Vlamingen in Wallonië

Begrip
Jonathan Bernaerts (2025, aanvulling), Gaston Durnez (2023, ongewijzigd)

In de loop van de 19de en 20ste eeuw migreerde een diverse groep Vlamingen naar Wallonië, waaronder Vlamingen die zich in Wallonië vestigden, tijdelijke immigranten en pendelarbeiders. Met name tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw vormden hun positie en rechten een strijdpunt in de discussies tussen Vlaamse en Waalse beweging over tweetaligheid.

Suggestie
Citeren
Leestijd: 54 minuten

Vlamingen in Wallonië: een diverse groep

‘Vlamingen in Wallonië’ verwijst naar een diverse groep Vlamingen die in de 19de en 20ste eeuw naar Wallonië migreerden alsook naar hun afstammelingen. De groep omvat Vlamingen die zich in Wallonië vestigden, tijdelijke immigranten en pendelarbeiders. Het hoogtepunt van deze migratie lag in de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw. Voornamelijk economische overwegingen lagen aan de basis van de migratie van Vlaamse arbeiders en landbouwers naar Wallonië. Ook Vlaamse onderwijzers, dienstboden, ambtenaren en militairen trokken naar Wallonië. De grootste groep van deze Vlaamse migranten was werkzaam in de Waalse industrie (ongeveer enkele honderdduizenden), het aantal Vlaamse landbouwers in Wallonië was kleiner (ongeveer enkele tienduizenden).

De arbeidsmigratie van Vlamingen naar Wallonië was beperkt in de eerste helft van de 19de eeuw, maar nam toe in de decennia na de hongerjaren 1840. Zoals gesteld door Frank Caestecker, kan de arbeidsmigratie van Vlaanderen naar Wallonië die na 1840 volgde worden opgedeeld in drie fases. De massale uitwijking begon door de economische Economie Economie Dit artikel gaat over de relatie tussen economie en Vlaamse beweging. Daarmee beoogt deze tekst geen economische geschiedenis te schetsen van wat we vandaag Vlaanderen noemen. Integendee... Lees meer crisis in het midden van de 19de eeuw, die werkloze arbeiders en arme kleine boeren wegdreef uit hun streek. Terwijl de landbouw en de textielindustrie in het volkrijke Vlaanderen zware klappen kregen, begon de nijverheid te bloeien in het Waalse land, waar handen tekortkwamen. Ze kwamen aanvankelijk uit Oost- en West-Vlaanderen. Technologische en politieke veranderingen, in combinatie met gesubsidieerde goedkope treinabonnementen, leidden nadien tot een doorbraak van Vlaamse arbeiders in de Waalse steenkoolmijnen en bouwsector (1886-1914). Ze moesten zich niet in Wallonië vestigen, ze konden dagelijks of wekelijks pendelen. Na de Eerste Wereldoorlog Eerste Wereldoorlog Eerste Wereldoorlog De Vlaamse beweging is fundamenteel getekend door de Eerste Wereldoorlog. De oorlog maakte een verregaande democratisering onafwendbaar, met wezenlijke gevolgen voor het politieke draagv... Lees meer nam de nood aan arbeidskrachten in de Waalse industrie toe. Tijdens het interbellum internationaliseerden de werkkrachten in Wallonië met arbeiders uit Noord-Afrika, Italië en Polen, terwijl de werkgelegenheid in Vlaanderen steeg en de steenkoolindustrie in Limburg Limburg Limburg Lees meer zich ontwikkelde (1918-1940). Vlaamse arbeiders pendelden nog steeds naar Wallonië, maar vestigden zich er minder vaak. Er kwam nog een opflakkering van Vlaamse arbeiders in Wallonië na de Tweede Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog De Tweede Wereldoorlog werd in Vlaanderen getekend door de onvoorwaardelijke collaboratie van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). De samenwerking met de bezetter en de bestraffing erva... Lees meer , maar deze migratie verminderde na de jaren 1950 (1945-1960).


Bouwvakkers uit Vlaanderen in Feluy, ca. 1895. (Musée royal de Mariemont)

Bouwvakkers uit Vlaanderen in Feluy, ca. 1895. (Musée royal de Mariemont)

Naast arbeidsmigratie lieten de goedkope treinabonnenten eind 19de eeuw ook toe dat Vlaamse seizoenarbeiders pendelden naar Wallonië. Ze vormden een eerste golf van Vlamingen die werkzaam werden in de Waalse landbouw. In de jaren 1930 was er een tweede, kleine, golf van Vlaamse landbouwers die naar Wallonië trokken. De grootste golf was echter die van na de Tweede Wereldoorlog, toen opnieuw een groep Vlaamse landbouwers de taalgrens overstak. Dit leidde ertoe dat meerdere boerderijen in Wallonië in Vlaamse handen kwamen.

De nood aan arbeidskrachten in de industrie en de landbouw vereisten aldus niet noodzakelijk een vestiging van Vlamingen in Wallonië. Naast de definitieve emigranten waren er vele duizenden semainiers en saisonniers, die om de week naar huis terugkeerden of die een aantal weken of maanden in de seizoengevoelige industrie en landbouw gingen werken.

Vlaamse migratie naar Wallonië nam sterk af na 1960. In de 21ste eeuw is deze migratie van een andere aard dan arbeidsmigratie en wordt het fenomeen eerder verklaard door prijsverschillen op de grond- en huizenmarkt. Sporadisch rijst de vraag wel wat de invloed is van de aanwezigheid van Vlamingen in Wallonië voor toeristische en recreatieve redenen, zonder een permanente vestiging, op het sociaal weefsel in bepaalde Waalse gemeenten.

Aantal Vlamingen in Wallonië

Grondig cijfermateriaal over het aantal Vlamingen dat zich in Wallonië vestigde is beperkt en exacte cijfers over het aantal Vlamingen in Wallonië gedurende de 19de en 20ste eeuw ontbreekt. Bovendien nam een aanzienlijke groep van de Vlaamse migranten in Wallonië alsook het merendeel van hun afstammelingen de Franse taal aan en assimileerden ze zich in hun nieuwe omgeving. Enkele bronnen vermelden wel enkele aantallen.

Paul Fredericq Fredericq, Paul Fredericq, Paul Paul Fredericq (1850-1920) was een vooraanstaande Gentse historicus, die als de officieuze ideoloog van het liberaal flamingantisme kan worden  omschreven. Als rector van de Gentse u... Lees meer schreef in zijn Schets eener Geschiedenis der Vlaamsche Beweging dat er in 1909 122 500 Vlamingen woonachtig waren in Wallonië. Een studie in 1925 op basis van de kiezerslijsten van elf gemeenten in de streek van Charleroi, opgesteld door het Werk der Vlamingen in Montignies en voorgesteld op hun derde Algemene Congres in 1925, vermeldde dat er onder de 205 734 inwoners 25 277 Vlamingen waren. In 1925 werden in Montignies 4 146 Vlamingen op de 25 000 inwoners geteld. Net zoals de wijk Louvy te Gilly ‘Klein Zele’ werd genoemd omdat er zoveel mensen uit Zele (Oost-Vlaanderen) bijeen woonden, werd Montignies toen beschouwd als ‘het Vlaamse dorp’. De Waalse jezuïet Lemaire, die over demografische Demografie Demografie Lees meer problemen publiceerde, vertaalde het verslag van het Algemene Congres voor enkele Franstalige bladen. Hij meldde dat een achtste van de Waalse bevolking van Vlaamse afkomst was.

Op het vijfde congres van het Werk der Vlamingen Werk der Vlamingen (WdV) Werk der Vlamingen (WdV) Werk der Vlamingen (19de eeuw-1969) was de benaming voor verschillende organisaties in Wallonië, Noord-Frankrijk en Parijs die onder leiding van de Kerk de Vlaamse arbeiders geestelijk en... Lees meer in 1929 werd melding gemaakt van ten minste 16 000 Vlamingen in de stad Luik, 75 000 in het Luikse, 50 000 in de streek rond Charleroi en 10 tot 15 000 in Bergen en omstreken. In totaal was er sprake van ‘meer dan 300 000’. Voorts alludeerde Frans van Mechelen Van Mechelen, Frans Frans van Mechelen (1923-2000) was professor aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven en politicus voor de Christelijke Volkspartij. Hij was volksverte... Lees meer in 1957 in zijn boek De ontwikkeling van de Volkskracht in Vlaanderen op ‘een netto verplaatsing’ van een half miljoen Vlamingen naar Wallonië sinds 1830.

Daarnaast baseren sommige auteurs zich op de talentellingen tussen 1846 en 1947, met het nodige voorbehoud inzake de betrouwbaarheid van deze tellingen. Personen van Vlaamse oorsprong in Wallonië worden daarbij gelinkt aan diegenen die bij de talentellingen hadden aangegeven enkel het Nederlands te kennen en diegenen die het Nederlands en het Frans kennen. In de talentellingen tussen 1866 en 1910 is er in Wallonië een stijging te zien van deze groep van personen met een kennis van het Nederlands of van het Nederlands en het Frans, in het bijzonder in bepaalde Waalse arrondissementen. Zo wordt het aantal personen van Vlaamse oorsprong in 1910 in het arrondissement Charleroi op 6,4% geschat.

Ook zijn er de studies van Poulain en Foulon die gebaseerd zijn op een onderzoek naar de familienamen in Wallonië, en meer bepaald naar achternamen met een prefix ‘-van’ of ‘-ver' die worden beschouwd als Vlaamse achternamen. Op basis van gegevens op 31 december 1987 uit het Rijkregister, blijkt dat deze achternamen minder voorkwamen naarmate de afstand tot de taalgrens Taalgrens Taalgrens Het begrip ‘taalgrens’ verwijst in het algemeen naar een grens die twee bevolkingsgroepen die een verschillende taal spreken van elkaar scheidt en in het bijzonder naar de grens tussen he... Lees meer in Wallonië toenam; dat in de meeste industriële gemeenten met koolmijnen een hoger percentage van deze achternamen voorkwam; en dat in sommige landelijke gemeenten in de Condroz het aantal Vlaamse achternamen hoger lag dan verwacht, wat volgens de onderzoekers wijst op een migratie van Vlaamse boeren naar deze gemeenten.

Er zijn geen omstandige studies over het aantal Vlamingen dat in de 21ste eeuw in Wallonië leeft, al is het duidelijk dat de Vlaamse migratie naar Wallonië na 1960 afnam. Er zijn slechts enkele indirecte, zij het onvolledige, bronnen over hun aantal. Zo geven thans cijfers over het gebruik van het Nederlands in administratieve contacten met inwoners van Waalse gemeenten met faciliteiten voor Nederlandstaligen slechts een indirect en onvolledig (qua territorium en qua personen) beeld van het aantal Nederlandstaligen in Wallonië. 

Beeldvorming en realiteit

Zonder vooruit te lopen op verschillende aspecten van het Vlaamse leven in Wallonië, dat hierna aan bod komt, moeten verschillende percepties over Vlamingen in Wallonië, die aan Vlaamse en aan Waalse zijde aanwezig zijn, reeds worden geduid. Zo werd er over Vlamingen in Wallonië gesproken als zijnde ‘kolonies’ of ‘Vlaamse eilanden’ in Wallonië. Vanuit deze perceptie vormden ze een politiek argument tijdens de ontwikkeling van de taalwetgeving Taalpolitiek en -wetgeving Situaties van taalonderdrukking vindt men wereldwijd. Daarom besteedt deze bijdrage eerst aandacht aan gehanteerde taalpolitieke strategieën. Ook in België verzette een gedomineerde taalg... Lees meer in de 20ste eeuw. De verschillende componenten van de Vlaamse migratie naar Wallonië maken het echter niet eenvoudig, bijvoorbeeld vanuit een Belgisch of internationaal begrip van het concept ‘minderheid’, om te spreken van een Vlaamse minderheid in Wallonië. Een (tijdelijke) pendelmigratie en geassimileerde migranten zijn moeilijk te vatten als ‘minderheid’ in strikt juridische zin.

Voorts werd er in de beeldvorming van deze groep omstandig gefocust op de omstandigheden waarin Vlamingen in Wallonië leefden in een tijd toen er van sociale wetten en achturige werkdag amper sprake was. Van der Straeten, bestuurder van de Maatschappelijke Werken te Seraing, gaf in een artikel in oktober 1921 in De Standaard De Standaard (1914-) De Standaard (1914-) Het eerste nummer van het dagblad De Standaard verscheen op 4 december 1918. De krant was gedurende vele decennia hét blad bij uitstek van de katholieke Vlaamse beweging in al haar varian... Lees meer aan hoe de Vlaamse arbeiders meestal de slechtste huizen bewoonden, in steegjes en ‘achterstraatjes’.

De Waalse pers en volkscultuur van die tijd bevatten staaltjes van de minachting waarmee Vlamingen in Wallonië werden bejegend. ‘Lès flaminds c'n' èst n'n dès djins’ werd een bekende Waalse zegswijze. Yves Quairiaux verduidelijkt daarbij dat deze uitspraak weliswaar letterlijk betekent dat Vlamingen geen mensen zijn, maar figuurlijk eerder betekent dat Vlamingen buitenlanders zijn die niet van het Waalse volk zijn.


De ‘imitation flamande’ groeide in de 19e eeuw uit tot een afzonderlijk genre in de Waalse populaire liedjescultuur. De auteurs-zangers imiteerden in hun liederen op komische wijze de Vlaamse migrant. (Musée de la Vie wallonne)

De ‘imitation flamande’ groeide in de 19e eeuw uit tot een afzonderlijk genre in de Waalse populaire liedjescultuur. De auteurs-zangers imiteerden in hun liederen op komische wijze de Vlaamse migrant. (Musée de la Vie wallonne)

De Waalse minderbroeder Martial Lekeux schreef in 1926 in Maggy dat het niet het puik is van het Vlaamse land dat naar Wallonië kwam. Volgens Lekeux was hun toestand te beklagen, ze werden met hun kroostrijke gezinnen samengepropt in kleine kamers, waren onverstaanbaar voor de Waalse omgeving, en ze waren de prooi van allerhande uitbuitingen. Het overheersende algemene beeld van emigranten uit het arme Vlaanderen naar het rijke Wallonië in de 19de eeuw is de laatste jaren via wetenschappelijk onderzoek echter bijgesteld door te wijzen op het diverse karakter van deze Vlaamse emigratie. Er werden eveneens nuances aangebracht bij een aantal stereotypen die aanwezig waren in de Waalse volkscultuur over Vlamingen in Wallonië, als ondergeschikten met een zwakker gestel en een rare taal, als alcoholverslaafden en als vechtjassen. Zo weerlegde Yves Quairiaux bijvoorbeeld het beeld van de criminele Vlaming, aangezien het weinig steun vindt in gegevens over personen die werden berecht in Wallonië.

