Berchmans, Johanna
Johanna-Desideria Berchmans (1811-1890) debuteerde als dichteres, maar kreeg vooral bekendheid als auteur van sociaal-realistische zedenschetsen (verhalen en romans) met een morele en liberaal-politieke tendens. In haar proza snijdt ze maatschappelijke vraagstukken aan en pleit voor volksopvoeding en kosteloos staatsonderwijs, ook op het Vlaamse platteland. Berchmans verdedigde het Vlaams tegen de verfransing, maar ook de positie van de vrouw, waarmee ze een voorloper was van de gezusters Loveling.
Piet Couttenier (2025). Berchmans, Johanna. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2025. https://devb.be/id/per-000626.
Biografie en loopbaan
Johanna Berchmans werd in 1811 in Oudegem bij Dendermonde (Oost-Vlaanderen) geboren, als oudste in een groot gezin met negen kinderen. Haar vader, die verschillende beroepen uitoefende, werd tijdens de Hollandse Tijd burgemeester van Mespelare, een orangistische Orangisme Het orangisme is de verzamelterm voor het verzet tegen de Belgische afsplitsing van het Koninkrijk der Nederland onder leiding van Willem I van Oranje. Lees meer episode die Berchmans in 1861 verwerkte in haar roman De Vlaemsche burgemeester van 1819. Hij zorgde ervoor dat Johanna in een kostschool in Lessines en het meisjespensionaat van Gijzegem een degelijke opleiding kreeg. In 1836 trouwde ze met Jan-Baptist Courtmans
Courtmans, Jan Jan Baptist Courtmans (1811-1856), leraar, auteur van een aantal leer- en leesboeken en echtgenoot van schrijfster Joanna Berchmans, ijverde voor beter onderwijs van de Nederlandse taal e... Lees meer , een onderwijzer uit Berlare die werkte in de stadscholen van Gent. Johanna zou voortaan publiceren onder de naam ‘Vrouwe Courtmans, geboren Berchmans’, zoals toen gebruikelijk was. Als pedagoog en publicist van voornamelijk handboeken voor het onderwijs Onderwijs Lees meer had Courtmans in Gent contacten met de Vlaamse filologen (de ‘taalminnaars’), zoals Jan Frans Willems
Willems, Jan Frans Jan Frans Willems (1793-1846), de “vader van de Vlaamse beweging”, was dichter, polemist, filoloog, tekstediteur en initiatiefnemer of lid van tal van academies en genootschappen in binne... Lees meer , Philip Blommaert
Blommaert, Philip M. Jurist en letterkundige Philip M. Blommaert (1808-1871) was liberaal gemeenteraadslid en schepen in Gent en gedeputeerde van de provinciale staten van Oost-Vlaanderen. Samen met Ferdinand... Lees meer , Ferdinand Snellaert
Snellaert, Ferdinand A. Ferdinand Augustijn Snellaert (1809-1872) was arts en filoloog, een van de leidende figuren van de jonge Vlaamse beweging en pleitbezorger voor culturele eenheid met Nederland. Lees meer en Constant Serrure
Serrure, Constant P. Constant Philippe Serrure (1805-1872) was een Gentse historicus, bibliofiel, numismaat, cultuurflamingant en filoloog. Hij was tevens hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Gent. Lees meer , die als pioniers van de Vlaamse beweging in België het pad effenden voor de nieuwe Vlaamse literatuur
Literatuur De literatuur heeft een cruciale rol gespeeld in het ontstaan van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd en ook in de daaropvolgende fasen van de Vlaamse natiewording zijn schrijvers vaak richting... Lees meer . J.-B. Courtmans zou trouwens in 1839, in het spoor van Conscience, de korte historische roman publiceren, Robert de Vries. Hij was ook secretaris van de Maetschappy van Vlaemsche Letteroefening, beter bekend onder de kenspreuk ‘ De Tael is Gantsch het Volk
De Tael is gansch het Volk De Tael is gansch het Volk (1836) was een Gents letterkundig genootschap, dat een prominente rol speelde in de literaire Vlaamse beweging van de 19de eeuw. Eind jaren 1860 ging De Tael ge... Lees meer ’ (1836).
