Vlaamse Conferenties der Balie
De Vlaamse Conferenties der Balie waren vrije advocatenverenigingen die werden opgericht in de tweede helft van de 19de eeuw met het oog op de vernederlandsing van het gerecht in Vlaanderen en de daarmee gepaard gaande noodzaak de Nederlandse rechtstaal onder de Vlaamse advocaten ingang te doen vinden.
De advocatuur in België is wettelijk georganiseerd in orden van advocaten. Voorheen gebeurde dat op arrondissementeel niveau, sinds 2014 kan dat ook op, grosso modo, het provinciale niveau. Zo werden de vroegere West-Vlaamse balies (Kortrijk, Brugge, Ieper en Veurne) verenigd in de Balie van West-Vlaanderen, de Antwerpse (Antwerpen, Turnhout en Mechelen) in de Balie van Antwerpen en de Limburgse (Hasselt en Tongeren) in de Balie van Limburg. Enkel de Oost-Vlaamse balies (Gent, Dendermonde en Oudenaarde), alsook de Vlaams Brabantse (Leuven en Brussel-Nederlands) bleven behouden op arrondissementeel niveau. De wettelijk organisatie is voor alle balies gelijk: zij verkiezen jaarlijks een stafhouder en leden van de raad van de orde. Daarnaast geldt in de balies voor de advocaten het recht om zich te verenigen. Het gaat dan niet om wettelijke verenigingen, maar om vrije advocatenverenigingen, al dan niet onder de vorm van een rechtspersoon.
Het Nederlandstalig rechtsgebied van België
België Geen Vlaamse beweging zonder België. Het is ook onmogelijk om België te begrijpen zonder de geschiedenis van de Vlaamse beweging erbij te betrekken. Tussen het ontstaan van een culturele ... Lees meer kende van oudsher drie belangrijke Vlaamse advocatenverenigingen die een groot belang voor de Vlaamse beweging hebben gehad: de oudste, de Vlaamse Conferentie der balie van Gent (1873), daarnaast de Vlaamse Conferentie bij de balie van Antwerpen (1885-2019) en de jongste, het Vlaams Pleitgenootschap van Brussel (1891)
Aanleiding voor de oprichting
In het onafhankelijk België organiseerde de advocatuur zich mettertijd in de grote steden in, naast de door de wet opgerichte orden van advocaten, in zogenaamde Conférences du Jeune Barreau, die zich voornamelijk bezighielden met de opleiding en begeleiding van de jonge advocaten. Zo was er een conférence in Brussel, in Gent en in Antwerpen. De opleiding van de doctors in de rechten verliep aan de universiteiten uitsluitend in het Frans en de procedures voor alle rechtbanken eveneens (zie Gerecht Gerecht Lees meer ).
Dat leidde tot onvrede bij een aantal advocaten (waarvan sommigen ook francofoon waren), die begonnen te ijveren voor de vernederlandsing van het gerecht, zeker voor het strafproces. Omdat pleiten in het Nederlands door de Franstalige opleiding voor velen niet vanzelfsprekend was, groeide de bekommernis om, naast het genoemde streven, ook voor de opleiding van de in het Nederlands pleitende advocaat zorg te dragen.
De opschudding na de zaak- Jacob Karsman Karsman, Jacob De Antwerpse zakenman en dichter Jacob Frans Karsman (1818-1886) zette zich in voor de Vlaamse zaak. Zijn proces wegens een persdelict groeide uit tot een symbooldossier in de strijd tege... Lees meer (1863 te Brussel) bracht een aantal Gentse advocaten, onder wie Julius Vuylsteke
Vuylsteke, Julius De Vlaamsgezinde advocaat, dichter en uitgever Julius Vuylsteke (1836-1903) was het boegbeeld van het Vlaamsgezinde liberalisme. Hij lag aan de basis van de Gentse studentenvereniging ’T ... Lees meer en Napoleon de Pauw
De Pauw, Napoleon Baron Napoleon De Pauw (1835-1922) was een Vlaamsgezind advocaat en uitgever van Middelnederlandse literatuur, die mee aan de basis lag van de Vlaamsgezinde liberale studentenvereniging ’... Lees meer ertoe te Gent in de loop van 1864 een Vlaamsche Advocatenclub op te richten. De leden kwamen wekelijks samen in de vergaderzaal van het letterkundig genootschap De Tael is gan(t)sch het Volk
De Tael is gansch het Volk De Tael is gansch het Volk (1836) was een Gents letterkundig genootschap, dat een prominente rol speelde in de literaire Vlaamse beweging van de 19de eeuw. Eind jaren 1860 ging De Tael ge... Lees meer ; ze oefenden zich in Nederlandse pleidooien en legden zich toe op de studie van het oud-Vlaamse recht, het strafrecht van de overgangsperiode tussen Middeleeuwen en Moderne Tijd (einde 15e eeuw) De vereniging hield na enkele jaren op te bestaan, nadat verscheidene leden magistraat geworden waren, zoals De Pauw, of de stad verlaten hadden.
