Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS)
De Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS) (1853-1998) in Antwerpen gold lange tijd als het belangrijkste Nederlandstalige theatergezelschap van Belgiƫ. In 1998 ging de KNS op in het Toneelhuis.
Op 6 oktober 1853 speelde het Nederlandstalige theatergezelschap het Nationael Toneel zijn eerste voorstelling in Antwerpen. Het gezelschap ontstond uit de fusie van verschillende amateurtoneelgezelschappen en was het eerste Nederlandstalige theatergezelschap dat op een toelage kon rekenen van het Antwerpse stadsbestuur. In 1873 verhuisde het gezelschap naar haar eigen Nederlandse Schouwburg aan de Kipdorpburg en vanaf 1903 heette het gezelschap Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS).
Tijdens de jaren 1920 ruilde de KNS onder directeur Oscar de Gruyter het naturalistisch theater in voor klassiek repertoiretoneel, met stukken van onder meer Shakespeare en Vondel. In 1934 betrok de KNS de Bourlaschouwburg. Na de Tweede Wereldoorlog vormde de KNS de Nederlandstalige tak van het officiƫle Nationaal Toneel (NT). Daardoor domineerde de KNS-NT het Vlaamse theaterlandschap tot de opheffing van het NT in 1967. Tot de KNS in 1998 fuseerde met de Blauwe Maandag Compagnie tot Het Toneelhuis, had ze decennialang als klassiek repertoiregezelschap een vaste plaats binnen het Vlaamse theaterleven.
Stichting van een Nederlandstalig theatergezelschap te Antwerpen
In mei 1851 verzocht het Vlaemsch Midden-Comiteit Vlaemsch Midden-Comiteit Het Vlaemsch Midden-Comiteit (1849-1857) was een Vlaamsgezind genootschap in Brussel, dat ijverde voor de volledige vernederlandsing van het lager en middelbaar onderwijs in Vlaanderen.... Lees meer aan stedelijke overheden in Vlaanderen om de uitbouw van Nederlandstalige toneel
Toneel Het Vlaamse toneel onderhield vanaf zijn ontstaan in de 19de eeuw een complexe en gelaagde verhouding met de Vlaamse beweging. Van een belangrijk emancipatorisch instrument en voorwerp va... Lees meer gezelschappen te ondersteunen. Op 25 oktober 1851 verscheen in het Handelsblad van Antwerpen
Het Handelsblad (van Antwerpen) Lees meer een aanklacht tegen de subsidiĆ«ring van Franstalig theater door het stadsbestuur. Dat was in hun ogen enkel voor āeen zeker slach van personen, die veel leegen tijd hebben en die Fransch verstaanā, terwijl Nederlandstalig toneel een aangenaam vermaak Ć©n scholing zou betekenen voor de āVlaemsche burgerā. Victor Driessens
Driessens, Victor Acteur Victor Driessens (1820-1885) was een spilfiguur van het Nationael Toneel van Antwerpen en fungeerde tussen 1873 en 1881 als directeur van dit eerste Vlaamse beroepstheater, zonder ... Lees meer , theateracteur en lid van het voorname Antwerpse amateurtoneelgezelschap De Hoop, vroeg het Antwerpse stadsbestuur om een Nederlandstalig theater te subsidiëren. Jan Tillemans richtte zich in 1853 tot het stadsbestuur met een gezamenlijke vraag voor zijn gezelschap De Scheldegalm en het gezelschap De Dageraed. Burgemeester Jean Loos stelde daarop voor om alle gezelschappen om te vormen tot één Nederlandstalig, stedelijk toneelgezelschap. Driessens en Tillemans gingen akkoord en fuseerden hun gezelschappen. Ze namen hun intrek in het Théâtre des Variétés op de hoek van de Maarschalk Gerard- en Schermerstraat.
Op 6 oktober 1853 speelde het nieuwe gezelschap onder de naam Nationael Toneel van Antwerpen haar eerste voorstelling: het driedelige drama De Dronkaard van Pieter Frans van Kerckhoven
Van Kerckhoven, Pieter F. Lees meer . Driessens speelde de eerste rol, August Leytens werd door het stadsbestuur als directeur aangesteld en Eloy Lemaire nam de artistieke leiding op zich. Tillemans en een negental andere artiesten voegden zich bij het gezelschap. De acteurs stonden elke avond ter beschikking van het Nationael Toneel en oefenden gedurende de dag hun gewone beroepen uit. De eerste jaren stonden niet alleen toneeldrama, maar ook zangspelen op het programma, waarvoor de schouwburg over een 25-koppig orkest beschikte.
Een āVlaamsche schouwburgā met de blik op Parijs
De invloed van Driessens als hoofdrolspeler en later als directeur van 1873 tot 1882 op het repertoire van het gezelschap was groot. Hij hield zijn blik steeds op de Parijse schouwburgen gericht. Zo verschenen vele oorspronkelijke Franstalige melodramaās in een Nederlandstalige bewerking op de Antwerpse bühne. Een en andere werkte echter de perceptie in de hand dat het Nationael Toneel minderwaardig was aan het Antwerpse Théâtre Royal dat de originele Franstalige stukken speelde. Desondanks deed het Théâtre Royal meermaals beroep op de acteurs en enkele malen zelfs op het volledige gezelschap van het Nationaal Toneel.
