De Man, Hendrik

Persoon

Hendrik de Man (1885-1953) was een vooraanstaand Belgisch socialistisch politicus, die vanaf 1933 aan het hoofd kwam te staan van de Belgische Werkliedenpartij (BWP). De Man droeg bovendien in belangrijke mate bij aan de theorie van het socialisme en verwierf daarmee een internationale reputatie. Daarbij heeft hij vaak het verband gelegd met het nationalisme en de Vlaamse beweging. Ook nadat hij in 1940 koos voor verregaande samenwerking met de Duitse bezetter bleef De Man vasthouden aan opvattingen over een specifieke Vlaamse cultuur en economie binnen het kader van Belgiƫ.

Pseudoniem
Manfred
Alternatieve naam
Henri
Geboorte
Antwerpen (stad), 17 november 1885
Overlijden
Greng, 10 juni 1953
Suggestie
Citeren
Leestijd: 21 minuten

Jeugd en ontwikkeling

Hendrik de Man groeide op in een welgesteld burgerlijk milieu in Antwerpen, dat naar zijn eigen zeggen gekenmerkt werd door een kosmopolitische geest en een gevoel van verwantschap met Nederland Nederland Nederland is met Vlaanderen verbonden door de economische infrastructuur, de taal en de geschiedenis. Vanaf eind 18de eeuw kreeg die verbondenheid in taal en cultuur op uiteenlopende mani... Lees meer . De Mans grootvader aan moederszijde was de flamingantische dichter Jan van Beers Van Beers, Jan Van Beers, Jan Jan van Beers (1821-1888) was een Vlaams leraar en dichter uit Antwerpen. Lees meer , die in de 19de eeuw al aandacht vroeg voor het verband tussen de taalkwestie en de sociale achterstand van Vlaanderen. Hoewel dat niet evident was voor iemand met zijn maatschappelijke achtergrond raakte De Man in de ban van het socialisme. Naar aanleiding van de staking voor het algemeen stemrecht trad hij in mei 1902 toe tot de Antwerpse Socialistische Jonge Wacht (SJW), waarvan hij onmiddellijk secretaris werd in opvolging van de gearresteerde Jan Chapelle. Tussen januari 1903 en februari 1904 redigeerde hij het SJW- blad De Zaaier, waarvoor hij de titel koos naar een tekst van Multatuli Douwes Dekker, Eduard Eduard Douwes Dekker (pseudoniem: Multatuli) (1820-1887) is in Vlaanderen vooral bewonderd door vrijzinnige Vlamingen met Groot-Nederlandse sympathieĆ«n. In 1867-1869 was hij in Vlaanderen... Lees meer . De Man studeerde achtereenvolgens natuurwetenschappen aan de UniversitĆ© libre de Bruxelles in 1903-1904 en bouwkundig ingenieur aan de Rijksuniversiteit Gent in 1904-1905, maar voltooide geen van beide studies, mede als gevolg van de vele tijd die hij besteedde aan zijn politieke activiteiten.

Ook in Gent engageerde De Man zich in de SJW. Hij ontsnapte er dankzij zijn jeugdige leeftijd aan een gerechtelijke vervolging voor de publicatie van een antimilitaristische affiche. Hij was er lid van de literaire studentenkring Jonge Krachten, die tijdens de katoenstaking van juni 1905 lessen organiseerde voor de stakers, en van Ter Waarheid Ter Waarheid De Gentse studentenkring Ter Waarheid ontstond eind 1904 als een afsplitsing van het liberale studentengenootschap ’t Zal Wel Gaan. De groep combineerde radicaal-flamingantische met maats... Lees meer , een afscheuring van 't Zal wel gaan 't Zal Wel Gaan 't Zal Wel Gaan Taalminnend Studentengenootschap't Zal Wel Gaan is een Gentse Vlaamsgezinde en vrijzinnige studentenvereniging en de oudste nog bestaande studentenvereniging van Vlaanderen. Lees meer . In de schoot van de SJW richtte hij een studiekring op, waar hij lezingen gaf over Vlaamse letterkunde Literatuur Literatuur De literatuur heeft een cruciale rol gespeeld in het ontstaan van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd en ook in de daaropvolgende fasen van de Vlaamse natiewording zijn schrijvers vaak richting... Lees meer en de Vlaamse beweging. Het is dan ook typisch dat hij een reorganisatie van de SJW op communautaire basis voorstelde. In 1907 zou ten slotte de door hem uitgetekende Vlaamsche federatie der Socialistische Jonge Wachten gesticht worden. Het was de eerste aparte socialistische organisatie voor Vlaanderen. De Man bleef er tot aan de Eerste Wereldoorlog Eerste Wereldoorlog Eerste Wereldoorlog De Vlaamse beweging is fundamenteel getekend door de Eerste Wereldoorlog. De oorlog maakte een verregaande democratisering onafwendbaar, met wezenlijke gevolgen voor het politieke draagv... Lees meer de onbetwiste maar officieuze politieke leider van.

