Verpleegkunde
Tot eind jaren 1930 bleken de taalbelangen van Vlaamse verpleegsters vaak geen prioriteit binnen verpleegkundige beroepsorganisaties. De oprichting van een Vlaamse katholieke organisatie in 1936 en een Vlaamse neutrale organisatie in 1938 brachten hierin verandering. Het duurde tot de jaren 1960 voor ook de nationale verpleegkundige beroepsorganisaties taalgelijkheid tussen het Frans en het Nederlands gingen nastreven.
Luc De Munck (2025). Verpleegkunde. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2025. https://devb.be/id/ter-001574.
In de geschiedenis van de verpleegkunde in België
België Geen Vlaamse beweging zonder België. Het is ook onmogelijk om België te begrijpen zonder de geschiedenis van de Vlaamse beweging erbij te betrekken. Tussen het ontstaan van een culturele ... Lees meer speelde de levensbeschouwelijke breuklijn een prominentere rol dan de taalkwestie. De belangrijkste tegenstelling was niet Nederlands-/Franstalig maar katholiek/neutraal, waarbij neutraliteit betekende dat geen standpunt werd ingenomen in levensbeschouwelijke en politieke kwesties. De eerste Nederlandstalige verpleegstersschool startte dan wel in 1902 in Antwerpen Antwerpen (stad) Lees meer , maar tot de jaren 1930 was het verpleegkundig onderwijs Onderwijs Lees meer grotendeels Franstalig. In de werking van verpleegkundige beroepsorganisaties bleek de aandacht voor de taalbelangen van Vlaamse verpleegsters vaak geen prioriteit voor de meestal Franstalige verantwoordelijken. De oprichting van een Vlaamse katholieke organisatie in 1936 en een Vlaamse neutrale organisatie in 1938 brachten hierin verandering. Het duurde vervolgens tot het midden van de jaren 1960 voor ook de nationale verpleegkundige beroepsorganisaties taalgelijkheid tussen het Frans en het Nederlands gingen nastreven.
De beginperiode (tot 1914)
Tot diep in de 19de eeuw waren verpleegkundige zorgen in België bijna volledig in handen van vrouwelijke religieuzen (met uitzondering van de psychiatrische zorg, waar heel wat broeders actief waren). Pas in het laatste kwart van de eeuw kwam hierin geleidelijk verandering, toen in Luik, Brussel en Antwerpen scholen voor lekenverpleegsters werden opgericht. De doorbraak van de professionalisering van de verpleegkunde volgde in het eerste decennium van de 20ste eeuw: in 1902 ging een school voor ziekenverpleging van start in het Stuivenbergziekenhuis in Antwerpen, en vijf jaar later werden in Brussel Brussel In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich v... Lees meer drie verpleegstersscholen opgericht. De voertaal van de school in Antwerpen was Nederlands, deze van de scholen in Brussel was Frans. In de beginperiode van de school van de Brusselse Raad van Godshuizen werden er wel lessen in het Nederlands gedoceerd, omdat veel leerlingen - meestal meiden en knechten - nauwelijks of geen Frans kenden. Dit zorgde voor weerstand bij de dokters-docenten, want de meesten waren het Nederlands niet of onvoldoende machtig. Daarom werden de lessen al snel uitsluitend in het Frans gegeven.
Aansluitend bij de verpleegstersopleidingen die in het begin van de 20ste eeuw ontstonden, werd via een koninklijk besluit van 4 april 1908 een bekwaamheidsdiploma voor verpleegsters ingevoerd. De kandidaten moesten ofwel minstens twee jaar stage doen in een ziekenhuis, ofwel bewijzen dat ze een jaar theoretisch en praktisch onderwijs hadden gevolgd en daarover examen hadden afgelegd. Deze examens werden in het hele land georganiseerd door de provinciale medische commissies. In 1911 werden voor het eerst examens in het Nederlands afgelegd in Mechelen en Hasselt.
Kort na de instelling van het bekwaamheidsdiploma verscheen ook het Leerboek der Ziekenverpleging opgesteld volgens het Staatsprogramma, het eerste Nederlandstalige handboek voor verpleegsters. Het werd geschreven door de dokters Hendrik Deckx Deckx, Henri Lees meer , Alfons Fierens
Fierens, Alfons Historicus Alfons Fierens (1880-1921), een Vlaamsgezinde katholiek, ontwikkelde zich tijdens en na de Eerste Wereldoorlog tot een Belgische patriot naar het voorbeeld van en geïnspireerd... Lees meer , Jaak Gevaerts Gevaerts, Jaak Lees meer , Frans Nuyens en Alfons van de Perre
Van de Perre, Alfons De vermogende geneesheer Alfons van de Perre (1872-1925) speelde als actor in het flamingantische middenveld, als medeoprichter, beheerder en commentator van de krant De Standaard en als ... Lees meer (van 1912 tot 1919 ook Kamerlid voor de Katholieke Partij
Katholieke partij De katholieke partij, later CVP (vanaf 1945) en CD&V (vanaf 2001) speelde een cruciale rol in de geschiedenis van de Vlaamse beweging. De partij had een belangrijk aandeel in onder m... Lees meer ) en door apotheker Arnold Jozef Hendrix
Hendrix, Arnold Arnold Jozef Hendrix (1866-1946) was een apotheker, ijverde voor de vernederlandsing van het onderwijs en was betrokken bij de oprichting van Ons Volk Ontwaakt en De Standaard. Lees meer . Ze waren allen lid van de Katholieke Vlaamsche Hogeschooluitbreiding
Katholieke Vlaamsche Hogeschooluitbreiding (KVHU) De Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding is een vormings- en nascholingsorganisatie die in 1898 werd opgericht in Antwerpen. Later werden op diverse plaatsen in Vlaanderen afdelingen o... Lees meer en maakten bovendien deel uit van de redactie van het tijdschrift De Katholieke Ziekenverpleging. Maandschrift gewijd aan de wetenschappelijke en zedelijke vorming der Ziekenverplegers, het eerste Nederlandstalige tijdschrift voor verpleegsters, dat eveneens vanaf 1908 werd uitgegeven. Dit tijdschrift - dat verscheen tot 1914 - had de bedoeling om vanuit Vlaamse en katholieke hoek belangstelling te wekken voor de nieuwe verpleegstersopleiding. Het beoogde de ontwikkeling van de ziekenverpleging op zowel wetenschappelijk als zedelijk vlak.