Gestimuleerd door haar man, maar ook door reeds gevestigde dichters als Prudens van Duyse
Van Duyse, Prudens Lees meer , begon Johanna Berchmans omstreeks 1839 in het Nederlands te schrijven en debuteerde vanaf 1840 als dichteres in het Nederduitsch Letterkundig Jaerboekje Nederduitsch Letterkundig Jaerboekje Het Nederduitsch Letterkundig Jaarboekje was een gewaardeerd anthologietijdschrift gericht op een breed publiek dat tussen 1834 en 1875 in Gent verscheen. Het bracht jaarlijks een goed ov... Lees meer , met gedichten als ‘De wees’ en ‘Moedertroost’. Later volgden nog meer lof- en gelegenheidsgedichten, die meer dan eens op dichtwedstrijden en prijskampen werden bekroond.
In 1843 volgde ze haar man naar Lier, waar hij tot leraar Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksnormaal werd benoemd. Ze schreef er in januari 1844 ‘Myn vaarwel aen Vlaenderen’ (’t Valt zwaer u van vaerwel te spreken,/o Onvergeetbaer liefdepand!/Verruklykst oord van Belgies streken,/Myn overdierbaer Vlaenderland!). J.-B. Courtmans stierf er echter al vlug, in 1856 op 45-jarige leeftijd. Daarmee werd Johanna plots een jonge weduwe met acht minderjarige kinderen. Om in haar onderhoud te voorzien keerde ze terug naar haar geboortestreek en richtte in Maldegem een kostschool op, die ze echter al eind 1858 moest sluiten door tegenkanting van de plaatselijke pastoor Vinckier. Uit noodzaak ging haar dochter Mathilde als onderwijzeres aan de slag in de gemeenteschool. Hoewel mevrouw Courtmans gelovig was, hing ze in politiek opzicht een liberale overtuiging aan. In 1884 werkte ze mee aan de verkiezingscampagne van de liberale partij
Liberale partij De verhouding tussen de liberale partij en het partijpolitieke liberalisme in België enerzijds, en de Vlaamse beweging anderzijds levert een gevarieerd en ingewikkeld beeld op dat evoluee... Lees meer in Maldegem en schreef ze voor lokale vrijzinnige bladen als De Volksbode en De Meetjeslander. In april 1885 moest ten gevolge van de schoolstrijd de gemeenteschool sluiten, waarna ze feller tekeer ging tegen de katholieke kloosterschool, waar volgens haar de lokale meisjes in hun ontwikkeling werden belemmerd. Voortaan moest Berchmans vooral van haar pen leven.
Een combinatie van materiële noden, haar overtuiging en ambitie om iets te doen aan het ontwikkelingsniveau van de bevolking in stad en platteland dreef Johanna Berchmans tot de gestage productie van toneel
Toneel Het Vlaamse toneel onderhield vanaf zijn ontstaan in de 19de eeuw een complexe en gelaagde verhouding met de Vlaamse beweging. Van een belangrijk emancipatorisch instrument en voorwerp va... Lees meer - en vooral prozawerk. Ze kon dat wel ook doen dankzij subsidies van de Belgische overheid en de provincie Oost-Vlaanderen. Dit resulteerde in een imposante verzameling van verhalen en novellen die tussen 1883 en 1887 in 22 delen verschenen. Ze bleven populair en veelgelezen door de Vlaamse volksklasse en middengroepen, tot in de 20ste eeuw toe. Vanaf 1923 verschenen haar ‘volledige prozawerken’ nog eens in 33 delen. Sommige uitgaven verschenen in Nederland bij Revers in Dordrecht; enkele werden vertaald in het Frans (zoals Le cadeau du chasseur, 1865 door Louis Hymans en Les Dentellières des Flandres door haar zoon Emiel) en het Duits (Griselda door Mathilde van Becelaere).