In april 1905 namen de studenten van Ter Waarheid contact op met de Gentse socialistische partijleiding, waarop hun woordvoerder Oscar de Gruyter De Gruyter, Oscar De Gruyter, Oscar Theatermaker Oscar de Gruyter (1885-1929) lag aan de basis van de in flamingantische middens legendarische gezelschappen het Fronttoneel en het Vlaamsche Volkstooneel, dat hij begin jaren... Lees meer voor het Middencomiteit hun standpunt over de vernederlandsing van de Gentse Rijksuniversiteit Hoger onderwijs in Gent Hoger onderwijs in Gent Met de vernederlandsing in 1930 als hoogtepunt is de Gentse universiteit een belangrijk strijdpunt geweest in de Vlaamse beweging. Van het Latijn uit 1817 tot het Engels van vandaag: het ... Lees meer mocht uiteenzetten. Die contacten resulteerden in meetings op 9 en 29 mei in Ons Huis, waar socialisten en studenten van Ter Waarheid een principieel voorstel tot vernederlandsing formuleerden. De Man beweerde later Edward Anseele Anseele, Edward Anseele, Edward Edward Anseele (1856-1938) was een Gents socialist en lag in 1885 mee aan de basis van de Belgische Werkliedenpartij. Hij was decennialang een van de tenoren van het socialisme in Belgiƫ.... Lees meer 'bekeerd' te hebben inzake de vernederlandsing. In feite was Anseele reeds eerder aan het evolueren naar een positief standpunt, al wilde hij die eis koppelen aan verplicht onderwijs Onderwijs Lees meer in het algemeen en sociale hervormingen, zoals de vermindering van arbeidsduur, en bleef hij afstand houden van het in zijn ogen al te klerikale en burgerlijke flamingantisme. In mei 1905 weigerde Anseele, met unanieme instemming van het Gentse partijbestuur waartoe ook De Man behoorde, het wetsontwerp van priester Adolf Daens Daens, Adolf Daens, Adolf Priester Adolf Daens (1839-1907) was de grondlegger en het boegbeeld van de daensistische beweging en van de Christene Volkspartij. Lees meer tot vernederlandsing te ondertekenen, aangezien het volgens hen onuitvoerbaar was en louter electorale motieven had. De Man heeft die afwijzing gemotiveerd in een artikel in de socialistische krant Vooruit Vooruit (1884-1991) Vooruit (1884-1991) Vooruit (1884-1991) was een Gents socialistisch dagblad waarin heel wat bijdragen verschenen van Vlaamse intellectuelen. In 1978 werd het blad een regionale editie van De Morgen, om in 19... Lees meer , waarvoor hij echter ook een bijdrage schreef met een pleidooi voor samenwerking tussen intellectuelen en arbeiders.

Begin 1905 moest De Man een tijdlang de gevangenis in wegens incidenten bij een solidariteitsactie voor de Russische Revolutie. Hij gaf zijn studies in Gent op en ging op aandringen van zijn ouders, die De Mans politieke avonturen en slechte studieresultaten niet langer tolereerden, in het Duitse Leipzig colleges psychologie, geschiedenis en economie volgen. Hij studeerde onder meer sociale en gedragspsychologie bij Wilhelm Wundt en geschiedenis bij Karl Lamprecht. In 1909 promoveerde hij op een proefschrift over de Gentse lakennijverheid in de middeleeuwen. Daarin en in zijn memoires riep De Man een vergane tijd van een organisch gegroeid Vlaanderen op waar persoonlijke menselijke verhoudingen bestonden. Die romantische en cultuurnationalistische, uit zijn jeugd daterende opvattingen hebben zijn socialisme mee geĆÆnspireerd. Daarnaast werd hij correspondent van de Leipziger Volkszeitung, het toonaangevende marxistische dagblad in Europa. In diezelfde periode had De Man contacten met de Austromarxisten (onder wie Otto Bauer) alsook met het kruim van de Europese marxistische linkerzijde (zoals Rosa Luxemburg en Karl Kautsky). In 1907 richtte hij samen met Karl Liebknecht de Socialistische Jeugdinternationale op, waarvan hij tot 1909 de internationale secretaris bleef.

Engagement bij de BWP

In 1910 keerde De Man terug naar BelgiĆ« BelgiĆ« BelgiĆ« Geen Vlaamse beweging zonder BelgiĆ«. Het is ook onmogelijk om BelgiĆ« te begrijpen zonder de geschiedenis van de Vlaamse beweging erbij te betrekken. Tussen het ontstaan van een culturele ... Lees meer , waar hij landelijk secretaris werd van de Centrale voor Arbeidersopvoeding Centrale voor Arbeidersopvoeding (CAO) Centrale voor Arbeidersopvoeding (CAO) De Centrale voor Arbeidersopvoeding van de Belgische socialistische partij bood vanaf 1911 aan laag- en middengeschoolde arbeiders algemene vorming in de volkstaal en rolde inzake cultuur... Lees meer (CAO). Een jaar later werd hij medewerker aan het linkse tendensblad La Lutte des Classes en publiceerde hij samen met Louis de BrouckĆØre kritische beschouwingen over het Belgisch reformisme in Die Neue Zeit. In het artikel ā€˜Vlamingen en Walen’ in datzelfde blad stelde De Man dat BelgiĆ« geen nationale staat was en dat het nationale enkel bestond in de gemeenschappelijke (Franstalige) cultuur van de ā€˜bezittende klasse’. In Vlaanderen waren de ā€˜klassentegenstellingen’ nog groter door een ā€˜taalantagonisme’. Het resultaat was dat het Vlaamse proletariaat geen directe toegang had tot de heersende cultuur, waaruit de auteur afleidde dat het werk van de CAO diende te worden opgedreven. De Man zette zich af tegen het Belgische ā€˜lokale en territoriale patriottisme’ en dan meer specifiek het territoriale en regionale particularisme in WalloniĆ« en het stedelijk particularisme in Vlaanderen en Brabant. Uit zijn analyses trok hij evenwel geen 'flamingantische' conclusies. Het is ook opvallend dat de vernederlandsing van de Gentse universiteit, op dat ogenblik brandend actueel, niet ter sprake kwam. De conclusies van De Man en Louis de BrouckĆØre waren duidelijk: omvorming van de Belgische Werkliedenpartij Belgische Werkliedenpartij (BWP) Lees meer (BWP) tot een echte politieke partij, aanvaarding van het (Duitse) centralistische model in de vakbeweging en 'arbeidersopvoeding'. Vooral zijn uitlatingen over de Gentse Vooruit, die hij ā€˜coƶperatief cretinisme’ verweet, zorgden voor een scherp conflict met Anseele, die hem voordien nochtans positief bejegend had.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog meldde De Man zich als oorlogsvrijwilliger. Tegen het eind van de oorlog was hij luitenant. Met de Frontbeweging Frontbeweging Frontbeweging Aan het IJzerfront manifesteerde zich tijdens de Eerste Wereldoorlog flamingantisch verzet tegen de taaltoestanden in het leger. Naarmate het zich meer en meer organiseerde en groeide, vo... Lees meer liet hij zich niet in, hoewel zijn houding tegenover België naar eigen zeggen veel meer een zaak van persoonlijke trouw wegens zijn eed als officier aan de koning was dan van vaderlandsliefde in de gewone zin van het woord. In april 1917 trok hij samen met Emile Vandervelde Vandervelde, Emile Vandervelde, Emile Emile Vandervelde (1866-1936) was een socialistische partijleider en politicus die een vooraanstaande rol speelde in de Vlaamse vraagstukken van zijn tijd. Lees meer en De Brouckère naar Rusland op regeringsmissie. Hij ontmoette er andermaal de Tsjechische sociaaldemocratische nationalist Thomas Masaryck en kwam tussen bij de Russische regering om de Austromarxist Otto Bauer vrij te krijgen.