In de programmatie waren vooral stukken van het lichtere genre opgenomen, maar af en toe speelde het Nationael Toneel ook serieuzer werk van onder anderen Friedrich Schiller en Victor Hugo. De reacties van het publiek waren verdeeld. Met name de liefhebbers van de Vlaamse dramatische letterkunde lieten van zich horen. Zij vonden dat een āVlaamsche schouwburgā vooral werk van āVlaamsche auteursā moest brengen. Toch werd in die periode ook oorspronkelijk Nederlandstalig werk gespeeld van onder meer Hippoliet van Peene
Van Peene, Hippoliet Hippoliet van Peene (1811-1864) was een huisarts en toneelauteur. Hij schreef de tekst voor De Vlaamse Leeuw, dat later het Vlaamse volkslied zou worden. Met zijn vele oorsponkelijk theat... Lees meer , Domien Sleeckx
Sleeckx, Domien Domien Sleeckx (1818-1901) was op meerdere vlakken een pionier in de Vlaamse emancipatiestrijd, in het bijzonder in de vernederlandsing van het onderwijs. Lees meer , Paul Billiet, Pieter Geiregat
Geiregat, Pieter Pieter Geiregat (1828-1902) was een zeer productieve Gentse volksschrijver die een breed publiek bereikte en het Vlaamsgezinde liberalisme in zijn thuisstad en de bredere Vlaamse letterku... Lees meer en Emmanuel van Driessche Van Driessche, Emmanuel Emmanuel van Driessche (1824-1897) speelde een voorname rol in het Brusselse culturele leven: als leraar Nederlands, als schrijver, als lid van talrijke genootschappen, als politicus en v... Lees meer . Enkele Vlaamsgezinde critici zagen echter een complot van de toneelleiding: recensent Max Rooses
Rooses, Max Max Rooses (1839-1914) was kunsthistoricus en directeur van het Plantin-Moretusmuseum en als letterkundige actief in de Vlaamse beweging. Lees meer beweerde in 1873 dat de directie met opzet āde slechtste Vlaamsche werken koos om te bewijzen, dat ze gelijk had met aan vertalingen [uit het Frans] de voorkeur te geven.ā
Een eigen schouwburg en de periode onder Frans van Doeselaer
In 1866 besliste de stad Antwerpen Antwerpen (stad) Lees meer tot de bouw van een eigen āVlaamsch theaterā in de nabijheid van de vroegere Kipdorpbrug. Niet toevallig domineerde de Vlaamsgezinde Meetingpartij
Meetingpartij De Meeting (1862-1914) was een Antwerpse politieke formatie die ontstond uit een coalitie van flaminganten, progressieve liberalen en katholieken. Ze liet zich kenmerken door een uitgespr... Lees meer op dat moment het stadsbestuur. De bouw werd in 1869 aangevat en vier jaar later afgewerkt. De schouwburg droeg achtereenvolgens de namen āVlaamsche Schouwburgā, āAntwerpsche Schouwburgā, āNationale Schouwburgā en ten slotte āNederlandsche Schouwburgā. Die laatste naam werd tevens de naam van het gezelschap. Het stichtelijke doel dat het Nederlandstalige theater volgens de initiatiefnemers diende, bleek uit de slogans die waren aangebracht op de zijgevels van de schouwburg: āVrede baart Kunst, Kunst veredelt het Volkā en āVoorspoed volgt beschaving, beschaving door moedertaal.ā De noodzaak voor een aparte schouwburg was het gevolg van een verburgerlijking van het Nederlandstalige theaterpubliek. De initiatiefnemers hoopten tegelijk dat de schouwburg die verburgerlijking nog zou versterken.
De feestelijke inhuldiging van het nieuwe theatergebouw in neorenaissancestijl gebeurde op 16 augustus 1874 door burgemeester Leopold de Wael, waarbij onder meer het lustspel Help U Zelf van Paul Billiet werd opgevoerd. De volgende dag woonde de koninklijke familie het āgroot Nederlandsch Letterfeestā bij.
Driessens deelde van 1880 tot 1882 het directeurschap met medestichter, acteur en oud-directeur Frans van Doeselaer en drie andere leden van het gezelschap. Van Doeselaer zou vervolgens tot 1906 vierentwintig jaar lang de leiding hebben over de Nederlandse Schouwburg. Onder hem vierde het gezelschap in 1903 haar vijftigjarig jubileum en mocht zich vanaf dan Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS) noemen.
Directeur Van Doeselaer ā die tegelijk zijn beroep als behanger bleef uitoefenen ā was een succesvol theaterondernemer en hij kon uitpakken met goede bezoekersaantallen. Hij programmeerde traditionele, grote spektakelvoorstellingen op zondag, terwijl hij woensdagen reserveerde voor ākunstavondenā. In plaats van de vertaalde Franse vaudevilles stonden dan meestal bewerkingen van Duitse epossen op het programma. Hij werkte, net als Driessens voor hem, nauw samen met enkele Nederlandse regisseurs en vertalers. Onder impuls van de Zuid-Nederlandsche Toneelbond (1896) drong ook realistisch en naturalistisch theater van Henrik Ibsen en symbolistisch werk van Maurice Maeterlinck
Maeterlinck, Maurice Maurice Maeterlinck (1862-1949), een Franstalig schrijver uit Gent, was in de eerste decennia van de 20ste eeuw wereldberoemd voor zijn symbolistische dramaās, morele essays en studies ov... Lees meer de schouwburg binnen. Ongeveer een derde van de stukken gespeeld in de schouwburg waren origineel Nederlandstalig, waarmee de organisatie tegemoetkwam aan de voorwaarden van de subsidiĆ«rende stedelijke overheid.
Crisis in de belle Ʃpoque
Van Doeselaer moest in de jaren 1890 lijdzaam toezien hoe het Nederlands Lyrisch Toneel (NLT) onderdak vond in āzijnā schouwburg en de werking van het gezelschap bemoeilijkte. Onder andere de moeilijke verstandhouding met het NLT ā dat in 1907 naar de Vlaamse Opera
Vlaamse Opera De Antwerpse Opera, nu bekend als Opera Ballet Vlaanderen (OBV), werd opgericht in 1893 met als doel een podium te bieden voor nieuwe Vlaamse operaās en Nederlandse vertalingen van gevest... Lees meer aan de Frankrijklei zou verhuizen ā en de conservatieve houding van Van Doeselaer, die volop de kaart bleef trekken van het romantische toneelspel, zorgden voor een conflict met de liefhebbers van realistisch en naturalistisch theater Ć©n het Antwerpse stadsbestuur. Bovendien kreeg de schouwburg sterke concurrentie van een Franstalig komediegezelschap dat het Théâtres des VariĆ©tĆ©s op de hoek van de Meir en de Kolveniersstraat betrok.
De bezoekersaantallen begonnen tegen te vallen en het stadsbestuur verlengde het directeurschap van Van Doeselaer in 1906 niet. Zijn voornaamste critici uit de stedelijke toneelcommissie Frans van Laer
Van Laer, Frans Frans van Laer (1862-1951) had in Antwerpen mede de leiding van de Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS). Ook schreef hij volkse blijspelen. Lees meer en Gustaaf de Lattin ā respectievelijk een schoenmaker en een goudsmid ā namen zijn plaats in.
