1851-heden) is een liberaal-vrijzinnige culturele vereniging en drukkingsgroep die het gebruik van het Nederlands promoot en ondersteunt. Lees meer , en van Julius Hoste sr. in het bijzonder, een Vlaamse klas ingericht met een dertigtal leerlingen. Het uiteindelijke doel bleef intussen dat de Vlaamse kinderen van de school in hun laatste studiejaar ook het Frans perfect machtig zouden zijn. Al in het derde studiejaar volgde daardoor een fusie van de Vlaamse klas met de Franstalige.

Het initiatief had een voorbeeldfunctie voor de latere inrichting van Vlaamse klassen in Brusselse stadscholen vanaf 1879, dankzij de inzet van Buls die tussen 1880 en 1883 voorzitter was van de Ligue. Als schepen van onderwijs (1879-1881) en vanaf 1881 als burgemeester vertolkte Buls de progressief-liberale onderwijsvisie van de Ligue, die uitging van het belang van de moedertaal als basistaal in het lager onderwijs. Hij introduceerde vanaf 1881 transmutatieklassen Transmutatieklassen Transmutatieklassen De transmutatieklas was een systeem dat de tweetaligheid wilde bevorderen door leerlingen geleidelijk via hun moedertaal Frans of Nederlands te leren. Het stelsel werd voor het eerst ing... Lees meer , waar kinderen geleidelijk de andere taal leerden via de eigen moedertaal nadat ze door de schoolhoofden waren ondergebracht in Vlaams- en Franstalige klassen volgens de gesproken taal. De voorwaarden om van het transmutatiestelsel van Buls een succes te maken werden in Brussel echter niet vervuld en aan de versnelling van het verfransingsproces in het lager onderwijs kwam hoe dan ook allesbehalve een einde. Ook de vrije vrijzinnige modelschool van de Ligue eindigde in mineur met een stopzetting in 1881 wegens aanslepende financiële problemen.

De Ligue de l’Enseignement in Vlaanderen, 1864-1914

Tussen 1865 en 1868 werden negen lokale afdelingen van de Ligue in Vlaanderen opgericht, maar ze legden weinig dynamiek aan de dag. De Ligue kon in Vlaanderen nauwelijks voet aan de grond krijgen. Mogelijke oorzaken waren een anti-Brusselse reflex in grote Vlaamse steden zoals Gent en Antwerpen en het feit dat in Vlaanderen de Ligue de concurrentie moest aangaan met een netwerk van (liberale) literaire en culturele verenigingen die zich ook bezighielden met volksonderwijs. Vanaf 1868 werden bijvoorbeeld, op initiatief van Julius Vuylsteke Vuylsteke, Julius Vuylsteke, Julius De Vlaamsgezinde advocaat, dichter en uitgever Julius Vuylsteke (1836-1903) was het boegbeeld van het Vlaamsgezinde liberalisme. Hij lag aan de basis van de Gentse studentenvereniging ’T ... Lees meer , lokale afdelingen van het Willemsfonds opgericht. De afdeling van Gent was de eerste. Vuylsteke, bezieler van de eerste volksbibliotheek van het Willemsfonds in Gent, verzette zich tegen lokale concurrentie op gebied van liberale en volksopvoedende activiteiten. Daarenboven kampte de Ligue inmiddels duidelijk met een imagoprobleem in liberale Vlaamsgezinde kringen door haar Franstalige profiel. Hierdoor kwam in de Arteveldestad geen afdeling van de Ligue van de grond ondanks pogingen daartoe. Dit nam niet weg dat Vuylsteke als secretaris van het Willemsfonds de Ligue in 1868 hielp met het opstellen van een lijst Vlaamse boeken die geschikt waren voor volksbibliotheken. De bulletin van de Ligue bracht haar lezers ook dikwijls op de hoogte van de activiteiten van het Willemsfonds. Het bestuur van de Ligue knoopte trouwens ook contacten aan met andere Vlaamse (liberale) verenigingen die zich bezig hielden met volksopvoeding, zoals het Van Crombrugghe’s Genootschap Van Crombrugghe's Genootschap Van Crombrugghe's Genootschap Het Van Crombrugghe’s Genootschap werd opgericht in 1857 als een liberale organisatie die zich inzette voor het officieel onderwijs. Vanaf 1864 stelde het zich ook Vlaamsgezind op. ... Lees meer in Gent, De Toekomst De Toekomst Lees meer in Antwerpen en De Veldbloem De Veldbloem De Veldbloem Lees meer in Brussel. Wat betreft de lotsverbetering van de onderwijzers van het openbaar onderwijs, een ander aspect van haar werking, onderhield de Ligue gedurende een korte periode goede betrekkingen met de Onderwijzersbond Onderwijzersbond De Onderwijzersbond (1857-1869) was de eerste beroepsvereniging voor onderwijzers in België en ijverde voor de vernederlandsing van het lager onderwijs in Vlaanderen. Lees meer , die reeds in 1869 werd opgeheven.

