Pacifisme
Binnen de Vlaamse beweging leefden van meet af aan antimilitaristische sentimenten. Vanaf 1914 radicaliseerden deze tot een pacifistische tendens. Aan de basis ervan lag niet alleen een afkeer van het krijgsgeweld, maar ook een ideologische weerstand tegenover het Belgische leger.
Antoon Vrints (2025), Luc Vandeweyer (1998). Pacifisme. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2025. https://devb.be/id/ter-000514.
De Vlaamse beweging is van bij haar ontstaan vermengd en verbonden geweest met allerlei andere bewegingen en ideologische stromingen. Zo hebben nogal wat flaminganten Flamingant Flamingantisme is een term die met verschillende betekenissen wordt toegekend aan actoren binnen de Vlaamse beweging en het Vlaams nationalisme. Lees meer stelling ingenomen tegen de Belgische strijdkrachten en de veiligheidspolitiek – of tegen bepaalde aspecten ervan – en pleitten zij voor het regelen van internationale conflicten op geweldloze wijze. Er was dus een zone met overlappingen tussen Vlaamse beweging en pacifistische en antimilitaristische stromingen.
De strijdkrachten en de mogelijkheid om internationale politiek te bedrijven, vormden de nationale machtsmiddelen bij uitstek (zie Leger
Leger De taalkwestie speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van het Belgische leger. Als een van de weinige echt nationale instellingen was het leger een brandpunt van diverse sociaal-p... Lees meer ). Zij schraagden de soevereiniteit van de Belgische staat. Naarmate de Vlaams-nationalisten in conflict kwamen met hun officiële vaderland, begonnen velen van deze radicalen te dromen van een 'Vlaamse' invulling van de militaire machtsmiddelen. Vaak ging dit gepaard met bondgenootschappelijke gevoelens voor en dienstbaarheid aan Duitsland
Duitsland & Vlaanderen Van de eerste helft van de 19de eeuw tot 1945 stond het Duitse beeld van Vlaanderen in het teken van etnisch-culturele verbondenheid. Die romantische perceptie leefde vooral bij een beper... Lees meer , dat België
België Geen Vlaamse beweging zonder België. Het is ook onmogelijk om België te begrijpen zonder de geschiedenis van de Vlaamse beweging erbij te betrekken. Tussen het ontstaan van een culturele ... Lees meer bedreigde. Door milities ( (para)militaire eenheden van burgers) op te richten, hoopten ze het Vlaams-nationalisme gewapende macht te geven. Dat proces leidde tot ernstige wrijvingen tussen deze anti-Belgische nationalisten enerzijds en Vlaamsgezinde pacifisten en antimilitaristen anderzijds. De vraagstukken betreffende internationale betrekkingen en bondgenootschappen, antimilitarisme of militarisme, gewelddadig of geweldloos nationalisme ... leidden zo tot conflicten die de Vlaamse beweging verdeelden.
Enkele begripsverduidelijkingen
In het Nederlandse taalgebruik is de term ‘vredesbeweging’ ingeburgerd, maar een sluitende definitie is eigenlijk niet te geven. Net zoals de Vlaamse beweging heeft deze stroming in de loop van de geschiedenis immers vele gedaanten aangenomen. Een werkbare omschrijving luidt: ‘De beweging die beoogt de relaties tussen mensen, groepen en staten zo geweldarm mogelijk te maken, met als doel verstandhouding en samenwerking te bevorderen.’