1873: Vlaamse Conferentie der Balie van Gent
In 1873 bracht de actievoering rond de nakende stemming van de wet- Edward Coremans
Coremans, Edward (1835-1910) Edward Coremans (1835 – 1910) was een Antwerpse advocaat en politicus van de Meetingpartij. Hij was de politieke vader van de eerste taalwetten. Van 1872 tot 1900 gold hij als de politiek... Lees meer op het taalgebruik in strafzaken, de Gentse balie in beweging. Naar aanleiding van een nieuw 'schandaal', de zaak- Jozef Schoep Schoep, Jozef Jozef Schoep (1848-1881) was een Vlaamse arbeider die een centrale rol speelde in een taalincident waarrond de Vlaamse beweging zich mobiliseerde en de regering onder druk zette. Dit sym... Lees meer , verzamelden Albert Fredericq Fredericq, Albert Albert Fredericq (1844-1911) was een Vlaamsgezinde jurist en liberale politicus die zich inzette voor de vernederlandsing van het openbare leven en in het bijzonder het rechtsleven in Vl... Lees meer en Julius Obrie Obrie, Julius Julius Obrie (1849-1929) was een Vlaamse jurist, hoogleraar en activist. Als Vlaamsgezinde jurist legde hij zich toe op de ontwikkeling van een Nederlandstalige rechtsspraak en rechtstaal... Lees meer 74 handtekeningen van confraters voor een petitie aan het parlement. Dat bevestigde hoezeer in Gent een flamingantisch potentieel aanwezig was. In augustus 1873 raakte de taalwet door het parlement. In Vlaanderen zouden strafzaken in principe in het Nederlands worden behandeld, maar de advocaten bleven vrij om in het Frans te pleiten. In november 1873 richtten Fredericq, Vuylsteke, Alfons Prayon-van Zuylen
Prayon-Van Zuylen, Alfons Jurist en publicist Alfons Prayon-van Zuylen (1848-1916) was een vrijzinnige en progressieve flamingant, die zich zowel engageerde in het (Brusselse) liberale flamingantisme als in de sam... Lees meer en Florimond van Duyse Van Duyse, Florimond Florimond Van Duyse (1843-1910) ijverde als magistraat voor Nederlandstalige militaire rechtspraak. Ook verzamelde en bestudeerde hij oud-Nederlandse volksliederen. Verder componeerde hij... Lees meer de Vlaamse Conferentie der Balie van Gent op, met de bedoeling hun confraters vertrouwd te maken met Nederlandse strafpleidooien. De resultaten bleven niet uit. In 1874-1883 was in Gent gemiddeld 29% van de correctionele pleidooien in het Nederlands, een hele vooruitgang. Belangrijk was vooral de jaarlijks duidelijk stijgende trend.
