Taalverbond

Organisatie
Dries Van Thielen (2025, aanvulling), José Verschaeren (1997, aanvulling)

Het Taalverbond (1887-1900) was een liberale tegenhanger van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Letterkunde, opgericht door Domien Sleeckx en Max Rooses.

Oprichting
20 maart 1887
Stopzetting
1900
Leestijd: 6 minuten

Aanloop

Het Taalverbond was een vrije academie met duidelijk liberale inslag, die op 20 maart 1887 werd opgericht in Antwerpen, na het ontslag van Jan van Beers Van Beers, Jan Van Beers, Jan Jan van Beers (1821-1888) was een Vlaams leraar en dichter uit Antwerpen. Lees meer en Max Rooses Rooses, Max Rooses, Max Max Rooses (1839-1914) was kunsthistoricus en directeur van het Plantin-Moretusmuseum en als letterkundige actief in de Vlaamse beweging. Lees meer en de weigering tot toetreding van Domien Sleeckx Sleeckx, Domien Sleeckx, Domien Domien Sleeckx (1818-1901) was op meerdere vlakken een pionier in de Vlaamse emancipatiestrijd, in het bijzonder in de vernederlandsing van het onderwijs. Lees meer uit de pas opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) De Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (KANTL, 1886) is een instelling die zich in de loop van haar geschiedenis heeft ingezet zowel voor taalculturele, -wetenschappeli... Lees meer (Gent, 1886). Zij meenden dat vrijzinnige auteurs ondervertegenwoordigd waren en dat bij de keuze van de kandidaat-leden de politieke gezindheid doorslaggevender was geweest dan de bekwaamheid.

De ‘heldhaftige afmars uit de Academie’ was voor Julius de Geyter De Geyter, Julius De Geyter, Julius Julius de Geyter (1830-1905) was een progressief-liberale en Groot-Nederlandse flamingant in Antwerpen, die Nederlandstalige gedichten, liederen en krantenartikelen schreef. Lees meer , Arthur Cornette Cornette, Arthur Cornette, Arthur Arthur Cornette (1852-1907) was een Vlaamsgezinde liberaal. Hij lag aan de basis van de loge Marnix van Sint-Aldegonde, waar het Nederlands vanaf het begin de voertaal was. Lees meer , Pol de Mont De Mont, Pol De Mont, Pol Pol de Mont (1857-1931) was een dichter, essayist, folklorist, journalist, kunstcriticus en redenaar. In al zijn activiteiten gaf hij de Vlaamse strijd absolute prioriteit. Decennialang w... Lees meer en Jan van Rijswijck Van Rijswijck, Jan Van Rijswijck, Jan De liberaal Jan van Rijswijck (1853-1906) was burgemeester van Antwerpen. Zijn inzet voor de rol van het Nederlands in de lokale politiek en het verenigingswezen alsook zijn volksgezinde ... Lees meer de aanleiding om eind december 1886 voor genoemde ontslaggevers en Sleeckx een huldezitting te organiseren. De Geyter vatte bij die gelegenheid bovendien het plan op een tweede 'officieuze' academie te stichten. Liberale flaminganten als Paul Fredericq Fredericq, Paul Fredericq, Paul Paul Fredericq (1850-1920) was een vooraanstaande Gentse historicus, die als de officieuze ideoloog van het liberaal flamingantisme kan worden  omschreven. Als rector van de Gentse u... Lees meer en Willem Rogghé Rogghé, Willem Rogghé, Willem Lees meer verzetten zich evenwel tegen het idee van een 'tegen-academie'. Fredericq wenste geen salon des réfusés; hij wilde een open maatschappij, ‘een soort van Willemsfonds Willemsfonds (WF) Willemsfonds (WF) Het Willemsfonds (1851-heden) is een liberaal-vrijzinnige culturele vereniging en drukkingsgroep die het gebruik van het Nederlands promoot en ondersteunt. Lees meer voor al de Zuid-Nederlandse letterkundigen’, met een geringe democratische financiële bijdrage omdat veel jonge schrijvers arm waren. Rogghé was geen voorstander van een 'tegen-academie', omdat die steeds in de minderheid zou staan tegenover de officiële. Bovendien zou zij door de ‘papen en franskiljons Franskiljon 'Franskiljon' is in het traditionele flamingantische discours de benaming van een voorstander en bevorderaar van de verfransing in Vlaanderen. Het begrip kenmerkt iemand die overtuigd is ... Lees meer ’ afgeschilderd worden als een ‘uitvloeisel der gekrenkte ijdelheid van hen, die niet in de officiële academie zetelen’.

