Vlaamsche Kunstenaarsgilde
De Federatie van de Vlaamsche Kunstenaars(1940-1944) was een corporatistische organisatie van Vlaamsgezinde kunstenaars die tijdens de bezetting aanleunde bij de collaboratie.
Oprichting en beginselverklaring
Op 3 februari 1940 werd in Brussel de Federatie van de Vlaamse Kunstenaars gesticht. Deze Vlaamse Kunstenaarsgilde paste in de autoritaire, internationale tendens van het corporatisme Corporatisme Het corporatisme was in het interbellum, vooral in de crisisjaren 1930, een wijdverspreid, maar tegelijk vaag alternatief maatschappelijk en politiek model. Na de Tweede Wereldoorlog zou ... Lees meer , zoals in het Portugal van Salazar en het Italië van Mussolini: een bestuur vanuit vakgenootschappen met een sterke piramidale structuur. Eind jaren 1930 stak in Vlaanderen de roep om culturele autonomie bovendien sterk de kop op.
De eerste bijeenkomsten vonden eind 1939 plaats. Er volgde een oproep tot de vereniging van alle Vlaamse scheppende kunstenaars. De beginselverklaring verscheen op 17 februari 1940 in het Belgisch Staatsblad en vermeldde vier punten:
1. Bevordering van onderlinge waardering en bekendheid onder de Vlaamse kunstenaars.
2. Voortdurend streven naar erkenning en waardering der Vlaamse kunst in binnen- en buitenland.
3. Strenge waakzaamheid t.o.v. openbare besturen ter voorkoming van achteruitstelling op welk gebied ook.
4. Het met de nodige klem opeisen van de plaats die de Vlaamse kunst en de Vlaamse kunstenaars in het land toekomt.
De schilders Albert Servaes
Servaes, Albert Lees meer , Joris de Vlaeminck en Johan Muylle en de beeldhouwer Ernest Wijnants ondertekenden de stichtingsakte, samen met de schrijvers Paul de Mont
De Mont, Paul Paul de Mont (1895-1950) was toneelschrijver, journalist en hoofdredacteur van verschillende kranten. Als leidende figuur van Rex-Vlaanderen zette hij zich voor in voor de samenwerking va... Lees meer , Filip de Pillecyn
De Pillecyn, Filip Filip de Pillecyn (1891-1962) was schrijver en journalist voor onder meer De Standaard en het satirische, pluralistische blad Pallieter. Hij speelde een leidende rol in de Frontbeweging e... Lees meer , Lode Monteyne
Monteyne, Lode Lode Monteyne (1886-1959) schreef naast toneelrecensies en essays een standaardwerk over het Vlaamse toneel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij directeur van de Koninklijke Nederlands... Lees meer en Jozef Muls
Muls, Jozef Jozef Muls (1882-1961) was een Vlaamsgezinde kunsthistoricus, die onder meer de drijvende kracht was van het culturele tijdschrift Vlaamsche Arbeid en tussen 1929 en 1940 als conservator ... Lees meer en de architect Jan Lauwers. De musicus Emiel Hullebroeck
Hullebroeck, Emiel Emiel Hullebroeck (1878-1965) was een Vlaamsgezinde componist en dirigent. Hij is van grote betekenis geweest voor de Vlaamse liedbeweging in de 20ste eeuw en voor het sociale statuut van... Lees meer werd voorzitter.
Bezetting en collaboratie
Door de Duitse bezetting kwam de uitbouw van de Federatie van Vlaamsche Kunstenaars in een stroomversnelling. Het militaire bestuur moedigde de ‘ordening’ van het culturele leven in Vlaanderen aan. Tussen eind juli en midden september werden de gouwgildes per provincie opgericht. Ook enkele stedelijke initiatieven vonden tijdens de zomer van 1940 plaats, zoals een plaatselijke afdeling in Lier en Aalst.
In augustus 1940 deelde de Federatie officieel mee dat ze haar vooroorlogse activiteiten had hervat. Op 3 september zei Hullebroeck in een interview op Zender Brussel
Zender Brussel Zender Brussel (1940-1944) was een collaborerend Vlaams Radio-instituut tijdens de Tweede Wereldoorlog. Lees meer dat alle volksvreemde elementen beslist werden uitgesloten en dat het gemeenschapsbelang voorging op het individuele. Op 12 september 1940 werd het organisatieplan ondertekend door leden van de Federatie en het pas opgerichte Volk en Kunst
Volk en Kunst Volk en Kunst (1940-1944) was een organisatie die tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde om de cultuurverspreidende organismen in Vlaanderen te coördineren. Lees meer . Het organogram ‘Organisatie van het kunst-wezen en het kunst-leven’ bracht de beoogde niveaus van de ‘Kunstcorporatie van Vlaanderen’ in kaart. De Federatie was verantwoordelijk voor de scheppende kunst, Volk en Kunst voor de kunstverspreiding. De Federatie vertakte zich zowel ruimtelijk (per stad en provincie) als per kunstdiscipline ( letteren
Literatuur De literatuur heeft een cruciale rol gespeeld in het ontstaan van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd en ook in de daaropvolgende fasen van de Vlaamse natiewording zijn schrijvers vaak richting... Lees meer , beeldende kunsten
Beeldende kunst De beeldende kunsten en de Vlaamse beweging onderhielden van 1830 tot vandaag een complexe en gelaagde relatie, die pendelde tussen gematigde sympathie, radicaal engagement en kritische a... Lees meer , muziek Muziek Lees meer , architectuur).