Over het algemeen kenden de lokale afdelingen van de Ligue die wél konden worden opgestart een veelbelovend begin in de jaren 1865-1870. Hun activiteiten doofden nadien echter snel uit. De centralistische organisatiecultuur hielp de Ligue niet op het katholieke Vlaamse platteland en in kleinere steden zoals Mechelen. Lokale Ligue-militanten botsten er op een muur van onverschilligheid ten aanzien van de Brusselse laïciseringsplannen voor het lager onderwijs en initiatieven rond seculier volksonderwijs.

Het Brusselse evenement voor de Vlaamse leden van de Ligue in december 1871 kon het tij niet keren. Tegen 1875 was er ook in de afdelingen in het Zuiden van het land nog weinig vitaliteit te bespeuren.

In 1905, na een periode van terugval in de jaren 1890, werd Buls opnieuw voorzitter van de Ligue. De Ligue vond in de vroege 20ste eeuw opnieuw een nieuw elan. De organisatie fuseerde in 1905 met de door de onderwijzer Nicolas Smelten opgerichte Union Nationale pour la Défense de l’Enseignement Public. Dit bracht een reorganisatie met zich mee, waardoor de Ligue vanaf dat moment openstond voor de collectieve aansluiting van bestaande groepen. Zo sloten vanaf 1905 heel wat lokale afdelingen van de Algemene Belgische Onderwijzersbond aan.Ook tijdens zijn tweede termijn als voorzitter (1905-1914) hechtte Buls belang aan het behoud van een tweetalig België als uitdrukking van het nationale karakter van het land, weliswaar op voorwaarde dat de duidelijke dominantie van de moedertaal in Vlaanderen en Wallonië in acht werd genomen. Het engagement van de Ligue rond de taalkwestie verschoof van het lager naar het middelbaar en hoger onderwijs. Dit had alles te maken met de opkomst van een nieuwe strekking binnen de Vlaamse beweging die bij monde van intellectuelen zoals Lodewijk de Raet De Raet, Lodewijk De Raet, Lodewijk Lodewijk de Raet (1870-1914) was een econoom en ambtenaar die in belangrijke mate bijdroeg aan de theorievorming over de Vlaamse beweging en deze van een sociaaleconomisch denkraam voorza... Lees meer en August Vermeylen Vermeylen, August Vermeylen, August August Vermeylen (1872-1945) was een schrijver, literatuur- en kunsthistoricus, en socialistisch senator. In het tijdschrift Van Nu en Straks, waarvan hij de leiding had, publiceerde hij ... Lees meer pleitte voor de vorming van een Vlaamse socio-economische elite. Gespecialiseerd onderwijs gold daarbij als het belangrijkste instrument om politieke macht te verwerven en de economische én culturele bloei van Vlaanderen te stimuleren. De Ligue pleitte voor een Vlaamse universiteit maar ook voor eerbied voor het Frans als onderwijstaal in Vlaanderen. Tot ongenoegen van het katholieke flamingantisme verwierpen de bisschoppen in september 1906 in hun gezamenlijke onderrichtingen aan katholieke collegedirecteurs een vernederlandste universiteit in Vlaanderen (zie Kerk Kerk De verhouding tussen Kerk en Vlaamse beweging vertoont historisch een tweevoudig beeld. Enerzijds waren de godsdienstige en de Vlaamsgezinde overtuiging innig verstrengeld en vormde de cl... Lees meer ), omdat het Nederlands volgens hen geen internationale academische taal was en nooit op dezelfde hoogte als het Frans zou kunnen staan. De Ligue, ongetwijfeld aangemoedigd door haar antiklerikale profiel, schaarde zich als reactie in haar tijdschrift achter de ideeën van De Raet rond de vernederlandsing van de Gentse universiteit en zijn pleidooi voor het Nederlands als volwaardige universitaire onderwijstaal. 