Herformulering van het socialisme

Terug in BelgiĆ« liet De Man zich enthousiasmeren door de rede van de Amerikaanse president Woodrow Wilson, die ā€˜vrijheid voor alle volken en vrede door verzoening’ beloofde. Hij trok op reis naar de Verenigde Staten, waar de remaking of a mind (de titel van De Mans boek uit 1919 daarover) en de 'breuk met het marxisme' werden bezegeld. Bij zijn terugkeer in 1921 werd hij directeur van de Arbeidershogeschool in Ukkel. Via zijn werk in de 'arbeidersopvoeding' kwam hij andermaal in contact met Duitse socialisten. In 1922 vestigde hij zich met zijn gezin in Darmstadt en hij ging doceren aan de Akademie der Arbeit, een instituut verbonden aan de Universiteit van Frankfurt. Hij werd er een adept van de nieuwe Duitse denkbeelden over het 'socialisme als cultuurbeweging' en ontwikkelde zijn ideeĆ«n over de psychologische drijfveren bij arbeiders en militanten en het concept 'arbeidsvreugde'. In 1926 verscheen Die Psychologie des Sozialismus, waarin De Man afstand nam van het marxisme en zijn economisch determinisme. Hij beschreef er onder meer de evolutie van de socialistische beweging van ’proletarisch internationalisme tot sociaal-patriottisme’. De term 'sociaal-patriot' was in communistische kringen een scheldwoord voor sociaaldemocraten, maar kreeg bij De Man een positieve connotatie. De Man stelde vast dat de arbeiders in de verschillende landen hun belangen nastreefden binnen en in wisselwerking met hun nationale gemeenschap en niet met hun ā€˜klassengenoten’ over de grens. Een vergroting van het klassenbewustzijn versterkte juist de band tussen natie en sociale beweging, in tegenstelling tot wat het internationalistische marxisme stelde. Elke natie vertoonde bovendien haar eigen karakter door haar taal, geschiedenis, cultuur en psychologie. In lijn met wat hij van de austromarxisten had geleerd, pleitte De Man dan weer wĆ©l voor een ontkoppeling van nationale rechten en territorium en droomde hij van een Europese of zelfs mondiale supranationale structuur die alle nationale autonome gemeenschappen zou omspannen.

In 1931 paste De Man in de brochure Nationalisme en socialisme zijn opvattingen over de synthese tussen nationale en sociale bewegingen toe op Vlaanderen. Hij deed dat als reactie op de uiteenlopende conclusies en recuperatie van zijn ideeĆ«n door Vlaams-nationalisten en (jonge) socialisten. De Man maakte een fundamenteel onderscheid tussen autoritair en vrijheidsnationalisme: zo had het Belgische nationalisme met de verfransing van BelgiĆ« de meerderheid van de Vlaamse inwoners sociaal onderdrukt en reageerde de Vlaamse beweging (een voorbeeld van vrijheidsnationalisme) tegen dat sociale onrecht, dat zowel de materiĆ«le armoede als het verlies van de eigen taal betrof. De taalgemeenschap verenigde niet alleen mensen met dezelfde taal, maar ook met een gemeenschappelijk maatschappelijk en biologisch verleden. Hoewel een etnische redenering deel uitmaakte van De Mans denken over de Vlaamse kwestie, definieerde hij een natie toch als ā€˜de geheelheid van mensen, die een eigen staat wensen te vormen’. De Man was bovendien niet blind voor het risico dat de Vlaamse beweging zich, als reactie op het Belgische nationalisme, zĆ©lf aan het ontwikkelen was tot een autoritair nationalisme. De Vlaamse socialisten hadden volgens hem twee redenen om flamingant te zijn: omdat ze Vlaming Ć©n omdat ze socialist waren.  

Meer concreet verdedigde De Man culturele en administratieve autonomie die, in lijn met het austromarxistische recept, kon worden losgekoppeld van de woonplaats. (Hoewel het directe verband niet aangetoond is, loopt die idee wel vooruit op de oplossing die voor de taalsituatie in Brussel Brussel In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich v... Lees meer en de faciliteitengemeenten Faciliteiten Faciliteiten Al sinds de eerste taalwet (1873) voorzag de wetgever in faciliteiten. Deze tegemoetkomingen gaven aanleiding tot tegengestelde interpretaties door Nederlandstaligen en Franstaligen, zo ... Lees meer is uitgewerkt.) De Man verdedigde het voortbestaan van BelgiĆ«, waarin de Vlamingen de meerderheid vormden, en de solidariteit met de Waalse socialisten. Hij pleitte veeleer voor een vorm van federalisme Federalisme Federalisme Sinds het begin van de 20ste eeuw behoort federalisme tot het programma van eerst de Waalse en vervolgens ook de Vlaamse beweging. Vanaf 1970 is de transformatie van BelgiĆ« van unitaire t... Lees meer (zonder de inhoud en vorm daarvan nader uit te werken). Bevrijde nationaliteiten maakten nationalisme overbodig. Dat weerhield hem er niet van een duidelijke waarschuwing uit te spreken: ā€˜[o]p BelgiĆ« komt het aan. Met BelgiĆ« als ā€˜t kan, zonder BelgiĆ« als ā€˜t moet.’