Organisaties voor Vlamingen in Wallonië in de 19de en begin 20ste eeuw

Het merendeel van de verenigingen gericht op Vlamingen in Wallonië werd door Vlaamse migranten zelf opgericht. Ze werden niet gestuurd vanuit Vlaanderen of de Vlaamse beweging, al kregen ze wel materiële en financiële steun uit Vlaanderen. Net als over het aantal Vlamingen in Wallonië, zijn er weinig bronnen beschikbaar over het aantal leden van deze organisaties.

Naarmate de Vlaamse beweging doorbrak, begonnen Vlamingen in Wallonië zich meer te verenigen en weerstand te bieden aan een assimilatie in Wallonië, al integreerden en ‘verwaalsten’ andere Vlamingen in Wallonië zich wel. Na de taalwetten van de jaren 1920 en 1930 en in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, lag de focus van Vlaamse organisaties in Wallonië meer op het behoud van het Nederlands, zonder dat ze zich verzetten tegen de eentaligheid van Wallonië in de publieke sfeer.

Vakbonden

De houding van de syndicale organisaties ten aanzien van de situatie van Vlaamse arbeiders in Wallonië was uiteenlopend. De socialistische arbeidersbeweging erkende de Vlaamse immigranten in Wallonië eerst niet als groep, ze werden geacht op te gaan in de Waalse socialistische beweging alsook het Frans en een geseculariseerd wereldbeeld aan te nemen. Ze richtten zich wel tot de Vlaamse mijnwerkers en de pendelaars in het bijzonder, als groep met als doel ze te kunnen syndicaliseren.

De christendemocratische vakbond ving later aan met de organisatie van arbeiders, maar had een werking met specifieke aandacht voor Vlaamse pendelaars en Vlaamse arbeiders die zich in Wallonië vestigden. De christendemocratische vakbond had de grootste aanhang bij de Vlaamse arbeiders in Wallonië. Na de Eerste Wereldoorlog ontwikkelde de vakbondswerking voor Vlamingen in Wallonië zich verder.

De houding van de vakbonden ten aanzien van Vlaamse arbeidskrachten in Wallonië wijzigde in de 20ste eeuw. Zo beschermden de vakbonden de Waalse arbeiders in de crisis van de jaren 1930 en vroegen ze aanvankelijk om eerst buitenlandse en Vlaamse mijnwerkers te ontslaan. Tijdens stakingen in jaren 1930 kon de socialistische mijnwerkersvakbond de eis dat Vlamingen en buitenlanders voor plaatselijke krachten moesten worden ontslagen echter omvormen tot eerst een ontslag van de buitenlanders. Waalse socialisten, zoals volksvertegenwoordiger François van Belle, bleven verder sterk inzetten op de assimilatie van Vlamingen in Wallonië.

Yves Quairiaux stelt dat enerzijds de Vlaamse arbeiders, die een andere taal spraken, minder vatbaar waren voor vakbondsacties, maar dat anderzijds de claim dat de Vlaamse arbeiders stakingbrekers waren in Wallonië niet wordt ondersteund door officiële statistieken over stakingen en lock-outs. Wel is het zo dat werkgevers probeerden om Vlaamse arbeiders te gebruiken om stakingen te breken, maar dat dit bijvoorbeeld mislukte bij een staking in de steengroeven van Ecaussinnes in 1899 en bij een staalfabriek in Montignies-sur-Sambre in 1925.

Werk der Vlamingen

Een eerste organisatie van Vlamingen in Wallonië was het Vlaemisch Taelminnend Genootschap, dat in 1847 in Luik door Limburgse seminaristen werd opgericht. Het was een besloten zelforganisatie gericht op het behoud van het Vlaams. Een andere werking met een religieuze inslag was het ‘apostolisch Vlaamsch Werk’ (Werk der Vlamingen). Het Werk zorgde voor een religieuze omkadering van Vlamingen, eerst in Frankrijk en nadien in Wallonië. Het eerste Werk der Vlamingen in Wallonië ontstond in 1865 in Luik in het klooster van de redemptoristen.

Vlaamse missen en andere godsdienstige bijeenkomsten vonden meteen veel bijval. Na een paar maanden kwam de eerste bestuurder, pater Goedts, naar Luik. In 1868 ontstond het ontwerp voor een genootschap ‘om de vlaamsche deelgenooten in hunne geestelijke en lichamelijke noodwendigheden bij te staan’. Dat gebeurde onder meer via een ‘werk van onderlinge Bijstand’ (armenhulp), een ‘Vlaamsche Katholieke Kring’ (voor ontspanning), een patronaat voor de jeugd, een zangvereniging en een bibliotheek.

Het Werk groeide en telde drieduizend leden in 1886, bijna zoveel als de toenmalige katholieke arbeidersverenigingen van de Franstalige Luikenaars. Omstreeks 1900 kreeg het Werk onder de leiding van pater Bogaerts, die er van 1896 tot 1925 de verantwoordelijkheid droeg, een nieuwe impuls. Na een vernieuwde toneelgroep richtte hij in 1900 ook een Mariavereniging op als ontspanning voor de 1200 Vlaamse dienstmeisjes in Luik. Op basis van cijfers van het Nationaal Instituut voor Statistiek wijst Diane de Keyzer ook op de aanwezigheid van Vlaams- Limburgse Limburg Limburg Lees meer dienstboden in Luik en Henegouwen.

Na enkele gestrande pogingen van de minderbroeders rond Charleroi, ontstonden er in het begin van de 20ste eeuw initiatieven tot nieuwe Werken der Vlamingen in Luik, ditmaal in de Rue de Hesbaye (1906), in Bergen (1908) en in Montignies-sur-Sambre (1909). Dit laatste Werk der Vlamingen werd opgericht door een minderbroeder uit Temse, Frans Geysen, oftewel pater Regalatus. Deze minderbroeder was drie jaar na zijn priesterwijding naar het klooster in de gemeente bij Charleroi gezonden om er aan arbeidersapostolaat te doen.

Na de Eerste Wereldoorlog Eerste Wereldoorlog Eerste Wereldoorlog De Vlaamse beweging is fundamenteel getekend door de Eerste Wereldoorlog. De oorlog maakte een verregaande democratisering onafwendbaar, met wezenlijke gevolgen voor het politieke draagv... Lees meer , toen opnieuw talrijke Vlaamse arbeiders tijdelijk of definitief naar Wallonië trokken en ook de immigratie van boeren toenam, beleefden de diverse verenigingen van het Werk der Vlamingen een echte bloeitijd. De Werken der Vlamingen legden zich toe op een pastorale werking, culturele activiteiten en sociale initiatieven. De laatste activiteiten vloeiden vanaf de jaren 1920 naar de christelijke arbeidersbeweging Christelijke arbeidersbeweging Christelijke arbeidersbeweging In de christelijke arbeidersbeweging heeft steeds een uitgesproken belangstelling voor de Vlaamse kwestie bestaan. De groeiende invloed van deze beweging, in het kielzog van de democratis... Lees meer .


Affiche van Werk der Vlamingen over de oprichting van een werkmanskring in Châtelineau, ca. 1920. (KADOC, kcb005416)

Affiche van Werk der Vlamingen over de oprichting van een werkmanskring in Châtelineau, ca. 1920. (KADOC, kcb005416)

Voornamelijk na de Eerste Wereldoorlog werd het Werk in Montignies onder leiding van pater Regalatus het Vlaams-katholiek centrum in Wallonië. Talrijke Vlaamse feesten en toneelopvoeringen vonden er plaats. Vanaf 1920 kwamen de Werken onder het overkoepelende middenbestuur van Montignies en werden ze samen de Broederbond der Vlamingen in het Walenland. In 1925 werd het Werk der Vlamingen een vereniging zonder winstoogmerk en op 15 november 1930 verscheen in het Belgisch Staatsblad het statuut van de Broederbond, een overkoepelend organisme dat dan zijn officiële vorm kreeg. De Broederbond wilde ‘al de Vlamingen in Wallonië bijeenbrengen en eenzelfde richting geven aan alle werken en instellingen van Vlamingen, om door de eendracht en de overeenkomst een kracht te vormen ten einde de stoffelijke, culturele, morele en religieuze belangen te bevorderen van de Vlamingen in Wallonië’. Het overkoepelende bestuur organiseerde Vlaamse godsdienstoefeningen, stichtte congregaties, godsdienstige bonden en kerkkoren. 

In 1921 richtte pater Regalatus het weekblad De Vlaamsche Volksstem op, dat bijna 20 jaar zou bestaan. De Vlaamsche Volksstem, het blad van de Broederbond, argumenteerde dat de Vlamingen in Wallonië verenigd moesten blijven als bescherming tegen de ‘zedeloosheid’ en het linkse gedachtengoed in Wallonië.

Pater Regalatus organiseerde in 1923 te Montignies een eerste Algemeen Congres met een vierhonderdtal Vlaamse deelnemers. Het congres zou navolging krijgen door een viertal andere congressen in verscheidene Waalse steden. Op het reeds aangehaalde derde Algemeen Congres in 1925 te Montignies werd gemeld dat het Werk in Luik 956 leden telde en dat het Werk in Bergen een vrouwengilde met 200 leden, een eigen ziekenfonds, en een pensioen- en spaarkas had.

Terwijl het Werk zichzelf omschreef als apolitiek, had het duidelijk en onafscheidelijk een levensbeschouwelijke en een Vlaamse pijler. Bryls schrijft dat het katholieke voor het Werk de essentie was, met het Vlaams-zijn als voorwaarde om die essentie te bereiken. Deze positie leidde tot Waalse weerstand vanuit een vrees voor Vlaamse eilanden in Wallonië. Zo wekte het ‘derde Algemeen Congres der Vlamingen in het Walenland’ in 1925 de indruk van een georganiseerde structuur voor Vlamingen in Wallonië, wat leidde tot ergernis aan Waalse zijde. Ook Vlaams-nationalisten namen aanstoot aan de positie van het Werk, die het katholicisme boven het Vlaamse plaatste.

Toen de Vlaamsche Volksstem in 1930 meldde dat er 300 000 Vlamingen in Wallonië leefden, werd het cijfer opgepikt door zowel de Waalse beweging Waalse beweging Waalse beweging De Waalse beweging ontstond op het einde van de 19e eeuw en heeft zijn wortels in een culturele, politieke en taalkundige dimensie. Ze was verdeeld in verschillende stromingen, waarvan de... Lees meer als de Vlaamse beweging. De eerste groep illustreerde aan de hand van het aantal het bestaan van Vlaamse eilanden in Wallonië, de tweede gebruikte het om taalrechten voor Vlamingen in Wallonië te vragen als reactie op de Waalse eis naar een tweetaligheid Tweetaligheid Lees meer in Vlaanderen.


Inwijding van de nieuwe vlag van Broederbond in Bouvy, 1930. (KADOC)

Inwijding van de nieuwe vlag van Broederbond in Bouvy, 1930. (KADOC)

Het Davidsfonds

Ook het katholieke Davidsfonds Davidsfonds (DF) Davidsfonds (DF) Het Davidsfonds is een katholieke Vlaamse cultuurvereniging, die werd opgericht in januari 1875. Lees meer had belangstelling voor de Vlamingen in Wallonië. Vrij spoedig na de oprichting van de vereniging in 1875, kwamen er ook in Wallonië afdelingen van het Davidsfonds tot stand. In Luik begon al in 1875 een kern van het Davidsfonds te werken, die later een van de belangrijkste van het Waalse land zou worden. Rond 1911 kwamen er ook kleinere afdelingen in Doornik, Aat, Aubel, Edingen en Verviers.

Op het congres van het Davidsfonds in 1907 in Tongeren werden twee rapporten over de situatie van de Vlamingen in Wallonië uitgebracht. Een van de auteurs was priester Jan Bernaerts Bernaerts, Jan Bernaerts, Jan Jan P. Bernaerts (1879-1956) was een Vlaamsgezinde priester, actief in de katholieke Vlaamse studentenbeweging en de toneelliefhebbersbeweging. Hij was aalmoezenier aan het front tijdens ... Lees meer , die zijn apostolaat enige tijd in Wallonië moest uitoefenen, wat als een straf voor zijn Vlaamsgezindheid werd ervaren. Zijn verslag Vlaamsche Belangen in 't Henegouwsche was niet erg bemoedigend. Hij constateerde dat de Vlaamse emigranten zowel stambewustzijn als gevoel van eigenwaarde misten. Ze verrichtten meestal het ruwste werk, hadden minder vakkennis dan de Walen, zagen ‘hun gezindheid’ spoedig ondermijnd worden door de levens- en werkomstandigheden, en ze zaten ver van huis en van de nodige steun. De Vlaamse parochianen werden door de Waalse geestelijkheid verwaarloosd, ook al bleven ze hun christelijke achtergrond bewaren.

Optimistischer was het rapport dat priester Croonenberghs uitbracht, De Vlaamsche Werken in het Luikerland. De uit Limburg afkomstige verslaggever was de leider van een Vlaamsch Volkssecretariaat in Luik. Hij constateerde dat de Vlamingen talrijker waren geworden, wat het Vlaams spreken had bevorderd, terwijl de Walen ‘beter genegen en meer genoodzaakt’ waren de taal te leren. De faam van de Vlaamse arbeiders was volgens hem gestegen. Croonenberghs deed een oproep, opdat het Davidsfonds steun zou verlenen door propaganda te maken in de pers Pers Van bij het ontstaan van de Vlaamse beweging vervulde de Nederlandstalige pers een belangrijke rol als spreekbuis. De veelheid aan Vlaamse kranten en (week)bladen die in de 19de en 20ste ... Lees meer om aan Vlaamse kringen boeken te bezorgen en hen financieel te steunen.

Liberale en socialistische verenigingen

Paul Fredericq klaagde in zijn Schets eener geschiedenis der Vlaamsche Beweging (1909) aan dat de liberalen in de 19de eeuw bitter weinig deden voor de Vlamingen in Wallonië in vergelijking met de katholieken. Al waren er wel enkele liberale verenigingen voor Vlamingen in Wallonië. Zo werd in oktober 1868 aan de Luikse universiteit een taalminnend studentengenootschap opgericht, De Vlaamsche Eendracht. Dit initiatief ging uit van de Turnhoutse student Gustaaf Meses, die ook voor de werklieden en kleine burgers voordrachten organiseerde. Deze verenging werd nadien deel van het Willemsfonds Willemsfonds (WF) Willemsfonds (WF) Het Willemsfonds (1851-heden) is een liberaal-vrijzinnige culturele vereniging en drukkingsgroep die het gebruik van het Nederlands promoot en ondersteunt. Lees meer .