Van Laer en De Lattin hadden van 1906 tot 1912 de leiding over de schouwburg en beloofden een grondige vernieuwing van het repertorium. Zo legden ze de nadruk op een zuiverdere uitspraak, mede als reactie op de kritiek van het burgerlijke publiek op het gebruik van het Antwerpse dialect. Met dat doel voor ogen kaapte de KNS-leiding Arie van den Heuvel weg bij de Gentse Vlaamse Schouwburg en stelde hem aan als regisseur. Na initiĆ«le wrevel bij de gevestigde acteurs was er een nieuwe wind merkbaar inzake het repertoire, wat onder meer resulteerde in een week gewijd aan het werk van Ibsen in 1906, met vertoningen van Brand en Peer Gynt in samenwerking met de Zuid-Nederlandsche Toneelbond. Niettemin bleven klassieke melodramaās en kluchtspelen publiekstrekkers en noodzakelijk voor de inkomsten van de schouwburg.
Een deel van het gezelschap stapte in september 1907 op uit onvrede met de koers van de toneelleiding, die minder āvolksā theater wilde vertonen, en vestigde zich in de Hippodroomschouwburg onder leiding van Van Doeselaer. Het directeursduo Van Laer en De Lattin kreeg bakken kritiek over zich heen. Toen beiden opstapten in 1912, werd hun vertrek dan ook op ironisch applaus onthaald in de Antwerpse pers Pers Van bij het ontstaan van de Vlaamse beweging vervulde de Nederlandstalige pers een belangrijke rol als spreekbuis. De veelheid aan Vlaamse kranten en (week)bladen die in de 19de en 20ste ... Lees meer .
Van 1912 tot 1914 nam Louis Bertrijn samen met de Nederlandse regisseur Adriaan van der Horst de leiding op zich, daarin gesteund door een grote groep letterkundigen, waaronder Stijn Streuvels
Lateur, Frank (pseudoniem Stijn Streuvels) Frank Lateur (1871-1969), beter bekend onder zijn pseudoniem Stijn Streuvels, was een toonaangevende Vlaamse schrijver, die ondanks zijn individualistische ingesteldheid geregeld Vlaamsge... Lees meer , August Vermeylen
Vermeylen, August August Vermeylen (1872-1945) was een schrijver, literatuur- en kunsthistoricus, en socialistisch senator. In het tijdschrift Van Nu en Straks, waarvan hij de leiding had, publiceerde hij ... Lees meer en Frans van Cauwelaert
Van Cauwelaert, Frans Frans van Cauwelaert (1880-1961) was een Vlaamsgezinde katholieke politicus, die een hoofdrol speelde in de vernederlandsing van het openbare leven in Vlaanderen. Van Cauwelaert lag in 19... Lees meer . Zij bejubelden de toenadering tussen het Vlaamse en het Nederlandse toneel. De Franse melodramaās verdwenen naar de achtergrond ten voordele van werk van Herman Bahr, Ibsen en Shakespeare, alsook van Maurits Sabbe
Sabbe, Maurits Maurits Sabbe (1873-1938), zoon van Julius Sabbe, was een Germaans filoloog, een Vlaamsgezinde liberaal en een vrijzinnige letterkundige, hoogleraar en conservator van het museum Plantin-... Lees meer , Piet van Assche Van Assche, Piet Lees meer en Jef Haugen. Het directeursduo klopte zichzelf in 1913 op de borst dat zij op een totaal van 67 producties in totaal 28 originele Vlaamse stukken hadden geprogrammeerd, wat meer was dan het Antwerpse stadsbestuur van hen eiste.
Hervorming tijdens de Eerste Wereldoorlog
Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog
Eerste Wereldoorlog De Vlaamse beweging is fundamenteel getekend door de Eerste Wereldoorlog. De oorlog maakte een verregaande democratisering onafwendbaar, met wezenlijke gevolgen voor het politieke draagv... Lees meer had als gevolgd dat Van der Horst en de Nederlandse acteurs naar hun thuisland terugkeerden. Bertrijn bleef alleen aan als directeur en zou die functie tot 1922 blijven bekleden. Eind oktober 1914 gingen de resterende acteurs ā weliswaar zonder subsidies ā terug aan de slag. Vanaf 1915 kwam ook een verandering in de programmatie: van 1853 tot 1914 speelde het gezelschap elke speelavond een ander stuk, wat zeer veel eiste van de acteurs die per speelseizoen de helft van de gerepeteerde stukken slechts eenmaal opvoerden. Er kwam een vast repertoire, waardoor er voortaan per speeljaar āslechtsā 25 tot 30 stukken werden gespeeld. Acteur zijn bij de KNS was voortaan een voltijds beroep. Uit patriottische en anti-Nederlandse overwegingen droeg de schouwburg eind 1918 en begin 1919 een korte tijd de naam āKoninklijke Vlaamschen Schouwburgā, die in 1919 vanwege van de associatie met het activisme snel terug verdween.
In 1920 benoemde het stadsbestuur Constant van Kerckhoven-Jonkers tot directeur van de KNS. Bertrijn stapte daarop samen met een aantal leden van het gezelschap over naar het socialistische toneelgezelschap dat speelde in het Volksgebouw. Als hoofd van een gehavend gezelschap hield Van Kerckhoven het slechts ƩƩn seizoen uit, mede vanwege de aanhoudende kritiek van de pers op de sterke commercialisering van de KNS. Gustaaf Cauwenberg nam hierop als gevestigd lid van het gezelschap tijdelijk het directeurschap over en onder zijn leiding verdwenen de hiĆ«rarchische āemplooienā ā zoals āeerste mannenrolā ā van de acteurscontracten. In 1922 was een vervanger gevonden en Cauwenberg bleef acteur bij het gezelschap.