Binnen de vredesbeweging tekenen zich verschillende tendensen af. Er zijn de internationalisten, die ijveren voor het uitbreiden en doen toepassen van het internationale recht. In hun streven naar internationale samenwerking zijn ze bereid de nationale soevereiniteit in te perken. Daarbinnen zijn er ‘pacificatoren’ die bereid zijn op actieve wijze macht – ook militaire – als een 'minder kwaad' aan te wenden om de doeleinden van de vredesbeweging te bereiken. Daarnaast bestaan er groepen voor wie het afwijzen van geweld essentieel is, omdat zij elke vorm van geweld zien als in se immoreel. Zij vormen de radicaalste vleugel in de vredesbeweging en worden pacifisten genoemd. Met de staande legers vormde er zich een militaire subcultuur met een aantal specifieke kenmerken aangaande korpsgeest, hiërarchie, tucht, gewelduitoefening enzovoort. Mensen die deze aparte militaire subcultuur afwijzen en de strijdkrachten liever ingericht zien als zo weinig mogelijk te onderscheiden van de burgerbevolking, noemen we antimilitaristen. Deze laatste strekking was zonder twijfel de oudste. Ze wortelde in de negatieve ervaringen van de bevolking gedurende eeuwen van oorlogen en bezettingen met de legers die de Zuidelijke Nederlanden binnentrokken.
De 19de eeuw
Toen België in 1830 onafhankelijk werd, was de herinnering aan de Franse revolutionaire oorlogen, de daaropvolgende bezetting en nadien de napoleontische oorlogen, nog zeer levendig. Deze periode sloeg diepe wonden, niet alleen door de oorlogsverwoestingen, de opeisingen en de belastingdruk. Ook het inlijven van jonge mannen in de Franse legers, de Boerenkrijg
Boerenkrijg De Boerenkrijg is de benaming van een korte, verloren opstand in het najaar van 1798 tegen het Franse regime, die door toedoen van Hendrik Conscience en anderen uitgroeide tot een invloed... Lees meer die onder meer daartegen was gericht, de repressie met haar doodstraffen en deportaties enzovoort kwamen vooral op het platteland en in de kleine steden hard aan. Het leger en de dienstplicht waren zonder meer onpopulair, wat echter niet wil zeggen dat vechten voor de eigen zaak daarom ook werd verworpen. De Boerenkrijg zou in katholiek-flamingantische kringen gedurende verschillende generaties worden verheerlijkt. Ook in 1830 werd omwille van de eigen zaak naar de wapen gegrepen, toen een gewelddadige opstand het Nederlandse gezag verdreef (zie Belgische Revolutie
Belgische Revolutie De Belgische Revolutie is de naam van de opstand van 1830-1831 in de zuidelijke provincies van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden van koning Willem I. De opstand leidde tot de splits... Lees meer ). In 1831 volgde een Nederlandse inval waarbij Franse militaire hulp nodig was om het grondgebied te vrijwaren. Tot 1839 bleef de relatie met het Noorden erg gespannen en bestond er een groep die een nieuwe oorlog met Nederland Nederland Nederland is met Vlaanderen verbonden door de economische infrastructuur, de taal en de geschiedenis. Vanaf eind 18de eeuw kreeg die verbondenheid in taal en cultuur op uiteenlopende mani... Lees meer verkoos boven concessies en gebiedsafstand. Nogal wat flaminganten, zoals Hendrik Conscience
Conscience, Hendrik Hendrik Conscience (1812-1883) was de eerste auteur die het in België aandurfde een roman in het Nederlands te schrijven en te publiceren. Zijn oeuvre van zo’n 65 romans, dat ook een bred... Lees meer , behoorden tot deze oorlogspartij. In 1838 publiceerde hij De Leeuw van Vlaenderen
De leeuw van Vlaenderen De leeuw van Vlaenderen (1838) is een historische roman van Hendrik Conscience over de gebeurtenissen rond de Guldensporenslag in 1302. Verschillende leuzen en symbolen uit de roman zijn ... Lees meer , die van het gewapende conflict rond 1302 een nationaal epos maakte (zie Guldensporenslag
Guldensporenslag De Guldensporenslag was een veldslag op de Groeningekouter nabij Kortrijk op 11 juli 1302. Hierbij werd het Franse ridderleger verslagen. De slag kreeg in de Vlaamse beweging een symbolis... Lees meer ).