Voorts werd ook het Kinkergenootschap in 1886 opgericht, genoemd naar de Nederlandse hoogleraar, Johannes Kinker. Ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden doceerde Kinker in Luik en werd hij de ‘apostel van het Nederlands’ in Wallonië genoemd. Voorzitter van het Kinkergenootschap was Auguste du Mont, leraar aan het atheneum in Luik. Het genootschap was een kleine kring van burgers die lezingen hield en volksvoordrachten met muziek organiseerde. De vereniging werd ook gesteund door het Willemsfonds en groeide uit tot de belangrijkste Vlaams liberale organisatie in Wallonië.

In 1894 werd in Luik de Vereenigde Vlamingen gesticht, een vereniging die vooral Vlaamse toneelopvoeringen hield en die door de geestelijkheid bestreden werd. Ook was er de Vlaamsche Kring van Omer Wattez Wattez, Omer Wattez, Omer Lees meer , die in 1890 in Doornik door ambtenaren en kooplui werd gesticht. De Vlaamsche Kring richtte een bibliotheek op en organiseerde letterkundige avonden. Verder was er de Bond der Vlaamsche Progressisten, die tot stand gekomen op initiatief van Victor Uyttebroeck.

Vooruit richtte vanuit Gent enkele socialistische verenigingen op in Luik, Courcelles en La Louvière. De Gentse socialistische voorman Edward Anseele Anseele, Edward Anseele, Edward Edward Anseele (1856-1938) was een Gents socialist en lag in 1885 mee aan de basis van de Belgische Werkliedenpartij. Hij was decennialang een van de tenoren van het socialisme in België.... Lees meer werd in 1894 vanuit Luik naar de Kamer van Volksvertegenwoordigers gezonden, wat onder meer een indicatie is van de aanwezigheid van Vlaamse kiezers in de Waalse industriestad en haar omgeving.

Algemeen Nederlands Verbond (ANV)

Naast deze organisaties, was er een afdeling van het ANV in Wallonië. Hippoliet Meert Meert, Hippoliet Meert, Hippoliet Hippoliet Meert (1865-1924) was de oprichter van het Algemeen-Nederlands Verbond. Hij ijverde voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit en engageerde zich tijdens de Eerste Were... Lees meer richtte in 1895 het Algemeen-Nederlands Verbond Algemeen-Nederlands Verbond (ANV) Algemeen-Nederlands Verbond (ANV) Het Algemeen-Nederlands Verbond (ANV) werd in 1895 opgericht. Aanvankelijk behartigde het de belangen van de Nederlandse taal. Later en tot op de dag van vandaag ijvert het voor de brede ... Lees meer op ter bevordering van de belangen van de Nederlandse taal Taal Taal De ontwikkeling van het Nederlands vormde tot diep in de 20ste eeuw een fundamenteel aandachtspunt in de Vlaamse beweging. De wijze waarop het geschreven en gesproken Nederlands gehanteer... Lees meer . De organisatie trachtte ook het ‘stambewustzijn’ van de Nederlandstaligen in Wallonië te versterken en verzette zich tegen een assimilatie of zelfs integratie van Vlamingen in Wallonië. Het ANV poogde wel boven de levensbeschouwelijke verschillen te staan.

Hippoliet Meert ondernam enkele vergeefse pogingen tot oprichting van een ANV-afdeling in Wallonië. De situatie veranderde toen hij in contact kwam met de Vlaamse spoorwegbeambte en romanschrijver Gustaaf Vermeersch Vermeersch, Gustaaf Vermeersch, Gustaaf Gustaaf Vermeersch (1877-1924) was een romanschrijver in dienst van de spoorwegen. Hij zette zich in voor de Vlaamse beweging in Wallonië en was tijdens de Eerste Wereldoorlog activist.... Lees meer . Ze stichtten samen de eerste afdeling van het ANV in Wallonië op 20 augustus 1905 te Charleroi, onder de naam van De Eendracht met Vermeersch als voorzitter.

In augustus 1906 betoogde Vermeersch op het 29ste Nederlandsch Taal- en Letterkundig Congres Nederlandse Congressen Nederlandse Congressen De Nederlandse Congressen waren gemeenschappelijke (culturele) ontmoetingen van Vlamingen en Nederlanders in Vlaanderen en Nederland die met onderbrekingen werden georganiseerd sinds 1849... Lees meer te Brussel dat eerst en vooral de ‘gedachte aan Vlaamsche beweging, vereeniging en onderwijs in de moedertaal’ diende door te dringen, ‘want die gedachte staat niet onder de Vlamingen in het Walenland’. Vermeersch zag een cruciale rol voor de Vlaamse priesters in Wallonië, daar hij van de Vlaamse leraren en ambtenaren in het Wallonië niet veel verwachtte. Zolang de ambtenaren niet verplicht werden beide landstalen te kennen, zouden de Walen het nutteloos vinden om Nederlands te leren. Voor Vermeersch was het oprichten van scholen op particulier initiatief eveneens zeer belangrijk met daarbij aansluitend schoolkoloniën in Vlaanderen voor kinderen uit het Wallonië.

Na Charleroi volgden er ANV-afdelingen in La Louvière, Namen, Nijvel en Doornik. Ze namen als grondslag het programma van De Eendracht, dat streefde naar de ‘stoffelijke en zedelijke opbeuring van de in en om Charleroi gevestigde Hollanders en Vlamingen, als kinderen van éénen stam’. Verder was er aandacht voor boekerijen, leestafels, feestavonden, toneel en turnen. Ondanks het werk en de geestdrift van Vermeersch en Meert kon van het ambitieuze programma maar een klein gedeelte worden uitgewerkt bij gebrek aan het nodige kapitaal en leidende mensen.

Naast Jan Bernaerts en het ANV hadden ook anderen aandacht voor het ‘stambewustzijn’ van de Vlamingen in Wallonië. Zo volgde Omer Wattez de kijk op het stambewustzijn in zijn publicatie ‘Vlamingen in het Walenland’ (1903), waarin hij de toestand van de Vlamingen in Wallonië onderzocht. Wattez stelde dat de Vlaamse arbeiders daar, ‘bekend als moedig en werkzaam’, een goed loon verdienden, maar dat het ‘over 't algemeen ellendig’ was gesteld met hun ‘verstandelijke ontwikkeling’. De immigranten in Wallonië konden in de (minstens) onverschillige en tegenover de Vlaamse cultuur onwetende Franstalige omgeving niet standhouden en verfransten in de tweede generatie. Het onderwijs van het Nederlands in de Waalse scholen was minimaal en vele Waalse onderwijzers stonden vijandig tegenover de Vlaamse beweging.


<p>Omer Wattez, <em>Vlamingen in het Walenland</em>, 1903. (ADVN, VB4843)</p>

Omer Wattez, Vlamingen in het Walenland, 1903. (ADVN, VB4843)

Ook Lodewijk de Raet De Raet, Lodewijk De Raet, Lodewijk Lodewijk de Raet (1870-1914) was een econoom en ambtenaar die in belangrijke mate bijdroeg aan de theorievorming over de Vlaamse beweging en deze van een sociaaleconomisch denkraam voorza... Lees meer stelde op zijn beurt vast hoe snel het ‘stambewustzijn’ bij de Vlaamse immigranten Immigratie Immigratie Vanaf de jaren 1960 werd Vlaanderen een immigratieregio, maar al veel vroeger kenden sommige Vlaamse steden en regio’s een instroom van immigranten van buiten Vlaanderen. Deze bijdrage s... Lees meer verzwakte of verdween. Als voornaamste oorzaken noemde hij hun aanpassingsvermogen, hun geringe geestelijke ontwikkeling, en hun ondergeschikte positie die hen verplichtte zo snel mogelijk in de Waalse gemeenschap op te gaan om de min of meer vijandige behandeling uit te schakelen. Daarbij kwam de verfransing door het onderwijs, want nergens bestonden Vlaamse klassen of scholen. De Raet zag een aanzienlijk deel van de ‘Vlaamsche volkskracht’ verloren gaan door de emigratie Emigratie Emigratie De Vlaamse migratie was een tweezijdig proces tussen ontvangst- en oorsprongsregio's, beïnvloed door sociale, economische en politieke factoren. Vooral regio's als Oost- en West-Vlaander... Lees meer naar Wallonië, naar Frankrijk Frankrijk & Vlaanderen Frankrijk & Vlaanderen De verhouding tussen Vlaanderen en Frankrijk werd altijd gekenmerkt door een aanzienlijke dubbelzinnigheid. Hoewel er lange tijd een grote affiniteit met de Franse cultuur bestond, werd d... Lees meer en naar de grote steden (vooral Brussel Brussel In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich v... Lees meer ). Om die drievoudige stroom tegen te houden moesten vooreerst de bestaansmiddelen in Vlaanderen verbeteren, stelde hij. Zo was hij een van de eersten om te betogen dat het probleem van de Vlaamse emigrant allereerst lag in het Arm Vlaanderen Arm Vlaanderen Arm Vlaanderen Arm Vlaanderen is de titel van verschillende publicaties die een rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de Vlaamse beweging: een roman van Reimond Stijns en Isidoor Teirlinck uit 188... Lees meer dat onvoldoende werkgelegenheid bood.

In afwachting daarvan moest men ‘den Nederlandschen stam (pogen) te behouden door het opwekken van het stambewustzijn’ en meende De Raet dat er ‘door groepering overal Vlaamsche koloniën moeten ontstaan’, groeperingen op economische grondslag, bij mensen van dezelfde streek, zonder de ontspanning te vergeten. Deze groepen zouden zich aaneen moeten sluiten tot één bond, het ANV.

Taalwetgeving in de eerste helft van de 20ste eeuw

Ondertussen waren de politieke verhoudingen in Vlaanderen meer gespannen. De flamingantische strijd verscherpte, in 1928 had de ophefmakende Bormsverkiezing Bormsverkiezing Bormsverkiezing De Bormsverkiezing – de verkiezing van de onverkiesbare, in de gevangenis verblijvende ex-activist August Borms tot Kamerlid bij tussentijdse verkiezingen in 1929 – was een politiek feit ... Lees meer plaats en de tijd voor nieuwe taalwetten Taalpolitiek en -wetgeving Situaties van taalonderdrukking vindt men wereldwijd. Daarom besteedt deze bijdrage eerst aandacht aan gehanteerde taalpolitieke strategieën. Ook in België verzette een gedomineerde taalg... Lees meer werd rijp. De Gelijkheidswet Gelijkheidswet Gelijkheidswet De gelijkheidswet van 1898 stelde het Nederlands voor officiële publicaties gelijk aan het Frans. De wet werd vanuit de Vlaamse beweging breed ondersteund, en leidde, na de Waalse afwijzi... Lees meer van 1898, die bepaalde dat wetten in beide talen moesten worden gesteld, zette verschillende vragen over de toekomst van België op scherp, onder meer de vraag naar de een- of tweetaligheid van Vlaanderen en Wallonië.

Voor de Gelijkheidswet was er reeds de zaak Coucke en Goethals Coucke en Goethals Coucke en Goethals De zaak Coucke en Goethals diende voor de Vlaamse beweging lange tijd als hét symbool van de taaltoestanden in het gerecht. Daarbij werd aangeklaagd dat de Frans onkundige Pieter Goethals... Lees meer geweest over twee Vlamingen die in 1860 ter dood werden veroordeeld door het Hof van Assisen te Bergen. Het proces verliep in het Frans, terwijl de twee beschuldigden die taal niet volledig machtig waren. Er werd beweerd dat Pieter Goethals en Jan Coucke onschuldig waren en dat ze waren veroordeeld op grond van een slecht vertaalde zin tijdens hun proces. Dit leidde tot grote verontwaardiging in Vlaanderen. De taalwet gerecht Gerecht Lees meer szaken van 1873 bood voor deze taalsituatie in het Waalse landsgedeelte geen oplossing.

In de 20ste eeuw is de aanwezigheid van Vlamingen en ‘Vlaamse eilanden’ in Wallonië zijn medebepalend geweest voor de Waalse houding ten aanzien van de eentaligheid van Vlaanderen en Wallonië. Zo werd in 1905 op het eerste grote Waalse Congres niet alleen het Frans in Vlaanderen, maar tevens de eentaligheid van Wallonië verdedigd.

Toen Frans van Cauwelaert Van Cauwelaert, Frans Van Cauwelaert, Frans Frans van Cauwelaert (1880-1961) was een Vlaamsgezinde katholieke politicus, die een hoofdrol speelde in de vernederlandsing van het openbare leven in Vlaanderen. Van Cauwelaert lag in 19... Lees meer in 1911 speciale scholen voor Vlaamse kinderen in Wallonië vroeg, was dat mogelijk een tactisch manoeuvre. De Vlaamse katholieke leider reageerde hiermee op de zogenaamde ‘vulgarisateurs’, die steun wilden voor de verbreiding van het Frans in Vlaanderen. In de zitting van de Kamer op 14 juli 1911 verklaarde Van Cauwelaert: ‘wij vragen niets beters dan de Walen die de kennis der Vlaamsche taal verlangen in de gelegenheid te stellen ze aan te leeren. Wij wenschen ten zeerste de toenadering tusschen de beide gedeelten van het Rijk, door de verspreiding van de kennis der beide landstalen, met gelijke eerbiediging van de rechten van elk dezer talen.’ Hij stelde de vraag ‘of het niet mogelijk zou zijn voor de kinderen dier Vlamingen bijzondere scholen in te richten, niet met de bevoeling ze af te zonderen van hunne maatschappelijke omgeving en daarom mag ook voor hen de Fransche taal de grondslag zijn van hun lager onderwijs, maar om te zorgen dat ze de taal niet vergeten, die de moedertaal is van een of beide hunner ouders.’ De toestand in Wallonië, zo betoogde hij, was niet vergelijkbaar met die in het Vlaamse land, waar de Franse taal vlijtig werd aangeleerd, soms zelfs ten nadele van de kennis van het Nederlands.