Professionalisering onder Oscar De Gruyter
Met de benoeming van Oscar de Gruyter
De Gruyter, Oscar Theatermaker Oscar de Gruyter (1885-1929) lag aan de basis van de in flamingantische middens legendarische gezelschappen het Fronttoneel en het Vlaamsche Volkstooneel, dat hij begin jaren... Lees meer tot directeur in 1922 sloeg de KNS een nieuwe richting in. De Gruyter was nochtans niet onbesproken: de Gentse germanist was actief geweest bij de Frontbeweging
Frontbeweging Aan het IJzerfront manifesteerde zich tijdens de Eerste Wereldoorlog flamingantisch verzet tegen de taaltoestanden in het leger. Naarmate het zich meer en meer organiseerde en groeide, vo... Lees meer als stichter van het Fronttoneel
Fronttoneel Het Fronttoneel was een Nederlandtalig toneelgezelschap aan het IJzerfront tijdens de Eerste Wereldoorlog. Lees meer en stond bekend als een overtuigde flamingant, waardoor hij in 1920 het directeurschap van de Gentse Koninklijke Vlaamse Schouwburg misliep. Het Vlaamsgezinde stadsbestuur onder Camille Huysmans
Huysmans, Camille Camille Huysmans (1871-1968) was een Vlaamsgezinde socialistische politicus, die van 1933 tot 1940 burgemeester van Antwerpen was, tweemaal een ministerpositie bekleedde en een jaar lang ... Lees meer en Frans van Cauwelaert zag in De Gruyter echter een geschikte directeur. Zijn eerste maanden verliepen niet zonder slag of stoot: net als zijn leermeester Arie van den Heuvel probeerde hij de Antwerpse acteurs afstand te laten doen van hun dialect. De pers grapte over de introductie van āje, jij en jouā op het toneel, een ontwikkeling die werd bespot als het ājij-jouwenā en de āverhollandschingā van het theater. Met zijn aandacht voor de zuiverheid van de taal
Taal De ontwikkeling van het Nederlands vormde tot diep in de 20ste eeuw een fundamenteel aandachtspunt in de Vlaamse beweging. De wijze waarop het geschreven en gesproken Nederlands gehanteer... Lees meer , een vlekkeloos samenspel van de acteurs en gestileerde decors ā die de plaats van de rommelige en overdreven vooroorlogse decors innamen ā bezorgde De Gruyter de KNS een nieuw elan.
Behalve met het klassieke repertoire (Shakespeare, Vondelā¦) ging De Gruyter ook aan de slag met eigentijds werk, zoals dat van de Rus Nikolai EvreĆÆnov en de Vlaamse toneelauteurs Herman Teirlinck
Teirlinck, Herman Herman Teirlinck (1879-1967) was een Vlaamse prozaschrijver en toneelvernieuwer, die onder andere als raadsheer van de koning en directeur van de Nationale Hogere School voor Bouw- en Sie... Lees meer , Gaston Martens
Martens, Gaston Gaston Martens (1883-1967) was een auteur van toneelstukken, die een bijdrage leverde aan de intensivering van het Vlaamse toneelleven. Lees meer , Paul de Mont
De Mont, Pol Pol de Mont (1857-1931) was een dichter, essayist, folklorist, journalist, kunstcriticus en redenaar. In al zijn activiteiten gaf hij de Vlaamse strijd absolute prioriteit. Decennialang w... Lees meer , Cyriel Buysse
Buysse, Cyriel Cyriel Buysse (1859-1932) was een invloedrijk auteur van naturalistische romans en toneelstukken. Lees meer en Felix Timmermans
Timmermans, Felix Felix Timmermans (1886-1947) is de auteur van een omvangrijk en veelgelezen oeuvre. Tot zijn bekendste romans horen Pallieter (1916) en Boerenpsalm (1935). Tijdens de Eerste Wereldoorlog ... Lees meer . De blik was voortaan niet meer op het Parijse toneelleven gericht. De Gruyter koos volop voor Bildungs-theater, waarin klassieke stukken het theaterjaar structureerden, maar waar tussendoor ook plaats was voor contemporain theater. De discipline van het gezelschap en visie van De Gruyter oogstten lof bij theaterrecensenten in binnen- en buitenland.
De mix van klassiek en eigentijds werd evenwel niet altijd gesmaakt door het Antwerpse publiek, dat zijn interesse verlegde naar bioscopen en variƩtƩtheaters. Uit financiƫle noodzaak programmeerde de KNS dan ook af en toe melodramatische stukken en kluchten. De Gruyter trachtte met gratis voorstellingen, gesteund door De Vlaamsche Toneelgemeenschap (1926-1929), een breder publiek naar de schouwburg te lokken. Door de zogenaamde vedette-acteurs weg te werken, kon hij ook het niveau van het gezelschap handhaven in een periode waarin acteurs kwamen en gingen. De Gruyter overleed onverwacht in februari 1929, maar hij liet een modern toneelgezelschap na.
Verhuizing naar de Bourlaschouwburg
Acteur Willem Benoy volgde De Gruyter op als hoofd van de KNS en zette diens koers voort in tijden van financiƫle crisis. In 1934 verkeerde het theatergebouw aan de Kipdorpbrug in erbarmelijke staat en week het gezelschap uit naar de Bourlaschouwburg. Joris Diels
Diels, Joris Joris Diels (1903-1992) was een Vlaamsgezinde acteur en theaterregisseur, die tijdens de Tweede Wereldoorlog als directeur-generaal de leiding had over de Koninklijke Nederlandse Schouwbu... Lees meer , voormalig assistent van De Gruyter en regisseur onder Benoy, nam het directeurschap in 1935 met steun van burgemeester Huysmans over toen Benoy naar Zuid-Afrika
Zuid-Afrika Deze bijdrage belicht de relatie tussen de Vlaamse beweging en Zuid-Afrika van de 19de tot de 21ste eeuw. Lees meer vertrok. Door met veel allure een keur aan klassieke dramaās, klassieke en hedendaagse komedies en Nederlands werk op de planken te brengen, reeg Diels samen met de jonge Nederlandse regisseur Ben Royaards successen aaneen.
Voor het toneelseizoen 1938-1939 benoemde het stadsbestuur het duo Jan Cammans en Charles Gilhuys tot directeurs van de KNS, met name wegens Dielsā autoritaire leiderschap. Diels richtte daarop samen met een aantal populaire acteurs een nieuw gezelschap op in het theater van het Koninklijk Kunstverbond aan de Arenbergstraat. De breuk binnen het succesvolle gezelschap leidde tot halfvolle zalen voor de KNS. Het stadsbestuur zag zich door publieke druk en protest van de KNS-acteurs genoodzaakt om Diels voor het seizoen 1939-1940 opnieuw als directeur aan te stellen en Cammans en Gilhuys aan de deur te zetten. Het gezelschap betrok dat seizoen opnieuw het gerenoveerde theater aan de Kipdorpbrug.