De Eerste Wereldoorlog
Tijdens de Eerste Wereldoorlog
Eerste Wereldoorlog De Vlaamse beweging is fundamenteel getekend door de Eerste Wereldoorlog. De oorlog maakte een verregaande democratisering onafwendbaar, met wezenlijke gevolgen voor het politieke draagv... Lees meer was er bij de bevolking veel aandacht en waardering voor het werk van Belgische verpleegsters. Zij werden vooral gepercipieerd als moederfiguren en als voorbeeld van zorg (zie Gender
Gender Vrouwen en mannen kregen verschillende rollen binnen de Vlaamse beweging. De heersende verwachtingen spoorden echter niet altijd met de werkelijke genderverhoudingen en evolueerden boven... Lees meer ). Daarbij was er geen of nauwelijks aandacht voor de taalkwestie. Illustratief op dat vlak waren de inspanningen van de Vlaamse katholieke letterkundige Marie Elisabeth Belpaire
Belpaire, Marie-Elisabeth Marie-Elisabeth Belpaire (1853-1948) was een welgestelde Vlaamsgezinde auteur die verschillende projecten realiseerde ter promotie van de literatuur (zoals het tijdschrift Dietsche Warand... Lees meer , die in 1916 vanuit De Panne als eerste probeerde om een professionele organisatie voor verpleegsters op te richten. Ze pleitte voor een unie van Belgische katholieke en niet-katholieke verpleegsters, waarbij de vooroorlogse politieke en ideologische tegenstellingen naar de achtergrond zouden verschuiven. Er was geen enkele verwijzing naar Vlaamse verpleegsters. Belpaire besefte dat de meeste frontverpleegsters Franstalig waren. Ook de tijdschriften die Belpaire tijdens de oorlog voor verpleegsters uitgaf - Pour les Nurses, waarvan in 1916 twee nummers verschenen, en opvolger Aujourd’hui et Demain, dat verscheen vanaf november 1916 - waren eentalig Frans. De poging van Belpaire om een organisatie voor verpleegsters op te richten mislukte overigens, omdat een militair reglement van 1917 dit verbood. Het ging hier over een nota van luitenant-generaal Louis Ruquoy, de francofone stafchef van het Belgische leger
Leger De taalkwestie speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van het Belgische leger. Als een van de weinige echt nationale instellingen was het leger een brandpunt van diverse sociaal-p... Lees meer , die vooral de Vlaamse studiekringen viseerde. Belpaire protesteerde tegen deze maatregel, die enkele maanden nadien stilzwijgend werd opgeheven. Desondanks duurde het tot na de oorlog vooraleer een eerste professionele beroepsorganisatie voor verpleegsters werd opgericht.
De jaren 1920: toenemende taalproblematiek en communautaire frictie
De eerste aanzet tot een Vlaamse katholieke verpleegstersorganisatie werd in 1920 gegeven in Antwerpen, door de oprichting van de Beroepsvereeniging voor Ziekenverpleegsters. Deze vereniging telde 35 leden, vergaderde maandelijks en gaf vanaf begin 1921 het tijdschrift De Ziekenverpleegster uit. Dit tijdschrift is niet bewaard, maar volgens het Vlaamsch Geneeskundig Tijdschrift schreef de Gentse hoogleraar Frans Daels
Daels, Frans Frans Daels (1882-1974) vormde de spil van de Vlaamsgezinde organisaties aan het IJzerfront en groeide in het interbellum als voorzitter van het IJzerbedevaartcomité en voorvechter van N... Lees meer in het eerste nummer het voorwoord, en waren de hogervermelde artsen Alfons Fierens en Frans Nuyens eveneens betrokken bij de uitgave.
In 1922 werd de Fédération Nationale des Infirmières Belges (FNIB) opgericht als overkoepelende nationale federatie. De FNIB had een neutraal profiel en wilde de professionele, materiële en morele belangen van Belgische verpleegsters verdedigen. De bestaande lokale en provinciale verpleegsterverenigingen sloten zich bij de FNIB aan. In september 1923 werd een bestuur verkozen, met Jeanne Hellemans van de kort voordien opgerichte Mechelse verpleegstersvereniging als eerste voorzitster. Ondanks het feit dat met Hellemans een Vlaamse katholieke voorzitster werd gekozen, had de federatie een sterk francofoon karakter.