Vanaf 1839 kon de nieuwe staat zich nestelen in een opgelegde neutraliteit, beschermd door de grote nabuurstaten. Die neutraliteit was gewapend. Er bestond een staand Belgisch leger met een professioneel kader en een troep gevormd door lotelingen en vrijwilligers. Aangezien de plaatsvervanging kon worden afgekocht, bestond de troep grotendeels uit mensen uit de laagste sociale klassen. Het leger had in de eerste plaats een afschrikwekkende functie. In het geval dat de afschrikking faalde, moesten de strijdkrachten het voortbestaan van de kern van de staat verzekeren, tot de grootmachten die zich daarvoor garant hadden gesteld de invaller zouden verjagen. Het leger werd ook gebruikt om de Belgische samenhorigheid te versterken. Het was een natiebouwende kracht (zie Natievorming
Natievorming Dit artikel over natievorming focust op de verbeelding en vorming van België en Vlaanderen als nationale gemeenschappen. Daarbij wordt gekeken naar de politiek van natievorming vanwege de... Lees meer ). Dat was ook het doel van de beginnende Vlaamse beweging die uit Belgische bezieling de Nederlandse volkstaal en geschiedenis promootte om nationale trots te stimuleren. De verschillen met Fransen en Nederlanders werden door deze eerste flaminganten vet onderstreept. Belangrijke promotoren van de ontluikende beweging waren de oorlogsvrijwilliger van 1830, Conscience, en de priester Jan-Baptist David
David, Jan-Baptist Jan-Baptist David (1801-1866) was een katholiek priester, en vanaf 1834 hoogleraar nationale taal, letterkunde en geschiedenis aan de Katholieke Universiteit in Mechelen en Leuven. Hij sp... Lees meer ; zo ook de vroegere orangisten Orangisme Het orangisme is de verzamelterm voor het verzet tegen de Belgische afsplitsing van het Koninkrijk der Nederland onder leiding van Willem I van Oranje. Lees meer zoals Jan Frans Willems
Willems, Jan Frans Jan Frans Willems (1793-1846), de “vader van de Vlaamse beweging”, was dichter, polemist, filoloog, tekstediteur en initiatiefnemer of lid van tal van academies en genootschappen in binne... Lees meer , die zich uiteindelijk met de Belgische staat verzoenden, maar sterk aan het Nederlands gehecht bleven.
Toch werd het Belgisch leger al snel minder populair bij de flaminganten. Als telgen van de kleine burgerij vreesden en verachtten zij de soldaten. Het veelvuldig verplaatsen van de eenheden en het legeren in streken die ver van de gemeenten van oorsprong gelegen waren, was een maatregel die het 'Belgische' karakter bevorderde, maar ook voor spanningen zorgde. In de garnizoensplaatsen werden de troepen beschouwd als buitenstaanders die de gesloten gemeenschappen in de dorpen en in de kleine stadjes bedreigden. De aanwezigheid van militairen bracht nogal wat overlast met zich mee en was economisch gezien, door de erfdienstbaarheden rond de fortificaties, niet erg gunstig voor de bezitters van onroerend goed. Elke oproeping voor de militaire dienst betekende bovendien een zware financiële aderlating, omdat een loteling geen loon of arbeidskracht meer inbracht in het gezin en elke vrijgekochte een flinke som geld kostte. Onder vrome katholieken kregen kazernes de reputatie van broeihaarden van onzedelijkheid en onkerkelijkheid. In het officierenkorps waren nogal wat onkerkelijken en openlijke antiklerikalen aanwezig. Ook dat bevorderde het antimilitarisme in katholieke kringen. Daarnaast was de snelle verfransing van het kader voor de Vlaamsbewusten een extra reden om afstand te nemen. Binnen het leger werd de natievormende opdracht immers begrepen als het zo snel mogelijk opdringen van het Frans als enige commando- en omgangstaal. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de Grievencommissie
Vlaemsche Commissie De Vlaemsche Commissie of Grievencommissie inventariseerde op vraag van de regering in 1856-1857 voor de eerste keer de problemen in verband met de positie van het Nederlands in België en... Lees meer in 1856 vroeg om het leger in te delen in Vlaamse en Waalse regimenten, zodat elke soldaat in zijn moedertaal kon worden bevolen. Maar het ongenoegen ging dieper: wat afgewezen werd, waren het staande leger, de kazernes, de vervreemding van de jonge soldaat, de plicht om soldaat te worden. Het ging dus niet om pacifisme in de strikte betekenis van het woord, maar wel om antimilitarisme. Pacifistische organisaties waren in de 19de eeuw erg marginaal en hadden politiek zo goed als geen impact.