Toneel onder en voor de bezetter
Bij de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog De Tweede Wereldoorlog werd in Vlaanderen getekend door de onvoorwaardelijke collaboratie van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). De samenwerking met de bezetter en de bestraffing erva... Lees meer vluchtte Diels samen met een deel van de acteurs en in het spoor van het Belgische leger
Leger De taalkwestie speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van het Belgische leger. Als een van de weinige echt nationale instellingen was het leger een brandpunt van diverse sociaal-p... Lees meer naar Frankrijk
Frankrijk & Vlaanderen De verhouding tussen Vlaanderen en Frankrijk werd altijd gekenmerkt door een aanzienlijke dubbelzinnigheid. Hoewel er lange tijd een grote affiniteit met de Franse cultuur bestond, werd d... Lees meer . Na negen maanden keerden zij terug naar Antwerpen. De KNS vestigde zich opnieuw in de Bourlaschouwburg. Dankzij zijn goede verstandhouding met het Antwerpse stadsbestuur kon Diels een speeljaar van elf maanden en een verloning voor een volledig jaar voor de acteurs bekomen. Met de stichting van een jeugdtheater onder leiding van Fred Engelen en onder de hoede van de KNS wilde het stadsbestuur āhet publiek van morgen scholenā.
Diels stond eveneens op goede voet met de Duitse bezetter: de KNS organiseerde voorstellingen voor het Duitse leger ā zowel in de schouwburg als in Duitsland
Duitsland & Vlaanderen Van de eerste helft van de 19de eeuw tot 1945 stond het Duitse beeld van Vlaanderen in het teken van etnisch-culturele verbondenheid. Die romantische perceptie leefde vooral bij een beper... Lees meer ā, kreeg subsidies van de Propaganda Abteilung en organiseerde erevoorstellingen voor Duitse regisseurs. Diels zelf had nauwe contacten met het Vlaamsch Nationaal Verbond
Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) Het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) (1933-1945) was een rechts-radicale Vlaams-nationalistische partij die tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde met de Duitse nationaalsocialistis... Lees meer , de Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap
Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap (DeVlag) De Duitsch-Vlaamsche Arbeidersgemeenschap (DeVlag) (1935-1945) was vóór de Tweede Wereldoorlog een organisatie van Vlaamse en Duitse studenten. Tijdens de oorlog ontpopte de DeVlag zich ... Lees meer en de Algemeene-SS-Vlaanderen
Algemeene-SS Vlaanderen (ASSV) De SS-Vlaanderen was een collaborerende militie tijdens de Tweede Wereldoorlog, die deel uitmaakte van de Duitse SS. Ze ijverde voor de aanhechting van Vlaanderen bij Duitsland. Lees meer . Hij mocht in 1941 aan verschillende Duitse universiteiten lezingen geven over de toneelspeelkunst. In juli 1942 vond er in de KNS een feestweek plaats met enkel Duits dramatisch theater. In programmatie van de KNS waren verder weinig veranderingen op te merken. Naast veel Nederlandstalig werk, bleven er Engelse, Amerikaanse en Russische stukken gespeeld worden, hoewel dat in principe niet toegestaan was. De vele Duitse theaterstukken, onder meer werken van Schiller en Goethe, behoorden al voor de bezetting tot het repertoire van de KNS.
Doordat Diels zich naar de Duitse Jodenverordeningen moest schikken, konden geen stukken van Joodse auteurs worden opgevoerd. Zijn Joodse echtgenote Ida Wasserman mocht niet meer optreden in de KNS, maar werd verder met rust gelaten door de bezetter. Slechter verging het de Joodse decor- en kostuumontwerper Lon Landau (1910-1945). Hij werd in januari 1943 gearresteerd vanwege zijn Joodse afkomst en zijn activiteiten bij het communistische verzet. Ondanks protest van Herman Teirlinck werd hij via de Dossinkazerne naar het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz gedeporteerd. Na passages in de kampen van Mauthausen en Neuengamme overleed hij in april 1945 in het kamp van Bergen-Belsen, kort na de bevrijding.
Beschuldigingen van Joris Diels en zijn broer Hendrik Diels Diels, Hendrik Hendrik Diels (1901-1974) was een Vlaams-nationalistisch geĆÆnspireerde dirigent, die zich inzette voor het werk van Vlaamse componisten zoals Peter Benoit en Jef van Hoof, en vooral faam ... Lees meer , dirigent bij de Koninklijke Vlaamse Opera
Vlaamse Opera De Antwerpse Opera, nu bekend als Opera Ballet Vlaanderen (OBV), werd opgericht in 1893 met als doel een podium te bieden voor nieuwe Vlaamse operaās en Nederlandse vertalingen van gevest... Lees meer (KVO), leidden in december 1942 tot de aanhouding van de Vlaamsgezinde auteur Victor Brunclair
Brunclair, Victor Victor J. Brunclair (1899-1944) was een avant-gardistische schrijver en journalist, die behoorde tot de groep rond Paul van Ostaijen. Hij ging de geschiedenis in als een van de weinige Vl... Lees meer door de Duitse ordediensten. Brunclair had volgens hen een dreigbrief geschreven aan Hendrik Diels. Hij werkte op dat moment als secretaris van de KVO en was voor de oorlog actief bij de KNS als secretaris en vertaler van onder meer het werk van Bertolt Brecht. In september 1939 had hij zelfs gehengeld naar het directeurschap van de schouwburg. Na zijn aanhouding werden er bij Brunclair thuis illegale vlugschriften gevonden, waardoor hij naar Duitsland werd gedeporteerd. Brunclair overleed in november 1944 in Ladelund, een buitenkamp van het concentratiekamp Neuengamme.
Na de oprichting van Groot-Antwerpen in 1942 reorganiseerde oorlogsschepen Odiel Daem
Daem, Odiel Odiel Daem (1907-1956) was een Vlaams politicus en voorzitter van Rex-Vlaanderen van 1939 tot 1941. Na de oprichting van de Eenheidsbeweging-VNV werd hij benoemd tot schepen van Schone Ku... Lees meer het stedelijke schouwburgwezen. De KVO en de KNS werden gefuseerd tot de Koninklijke Theaters van Antwerpen. Het stadsbestuur benoemde Diels tot directeur-generaal van de fusievereniging en toneelhistoricus Lode Monteyne
Monteyne, Lode Lode Monteyne (1886-1959) schreef naast toneelrecensies en essays een standaardwerk over het Vlaamse toneel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij directeur van de Koninklijke Nederlands... Lees meer kwam aan het hoofd van de KNS te staan. Beiden ontvluchtten Antwerpen bij de bevrijding in augustus 1944 om aan de repressie Repressie Lees meer te ontkomen.