Vanuit Vlaamse hoek kwam hiertegen oppositie, vooral tegen het feit dat het tijdschrift L’Infirmière van de federatie aanvankelijk enkel Franstalig was. Op vraag van de vertegenwoordigers van de Antwerpse en West-Vlaamse verpleegstersverenigingen werd het tijdschrift in 1925 tweetalig (L’Infirmière/De Verpleegster); vanaf 1926 werden het twee afzonderlijke tijdschriften: L’Infirmière en De Verpleegster. Dit was echter niet naar de zin van het in 1922 door het Vlaamsch Congres voor Verpleegkunde en Sociale Geneeskunde opgerichte Tijdschrift voor Verpleegkunde, Vroedkunde en Sociale Geneeskunde, dat hierin concurrentie zag. Er werd voorgesteld om dit tijdschrift te aanvaarden als orgaan van de Vlaamse leden van de federatie, maar die ging niet op het voorstel in. Vanaf 1931 verscheen het eerste tijdschrift uit financiële noodzaak toch opnieuw in een tweetalige versie. De meerderheid van de artikels waren wel in het Frans opgesteld, en de Nederlandse vertalingen van de verslagen van de federatie lieten meer dan eens te wensen over.
In het nummer van 31 januari 1926 van het Tijdschrift voor Verpleegkunde, Vroedkunde en Sociale Geneeskunde hadden Frans Daels en M. Peremans ondertussen een oproep aan de Vlaamse verpleegsters gericht. Daarin betreurden ze dat deze hun vertrouwen aan de federatie hadden gegeven en in de schoot ervan met een Vlaams tijdschrift waren gestart. Ze pleitten dan ook voor de oprichting van een Vlaamsch Verpleegstersverbond, met de bedoeling Vlaamse verpleegsters uit de federatie los te weken. In het volgende nummer benadrukten beide ondertekenaars dat De Verpleegster, het Vlaamse tijdschrift van de federatie, hun eigen tijdschrift ondermijnde en tweedracht veroorzaakte. Ze riepen de Vlaamse verpleegsters opnieuw op om een eigen verbond op te richten dat hun beroepsbelangen zou verdedigen. In augustus 1926 werd dit Vlaamsch Verpleegstersverbond ‘principieel’ opgericht tijdens een congres in Gent. Daarbij werden Vlaamse verpleegsters aangemoedigd om provinciale verenigingen te stichten; zij zouden dan samen een dergelijk verbond vormen. De poging mislukte echter. Veel Vlaamse verpleegsters waren al aangesloten bij plaatselijke en gewestelijke verenigingen, die op hun beurt lid waren van de federatie. Met uitzondering van de vereniging van Oost-Vlaanderen wilden ze zich daar niet van distantiëren, omdat de federatie hen vertegenwoordigde op nationaal en internationaal vlak en ook als enige bevoegd was voor de toelating om het verpleegstersuniform te dragen. Het duurde nog wel tot 1928 vooraleer in de schoot van de federatie na voorzitster Jeanne Hellemans opnieuw een Vlaamse verpleegster deel ging uitmaken van het bestuur: voorzitster C. de Petter-Segers van de Beroepsvereeniging van Ziekenverpleegsters van Antwerpen werd op 19 april van dat jaar aangesteld als adjunct-penningmeester.
Naast zijn oproep om een Vlaamsch Verpleegstersverbond op te richten, liet Frans Daels zich in dezelfde periode ook zeer kritisch uit over het in 1919 opgerichte Nationaal Werk voor Kinderwelzijn (NWK), dat zich via consultaties voor kinderen en huisbezoeken toelegde op preventieve gezondheidszorg. Door het koninklijk besluit van 3 september 1921, dat de verpleegstersopleiding reorganiseerde, werd een nieuw diploma voor verpleegster-bezoekster (vandaag thuisverpleegkundige) opgericht. Voor zijn verpleegsters-bezoeksters deed het francofone NWK aanvankelijk uitsluitend een beroep op afgestudeerden van de Franstalige Brusselse verpleegstersscholen, wat de bezorgdheid deed ontstaan over een sterke instroom van Nederlandsonkundige Brusselse verpleegsters in het Vlaamse landsgedeelte. Het duurde een hele tijd vooraleer ook afgestudeerden van Vlaamse verpleegstersscholen voor dit werk werden gevraagd. De taalperikelen met verpleegsters die geen Nederlands spraken, doken nadien nog op in de schoot van het NWK. Zo deed een Vlaamse verpleegster-bezoekster in een vrije tribune in het Tijdschrift voor Verpleegkunde, Vroedkunde en Sociale Geneeskunde van 31 augustus 1928 haar beklag over het feit dat ze inspectie had gekregen van een Waalse toezichtster die geen woord Nederlands kende.
Ondertussen hadden in Gent taalkundige spanningen tussen de bestuursleden van de bestaande beroepsvereniging van Oost-Vlaanderen - die grotendeels in handen was van Franstalige verpleegsters - er op 7 juli 1927 toe geleid dat de vereniging ophield te bestaan. In plaats daarvan werd een studiekring van Vlaamse verpleegsters opgericht. Deze studiekring groeide uit tot de Beroepsvereeniging voor volledig gediplomeerde verpleegsters van Oost-Vlaanderen, die op 2 december 1928 werd gesticht. Initiatiefnemer was dokter Jozef van Caeckenberghe
Van Caeckenberghe, Jozef Jozef van Caeckenberghe (1895-1983) was een Antwerpse arts, die betrokken was bij de Vlaamse Wetenschappelijke Congressen en het Algemeen Vlaamsch Geneesheerenverbond. Tijdens de Tweede W... Lees meer , afgevaardigd-beheerder van het secretariaat van het Vlaamsch Congres voor Verpleegkunde en Sociale Geneeskunde en assistent van professor Frans Daels aan de Gentse universiteit. Zijn echtgenote, verpleegster Martha vanden Bossche, werd voorzitster.