De vraag naar de een- of tweetaligheid van Vlaanderen en Wallonië kwam bij een aantal wetten vroeg in de 20ste eeuw verder aan bod. Tijdens de bespreking van een wetsvoorstel over de werkrechtersraden, had Wauwermans in 1909 voorgesteld dat de voorzitter, de toegevoegde voorzitter en de griffie van de beroepskamers van de werkrechtersraden in het hele land het Nederlands en het Frans zouden moeten kennen. Hij verwees hierbij naar de aanwezigheid van Vlaamse arbeiders in Bergen, Charleroi en Luik. In de Kamer werd eerst het geamendeerde voorstel aanvaard dat enkel de griffiers in het hele land het Nederlands en het Frans moesten kennen. Uiteindelijk werd de taalkennisvereiste niet opgenomen in de wet en vervangen door het gebruik van vertalers Vertaling Vertaling De Vlaamse beweging onderhield in de lange 19de eeuw een complexe relatie tot vertaling door overheidsinstanties. Terwijl vertalingen bijdroegen tot het voortbestaan en de ontwikkeling va... Lees meer en tolken. Deze wijziging was deel van een compromis over een wetsvoorstel tot de vernederlandsing van het middelbaar onderwijs Middelbaar onderwijs Middelbaar onderwijs De geschiedenis van het middelbaar onderwijs is nauw verweven met die van de Vlaamse beweging. Tot diep in de 20ste eeuw bleef de middelbare school een grotendeels Franstalig bastion van ... Lees meer .

De discussie in het parlement bij het wetsvoorstel over werkrechtersraden is illustratief voor een aantal posities. Volgens de wallingant Hoyois en de Waalse socialist Troclet zou een tweetaligheidsvereiste het onmogelijk maken voor Walen om voorzitter of griffier te worden en wilden Walen niet door Vlamingen worden beoordeeld. De Waalse politicus Demblon stelde echter: “De deux choses l'une: Ou bien il faut faire aux ouvriers flamands en Wallonie la même situation qu'ont les ouvriers wallons en Flandre où on leur parle français, ou bien il faut aboutir à la séparation administrative.” (‘Ofwel moeten Vlaamse werknemers in Wallonië in dezelfde positie worden gebracht als Waalse werknemers in Vlaanderen, waar Frans met hen wordt gesproken, ofwel moeten we tot een administratieve scheiding komen’, vertaling redactie)

Maarten van Ginderachter meent dat deze discussie over taalkennisvereisten bij de beroepskamers van de werkrechtersraden het beslissende moment vormde in de breuk tussen Vlaamse en Waalse socialisten (zie Socialistische partij Socialistische partij Socialistische partij De socialistische partij werd in België in 1885 opgericht als de Belgische Werkliedenpartij (BWP), veranderde in 1945 haar naam in Belgische Socialistische Partij (BSP) en viel in 1978 u... Lees meer ). In het licht van het uiteindelijke compromis, in samenhang met de taalwet in het middelbaar onderwijs, is de wet over de werkrechtersraden ook een voorbeeld van een situatie waarin taalrechten voor Vlamingen in Vlaanderen werden verkozen boven taalrechten voor Vlamingen in Wallonië.

De discussie in 1913 over het ontwerp van taalwet in het leger Leger Leger De taalkwestie speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van het Belgische leger. Als een van de weinige echt nationale instellingen was het leger een brandpunt van diverse sociaal-p... Lees meer geeft de posities over de een- of tweetaligheid ook goed weer. Destrée stelde dat een verplichte tweetaligheid een aanslag was op het Waalse volk, dat exclusief Franstalig was. Walen zouden volgens Destrée ook nooit aanvaarden dat ze voor een openbare functie in Wallonië het Nederlands zouden moeten kennen. Louis Franck Franck, Louis Franck, Louis De inzet van Louis Franck (1868-1937) voor de vernederlandsing van het middelbaar onderwijs en de Gentse universiteit bracht hem rond 1910 op het hoogtepunt van zijn Vlaams-liberale roem.... Lees meer bracht bij de discussie over de taalwet in het leger in herinnering dat hij tijdens het debat over de beroepskamers van de werkrechtersraden reeds had gesteld dat ‘[i]l ne faut pas dépasser le but. Nous voulons le flamand en pays flamand. Nous n'avons aucune ambition de conquête!’ (‘Het is belangrijk om het doel niet voorbij te schieten. We willen Vlamingen in het Vlaamse land. We hebben geen enkele ambitie om te veroveren!’, vertaling redactie). Van Cauwelaert stelde dat ‘Notre législation en matière de langues doit partir de la réalité fondamentale contre laquelle aucune sentimentalité ne peut rien, que nous sommes un peuple bilingue par juxtaposition et non par compénétration de deux cultures’ (‘Onze taalwetgeving moet gebaseerd zijn op de fundamentele realiteit, waartegen geen enkele sentimentaliteit iets kan uitrichten, namelijk dat we een tweetalig volk zijn door nevenschikking en niet door de vervlechting van twee culturen’, vertaling redactie). Van Cauwelaert weerlegde voorts de bewering dat enkel Vlaanderen tweetalig was door erop te wijzen dat er meer Nederlandstaligen in Henegouwen waren dan Franstaligen in de provincie Antwerpen Antwerpen Antwerpen Lees meer .

Deze debatten in de Kamer wijzen erop dat aan Waalse zijde een verplichte tweetaligheid en taalkennisvereisten in het Nederlands in Wallonië onaanvaardbaar waren. Aan Vlaamse zijde was de eis, zeker na de Gelijkheidswet, dat er een zekere symmetrie zou zijn inzake taalwetgeving tussen Vlaanderen en Wallonië, en een gelijke behandeling van het Nederlands in Vlaanderen en van het Frans in Wallonië. Een consequente toepassing daarvan betekende dat er niet werd gevraagd naar meer taalrechten voor Vlamingen in Wallonië. Deze houding bleef aanwezig binnen de Vlaamse beweging bij de ontwikkeling van latere taalwetten in de 20ste eeuw.

Verschillende Vlamingen meenden echter de mogelijkheid te zien om Wallonië via Vlaamse emigratie tot officiële tweetaligheid te brengen. Zij die droomden van een echte ‘kolonisatie’ behoorden evenwel tot een kleine minderheid. Zelfs bij de activisten Activisme Activisme Het begrip activisme verwijst naar de fractie van flaminganten die tijdens de Eerste Wereldoorlog bereid was om politiek of anderszins samen te werken met de Duitse bezetter en financiële... Lees meer , een radicale groep Vlaamsgezinden die tijdens de Eerste Wereldoorlog Eerste Wereldoorlog Eerste Wereldoorlog De Vlaamse beweging is fundamenteel getekend door de Eerste Wereldoorlog. De oorlog maakte een verregaande democratisering onafwendbaar, met wezenlijke gevolgen voor het politieke draagv... Lees meer collaboreerde met de Duitse bezetter, vonden ze weinig weerklank. Arthur Faingnaert Faingnaert, Arthur Faingnaert, Arthur Arthur Leopold Faingnaert (1883-1971) was van opleiding kleermaker, maar verwierf via avondonderwijs een ruime algemene ontwikkeling. Tijdens de Eerste Wereldoorlog engageerde hij zich in... Lees meer schreef in zijn boek Verraad of Zelfverdediging? hoe de activistische Vereeniging van Vrienden der Vlaamsche Zaak Vereeniging van Vrienden der Vlaamsche Zaak Vereeniging van Vrienden der Vlaamsche Zaak De Vereeniging van Vrienden der Vlaamsche zaak was een besloten groep van een beperkt aantal Vlaamsgezinden, die, zonder in de openbaarheid te treden, het activisme in Brussel hebben geve... Lees meer bij het begin van haar optreden in Brussel een werkplan ontwierp waarin als ‘laatste doel’ van deze vereniging ‘de vervlaamsching van het Walenland door voortgezette inwijking’ werd opgenomen. Faingnaert, de secretaris van de Vrienden, stelde dat de ‘niet te ontkennen imperialistische strekkingen van die bepalingen’ door de meeste leden werden bestreden, ‘zoodat de vervlaamsching van het Walenland onmiddellijk opgegeven werd’.

Terwijl de bestuur Bestuur Bestuur Het taalgebruik in het bestuur is een centraal aspect van de Belgische taalkwestie. Het omvat het proces van het afdwingen van taalrechten voor Vlamingen evenals de bestuurstaalwetgeving ... Lees meer staalwet van 1878 enkel van toepassing was in Vlaanderen, voerde de die van 1921 het principe in dat ook in Wallonië de streektaal de bestuurstaal is, zij het met wettelijk voorziene uitzonderingen voor taalminderheden en verdwaalde taalgrensgemeenten. Niettegenstaande deze uitzonderingen, bleven administraties in Wallonië echter eentalig Frans. Tijdens de bespreking van het voorstel dat leidde tot de bestuurstaalwet 1921 kwam de vraag naar een gelijke behandeling van het Nederlands in Vlaanderen en het Frans in Wallonië opnieuw naar voren. Er werd aan Waalse zijde tegengeworpen dat de Vlamingen in Wallonië snel na hun migratie waren geassimileerd en dat ze na enige tijd voldoende Frans kenden.

Een belangrijk evenement in de geschiedenis van Vlamingen in Wallonië was het reeds vermelde derde Algemeen Congres der Vlamingen in het Walenland, dat op 20 september 1925 in Montignies plaatsvond. Het Congres vond ook bij Franstaligen een grote weerklank door de verspreide statistieken en door de aanwezigheid van minister Aloïs van de Vyvere Van de Vyvere, Aloïs Van de Vyvere, Aloïs Aloïs van de Vyvere (1871-1961) was een advocaat en katholiek politicus. Hij zetelde twintig jaar in de Kamer en vervulde meerdere ministerfuncties. Hij werkte onder andere mee aan initia... Lees meer . Talrijke deelnemers verwelkomden minister Van de Vyvere geestdriftig. Hij vergeleek de Vlaamse emigranten met de Ieren en spoorde hen aan hun eigen nationaal en religieus karakter te bewaren: ‘Onze Vlamingen verbergen te veel dat zij Vlaming zijn. Dit mag niet blijven duren. Zij moeten als Vlamingen durven vooruitkomen. De Vlamingen in Wallonië moeten malkaar zoeken. Het hemd is immers nader dan de rok. Zij moeten elkander liever zien dan den besten vriend. Want zij zijn broeders.’

Deze verklaring, afgelegd door een lid van de Belgische regering, lokte in die periode van felle strijd ophef uit. In Franstalige bladen werd de minister zijn aanwezigheid op de bijeenkomst en zijn blijk van belangstelling voor de Vlaamse arbeiders in Wallonië kwalijk genomen. De Standaard citeerde op 26 september 1925 de Etoile Belge: ‘Tot-nu-toe deelden de Vlamingen, naar onze streek gekomen om werk te zoeken, ons leven, zij vestigden zich bij ons, vermengden zich met ons in die mate, dat zij van ‘t tweede geslacht af waren “gewalloniseerd”... Voortaan legt men zich erop toe, de openbaring van dat natuurlijk verschijnsel te verhinderen. Men wil, dat de Vlamingen hunne taal blijven spreken; men wil, dat ze weigeren, Fransch te leeren’: ‘men zal streven naar de algeheele ‘bilinguisatie’ [tweetaligheid] van ‘t Waalsche land. De wetten zullen een handje helpen en zoo worden de Walen weldra uit de openbare ambten geweerd. En tezelfdertijd zal men komen tot de algeheele “neerlandisatie” van het Waalsche land, het Fransch zal worden gebannen.’

De publieke opinie begon de Vlaamse activiteiten in Wallonië met meer aandacht te volgen, sommigen deden dat met meer wantrouwen. De Conseil Général de Concentration wallonne, een wallingantische organisatie, stelde in 1932 een onderzoek in naar de activiteiten van de Broederbond en verklaarde een zeventigtal ‘cellen’ over geheel het Waalse land te hebben geteld, kringen die volgens deze Conseil niets anders waren dan ‘Vlaamse nesten met duidelijke imperialistische tendensen...’.


In het begin van de jaren 1930 werden de activiteiten van Broederbond in de wallingantische pers almaar vaker geïnterpreteerd als een Vlaamse ‘invasie’. (KADOC)

In het begin van de jaren 1930 werden de activiteiten van Broederbond in de wallingantische pers almaar vaker geïnterpreteerd als een Vlaamse ‘invasie’. (KADOC)

Jules Destrée en de ‘Vlaamsche Eilanden’

De statistieken van het Werk der Vlamingen hadden indruk gemaakt bij mensen, zoals de Waalse regionalist Jules Destrée Destrée, Jules Destrée, Jules Jules Destrée (1863-1936) was een kopstuk van de socialistische partij en de Waalse beweging, dat onder meer bekend staat om zijn ophefmakende Lettre au Roi (1912). Lees meer , die ernstig rekening gingen houden met ‘Vlaamsche eilanden’. Binnen de Waalse beweging Waalse beweging Waalse beweging De Waalse beweging ontstond op het einde van de 19e eeuw en heeft zijn wortels in een culturele, politieke en taalkundige dimensie. Ze was verdeeld in verschillende stromingen, waarvan de... Lees meer werd het onderscheid gemaakt tussen autochtone Franstalige taalminderheden in Vlaanderen Franstaligen in Vlaanderen In Vlaanderen is sinds vele eeuwen een klein bevolkingsdeel Franstalig. Deze numerieke minderheid was zeker tot de taalwetten van de jaren 1930 en 1960 van groot socio-economisch, politie... Lees meer , en vluchtige allochtone Vlaamse taaleilanden in Wallonië. De Waalse socialist Jules Mathieu zei in de Kamer op 13 februari 1930: ‘[m]ais les minorités ne sont pas les mêmes en Flandre et en Wallonie. Il y a des émigrés épisodiques, sans traditions, en Wallonie ; nos amis flamands admettent que nous les assimilions.’ (‘Maar minderheden zijn niet hetzelfde in Vlaanderen en Wallonië. Er zijn occasionele emigranten, zonder tradities, in Wallonië; onze Vlaamse vrienden aanvaarden dat we hen assimileren.’, vertaling redactie)

Destrée wilde deze îlots in Wallonië verder vermijden en dus moest het Nederlandstalig onderwijs Onderwijs Lees meer aan de kinderen van de immigranten en de algemene tweetaligheid van België sterker dan ooit worden afgewezen. Dit standpunt leidde tot de bereidheid om de Waalse solidariteit met de Franstaligen in Vlaanderen te verbreken en de vernederlandsing van het onderwijs in het noorden van het land te steunen.