Voor wie geduld had, kon de situatie te Gent op middellange termijn hoopvol worden genoemd, maar elders liet ze nog veel meer te wensen over. Er gingen stemmen op om de taalvrijheid van de advocaat meer aan banden te leggen, zelfs geheel af te schaffen. Een verslag van minister van justitie Jules Bara
Bara, Jules Jules Bara (1835-1900) was een liberaal volksvertegenwoordiger en minister van Justitie. Bara was in het parlement een van de felste bestrijders van de taalpolitieke hervormingen van de V... Lees meer in 1884 illustreert dat de taal van de pleidooien een ernstig knelpunt vormde. Mocht het taalgebruik van de pleidooien wel worden geregeld? Overal in Vlaanderen verdeelde de kwestie de advocaten, ook de Vlaamsgezinden. Dat gold niet het minst in Gent. De kwestie werd beïnvloed door de partijstrijd: in de liberale partij
Liberale partij De verhouding tussen de liberale partij en het partijpolitieke liberalisme in België enerzijds, en de Vlaamse beweging anderzijds levert een gevarieerd en ingewikkeld beeld op dat evoluee... Lees meer bevonden de flaminganten zich in een minder comfortabele positie dan bij de katholieken (zie Katholieke partij
Katholieke partij De katholieke partij, later CVP (vanaf 1945) en CD&V (vanaf 2001) speelde een cruciale rol in de geschiedenis van de Vlaamse beweging. De partij had een belangrijk aandeel in onder m... Lees meer ) en ze stelden zich dan ook vaak gematigder op. Bovendien voelde een liberaal vaak meer voor (taal)vrijheid.
In de Gentse Vlaamse Conferentie was de liberale strekking duidelijk overwegend. In 1884 diende de liberale Gentse advocaat en volksvertegenwoordiger Julius de Vigne
De Vigne, Julius Julius de Vigne (1844-1908) was een Gentse advocaat en een Vlaamsgezind liberaal politicus. Hij was actief in talrijke Gentse Vlaamsgezinde liberale verenigingen. In het belang van de lib... Lees meer een wetsvoorstel in om de wet van 1873 te verbeteren. Het betrof een zeer gematigd voorstel; van de taal van de pleidooien werd niet gerept. De Antwerpenaar Coremans, van de katholieke partij, diende enkele maanden later een ander voorstel in; daarin werden de advocaten zonder meer verplicht in het Nederlands te pleiten in Vlaamse strafprocessen. In deze periode was de Antwerpse Vlaamse beweging duidelijk de Gentse aan het voorbijsteken.
1885: Bond der Vlaamsche Rechtsgeleerden
In oktober 1885 leek de eendracht tussen de Vlaamsgezinden hersteld met de stichting van de Bond der Vlaamsche Rechtsgeleerden
Bond der Vlaamsche Rechtsgeleerden De Bond der Vlaamsche Rechtsgeleerden (1885-…) werd opgericht als een overkoepelende vereniging van Vlaamsgezinde juristen uit alle disciplines. De vereniging zette zich in voor de verned... Lees meer , een overkoepelende vereniging, die over de partijgrenzen heen een nieuwe taalwetgeving Taalpolitiek en -wetgeving Situaties van taalonderdrukking vindt men wereldwijd. Daarom besteedt deze bijdrage eerst aandacht aan gehanteerde taalpolitieke strategieën. Ook in België verzette een gedomineerde taalg... Lees meer in strafzaken zou proberen af te dwingen en de vernederlandsing van de rechtbanken wou bevorderen. Vlaamse Conferenties in de verschillende steden moesten er de kern van vormen.
De Bond zelf zou vrij snel in slaapstand gaan, maar de oprichting ervan had wel tot gevolg dat in diverse Vlaamse steden initiatieven werden genomen om plaatselijke Conferenties op te richten (Brugge, en misschien ook Kortrijk en/of Ieper). Ze kwamen echter niet van de grond; wellicht waren de balies er te klein om een voldoende aantal leden te bekomen. Succesvol was wel het nog in oktober 1885 aan de Leuvense rechtsfaculteit opgerichte Vlaamsch Rechtsgenootschap. Deze vereniging zou elk jaar pleitoefeningen voor studenten organiseren opdat ze, na een Franse rechtsopleiding, toch niet onvoorbereid naar de balie zouden gaan.