De vereniging sloot zich aan bij de nationale federatie, met de bedoeling de organisatie van binnenuit te veranderen. In artikel 29 van de statuten van de nieuwe vereniging stond uitdrukkelijk vermeld dat schriftelijke of mondelinge onderhandelingen met de federatie in het Nederlands moesten gebeuren, en dat haar afgevaardigden op de bestuursvergaderingen van de federatie Nederlands gingen spreken. Op de eerste vergadering waarop ze aanwezig waren, werd dan ook het gebruik van het Nederlands voor haar twee afgevaardigden geëist. Ze brachten eveneens kritiek uit op het niet-neutrale karakter van het tijdschrift van de federatie, naar aanleiding van het feit dat de verslagen van aangesloten beroepsverenigingen in dat tijdschrift gedeeltelijk geschrapt waren. Toen de federatie eind 1930 verbood voortaan nog kritische verslagen van haar bestuursvergaderingen te publiceren in het Tijdschrift voor Verpleegkunde, Vroedkunde en Sociale Geneeskunde, was de maat voor de Oost-Vlaamse vereniging vol en diende ze haar ontslag in. Vanaf dan was de vereniging zelfstandig en stuurde ze aan op samenwerking met andere Vlaamse verpleegstersverenigingen. Ze wilde deze losweken uit de federatie en groeperen in een Vlaamsch Verpleegstersverbond, maar net zoals in 1926 lukte dat niet.
De jaren 1930
Het zou nog tot 1936 duren vooraleer een overkoepelende Vlaamse beroepsvereniging werd opgericht: de Vereeniging voor Katholieke Verpleegsters en Vroedvrouwen der Vlaamsche gouwen in België (VKVV). Deze ontwikkeling viel niet los te zien van de taalwetten Taalpolitiek en -wetgeving Situaties van taalonderdrukking vindt men wereldwijd. Daarom besteedt deze bijdrage eerst aandacht aan gehanteerde taalpolitieke strategieën. Ook in België verzette een gedomineerde taalg... Lees meer van de jaren 1930 die Vlaanderen eentalig Nederlands maakten, met als gevolg dat de druk om een Nederlandstalige beroepsvereniging te vormen toenam.
De VKVV ging zich onafhankelijk opstellen tegenover de Association des Infirmières Catholiques Belges (AICB), die in 1924 was opgericht uit onvrede met de levensbeschouwelijk neutrale standpunten van de FNIB, die niet in overeenstemming waren met de katholieke doctrine. Door haar autonome werking kon het VKVV de specifieke beroepsbelangen van katholieke verpleegsters uit het Vlaamse taalgebied behartigen. In 1937 werd Jeanne Hellemans - tot 1935 voorzitster van de FNIB - als voorzitster van het VKVV aangeduid. In datzelfde jaar kreeg de vereniging ook een eigen secretariaat, dat gevestigd was in de lokalen van de AICB. Op 26 en 27 augustus 1939 hield het VKVV een eerste nationaal congres in Gent. Op de slotzitting van het congres benadrukten de sprekers dat het VKVV de enige organisatie was die de Vlaamse katholieke verpleegsters verenigde. Ondertussen was in 1938 wel een Nederlandstalige afdeling van de FNIB opgericht, het Nationaal Verbond van Belgische Verpleegsters (NVBV). Die afdeling zou in de schoot van de grotendeels Franstalige FNIB slechts een beperkte autonomie verwerven.
Op 23 januari 1937 werd op initiatief van dokter Leon Elaut
Elaut, Leon Leon Elaut (1897-1978) was een Vlaamsgezinde hoogleraar geneeskunde aan de Gentse universiteit. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij wegens collaboratie veroordeeld tot twee jaar gevangenis... Lees meer de Federatie van Vlaamsche verpleegstersscholen opgericht. Elaut was sinds 1930 als uroloog werkzaam in het Sint-Vincentiusziekenhuis van de Zusters van Liefde in Gent, en gaf les aan de verpleegstersschool die aan het ziekenhuis was verbonden. In zijn openingsrede bij de stichting van deze nieuwe federatie verwees hij naar het studieprogramma dat was uitgewerkt door het Tijdschrift voor Verpleegkunde, Vroedkunde en Sociale Geneeskunde in samenwerking met de provinciale verpleegstersschool van Oost-Vlaanderen, en dat met de andere Vlaamse verpleegstersscholen moest besproken worden. Vier uitgangspunten werden goedgekeurd. Naast het voorstel dat het programma uitsluitend op de activiteiten van de verpleegsters moest gericht zijn, hadden deze punten betrekking op de syllabus: een handboek voor Vlaamse verpleegstersscholen dat moest dienen als leidraad voor de vorming, eenheid moest brengen in het onderwijs en ‘in een klare taal’ moest worden opgesteld. Enkele weken na de oprichting had een studiecommissie al een dergelijke syllabus uitgewerkt en besproken met de 25 Vlaamse scholen die deel uitmaakten van de nieuwe federatie. Er werd bepaald dat deze Vlaamse federatie zelfstandig moest zijn, maar wanneer het nodig was, zou overleggen met de Belgische Federatie van Verpleegstersscholen. Er werd ook bij minister van Volksgezondheid Arthur Wauters
Wauters, Arthur Arthur Wauters (1890-1960) was hoogleraar economie en socialistisch minister. In 1931 verdedigde hij de Vlaamse beweging als een democratisch streven. Lees meer op aangedrongen dat de Vlaamse scholen in verhouding tot hun aantal zouden vertegenwoordigd zijn in de centrale studiecommissie van het ministerie, die de noden van de verpleegstersscholen moest bespreken.