Het Plan en de uitdaging van het fascisme

Na de machtsovername van de nazi’s in 1933 kwam er een einde aan De Mans leeropdracht in Frankfurt. In 1931 had hij in het boek Sozialismus und National-Fascismus fascisme en nationaalsocialisme geanalyseerd in het licht van zijn opvattingen over overspannen autoritair nationalisme. In mei 1933, werden zijn werken, net als die van vele andere wetenschappers, op de Frankfurtse Rƶmerberg verbrand. Op verzoek van Vandervelde keerde hij terug naar BelgiĆ« om de studiedienst van de BWP, het Bureau voor Sociaal Onderzoek, te leiden en hij werd ondervoorzitter van de partij. Als hoofd van de BWP-studiedienst lanceerde De Man het bekende Plan van de Arbeid, dat uitging van een oplossing voor de economische crisis binnen het Belgische nationale kader. Het beoogde de nationalisering van kredietinstellingen en basisindustrieĆ«n, alsook een strakke economische regie door de overheid. Het lag in de lijn van andere modellen die zouden uitmonden in de gemengde economie Economie Economie Dit artikel gaat over de relatie tussen economie en Vlaamse beweging. Daarmee beoogt deze tekst geen economische geschiedenis te schetsen van wat we vandaag Vlaanderen noemen. Integendee... Lees meer , die zich vooral na 1945 zou ontplooien. De Man zag in dit plan de basis van een nieuwe volkspartij die niet alleen arbeiders, maar ook grote delen van de middenklasse kon aanspreken. De propaganda voor het plan werd groots aangepakt en het wist onder meer een groep jonge Vlaamse socialisten te enthousiasmeren, zoals Jef Rens Rens, Jef Rens, Jef Jef Rens (1905-1985) was een socialistische vakbondsleider en politicus, die onder meer als redacteur van de Vlaamsgezinde socialistische tijdschriften Schakels en Menschen een niet onbel... Lees meer , Leo Magits Magits, Leo Magits, Leo Leo Magits (1899-1990) was tijdens de Eerste Wereldoorlog betrokken bij het activisme. Later was hij secretaris van de Centrale Volksopvoeding voor Vlaanderen en directeur van de Arbeider... Lees meer , Maurits Naessens Naessens, Maurits Naessens, Maurits De van huis uit katholieke Maurits Naessens (1908-1982) engageerde zich tijdens zijn studietijd in de socialistische beweging en werd een volgeling van Hendrik de Man. Na de Tweede Werel... Lees meer , Hendrik Fayat Fayat, Hendrik Fayat, Hendrik Hendrik Fayat (1908-1997) was een Vlaamsgezinde socialistische jurist, hoogleraar en politicus, die medio jaren 1960 aan de basis lag van de Rode Leeuwen, een zelfstandige Nederlandstalig... Lees meer en Edgard Delvo Delvo, Edgard Delvo, Edgard Edgard Delvo (1905-1999) was een socialistisch kaderlid en volgeling van Hendrik de Man. Hij trad toe tot de VNV-leiding in 1940 en werd in 1942 leider van de Unie van Hand- en Geestesarb... Lees meer . De voorgestelde maatregelen leken immers Vlaanderen te kunnen helpen in de transitie naar meer welvaart, een verschuiving waarvan de contouren zich op dat moment al aftekenden. Die verschuiving ging gepaard met een nieuwe verhouding tussen het voorheen armere noorden en het meer en meer economisch in verval rakende zuiden van het land. Op het Vlaams Socialistisch Congres van 20 en 21 maart 1937 koppelde De Man culturele en bestuurlijke autonomie voor Vlaanderen aan een economische en sociale toekomst binnen BelgiĆ«.

Hij ging daarbij uit van de specifieke Vlaamse economische structuur, waarin kleine en middelgrote bedrijven overheersten. Die bedrijven, en dus niet de zware sectoren steenkool en staal, zouden de productievorm van de toekomst zijn. Het economische 'ideaal' dat De Man het congres voorhield was een ā€˜Vlaanderen waar iedereen de mogelijkheid zal hebben industriearbeid te verbinden met anderen arbeid en daarbij eigen haard en hof te bezitten’. Hij pleitte ervoor om samen te werken met het Vlaams Economisch Verbond Vlaams Economisch Verbond (VEV) Vlaams Economisch Verbond (VEV) Het Vlaams Economisch Verbond (VEV) is een Vlaamsgezinde belangengroep en patronale organisatie, die werd opgericht in 1926. Tijdens het interbellum zette het VEV zich in voor algemeen ec... Lees meer , omdat wij liever ā€˜met onze eigen menschen te doen’ hebben. De Vlamingen in het algemeen moesten af van hun 'Assepoestermentaliteit', een omschrijving van zijn grootvader Jan van Beers, en de Vlaamse socialisten moesten eveneens hun 'minderwaardigheidscomplex' binnen de BWP laten varen en afstand nemen van 'het vertaalde socialisme'.