De neutraliteit van België zorgde bovendien niet voor een zorgeloze situatie op strategisch vlak. Er bleef wel degelijk sprake van een buitenlandse dreiging, die vooral uitging van Frankrijk
Frankrijk & Vlaanderen De verhouding tussen Vlaanderen en Frankrijk werd altijd gekenmerkt door een aanzienlijke dubbelzinnigheid. Hoewel er lange tijd een grote affiniteit met de Franse cultuur bestond, werd d... Lees meer . Door zijn grote culturele en intellectuele uitstraling had deze roerige zuiderbuur bovendien veel invloed, waardoor –naargelang de aard van het regime in Parijs – er wel eens verwijten van dienstbaarheid aan deze buitenlandse macht vielen. Vooral de Belgische vrijzinnigheid
Vrijzinnigheid Dit artikel belicht de relatie tussen de Vlaamse beweging en de vrijdenkersbeweging van de 19de eeuw tot nu. Lees meer werd geregeld door haar katholieke opponenten aangewreven dat ze de ‘partij van Frankrijk’ was. Vooral in Vlaanderen, waar de traditionalisten talrijk waren en men minder gehecht was aan de Franse cultuur, maakte deze kritiek indruk.
Het flamingantisme versterkte dit antagonisme. Vlaamsgezinden waren snel geneigd om Brussel Brussel In de geschiedenis van de Vlaamse beweging speelde Brussel een unieke rol vanwege haar hoofdstedelijke functies, economische aantrekkingskracht en als symbool van verfransing, die zich v... Lees meer ervan te beschuldigen dat het al te zeer aanleunde bij Parijs. Hierbij moet worden vermeld dat de Vlaamsgezinden in meerderheid behoorden tot de antirevolutionaire strekking, mensen die in de Franse Revolutie en de latere Franse republiek, een bestendige bron van ideologisch onheil, revolutionaire neigingen en militaire agressie ontwaarden. In hun ogen was België ook besmet met dit verderfelijke gedachtegoed omwille van het simpele feit dat de vrijdenkerij er, in de vorm van liberalen en later ook socialisten en anarchisten, zo nadrukkelijk aanwezig was, vooral in de verstedelijkte regio's.
Het antimilitarisme werd een politiek strijdpunt van de eerste orde toen Antwerpen zich verzette tegen de bouw van een nieuwe fortengordel. Die moest van de stad een 'nationale vluchtheuvel' maken die het Belgische politieke machtscentrum zou toelaten zich terug te trekken en zodoende te overleven zolang een eventuele oorlog duurde. Toen de militaire plannen een belangrijk deel van de Antwerpse bevolking in haar bezittingen dreigde te treffen en er een hypotheek werd gelegd op de verdere uitbouw van stad en haven, barstte vanaf 1861 het verzet los. Het kreeg vorm in de Meetingpartij
Meetingpartij De Meeting (1862-1914) was een Antwerpse politieke formatie die ontstond uit een coalitie van flaminganten, progressieve liberalen en katholieken. Ze liet zich kenmerken door een uitgespr... Lees meer , die tegelijkertijd de voorvechter was van het flamingantisme. Het antimilitarisme van deze partij bracht de Vlaamsgezinden in botsing met de regering in Brussel, de koning en de top van het leger. De Antwerpse Meeting vond weerklank en steun in het hele land, maar bereikte alleen in de Scheldestad een grote meerderheid.