Daarop werden de afgevaardigden van de pas opgerichte Vlaamse federatie uitgenodigd op de oprichtingsvergadering van de Hooge Raad van Verpleegstersscholen, die op 18 juni 1937 in Brussel Brussel In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich v... Lees meer plaatsvond. Elaut laakte op deze bijeenkomst het feit dat Nederlandsonkundige Brusselse afgevaardigden Vlaamse verpleegstersscholen hadden geïnspecteerd, wat in zijn ogen onaanvaardbaar was. Ondanks dit protest stelde Elaut vast dat de Vlaamse scholen daarop het verslag Brachet-Van Swieten - vernoemd naar respectievelijk Marguerite-Albert Brachet, mede-oprichtster van de Association des Infirmières-Visiteuses de Belgique (AIVB) en Raymond van Swieten, directeur van de Brusselse verpleegstersschool Sint-Camilllus - voorgelegd kregen. Dit (niet bewaard gebleven) verslag hemelde volgens Elaut het werk van de Brusselse scholen op, terwijl dat van de Vlaamse scholen werd neergehaald. Enkele Vlaamse scholen werden zelfs beschuldigd van separatistische ideeën. Elaut stelde eveneens vast dat de Brusselse vertegenwoordigers hun voorstellen al in een koninklijk besluit hadden gegoten, dat aan de vertegenwoordigers van de Vlaamse scholen in het Frans werd overhandigd. Hij meldde dan ook dat de federatie van deze scholen geen deel wenste uit te maken van de raad, zolang deze niet zou bestaan uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van de Vlaamse en Franstalige scholen. Daarbij moest de Brusselse vertegenwoordiging tot een passende verhouding teruggebracht worden. Een week later werden de Vlaamse leden van de raad op het ministerie ontboden. De onderhandelingen leidden ertoe dat de samenstelling van de raad werd herzien, en het aantal Vlaamse leden werd uitgebreid van vijf tot acht (de Brusselse scholen hadden elf vertegenwoordigers, de Waalse vijf). Zes maanden later slaagden ze erin een volkomen nieuw statuut voor de verpleegstersopleiding uit te werken en aan de minister voor te leggen.
Het duurde uiteindelijk tot eind 1938 vooraleer onder impuls van Frans Daels het Algemeen Vlaamsch Verpleegstersverbond (AVVV) tot stand kwam: een Vlaamse levensbeschouwelijk neutrale verpleegstersfederatie, die de eerder mislukte poging om een Vlaamsch Verpleegstersverbond op te richten realiseerde. Opmerkelijk was wel dat het Tijdschrift voor Verpleegkunde, Vroedkunde en Sociale Geneeskunde in zijn nummer van november 1938 bij monde van zijn Vlaamsgezinde hoofdredacteur Leon Elaut geen standpunt pro of contra dit verbond wenste in te nemen, omdat hij vond dat het tijdschrift op dat vlak geen rol had te spelen. De Antwerpse verpleegster Cauterman werd de eerste voorzitster. Op 15 januari 1939 vond in Gent een eerste vergadering plaats, waarbij een gemengde commissie met het Algemeen Vlaamsch Geneesherenverbond
Vlaams Artsenverbond (VAV) Het Vlaams Geneesheren Verbond (1922) was de beroepsvereniging van de Vlaams geneesheren. Het ijverde voor de vernederlandsing van de geneeskunde in Vlaanderen. Later werd geijverd voor ... Lees meer en het Algemeen Vlaamsch Vroedvrouwenverbond werd opgericht. Deze had tot doel een overzicht te maken van de vraagstukken die samen moesten aangepakt en opgelost worden. Over deze commissie werd nadien niets meer vernomen.
De oprichting van het AVVV leek vooral een bedreiging voor het NVBV, waar nationaal de Franstaligen nog steeds de dienst uitmaakten. Weinig Vlaamse verpleegsters maakten echter de overstap. De afgevaardigden van de Vlaamse katholieke plaatselijke en gewestelijke verpleegstersverenigingen besloten om niet in te gaan op het voorstel tot toetreding bij het neutrale AVVV, maar te kiezen voor het katholieke VKVV.
Ondertussen had het Algemeen Vlaamsch Geneesherenverbond tijdens het parlementaire jaar 1936-1937 in de Senaat als eerste een wetsvoorstel over het verpleegstersberoep ingediend, onder impuls van zijn voorzitter VNV
Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) Het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) (1933-1945) was een rechts-radicale Vlaams-nationalistische partij die tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde met de Duitse nationaalsocialistis... Lees meer -senator dokter Hilaire Gravez
Gravez, Hilaire Hilaire Gravez (1889-1974) was een Vlaams-nationalistische politicus en arts, die tijdens de Eerste Wereldoorlog een prominente rol speelde in de Frontbeweging. Tijdens de jaren 1930 koos... Lees meer . Het was een voorstel tot oprichting van een Orde van Geneeskundige Beroepen, dat ook van toepassing zou zijn op iedereen die het verpleegstersberoep uitoefende. Dit voorstel vanuit Vlaams-nationalistische hoek was een tegenvoorstel op een wetsontwerp voor de oprichting van een Orde van Geneesheren, eerder dat parlementaire jaar ingediend door het Algemeen Belgisch Geneesherenverbond. Onderhandelingen over een compromis tussen beide voorstellen mislukten, en daarop opteerde de regering voor de tekst van het Algemeen Belgisch Geneesherenverbond. Dit voorstel werd uiteindelijk op 23 december 1937 door de Senaat en op 8 juli 1938 door de Kamer aangenomen. Het Algemeen Vlaamsch Geneesherenverbond had finaal ingestemd met de voorgestelde tekst.