1885: Vlaamse Conferentie der Balie van Antwerpen
Belangrijker nog was de oprichting van de Vlaamse Conferentie der Balie van Antwerpen (oktober 1885). Het eerste bestuur stond onder leiding van Coremans en Jan van Rijswijck
Van Rijswijck, Jan De liberaal Jan van Rijswijck (1853-1906) was burgemeester van Antwerpen. Zijn inzet voor de rol van het Nederlands in de lokale politiek en het verenigingswezen alsook zijn volksgezinde ... Lees meer ; Florimond Heuvelmans
Heuvelmans, Florimond Florimond Heuvelmans (1858-1931) was een Vlaamsgezinde adovcaat en politicus voor de katholieke Meetingpartij. Lees meer werd secretaris. Coremans en Van Rijswijck hadden diametraal tegengestelde standpunten over de taal van de advocaat, maar in de Conferentie overwoog het radicale standpunt van Coremans. In november 1888 stuurde de Conferentie een petitie naar de Kamer waarin werd aangedrongen op de volledige goedkeuring van het radicale wetsvoorstel-Coremans uit 1884. De Gentse Conferentie ageerde tegen dat wetsvoorstel en bepleitte de taalvrijheid van de advocaat; de petities van de Gentenaars waren een hart onder de riem van de tegenstanders in het parlement, die wat de advocaten betreft ook grotendeels hun slag thuishaalden. In haar verdere bestaan zou de Gentse Conferentie zich nauwelijks nog met politieke actievoering inlaten, behalve dan wanneer het een kwestie betrof waarover de hele Vlaamse beweging het eens was (bijvoorbeeld de Gelijkheidswet
Gelijkheidswet De gelijkheidswet van 1898 stelde het Nederlands voor officiële publicaties gelijk aan het Frans. De wet werd vanuit de Vlaamse beweging breed ondersteund, en leidde, na de Waalse afwijzi... Lees meer van 1898 en de taalwet op het lager onderwijs
Lager onderwijs De ‘taalstrijd’ in Vlaanderen is op het niveau van het lager onderwijs minder problematisch verlopen dan op dat van het middelbaar en van het hoger onderwijs. Toch was de verfransing van ... Lees meer van 1914). In 1913 protesteerde de Gentse Conferentie niet tegen het Franstalige karakter van de wereldtentoonstelling in haar stad; ze nam er integendeel actief aan deel. Voor het overige beperkte de Gentse Conferentie zich tot de pleitoefeningen, en wellicht ook tot de organisatie van culturele en mondaine activiteiten in 'Vlaamse sfeer'.
De Antwerpse Conferentie radicaliseerde verder in de jaren 1890 en na de eeuwwende, onder invloed van jonge radicalen zoals Adolf Pauwels
Pauwels, Adolf Adolf Pauwels (1864-1902) was tijdens zijn jonge jaren erg actief in de katholieke flamingantische scholieren- en studentenbeweging. Als advocaat en als politicus zette hij zich nadien vo... Lees meer en Adelfons Henderickx
Henderickx, Adelfons Adelfons Henderickx (1867-1949) was een Antwerpse katholieke volksvertegenwoordiger. Tijdens de Eerste Wereldoorlog engageerde hij zich in het activisme en tijdens het interbellum in het ... Lees meer . Ze voerde onder meer actie voor een vernederlandsing van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, voor de oprichting van een Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium te Antwerpen, voor de vernederlandsing van het lager en middelbaar onderwijs
Middelbaar onderwijs De geschiedenis van het middelbaar onderwijs is nauw verweven met die van de Vlaamse beweging. Tot diep in de 20ste eeuw bleef de middelbare school een grotendeels Franstalig bastion van ... Lees meer en vooral van de Gentse universiteit.
1891: Vlaams Pleitgenootschap bij de Balie te Brussel
Intussen was ook in 1891 in de hoofdstad een vereniging van flamingantische advocaten opgericht, het Vlaams Pleitgenootschap bij de Balie te Brussel. De oprichting houdt verband met de taalwet in strafzaken uit 1889. Aanvankelijk was de bepaling daarin over Brussel dode letter gebleven, maar in januari 1891 had het Brusselse hof van beroep een Franse rechtspleging voor de correctionele rechtbank te Brussel vernietigd omdat de beklaagde enkel Nederlands kende. Van dan af velden de strafrechtbanken van de hoofdstad ook Nederlandse vonnissen. Toch werd de taalwet er nog vaak met voeten getreden. Het Vlaams Pleitgenootschap klaagde dat herhaaldelijk aan, niet steeds zonder succes. Ze werd bij deze acties geruggensteund door het Brusselse weekblad De Flamingant. Toch leed het Pleitgenootschap een veeleer kwijnend bestaan. Radicaal Vlaamsgezinde advocaten zoals Pol Gisseleire Gisseleire, Pol De Vlaamsgezinde Brusselse advocaat Pol Gisseleire (1863-1959) richtte in 1891 mee het Vlaams Pleitgenootschap bij de Brusselse balie op en was van midden 1896 tot de stopzetting van het ... Lees meer , Maurits Josson
Josson, Maurits Maurits Josson (1855-1926) was een liberale Brusselse jurist die ijverde voor de vernederlandsing van het openbare leven. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vervulde hij een trekkersrol binne... Lees meer en Willem Thelen Thelen, Willem Jurist Willem Thelen (1870-1958) ijverde in Brussel voor een Nederlandstalige rechtspraak. Ook was hij actief binnen het Algemeen-Nederlands Verbond. Lees meer voerden veeleer actie in eigen naam dan vanuit het Pleitgenootschap.