Alleenheerschappij van de KNS en het Nationaal Toneel
Van eind december 1944 tot april 1945 verruilde de KNS de door oorlogsgeweld geteisterde stad Antwerpen tijdelijk voor Brugge. Kersvers directeur Vic De Ruyter liet daar al snel zijn oog vallen op de Gentse KNS, die zich in financiĆ«le moeilijkheden bevond. Met politieke steun slaagde hij erin om in 1945 de Gentse schouwburg voor āzijnā KNS op te eisen. De Gentse KNS verloor niet alleen haar zaal, maar ook haar subsidies, met als gevolg dat het gezelschap ophield te bestaan.
De Belgische overheid richtte in september 1945 Nationaal Toneel van Belgiƫ (NT) op, waarvan de Antwerpse KNS als het Nederlandstalige centrum ging fungeren. Daarmee nam de KNS-NT nagenoeg een monopoliepositie in binnen het Nederlandstalige theaterwezen in Vlaanderen. Ook de Brusselse Koninklijke Vlaamse Schouwburg
Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) De Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) werd opgericht op 23 augustus 1875 op initiatief van een aantal prominente liberale flaminganten, die ijverden voor een Nederlandstalig beroepstone... Lees meer (KVS) moest zich binnen de structuur van het Nationaal Toneel inpassen. De KNS-NT speelde niet enkel afwisselend in Antwerpen en Gent, maar deed ook podia in Brussel, Leuven, Oostende, Kortrijk en Hasselt aan. Er waren nog steeds stedelijke voorstellingen in Antwerpen, maar eveneens diende het gezelschap van overheidswege ākwalitatieve voorstellingenā te programmeren onder de titel āNationaal Toneelā.
In Antwerpen betrok het gezelschap opnieuw de herstelde Bourlaschouwburg, terwijl het jeugdtheater zijn intrek nam in het oude KNS-gebouw aan de Kipdorpbrug. In de schoot van de KNS en het NT werd in augustus 1946 de nieuwe theaterschool Studio van het Nationaal Toneel opgericht onder leiding van Herman Teirlinck. Deze professionalisering en sterke centralisering werkten de vernieuwing echter niet in de hand, waardoor in het officiƫle theater weinig ruimte was experimentele toneelvormen.
Het voor-elk-wat-wils-repertoire van directeur Firmin Mortier
Eind jaren 1940 belandde de KNS-leiding in de handen van Firmin Mortier
Mortier, Firmin Antwerpenaar Firmin Mortier (1899-1972) was tijdens de Eerste Wereldoorlog betrokken bij het activisme. Daarna militeerde hij in de Frontpartij en de BWP. Na de Tweede Wereldoorlog was h... Lees meer , die van socialistische signatuur was en tevens de eerste directeur die zelf niet op de planken stond. Onder zijn directeurschap vonden meerdere voorstellingen voor de christelijke en socialistische vakbonden en arbeidersavonden plaats. Mortier probeerde verder een breed publiek aan te trekken door in te zetten op een soort āvoor-elk-wat-wils-repertoireā, dat zowel in de KNS als daarbuiten werd opgevoerd. Daartoe beschikte het NT, dat bestond uit het KNS-gezelschap en de Studio, vanaf 1947 ook over het Reizend Volkstheater. In de KNS vonden ook jaarlijks tientallen schoolvoorstellingen plaats.
Eind december 1951 ging bij de KNS het stuk De Paradijsvogels van Gaston Martens in premiĆØre. Het succes ā 79 voorstellingen in ƩƩn seizoen ā leidde ertoe dat in de jaren vijftig geregeld lichtere komische stukken over āde gewone manā van onder meer Martens in de programmatie opdoken. Samen met de jaarlijkse āKomediantenrevueā ā waarin het voorbije theaterseizoen werd geparodieerd ā bleven zij voornaamste publiekstrekkers van de schouwburg. Het NT trok in de jaren 1950 ook naar Nederland, de Belgische militairen in West-Duitsland en zelfs meerdere keren naar Belgisch-Congo
Belgisch-Congo Van 1885 tot 1908 was Congo als āOnafhankelijke Congostaatā (OCS) in de handen van de Belgische koning Leopold II, die als een soevereine vorst over het land heerste. Om te vermijden dat... Lees meer om daar voor de Belgen te spelen. Vooral de geprezen regies van Fred Engelen en Ben Royaards en hun kansen voor de jonge afgestudeerden van de Studio Herman Teirlinck vallen op. Meer gewaagde eigentijdse werken van bijvoorbeeld Hugo Claus Claus, Hugo Lees meer en Jean-Paul Sartre werden enkel door kleinere kamertoneelgezelschappen opgevoerd.
Het doek valt over het Nationaal Toneel
In de jaren 1960 werd steeds meer weerwerk geboden tegen de alleenheerschappij van de KNS en het NT in het Vlaamse theaterlandschap. Onder andere de KVS te Brussel onder leiding van Vic de Ruyter ā die na zijn ontslag in 1947 ook persoonlijke redenen had om zich tegen de dominantie van de KNS te verzetten ā kon zich meten met de Antwerpse schouwburg. In Gent richtte DrĆ© Poppe in 1965 het Nederlands Toneel Gent op en in 1964 was de Beursschouwburg geopend als de tweede Vlaamse schouwburg te Brussel. Acteurs die ook bij de kamertoneelgezelschappen speelden, wilden het strakke keurslijf van de grote schouwburgen en het gedwongen klassiek repertorium van zich afwerpen.
In 1963 volgde Bert van Kerkhoven Mortier op als directeur van de KNS. Voortaan speelde het gezelschap tot drie weken lang dezelfde voorstellingen, waardoor er nog slechts twaalf verschillende stukken per seizoen werden gespeeld. Klassieke en populaire stukken domineerden nog steeds de programmatie ten nadele van eigentijdse toneelstukken. Toch verraste de KNS meermaals, onder andere door absurdistisch toneel te brengen van onder meer Eugène Ionesco. Door het succes van het kamertoneel ging het klassieke NT-repertoire zo stilaan gedateerd aanvoelen. De overheid herzag uiteindelijk haar subsidiëring en de financiële bevoordeling van de KNS door de afschaffing van het NT in 1967. Die diversificatie van het Vlaamse theaterwezen opende deuren voor meer experimenteel toneel, zowel in de KNS als daarbuiten.