Toen in 1906 de bisschoppelijke visie op het Nederlands als onderwijstaal heel wat beroering veroorzaakte, zocht de Ligue ook meteen contact met het Willemsfonds , waarmee de vereniging sinds kort immers de banden had aangehaald. De algemene raad van de Ligue stelde in 1906 een conventie op ter bevordering van de samenwerking en ondersteuning tussen beide organisaties. Deze overeenkomst werd goedgekeurd door het Willemsfonds en verscheen in 1907 in het tijdschrift van de Ligue. De Ligue verbond er zich bijvoorbeeld toe haar leden via haar tijdschrift op de hoogte te houden van de activiteiten van het Willemsfonds in Vlaanderen en beide organisaties zouden hun middelen en infrastructuur ter beschikking van elkaar stellen om de organisatie van volksvoordrachten, rondreizende bibliotheken, concerten etc. te faciliteren. De Ligue zag door deze samenwerking waarschijnlijk meer Vlaamse leden toetreden. Vanuit de afdelingen van het Willemsfonds klonken echter al snel klachten dat de vereniging niet bijdroeg aan de financiering van rondreizende volksbibliotheken in Vlaanderen. Het algemeen bestuur van het Willemsfonds vroeg dan ook in 1908 dat de Ligue, die ‘door de omstandigheden altijd meer zijnen invloed in het Walenland zal kunnen doen gelden’, jaarlijks een deel van haar begroting zou voorbehouden voor de organisatie van de rondreizende Willemsfondsbibliotheken in Vlaanderen om zo meer tegemoet te komen aan haar Vlaamse leden. Een commissie van de Ligue publiceerde in 1909 en 1912 in elk geval een geactualiseerde Vlaamse boekenlijst voor prijsuitdelingen en bibliotheken van openbare scholen. Hiermee sloot de Ligue opnieuw aan bij een engagement dat ze ook al in de beginperiode was aangegaan, toen ze in de jaren 1860 met de hulp van het Willemsfonds een lijst van Vlaamse boeken liet opstellen en verspreiden voor volksbibliotheken.

De interventies van de Ligue in de taalkwestie bleven in de periode 1905-1914 hoe dan ook totaal ondergeschikt aan de strijd voor verplicht onderwijs en de verdediging van het officiële onderwijsnet. De verdediging van het officiële onderwijs in een land geregeerd door katholieke regeringen bleef voor de Ligue prioritair. In 1911 probeerde de Ligue bijvoorbeeld meteen om samen met het Willemsfonds oppositie te voeren tegen het wetsontwerp van Franz Schollaert Schollaert, Franz Schollaert, Franz De Franstalige katholieke politicus Franz Schollaert (1851-1917) engageerde zich niet rechtstreeks in de Vlaamse beweging, maar als kamervoorzitter en eerste minister effende hij wel het... Lees meer voor een gedeeltelijke vernederlandsing van het vrij middelbaar onderwijs. Meer zelfs, de Ligue was de drijvende kracht achter de massamobilisatie van socialisten en liberalen tegen de schoolbon waarmee de katholieke regeringsleider Schollaert een min of meer gelijke betoelaging van vrije en officiële lagere scholen wenste te realiseren.