Deze formulering van een uitgesproken Vlaams socialisme moet ook gezien worden tegen de achtergrond van de 'concentraties' waar de Katholieke Vlaamsche Volkspartij Katholieke Vlaamsche Volkspartij (KVV) Katholieke Vlaamsche Volkspartij (KVV) De Katholieke Vlaamsche Volkspartij was de Vlaamse vleugel van het Blok der Katholieken van BelgiĆ«, opgericht op 11 oktober 1936 met als Franstalige tegenhanger de Parti catholique social... Lees meer (KVV), het Vlaamsch Nationaal Verbond Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) Het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) (1933-1945) was een rechts-radicale Vlaams-nationalistische partij die tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde met de Duitse nationaalsocialistis... Lees meer (VNV) en Rex Rex Rex Rex was een Belgische politieke partij (1935-1940) en een collaboratiebeweging in Franstalig BelgiĆ« (1940-1944). Lees meer naar streefden. Volgens De Man kon zo’n concentratie de socialisten omvatten, en dan was ze niet antisocialistisch, of ze sloot de socialisten uit en dan was ze niet Vlaams. Toen in 1937 de kwestie van de amnestie Amnestie Lees meer voor activisten Activisme Activisme Het begrip activisme verwijst naar de fractie van flaminganten die tijdens de Eerste Wereldoorlog bereid was om politiek of anderszins samen te werken met de Duitse bezetter en financiĆ«le... Lees meer tijdens de Eerste Wereldoorlog voor opschudding zorgde, nam De Man als minister van financiĆ«n (1936-1938) en vicepremier, in afwezigheid van Paul van Zeeland Van Zeeland, Paul Van Zeeland, Paul Toen hoogleraar en bankier Paul van Zeeland (1893-1973) tussen 1935 en 1937 aan het hoofd stond van de Belgische regering, werden onder andere de taalwet in rechtszaken en een amnestiewet... Lees meer , weliswaar een positief standpunt in, dat indruiste tegen het standpunt van zowel de koning als de Franstalige regeringspartners. Tijdens de Guldensporenviering op 11 juli 1938 in Kortrijk, waar hij de tegenstelling tussen Vlaamse Klauwaards en Fransgezinde Leliaarts in sociale termen interpreteerde, riep hij echter op om een front te vormen tegen nationaal fanatisme. Ook toen hij in 1937 samen met zijn partijgenoot Paul-Henri Spaak Spaak, Paul-Henri Spaak, Paul-Henri Paul-Henri Spaak (1899-1972) was een Franstalige socialistische politicus die een rol speelde in talrijke communautaire kwesties. Lees meer in 1937 het concept ā€˜socialisme national’ (ā€˜nationaal socialisme’) lanceerde, waarvan de naam gelet op de ontwikkelingen in Duitsland ongelukkig gekozen was, onderstreepte hij daarbij dat het om een nationaal kader voor het socialisme ging en geenszins om economisch, oorlogszuchtig of racistisch Racisme Lees meer nationalisme. Hij wilde zowel een goede Europeaan en wereldburger als een goede Belg zijn.

Sinds de toetreding van de BWP tot de regering van Paul van Zeeland Van Zeeland, Paul Van Zeeland, Paul Toen hoogleraar en bankier Paul van Zeeland (1893-1973) tussen 1935 en 1937 aan het hoofd stond van de Belgische regering, werden onder andere de taalwet in rechtszaken en een amnestiewet... Lees meer in 1935 was er echter niet veel terecht gekomen van De Mans planisme, als gevolg van weerstand bij de katholieke en liberale regeringspartners. Bovendien groeiden de internationale spanningen. Ook in Belgiƫ stond de nationale eenheid onder druk, onder meer van het Vlaams-nationalistische VNV en Rex, en bleek het niet zonder meer een kader om economische en andere problemen op te lossen. Ook binnen de BWP waren de rangen verdeeld. De Man raakte ontgoocheld en begon zich zelfs van het Belgische bestuurlijke bestel te distantiƫren.

In mei 1939 werd De Man verkozen tot partijvoorzitter en nam hij ook de hoofdredactie van het Nederlandstalige partijmaandblad Leiding op zich. Hierin uitte hij zijn ideeën over de toekomst van zijn partij en van het Belgische politieke systeem. Sinds de Algemene Raad van de BWP hem in december 1939 niet meer volledig volgde in zijn strikte neutraliteitspolitiek raakte hij steeds meer geïsoleerd binnen de partij.