In 1861 schreef Ida von Düringsfeld
Von Düringsfeld, Ida De Duitse dichteres Ida von Düringsfeld (1815), barones von Reinsberg, verbleef grotendeels in Vlaanderen van 1854 tot 1858 en verdiepte zich in de Vlaamse beweging, die volgens haar ook ... Lees meer al lovend over de verbeeldingskracht van Berchmans. In Vlaanderen heeft Stijn Streuvels
Lateur, Frank (pseudoniem Stijn Streuvels) Frank Lateur (1871-1969), beter bekend onder zijn pseudoniem Stijn Streuvels, was een toonaangevende Vlaamse schrijver, die ondanks zijn individualistische ingesteldheid geregeld Vlaamsge... Lees meer in een periode waarin nochtans het modernisme opgang maakte, met zijn korte studie Over Vrouwe Courtmans, in 1911 verschenen als Duimpjesuitgave, veel bijgedragen tot de (her)waardering van haar als fantasierijke verteller en volksauteur die onbaatzuchtig heeft gewerkt voor de alfabetisering en ontvoogding van de Vlamingen. Net dit imago van volksauteur – te vergelijken met het etiket ‘volksdichter’ voor iemand als Theodoor van Ryswyck
Van Ryswyck, Theodoor Theodoor van Ryswyck (1811-1849) was een Vlaamse dichter die in dichtbundels, kranten en tijdschriften een omvangrijk literair oeuvre bij elkaar schreef. Met zijn gedichten gaf hij vorm a... Lees meer – zorgde ervoor dat Berchmans in de loop van de 20ste eeuw uit de mainstream van de Vlaamse literatuur verdween en werd weggezet als een 19de-eeuwse romanschrijfster van tijdsgebonden moraliserende verhalen, waarin de vormschoonheid is ondergeschikt aan de tendens.
Nationale poëzie
Conform de toen heersende opvattingen in de vroege 19de eeuw werden vrouwen geacht voorbestemd te zijn tot een zorgende, familiale en moederlijke rol in de maatschappij, zonder politieke stem. Op cultureel en literair vlak werden ze wel aanvaard om een actieve rol te spelen in het maatschappelijke beschavingsproject, evenwel zonder tekort te doen aan hun basistaak. Het literaire werk van schrijvende vrouwen in Vlaams-België na 1830 kon dus bijdragen aan de ontwikkeling van een nationale literatuur, gebaseerd op een eigen identiteit, onafhankelijkheid, vrijheid en progressie. Ze konden dat doen door intellect en verbeelding te paren aan typisch vrouwelijke waarden die haar door de natuur waren gegeven, zoals gevoel en sensitiviteit. Het verklaart waarom de (weliswaar schaarse) schrijfsters niet alleen werden toegelaten om de Vlaamse literaire Parnassus te bestijgen, maar daarvoor ook de nodige lof en waardering mocht ontvangen.
De poëzie was daarbij het genre bij uitstek dat haar als het ware op het lijf geschreven was. Net daarom debuteerde Berchmans met ‘gevoelvolle’ lyrische poëzie, gecombineerd met vaderlandse huldeverzen op historische figuren waarin meer ‘mannelijke’ kracht en durf aan ideeën aan bod konden komen. Ze waagde zich ook aan toen populaire pseudo-Middelnederlandse poëzie. In 1841 werd ze in een dichtwedstrijd in Veurne bekroond met een lierzang op Maria-Theresia, waarvoor ze door de Oostenrijkse keizer in 1843 met een gouden set juwelen met halsketting en oorringen werd bekroond. Op alle foto’s en portretten die later van haar werden gemaakt, zoals het schilderij van Jules van Biesbroeck uit 1883, pronkte ze overigens met dit kleinood, gecombineerd met het Belgische ridderkruis van de Leopoldsorde dat ze in datzelfde jaar verkregen had. In 1842 werd ze gelauwerd in Eeklo met ‘ Pieter de Coninck De Coninck, Pieter Lees meer ’ en te Diksmuide met heldenverzen op de beeldhouwer Karel van Poucke en Philippina van Vlaanderen, in 1843 te Gent met ‘Margaretha van Brabant’, in zes zangen. Bekend is ook het dichtstuk op Marnix van Sint-Aldegonde uit 1855, in Antwerpen bekroond door De Olijftak
De Olijftak De Olijftak was een in 1835 opgerichte Antwerpse rederijkerskamer, die in de context van het ontluikende Vlaamsgezinde cultuurleven wilde aanknopen bij de bewonderde 16de-eeuwse rederijke... Lees meer .
Sociale verhalen en novellen
In de loop van 19de eeuw manifesteerden zich in het literaire Vlaanderen opvallende wendingen en vernieuwingen. Johanna Berchmans heeft ongetwijfeld, als schrijfster, op het vlak van het literair proza in die ontwikkeling een belangrijke progressieve rol gespeeld.
