Hadewijch was een 13de-eeuwse mystica, die een tot op vandaag gewaardeerd literair oeuvre van religieuze brieven, liefdesliederen en visioenen naliet. Sinds de (her)ontdekking van haar werk in 1830 groeide Hadewijch uit tot een cultureel symbool dat met diverse betekenissen werd opgeladen. In Vlaamsgezinde kringen werd ze geregeld gemobiliseerd als nationaal embleem.

Alternatieve naam
Hadewych
Suggestie
Citeren
Leestijd: 18 minuten

Hadewijch was een 13de-eeuwse mystica, die – afgaand op het taalgebruik in haar teksten – waarschijnlijk afkomstig was uit het hertogdom Brabant. Hoewel er weinig biografische informatie over Hadewijch bekend is, wordt verondersteld dat ze als spirituele lerares optrad voor ingewijde vrouwen. Ze schreef brieven (proza en op rijm), liefdesliederen en visioenen, waarin de ‘minne’ of de mystieke liefde tussen mens en god centraal staat. Hadewijchs teksten bleven eeuwenlang aan het daglicht onttrokken. Het duurde tot 1830-1831 voor de Duitse historicus en archivaris Franz Joseph Mone ze herontdekte in de archieven van de Bourgondische Bibliotheek in Brussel.

Sindsdien is er voortdurend onderzoek geweest naar de mystica. Aangezien de door Mone teruggevonden geschriften anoniem waren, kwam het er in de eerste plaats op aan om de identiteit van de auteur te achterhalen. Daarnaast was ook de betekenis van haar teksten al vroeg voorwerp van studie. Dit zijn vandaag nog steeds prominente thema’s in het onderzoek, maar recentelijk is er ook meer aandacht ontstaan voor de culturele beeldvorming van Hadewijch in Vlaanderen en België. Een mijlpaal in dit verband is het doctoraat van Tijl Nuyts, Remembering Hadewijch. The Travelling Memory of a Medieval Mystical Author in Modern Belgium (2023), tot stand gekomen aan de Universiteit Antwerpen binnen het door Veerle Fraeters ontwikkelde onderzoeksproject over de moderne Hadewijch-receptie, dat in een eerdere fase publicaties opleverde van David Vermeiren en Sarah Menu, en voortbouwde op ouder pionierend onderzoek van onder meer Joris Reynaert en Annette van Dijk. Onderhavige bijdrage is een synthese van Nuyts’ proefschrift, toegespitst op Hadewijchs symboolfunctie binnen de Vlaamse beweging.

Een nieuwe auteur in het literaire pantheon van de natie

In hetzelfde jaar waarin Mone zijn bevindingen wereldkundig maakte in zijn Übersicht der niederländischen Volks-Literatur älterer Zeit (1838) kreeg ook de vroege Vlaamse beweging de vooralsnog naamloze mystica in het vizier. Jan Frans Willems Willems, Jan Frans Willems, Jan Frans Jan Frans Willems (1793-1846), de “vader van de Vlaamse beweging”, was dichter, polemist, filoloog, tekstediteur en initiatiefnemer of lid van tal van academies en genootschappen in binne... Lees meer publiceerde een van haar liederen in het tijdschrift Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des Vaderlands Belgisch Museum Belgisch Museum Het Belgisch Museum voor de Nederduitsche Tael- en Letterkunde en de Geschiedenis des Vaderlands was een filologisch en historisch tijdschrift dat in Gent verscheen tussen 1837 en 1846.... Lees meer . Hij voorzag het gedicht van een aantal beknopte noten, maar gaf verder weinig toelichting. Niettemin lag Willems’ filologische bijdrage geheel in de lijn van het romantische nationalisme, waarvan deze Gentse letterkundige een typische exponent was. Net zoals de vele andere Middelnederlandse teksten die hij onder de aandacht bracht, moest dit ‘Geestelyk minnelied uit de XIIe eeuw’ de nationale trots en identiteit versterken: het was volgens Willems een zoveelste bewijs dat de moderne Vlaams-Belgische literatuur Literatuur Literatuur De literatuur heeft een cruciale rol gespeeld in het ontstaan van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd en ook in de daaropvolgende fasen van de Vlaamse natiewording zijn schrijvers vaak richting... Lees meer wortelde in een eeuwenoude traditie. Om die reden vroeg ook zijn generatiegenoot Ferdinand August Snellaert Snellaert, Ferdinand A. Snellaert, Ferdinand A. Ferdinand Augustijn Snellaert (1809-1872) was arts en filoloog, een van de leidende figuren van de jonge Vlaamse beweging en pleitbezorger voor culturele eenheid met Nederland. Lees meer aandacht voor de pas ontdekte middeleeuwse auteur. In zijn Verhandeling over de Nederlandsche dichtkunst in België, sedert hare eerste opkomst tot aen de dood van Albert en Isabella (1838) ging Snellaert vooral in op de minneliederen. Deze etaleerden volgens hem een zogenaamd unieke ‘nationale’ liefde die ‘van volk tot volk’ verschilde en, in dit geval, de eigenheid van de Vlaamse Belgen demonstreerde.