Onderaan de piramide waren er plaatselijke kamers per discipline. Zij bundelden zich in regionale gildes. In de provincie Antwerpen was er nog een tussenniveau met gildes voor Antwerpen, Mechelen, Lier en Turnhout. De vijf Gouwgildes vormden samen de Landelijke Gilde of Federatie. De plaatselijke kamers werden ook nog gegroepeerd tot Gouwkamers en Landskamers per kunsttak. Kunstenaars moesten zich bij een plaatselijke gilde van hun discipline aansluiten, vooraleer ze lid konden worden van de Federatie. Alleen erkende leden kwamen in aanmerking voor deelname aan de tentoonstellingen die de Federatie inrichtte. Er werden tijdens de bezetting heel wat tentoonstellingen georganiseerd, onder andere tijdens de Vlaamse cultuurdagen die in verschillende steden plaatsvonden. De enige landelijke tentoonstelling van de Federatie vond in augustus 1943 plaats in Lille.
Uitbouw en schifting van de leden
De uitbouw van de Federatie was op papier helder, maar in de praktijk uiterst complex. Eind 1941 was het ‘reusachtige voorbereidende werk’ klaar, aldus Hullebroeck in Het Laatste Nieuws
Het Laatste Nieuws Het Laatste Nieuws was een liberaal en Vlaamsgezind dagblad, waarvan het eerste nummer op 7 juni 1888 verscheen. In 2023 bestaat de krant nog steeds als een populair dagblad voor een bree... Lees meer van 16 december 1941. Hullebroeck had het in augustus 1943 over drieduizend leden, onder wie een zeshonderd schilders en achthonderd architecten. Naast materiële steun in samenwerking met Winterhulp droeg de Kunstenaarsgilde bij aan de nieuwe culturele orde en vertoonde de organisatie een nationaalsocialistische oriëntering. Volgens de pas in 1943 verschenen uitgewerkte statuten diende elke landskamer de Vlaamse kunst te bevorderen en tegelijk te verdedigen ‘tegen de immorele machten van de financie, de vrijmetselarij, het Jodendom en de onwaardige exploitatie van de kunsthandelaars.’ (art. 4) Op het inschrijvingsformulier werd geïnformeerd naar de inschrijving in het Jodenregister.
In de loop van 1943 ging de Federatie over tot een schifting van de leden volgens graden: leerling, aspirant-lid, gezel en meester (niet toegekend). De gezellen waren de eigenlijke leden en werden beschouwd als ‘volwaardige’ kunstenaars. Naast een degelijke geestelijke ontwikkeling, volledige vakkennis, artistieke begaafdheid en een grondige kennis van de corporatie en de beleving van de corporatieve geest dienden gezellen oprecht overtuigd te zijn ‘inzake de rol, dien de kunstenaar in de volksgemeenschap te vervullen heeft, en de uitdrukking ervan in zijn kunst’. Volgens hetzelfde document werd er ‘zoveel mogelijk naar gestreefd invloed uit te oefenen op de toekomstige ontwikkeling van hun kunst en bizonder op hun geestelijke gesteldheid ten overstaan van de problemen van deze tijd’.
Anders dan de Cultuurkamers in Duitsland en Nederland was het in Vlaanderen voor kunstenaars niet verplicht om zich aan te sluiten bij de Federatie. Volgens een rondzendbrief van Hullebroeck aan alle kamer- en gildebesturen eiste de Nederlandse Cultuurraad Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap Lees meer wel dat de voordelen alleen leden toekwamen: deelname aan tentoonstellingen, toelagen, steunverlening, officiële prijzen en opdrachten. De druk om zich wegens professionele redenen aan te sluiten was met andere woorden groot.
Na de tentoonstelling in Lille in augustus 1943 gingen er van de Federatie geen noemenswaardige initiatieven meer uit.
Literatuur
–L. Laureyssens, Cultuurleven en cultuurbeleid tijdens het Duitse bezettingsregime : een verkennend en vergelijkend onderzoek van de Antwerpse casus, Universiteit Gent, ongepubliceerde licentiaatsverhandeling, 1983.
– J. Lust, Beeldende kunsten tijdens de Tweede Wereldoorlog in Vlaanderen. Een onderzoek naar de houding van de beeldende kunstenaars en de kunstrecensenten’, Universiteit Gent, ongepubliceerde licentiaatsverhandeling, 1985.
– V. Devillez, Kunst aan de orde. Kunst en Politiek in België 1918-45, Brussel/Gent, 2003.
Kurt De Boodt (2024). Vlaamsche Kunstenaarsgilde. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2024. https://devb.be/id/org-005169.