Verbreding, Eerste Wereldoorlog en daarna
Naast dit alles moet nog worden vermeld dat in 1899 de Bond der Vlaamsche Rechtsgeleerden werd heropgericht, en dat vanaf 1900 de genootschappen van Antwerpen, Gent en Brussel betrokken waren bij de organisatie van de Vlaamsche Rechtskundige Congressen Vlaamsch Rechtskundige Congressen Lees meer , wanneer die in hun stad plaatsvond.
In 1907 werd een Vlaamse Conferentie bij de Balie te Leuven opgericht, maar verder dan de eerste openingszitting lijkt het vóór de oorlog niet te zijn gekomen. In 1908 werden plannen gesmeed om in Dendermonde een Conferentie op te richten, maar niemand zou daar ooit iets van horen.
Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog bleken zowel in Gent als in Antwerpen -- de situatie in Brussel is niet gekend, bij gebrek aan archieven -- de pleitoefeningen aan belang te hebben ingeboet. De drempelvrees was geweken, het voorbeeld van confraters werkte aanstekelijk. Ook wierp de vernederlandsing van de cursus strafrecht en strafvordering die de universiteiten langzamerhand begonnen in te voeren haar vruchten af. Meer en meer werden de pleitoefeningen vervangen door voordrachten over een juridisch onderwerp.
In het anti-Vlaamse klimaat kort na de Eerste Wereldoorlog kwamen de verenigingen aanvankelijk niet meer bijeen. De Antwerpse Conferentie hervatte haar werkzaamheden pas in december 1919, de Gentse in oktober 1922, het Brussels Pleitgenootschap in de loop van 1920. De Gentse en Brusselse vereniging kwamen niet echt van de grond in dit decennium. De Gentse Conferentie protesteerde in 1923 niet tegen de slechts gedeeltelijke vernederlandsing van de Gentse universiteit en voerde geen actie voor de algehele vernederlandsing ervan. Ze beperkte zich tot lezingen en enkele mondaine activiteiten. De Brusselse vereniging lijkt in deze jaren zelfs dat niet te hebben kunnen waarmaken. Noch Brussel noch Gent nam deel aan de strijd om de algehele vernederlandsing van het gerecht, die vanaf 1928 losbarstte. In de jaren 1920 moet echter wel de Vlaamse Conferentie der Balie van Leuven nieuw leven zijn ingeblazen. En in 1931 werden in Mechelen en Kortrijk een Vlaamsche Conferentie der Jonge Balie opgericht. Van al deze genootschappen, die eerder verenigingen van jonge advocaten waren, is weinig of niets bekend.