De pleidooien van Willems en Snellaert vonden al snel weerklank bij andere flamingantische auteurs. De Leuvense letterkundige, historicus en archivaris Edward van Even presenteerde rond 1852 in het Gentse cultuurblad De Eendragt De Eendragt De Eendragt De Eendragt – vanaf 1864 als De Eendracht gespeld – was een algemeen cultureel tijdschrift dat in Gent verscheen van 1846 tot 1879. Het volgde de evolutie van de Vlaamse beweging op de vo... Lees meer een overzicht van ‘Onze Vlaemsche dichteressen uit den voortyd’, waarin ook de auteur van de minneliederen werd opgenomen. Voor Van Even blonk een mystica zoals zij niet alleen uit in godsvrucht, maar ook in passie voor de moedertaal. Daarmee was ze een lichtend voorbeeld voor aspirerende dichters én dichteressen in het contemporaine Vlaams-België, aldus Van Even.

De met raadselen omgeven mystica werd op die manier vanaf het begin ingeschakeld in het natievormende en vooralsnog Belgisch patriottische project van de ontluikende Vlaamse beweging. De pleitbezorgers hadden er dan ook alle belang bij om haar teksten onder een breed publiek te verspreiden. In de eerste decennia gebeurde dat veeleer mondjesmaat, tot zich in 1857 een belangrijke doorbraak voordeed: dat jaar ontdekte de West-Vlaamse notaris, archivaris en letterkundige Angelius Angillis toevallig dat de in 1830 herontdekte teksten in een 14de-eeuwse kloosterinventaris van Middelnederlandse boeken verbonden werden met de naam ‘Hadewijch’. De vondst betekende een belangrijke impuls voor haar literaire faam.

Mysterieuze non of ketterse vrijheidsheldin?

Vanaf de jaren 1860 werd het maatschappelijke en culturele leven in België steeds meer getekend door politiek-ideologische polarisatie. De groeiende tegenstelling tussen katholieken en liberalen resoneerde ook in de Hadewijch-receptie van die tijd. Hadewijchs ‘minne’ werd daarbij niet langer voorgesteld als een verbindende liefde, maar gemobiliseerd als strijdmiddel. De commentatoren in kwestie twistten over de vraag of de mystica symbool stond voor godsliefde en religieuze devotie dan wel juist voor de drang om zich van het katholicisme te bevrijden.

Neem de Brusselse liberaal Charles ‘Karel’ Ruelens. In zijn Jan van Ruysbroek en Bloemardinne (1888) beargumenteerde deze conservator van de Koninklijke Bibliotheek in Brussel dat Hadewijch geen rechtgelovige vrouw was geweest, maar geïdentificeerd moest worden als de ‘ketterse’ Bloemardinne. Hadewijch en Bloemardinne schreven immers rond dezelfde tijd en hadden beiden een groep vrouwelijke volgelingen rond zich verzameld. Bloemardinne was bovendien het pseudoniem van Heilwige Bloemaert, een naam die verwantschap vertoont met ‘Hadewijch’. Deze argumenten vonden gehoor bij liberale historici zoals Paul Fredericq Fredericq, Paul Fredericq, Paul Paul Fredericq (1850-1920) was een vooraanstaande Gentse historicus, die als de officieuze ideoloog van het liberaal flamingantisme kan worden  omschreven. Als rector van de Gentse u... Lees meer , die de ‘geheimzinnige ketterin Bloemardinne (zuster Hadewych)’ rond 1897 in stelling bracht tegen de katholieke (politieke) dominantie in België. Volgens Fredericq bewees de figuur Hadewijch-Bloemardinne dat de contemporaine liberale strijd voor de vrijheid en tegen de kerkelijke macht terugging tot de middeleeuwen.

Hoewel deze identificatie met Bloemardinne de nogal abstracte mystica Hadewijch een gezicht gaf en daardoor bijdroeg aan haar canonisering, was het niet deze beeldvorming die verankerd raakte in het Vlaamse collectieve geheugen. Het was vooral het katholieke antwoord erop dat school maakte.

Jozef van Mierlo en de popularisering van Hadewijch als katholieke Vlaamse mystica en dichteres

De ketterse Hadewijch-hypothese werd rond 1908 ter discussie gesteld door de jezuïet Jozef van Mierlo junior Van Mierlo, Jozef Van Mierlo, Jozef De jezuïet Jozef van Mierlo (1878-1958) verwierf bekendheid als eminent literatuurhistoricus en als publicist die het Vlaams-nationalisme theoretisch trachtte te onderbouwen. Lees meer , een Vlaamsgezinde literatuurhistoricus die in 1925 mee het Ruusbroecgenootschap Ruusbroecgenootschap Ruusbroecgenootschap Het Ruusbroecgenootschap (1925) is een instituut voor de wetenschappelijke studie van de geschiedenis van de spiritualiteit in de Nederlanden. Het werd opgericht door een groep Vlaamsgezi... Lees meer zou stichten. In een bijdrage voor Dietsche Warande en Belfort Dietsche Warande en Belfort Dietsche Warande en Belfort Dietsche Warande en Belfort was een Vlaams tijdschrift voor literatuur- en geestesleven. Het ontstond in 1900 door de samensmelting van de tijdschriften Dietsche Warande en Het Belfort.... Lees meer ging Van Mierlo de polemiek aan met de Gentse jurist en historicus Leonard Willems Willems, Leonard Willems, Leonard Leonard Willems (1864-1938) streed vóór de Eerste Wereldoorlog voor de erkenning van het Vlaams als officiële taal. Het activisme wees hij af. Ook publiceerde hij over taalkunde en geschi... Lees meer , die de argumenten van zijn mentor Paul Fredericq overnam. In de volgende decennia ontpopte de jezuïet zich als een niet-aflatende promotor, wiens filologische missie erin bestond om de Bloemardinne-these te ontkrachten en een Vlaams-katholiek beeld van Hadewijch te canoniseren. Daarbij zette hij – veel sterker dan de 19de-eeuwse receptie – in op een historiserende aanpak. Van Mierlo voerde aan dat Hadewijchs identificatie als Bloemardinne temporeel onmogelijk was. Hij kon uit de appendix die bij Hadewijchs visioenenboek hoorde, een ‘Lijst der volmaakten’, afleiden dat de mystica in de 13de eeuw moest worden gesitueerd, terwijl Bloemardinne in de 14de eeuw had geleefd. De jezuïet benadrukte daarbij het religieuze karakter van Hadewijchs werk en bracht haar in verband met de vroege begijnenbeweging (de zogenoemde mulieres religiosae).