De Mans doodlopende weg in het bezette Belgiƫ

Zoals afgesproken voor de oorlog ontvluchtten de meeste socialistische leiders in mei 1940 het aangevallen BelgiĆ«. Partijvoorzitter De Man voelde zich evenwel meer aangesproken door zijn militaire functie als voorzitter van het Werk van koningin Elisabeth voor de Belgische soldaten en bleef in het land. Op 11 mei 1940 bood hij zijn diensten aan bij Leopold III van Saksen-Coburg, Leopold III van Saksen-Coburg, Leopold III Leopold III (1901-1983) werd aan de vooravond van en tijdens de Tweede Wereldoorlog het boegbeeld van een autoritaire stroming in de Belgische politiek. Zijn controversiĆ«le houding en mee... Lees meer en was ook de enige politicus die na de militaire overgave aan Duitsland aan de zijde bleef van de koning. Samen met Leopold III was De Man ervan overtuigd dat men gedurende lange tijd rekening zou moeten houden met een Duitse overmacht op het Europese continent. De capitulatie, voor De Man een logisch uitvloeisel van de neutraliteitspolitiek, bezegelde volgens hem het failliet van het parlementair democratisch regime. Zijn hoofddoel was de inschakeling van BelgiĆ« en de dynastie in een door Duitsland beheerst federaal Europa. In de hoop tot een eenheidsbeweging en vervolgens een regering te komen die een nieuw autoritair regime rond de koning zou steunen, had hij in de loop van juni 1940 gesprekken met diverse vertegenwoordigers van onder andere de gematigde vleugel van het VNV, het Verdinaso Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen (Verdinaso) Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen (Verdinaso) Het Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen (Verdinaso) (1931-1941) was een fascistisch geĆÆnspireerde beweging onder leiding van Joris van Severen, die een staats- en maatschappijherv... Lees meer , en een ruimer deel van de niet-partijpolitieke Vlaamse beweging. Struikelblok was echter het uitblijven van een consensus over de verhouding Vlaanderen-BelgiĆ« en het Dietse Diets Het woord ā€˜Diets’ stamt uit het Middelnederlands. In de context van de Vlaamse beweging dook deze term voor het eerst op in de loop van de 19de eeuw, meestal als equivalent voor Nederlan... Lees meer vraagstuk. De Man bleef vasthouden aan de dynastie, waardoor onderhandelen met het VNV als blok onmogelijk werd. Als militair viel het hem makkelijker te onderhandelen met het Verbond der Vlaamse Oud-strijders Verbond VOS (VOS) Verbond VOS (VOS) Het Verbond der Vlaamse Oud-Strijders (VOS), opgericht in 1919, was een flamingantische vereniging voor oud-strijders van de Eerste Wereldoorlog, die in de loop van het interbellum tot ee... Lees meer (VOS). Via zijn contacten met Germain Lefever Lefever, Germain Lefever, Germain Lees meer en Karel de Feyter De Feyter, Karel De Feyter, Karel Lees meer bracht hij het VOS ertoe een propagandacampagne voor Leopold III op te zetten. Om zijn betrachtingen kracht bij te zetten en ter voorbereiding van een nieuwe regering die mogelijk onder zijn leiding gevormd zou worden, lanceerde hij verschillende politieke plannen zoals het Programme de restauration politique van 19 juni 1940 en vooral het bekende Manifest aan de leden van de BWP van 28 juni 1940. In dit manifest ontbond hij als partijvoorzitter de socialistische partij, maar riep hij ook op de activiteiten van de niet-politieke organisaties (vakbonden, mutualiteiten, coƶperatieven) van de BWP voort te zetten. Tegelijk schreef hij in dit Manifest: ā€˜Verre van een ramp te zijn, is deze ineenstorting van een vermolmde wereld voor de werkende klasse en voor het socialisme een verlossing. De weg is vrijgemaakt voor de Europese vrede en de sociale rechtvaardigheid.’ Zijn oproep was evenwel gericht aan het 'Belgische Volk' en zijn positie zou duidelijk afgelijnd blijven van die van de Vlaams-nationalisten. In het nieuwe BelgiĆ« zouden Vlamingen en Walen beschikken over culturele autonomie, maar zou ook een strak immigratiebeleid Immigratie Immigratie Vanaf de jaren 1960 werd Vlaanderen een immigratieregio, maar al veel vroeger kenden sommige Vlaamse steden en regio’s een instroom van immigranten van buiten Vlaanderen. Deze bijdrage s... Lees meer (in de context van die dagen wilde dat vooral zeggen: een anti-Joods Antisemitisme Antisemitisme Lees meer beleid) heersen.

In het geheel aan plannen tot politieke hervormingen in de zomer van 1940 werden ook talrijke blauwdrukken gemaakt voor de herschikking van de vakbonden. Op syndicaal vlak streefde De Man naar een eenheidsvakbeweging. De bezetter had bovendien gesteld maar met ƩƩn vakbond te willen onderhandelen. De oprichting van het Nieuwe Belgisch Vakverbond (BVV) maakte inherent deel uit van zijn politieke actie. Ook hier kwam De Man in aanvaring met het VNV, wiens Arbeidsorde Vlaamsche Arbeidsorde Vlaamsche Arbeidsorde Vlaamsche Arbeidsorde (1936-1941) werd opgericht onder de leiding van Victor Leemans als een corporatistische organisatie die in theorie de rexistische vakbonden en het Vlaamsch Nationaal... Lees meer naar een vakbondsmonopolie streefde en aldus een hypotheek legde op zijn syndicale manoeuvres. Uiteindelijk zou dit resulteren in De Mans voorstel aan de Duitse bezetter om over te gaan tot de oprichting van een autoritaire gecentraliseerde eenheidsvakbond. Op basis van dit voorstel ontwierp de Duitse bezettingsadministratie, in overleg met De Man en de leiders van de christelijke en liberale vakbond, en de Arbeidsorde, haar blauwdruk tot oprichting van de Unie van Hand- en Geestesarbeiders Unie van Hand- en Geestesarbeiders (UHGA) Unie van Hand- en Geestesarbeiders (UHGA) De Unie van Hand- en Geestesarbeiders (UHGA) was in 1940-1944 een door de bezetter gedomineerde eenheidsvakbond. De UHGA werd de enige erkende syndicale organisatie, maar draaide uit op e... Lees meer (UHGA), waar het Nieuwe BVV, het Algemeen Christelijk Vakverbond Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV) Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV) Het Algemeen Christelijk Vakverbond (1912) is de overkoepelende organisatie van het christelijk syndicalisme in Belgiƫ. Lees meer , de Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van Belgiƫ en Arbeidsorde zich vrijwillig bij aansloten (22 november 1940). Al van bij de start liep de samenwerking vierkant.