Een debat in de Kamer over taalreling in het onderwijs op vrijdag 3 juni 1932 toonde de stemming en de argumenten in deze discussie. De liberalen hadden zich opgeworpen als de laatste verdedigers van ‘de vrijheid van het gezinshoofd’ bij het kiezen van de onderwijstaal, wat in de praktijk neerkwam op het steunen van Franse scholen in Vlaanderen. Daarop antwoordde Jules Mathieu, dat de voorkeur van het gezinshoofd moest ‘buigen voor de rechten van de regio’. Hij stelde zich te hebben bekeerd tot de gedachte dat de taaleilanden in Vlaanderen niet langer mochten worden aangemoedigd, omdat deze eerder sociale eilanden bleken te zijn. Het mocht volgens Mathieu niet aanvaard worden dat mensen levend in het hart van een land en vooral levende van dat land de taal van het volk waarin en waarvan zij leven negeerden.

Het Vlaams-nationalistische Kamerlid Staf de Clercq De Clercq, Staf De Clercq, Staf Staf de Clercq (1884-1942) was een Vlaams-nationalistische politicus, die zijn politieke carrière begon als kamerlid voor de Frontpartij. Hij staat vooral bekend als stichter en eerste l... Lees meer bestreed de door Camille Huysmans Huysmans, Camille Huysmans, Camille Camille Huysmans (1871-1968) was een Vlaamsgezinde socialistische politicus, die van 1933 tot 1940 burgemeester van Antwerpen was, tweemaal een ministerpositie bekleedde en een jaar lang ... Lees meer ontworpen transmutatieklassen Transmutatieklassen Transmutatieklassen De transmutatieklas was een systeem dat de tweetaligheid wilde bevorderen door leerlingen geleidelijk via hun moedertaal Frans of Nederlands te leren. Het stelsel werd voor het eerst ing... Lees meer , die bestemd waren om kinderen geleidelijk van het ene taalstelsel naar het andere over te hevelen. Hij betoogde dat deze klassen ongetwijfeld alleen in Vlaanderen tot stand zouden komen. Huysmans antwoordde dat de transmutatieklassen in Vlaanderen méér nodig waren, omdat de Franstaligen er een ‘gecultiveerde minderheid’ uitmaakten en de Vlaamse arbeiders in Wallonië geen beschaving en cultuur te verdedigen hadden. Dit leverde hem vanwege de Vlaams-nationalisten het verwijt op dat hij de bourgeoisie van Vlaanderen verdedigde.

Belangrijk was de verklaring van Destrée. Een wetsvoorstel voorzag dat taalonderricht verplicht zou worden, zodra een aantal gezinshoofden met samen minstens 25 kinderen daarom zou vragen. De Waalse arbeiders hadden volgens hem een afkeer van zo'n verplichting. Hij dacht dat het voorstel uitdrukking gaf aan de hoop op ‘Vlaamse eilanden’ in Wallonië. Destrée stelde: ‘S'il y a une chose à laquelle la Wallonie tient par-dessus tout, […] c'est que la Wallonie tient à son intégrité linguistique. Elle vous a accordé ce qui aurait pu être contesté, peut-être, l'unité linguistique de la Flandre [...]. Vous avez réclamé cette unité, nous vous l'accordons, mais à condition d'avoir l'unité linguistique chez nous. Donnant, donnant.’ (‘Als er iets is waar Wallonië boven alles aan houdt, [...] dan is het wel zijn taalkundige integriteit. Het heeft u gegeven wat misschien betwist had kunnen worden, de taalkundige eenheid van Vlaanderen [...]. Jullie hebben om die eenheid gevraagd, wij gunnen het jullie, maar op voorwaarde dat we hier ook taalkundige eenheid hebben. Geven en nemen.’, vertaling redactie). Er waren ernstige redenen voor Destrée om ongerust te zijn. Hij vreesde dat er werd getracht ‘de garder intacte la langue et le sentiment flamand des Flamands qui sont en Wallonie. C’est une ambition qui a certains côtés respectables que je comprends, mais qui va évidemment à l’encontre de ce que nous faisons ici; alors qu’ici nous essayons d’obtenir la paix par l’unité linguistique des régions, ces propagandistes s’efforcent en Wallonie de conserver des îlots, des cellules de Flamands.’ (‘om de Vlaamse taal en het Vlaams gevoel intact te houden voor de Vlamingen in Wallonië. Terwijl we hier proberen vrede te bereiken door de taalkundige eenheid van de gewesten, proberen deze propagandisten in Wallonië eilanden, cellen van Vlamingen te behouden.’, vertaling redactie) Bij die propagandisten noemde Destrée ‘les petits vicaires rabiques’, de kleine rabiate onderpastoors. Destrée vreesde dat ‘[…] ces Flamands, venus en Wallonie, où ils se voient accueillis comme des frères ne finissent par être groupés et organises et par demander aux autorités de parler leur langue. Vous me direz que cela n'a pas grande importance pour le moment, mais c’est un jalon et l’avenir m'inquiète. Vous, ou ceux qui vous poussent, vous songez à conquérir Bruxelles, puis la Wallonie.’ (‘[...] deze Vlamingen, die naar Wallonië zijn gekomen, waar ze zich als broeders verwelkomd zien, worden uiteindelijk gegroepeerd en georganiseerd en vragen de autoriteiten om hun taal te spreken. U zult me zeggen dat dit momenteel van weinig belang is, maar het is een mijlpaal en de toekomst baart me zorgen. U, of zij die u onder druk zetten, denken aan de verovering van Brussel en daarna Wallonië.’, vertaling redactie)

Een paar dagen voordien, op 1 juni 1932, had de Waalse socialist L. Pièrard verklaard dat het verlenen van ‘prerogatieven’ aan de ouders, zoals de mogelijkheid om een cursus tweede taal te vragen, de taalkwestie kunstmatig in Wallonië zou invoeren. Het zou immers een zeer gevaarlijk wapen leggen in ‘de handen van bepaalde klerikale en Vlaamse gezinshoofden, in de handen van die kleine onderpastoors en agenten van de Boerenbond Belgische Boerenbond (BB) Belgische Boerenbond (BB) De Boerenbond is een beroepsorganisatie van en voor landbouwers die tot ver in de 20ste eeuw sterke banden had met de Kerk en de katholieke partij, zich van meet af sterk engageerde in de... Lees meer , die wij in Waals-Brabant, in de streek van Charleroi en elders wel kennen...’. Zo werd de rol van de Boerenbond bekritiseerd omdat de organisatie Vlaamse boeren goedkope leningen zou aanbieden om zich in Wallonië te vestigen.

Ook tijdens het debat over het ontwerp dat aan de basis lag van de bestuurstaalwet van 1932 speelden deze Vlaamse eilanden in Wallonië een rol. De aanwezigheid van deze eilanden zette druk op de regionale eentaligheid in Wallonië, wat leidde tot de aanvaarding van de eentaligheid in Vlaanderen en het loslaten van de verdediging van de Franstaligen in Vlaanderen.

De jaren 1930 en de Tweede Wereldoorlog

De taalwetten Taalpolitiek en -wetgeving Situaties van taalonderdrukking vindt men wereldwijd. Daarom besteedt deze bijdrage eerst aandacht aan gehanteerde taalpolitieke strategieën. Ook in België verzette een gedomineerde taalg... Lees meer inzake bestuur Bestuur Bestuur Het taalgebruik in het bestuur is een centraal aspect van de Belgische taalkwestie. Het omvat het proces van het afdwingen van taalrechten voor Vlamingen evenals de bestuurstaalwetgeving ... Lees meer en onderwijs Onderwijs Lees meer van 1932 bouwden verder op de taalwetten uit de jaren 1920. Ze legden de basis voor de culturele opleving van Vlaanderen en voor de culturele autonomie Culturele autonomie Lees meer binnen een afgebakend gebied. De eentaligheid van Vlaanderen en Wallonië werd verstrengd en de uitzonderingen op dit principe werden beperkt en geobjectiveerd. De situatie inzake het taalgebruik in de publieke sfeer werd duidelijk voor Franstaligen in Vlaanderen en voor Vlamingen in Wallonië. Ze werden zogenaamd ‘aan hun lot overgelaten’, al behoorde de eerste groep tot de bovenlaag en konden ze zich langer handhaven in Vlaanderen.

Nadat de verplichte tweetaligheid onder Waalse druk was afgewezen, was het duidelijk dat een actie voor culturele hulp aan de Vlamingen in Wallonië moeilijker zou worden. De droom van Nederlandstalige onderwijsinstellingen in Wallonië verdween. De ontwikkeling van de nationale verhoudingen en van de stromingen in de jaren 1930, met op de achtergrond de groeiende dreiging van de Tweede Wereldoorlog, oefenden eveneens invloed uit.

De organisaties en de zielzorgers voor de Vlamingen in Wallonië zouden worden teruggedrongen tot een sociale en religieuze taak bij een groep die onvermijdelijk en snel door de assimilatie werd gevat. Ze zouden zich steeds meer moeten richten tot de ouderen en tot de pas aangekomenen, want de jeugd verfranste snel en ontsnapte meer en meer aan hun invloed.

Hoe de toestand in de jaren 1930 door Vlaamsgezinden in het algemeen en vooral door de meestal katholieke nationalisten in Vlaanderen werd ervaren, wordt geïllustreerd door de roman Lotsverbondenen van Jan van Marlingen, alias Daan Inghelram. De auteur, een Vlaamse regent in de Germaanse talen in Wallonië, vertelde het verhaal van een jonge flamingant die als leraar in Wallonië kennismaakt met een Franstalig meisje en die zich moet verzetten tegen de vrees van zijn familie (en van hemzelf) dat hij ‘voor Vlaanderen’ verloren zal gaan. Hij overwint dat verzet, maar merkt na enige tijd dat de vrees werkelijkheid zal worden.

Het denkbeeld van een Vlaamse kolonisatie van Wallonië bleef ondertussen bij sommigen leven en werd beïnvloed door de groeiende ‘Nieuwe Orde’-gedachte. Staf de Clercq De Clercq, Staf De Clercq, Staf Staf de Clercq (1884-1942) was een Vlaams-nationalistische politicus, die zijn politieke carrière begon als kamerlid voor de Frontpartij. Hij staat vooral bekend als stichter en eerste l... Lees meer , leider van het Vlaamsch Nationaal Verbond Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) Het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) (1933-1945) was een rechts-radicale Vlaams-nationalistische partij die tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde met de Duitse nationaalsocialistis... Lees meer (VNV), liet zich door de Duitse nationaalsocialistische idee van ‘levensruimte’ inspireren. In juni 1940, kort na de Duitse inval, stelde hij een memorandum op waarin hij de krachtlijnen van zijn politiek tekende en daarbij dacht aan verschillende mogelijkheden voor Wallonië, met onder meer een volksverhuizing van de Walen naar Frankrijk Frankrijk & Vlaanderen Frankrijk & Vlaanderen De verhouding tussen Vlaanderen en Frankrijk werd altijd gekenmerkt door een aanzienlijke dubbelzinnigheid. Hoewel er lange tijd een grote affiniteit met de Franse cultuur bestond, werd d... Lees meer of een kolonisatie door Vlaanderen. Dit plan was geen optie voor de Duitse bezetter. Bruno de Wever De Wever, Bruno De Wever, Bruno Historicus Bruno de Wever (1960) is een specialist van de geschiedenis van het Vlaams-nationalisme en van de Tweede Wereldoorlog. Hij weegt sinds de jaren 1980 op het debat over het oorlo... Lees meer beschrijft in Greep naar de Macht (1994) hoe dit memorandum toen niet naar buiten kon komen, maar hoe de idee bij de VNV-leider bleef leven.

Reimond Tollenaere Tollenaere, Reimond Tollenaere, Reimond Reimond Tollenaere (1909-1942) was een Vlaams-nationalistisch studentenleider in Gent en politicus in het VNV. Hij was parlementair (1936-1942) en propagandaleider. Hij stuurde het VNV in... Lees meer , de propagandaleider van het VNV die dicht bij de Clercq stond, verkondigde dezelfde gedachten (onder meer in Volk en Staat Volk en Staat Volk en Staat Volk en staat (15 november 1936 - 3 september 1944) was een Vlaams-nationalistisch dagblad en orgaan van het Vlaamsch Nationaal Verbond. Het blad verscheen als opvolger van De Schelde (1... Lees meer van 29 juni 1941). Wallonië moest de expansieruimte voor ‘het Dietse Diets Het woord ‘Diets’ stamt uit het Middelnederlands. In de context van de Vlaamse beweging dook deze term voor het eerst op in de loop van de 19de eeuw, meestal als equivalent voor Nederlan... Lees meer volk’ worden. ‘Los van de Walen, niet los van Wallonië’ was zijn leuze ter zake.

Uit verklaringen bij de stichting van de Eenheidsbeweging in mei 1941 blijkt echter een bereidheid tot erkenning van Wallonië als een aparte staat en van Rex Rex Rex Rex was een Belgische politieke partij (1935-1940) en een collaboratiebeweging in Franstalig België (1940-1944). Lees meer als de eenheidsorganisatie van de Walen, waarmee ‘samenwerken voor zoveel zulks in het belang der beide volksgemeenschappen wenselijk is’. Deze dubbelzinnigheid zou blijven duren tot Hendrik Elias Elias, Hendrik Elias, Hendrik Hendrik Elias (1902-1973) was een historicus en Vlaams-nationalistisch politicus die als leider van het Vlaamsch Nationaal Verbond collaboreerde met de Duitse bezetter tijdens de Tweede W... Lees meer de leider van het VNV werd.

In mei 1941 ontstond een Afdeling Walenland van het VNV die het maandblad Ons Vaderland Ons Vaderland (1941-1944) Ons Vaderland (1941-1944) Ons Vaderland (1941-1944) was een maandblad van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) in Wallonië. Lees meer publiceerde voor Vlaamse migranten in Wallonië. De Wever geeft echter aan dat VNV niet kwam tot een georganiseerde werking in Wallonië.