Op basis van zijn literatuurhistorische onderzoek publiceerde Van Mierlo tal van vulgariserende, publieksgerichte bijdragen in uiteenlopende tijdschriften, zoals het reeds genoemde Dietsche Warande en Belfort, Jong Dietschland Jong Dietschland (1898-1914) Jong Dietschland (1898-1914) was een driemaandelijks studententijdschrift voor kunst en letteren, uitgegeven op initiatief van Lodewijk Dosfel. Het tijdschrift profileerde zich als kathol... Lees meer , de veelgelezen oorlogskrant De Stem uit België De Stem uit België De Stem uit België De Stem uit België (1914-1919) was een Vlaams exilblad dat tijdens de Eerste Wereldoorlog werd uitgegeven vanuit Londen onder leiding van Floris Prims. Het weekblad was katholiek en Vlaam... Lees meer en De Bode van het Heilig Hart. In 1926 verscheen bovendien een Hadewijch-monografie van zijn hand in de Eigen Schoonreeks bij De Standaard De Standaard (1914-) De Standaard (1914-) Het eerste nummer van het dagblad De Standaard verscheen op 4 december 1918. De krant was gedurende vele decennia hét blad bij uitstek van de katholieke Vlaamse beweging in al haar varian... Lees meer . Vijf jaar later volgde De poëzie van Hadewijch (1931). Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog droeg Van Mierlo (die buiten de collaboratie bleef) zijn visie op Hadewijch uit, onder meer met de uitgave Strophische gedichten in 1942 en een bijdrage aan het groots opgezette 100 Groote Vlamingen (1941) onder leiding van de collaborerende historicus Robert van Roosbroeck Van Roosbroeck, Rob Van Roosbroeck, Rob Robert van Roosbroeck (1898-1988) was een onderwijzer, publicist en historicus. Hij was betrokken bij het activisme en de collaboratie, onder andere als schepen van Antwerpen en lid van d... Lees meer . Na de oorlog ijverde de literatuurhistoricus nog jarenlang voor Hadewijchs nagedachtenis, onder meer met tekstedities van de Brieven (1947) en Mengeldichten (1952).

Vooral door zijn brede scala aan populariserende publicaties slaagde Van Mierlo erin om een breder publiek van Vlaamsgezinde katholieken voor zijn wetenschappelijke bevindingen te interesseren. Afhankelijk van zijn doelgroep belichtte de jezuïet daarbij steeds een ander aspect van Hadewijch: haar kunstenaarschap, haar katholicisme of haar ‘Vlaamse’ karakter. Dat laatste was hét aspect dat door vrijwel niemand in twijfel werd getrokken: Hadewijch, zo heette het, belichaamde met haar geschriften een specifiek-Vlaamse identiteit en culturele traditie.

Vooral het gediversifieerde en daardoor erg ‘recycleerbare’ karakter van Van Mierlo’s Hadewijch vormde het succesrecept voor haar verankering in bredere lagen van de cultuur. Het zorgde ervoor dat uiteenlopende actoren en strekkingen cultureel belang gingen zien in de Hadewijch-revival die de jezuïet probeerde te organiseren. Zo prezen ook vrijzinnig georiënteerde kranten zoals de Volksgazet Volksgazet Volksgazet Volksgazet (1914-1978) was een Antwerps socialistisch dagblad, gesticht door Camille Huysmans en Willem Eekelers, dat regelmatig Vlaamsgezinde standpunten innam. Lees meer , Het Laatste Nieuws Het Laatste Nieuws Het Laatste Nieuws Het Laatste Nieuws was een liberaal en Vlaamsgezind dagblad, waarvan het eerste nummer op 7 juni 1888 verscheen. In 2023 bestaat de krant nog steeds als een populair dagblad voor een bree... Lees meer en Vooruit Vooruit (1884-1991) Vooruit (1884-1991) Vooruit (1884-1991) was een Gents socialistisch dagblad waarin heel wat bijdragen verschenen van Vlaamse intellectuelen. In 1978 werd het blad een regionale editie van De Morgen, om in 19... Lees meer Van Mierlo’s werk en juichten socialistische Vlaamsgezinden als Achilles Mussche Mussche, Achilles Mussche, Achilles Achilles Mussche (1896-1974) was een socialistisch en flamingantisch geïnspireerde leraar en dichter, die zich in zijn jonge jaren engageerde in het activisme en begin jaren 1920 mee aan ... Lees meer de populariteit van Hadewijch toe, om (cultuur)flamingantische redenen. Van Mierlo slaagde er zo in om van Hadewijch een monument en ijkpunt in de culturele herinnering te maken: het ontluiken van een specifieke Vlaamse literaire en mystieke traditie. Het verhinderde niet dat de mystica ondertussen ook in heel andere culturele milieus furore maakte, zoals de kring rond de Belgische surrealist Marc. Eemans en diens tijdschrift Hermès (1933-1939). Naast een veeleer traditioneel-katholiek Hadewijch-beeld ontwikkelde zich zo ook een modernistische fascinatie voor de mystica, die men bijvoorbeeld bij Paul van Ostaijen Van Ostaijen, Paul Van Ostaijen, Paul Paul van Ostaijen (1896-1928) was een schrijver die met zijn poëzie, proza en kritische werk grote invloed heeft uitgeoefend op de Nederlandstalige literatuur. Zijn zoektocht naar een nie... Lees meer terugvindt.