Groei tijdens het interbellum, maar geen duurzame verankering in Vlaanderen

Na de Eerste Wereldoorlog Eerste Wereldoorlog Eerste Wereldoorlog De Vlaamse beweging is fundamenteel getekend door de Eerste Wereldoorlog. De oorlog maakte een verregaande democratisering onafwendbaar, met wezenlijke gevolgen voor het politieke draagv... Lees meer betreurden enkele veteranen van de Ligue, in het bijzonder Alexis Sluys, de veranderde tijdsgeest. Door de toenemende spanningen tussen Vlamingen en Walen kwam hun ideaal van een tweetalig België verder in de verdrukking. Hoewel de algemene raad in januari 1923 het recht van Vlamingen op hoger onderwijs in het Nederlands erkende, kantte ze zich tegen de volledige vernederlandsing van de Gentse universiteit. De raad besloot ook dat de Ligue later die maand met haar vaandel zou vertegenwoordigd zijn op een grote betoging in Brussel die werd georganiseerd door de Ligue nationale pour la Défense de l'Université de Gand et la Liberté des Langues Ligue nationale pour l'unité belge (LNUB) Ligue nationale pour l'unité belge (LNUB) De Ligue nationale pour l'unité belge was een vereniging die koste wat het kost het Franstalig universitair onderwijs in Gent en de positie van het Frans in Vlaanderen wilde veiligstellen... Lees meer en gericht was tegen de vernederlandsing van de universiteit. Belangrijke Vlaamsgezinden zoals Julius Hoste Jr. Hoste, Julius (jr.) Hoste, Julius (jr.) Julius Hoste jr. (1884-1954) was een Vlaamsgezinde liberaal die actief was in de pers en de politiek. Hij behoort tot de kopstukken van de Vlaamse beweging. Lees meer en Willemsfonds-voorzitter Jozef Vercoullie Vercoullie, Jozef-Frederik Vercoullie, Jozef-Frederik Jozef-Frederik Vercoullie (1857-1937) was een Vlaamse filoloog, politicus voor de Liberale Partij en voorzitter van het Willemsfonds (1919-1937). Hij wordt beschouwd als de grondlegger va... Lees meer en enkele Vlaamse en Brusselse parlementairen zoals Edmond Doms Doms, Edmond Doms, Edmond Edmond Doms (1873-1940) was voor de Eerste Wereldoorlog hoofdredacteur van de Gazet Van Brussel. Als socialistisch politicus in Leuven en in de Kamer ijverde hij later voor een verdere ve... Lees meer , Hubert Robyn en Guillaume Melckmans dienden hun ontslag in als lid uit protest tegen deze opstelling van de Ligue die zich in 1907 nog achter De Raets ideeën had geschaard. De Ligue zag desondanks haar individuele ledenaantal tussen 1925 en 1940 stijgen van 2500 naar 5000 en het aantal aangesloten organisaties steeg in diezelfde periode van 200 naar 500.

Debatten over de taalkwestie werden in de schoot van de vereniging zo veel mogelijk vermeden. In 1929 zag de algemene raad zich toch genoodzaakt om de op handen zijnde nieuwe taalwetgeving Taalpolitiek en -wetgeving Situaties van taalonderdrukking vindt men wereldwijd. Daarom besteedt deze bijdrage eerst aandacht aan gehanteerde taalpolitieke strategieën. Ook in België verzette een gedomineerde taalg... Lees meer inzake het onderwijs te bespreken. Léon Troclet Troclet, Léon Léon Troclet (1872-1946) was een socialistisch politicus. Hij was een federalist, lid van Assemblée wallonne en nadien van de Luikse Ligue d’action wallonne. Hij ondertekende het Compromi... Lees meer , die pleitte voor eentaligheid van de regio’s, clashte in de discussies met Modest Terwagne Terwagne, Modest Terwagne, Modest Modest Terwagne (1864-1945) was een socialistisch politicus, die rond de eeuwwisseling de Antwerpse BWP leidde. Terwagne zetelde van 1897 tot 1920 als gemeenteraadslid in Antwerpen en was... Lees meer , die zich vanuit een anti-flamingantische reflex opwierp als verdediger van de Franstalige minderheden in Vlaanderen. Om interne ruzies en breuken te vermijden besloot de Ligue zich terug te trekken uit het ideologische debat en de taaldiscussies strikt te beperken tot die aspecten die het officieel onderwijs aanbelangden. De Ligue stelde zich nu op het bekende liberale standpunt: de taalkeuze is een vrije beslissing van het gezinshoofd. De nieuwe taalwetgeving op het lager en middelbaar onderwijs van 14 juli 1932 – die het principe ‘streektaal is gelijk aan voertaal’ verkoos boven de vrije keuze van het gezinshoofd en die streektaal dus vóór de moedertaal plaatste – betekende dan ook een nederlaag voor de vereniging. Een lichtpunt voor de Ligue was dat in Brussel indirect het principe van de vrijheid van het gezinshoofd bleef gelden, wat in de praktijk neerkwam op verdere verfransingsdruk.

In tegenstelling tot de situatie bij de vorige taalwetgeving van 1883 werd het vrij middelbaar onderwijs nu indirect wél aangemoedigd om de taalwetgeving die betrekking had op het officieel middelbaar onderwijs na te leven. De wet van 1932 stelde immers dat niemand kon worden toegelaten tot het universitair examen van kandidaat zonder getuigschrift van middelbare studies volgens de richtlijnen van de nieuwe wet. De Ligue toonde zich echter terecht bezorgd dat dit nieuwe taalregime nadelig zou zijn voor het officiële middelbare onderwijs en voordelig voor het vrij middelbaar onderwijs in Vlaanderen. Katholieke scholen die hun leerlingen niet voorbereidden op universitaire studies, zoals meisjespensionaten, hoefden de taalwetgeving namelijk niet te respecteren, wat hen een concurrentieel voordeel gaf. Daarenboven was de leerstof voor het staatsexamen ter homologatie van getuigschriften van middelbare studies gevolgd aan vrije scholen die de taalwetgeving van 1932 niet volgden veel minder omvangrijk dan het programma van de athenea. De Ligue besteedde vooral energie aan dergelijke technische dossiers en toepassingsmodaliteiten om vrije en officiële middelbare scholen op voet van gelijkheid te krijgen binnen de nieuwe taalcontext.