Het volgende wetsvoorstel over het verpleegstersberoep kwam opnieuw uit Vlaams-nationalistische hoek, en vond zijn oorsprong in het zeventiende Congres voor Verpleegkunde, Vroedkunde en Sociale Geneeskunde. Op 28 augustus 1938 hield dokter Van Hoof, secretaris van het Algemeen Vlaamsch Geneesherenverbond, er een inleiding tot en bespreking van een wettelijk statuut voor de verpleegster. Zijn voorstel kreeg een politiek verlengstuk door het wetsvoorstel tot het oprichten van een wettelijk statuut voor het verplegend personeel, dat Gravez op 22 december 1938 in de Senaat indiende. Het begin van de Tweede Wereldoorlog zorgde ervoor dat dit voorstel niet werd besproken.
De Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog De Tweede Wereldoorlog werd in Vlaanderen getekend door de onvoorwaardelijke collaboratie van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). De samenwerking met de bezetter en de bestraffing erva... Lees meer bleven de Vlaamse verpleegstersscholen functioneren, maar er waren wel gevallen van opeising door Duitse militairen (bijvoorbeeld bij de school voor verpleegsters-monitrices in Leuven). Vervoers- en ravitailleringsproblemen zorgden meermaals voor problemen. Het VKVV moest zich tijdens de oorlog hoofdzakelijk beperken tot een aantal lokale initiatieven. Op nationaal vlak werd in oktober 1943 een studiedag georganiseerd in Dilbeek, waarop verschillende verpleegstersscholen werden uitgenodigd. Er verschenen ook enkele nummers van het begin 1940 opgerichte tijdschrift De Katholieke Vlaamse Verpleegster, maar de uitgave ervan werd begin 1942 geschorst. De neutrale federatie verving bij het begin van de oorlog haar tijdschrift door een beperkt bulletin, maar ook die uitgave werd in 1943 door de bezettende overheid verboden. In tegenstelling tot het VKVV en het NVBV, kon het AVVV tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn werking voortzetten. Het was in Vlaanderen de enige door de bezetter toegelaten beroepsorganisatie voor verpleegsters. Over de oorlogswerking van de organisatie werden echter geen gegevens teruggevonden, waardoor het niet mogelijk is om de banden tussen het AVVV en de bezetter te duiden.
Wat wel kan worden verduidelijkt, is de rekrutering van Vlaamse verpleegsters om tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland
Duitsland & Vlaanderen Van de eerste helft van de 19de eeuw tot 1945 stond het Duitse beeld van Vlaanderen in het teken van etnisch-culturele verbondenheid. Die romantische perceptie leefde vooral bij een beper... Lees meer te gaan werken in dienst van het Duitse Rode Kruis en de SS. Als eerste werd hiermee begonnen door de Vrouwenwerken van de DeVlag
Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap (DeVlag) De Duitsch-Vlaamsche Arbeidersgemeenschap (DeVlag) (1935-1945) was vóór de Tweede Wereldoorlog een organisatie van Vlaamse en Duitse studenten. Tijdens de oorlog ontpopte de DeVlag zich ... Lees meer , wier afdeling Vrouwenhulpdienst er vanaf 1941 voor opteerde om meisjes bij te scholen tot verpleegster. Op 10 april 1942 berichtte Magda Gravez-Haegens
Haegens, Magda Magda Haegens (1900-1992) had de leiding over de vrouwenorganisatie van het Vlaams Nationaal Verbond (VNV), tot ze in 1940 uit deze functie ontslagen werd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ... Lees meer , algemeen leidster van Vrouwenwerken, dat de eerste groep meisjes van Vrouwenhulpdienst naar Duitsland was vertrokken. Vanaf dan werd werk gemaakt van de samenstelling van een tweede groep kandidaten. Pas na zes maanden voorbeeldige dienst en nadat de kandidaten aantoonden dat ze de vereiste aanleg en bekwaamheid bezaten, werd het licht op groen gezet voor hun verdere opleiding tot verpleegster. Vermoedelijk deed de DeVlag voor deze opleiding een beroep op haar Duitse zusterorganisatie, naar wier voorbeeld ze was opgericht en uitgebouwd. De rekrutering geschiedde in deze fase nog niet onder toezicht van de SS, zoals dit in februari 1943 bij het vertrek van het eerste Deutsche Rote Kreuz (DRK)-contingent vrijwilligsters wel het geval zou zijn. Er was toen ook nog geen sprake van inzet in het oorlogsgebeuren: de wervingsacties hadden in eerste instantie tot doel Vlaamse meisjes in oorlogstijd een verpleegstersopleiding in Duitsland te laten volgen.
In januari 1942 ondernam het Vlaamsch Nationaal Vrouwenverbond
Vlaamsch Nationaal Vrouwenverbond (VNVV) Het Vlaamsch Nationaal Vrouwenverbond (1930-1944) was een Vlaams-nationalistische vrouwenorganisatie die in 1934 deel werd van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). Lees meer (VNVV) in samenwerking met de Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen (NSJV) Lees meer (NSJV) een analoog initiatief. In tegenstelling tot de DeVlag wilde het VNVV geen Vlaamse meisjes tot verpleegster opleiden, maar gediplomeerde Vlaamse verpleegsters naar Duitsland sturen. Een artikel in Volk en Staat
Volk en Staat Volk en staat (15 november 1936 - 3 september 1944) was een Vlaams-nationalistisch dagblad en orgaan van het Vlaamsch Nationaal Verbond. Het blad verscheen als opvolger van De Schelde (1... Lees meer van 15 januari 1942 spoorde gediplomeerde verpleegsters aan om zich te melden. Het NSJV gaf aan Jetje Claessens
Claessens, Jetje Jetje Claessens (1912-1995) was tijdens de Tweede Wereldoorlog leidster van de Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen (NSJV) en werd daarvoor ter dood veroordeeld. Ze ontving gratie en... Lees meer , leidster van de Dietsche Meisjesscharen
Dietsche Meisjesscharen (DMS) Dietsche Meisjesscharen (DMS) was een Vlaams-nationalistische jeugdbeweging voor meisjes verbonden met het Vlaamsch Nationaal verbond (VNV). Lees meer , opdracht om het initiatief te coördineren en besprekingen aan te knopen met het Duitse Rode Kruis. In navolging van het VNVV startte ook de DeVlag in september 1942 met het werven van gediplomeerde verpleegsters. Uiteindelijk vertrokken de eerste Vlaamse verpleegsters in februari 1943 naar Duitsland.