Naar een Vlaams-nationalistische en Dietse Hadewijch (1915-1944)

Van Mierlo’s Vlaams-georiënteerde visie werd pas dominant vanaf de jaren 1920, maar het symbool Hadewijch deed op dat moment al langer opgeld bij Vlaamsgezinden. Dat blijkt onder meer uit het feit dat de mystica tijdens de Eerste Wereldoorlog als een markeerder van ‘Vlaamsheid’ fungeerde in activistische Activisme Activisme Het begrip activisme verwijst naar de fractie van flaminganten die tijdens de Eerste Wereldoorlog bereid was om politiek of anderszins samen te werken met de Duitse bezetter en financiële... Lees meer middens. Wanneer haar naam werd genoemd, prijkte die veelal tussen deze van andere Vlaamse mystici of (culturele) helden uit de nationale geschiedenis. Hadewijch werd bijvoorbeeld vermeld in het oorlogsnummer van Ons Leven Ons Leven Ons Leven Ons Leven (1888) is een Leuvens studententijdschrift en het blad van het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV). Lees meer , met als doel om Germaanse associaties op te roepen, of in een stuk van Raf Verhulst Verhulst, Raf Verhulst, Raf Raf Verhulst (1866-1941) was een Vlaamsgezinde schrijver, journalist en docent, die tijdens de Eerste Wereldoorlog een prominente rol opeiste in het activisme. Lees meer in Het Vlaamsche Nieuws Het Vlaamsche Nieuws Het Vlaamsche Nieuws Het Vlaamsche Nieuws was een Antwerps Duits-activistisch persorgaan, dat eerst onder de naam Vlaamsche Gazet – Het Laatste Nieuws verscheen. Het werd het belangrijkste activistische perso... Lees meer , waarin deze radicale activistische auteur de mystica als een strijdbaar rolmodel voor eigentijdse Vlamingen naar voren schoof.

Hadewijch-namedropping werd zo een geijkte strategie onder Vlaams-nationalistische auteurs en publicisten. Laatstgenoemden bleven haar tijdens het interbellum opvoeren als een van de vele historische boegbeelden van het onafhankelijke Vlaanderen van morgen. Dat ging niet zelden gepaard met (cultuur)pessimistische reflecties op het heden: ‘Over Vlaanderen, over het land van Hadewijch en Rubens, over Brussel, de stad van Ruusbroec, hangt een walm van graflucht en bederf’, aldus Ferdinand Vercnocke Vercnocke, Ferdinand Vercnocke, Ferdinand Ferdinand Vercnocke (1906-1989) was een West-Vlaamse dichter van romantisch nationalistische poëzie, die zich in de jaren 1930 met het fascistisch geïnspireerde VNV affilieerde en tijdens... Lees meer in De Schelde De Schelde (1919-1936) Lees meer in april 1936. Ook Cyriel Verschaeve Verschaeve, Cyriel Verschaeve, Cyriel Cyriel Verschaeve (1874-1949) was een West-Vlaamse priester, literair auteur, kunstbeschouwer en publicist, die bekend werd als icoon van de Frontbeweging en het opkomende Vlaams-national... Lees meer bewierookte Hadewijch tijdens zijn lezing ‘Vlämische Mystik’ in Aken in 1934 als een ‘mystieke dichteres, die heel en al uit den Vlaamsen eigenaard voortkomt’, zonder evenwel diep op haar figuur in te gaan – zijn relaas focuste vooral op de Brabantse mysticus Jan van Ruusbroec. Verschaeves Akense lezing was ondertussen niet los te zien van zijn toenadering tot nazi-Duitsland in die jaren. Zijn interesse voor mystici zoals Ruusbroec en Hadewijch paste in een ruimer streven om de Vlaams-katholieke identiteit te verzoenen met het ‘heidense’ nationaalsocialisme.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog De Tweede Wereldoorlog werd in Vlaanderen getekend door de onvoorwaardelijke collaboratie van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). De samenwerking met de bezetter en de bestraffing erva... Lees meer figureerde Hadewijch geregeld als literair-religieuze heldin in de collaborerende Collaboratie Collaboratie Collaboratie verwijst naar de samenwerking met de bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog, in casu van het Vlaams-nationalisme en een deel van de Vlaamse beweging. Lees meer kranten, die in het algemeen grote belangstelling aan de dag legden voor ‘volksverbonden’ cultureel erfgoed. De mystica belichaamde daarbij vaak niet alleen een Vlaamse, maar ook een Dietse Diets Het woord ‘Diets’ stamt uit het Middelnederlands. In de context van de Vlaamse beweging dook deze term voor het eerst op in de loop van de 19de eeuw, meestal als equivalent voor Nederlan... Lees meer essentie, die organisch deel uitmaakte van een groter Germaans verband. In de VNV Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) Het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) (1933-1945) was een rechts-radicale Vlaams-nationalistische partij die tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde met de Duitse nationaalsocialistis... Lees meer -krant Volk en Staat Volk en Staat Volk en Staat Volk en staat (15 november 1936 - 3 september 1944) was een Vlaams-nationalistisch dagblad en orgaan van het Vlaamsch Nationaal Verbond. Het blad verscheen als opvolger van De Schelde (1... Lees meer , bijvoorbeeld, maakte Hadewijch haar opwachting in de rubriek ‘Wij blikken terug: Zoo dichtte Dietschland’, naast Van den vos Reynaerde en Hendrik van Veldeke, maar ook contemporaine Vlamingen zoals Verschaeve en de in 1933 overleden Alice Nahon Nahon, Alice Nahon, Alice Alice Nahon (1896-1933) was een populaire Vlaamse dichteres. Lees meer . De suggestie was dat het roemrijke verleden rechtstreeks doorwerkte op het heden, een besef dat de Vlaamse lezer trots moest stemmen. In de artikelenreeks ‘Gestalten’ (1944) in hetzelfde blad werden Hadewijch dan weer expliciet Groot-Germaanse trekken toegedicht. Alles bij elkaar moest de mystica vooral de spanning tussen het katholieke Vlaams-nationalisme en het nationaalsocialisme opheffen. Als tegelijk christelijke en völkische profetes verenigde ze beide werelden, klonk het.