Hoewel de Ligue haar banden met Vlaanderen probeerde te onderhouden, verminderde de toch al geringe invloed van de organisatie in Vlaanderen na 1935 nog meer. Dit werd heel manifest toen in april 1939, onder impuls van Honoré Houvenaghel, het Algemeen (Vlaamsch) Verbond tot Bevordering van het Officieel Onderwijs (AVBO) werd opgericht. Houvenaghel was een van de belangrijkste Vlaamse krachten binnen de Ligue. Hij verpersoonlijkte de samenwerking tussen de Ligue en de vrijzinnige organisatiecultuur die zich vanaf het begin van de jaren 1930 ontwikkelde in Vlaanderen en de verdediging van de officiële school op zich nam. Houvenaghel stond reeds in 1933 aan de basis van het Verbond tot Verdediging van het Officiële Onderwijs in West-Vlaanderen. In die hoedanigheid maakte hij zijn intrede op een vergadering van de afgevaardigden van alle bij de Ligue aangesloten organisaties. In 1935 trad hij toe tot de algemene raad van de Ligue. Hij koos er evenwel voor om een apart orgaan als overkoepelende structuur voor Vlaamse provinciale verbonden in het leven te roepen. Houvenaghel tilde immers zwaar aan het uitblijven van een Vlaams Ligue-tijdschrift en het complete gebrek aan een duurzame band tussen de Franstalige Ligue-leiders in Brussel en Vlaanderen. Ligue-voorzitter Smelten betreurde Houvenaghels strategische keuze voor een autonome Vlaamse koepel omdat op deze manier de Ligue zich als ‘nationale’ vereniging nog meer diende terug te plooien op Wallonië en Brussel. De Ligue verzekerde het jonge AVBO uiteindelijk toch van haar bijstand. Houvenaghel werd in 1939 zelfs voorgedragen als ondervoorzitter van de Ligue en er waren plannen voor de installatie van een Vlaams secretariaat binnen het bureau. Van deze en andere ideeën kwam echter niets terecht door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog De Tweede Wereldoorlog werd in Vlaanderen getekend door de onvoorwaardelijke collaboratie van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). De samenwerking met de bezetter en de bestraffing erva... Lees meer , die aan Houvenaghel het leven kostte.

Het verdwijnen van elk Vlaamsgezind en uiteindelijk ook elk Vlaams accent na 1945

In de loop van de tweede helft van de eeuw verdween de Vlaamse kwestie zo goed als volledig uit het aandachtsveld van de Ligue. De organisatie mengde zich in de naoorlogse periode niet in de oplopende communautaire debatten, maar beperkte haar activiteiten tot de strijd om het behoud van het officieel onderwijs in Vlaanderen. Er werd daartoe nauw samengewerkt met het AVBO. Prominente AVBO-figuren maakten hun opwachting in de algemene raad van de Ligue. Vlaamse leden van de Ligue waren in de jaren 1950 ook lid van het AVBO en de eerste twee naoorlogse voorzitters van het AVBO, Edgard Missiaen en Alphonse Verheyden, waren opnieuw ondervoorzitter van de Ligue. De Ligue en het AVBO gaven in de eerste jaren van de jaren 1950 bovendien gezamenlijk een Nederlandstalig driemaandelijks bulletin uit. Vanaf 1955-1956 nam het AVBO alleen de redactie van het tijdschrift op zich. De wegen van het AVBO en de Ligue gingen begin jaren 1960 onherroepelijk uit elkaar. De Ligue kreeg daardoor nog meer dan voorheen een uitgesproken Franstalig profiel en het was tekenend dat tijdens de viering van het honderdjarige bestaan (1964) van de Ligue geen enkele allusie gemaakt werd op de oorspronkelijke Vlaamsgezinde standpunten en het vernieuwende tweetalige onderwijsproject in de 19de-eeuwse Modelschool. Ook de Vlaamsgezindheid van vele oorspronkelijke stichters werd op de plechtige viering nergens vermeld.