De Man bleef het VNV beschouwen als een verderfelijke en separatistische partij. Zo keurde hij Edgard Delvo's Delvo, Edgard Delvo, Edgard Edgard Delvo (1905-1999) was een socialistisch kaderlid en volgeling van Hendrik de Man. Hij trad toe tot de VNV-leiding in 1940 en werd in 1942 leider van de Unie van Hand- en Geestesarb... Lees meer toetreden tot de VNV-leiding ten zeerste af. Tegen de Eenheidsbeweging-VNV lanceerde De Man de oprichting van een Nationale Bond Vlaanderen (NBV). Hiervoor zocht hij nieuwe bondgenoten die hij vond bij het Verdinaso, dat in 1941 in een zware crisis verkeerde. In zijn Schets van een programma voor een Vlaamsche Beweging in het kader van een Belgische federale staat verklaarde hij trouwens dat het unitaire BelgiĆ« had afgedaan. Onder leiding van de koning en zijn regering moest BelgiĆ« worden omgebouwd tot een federatieve staat met 'zelfbeheer' voor de twee volkeren ( federalisme Federalisme Federalisme Sinds het begin van de 20ste eeuw behoort federalisme tot het programma van eerst de Waalse en vervolgens ook de Vlaamse beweging. Vanaf 1970 is de transformatie van BelgiĆ« van unitaire t... Lees meer ). Hij omschreef zijn Bond als Vlaams-nationaal (te begrijpen als ā€˜Belgisch- federalistisch’) en nationaalsocialistisch (omschreven als een streven naar een ā€˜socialistische orde en een autoritaire staatsinrichting’). Een federaal BelgiĆ« zou onderdeel worden van een Europese federatie onder leiding van Duitsland, waarop Hitler volgens De Man aanstuurde. Hij verdedigde zijn visie op een hervormd BelgiĆ« ook in het artikel ā€˜Belgien als europƤisches Problem’, dat op 2 en 3 april 1942 in meerdere Duitse tijdschriften verscheen. Het kreeg van de Duitse censuur echter een titel met een heel andere strekking: ā€˜Abstieg der belgischen Demokratie’. De NBV werd opgericht op 12 juni 1941: een maand na de stichting van de Eenheidsbeweging-VNV, waardoor dit initiatief niet anders kon worden gezien dan als een aanval op het VNV. Het Militair Bestuur legde De Man een spreek- en vergaderverbod op, waardoor de NVB nooit van de grond kwam. Dit was een zoveelste politieke nederlaag voor De Man, wiens rol op het politieke toneel was uitgespeeld. In november 1941 werd hij bovendien ontslagen als hoogleraar aan de Brusselse Universiteit en trok hij zich in vrijwillige ballingschap terug in de Haute-Savoie, waarmee hij zijn politieke failliet toegaf. Nog ƩƩn keer mengde hij zich schriftelijk in het reilen en zeilen binnen de UHGA om te protesteren tegen de afzetting van Victor Grauls als voorzitter en vooral tegen diens opvolging door de VNV'er Delvo (1 april 1942). In die publieke brief riep hij de socialistische militanten op om actief te blijven in de UHGA – ā€˜behalve individuele gewetensgevallen, waarbij ieder voor zich moet oordelen of hij zijn post bij de UHGA wil verlaten’ – en zo haar 'neutraal' karakter te verdedigen. In augustus 1944 vluchtte De Man naar Zwitserland, waar hij politiek asiel aanvroeg. Op 12 september 1946 werd hij door de Brusselse krijgsraad bij verstek veroordeeld tot 20 jaar hechtenis, 10 miljoen frank schadevergoeding aan de Belgische staat, ontzetting uit zijn militaire rang. Bovendien verloor hij niet alleen zijn burgerrechten, maar mocht hij ook niet publiceren. Toen De Standaard De Standaard (1914-) De Standaard (1914-) Het eerste nummer van het dagblad De Standaard verscheen op 4 december 1918. De krant was gedurende vele decennia hĆ©t blad bij uitstek van de katholieke Vlaamse beweging in al haar varian... Lees meer in 1947 terugkeerde, verleende De Man onder de schuilnaam ā€˜Manfred’ zijn medewerking aan de krant.

Ballingschap en nabeschouwingen

Na de Tweede Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog De Tweede Wereldoorlog werd in Vlaanderen getekend door de onvoorwaardelijke collaboratie van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). De samenwerking met de bezetter en de bestraffing erva... Lees meer kwam De Man nog eenmaal terug op zijn oorspronkelijke ideeĆ«n over de relatie tussen socialisme en nationalisme in Au delĆ  du nationalisme (1946), waarvan elementen al in 1943 in het door de nazi’s gecontroleerde EuropƤische Revue waren verschenen. Deze synthese kon volgens De Man twee richtingen uit: of het leidt naar nationaalsocialisme, als men het socialisme wil transformeren in nationalisme, of het leidt naar een socialistisch nationalisme, als men de nationale elementen wil winnen voor socialistische experimenten en sociale hervormingen.

Na de bewogen oorlogsjaren was De Man de totalitaire regimes gaan beschouwen als een monsterlijk zelfportret voor heel Europa. De kern van zijn ideeƫn over de verhouding tussen natie en nationalisme en de nood aan fundamentele politieke en sociaaleconomische hervormingen bleef echter van de voor- tot de naoorlogse periode behouden. Maar tijdens de Duitse bezetting was hij wel een doodlopende weg ingeslagen: die van verregaande samenwerking met en aanpassing aan het nationaalsocialistische Duitsland ten koste van de parlementaire democratie zoals die bestond in Belgiƫ. In Au delƠ du nationalisme pleitte hij weliswaar opnieuw voor een wereldunie tussen de verschillende landen, maar niet meer voor een Europese federatie, omdat die een blok zou vormen tegen andere federaties.

Hij bracht de rest van zijn leven door in ballingschap en armoede tot hij op 20 juni 1953 omkwam in een auto-ongeluk.