Rolmodel voor de Vlaamsgezinde vrouwenbeweging (1920-1945)

Terwijl Hadewijch bij mannelijke Vlaams-nationalisten zelden écht een hoofdrol kreeg toebedeeld, groeide de mystica bij Vlaams-nationalistische vrouwen en meisjes uit tot een heus rolmodel en strijdsymbool. In de loop van de jaren 1920 raakten zij – in de slipstream van de radicale Vlaamsgezinde studenten – steeds meer vervreemd van het kerkelijke gezag in België. Aangezien hun zelfbeeld bij uitstek katholiek bleef, groeide de nood aan alternatieve iconen om zich mee te identificeren. In deze context diende Van Mierlo’s Hadewijch zich aan als een ideaal rolmodel. De jezuïet had Hadewijch wel als een katholieke Vlaamse vrouw geportretteerd, maar dat vrouwelijke aspect nooit echt een concrete invulling gegeven. Mede daardoor beschikte de ontluikende Vlaams-nationalistische vrouwenbeweging Vrouwenbeweging Vrouwenbeweging Binnen de Vlaamse beweging bestond in het algemeen nauwelijks interesse voor vrouwenemancipatie. Toch was er sprake van kruisbestuiving met de vrouwenbeweging. Zo hanteerden vrouwenorgani... Lees meer over de nodige (interpretatieve) vrijheid om zich de mystica toe te eigenen. Voor het eerst fungeerde Hadewijch zo als een specifiek vrouwelijke heldin, die gestalte gaf aan een specifiek vrouwbeeld: vroom, volks en bezield met offervaardige liefde voor Vlaanderen (zie Gender Gender Gender Vrouwen en mannen kregen verschillende rollen binnen de Vlaamse beweging. De heersende verwachtingen spoorden echter niet altijd met de werkelijke genderverhoudingen en evolueerden boven... Lees meer ).

Vooral in de katholieke Vlaamse meisjesbeweging Katholieke Vlaamse Meisjesbeweging Katholieke Vlaamse Meisjesbeweging De Katholieke Vlaamse Meisjesbeweging was een beweging van katholieke, Vlaamsgezinde burgermeisjes en vrouwen ontstaan in 1912 naar het model van de katholieke Vlaamse studentenbeweging, ... Lees meer werd Hadewijch een geliefd symbool. Toen Julia Putman Putman, Julia Putman, Julia Julia Putman (1901-1959) was van eind 1920 tot begin 1925 voorzitster van de Katholieke Vlaamsche Landsbond voor Meisjes. In 1926 trad ze in bij de Zusters van de Jacht en vervolgens werk... Lees meer , een van de grondlegsters van de beweging, in 1926 in het klooster trad, nam ze als vanzelfsprekend de naam Zuster Maria Hadewijch aan. Nadat Putman vanaf 1927 als missiewerkster in India aan de slag ging, bleef ze in contact met de Vlaams-nationalistische meisjes door brieven te schrijven die op regelmatige basis gepubliceerd werden in het bewegingstijdschrift Gudrun Gudrun Gudrun Gudrun was het bewegingstijdschrift van de Katholieke Vlaamse meisjes- en vrouwenbeweging tussen 1919-1942 en 1952-1964. Lees meer . Het bestendigde haar status als onfeilbaar icoon uit het jonge verleden van hun beweging. Putman kon zo – net als Hadewijch – uitgroeien tot een rolmodel en een spiegel voor meisjes en jonge vrouwen van katholieke Vlaamsgezinde signatuur.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog engageerde een deel van de radicale Vlaams-nationalistische vrouwen zich in de collaboratie. In Gudrun klonken in die jaren behalve Dietse en anti-Belgische leuzen ook antisemitische Antisemitisme Antisemitisme Lees meer en Germaanse statements, onder meer bij monde van de jonge Maria Rosseels Rosseels, Maria Rosseels, Maria Maria Rosseels (1916-2005), een katholieke, Vlaamsgezinde feministe, werd de eerste vrouwelijke journalist van De Standaard, een van de eerste vrouwelijke filmrecensenten van Vlaanderen e... Lees meer . Het belette Rosseels niet om in hetzelfde nummer de religieuze auteur Hadewijch op een voetstuk te blijven plaatsen. In het zomernummer van Gudrun in 1941 voorzag ze haar werk van een leeswijzer, met het katholieke gebed als het belangrijkste motief. Het zegt iets over de functie die Hadewijch in de oorlogscontext was gaan vervullen: als tegelijk diepgelovige en strijdbaar-Germaanse voorbeeldfiguur zetten collaborerende vrouwen haar in om zichzelf en hun doelpubliek ervan te overtuigen dat hun radicale engagement niet onverenigbaar was met hun christelijke wortels. Dat bleek bij uitstek uit het feit dat de Dietsche Meisjesscharen Dietsche Meisjesscharen (DMS) Dietsche Meisjesscharen (DMS) Dietsche Meisjesscharen (DMS) was een Vlaams-nationalistische jeugdbeweging voor meisjes verbonden met het Vlaamsch Nationaal verbond (VNV). Lees meer , gelieerd aan het Vlaamsch Nationaal Verbond Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) Het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) (1933-1945) was een rechts-radicale Vlaams-nationalistische partij die tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde met de Duitse nationaalsocialistis... Lees meer , Hadewijchs ‘Levet scone’ als motto voor hun kaderdagen in 1943 kozen. De mystica werd daarbij op het schild gehesen als exemplarische Germaanse vrouw, die de DMS-leden voor was gegaan in de heroïsche strijd voor de natie.