De nauwe verstrengeling tussen flamingantisme en antimilitarisme kreeg bovendien een sterke impuls vanuit de opkomende boeren- en arbeidersbeweging. Tussen de Vlaamse beweging en de koning met zijn officierenkorps groeide een diepe kloof. De dienstplicht, de permanente garnizoenen en de forten vonden geen genade bij de aanhangers van de Meeting, zeker niet zolang het leger bleef wat het was. Wel werd er gepleit voor een volksleger naar Zwitsers model, dat steunde op snel mobiliseerbare regionale volksmilities met slechts een zeer klein professioneel kader in permanente dienst.
De Vlaamse beweging was een belangrijke politieke kracht, maar haar gewicht was niet doorslaggevend bij de besluitvorming in Brussel. Dat was goed voelbaar toen aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog het leger ingrijpend moest worden hervormd. Er was wel een formele maar geen reële tegemoetkoming aan de grote Nederlandstalige aanwezigheid in de rangen van de troepen. Het Nederlands stond nog lang niet op gelijke voet met het Frans en dat betekende een hypotheek die zich tijdens de oorlog zou wreken.
In de beginjaren van de 20ste eeuw was de Vlaamse beweging in kracht en aanhang gegroeid, maar dat gold ook voor de Waalse beweging
Waalse beweging De Waalse beweging ontstond op het einde van de 19e eeuw en heeft zijn wortels in een culturele, politieke en taalkundige dimensie. Ze was verdeeld in verschillende stromingen, waarvan de... Lees meer . Sommige flaminganten begonnen hun vertrouwen in de volksvertegenwoordiging te verliezen en dreven weg van het parlementaire spoor waarlangs ogenschijnlijk toch niets meer te bereiken viel. Ondertussen nam de animositeit tussen wallinganten en flaminganten en de wederzijdse negatieve perceptie van de andere taalgroep toe. Aan de vooravond van de Duitse inval was het Vlaamse natiebewustzijn sterk genoeg geworden zodat een botsing, niet alleen met het wallingantisme, maar ook met de Belgische staat mogelijk was. In principe kon het radicale flamingantisme uitgroeien tot een probleem voor de veiligheid van België.
De Eerste Wereldoorlog
De Duitse inval in augustus 1914 betekende het einde van de langdurige periode van gewapende neutraliteit. In deze context nam de Belgisch-patriottische bezieling sterk toe. De woede over de Duitse agressie bracht vele notoire antimilitaristen ertoe oorlogsvrijwilliger te worden. Het Duitse optreden was immers een flagrante schending van het internationale recht. De binnenvallende troepen vermoordden honderden burgers en brandschatten dorpen en steden. De verontwaardiging over deze bloedige invasie was immens en smoorde vrijwel elke pacifistische of antimilitaristische neiging, ook bij de flaminganten (zie Eerste Wereldoorlog
Eerste Wereldoorlog De Vlaamse beweging is fundamenteel getekend door de Eerste Wereldoorlog. De oorlog maakte een verregaande democratisering onafwendbaar, met wezenlijke gevolgen voor het politieke draagv... Lees meer ).
De bewegingsoorlog liep na enkele maanden vast en verzandde in een jarenlange stellingenoorlog. Al die tijd zat het Belgische leger vast achter de IJzer in West-Vlaanderen; het deed niet mee aan de bloedige offensieven. Dat betekende niet dat de oorlogsterreur minder sterk inwerkte op de geesten. De strubbelingen met het officierenkader, dat zich ergerde aan uitingen van flamingantisme en soms niet over voldoende leidinggevende capaciteiten beschikte, deden het antimilitarisme herleven. Pacifisme – dat in dergelijke omstandigheden onherroepelijk de vorm aannam van defaitisme – kreeg kansen als gevolg van de oorlogsmoeheid en het afnemende vertrouwen in de regering en de legerleiding.