Oprichting en doelstellingen

Op de stichtingsvergadering op 20 maart 1887 in Antwerps café Mille Colonnes benadrukten voorzitter Sleeckx en ondervoorzitter Rooses, in aanwezigheid van een 50-tal Vlaamse liberale letterkundigen, dat de nieuwe maatschappij geen vijandelijke houding tegenover de Academie beoogde. Het tweevoudige doel was: verbroedering van alle in Vlaanderen gevestigde letterkundigen en het aanhalen van de banden met Nederland Nederland Nederland is met Vlaanderen verbonden door de economische infrastructuur, de taal en de geschiedenis. Vanaf eind 18de eeuw kreeg die verbondenheid in taal en cultuur op uiteenlopende mani... Lees meer . Het kwam erop aan zoveel mogelijk de belangen van de Nederlandse taal en 'stam' te bevorderen. Het bestuur bestond voor het overige uit Pol de Mont (secretaris) en Frans van Cuyck (penningmeester). Julius de Geyter, Paul Fredericq, Julius MacLeod en Julius Vuysteke werden opgenomen als ‘medestichters’.

Volgens de Grondslagen beoogde het Taalverbond de ‘loutering en ontwikkeling der Nederlandse taal, beschouwd als voertuig in alle vakken der wetenschap, alsmede de beoefening van fraaie letteren, toneel en geschiedenis’. Hoewel de vereniging zich voor schrijvers met uiteenlopende ideologische achtergronden openstelde, sloot het gros van de liberale auteurs zich aan bij het Taalverbond, terwijl de katholieken dit initiatief voor het merendeel aan zich voorbij lieten gaan. Enkele jonge katholieke flaminganten, zoals Prosper van Langendonck Van Langendonck, Prosper (1862-1920) Van Langendonck, Prosper (1862-1920) Prosper van Langendonck (1862-1920) was een dichter en letterkundige die zich ook inzette voor de Vlaamse beweging in Brussel. Lees meer , sloten zich wel aan.

De stichters wensten, door aansluiting met een Hollandse maatschappij van gelijke strekking, aan de vereniging een algemeen Nederlands karakter te geven. Rooses hoopte dat de leden van de in 1884 opgerichte Vereeniging van Nederlandsche Letterkundigen (VNL) collectief lid werden van het Taalverbond, maar aanvankelijk hield VNL de boot af omdat de uitgave van boeken hun pensioenkas in gevaar kon brengen. Wel werden ten persoonlijke titel een tiental Nederlanders lid van het Taalverbond. In 1890 verklaarde Taco de Beer dat VNL bereid was haar vergaderingen ‘grotendeels op dezelfde voet’ in te richten als het Taalverbond en zich collectief wenste aan te sluiten bij de Vlamingen.

Naast het streven naar de eenheid der Nederlandse taal- en letterkunde in het Noorden en in het Zuiden, zou het Taalverbond ook het klerikaal particularisme uit West-Vlaanderen West-Vlaanderen West-Vlaanderen Lees meer en Limburg Limburg Limburg Lees meer bestrijden en de bloei van de Nederlandse congressen bevorderen, alsook de samenwerking van de schrijvers in Zuid-Nederland op letterkundig en taalkundig gebied. Hiertoe werden verscheidene afdelingen opgericht (taalkunde, fraaie letteren, kunstkritiek en schoonheidsleer, toneel Toneel Toneel Het Vlaamse toneel onderhield vanaf zijn ontstaan in de 19de eeuw een complexe en gelaagde verhouding met de Vlaamse beweging. Van een belangrijk emancipatorisch instrument en voorwerp va... Lees meer , geschiedenis, volkskunde en onderwijs Onderwijs Lees meer ), gespreid over de drie steden Antwerpen Antwerpen (stad) Lees meer , Brussel Brussel In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich v... Lees meer en Gent Gent Al in de 19e eeuw probeerden Vlaamsgezinde intellectuelen het gebruik van het Nederlands te bevorderen in een sterk verfranst Gent. Studentenverenigingen zoals 't Zal wel gaan hielpen daa... Lees meer .