Het belang van de Antwerpse Vlaamse Conferentie in het interbellum
Alleen van de Vlaamse Conferentie der Balie van Antwerpen ging een belangrijke stimulerende actie voor de Vlaamse beweging uit. In 1921 nam zij het initiatief voor het heropstarten van het Rechtskundig Tijdschrift
Rechtskundig Tijdschrift Het Rechtskundig Tijdschrift (voor Vlaamsch-België) (1897-1964) evolueerde van een gematigd Vlaamsgezind juridisch blad naar een apolitiek vakblad. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sympathi... Lees meer . Ze voerde in de jaren 1920 actie rond de diverse themata die Vlaanderen op taalgebied beroerden en zette vanaf 1928 een hevig offensief in dat aanzienlijk zou bijdragen tot de vernederlandsing van het gerecht in 1935 (wet- Hendrik Marck
Marck, Hendrik De Vlaamsgezinde advocaat Hendrik Marck (1883-1957) was een voorman van het Antwerpse ACW. Hij was volksvertegenwoordiger (1918-1957), Antwerps schepen (1927-1937) en minister (1937-1939)... Lees meer ). In oktober 1931 richtten Antwerpse advocaten in de schoot van de Vlaamse Conferentie het Rechtskundig Weekblad
Rechtskundig Weekblad Het Rechtskundig Weekblad (1931-…) is een juridisch tijdschrift dat initieel voornamelijk gericht was op het stimuleren van de rechtswetenschap in de Nederlandse taal. In de naoorlogse pe... Lees meer op, onder meer als politiek strijdorgaan van de Conferentie. Het blad beoogde ook weerwerk te geven aan het door La Conférence du Jeune Barreau d’Anvers uitgegeven blad, Le Jeune Barreau, dat zich als een radicale bestrijder van de taalwetgeving in gerechtszaken ontpopt had. De Vlaamse Conferentie kon daarbij ook op de steun rekenen van de Bond der Vlaamsche Rechtsgeleerden
Bond der Vlaamsche Rechtsgeleerden De Bond der Vlaamsche Rechtsgeleerden (1885-…) werd opgericht als een overkoepelende vereniging van Vlaamsgezinde juristen uit alle disciplines. De vereniging zette zich in voor de verned... Lees meer . Zij lag eveneens aan de basis van de splitsing van de unitaire en eentalige beroepsvereniging, La Fédération des Avocats Belges. In het parlement waren het ook Antwerpse advocaten en prominente leden van de Vlaamse Conferentie – Hendrik Marck in de Kamer en Hector Lebon
Lebon, Hector De Vlaamsgezinde en maatschappelijk bewogen advocaat Hector Lebon (1863-1935) begon zijn politieke loopbaan in de daensistische beweging, maar stapte later over naar de katholieke partij.... Lees meer in de Senaat – die de verdediging van het wetsontwerp op de vernederlandsing van het gerecht in Vlaanderen, leidden. Na het totstandkomen van de wet van 1935 bleef de Antwerpse Conferentie politiek actief. Ze waakte over de toepassing van 'haar' wet en steunde de oprichting van volwaardige Vlaamse Academiën. Bij dit alles was de hoofdrol voor René Victor
Victor, René René Victor (1897-1984) was een advocaat en leverde een belangrijke bijdrage aan de vernederlandsing van het rechtsleven in Vlaanderen, voornamelijk via het Rechtskundig Weekblad en de v... Lees meer , de hoofdredacteur van het Rechtskundig Weekblad, niet weg te cijferen. Drijverijen van een kleine groep extremistische bestuursleden leidden ertoe dat de Antwerpse Conferentie in 1939 de Joodse advocaten uit haar vereniging stootte. Het kwaad was geschied, maar het volgende conferentiebestuur zou geen enkele uitvoering aan deze beslissing geven.
De Tweede Wereldoorlog
In het eerste oorlogsjaar, in 1940-1941, was de Antwerpse Conferentie in handen van een Nieuwe Orde-gezind bestuur. Voor 1941-1942 werd dit weggestemd, waarna de facto elke activiteit moest worden gestaakt, omdat de Duitsers geen toestemming meer verleenden om te vergaderen. Daarmee belandde ze in eenzelfde situatie als in Brussel en Gent. Maar een machtsgreep van enkele oud-voorzitters leidde tot de oprichting van een VZW De Vlaamsche Conferentie, onder voorzitterschap van Jozef Stryckers Stryckers, Jozef De advocaat Jozef Stryckers (1892-1970) was actief in het partijpolitieke Vlaams-nationalistisme in Antwerpen en speelde een rol in de Vlaamsche Conferentie der Balie. Begin 1940 richtte... Lees meer . Die trok de kaart van de collaboratie
Collaboratie Collaboratie verwijst naar de samenwerking met de bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog, in casu van het Vlaams-nationalisme en een deel van de Vlaamse beweging. Lees meer , wat tot gevolg had dat de orde van advocaten De Vlaamsche Conferentie niet meer erkende. Prominente collaborerende conferentieleden lagen aan de basis van de druk die uiteindelijk leidde tot de door de Duitsers opgedragen schrapping van de Joodse advocaten van het tableau.