Haar prozawerk bestaat vooral – op een historische roman na (Bertha Baldwin, geschiedkundige roman uit de XIVe eeuw, 1871) waarin ze de strijd van de Vlamingen tegen de verfransing in de middeleeuwen projecteerde – uit moreel-didactische zedenschetsen en -verhalen in het spoor van Hendrik Conscience
Conscience, Hendrik Hendrik Conscience (1812-1883) was de eerste auteur die het in België aandurfde een roman in het Nederlands te schrijven en te publiceren. Zijn oeuvre van zo’n 65 romans, dat ook een bred... Lees meer , gekenmerkt door een sobere verhaallijn en duidelijke intrige. Ze markeren wel de wending naar een meer realistische verteltrant, met aandacht voor maatschappelijke vraagstukken en sociale wantoestanden. Haar verhalen bevatten dan ook milde aanklachten tegen onverdraagzaamheid, klerikale en burgerlijke hypocrisie, geldhonger, vooroordelen en ondeugden of gevallen van uitbuiting, zoals de lucratieve tewerkstelling van kinderen in katholieke kantscholen op het Vlaamse platteland in De hut van Tante Klara (1864), deels geïnspireerd door de bekende aanklacht tegen slavernij door de Amerikaanse schrijfster Harriet Beecher Stowe, Uncle Tom’s Cabin, een roman die kort na het verschijnen in 1852 ook in het Nederlands beschikbaar werd (zie Abolitionisme
Abolitionisme Abolitionisme verwijst, in de context van het 19de-eeuwse Europa, in de eerste plaats naar de wereldwijde strijd voor de afschaffing van de Trans-Atlantische slavernij. Vanaf 1850 was er... Lees meer ). Wel blijft er bij Berchmans altijd de idealistische morele bekommernis van de zichtbare verteller die de lezer duidelijke wenken geeft om de werkelijkheid onder ogen te zien en zo mogelijk te verbeteren. Ze geeft de richting aan met haar duidelijk pleidooi voor de vrijheid van gedachte, ware godsdienstzin, morele integriteit, rechtvaardigheid en solidariteit met de zwakkeren in de samenleving. Haar ervaringen in Maldegem tijdens de zogenaamde schoolstrijd in België tussen het rijksonderwijs en het katholieke onderwijs hebben haar ongetwijfeld geïnspireerd tot enkele verhalen over toenmalige toestanden in het onderwijs, met opnieuw een pleidooi voor volksopvoeding en verplicht en kosteloos algemeen lager onderwijs. Voor haar roman Het geschenk van den jager werd ze de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse letterkunde toegekend. Wat als haar beste werk wordt beschouwd, is een traditioneel moreel-didactisch strijdtoneel tussen goed en kwaad, ruimtelijk verbeeld door de tegenstelling tussen het ongerepte platteland en de ontaarde stad. Beschrijvingen van smartelijke taferelen in de verderfelijke stad – zoals de uitbuiting van de arme bevolking door het systeem van pandjeshuizen – worden evenwel ingepast in een breder moreel betoog en een doelgericht pleidooi voor de voortreffelijke burgerlijke deugden als de arbeidsethos, de ondernemingsgeest en de spaarzaamheid, die als de ware oplossingen van het armoedeprobleem worden voorgesteld. Uitgerekend om die juiste samenhang prees de jury van de staatsprijs haar: hier gaat steeds de kunst hand aan hand met de leer.
Vlaamse Beweging, onderwijs en vrouwenemancipatie
In de traditie van de Vlaamse zedenroman bestrijdt Berchmans in haar verhalend proza de maatschappelijke kwalen, gekoppeld aan adviezen om die maatschappij te verbeteren in de richting van het goede, het schone en het ware. Haar werken zijn ethisch-moreel van aard, zoals bijvoorbeeld, de sombere novelle De zwarte hoeve (1863), een traditionele waarschuwing tegen de hoogmoed. Toch heeft ze ook actief bijgedragen tot de Vlaamse ontvoogding met een door de verlichting en de liberale ideologie geïnspireerd pleidooi voor de lotsverbetering van de arme bevolking op het platteland en, wellicht nog meer, door haar pleidooi voor het van staatswege georganiseerd en gefinancierd verplicht lager onderwijs
Lager onderwijs De ‘taalstrijd’ in Vlaanderen is op het niveau van het lager onderwijs minder problematisch verlopen dan op dat van het middelbaar en van het hoger onderwijs. Toch was de verfransing van ... Lees meer in de volkstaal. De dominantie van het katholieke onderwijs en de verfransing waren haar schietschijven. Resultaat hiervan is zeker de novelle De gemeente-onderwijzer, die ze in 1862 publiceerde, vijftien jaar vóór de liberaal-politieke tendensroman In onze Vlaamsche gewesten (1877) van Virginie Loveling
Loveling, Virginie Virginie Loveling (1836-1923) was een Vlaamse, vernieuwende en vaak uitgesproken geëngageerde schrijfster. Ze was de zus van Rosalie Loveling en de tante van Cyriel Buysse. Lees meer . Opvallend is ook dat ze dikwijls de kant kiest van vrouwelijke personages die in het huwelijk onrechtvaardig worden behandeld en slechts in stilte en op subtiele manier het zelfbewustzijn herwinnen en de heerschappij over de autoritaire en institutioneel sterkere, maar moreel zwakkere man. Later in haar carrière pleitte ze voor de economische onafhankelijkheid van vrouwen. Met dit alles is ze ook hierin te beschouwen als een voorloper van de gezusters Loveling (zie Gender
Gender Vrouwen en mannen kregen verschillende rollen binnen de Vlaamse beweging. De heersende verwachtingen spoorden echter niet altijd met de werkelijke genderverhoudingen en evolueerden boven... Lees meer ).