De Ligue bestaat vandaag de dag nog steeds als drukkingsgroep in Franstalig België en hecht veel belang aan haar rijke geschiedenis. De complexe historische interactie tussen de Vlaamse beweging en de Ligue blijft echter ook op de in 2014 gelanceerde gelegenheidswebsite naar aanleiding van het 150-jarige bestaan van de vereniging onbelicht.

Literatuur

Het archief van de Ligue de l’Enseignement wordt bewaard in het stadsarchief van Brussel. Voor de relatie tussen het Willemsfonds en de Ligue kan de onderzoeker het archief van het Algemeen bestuur van het Willemsfonds (bewaard in Liberas) raadplegen.

– La cause flamande, in: Bulletin de la Ligue de l’Enseignement, 1867-1868, nr.1, pp. 34-37.
– De Ligue de l’Enseignement en het Nederlandsch, in: De Toekomst, derde reeks, 1868, jg. 2, pp. 44-49.
– Assemblée flamande, in: Bulletin de la Ligue de l’Enseignement, 1871-1872, nr. 3, pp. 54-56.
– Convention avec le Willems-Fonds, in: Bulletin de la Ligue de l’Enseignement, jg. 43, 1907, nr. 1, januari-februari, pp. 21-23.
– Les Evêques et l’Université flamande, in: Bulletin de la Ligue de l’Enseignement, jg. 43, 1907, nr. 3, mei-juni, pp. 62-64.
– Onderrichtsverbond. Bijvoegsels aan het tweemaandelijks tijdschrift. Stuk nr. 14. Boekenlijst voor prijsuitdeelingen en schoolboekerijen, mei-juni 1909.
– Onderrichtsverbond. Bijvoegsels aan het tweemaandelijks tijdschrift. Stuk nr 31. Boekenlijst voor prijsuitdeelingen en schoolboekerijen, mei-augustus 1912.
– Conseil général, in: Bulletin de la Ligue de l’Enseignement, jg. 59, 1923, nr. 1, januari-februari, p. 32.
– J. Lory, Libéralisme et instruction primaire, 1842-1879. Introduction à l’étude de la lutte scolaire en Belgique, 1979.
– E. Gubin, Bruxelles au XIXe siècle: berceau d'un flamingantisme démocratique (1840 - 1873), 1979.
– H. van Velthoven, Taal en onderwijspolitiek te Brussel 1878-1914, in: Taal en Sociale Integratie, 1981, dl. IV, pp. 261-387.
– F. Simon, La Ligue de l’Enseignement et les associations d’instituteurs, 1864-1895, in: La Ligue de l’Enseignement et la Défense de l’École Publique avant 1914, 1986, pp. 23-36.
– R. Desmed, L’École modèle et le Musée scolaire, in: Histoire de la Ligue de l’Enseignement et de l’Éducation Permanente, 1864-1989, 1990, pp. 119-139.
– E. Gubin, La Ligue et la question linguistique, in: Histoire de la Ligue de l’Enseignement et de l’Éducation Permanente, 1864-1989, 1990, pp. 169-185.
– A. Uyttebrouck, Les grandes étapes d’une histoire de cent vingt-cinq années, in: Histoire de la Ligue de l’Enseignement et de l’Éducation Permanente, 1864-1989, 1990, pp. 11-47.
– J. Tyssens, Strijdpunt of Pasmunt. Levensbeschouwelijk links en de schoolkwestie, 1918-1940, 1993.
– P. Cullus, La Ligue de l’Enseignement de 1950 à 1959. De la lutte à l’espoir, et à la déception, in: E. Witte, J. de Groof en J. Tyssens, Het schoolpact van 1958. Ontstaan, grondlijnen en toepassing van een Belgisch compromis, 1999, pp. 587-624.
– L. Wils, Van de Belgische natie naar de Vlaamse natie: een geschiedenis van de Vlaamse beweging, 2009.
– 150 ans d’histoire de l’enseignement en Belgique francophone, mei 2014, geraadpleegd op 10 september 2024, op: https://150ans.ligue-enseignement.be/
– G. Gautier, La Ligue de l’Enseignement (1958-1976): de la désillusion du Pacte scolaire à l’affirmation comme mouvement d’éducation permanente, 2016.
– C. Reimann, Putting the Rural World on the Road of Progress? Experiences of Failure by Local Activists of the Belgian Education League (c.1865-1884), in: C. de Spiegeleer (red.), The Civilising Offensive. Social and Educational Reform in 19th-century Belgium, 2019.

Suggestie
Citeren

1998: Nico Wouters (pdf)

2024: Christoph De Spiegeleer

Inhoudstafel