In 1968 regisseerde een jonge Walter Tillemans in de KNS het toneelstuk Man is Man van Bertolt Brecht. Brechts stuk speelt zich af in de Britse kolonie India, maar werd door Tillemans hertaald tot een aanklacht tegen de Vietnamoorlog en de oorlogsmisdaden van de Verenigde Staten. Vanwege haar anti-Amerikaanse strekking werd de opvoering verguisd in de Vlaamse katholieke en liberaal-conservatieve pers. Voorheen was bij de opvoeringen van Brecht in de KNS vooral ingezet op de artistieke kwaliteit en de boodschap zo veel mogelijk gedepolitiseerd. Tillemansā adaptatie markeerde de doorbraak van een maatschappelijk geĆ«ngageerd theater met de blik op de wereld in het meest toonaangevende Vlaamse theatergezelschap.
Een anachronisme in de Vlaamse theaterwereld
Het einde van het NT betekende dat de invloed van het Antwerpse stadsbestuur op de KNS toenam. Meerdere voorstellingen werden geannuleerd onder politieke druk. Zo bevond directeur Lode Verstraete zich tussen 1969 en 1972 voortdurend in conflict met burgemeester Lode Craeybeckx
Craeybeckx, Lode Lode Craeybeckx (1898-1976) was een socialistische politicus, die zich in zijn jeugd engageerde in het activisme tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hoewel hij later afstand nam van het radic... Lees meer , die het niet op experimenteel theater had begrepen. Toen Verstraete in 1972 opgevolgd werd door de conservatievere oud-KNS-acteur Domien de Gruyter, ruimde dat experimentele en politiek geladen theater weer plaats voor klassiek en hedendaags repertoiretoneel. Voor een tegendraadse lezing van klassiek werk of moderne acteerstijlen was in de KNS geen plaats meer. De Gruyter kon tot 1986 zijn directeurspositie behouden, ondanks het feit dat de pers zijn conservatieve programmatie als een anachronisme beschouwde ā zo vond er in 1985 nog een revue plaats. Enkel de regies van Tillemans konden op bijval rekenen, met name deze van werken van eigen bodem met auteurs als Walter van den Broeck en Hugo Claus. Hij regisseerde een drietal eigentijdse stukken per seizoen, die contrasteerden met de verder behoudsgezinde programmatie van de KNS.
Steeds strenger wordende vereisten inzake veiligheid dwongen de KNS ertoe om de Bourlaschouwburg te verlaten. In oktober 1980 nam het gezelschap samen met het Koninklijk Jeugdtheater, Reizend Volkstheater en de Studio Herman Teirlinck zijn intrek in de nieuwe Stadsschouwburg aan de Arsenaalplaats. In het openingsstuk Tijl van Grigori Gorin kwam er voor het eerst naakt voor in een KNS-voorstelling in een regie van Tillemans, waarop vooral de christendemocratische gemeenteraadsleden hun ongenoegen publiek maakten. Die continue politieke inmenging zorgde voor inspiratieloos theater en dalende bezoekersaantallen. Het Raamtheater ā in 1979 door Tillemans opgericht terwijl hij actief bleef bij de KNS ā kreeg haar zalen met meer experimenteel theater wel gevuld. Uit onvrede met de conservatieve Verstraete nam Tillemans in 1984 ontslag en een groot aantal acteurs volgde de regisseur. Het was een krachtig signaal, dat ervoor zorgde dat het stadsbestuur op zoek ging naar een nieuwe directeur.
Een zoektocht naar vernieuwing
In 1986 trad uiteindelijk Ivonne Lex aan als opvolger van De Gruyter. Ze was daarmee de eerste vrouwelijke theaterdirecteur in Vlaanderen. Als KNS-directeur erfde Lex een gedecimeerd gezelschap, een ongunstige financiƫle situatie en een stoffig imago. Haar directeurschap betekende geen plotse omslag naar nieuwe theatervormen. Wel koos ze ervoor om minder bekend repertoire van Shakespeare en Sartre te brengen, meestal in samenwerking met jonge en vaak onbekende regisseurs. Het werd een bescheiden succes en de bezoekersaantallen gingen in stijgende lijn. Lex reikte eveneens de hand naar andere Europese repertoirehuizen, waardoor internationale coproducties en gastregies tot stand kwamen. De KNS stelde zich tot doel om zowel moderne als klassieke stukken te brengen en naast Belgische ook internationale werken te adapteren. Actualiteitswaarde of vernieuwende dramaturgie bleven daarbij ondergeschikt aan het literaire gehalte van de toneelteksten. Met name door de concurrentie van andere meer innoverende toneelgezelschappen bleven de bezoekersaantallen toch tegenvallen.
In 1991 sloot de KNS een driejarige samenwerkingsovereenkomst met het Raamtheater. Onder leiding van Tillemans bespeelden beide gezelschappen de zaal van het Raamtheater op āt Zuid, het Klein Raamtheater en de Stadsschouwburg. In 1994 verruilde de KNS de Stadsschouwburg opnieuw voor de gerestaureerde Bourlaschouwburg. De gastregies en kruisbestuiving tussen de KNS en het Raamtheater waren succesvol, maar brachten vooral dat laatste gezelschap financiĆ«le voordelen op. Daardoor werd de samenwerkingsovereenkomst na 1994 niet verlengd.
In 1995 werd Tillemans opgevolgd door Frans Redant, die voorheen verbonden was aan NTGent. Hij liet gastproducties toe in de Bourlaschouwburg en verjongde het KNS-gezelschap. Ook het stadsbestuur achtte de tijd rijp voor een herziening van de oude beheersstructuur voor het stedelijke theaterwezen: de KNS werd een instelling van openbaar nut, die vanaf 1998 de Bourlaschouwburg in concessie kreeg. In 1997 sloot de KNS een protocolovereenkomst met de Blauwe Maandag Compagnie die in 1984 was opgericht door Guy Joosten en Luk Perceval als reactie op het traditionele theater van de KNS. Beide gezelschappen zouden fuseren en een nieuwe naam aannemen. Ilse Uitterlinden mocht de KNS in het overgangsjaar 1998 als directeur naar de fusie begeleiden.