Archief
– Letterenhuis: Archief van Johanna Desideria Courtmans-Berchmans [isad:lh:491]
Werken
— Vlaemsche poëzy, 1856.
— Verhalen en novellen, 1883-1887, 22 dln.
— Gedichten, 1890.
— Volledige prozawerken, 1923-, 33 dln.
Literatuur
— I. von Düringsfeld, Von der Schelde bis zur Maas. Das geistige Leben der Vlamingen zeit dem Wiederaufblühen der Literatur 1861, dl. I, pp. 125-129.
— Th. Coopman & V. A. dela Montagne, 1830-1880. Onze dichters. Een halve eeuw Vlaamsche Poezie naar tijdsorde gerangschikt, 1881, pp. 87-88.
— Leven en werk der Zuid-Nederlandsche schrijvers, 1904, pp. 69-72.
— S. Streuvels, Over Vrouwe Courtmans, 1911.
— M. Basse, Het aandeel der vrouw in de Nederlandsche letterkunde II, 1921.
— J. Pée, Mevrouw Courtmans: een letterkundige studie, 1933.
— R. van de Rostyne e.a., De strijdende Courtmans, 1970.
— A. Deprez & M. Baeck, Nederduitsch Letterkundig Jaarboekje, 1983.
— H. Notteboom, R. Van de Rostyne en M. De Bruyne, Over Mevrouw Courtmans' leven en werk, 1990.
— L. Fonteyne & M. de Schepper, “Mijne Hooggewaardeerde Vriendin”., brieven van Maria van Ackere-Doolaeghe aan Johanna Desideria Courtmans-Berchmans (met een antwoord), in: Miscellanea Denise de Weerdt, 1993.
— P. Maeriën, J.D. Courtmans-Berchmans: de hut van tanta Klara. Narratologische en historische analyse, KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1994.
— S. Demeyere, Historische- kritische uitgave van Twee Zusters en Jan de Voerman en zijn paard van Joanna Desideria Courtmans, KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1995.
— P. Couttenier, Bekroond met een keizerlijk geschenk: Johanna Desideria Berchmans, in: R. Schenkeveld-van der Dussen, K. Porteman, P. Couttenier & L. van Gemert (red.), Met en zonder lauwerkrans. Schrijvende vrouwen uit de vroegmoderne tijd 1550-1850: van Anna Bijns tot Elise van Calcar, 1997, pp. 860-870.
— K. Wauters, Johanna Desideria Courtmans-Berchmans, in: A. Deprez, W. Gobbers & K. Wauters, Hoofdstukken uit de geschiedenis van de Vlaamse letterkunde in de negentiende eeuw, 1999, pp. 225-236.
— P. Couttenier, Women writing in 19th-century Flanders, in: S. van Dijk, L. van Gemert & S. Ottway, Writing the history of women’s writing. Toward an international approach, 2001, pp. 21-27.
— L. Vandenbussche, Het veld der verbeelding: Vrijzinnige vrouwen in Vlaamse literaire en algemeen-culturele tijdschriften (1870-1914), 2008.
— P. Couttenier en W. van den Berg, Alles is taal geworden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1800-1900, 2009 (2016).
— L. van den Bergh, Moest ze een broek dragen zou ze minister zijn geworden: Het literaire leven van Johanna Courtmans-Berchmans (1811-1890), KUL, onuitgegeven masterproef, 2019.
Piet Couttenier (2025). Berchmans, Johanna. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2025. https://devb.be/id/per-000626.