De opleiding van het eerste contingent Vlaamse DRK-Schwestern vond in januari 1942 plaats in Spa en was bedoeld voor niet-gediplomeerden. 27 vrouwelijke kandidaten volgden deze opleiding, die hen naast theoretische en praktische scholing ook vertrouwd maakte met de principes van het nationaalsocialisme. Op 5 februari vertrokken de 25 geslaagde kandidaten naar Duitsland. Vlaamse verpleegsters dienden die leergang niet te volgen en konden onmiddellijk naar Duitsland afreizen, waar ze werden tewerkgesteld in DRK-huizen voor een periode van drie maanden. Ze kregen er een namiddag per week politieke scholing en werden ook voor enkele dagen naar een DRK-school gestuurd, waar ze verder vertrouwd werden gemaakt met de nationaalsocialistische wereldbeschouwing. Na het verstrijken van de proefperiode en het slagen in een examen voor hulpverpleegster werden ze ingezet in burgerziekenhuizen of SS-lazaretten. In maart 1943 startte in Spa een tweede voorbereidingsleergang en vanaf het derde contingent vonden er voorbereidingsleergangen in Bosvoorde, Terhulpen en Brussel plaats.
De meeste kandidaten waren afkomstig uit Vlaams-nationalistische gezinnen, en hadden in veel gevallen ook familieleden die actief waren in de Vlaamse beweging. Ongeveer 600 Vlaamse hulpverpleegsters waren tijdens de oorlog in Duitsland actief. Ze hielden zich voornamelijk bezig met het verzorgen van schot- en brandwonden. Verpleegsters die in frontlazaretten werden ingezet, dienden dikwijls soldaten te verzorgen die in vuurgevechten waren betrokken. Weinig Vlaamse DRK-Schwestern verpleegden Vlaamse soldaten, want Duitse instanties kozen er niet doelbewust voor om ze te stationeren in frontlazaretten waar Vlaamse soldaten werden verzorgd.
Na de oorlog werden de DRK-Schwestern door het Belgische gerecht van militaire collaboratie
Collaboratie Collaboratie verwijst naar de samenwerking met de bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog, in casu van het Vlaams-nationalisme en een deel van de Vlaamse beweging. Lees meer beticht, omdat ze lid waren geweest van een paramilitaire formatie. Het merendeel kreeg een correctionele straf van minder dan vijf jaar. Het meest frequent werd een gevangenisstraf van zes maanden uitgesproken. Wanneer er echter andere feiten ten laste werden gelegd, zoals verklikking of propaganda, werden criminele straffen van vijf jaar of meer uitgesproken. Toen de hulpverpleegsters na enkele maanden of jaren vrijkwamen, hoopten ze om hun opgedane kennis in Duitsland te kunnen omzetten in een verpleegstersdiploma in het naoorlogse België. Doordat ze echter het in 1946 ingevoerde ‘certificaat van burgertrouw’ niet konden verkrijgen, werden ze niet toegelaten tot verpleegstersstudies. Hierdoor konden ze dus in België het verpleegstersberoep niet uitoefenen, waardoor bij velen de anti-Belgische gevoelens nog werden aangewakkerd.
1945-heden
Meteen na de Tweede Wereldoorlog hervatten de beroepsorganisaties hun werking. Tijdens de algemene vergadering van de neutrale federatie FNIB op 15 december 1945 eisten de Vlaamse ledenverenigingen dat de voorzitster perfect tweetalig was. Daarop werd verpleegster Van den Zype van de Vereeniging van Verpleegsters van de Sint-Elisabethschool van Leuven verkozen, maar zij diende zeer vlug haar ontslag in. Om dit in de toekomst te vermijden, werd besloten dat voortaan de voorzitsters van de Nederlands- en Franstalige afdelingen via een beurtrol tweejaarlijks het algemeen voorzitterschap gingen waarnemen. Toch werd deze taakverdeling in de tweede helft van de jaren 1940 niet op alle vlakken consequent toegepast. Zo bleek begin 1949 dat de twee vertegenwoordigers in de Paritaire Commissie van het ministerie van Arbeid allebei Franstalig waren.
Een soortgelijke taakverdeling werd ook voorzien voor de Algemene Unie van Verplegenden in België (AUVB), die op 17 mei 1952 als nieuwe overkoepelende organisatie werd opgericht. De Nederlands- en Franstalige katholieke en neutrale beroepsorganisaties maakten hiervan deel uit. Er werd meteen afgesproken dat zowel het voorzitterschap als het secretariaat afwisselend door een Nederlands- en een Franstalige zou worden waargenomen. Het verslag van de Commissie van Statuten en Plichtenleer van 28 februari 1953 was het eerste dat in het Nederlands werd gepubliceerd. In het verslag van de beheerraad van 26 juni 1953 vroeg voorzitster Mariette Keirens van het Nationaal Verbond der Katholieke Vlaamse Verpleegsters (NVKVV), de nieuwe benaming van het VKVV, dat de proces-verbalen van de beheerraad en van de commissies ‘regelmatig’ in het Nederlands zouden worden opgesteld. Het secretariaat van de AUVB beloofde om de praktische mogelijkheden daarvan te onderzoeken.