Werking en activiteiten

De uitwerking van het programma van het Taalverbond bleek echter niet zo eenvoudig te zijn. De oprichting van de afdelingen kwam moeizaam op gang. Te Gent kwam een plaatselijke afdeling tot stand op 28 januari 1888, met Fredericq als voorzitter en Pol Anri als secretaris.

Er werd gediscussieerd over de taken van het Taalverbond, dat volgens sommigen ( Jan Wannyn Wannyn, Jan Baptist Wannyn, Jan Baptist Jan B. Wannyn (1867-1949) was tijdens de Eerste Wereldoorlog betrokken bij het activisme in Brussel. Nadien gaf hij in Nederland het Vlaams-nationalistische strijdblad De Noorderklok uit.... Lees meer ) moest meewerken aan de verdediging en verovering van de Vlaamse taalrechten, ook al moest de letterkundige bedrijvigheid van de Vlaamse schrijvers daaronder lijden. Daarmee leek secretaris Pol De Mont De Mont, Pol De Mont, Pol Pol de Mont (1857-1931) was een dichter, essayist, folklorist, journalist, kunstcriticus en redenaar. In al zijn activiteiten gaf hij de Vlaamse strijd absolute prioriteit. Decennialang w... Lees meer steun gevonden te hebben. De Mont had al op de eerste algemene vergadering in 1887 – gesteund door Julius Hoste Hoste, Julius (sr.) Hoste, Julius (sr.) De liberaal Julius Hoste sr. (1848-1933), stichter van De Zweep en Het Laatste Nieuws, speelde eind 19de en begin 20ste eeuw een centrale rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd in Brussel.... Lees meer -  gehoopt dat het Taalverbond ook een politieke wending zou aannemen (‘ter opheffing van de Vlaamse grieven’), waarop voorzitter Max Rooses prompt de zaal verliet. Anderen ( Julius Vuylsteke Vuylsteke, Julius Vuylsteke, Julius De Vlaamsgezinde advocaat, dichter en uitgever Julius Vuylsteke (1836-1903) was het boegbeeld van het Vlaamsgezinde liberalisme. Hij lag aan de basis van de Gentse studentenvereniging ’T ... Lees meer ) wezen op de taakverdeling in de Vlaamse beweging, en vonden dat het Taalverbond werk genoeg zou hebben met het aanwakkeren van het Vlaamse gevoel bij de massa en met het verspreiden van de Vlaamse gedachte. De politieke Vlaamse strijd moest volgens hem gevoerd worden door kiesverenigingen, door de partijen en in het parlement. Voorzitter Max Rooses slaagde erin om het Taalverbond apolitiek te houden.

De fut ging er snel uit. Van de drie groepen leidden de Brusselse en vooral de Gentse groep al spoedig een kwijnend bestaan. De Antwerpse groep bleef onder invloed van Rooses (ondervoorzitter) en De Mont (secretaris) de actiefste met onder andere enkele initiatieven zoals het verzoek aan de steden Antwerpen, Gent en Brussel om beurtelings een driejaarlijkse prijs voor toneel en letterkunde beschikbaar te stellen, en de oprichting van een Maatschappij tot bevordering der Nederlandsche Letteren Maatschappij tot bevordering der Nederlandsche Letteren Maatschappij tot bevordering der Nederlandsche Letteren De Maatschappij tot bevordering der Nederlandsche Letteren was een vereniging die op 10 mei 1890 op initiatief van Emmanuel Rosseels werd opgericht in de schoot van het Taalverbond, vanui... Lees meer .