Hadewijch na 1945

Over de Hadewijch-symboliek binnen de bredere naoorlogse Vlaamse beweging is verder onderzoek aangewezen. Wat in ieder geval vaststaat, is dat de mystica in de (na de Bevrijding perifere) Groot-Nederlandse vleugel ervan als heldin en rolmodel voor Vlaamse meisjes bleef fungeren en ook een rol speelde in het Vlaams-nationale discours over de repressie Repressie na de Tweede Wereldoorlog Repressie na de Tweede Wereldoorlog De repressie na de Tweede Wereldoorlog omvat alle maatregelen en acties tegen personen die na de oorlog verantwoordelijk werden gehouden voor samenwerking met de nationaalsocialistische b... Lees meer , in het bijzonder binnen de vrouwelijke tak van de beweging. Vermoedelijk taande die symboolfunctie vanaf de jaren 1960 en 1970, een periode waarin de traditionele romantische iconen en motieven van de Vlaamse beweging in het algemeen aan zeggingskracht verloren. Tegelijk onderging Hadewijchs nagedachtenis rond dezelfde tijd een opvallende internationalisering, waarbij de mystica ook in landen als Frankrijk en Engeland en aan de overkant van de Atlantische Oceaan toegewijde lezers vond.   

Na de oorlog verdween het Vlaams-nationalistische icoon Hadewijch niet onmiddellijk uit beeld. Echo’s van de cultus rond haar persoon uit de jaren 1930 en vroege jaren 1940 klonken door in de eerste naoorlogse initiatieven van de Vlaamse beweging. In november 1948 begon Maria Rosseels in De Standaard der Jeugd een nieuwe rubriek over de repressie voor jonge meisjes. Met de titel ‘Fiere herte’ beriep ze zich daarbij andermaal op de mystica. Na het introductienummer kwam Hadewijch niet meer ter sprake in Rosseels’ bijdragen.

Het illustreert hoe dan ook dat er voorlopig een reflex bleef bestaan om Vlaamsgezinde grieven en dromen in verband te brengen met de middeleeuwse mystica. Het Groot-Nederlandse jongerentijdschrift Vive le Gueux! Vive le Gueux! Vive le Gueux! Vive Le Gueux! (1947-1949), vanaf februari 1949 voortgezet als De Blauwvoet, was een Vlaams-nationalistisch jongerentijdschrift dat zich sterk maakte voor een sociaal gericht christendom ... Lees meer ging daarbij verder dan het adopteren van een klinkende oneliner uit haar werk. Vanaf juni 1947 noemde het niet alleen zijn nieuwe meisjessupplement naar Hadewijch, maar voerde het de mystica ook op als een rolmodel. Het blad stelde haar samen met Nele, Lutgart Lutgardis Lutgardis Lutgardis (1182-1246) was een Diets sprekende benedictines en mystica. Ze werd in Vlaamsgezinde middens vereerd als de patrones van het Vlaamse volk en van de Vlaamse beweging. Lees meer en Gudrun Gudrun Gudrun Gudrun was het bewegingstijdschrift van de Katholieke Vlaamse meisjes- en vrouwenbeweging tussen 1919-1942 en 1952-1964. Lees meer voor als een typische Groot-Nederlandse heldin, die niet alleen de traditionele volksgemeenschap representeerde waarvoor Vive le Gueux! ijverde, maar ook de spoken van de oorlog moest verdrijven. In tegenstelling tot de beeldvorming binnen het collaborerende Vlaams-nationalisme werd Hadewijch ditmaal niet geportretteerd als een toonbeeld van strijdbaarheid. De klemtoon kwam nu vooral te liggen op waarden als offerzin, vredelievendheid en vergeving. De pleitbezorgers hoopten de Vlaamse beweging zo te zuiveren van de smet van het recente collaboratieverleden. Hadewijchs ‘minne’ werd daarbij voorgesteld als een vorm van liefdevolle vergiffenis en een middeleeuws equivalent van amnestie Amnestie Lees meer .