Ook in de daaropvolgende jaren bleven de verslagen vooral vertalingen uit het Frans. Zo werd in het eerste verslag van de studiecommissie beroepsvorming van 29 september 1961 vermeld dat NVKVV-secretaresse Jeanne Marie Raeymaekers ermee belast werd de verslagen te vertalen. Op de beheerraad van 5 februari 1964 werd vanuit het NVKVV het veelvuldig gebruik van het Frans op AUVB-vergaderingen aangekaart. Het NVKVV eiste dat meer gebruik van het Nederlands werd gemaakt, en drukte de wens uit dat de secretaresse van de AUVB perfect tweetalig zou zijn, aangezien zij voor de vertalingen van de verslagen instond. Daarop werd voorgesteld om voortaan een beroep te doen op een vertaler. Op de volgende beheerraad stelde NVKVV-voorzitster Ghislaine van Massenhove voor om ‘in de mate van het mogelijke’ Nederlands te gebruiken tijdens vergaderingen. Daarop werd gesuggereerd om de proces-verbalen van de vergaderingen voortaan in beide landstalen te maken, wat vanaf dat moment systematisch gebeurde. Bij de neutrale federatie FNIB had het ook tot 1962 geduurd vooraleer het tijdschrift L’Infirmière opnieuw werd vervangen door het tweetalige tijdschrift L’Infirmière-De Verpleegster. De Vlaamse tak kwam wel maar beperkt aan bod in het tijdschrift. Slechte vertalingen wezen op de blijvende Franstalige oriëntatie van de organisatie, die in 2022 nog werd geïllustreerd door de grotendeels eentalige viering van haar honderdjarig bestaan.
Literatuur
— Archief Nationaal Verbond Katholieke Vlaamse Verpleegkundigen (NVKVV)) [Kadoc, Leuven].
— Tijdschrift voor Verpleegkunde, Vroedkunde en Sociale Geneeskunde, Gent, 1922-1942.
— F. Daels, Voordrachten over verpleegkunde en sociale geneeskunde, Antwerpen, 1937.
— J. van Caeckenberghe, De Beroepsvereeniging voor volledig gediplomeerde Verpleegsters van Oost-Vlaanderen voorstander van een Algemeen Vlaamsch Verpleegstersverbond, Gent, 1938.
— C. Mechelynck, La Fédération Nationale des Infirmières Belges a quarante ans, Ottignies, 1962.
— L. Elaut, Mijn memoires. Van Keiberg tot Blandijnberg, Beveren/Nijmegen, 1978.
— K. Vermandere, Ontstaan en groei van NVKVV 1919-1969, Brussel, 1987.
— N. Bockaert, Leon Elaut (1897-1978). Een bevoorrecht getuige van zijn tijd, Antwerpen, 1997.
— B. van Cauter, Engelen aan het Oostfront. Vlaamse hulpverpleegsters in dienst van het Duitse Rode Kruis en de SS tijdens de Tweede Wereldoorlog, Vrije Universiteit Brussel, niet-gepubliceerde licentiaatsverhandeling, 1997-1998.
— S. de Graeve, Professionele zorgverstrekking en gender. Dienende liefde bij verpleegsters en vroedvrouwen 1907-1946, Katholieke Universiteit Leuven, niet-gepubliceerde masterproef, 1998.
— L. de Calf, Van een edele jonkvrouw naar een Dolle Florence. Verpleegkundigen en vroedvrouwen in Vlaanderen, 1946-1974, Katholieke Universiteit Leuven, niet-gepubliceerde masterproef, 2000.
— S. de Graeve, Gefnuikte zelfstandigheid: vroedvrouwen en verpleegsters in de marge van de vrije beroepen (1908-1974), in: L. Van Molle en P. Heyrman (red.), Vrouwenzaken-zakenvrouwen. Facetten van vrouwelijk zelfstandig ondernemerschap in Vlaanderen, 1800-2000, Gent/Leuven, 2001, pp. 139-155.
— W. Lisarde, Omdat ik Vlaming ben. Een biografie van Frans Daels, Universiteit Gent, niet-gepubliceerde masterproef, 2011-2012.
— L. de Munck, ‘’Soms genezen, dikwijls verlichten, altijd troosten’. Belgische verpleegsters tijdens de Eerste Wereldoorlog, KU Leuven, gepubliceerde masterproef, 2016-2017.
— L. de Munck, Altijd troosten. Belgische verpleegsters tijdens de Eerste Wereldoorlog, Amsterdam, 2018.
— L. de Munck, Ghislaine Van Massenhove, een leven ten dienste van de verpleegkunde, in: J. L. Meulemeester (red.), Jaarboek 2021 Erfgoedkring 8460, Oudenburg, 2021, pp. 70-83.
— L. de Munck, Massenhove, Ghislaine van, in: Nationaal Biografisch Woordenboek, deel XXV, Brussel, 2022, kol. 828-844.
Luc De Munck (2025). Verpleegkunde. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2025. https://devb.be/id/ter-001574.
Redactiegeschiedenis
Redactiegeschiedenis
2025: Luc De Munck