Elias, die op 23 oktober 1942 leider van het VNV werd, distantieerde zich spoedig van een mogelijk imperialisme in de geest van zijn voorganger. In het licht van zijn opvatting dat de Belgische staat moest behouden blijven als waarborg tegen de plannen van de nazi's om Vlaanderen te annexeren, verklaarde Elias in december 1942 op een kaderdag voor Wallonië dat de Afdeling Walenland haar actie moest beperken tot de Vlamingen die tijdelijk in Wallonië verbleven. Enkele maanden later, op 14 maart 1943, stelde Elias: ‘Ik beschouw Wallonië niet als het natuurlijk immigratiegebied van het Vlaamsche volk. De bevolking in Wallonië is groot genoeg en het zijn maar toevallige economische Economie Economie Dit artikel gaat over de relatie tussen economie en Vlaamse beweging. Daarmee beoogt deze tekst geen economische geschiedenis te schetsen van wat we vandaag Vlaanderen noemen. Integendee... Lees meer omstandigheden van de 19de eeuw, die tienduizenden Vlamingen naar Wallonië hebben gebracht. Ik beschouw ook Wallonië niet als een kolonisatiegebied voor Vlaanderen, omdat koloniseren betekent verdrukking en uitbuiting.’ De VNV-leider voegde daar evenwel aan toe dat hij niet wilde dat de tienduizenden Vlamingen in Wallonië in de toekomst voor Vlaanderen verloren zouden gaan.

De kolonisatie-idee verdween aldus, maar liet niettemin sporen na in het Waalse collectieve geheugen. Ze voedden het oude wantrouwen tegen de ‘Vlaamse eilanden’ en tegen de bedoelingen van hen die iets voor de Vlaamse inwijkelingen wilden doen.

Na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog De Tweede Wereldoorlog werd in Vlaanderen getekend door de onvoorwaardelijke collaboratie van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). De samenwerking met de bezetter en de bestraffing erva... Lees meer zette de Vlaamse arbeidsuitwijking naar zowel Wallonië als Frankrijk zich voort, al nam de vraag naar Vlaamse arbeiders in Wallonië af. Het duurde enige tijd voor er opnieuw aandacht kwam voor hun situatie. In 1952 publiceerde Jerome Verhaeghe een reportage in De Vlaamse Linie De Vlaamse Linie De Vlaamse Linie De Linie (1948-1964) was een katholiek en Vlaamsgezind weekblad. Het splitste zich in 1948 af van het gelijknamige Nederlandse weekblad De Linie en verscheen daarom aanvankelijk onder de ... Lees meer , het weekblad van de jezuïeten in Brussel, waarin hij constateerde dat zich in feite slechts enkele paters met de uitgeweken Vlamingen bezighielden. Tussen de verschillende emigrantencentra was er vrijwel geen verband meer of een echte organisatie. Het leidmotief van de activiteiten was overal: ‘De uitwijkelingen Vlaams houden om ze christelijk te houden’. Met de jaren kwamen er minder en minder mensen naar de bijeenkomsten, een achteruitgang die reeds voor de oorlog was begonnen. Een van de oorzaken bleef dat de talrijke arbeiders via goedkopere treinreizen geregeld en zelfs dagelijks naar huis konden terugkeren.


Vlaamse pendelaars op de trein in Bernissart, jaren 1950. (KADOC, kfa005900)

Vlaamse pendelaars op de trein in Bernissart, jaren 1950. (KADOC, kfa005900)

De actie voor ‘werk in eigen streek’

Na de Tweede Wereldoorlog kwam het probleem van de dagelijkse en wekelijkse arbeidsmigratie naar Franssprekende gebieden en van de tijdelijke of definitieve emigratie naar deze gebieden volop in de aandacht, toen de strijd tegen de vooral in Vlaanderen sinds 1948 heersende werkloosheid moest worden aangepakt.

In 1954 kwam een socialistisch-liberale regering onder leiding van Achiel van Acker Van Acker, Achille Van Acker, Achille Achille van Acker (1898-1975) was een socialistische politicus uit Brugge, die in het begin van zijn carrière een tijdlang lid was van de Frontbeweging. Na de Tweede Wereldoorlog bekleedd... Lees meer aan het bewind. Toen het gebrek aan arbeidsmogelijkheden ter sprake kwam, gaf Van Acker aan dat hij de mobiliteit van de arbeidskrachten wilde bevorderen. Als antwoord publiceerde De Standaard De Standaard (1914-) De Standaard (1914-) Het eerste nummer van het dagblad De Standaard verscheen op 4 december 1918. De krant was gedurende vele decennia hét blad bij uitstek van de katholieke Vlaamse beweging in al haar varian... Lees meer een uitgebreide reportagereeks van Gaston Durnez Durnez, Gaston Gaston Durnez (1928-2010) was een van de toonaangevende Vlaamse journalisten van zijn tijd. Als medewerker van onder andere De Standaard, Het Volk en Ons Erfdeel en als boekenschrijver ve... Lees meer waarin de levensomstandigheden van de zogenaamde ‘mobielen’ en de emigranten in schrille kleuren werden getekend. Velen moesten elke dag verscheidene uren per trein of bus afleggen om hun arbeidsplaats te bereiken. Anderen logeerden in erbarmelijke omstandigheden in huizen of barakken.

De Standaard voerde een campagne rondom dit probleem. Dit was het sein voor een actie door een aantal Vlaamse cultuurverenigingen en de IJzerbedevaart IJzerbedevaarten IJzerbedevaarten De IJzerbedevaart is een jaarlijkse herdenking van de Vlaamse gesneuvelden tijdens de Eerste Wereldoorlog, die ontstond omstreeks 1920. Dit voor de Vlaamse beweging erg symbolische gebeur... Lees meer om te argumenteren dat het ging om een structurele werkloosheid en dat Vlaanderen recht had op een eigen industrie voor zijn vele arbeidskrachten. De slagzin ‘ Werk in eigen streek Werk in eigen streek Werk in eigen streek ‘Werk in eigen streek’ was de slogan waarmee een groot aantal organisaties uit de brede Vlaamse beweging (met op kop de christelijke vakbond ACV, die de slogan muntte) in de eerste decenn... Lees meer ’ werd een van de meest gehoorde in de toenmalige Vlaamse beweging. De weerklank groeide naarmate het probleem van de zogenaamde marginale mijnen naar voren kwam, de kolenmijnen die in nood verkeerden en die door ruime staatssubsidie in het leven werden gehouden. De zaak werd in 1956 nog scherper gesteld na de mijnramp van Marcinelle, die talrijke slachtoffers eiste onder wie 33 Vlaamse kompels. De ramp versterkte de belangstelling voor het vraagstuk van de arbeidsemigranten. Het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond Leuven (KVHV-Leuven) Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond Leuven (KVHV-Leuven) Het Katholiek Vlaamsch Hoogstudenten Verbond (KVHV) werd opgericht in 1902 onder de benaming Vlaamsch Verbond als eerste Vlaamse studentenkoepel aan de Katholieke Universiteit Leuven, een... Lees meer (KVHV)-Leuven hield een grote manifestatie en organiseerde in het academiejaar 1956-1957 een Walenwerking Walenwerking Walenwerking (1956-1958) was een sociaal-culturele actie van Vlaamse studenten voor Vlamingen die in Wallonië woonden. Lees meer . Het had als doel om Vlaamse ontspanningsavonden in te richten in centra als Luik, Doornik en Heppignies. Het initiatief hield reeds op te bestaan in 1960.


<p>Spotprent in <em>De Volksunie</em> van januari 1955. Op dat moment pendelen 100.000 Vlaamse arbeiders naar Wallonië. De slogan ‘Werk in eigen streek’ werd na 1955 een belangrijk strijdpunt van de Vlaamse beweging. Tekening Willy Mertens (Jam). (ADVN, VBRB3871)</p>

Spotprent in De Volksunie van januari 1955. Op dat moment pendelen 100.000 Vlaamse arbeiders naar Wallonië. De slogan ‘Werk in eigen streek’ werd na 1955 een belangrijk strijdpunt van de Vlaamse beweging. Tekening Willy Mertens (Jam). (ADVN, VBRB3871)

Frans van Mechelen Van Mechelen, Frans Frans van Mechelen (1923-2000) was professor aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven en politicus voor de Christelijke Volkspartij. Hij was volksverte... Lees meer , een van de actiefste publicisten over deze problematiek, ontleedde ze in 1957 in het boek De ontwikkeling van de volkskracht in Vlaanderen. Hij telde ongeveer 225 000 werkpendelaars in Franssprekende gebieden: 100 000 arbeiders en ambtenaren naar Brussel, 50 000 arbeiders naar ‘het overgeïndustrialiseerde gebied van Samber en Maas’, 60 000 grensarbeiders in Frankrijk Frankrijk & Vlaanderen Frankrijk & Vlaanderen De verhouding tussen Vlaanderen en Frankrijk werd altijd gekenmerkt door een aanzienlijke dubbelzinnigheid. Hoewel er lange tijd een grote affiniteit met de Franse cultuur bestond, werd d... Lees meer , en enkele tienduizenden seizoenarbeiders in Frankrijk en Wallonië.

Het grote keerpunt zou komen in 1959, toen door de regering- Gaston Eyskens Eyskens, Gaston Eyskens, Gaston Gaston Eyskens (1905-1988) was een Vlaamsgezinde katholieke econoom en politicus, die onder andere eerste minister was ten tijde van de Koningskwestie en aan de basis lag van de eerste st... Lees meer de zogenaamde expansiewetten en economische testgebieden werden gecreëerd. Terwijl de mijnstreken aan reconversie toe waren, versnelde de reeds aanwezige trend tot industrialisering van Vlaanderen. In de jaren 1960 zou het aantal pendelarbeiders naar Wallonië normale proporties aannemen en het grootste deel van de seizoenarbeiders verdween. Het Vlaamse emigratieoverschot van ongeveer 4 000 eenheden per jaar ten voordele van Wallonië in de jaren 1950 was in de jaren 1960 eveneens verdwenen.

De Boerenemigratie

Reeds in 1903 stipte Omer Wattez Wattez, Omer Wattez, Omer Lees meer aan dat vrijwel alle vrijkomende hoeven in de streek van Doornik door Vlaamse landbouwers werden overgenomen. Uit de Oost- en West-Vlaamse grensgebieden zijn altijd boeren naar het naburige Waalse land gegaan. Ze legden er gemakkelijk contacten, bijvoorbeeld in de veehandel, en merkten hoe Wallonië hun nieuwe mogelijkheden bood. De Eerste Wereldoorlog gaf deze emigratie een ander karakter. De Duitse opmars in 1914 dreef vele boeren, vooral West-Vlamingen, naar Frankrijk, waar ze zich op verlaten boerderijen trachtten te vestigen. Na de wapenstilstand lokte hun ervaring anderen aan.

Geleidelijk begonnen Vlaamse landbouwers zich meer naar Wallonië te wenden, daar het voor sommigen dichter bij huis was en de kansen in Frankrijk kleiner werden. De Tweede Wereldoorlog verplichtte echter talrijke jonge boeren in eigen streek te blijven waar ze vruchteloos naar een eigen hoeve zochten.

Na de Tweede Wereldoorlog migreerde de grootste golf van Vlaamse landbouwers naar Wallonië door een tekort aan beschikbare landbouwgrond in Vlaanderen. De opdeling van bestaande Vlaamse landbouwbedrijven was immers geen optie daar de sector evolueerde naar schaalvergroting. Het onderzoek van Wyseur en van Cheyns en Segers identificeert drie groepen van Vlaamse migrerende landbouwers op basis van hun motivatie: trouwlustige jonge boeren die zo de kans zagen om een gezin te onderhouden, dynamische en expansiegerichte boeren, en boeren die in Vlaanderen waren onteigend. 

De migratie van Vlaamse boeren werd niet georganiseerd door de Boerenbond Belgische Boerenbond (BB) Belgische Boerenbond (BB) De Boerenbond is een beroepsorganisatie van en voor landbouwers die tot ver in de 20ste eeuw sterke banden had met de Kerk en de katholieke partij, zich van meet af sterk engageerde in de... Lees meer of de overheid. Wel werd in november 1943 Famac (Familiale Actie) in de schoot van de Boerenjeugdbond (BJB) en het Mannenverbond voor Katholieke Actie opgericht. Deze organisatie had als doel de vestigingsproblemen van de jonge boeren na de bevrijding op te lossen. Mede dankzij het verkenningswerk en de informatie van Famac aan Vlaamse landbouwers over vrije hoeves, begon in 1945 de uittocht van honderden landbouwers naar de vruchtbaarste streken van Henegouwen, maar ook naar Namen, Luik en Luxemburg.

De sociale en morele actie ten voordele van deze boeren werd in de jaren 1960 overgenomen door de Boerenbond, onder de benaming Contact met Vlaamse boerengezinnen in Wallonië. Deze bond bracht Vlaamse landbouwers in contact met elkaar en vergemakkelijkte hun integratie. In 1967 werd de verantwoordelijkheid daarvoor overgenomen door de Alliance Agricole Belge, met krachtige medewerking en steun van de Boerenbond.

In 1966 beschikte de verantwoordelijke voor deze actie over 1 921 adressen van boerengezinnen die na de Tweede Wereldoorlog naar Wallonië verhuisd waren (1 162 in Henegouwen, 367 in Namen, 182 in Luik, 113 in Luxemburg en 97 in Brabant). De verantwoordelijken binnen de Boerenbond waren er evenwel van overtuigd dat er in alle Waalse provincies nog een veel groter aantal Vlaamse boerengezinnen leefde en werkte. Joris Sevenants Sevenants, Joris Sevenants, Joris Joris Sevenants (1907-1991) was tijdens het interbellum actief in de christelijke arbeidersbeweging in Brussel en nam daarbij Vlaamsgezinde standpunten in. Na de Tweede Wereldoorlog verhu... Lees meer , voorzitter van Band Band Band (1958-2008) was een sociaal-culturele vereniging voor en van Vlamingen in Wallonië. Lees meer , schatte in 1968 dat er zeker 15 000 Vlaamse boerengezinnen in Wallonië leefden. Anderen maakten zelfs gewag van 20 000 gezinnen.


De Waalse beweging verweet de Boerenbond het Waalse platteland te ‘koloniseren’ door bijvoorbeeld goedkope leningen te verschaffen aan Vlaamse boeren of zelf boerderijen op te kopen. Strooibriefje, 1947. (KADOC)

De Waalse beweging verweet de Boerenbond het Waalse platteland te ‘koloniseren’ door bijvoorbeeld goedkope leningen te verschaffen aan Vlaamse boeren of zelf boerderijen op te kopen. Strooibriefje, 1947. (KADOC)

Landbouwers gaven zelf aan dat de plaats van hun vestiging in Wallonië werd bepaald door de grootte van de beschikbare grond en de afstand tot hun plaats van herkomst. Het grootste percentage van Vlaamse landbouwers in Wallonië (65%) was afkomstig uit West- en Oost-Vlaanderen. Cheyns en Segers zien hiervoor drie verklaringen: de crisis in de West-Vlaamse vlassector vanaf midden de jaren 1950 in combinatie met het gebrek aan werk buiten de primaire sector, de hogere prijzen van landbouwgronden, en het vasthouden aan de liefde voor en de sociale status van het landbouwersvak.