De Man was een van de weinige originele theoretici van de Belgische sociaaldemocratie. Zijn uiteenzettingen over de relatie tussen nationale en sociale beweging vormen hiervan slechts ƩƩn, maar geen marginaal onderdeel. Als rode draad door zijn opstelling en denken over het socialisme loopt de nadruk op de rol van de historisch gegroeide culturele context, psychologische motiveringen en het belang van ideeĆ«n en idealen in plaats van louter deterministische processen zoals de interpretatie van het marxisme door andere socialistische en communistische denkers die vooropstelde. Zijn intellectualisme ging gepaard met een vorm van elitarisme. Het holistische en abstracte concept ā€˜volk’, zoals dat tevens door nationalisten werd gehanteerd, verdrong daarbij zijn voeling met de concrete leden van de bevolking waarvoor hij beweerde op te komen.

Archief

– International Institute of Social History: Archief Hendrik De Man [ARCH00449]

Werken

— De vervlaamsching der Gentsche hoogeschool, in: Vooruit, 29 mei 1905.
— Eene nationale Vlaamsche partijschool, in: Vooruit, 19 september 1911, p. 6.
— Fleming versus Walloon, in: The Atlantic Monthly, 1923, nr. 1, pp. 665-683.
— Het socialisme in de ruimte: van kosmopolitisme tot sociaal patriottisme, in: De Psychologie van het Socialisme, 1927.
— Nationalisme en socialisme, 1931.
— Sozialismus und National-fascismus, 1931.
— Le nouveau nationalisme allemand, in: Revue de l'UniversitĆ© de Bruxelles, 1932, nr. 3, pp. 256-282.
— In het teeken van 't aanstaande kongres: de Vlaamsche socialisten en de eenheid, in: Volksgazet, 23 oktober 1934, pp. 1-2 en in: Vooruit, 24 oktober 1934, pp. 1-2.
— De sociale en economische toekomst van Vlaanderen, in: Verslag van het Vlaamsch Socialistisch Congres, 1937.
— The New Flemish Academy, 1938.
— De richtlijnen der Vlaamsche toekomst, in: Het Nieuws van den Dag, 10 augustus 1940, p. 1.
— AprĆØs coup, mĆ©moires, 1941.
— Herinneringen, 1941.
— Jenseits des Nationalismus’, in: EuropƤische Revue, 1943.
— Cahiers de ma montagne, 1944.
— Au delĆ  du nationalisme, 1946.
— Cavalier seul, 45 annĆ©es de socialisme europĆ©en, 1948.
— Vermassung und Kulturverfall, eine Diagnose unserer Zeit, 1951.
— Gegen den Strom, memoiren eines europaĆÆschen Sozialisten, 1953.
— Autobiografie, 1974 (compilatie door M. Claeys-van Haegendoren).
— Voorbij het nationalisme, 1988.
— M. BrĆ©laz (ed.), Le 'dossier LĆ©opold III' et autres documents sur la pĆ©riode de la Seconde Guerre Mondiale, 1984.

Literatuur

— M. Claeys-van Haegendoren, Hendrik de Man en het nationaliteitenvraagstuk, in: Ons Erfdeel, 1970, nr. 4, pp. 95-100.
— id., Hendrik de Man. Biografie, 1972.
— id., Hendrik de Man, persoon en ideeĆ«n, 1974, dl. 1.
— H. Balthazar, Inleiding bij: Een debat in Ons Huis, in: Hendrik de Man. Persoon en ideeĆ«n, 1976, dl. 5, pp. 35-39.
— W. Steenhaut, Bibliografie van werken van en over H. de Man, in: Hendrik de Man. Persoon en ideeĆ«n, 1976, dl. 6, pp. 255-405.
— G. Vanschoenbeek, Ontstaan, situering en karakterisering van de Socialistische Jonge Wacht 1886- 1914, RUG, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1978.
— W. Steenhaut, De Unie van Hand- en Geestesarbeiders, een onderzoek naar het optreden van de vakbonden in de bezettingsjaren 1940-1944, RUG, onuitgegeven doctoraatsverhandeling, 1983.
— M. van Haegendoren, Chat echaudĆ© craint l'eau froide (Au delĆ  du nationalisme), in: Voorbij het nationalisme, 1988, pp. I-VI.
— M. BrĆ©laz, LĆ©opold III et Henri De Man, 1988.
— E. de Baene, De Vlaamse beweging volgens Hendrik de Man, in: De Vlaamse socialisten tegenover de Vlaamse beweging in eigen rangen 1960-1978, 1990, pp. 3-6.
— P. Lemmens, De politieke verhoudingen tussen het Verbond V.O.S., Hendrik De Man en Leopold III na de Belgische capitulatie van 28 mei 1940, in: WT, jg. 52, 1993, nrs. 3-4, pp. 176-182 en p. 193-213.
— J. Velaers en H. van Goethem, Leopold III. De Koning, het Land, de Oorlog, 1994.
— Bulletin van de Vereniging voor de Studie van het Werk van Hendrik de Man. Voorbij het nationalisme? Acta van het colloquium van 16 november 2007, nr. 34, 2008, november.
— O. Boehme, Greep naar de markt. De sociaal-economische agenda van de Vlaamse Beweging en haar ideologische versplintering tijdens het interbellum, 2008.
— O. Boehme, Revolutie van rechts en intellectuelen in Vlaanderen tijdens het interbellum. IdeeĆ«nhistorische bijdragen, Leuven-Leusden, 1999; 2011 (tweede editie).
— J. W. Stutje, Hendrik de Man. Een Man met een plan, Antwerpen, 2018.
— O. Boehme, Overheid en economie, een paringsdans zonder einde, in: De Nederlandse Boekengids, jg. 4, 2019, nr. 2, april-mei, pp. 10-12.
— M. van Haegendoren, Hendrik De Man. Visionair of verrader?, Antwerpen, 2026.

Suggestie
Citeren

1975: Mieke Van Haegendoren (pdf)

1998: Hendrik Defoort (pdf)

2026: Olivier Boehme

Databanken

Inhoudstafel