Dat kon in de gegeven omstandigheden uiteraard geen vrijblijvende houding zijn. Uitingen van pacifisme en antimilitarisme waren een potentieel wapen in de handen van de tegenstander en werden des te belangrijker naarmate de oorlog langer duurde. De Duitsers beseften dat ze van het traditionele antimilitarisme en van het uit de langdurige periode van neutraliteit overgebleven gevoel van ‘dit is onze oorlog niet’, garen konden spinnen. De retoriek van linkse socialisten en communisten die niet wilden participeren in een kapitalistische oorlog en de neutrale houding die paus Benedictus XV aannam in de hoop op een compromisvrede boden evenzeer aanknopingspunten. De Duitse bezetter stimuleerde de activisten
Activisme Het begrip activisme verwijst naar de fractie van flaminganten die tijdens de Eerste Wereldoorlog bereid was om politiek of anderszins samen te werken met de Duitse bezetter en financiële... Lees meer om, via vredespropaganda, de gevoelens van verbondenheid met de Belgische zaak binnen de daarvoor gevoelige kringen te verzwakken. In Antwerpen werd zelfs een Verbond voor Wereldvrede gesticht dat de activistische organisaties van de stad groepeerde en, stevig gesubsidieerd, de vredespropaganda coördineerde. Een belangrijk argument was dat een geallieerd offensief om de Duitsers te verdrijven het land geheel zou vernietigen. Tegenover flaminganten werd aangevoerd dat het Franstalige Belgische leger een van de grootste gevaren was voor het Vlaamse karakter van hun regio. De daarvoor ontvankelijke groepen kon ingefluisterd worden dat het volgehouden verzet van achter de IJzer inging tegen de belangen van de arbeidersklasse, de katholieke traditionalisten – en uiteraard ook van de Vlaamsgezinden. In de linkervleugel van het socialisme, maar ook bij groepen die aanleunden bij de christelijke arbeidersbeweging
Christelijke arbeidersbeweging In de christelijke arbeidersbeweging heeft steeds een uitgesproken belangstelling voor de Vlaamse kwestie bestaan. De groeiende invloed van deze beweging, in het kielzog van de democratis... Lees meer , kende een dergelijke vredespropaganda een beperkt succes.
Aan de andere kant van het front werd de flamingantische Frontbeweging
Frontbeweging Aan het IJzerfront manifesteerde zich tijdens de Eerste Wereldoorlog flamingantisch verzet tegen de taaltoestanden in het leger. Naarmate het zich meer en meer organiseerde en groeide, vo... Lees meer eveneens door dit anti-geallieerd pacifisme aangestoken. In die optiek zond zij overlopers naar de Duitse linies om een diplomatieke brug te slaan naar de agressor (zie Sublieme Deserteurs
Sublieme Deserteurs De zogenaamde ‘Sublieme Deserteurs’ waren overlopers die in het voorjaar van 1918 door de Frontbeweging naar de Duitse linies werden gestuurd om contact op te nemen met het activisme. ... Lees meer ). Het doel van de zending was om de mogelijkheid te verkennen of het Belgische leger eventueel uit de oorlog kon worden teruggetrokken dan wel of het in ieder geval aan de totale vernietiging kon ontsnappen. Verschillende overlopers, en enkele Vlaamse krijgsgevangenen uit kampen in Duitsland, werden door de Duitsers gebruikt om met pamfletten vredespropaganda te voeren in de Belgische eenheden om zo het moreel te verzwakken. Ook deze acties gebeurden vanuit een flamingantische motivatie.
Deze propaganda sloeg aan bij sommige flamingantische militairen die hoopten dat een Duitse doorbraak de Belgische regering en de legerleiding zou uitschakelen. Zo zou het flamingantisme-in-uniform van de Frontbeweging verenigd worden met het activisme. Er kwam inderdaad een golf van deserties naar de vijand waarbij, naast allerlei andere motieven, antimilitaristische en pacifistische sentimenten zeker een rol speelden.