In 1970 stelde Robert Gheysen (Famac) vast dat jaarlijks nog slechts een twintigtal landbouwers naar Frankrijk emigreerde, aangezien de prijzen er te sterk waren gestegen en de jongere generatie in toenemende mate de landbouw verliet. Dat is ook de reden waarom toen de landbouwemigratie naar Wallonië verminderde, al bleef het aantal daarheen verhuizende boeren wel omvangrijker. Een telling van het National Instituut voor Statistiek in 1978 geeft aan dat ongeveer 8% van de Waalse boeren oftewel zo’n 3 200 boeren in Vlaanderen was geboren.

De eerste bond van Vlaamse landbouwers in Wallonië na de Tweede Wereldoorlog werd gesticht te Heppignies door de Vlaming Van Loon, die sinds 1919 in het Waalse land woonde en in 1946 pastoor van dit dorp werd. Als geestelijke die de zorg had voor zowel Walen als Vlamingen en als immigrant met jarenlange ervaring, wist hij de algemene parochiale actie te verbinden met het specifieke apostolaat onder zijn vroegere streekgenoten. Hij stichtte een vereniging zonder winstoogmerk, Art et Charité. De vereniging stond onder leiding van leken en kreeg een Franstalige en een Nederlandstalige afdeling.

In een tot zaal omgebouwde oude schuur werd een parochiehuis geïnstalleerd, Chez Nous genaamd, waarin allerlei activiteiten de boeren geregeld bij elkaar brachten. Weldra bereikte Van Loon meerdere honderden Vlaamse gezinnen die van ver uit de omtrek naar Heppignies kwamen. Ze kwamen bijvoorbeeld om de traditionele Sint-Elooiviering bij te wonen en om voordrachten over hun beroepsbelangen te horen.

Voorts nam de Vlaamse boer Dorsan Neyrink, het initiatief om een jaarlijkse bedevaart naar de Zwarte Madonna in Halle en een Sint-Elooifeest te organiseren. Het leidde tot de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van Halle, die zich aanvankelijk ook in Chez Nous vestigde tot ze moest verhuizen na aanvaringen met lokale instanties. De Broederschap richtte jaarlijkse bedevaarten in en bestaat nog steeds.

Een andere wijd uitstralende organisatie was de Vlamingenbond van Sint-Gérard bij Namen, die in juli 1955 werd gesticht door de Vlaming Cyriel Reul, een pater assumptionist die lesgaf in de school van zijn orde. Deze bond bereikte spoedig 300 tot 400 gezinnen in een streek van 40 à 60 km om het dorp.

De landbouwers, die een hele nieuwe generatie Vlamingen in Wallonië brachten, hadden af te rekenen met tal van problemen, waar ze ondanks alle hulp vaak alleen voor stonden. Het overnemen van boerderijen lokte geregeld moeilijkheden uit, zeker voor de Fransonkundige boeren. De landbouwmethoden in een andere streek en bedrijven die meestal veel groter waren dan in Vlaanderen vereisten een bijzondere aanpassing. De hoge kosten maakten van vele boeren, die zo vlug mogelijk hun schulden wilden afbetalen, slaven van de arbeid. Daarbij kwam de vervreemding die ook de minder bewuste Vlamingen trof, toen ze zagen hoe snel hun kinderen verwaalsten.

Niettegenstaande deze problemen, konden de landbouwers door de aard van hun werk, de omgeving en hun karakter zich langer handhaven dan de arbeiders in de steden en verliep hun sociale integratie relatief vlot. Er bleef langer een ondergrond van ‘Vlaams gevoelen’, al dachten ze er niet aan in de dorpen en streken waar ze een significant aantal of zelfs de meerderheid vormden rechten op te eisen.

Teloorgang van oude bonden

De omvang en de diverse aspecten van de boerenemigratie werden onder meer belicht in een uitvoerige reportagereeks die De Standaard in 1958 aan de Vlamingen in Wallonië wijdde. De oude bonden, zoals de Werken der Vlamingen, waren reeds lang over hun hoogtepunt heen. Ondanks de taalvrijheid in de private sfeer, hadden de taalwetten van jaren 1920 en 1930 voor het bestuur, het gerecht en het onderwijs verschillende initiatieven in hun groei en behoud belemmerd.

In Luik kon het Vlaams Werk van de redemptoristen nog bestaan tot 1964, maar de tijd dat er een Vlaamse schoolklas kon leven, was reeds lang voor de oorlog voorbij. Pater Tits, die in 1937 de leiding van het Werk overnam en in 1957 een ‘schipperswerk’ oprichtte voor Vlaamse schippers die in het Luikse woonden of er tijdelijk aanlegden, moest in 1964 zijn taak wegens ziekte opgeven. De zorg voor de schippers werd toen aan een franciscaan toevertrouwd en het eigenlijke Vlaams Werk verdween een jaar voor het honderd zou worden. Elders, in Luik, in Montignies en Bergen, bleef het Werk op beperkt parochiaal gebied actief. De Broederbond Charleroi bestond tot 1968. In 1978 staakten de paters kapucijnen in Bergen hun ‘Vlaamse missie’ na de dood van pater Jozef Lanssens, volgens Guido Fonteyn wellicht de laatste beoefenaar van de georganiseerde zielszorg voor Vlaamse arbeiders in Wallonië.

De afdelingen van het Davidsfonds hielden het niet langer vol. 1958 was het laatste jaar dat het centraal secretariaat in Leuven contact had met de groep van Luik. Het hoogtepunt van deze Luikse afdeling lag in 1929 met een activiteit voor 160 leden. Tot 1940 was er het normale programma, daarna begon een zeer wisselvallige activiteit. De besturen waren grotendeels uit collegeleraren samengesteld. Dit verklaart voor een deel opgang en ondergang van de afdelingen: de leraren waren meer Vlaamsbewust dan vele andere immigranten, maar hun verblijf was vaak maar tijdelijk en later werd hun taak in de scholen meer door Walen overgenomen.


Vlag van de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van Halle, een vereniging van Vlaamse boeren uit de regio Charleroi die tot 2009 nog jaarlijks op bedevaart naar Halle trokken. (Collectie Familie Van Landschoot-Van Nieuwenhuise)

Vlag van de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van Halle, een vereniging van Vlaamse boeren uit de regio Charleroi die tot 2009 nog jaarlijks op bedevaart naar Halle trokken. (Collectie Familie Van Landschoot-Van Nieuwenhuise)

Band en de taalwetgeving van de jaren 1960

Na een reportagereeks van Gaston Durnez Durnez, Gaston Gaston Durnez (1928-2010) was een van de toonaangevende Vlaamse journalisten van zijn tijd. Als medewerker van onder andere De Standaard, Het Volk en Ons Erfdeel en als boekenschrijver ve... Lees meer in 1954 in De Standaard De Standaard (1914-) De Standaard (1914-) Het eerste nummer van het dagblad De Standaard verscheen op 4 december 1918. De krant was gedurende vele decennia hét blad bij uitstek van de katholieke Vlaamse beweging in al haar varian... Lees meer over de situatie van Vlamingen in Wallonië, concludeerden enkele emigranten, onder inspiratie van Joris Sevenants, dat het tijd werd om een nieuwe impuls te geven aan de actie voor hun Vlaamse lotgenoten. Volgens Sevenants waren er in 1958 van de ongeveer 55 000 Vlaamse gezinnen slechts 1 500 à 2 000 Vlamingen lid van de oude bonden. Joris Sevenants, directeur van Tuinen van Annevoie, nam samen met Durnez het initiatief om de Vlamingen in Wallonië samen te brengen. Sevenants en zijn medestanders meenden dat de Vlamingen in Wallonië zelf moesten zorgen voor een band tussen de reeds bestaande verenigingen en dat ze initiatieven moesten oprichten op plaatsen waar nog niets bestond. Als antwoord op de teloorgang van oude bonden, werd Band opgericht. De bedoeling van de in 1958 opgerichte sociaal-culturele vereniging Band was contact tot stand te brengen tussen de vroegere verenigingen en elders een stimulerende rol te spelen.

Band groeide van onderuit en werd niet vanuit Vlaanderen gestuurd. Het erkende de eentaligheid van Wallonië, maar het gaf het Nederlands niet op. Het ijverde voor een verbetering van de positie van het Nederlands in het Waalse onderwijs. Toch was het te Vlaamsgezind voor sommige Vlamingen in Wallonië die meenden dat het een rem zette op hun volledige integratie in Wallonië. De vereniging stootte ook op verzet in de Waalse pers, die bijvoorbeeld een boekenbeurs die Band in 1964 organiseerde als bedreigend bestempelde.

Het eerste congres van Band vond plaats in 1959 in Namen. Het legde de drie pijlers van Band vast: een leiding door Vlamingen woonachtig Wallonië, politieke neutraliteit en openheid ten aanzien van ‘alle in Wallonië wonende Vlamingen, ongeacht hun opinie of stand’. Band werd vanaf 1960 door het ministerie van de Nederlandse Cultuur erkend en had recht op een werkingssubsidie. Het hoofdbestuur van de vereniging bestond uit twee vertegenwoordigers uit elke Waalse provincie en een afgevaardigde van de jeugd. Vooral de jaarlijkse bijeenkomst vond weerklank in de Vlaamse pers, die met veel goede wil over Band berichtte, terwijl in de Franstalige bladen het oude wantrouwen soms doorschemerde.

Op de jaarlijkse congressen van Band traden vaak bekende sprekers uit Vlaanderen op, zoals Marcel Brauns Brauns, Marcel Brauns, Marcel De jezuïet Marcel Brauns (1913-1995), vooral bekend als ‘pater Brauns’, was een dichter, schrijver, theoloog en hoogleraar Nederlandse letterkunde die er een radicaal Vlaams-nationalisti... Lees meer , Frans van Mechelen Van Mechelen, Frans Frans van Mechelen (1923-2000) was professor aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven en politicus voor de Christelijke Volkspartij. Hij was volksverte... Lees meer , Maurits Coppieters Coppieters, Maurits Coppieters, Maurits De progressieve Vlaams-nationalist en christelijke humanist Maurits Coppieters (1920-2005) was vanaf het midden van de jaren 1960 een van de boegbeelden van de Volksunie (VU). Lees meer en Leo Tindemans Tindemans, Leo Tindemans, Leo De Vlaamse christendemocraat Leo Tindemans (1922-2014) leidde vier Belgische regeringen. Hij werd nadien CVP-voorzitter en later ook minister van Buitenlandse Zaken. Als minister van Geme... Lees meer . In 1963 werd een jeugdafdeling opgericht en in 1964 was er in Namen een eerste Nederlandstalige boekenbeurs in Wallonië, in samenwerking met de Nederlandse Kultuurkring, vereniging van studenten aan de Facultés Universitaires Notre-Dame de la Paix in Namen. Het gelijknamige maandblad, Band, berichtte over de activiteiten van de organisatie. Op zijn hoogtepunt bereikte het, naar eigen zeggen, meer dan 10 000 gezinnen.

De taalwetgeving Taalpolitiek en -wetgeving Situaties van taalonderdrukking vindt men wereldwijd. Daarom besteedt deze bijdrage eerst aandacht aan gehanteerde taalpolitieke strategieën. Ook in België verzette een gedomineerde taalg... Lees meer werd in de jaren 1960 verder ontwikkeld en de taalgrens Taalgrens Taalgrens Het begrip ‘taalgrens’ verwijst in het algemeen naar een grens die twee bevolkingsgroepen die een verschillende taal spreken van elkaar scheidt en in het bijzonder naar de grens tussen he... Lees meer werd vastgelegd. In vier gemeenten in het Franse taalgebied, alle vier gelegen rond de taalgrens in de provincie Henegouwen, gelden er faciliteiten Faciliteiten Faciliteiten Al sinds de eerste taalwet (1873) voorzag de wetgever in faciliteiten. Deze tegemoetkomingen gaven aanleiding tot tegengestelde interpretaties door Nederlandstaligen en Franstaligen, zo ... Lees meer voor Nederlandstaligen, namelijk Edingen (Enghien), Komen Komen-Moeskroen Komen-Moeskroen was oorspronkelijk een regio in de provincie West-Vlaanderen, die bij de vastlegging van de taalgrens in 1962 naar Henegouwen overgeheveld werd. Zowel vooraf als nadien l... Lees meer -Waasten (Comines-Warneton), Moeskroen (Mouscron) en Vloesberg (Flobecq). In Edingen golden er reeds via een wetswijziging in 1954 taalrechten voor Nederlandstaligen. Komen-Waasten en Moeskroen werden overgeheveld naar de provincie Henegouwen in 1962, in combinatie met de invoering van faciliteiten voor Nederlandstaligen. Eveneens in 1962 werd Vloesberg toegevoegd aan de taalgrensgemeenten met faciliteiten voor Nederlandstaligen.

In augustus 1965 publiceerde Band een Open Brief aan het Hof van Straatsburg, naar aanleiding van de polemiek over het Franstalig onderwijs in Vlaanderen. Een honderdtal Franstaligen uit verschillende Vlaamse gemeenten had bij het Hof geklaagd dat de Belgische taalwetgeving hen niet toeliet hun kinderen naar Franstalige scholen te sturen. Band wendde zich op zijn beurt tot het Hof en kondigde aan eveneens het recht op Nederlandstalig onderwijs in Wallonië te eisen indien het Hof de klagers gelijk zou geven. De klagers kregen echter grotendeels ongelijk.

In september 1972 presenteerde Band in Brussel een brochure over zijn geschiedenis en streven. Het document gaf aan dat de organisatie de Waalse bevolking en de eentaligheid van Wallonië eerbiedigen, dat het nooit gevraagd heeft naar faciliteiten voor Nederlandstaligen in het onderwijs of het bestuur in Wallonië, en dat Vlamingen in Wallonië zich moeten aanpassen aan het Waalse leefmilieu.

De vrijwaring van de culturele integriteit van het gebied stond voorop bij Band. De vereniging voegde daaraan toe: ‘Eerbied voor Wallonië betekent geenszins dat wij afstand moeten doen van ons Vlaams-zijn, van onze eigenschappen op gebied van werk en van wilskracht, van alles wat wij van Vlaanderen meebrachten. Wij staan er op ons eigen cultureel leven in eer te houden, onze moedertaal niet te verwaarlozen of te vergeten.’