Na de oorlog
Na de Tweede Wereldoorlog konden de Gentse, de gezuiverde Antwerpse Vlaamse Conferenties en het Vlaams Pleitgenootschap hun activiteiten hernemen. In Antwerpen (1963) en in Gent (1973) speelden zij de Conférence du Jeune Barreau, die de Franstalige advocaten van hun balie hadden gegroepeerd, van het toneel. Aan de in Antwerpen door het bestuur van de Conférence gestelde eis om in te stemmen met het opgaan in de Vlaamse Conferentie, dat de Vlaamse Conferentie het woord ‘Vlaamse’ uit haar naam moest laten vallen werd geen gevolg gegeven. Het herwonnen prestige van de Gentse, Antwerpse en Brusselse vereniging moge blijken uit het feit dat bij de viering van hun 75- en 100-jarige bestaan feestzittingen hielden in aanwezigheid van de Koning.
De politieke invloed van de verenigingen nam af met de verdwijning van iconische figuren als een René Victor. In Brussel verleende het Vlaams Pleitgenootschap steun aan de splitsing van de Brusselse orde van advocaten in een Nederlandstalige en Franstalige orde. In Gent was het windstil, wat bijzonder opviel bij het ontbreken van solidariteit van de Gentse balie toen in 1997 door alle andere Vlaamse stafhouders de splitsing van de Nationale Orde van Belgische advocaten met de oprichting van de Vereniging van Vlaamse Balies, gerealiseerd werd. Toen op basis daarvan later de Orde van Vlaamse Balies door de wetgever werd opgericht, sloot Gent wel weer aan.
Het einde van de Antwerpse Vlaamse Conferentie
In Antwerpen liet de Vlaamse Conferentie zich niet onbetuigd toen geijverd werd voor de oprichting van het Hof van Beroep van Antwerpen. Zij nam daartoe initiatieven bij minister Vanderpoorten die tot gevolg hadden dat de zaak in een stroomversnelling raakte, zodat in 1974 een volwaardig hof van beroep van start kon gaan. Ook aan de splitsing van de Nationale Orde gaf de Antwerpse Vlaamse Conferentie van in het begin haar volledige steun.
Daarna werden geen standpunten meer ingenomen en viel het op dat het woord ‘Vlaamse’ voor sommigen te politiek beladen klonk. Er werd niet meer gesproken van de Vlaamse Conferentie, maar van de Conferentie, wat leidde tot een gelijkschakeling met de verenigingen van andere balies die zich in plaats van Conferenties, Jonge Balies noemden.
In Antwerpen leidde dat tot de feitelijke afschaffing van de Vlaamse Conferentie als vrije vereniging, toen vanaf 2019-2020 de Antwerpse, Mechelse en Turnhoutse Balies door fusie de Orde van Advocaten van Antwerpen werden. Met de oprichting van de VZW De Conferentie in 2022-2023 kwam er een einde aan de Vlaamse Conferentie bij de balie te Antwerpen.
Literatuur
– R. Victor, Schets ener geschiedenis van de Vlaamse Conferentie der Balie van Antwerpen, 1960.
– J. van Doorselaere, Vijfenzeventig jaar Balieleven te Brussel, in: Rechtskundig Weekblad (1966-1967), kol. 577-590.
– G. Baert, Gedenkboek De Vlaamse Conferentie der Balie van Gent 1873-1973, 1973.
– H. van Goethem (red.), Honderd jaar Vlaams rechtsleven. Bij het eeuwfeest van de Vlaamse Juristenvereniging en de 50ste verjaardag van de vernederlandsing van het gerecht, 1985.
– H. van Goethem, De taaltoestanden in het Vlaams-Belgisch gerecht 1795-1935, 1990.
– J. Verstraete, Geschiedenis van de Vlaamse Conferentie bij de Balie te Antwerpen, 1990.
– C. Matheeusen, Honderd jaar Vlaams Pleitgenootschap bij de Balie te Brussel 1891-1991, 1991.
– J. Verstraete, De Jodenverordeningen en de Antwerpse Balie. Een historische studie, 2000.
– J. Verstraete. Het grote verzwijgen. Een schets van het leven van Edgar Boonen, 2013.
– J. Verstraete. René Victor. 1897-1984. Strijder voor het Vlaamse rechtsleven, 2018.
Jan Verstraete (2024), Herman Van Goethem (1998). Vlaamse Conferenties der Balie. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2024. https://devb.be/id/org-005294.