Gruwelpacifisme in de jaren 1920
De oorlog was een vreselijke ervaring. De gevechten werden gevoerd op een nooit eerder geziene schaal. Ze hadden door de technische ontwikkeling bovendien een omvang en gedaante aangenomen waartegenover de individuele soldaat en de burger zich volstrekt hulpeloos voelden: gifgasaanvallen, dagenlange intensieve artilleriebombardementen, het zich ontwikkelende luchtwapen dat overal en onverwachts kon toeslaan, het gebrek aan respect voor burgers als non-belligerenten, de dreiging van besmettelijke ziekten en hongersnood enzovoort. Ongeveer 36.000 soldaten keerden nooit terug. Vele betrokkenen waren voor de rest van hun leven fysiek en psychisch getekend. Vanuit een emotionele ‘Dat nooit meer!’-reactie op het collectieve leed ontstond zo een breed gedeelde anti-oorlogshouding, die ‘gruwelpacifisme’ werd genoemd.
Daarnaast had de conflictueuze verhouding tussen officierenkorps en de flamingantische soldaat-intellectuelen gezorgd voor een herleving van de oude anti-kazernehouding. Was het leger, en zijn half-officiële oud-strijdersverbroederingen, overigens niet een van de sectoren uit het maatschappelijk leven die de Belgische staat richting een agressief annexionisme stuurden? De agressieve houding tegenover Nederland, de annexatieplannen in het Duitse Rijnland en in Luxemburg, de bezetting van delen van Duitsland en de aanhechting van de Oostkantons werden door Vlaamsgezinden als hoogst verwerpelijk beschouwd.
Het Belgische leger verloor snel krediet in de Vlaamse beweging en dat creëerde een nieuwe generatie van antimilitaristen. De radicaalsten verzamelden zich in Het Vlaamsche Front
Het Vlaamsche Front (Frontpartij) Het Vlaamsche Front was een Vlaams-nationalistische partij, die werd opgericht in 1919 en ook bekend stond onder de couranter gebruikte officieuze benaming Frontpartij. Gesticht als een ... Lees meer en in kleine communistische groepjes in de Vlaamse steden. Daar vinden we ook vele vroegere activistische militanten terug. Herman van den Reeck
Van den Reeck, Herman Herman van den Reeck (1901-1920) was een Vlaamsgezinde links-radicale student, die zich van 1916 tot zijn overlijden in 1920 engageerde in de activistische jongerenbeweging. Toen Van den ... Lees meer bijvoorbeeld, die contacten had met Nederlandse antimilitaristen en met de Clarté-groepen Clarté-groep De Clarté-groep (1919-1921) was een internationale groepering van pacifistische intellectuelen, die ook in Vlaanderen een afdeling had. In haar tijdschrift De Nieuwe Wereldorde werden uit... Lees meer . Geradicaliseerde linkse Vlaamsgezinden zoals Van den Reeck hadden hun hoop gevestigd op massale dienstweigering als opmaat tot de gewenste communistische wereldorde (een strategie die voor hen overigens niet principieel onverenigbaar was met revolutionair geweld). Ook bij de flaminganten die zich groepeerden in de katholieke en socialistische partij herleefde het antimilitarisme.
Hun tegenstanders in het Belgische leger waren eveneens sterk geradicaliseerd. Het activisme
Activisme Het begrip activisme verwijst naar de fractie van flaminganten die tijdens de Eerste Wereldoorlog bereid was om politiek of anderszins samen te werken met de Duitse bezetter en financiële... Lees meer had sterk bijgedragen tot de antiflamingantische houding van het kader. Dat kader werd door de algemene dienstplicht bovendien geconfronteerd met meer zelfbewuste dienstplichtigen-flaminganten dan ooit tevoren.