Dat Hadewijch een blijver was in het culturele repertoire van het Vlaams-nationalisme, laat ook het ‘geval’ Reninca vermoeden. Renée Lauwers (1923-2025), de dichteres die achter dit pseudoniem schuilging, werd rond 1947 door prominente literatuurcritici zoals Urbain van de Voorde Van de Voorde, Urbain Van de Voorde, Urbain Urbain van de Voorde (1893-1966) was een Vlaamsgezinde dichter, essayist, journalist, literatuurcriticus en polemist. Lees meer onthaald als een 'moderne Hadewijch’. Dat epitheton had Reninca niet alleen te danken aan de religieuze inslag van haar poëzie, die qua stijl en thema’s aan de mystica herinnerden, maar ook aan het feit dat ze er haar familiale repressiegeschiedenis in verwerkte. Volgens Van de Voorde en andere Vlaamsgezinde critici was dit soort ‘louterende’ literatuur de toekomst voor Vlaanderens vrouwen en meisjes.

Hadewijch vandaag

In de 21ste eeuw vormt Hadewijch niet langer de inzet van een ideologische discussie of strijd. De intensieve romantische cultivering van haar nagedachtenis heeft plaatsgemaakt voor een heterogeen geheel van herinneringspraktijken, nu eens actief en gericht – vanuit een blijvende literair(historisch)e belangstelling voor haar werk – dan weer banaal Banaal nationalisme 'Banaal nationalisme’ is een begrip van de Britse onderzoeker Michael Billig, dat verwijst naar de reproductie en de ideologische legitimering van de natiestaat in het dagelijkse leven.... Lees meer en veeleer onbewust. Zoals zoveel gewezen nationale helden en heldinnen is Hadewijch een schijnbaar vanzelfsprekend onderdeel geworden van de publieke ruimte. Vlaanderen telt bijvoorbeeld tal van straten en pleinen die vernoemd zijn naar de mystica, waardoor ze op een onopvallende manier aanwezig blijft in het straatbeeld.

Daarnaast blijft er ook een bewuste en kritische dialoog met Hadewijch en haar werk aan de gang. De mystica inspireert vandaag nog steeds tot wetenschappelijk onderzoek en nieuwe hertalingen. Grondlegger Van Mierlo werd vanaf de jaren 1950 opgevolgd door de Leuvense hoogleraar neerlandistiek Norbert de Paepe, die tot de jaren 1980 verschillende uitgaven van de mystica verzorgde, evenals Paul Mommaers die als medewerker van het Ruusbroecgenootschap in de traditie van Van Mierlo werkte. In 1996 gaven Imme Dros en Frank Willaert Hadewijchs Visioenen uit en in 2009 volgde een volumineuze uitgave van de Liederen, toegelicht door Veerle Fraeters en Frank Willaert en vergezeld door een reconstructie van de melodieën door Louis Peter Grijp. Parallel aan – en dankzij – die volgehouden wetenschappelijke fascinatie heeft ook de bredere literaire canonisering van Hadewijchs werk zich voortgezet. De mystica is vandaag niet weg te denken uit de Vlaamse en Nederlandstalige literatuurgeschiedenis. Dat blijkt bij uitstek uit het feit dat haar Liederen tot dusver in alle edities van de literaire KANTL Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) De Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (KANTL, 1886) is een instelling die zich in de loop van haar geschiedenis heeft ingezet zowel voor taalculturele, -wetenschappeli... Lees meer -canon (2015, 2020, 2025) werden opgenomen. Ook in de hedendaagse Nederlandstalige literatuur blijft Hadewijchs religieuze liefdeslyriek resoneren. De Nederlandse schrijfster Emy Koopman koos ‘orewoet’ (een vurig verlangen naar de minne) als romantitel (2016) en Stefan Hertmans weefde dit onlosmakelijk met Hadewijch verbonden woord als een motief door zijn ironische bildungsroman Naar Merelbeke (1994). Het Vlaamse literaire tijdschrift Revolver gaf in 2007 een themanummer ‘Hadewijch’ uit, waarvoor het dichters uitnodigde om in hun poëzie met de mystica te dialogeren. Ze duikt bovendien op in Annelies Verbekes Treinen en kamers (2021) en Michiel Cox’ Messias van niks (2019). Het zijn maar enkele voorbeelden van hoe Hadewijchs teksten sinds hun ontdekking in de 19de eeuw een ‘levende’ traditie zijn geworden waartoe hedendaagse schrijvers zich blijven verhouden.  

Op de middelbare school verdwijnt Hadewijch daarentegen allengs uit de papieren lesboeken waarin ze in de loop van de 20ste eeuw een plaats had veroverd. In dit verband bieden digitale tools als Vogala (2014) en de Massive Open Online Course (MOOC) Middelnederlands (2017) van de Universiteit Antwerpen alternatief lesmateriaal aan waarmee de initiatiefnemers Hadewijch alsnog in de klas hopen te krijgen. Klaarblijkelijk is Hadewijch een van die ‘klassieke’ auteurs geworden waarvan er top-down belang aan wordt gehecht dat de waardering voor hun oeuvre aan volgende generaties wordt doorgegeven. In die cultureel verankerde reflex – het ‘in leven houden’ van Hadewijch en haar werk – kan men het succes van de inspanningen van Jozef van Mierlo en andere (al dan niet Vlaamsgezinde) promotoren lezen. Het is echter maar de vraag in hoeverre de mystica vandaag nog steeds als een symbool van ‘Vlaamsheid’ fungeert.