Het Toneelhuis
Het gefuseerde gezelschap kreeg de nieuwe naam Het Toneelhuis en kwam onder leiding van Perceval. De Bourlaschouwburg bleef de uitvalsbasis, maar het vaste gezelschap werd ontbonden. Onder leiding van Perceval en Stefaan de Ruyck ging de fusieorganisatie op zoek naar nieuwe samenwerkingsverbanden ā ook internationaal. Een eigentijdse interpretatie van klassiek repertoire werd de norm bij het Toneelhuis, waarin de eerste jaren vooral de bewerkingen van Shakespeare, Brecht en Ibsen onder regie van Jan Decorte opvielen. Josse de Pauw gaf na het seizoen 2005-2006 de leiding door aan Guy Cassiers. Onder Cassiers kregen talloze theatermakers de kans om voorstellingen te regisseren. De theatergezelschappen Olympique Dramatique (vanaf 1999) en FC Bergman (vanaf 2008) hadden daarbij het grootste aandeel in de programmatie. In oktober 2021 nam Kathleen Treier de fakkel over van Cassiers als artistiek directeur.
Literatuur
ā F. Van Doeselaer, Oorsprong van het nationaal tooneel en overzicht zijnder werkzaamheden gedurende de 50 eerste jaren, 1903.
ā M. Sabbe, L. Monteyne en H. Coopman, Het Vlaamsch Tooneel. Inzonderheid in de XIXe eeuw, 1927.
ā L. Monteyne, De Koninklijke Nederlandsche schouwburg van Antwerpen, 1942.
ā P. Arents, F. Mortier, G. Schmook en E. Willekens, De Koninklijke Schouwburg jubileert, 1883- 1953, 1953.
ā P. Peeters, Repertorium Koninklijke Nederlandse Schouwburg: periode 1945-1975, speeljaren 93 tot 122. Stedelijke Technische Leergangen voor Bibliotheekwezen (Antwerpen), onuitgegeven proefschrift, 1975.
ā H. van de Vijver, BelgiĆ« in de Tweede Wereldoorlog. Deel 8. Het cultureel leven tijdens de bezetting, 1990.
ā T. Brouwers, KNS 125: Koninklijke Nederlandse Schouwburg Antwerpen, 1853-1978, 1978.
ā D. Hellemans, R. Geerts en M. van Kerkhoven, Op de voet gevolgd. 20 jaar Vlaams theater in internationaal perspectief, 1990.
āā M. Manderdijk en H. van Hunsel, De Bourlaschouwburg. Een tempel voor de muzen, 1993.
ā D. de Gruyter, Boekje open! Het toneelleven in Antwerpen rond de Tweede Wereldoorlog, 1996.
ā F. Peeters, Opening van de Nederlandse Stadsschouwburg in Antwerpen. Erkenning en canonisering van het Nederlandstalig theater in Vlaanderen, in: R.L. Erenstein (red.), Een theatergeschiedenis der Nederlanden. Tien eeuwen drama en theater in Nederland en Vlaanderen, 1996, pp. 454-459.
ā F. Peeters, Jan Oscar de Gruyter overlijdt. De Gruyter en de professionalisering van het Vlaamse theater, in: R.L. Erenstein (red.), Een theatergeschiedenis der Nederlanden. Tien eeuwen drama en theater in Nederland en Vlaanderen, 1996, pp. 632-637.
ā P. Benoy, Joris Diels verlaat de Koninklijke Nederlandse Schouwburg te Antwerpen. Dielsā bijdrage aan het toneel in Antwerpen in de jaren dertig en veertig, in: R.L. Erenstein (red.), Een theatergeschiedenis der Nederlanden. Tien eeuwen drama en theater in Nederland en Vlaanderen, 1996, pp. 644-651.
ā T. Brouwers, De āStudioā van Herman Teirlinck gaat van start. Vlaanderen kent eindelijk een professionele theateropleiding, in: R.L. Erenstein (red.), Een theatergeschiedenis der Nederlanden. Tien eeuwen drama en theater in Nederland en Vlaanderen, 1996, pp. 660-665.
ā T. Brouwers, Een controversiĆ«le Man is Man in de Antwerpse KNS. Het maatschappelijke engagement van Walter Tillemans, in: R.L. Erenstein (red.), Een theatergeschiedenis der Nederlanden. Tien eeuwen drama en theater in Nederland en Vlaanderen, 1996, pp. 744-751.
ā A. Hackselmans, De Oedipus van het Vlaamse theater. De Koninklijke Nederlandse Schouwburg te Antwerpen in de periode van het Nationaal Toneel (1945-1967). KU Leuven, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 2000.
ā F. Redant en J. van Schoor, Twintig jaar politiek theater in Vlaanderen (1965-1985). Aspecten en tendensen, 2001.
ā M. Van Kerkhoven, Grote huizen en hun taken vandaag, in: Etcetera, jg. 19, 2001, nr. 77, pp. 13-32.
ā T. Brouwers, J. De Vos, F. Peeters, L. Van den Dries en J. van Schoor, Tussen de dronkaerd en het kouwe kind. 150 jaar Nationael Tooneel, KNS, Het Toneelhuis, 2003.
ā J. Thielemans, Schouwburgen in bloei en verval, in: Documenta, jg. 25, 2007, nr. 2, pp. 77-95.
ā L. Van den Dries, Het Vlaamse theater in de jaren vijftig. De rol van de kamertheaters, in: K. Absillis en K. Jacobs, Van Hugo Claus tot hoelahoep. Vlaanderen in beweging 1950-1960, 2007, pp. 205-220.
ā J. De Vos, Buiten de eigen keuken: maatschappijkritiek in de grote schouwburgen, in: Documenta, jg. 26, 2008, nr. 2-3, pp. 117-126.
ā D. Vandenbroucke, Dansen op een vulkaan. Victor J. Brunclair, schrijver in een bewogen tijd, 2013.
ā T. Brouwers, Antwerpen Theaterstad. Aspecten van het theaterleven in Antwerpen in de tweede helft van de twintigste eeuw, 2015.
ā G. Plomteux, R. Steyaert, M. Manderyck en J. Braeken, Bourlaschouwburg, in: Inventaris Onroerend Erfgoed, 2018. [https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/5270] [geraadpleegd op 29 april 2023]
āā āMet theater en creativiteit probeerde Lon Landau licht te creĆ«ren in de duisternisā, in: Antwerpen herdenkt de Tweede Wereldoorlog. [https://www.antwerpenherdenkt.be/oorlogsgetuigen/met-theater-en-creativā¦] [geraadpleegd op 15 december 2024]
Ciel Vroman (2025), Pieter Van Hees (1998). Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS). In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2025. https://devb.be/id/org-002454.