De ondervoorzitter van Band, Renier Nijskens, verklaarde dat de actie in het Waalse land geen verlengstuk van de op het Nederlandse taalgebied afgestemde Vlaamse beweging kon zijn. ‘Er bestaat nu een cultuurbeleid en het is geografisch bepaald. Wij, cultureel gebonden, maken er geen deel van uit, alhoewel de historische logica ook bij ons zou moeten uitmonden.’ Band beschouwde zich als ‘een potentieel kanaal om aan cultuurspreiding te doen’. Binnen een ruimere dimensie wilde Band een Maison de la Culture Néerlandaise oprichten ‘in volledige toepassing van onze beginselen van openheid, samenhorigheid, integratie’.

Op een congres dat nadien te Wépion plaatsvond, werd dat idee opnieuw naar voren gebracht. Daar sprak ook de voormalige minister van Nederlandse cultuur, Frans van Mechelen. Hij wenste dat er spoedig een cultureel verdrag zou worden afgesloten waardoor de Vlamingen in Wallonië een kans op behoud en ontplooiing van de eigen cultuurwaarde zouden krijgen, wat ook zou moeten gelden voor de Walen – niet de franskiljons – in Vlaanderen.

In het begin van 1973 verscheen een Manifest voor een Maison de la Culture Néerlandaise in Namen. Het stelde dat de culturele vooruitgang in Vlaanderen zelf bepaalde toestanden had gewijzigd, waardoor ook de Vlaming in Wallonië belangstelling had gekregen voor wat er in het Nederlandse taalgebied gebeurde. In tegenstelling tot de Franstaligen in Vlaamse steden, die gemakkelijk Franstalig culturele activiteiten konden bijwonen en volgen, beschikten de Vlaamse migranten in Wallonië niet over zulke mogelijkheden. Daarom was een eigen Huis noodzakelijk, dat tevens kon openstaan voor Waalse landgenoten met interesse in de Vlaamse cultuur. Er kon echter onvoldoende interesse worden losgeweekt om meer dan een plaatselijk initiatief te laten opbloeien.

Een van de punten waar Band geregeld op terugkwam was de noodzakelijkheid van de individuele tweetaligheid Tweetaligheid Lees meer . De vereniging trachtte het idee ingang te doen vinden dat het Nederlands een volwaardige cultuurtaal is die ook in Wallonië niet veronachtzaamd kon worden met het oog op deelname aan het culturele en economische leven. Band vroeg herhaaldelijk een verbetering van het onderwijs van het Nederlands in de Waalse scholen.

In de jaren 1980 en 1990 doofde Band, mede onder de invloed van de veranderde staatsstructuur en de voortschrijdende assimilatie van Vlamingen in Wallonië uit. De stichter en jarenlange voorzitter van de vereniging, Joris Sevenants overleed in 1991. Het jaar nadien werd de vereniging van rechtswege ontbonden. Zij werd opgevolgd door een vereniging zonder winstoogmerk onder voorzitterschap van Rein Hauben. Het blad Band, dat sinds 1990 tweemaandelijks verscheen, werd vervangen door een nieuwsbrief die drie- à viermaal per jaar verscheen onder de titel Bandnieuws. De vereniging, die uitsluitend werkte met lidgelden, organiseerde nog enkele samenkomsten, reizen en uitstappen. De vereniging werd in 2009 definitief ontbonden.

Literatuur

Secundaire literatuur

— A. Gittée, Het Nederlandsch en zijn plaats in 't Walenland, in: Tijdschrift van het Willems-Fonds, 1899.
— O. Wattez, De Vlamingen in het Walenland. Het land van Doornik, in: Germania, jg 6, 1903-1904.
— E.H. Croonenberghs, 'De Vlaamsche Werken in het Luikerland', in Handelingen en Verslagen van het Katholiek-Vlaamsch Congres door het Davidsfonds ingericht te Tongeren, 1-2 september 1907 (1907).
— J. Bernaerts, Over de Vlamingen in Henegouwen, 1907.
— G. Vermeersch, De Vlaamsche beweging en de Vlamingen in het Walenland, in: Handelingen van het XXIVe Nederlandsch Taal- en Letterkundig Congres te Brussel 26, 27, 28, 29, 30 augustus 1906, 1908.
— P. Fredericq, Schets eener Geschiedenis der Vlaamsche Beweging, 1909, dl. 3.
— F. Daumont, Le Mouvement Flamand, 1911, dl. 2. 
— L. de Raet, Vlaanderens economische ontwikkeling, 1920.
— M. Lekeux, Maggy, 1926.
— E. de Bom, Dagwerk voor Vlaanderen, 1928.
— A.L. Faingnaert, Verraad of zelfverdediging?, 1933.
— J. Brans, Bevolking en levensruimte der Nederlanden, 1941.
— R. Tollenaere, Wij en Wallonië, in/ Volk en Staat, 29 juni 1941.
— H. van Byleveld, Nederland in Frankrijk, de zuidergrens der Nederlanden, 1941.
— J. van Marlinghen, Lotsverbondenen, 1943.
— J. Verstraelen, De Sociale Ontwikkeling in Vlaanderen, in: Vlaanderen door de Eeuwen heen, 1951.
— J. Verhaeghe, Vlamingen in Wallonië, in: De Vlaamse Linie, 8 en 29 augustus 1952.
— F. van Mechelen, De ontwikkeling van de volkskracht in Vlaanderen, 1957.
— id., Arbeidsmogelijkheden in eigen streek, 1958.
— L. Delafortrie, Joris van Severen en de Nederlanden, 1963.
— P. Gérin, Houdingen tegenover bepaalde problemen. Vlaamse arbeiders in Wallonië, in: S.L.H. Scholl (red.), 150 jaar katholieke arbeidersbeweging in België (1789-1939), 1963.
— G. Vermeersch, Klosjes, klosjes... en andere verhalen, 1964.
— F.L. Meclair, Bibliografie van en over Gustaaf Vermeersch, 1965.
— Ph. de Pillecyn, Sociaal probleem en verhalend proza 1830-1886, 1967.
— J.P. de Ry, Het Nederlands in Wallonië, in: Ons Erfdeel, jg. 13, nr. 1, september 1969.
— G. Sevenants, R. Hauben, R. Nijskens: Wat, waarom Band?, 1972.
— H.J. Elias, Geschiedenis van de Vlaamse Gedachte, 1971, dl. 4.
— P. Platteau, De laatste maanden van Gustaaf Vermeersch, in: Nieuw Vlaams Tijdschrift, maart 1974.
— F. van der Elst, Elias, leider van het V.N.V., in: Bijdragen tot de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, 3 oktober 1974.
— P. Platteau, Gustaaf Vermeersch, 1979.
— M. Poulain en M. Foulon, L’Immigration Flamande en Wallonie: évaluation a l’aide d’un indicateur Aanthroponymique, in: Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, 1981, 12, pp. 205-244.
— F. Collet, L’émigration des paysans flamands en Wallonie dans la région du Condroz et de la Famenne (1945-1965), Louvain-La-Neuve, 1983.
— B. Woestenborghs, Vlaamse arbeiders in de vreemde. Of hoe in de 19e en 20e eeuw Vlaamse seizoenarbeiders elders hun brood moesten gaan verdienen, 1993.
— B. de Wever, Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde. Het VNV 1933-1945, 1994.
— D. Dekeyser, Madame est servie, 1995.
— Y. Quairiaux, Les «Flaminds » avant 1914 en Wallonie. Du dénigrement à l’assimilation, in J.-P. Jessenne, L'image de l'autre dans l'Europe du Nord-Ouest à travers l'histoire, 1996.
— G. Fonteyn, In de Rue des Flamands. Het schamele epos van Vlaamse migranten in Wallonië, 1996.
— M. Poulain, M. Foulon, A. Degioanni en P. Darlu, Flemish immigration in wallonia and in France, in: The History of the Family, jg. 5, 2000, nr. 2, pp. 227-241.
— M. van Ginderachter, Le chant du coq. Nation et nationalisme en Wallonie depuis 1880, 2005.
— M. van Ginderachter, Het rode vaderland. De vergeten geschiedenis van de communautaire spanningen in het Belgische socialisme voor WO I, 2005.
— G. Fonteyn, Boerenpsalm. Vlaamse boeren in Wallonië, 2006.
— Y. Quairiaux, L'image du Flamand en Wallonie. 1830-1914: essai d'analyse sociale et politique, 2006.
— D. Musschoot, Van Franschmans en Walenmannen. Vlaamse seizoenarbeiders in den vreemde in de 19de en 20ste eeuw, 2008.
— H. Byls, Het Werk der Vlamingen in Montignies-sur-Sambre, in: I. Goddeeris en R. Hermans (eds.), Vlaamse migranten in Wallonië. 1850 - 2000, 2011, pp. 100-119.
— F. Caestecker, Vlaamse arbeidsmigranten in Wallonië, in: I. Goddeeris en R. Hermans (eds.), Vlaamse migranten in Wallonië. 1850 - 2000, 2011, pp. 42-67.
— M. Cheyns en Y. Segers, Vlaamse boeren in Wallonië, in: I. Goddeeris en R. Hermans (eds.), Vlaamse migranten in Wallonië. 1850 - 2000, 2011, pp. 70-97.
— I. Goddeeris en R. Hermans (eds.), Vlaamse migranten in Wallonië. 1850 - 2000, 2011.
— A. Morelli, De context van de Vlaamse migratie naar ‘Wallonië’, in: I. Goddeeris en R. Hermans (eds.), Vlaamse migranten in Wallonië. 1850 - 2000, 2011, pp. 28-39.
— Y. Quairiaux, Vlaamse migranten in de Waalse volkscultuur, in: I. Goddeeris en R. Hermans (eds.), Vlaamse migranten in Wallonië. 1850 - 2000, 2011, pp. 122-139.
— K. Verbruggen en L. Vandeweyer, Het Vlaamse Verenigingsleven in Wallonië, in: I. Goddeeris en R. Hermans (eds.), Vlaamse migranten in Wallonië. 1850 - 2000, 2011, pp. 170-199.
— P. Verbeken, Arm Wallonië. Een reis door het beloofde land, 2014.

Krantenartikelen

— IIIe Algemeen Congres der Vlamingen in het Walenland, in: De Standaard, 18 september 1925.
— Kantteekeningen. Dan maar hard tegen hard, in: De Standaard, 21 september 1925.
— IIIe Algemeen Congres der Vlamingen in het Walenland. Minister Van de Vyvere woont de algemene vergadering bij!, in: De Standaard, 22 september 1925.
— Statistieken. De Vlamingen in de streek van Charleroi, in: De Standaard, 23 september 1925.
— Een groeiende actie. De Vlamingen in het Walenland, in: De Standaard, 26 september 1925.
— A.C., De Vlaamsche Organisaties in het Walenland, in: De Standaard, 26 september 1925.
— P.V.M., Zullen de oogen opengaan? De Vlaamsche Inwijking in Wallonië, in: De Standaard, 21 oktober 1925.
— P.V.M., De Vlaamsche inwijking in Wallonië. Een wederwoord van Pater Lemaire, in: De Standaard, 31 oktober 1925.
— Uitvluchten. De Vlamingen in Wallonië, in: De Standaard, 23 oktober 1925.
— Een Jubelfeest bij de Vlamingen in Luik, in: De Standaard, 30 oktober 1925.
— De Vlaamsche Geestelijkheid en de Vlaamsche inwijkelingen. Een scherp verwijt, in: De Standaard, 3 november 1925.
— De Vlaamsche inwijkelingen in Wallonië. Een bedenkelijke toestand, in: De Standaard, 5 november 1925.
— De Vlamingen in Wallonië. Een goede patrones, in: De Standaard, 16 december 1925.
— Brief uit het Walenland, in De Standaard, 18 december 1925.
— Lemaire, Statistieken. Het stervende Wallonië, in/ De Standaard, 7 december 1925.
— Het probleem der Vlaamsche levensruimte. "Los van de Walen, niet los van Wallonië". Een spreekbeurt van den heer Tollenaere, propagandaleider van het V.N.V., in: De Dag, 1 juli 1941.
— Rede H. Elias, in: Volk en Staat, 16 maart 1943.
— G. Durnez, Zo leven en werken de Vlaamse arbeiders in Wallonië, 11 bijdragen, in: De Standaard, oktober-november 1954.
— G. Durnez, Vlaamse inwijkelingen in Wallonië, 9 bijdragen, in: De Standaard, april-mei 1958.
— Vlamingen over de wereld, colloquium, in: Band en Zuiderkruis, juni 1962.
— M. Ruys, Vlaamse scholen in Wallonië?, in: De Standaard, 24 augustus 1965.
— T. Stuckens, Voor onze boeren in Wallonië blijft Vlaanderen het vaderland, in: De Standaard, 24 december 1965.
— H. Rheinard, Vlaamse boeren in Wallonië, in: Public Relations Belgische Boerenbond, 24 mei 1966.
— M. Vanhalewijn, Mevr. Houben van "Band" startte met aktie: Vlaamse kinderen in Wallonië bewust maken van eigen taal, in: De Standaard, 22 november 1966.
— M.V.H., Vlaamse landbouwers zochten in Wallonië een nieuwe toekomst, in: De Standaard, 26 mei 1966.
— A. Deboutte, Het Vlaams Werk te Luik, in: Geloof en Leven, maart 1968.
— J. Brusselaers, Boeren zonder vaderland, in: De Standaard, 23, 24, 25, 26 en 27-28 juli 1968.
— V. de Donder, De h. Viroux, een echte Waal, die in de kijker loopt: "Vlaamse inwijkelingen brachten in Wallonië begrip tweetaligheid", in: De Standaard, 3 december 1969.
— J. Verhelst, Georges Sevenants van "Band". Wallonië is blij met de duizenden Vlaamse werkers..., in: De Bond, 26 november 1971.
— G. Durnez, August Cool: Niets is onmogelijk, denk ik maar, in: De Standaard, 30 juni 1972.
— R.V., Vlaamse gastarbeiders in Wallonië, in: Gazet van Antwerpen, 2 november 1973.
— J. de Kerck en E. van den Broeck, Van uit Asse naar... Het "Werk der Vlamingen in Wallonië", in: Ascania, nr. 4, 1995.

Suggestie
Citeren

1998: Gaston Durnez

2023: Gaston Durnez

2025: Jonathan Bernaerts

Inhoudstafel