Literatuur

– F.J. Mone, Übersicht der niederländischen Volks-Literatur älterer Zeit, 1838.
– J.F. Willems, Geestelyk minnelied uit de XIIIe eeuw, in: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des Vaderlands, jg. 2, 1838, pp. 305-307.
– F.A. Snellaert, Verhandeling over de Nederlandsche dichtkunst in België, sedert hare eerste opkomst tot aen de dood van Albert en Isabella, 1838.
– E. van Even, Onze Vlaemsche dichteressen uit den voortyd (Eene alphabetische lyst) (Vervolg en slot), in: De eendragt, jg. 6, 1852, pp. 69-70.
– K. Ruelens, Jan van Ruysbroek en Blommardinne, 1888.
– P. Fredericq, Geschiedenis der Inquisitie in de Nederlanden tot aan hare herinrichting onder Keizer Karel V (1025-1520), 1892-1897.
– J. van Mierlo, Was Hadewijch de Ketterin Blomardinne? in: Dietsche Warande en Belfort, jg. 9, 1908, nr. 2, pp. 267-286.
– J. van Mierlo, Een lied van Hadewych, in: Jong Dietschland: Katholiek tijdschrift voor Kunst en Letterkunde, jg. 14, 1911, pp. 40-43.
– De Drie Tamboers, Jef Theunen, Hadewijch en ‘t Belgische leger, hoe rijmt men dat tesaam?, in: Ons Leven, 1 januari 1916, p. 70.
– J. van Mierlo, Hoogeschooluitbreiding: De Dichteres Hadewych, in: De stem uit België, 18 mei 1917, p. 6.
– R. Verhulst [LUC], Iets voor iederen dag. Langs lijnen van verwezenlijking, in: Het Vlaamsche Nieuws, 23 January 1918, p. 1.
– J. van Mierlo, Vaderlandsliefde, in: De Bode van het Heilig Hart, jg. 47, 1919, pp. 81-85.
– J. van Mierlo, Uit de geschiedenis van onze middeleeuwsche letterkunde. Wanneer heeft Hadewijch geleefd?, in: Dietsche Warande & Belfort, jg. 21, 1921, nr. 1, pp. 135-153; pp. 309-327; pp. 441-465.
– J. van Mierlo, Hadewych en de ketterin Blommardinne, in: Tijdschrift voor Nederlandsche Taal-en Letterkunde, jg. 40, 1921, pp. 45-64.
– J. van Mierlo, Hadewijch, 1926 (Eigen Schoon-reeks).
– F. Vercnocke, Paschen. Als de Dooden Verrijzen, in: De Schelde, 12 April 1936, p. 1.
– Wij blikken terug: Zoo dichtte Dietschland. In Oud-Germanië, in: Volk en Staat, 27-28 Oktober 1940, p. 3.
– M. Rosseels, Dietsche Letterkunde - Vbis III. De lyriek. Hadewych, in: Gudrun, jg. 22, 1941, nr. 9, pp. 137-142.
– J. van Mierlo, Hadewijch, in: L. Elaut, L. Grootaers, R. van Roosbroeck, A. Vermeylen (red.), 100 groote Vlamingen. Vlaanderens roem en grootheid in zijn beroemde mannen, 1941.
– M. Rosseels, Fiere herte, in: De Standaard der Jeugd, 8 November 1948, pp. 6.
– J. Reynaert, ‘F. A. Snellaert en de receptie van Hadewijch in de 19de eeuw’, in Alex Blockmans ed., Huldenummer Prof. Dr. Ada Deprez bij haar zestigste verjaardag, 1988, pp. 157-180.
– A. van Dijk, ‘Welk een ketter is die vrouw geweest’. De plaats van Albert Verwey in de Hadewijchreceptie, 2009.
– V. Fraeters & David Vermeiren, Een sombere Viking die durfde spreken over mystieke auteurs als Ruusbroek en Hadewich als voorlopers van het surrealisme: schilder-dichter Marc. Eemans en de Nederlandse mystiek in de context van Hermès (1930-1939), in: Zacht Lawijd, jg. 16, 2017, pp. 8-29.
– S. Menu & Veerle Fraeters, Moderne Hadewijch-receptie: zes markante momenten, in: Paukeslag, digitaal platform voor levend poëzie-erfgoed, 2017, geraadpleegd op 28 oktober 2025, op: https://www.paukeslag.org/exhibits/show/moderne-hadewijch-receptie---z
– T. Nuyts, Mystiek als strategie. Surrealistische appropriatie van Middelnederlandse mystiek als modern nostalgisch project in Marc. Eemans’ Vergeten te worden (1930), in: Vooys. Tijdschrift voor letteren, jg. 37, 2019, nr. 1, pp. 6-17.
– S. Moors, Hadewijch in het onderwijs: Digitale tools, in: FONS, 2020, nr. 10, pp. 20-21.
– T. Nuyts, Remembering Hadewijch. The Mediated Memory of a Middle Dutch Mystic in the Works of the Flemish Francophone Author Suzanne Lilar, in: Journal of Dutch Literature, jg. 11, 2020, nr. 1, pp. 1-28.
– T. Nuyts & Veerle Fraeters, Mediating Medieval Mystical Literature in Interwar Belgium: the Histoire Croisée of Hadewijch’s ‘First Vision’ in the Periodical Hermès (1933-39), in: Journal of European Periodical Studies, jg. 6, 2021, nr. 2, pp. 88-108.
– T. Nuyts, Remembering Hadewijch. The Travelling Memory of a Medieval Mystical Author in Modern Belgium, Antwerpen, onuitgegeven proefschrift, 2022.

Suggestie
Citeren

2026: Alix Van Nieuwenhuyze / Aragorn Fuhrmann

Inhoudstafel