In 1889 en 1890 publiceerde het Taalverbond een jaarboek, dat evenwel op weinig interesse kon rekenen, waarna de vereniging een Maandblad lanceerde (20 april 1890 -- 7 mei 1895). Daarnaast stond het Taalverbond in voor de uitgave van een 13-tal werken van onder meer Lod. Smits, Frans Gittens Gittens, Frans Gittens, Frans Frans Gittens (1842-1911) was een Antwerpse stadsbibliothecaris en liberaal gemeenteraadslid, die romantisch nationalistische toneelstukken schreef. Lees meer en Frans van Cuyck Van Cuyck, Frans Frans J. van Cuyck (1857-1952) was onderwijzer, schrijver en literair criticus. Als leraar aan de Stedelijke Normaalschool in Antwerpen oefende hij vooral door zijn inzet voor het algemee... Lees meer . Het bevorderde bovendien de publicatie van een reeks Nederlandse vak- en kunstwoordenboekjes, waaronder dat van Hubert Langerock Langerock, Hubert Hubert Langerock (1869-onbekend) was als schrijver verbonden aan Jong Vlaanderen. Hij debuteerde met een naturalistische roman en schreef essays over het socialisme. Lees meer , Nederlandsche Vak- en Kunstwoorden. I. Rekenkunde (1889).

Stopzetting

Het ledenaantal verminderde en er heerste tweedracht. De Brusselaars waren ontevreden omdat ‘de Gentenaren het met het Taalverbond niet ernstig meenden’. Ook financieel redde het Taalverbond het niet, ondanks de hoge lidmaatschapsbijdrage van 10 frank per jaar. Vanaf de tweede helft van de jaren 1890 stopten de werkzaamheden van het Taalverbond vrijwel helemaal.

Het laatste Maandblad, dat voor de contacten tussen de groepen zorgde, verscheen in mei 1895. Het laatste document dat naar enige activiteit verwijst, een verzoek aan de Antwerpse gemeenteraad betreffende een onderkomen voor de Vlaamse Opera Vlaamse Opera Vlaamse Opera De Antwerpse Opera, nu bekend als Opera Ballet Vlaanderen (OBV), werd opgericht in 1893 met als doel een podium te bieden voor nieuwe Vlaamse opera’s en Nederlandse vertalingen van gevest... Lees meer , dateert van 1 juni 1896. Met een hiaat van ongeveer vier jaar verscheen ten slotte in 1900 bij Vuylsteke te Gent de laatste uitgave van het Taalverbond, namelijk Hartstocht, een novellenbundel van Van Cuyck.

Werken

— Jaarboek van het Taalverbond, jg. 1, 1889.
— Jaarboek van het Taalverbond, jg. 2, 1890.

Literatuur

— De Vlaamsche Kunstbode, 1887, nr. 17, p. 290.
— Nederlandsch Museum, 1888, nr. 1, p. 155.
— De Vlaamsche Kunstbode, 20, 1890, nr. 20, p. 240.
— ‘Het Taalverbond’, in: Het Laatste Nieuws, 12 februari 1895.
— ‘L’Académie flamande’, in: Journal de Bruxelles, 18 oktober 1896.
— C. Verbruggen, Schrijverschap in de Belgische belle époque: een sociaal-culturele geschiedenis, 2009.
— G. Draye, Laboratoria van de natie: literaire genootschappen in Vlaanderen: 1830-1914, 2009.
— R. van Vliet, De zwanzen van Brans. Weyerman als kroongetuige voor het pangermanistisch gelijk, in: Mededelingen van de Stichting Jaco Campo, jg. 36, 2013, nr. 1, pp. 1-11.
—L. Stynen, Pol De Mont. Een tragisch schrijversleven, 2017.
— C. Ceustermans, De man die van mensen hield. Emmanuel de Bom, Antwerpen, 2021.

Suggestie
Citeren

1975: Laetitia Jansseune (pdf)

1997: José Verschaeren (pdf)

2025: Dries Van Thielen

Inhoudstafel