Vooral het Verbond der Vlaamse Oud-strijders
Verbond VOS (VOS) Het Verbond der Vlaamse Oud-Strijders (VOS), opgericht in 1919, was een flamingantische vereniging voor oud-strijders van de Eerste Wereldoorlog, die in de loop van het interbellum tot ee... Lees meer (VOS), dat ook oud-soldaten incorporeerde en zich profileerde als een van de voornaamste flamingantische drukkingsgroepen, toonde zich kritisch tegenover de Belgische buitenlandse politiek en de taaltoestanden in de strijdkrachten. Binnen deze vereniging waren Vlaamsgezindheid en antimilitarisme nauw met elkaar verbonden. Dit antimilitarisme werd aangevuurd door het gruwelpacifisme dat in die kringen werd gecultiveerd: de voorbije wereldoorlog was een onzinnige en afschuwelijke krachtmeting, waarvan Jan met de pet het slachtoffer was geworden: de gewone soldaten in de loopgraven en de burgers thuis betaalden zwaar in bloed en geld. De oorlog werd voorgesteld als een samenzwering van kapitalisten, van ouderwetse en volksvreemde aristocraten en officieren en natuurlijk van politici en journalisten die er politiek brood in zagen om de volkeren tegen elkaar op te zetten. Daarom werd ook de vredesregeling van Versailles verworpen. Voor de Vlaamse oud-strijders stond het bovendien vast dat dit soort figuren correspondeerde met het verafschuwde archetype van de franskiljon Franskiljon 'Franskiljon' is in het traditionele flamingantische discours de benaming van een voorstander en bevorderaar van de verfransing in Vlaanderen. Het begrip kenmerkt iemand die overtuigd is ... Lees meer . De taalstrijd verdiepte op die manier de afkeer van de oorlog en zijn vermeende aanstichters.
De Vlaamse oud-strijders verwierpen het omvangrijke staande leger, dat al te gemakkelijk kon worden gebruikt voor agressie tegen buurstaten of voor een gewapend optreden tegen de eigen bevolking. Bovendien wilden ze de macht van het professionele officierenkorps terugdringen. Er werd door hen fel geageerd tegen de wapenhandel en tegen de Belgische bewapeningsinspanningen. Daarnaast moesten de Vlaamse soldaten gevrijwaard blijven van ideologische en taalkundige besmetting door francofonen. Het VOS ijverde daarom voor een korte diensttijd, die voornamelijk besteed werd aan opleiding, en voor een gewestelijke indeling, omkaderd door reserveofficieren uit de eigen streek. De organisatie en bewapening moesten zo zijn dat het leger slechts kon dienen om het grondgebied te verdedigen, niet voor offensieve operaties buiten de grenzen.
Naarmate de Vlaams-nationalisten zich in de loop van de jaren 1920 steeds verder afkeerden van België en de parlementaire democratie, nam het wantrouwen tegenover de strijdkrachten en de Belgische buitenlandse politiek toe. Zelfs het principe van landsverdediging op zich werd vanaf 1928 voor het VOS een verdachte zaak. Ook internationale organisaties zoals de Volkenbond kregen geen krediet meer. Was het compromisloze pacifisme als een soort verdieping van het van oudsher aanwezige antimilitarisme dan de nationalistische vleugel van de Vlaamse beweging gaan overheersen?
Toen vanaf 1928 de eerste dienstweigeraars optraden, deed zich een stroomversnelling voor. Lode Bonten
Bonten, Lode Lode Bonten (1906-1975) wordt beschouwd als de eerste dienstweigeraar vanwege Vlaamsgezinde motieven. In de jaren 1930 engageerde hij zich in het VNV en tijdens de Tweede Wereldoorlog sta... Lees meer , Joris de Leeuw
De Leeuw, Joris De Vlaamsgezinde socialist Joris de Leeuw (1909-2001) werd vooral bekend om zijn weigering Franstalige bevelen op te volgen tijdens zijn legerdienst. Zijn proces en veroordeling tot een g... Lees meer , Lode van Dyck
Van Dyck, Lode (1911-1977) Lees meer en anderen weigerden Franstalige bevelen op te volgen en hadden dus een louter flamingantische bekommernis. De emoties en de agitatie die hun acties opwekten, zorgden voor een aanzwellende golf van dienstweigering. Een van hun navolgers, Berten Fermont
Fermont, Berten Berten Fermont (1911-1933) was een student ingenieurswetenschappen die bekendheid verwierf door zijn dienstweigering om overwegend anti-Belgische redenen. Na zijn dood werd hij een martel... Lees meer , overleed tijdens zijn verblijf in de gevangenis. Vooral na de dood van Fermont kreeg het pacifisme een prominentere plaats in de argumenten van de Vlaamsgezinden tegen het Belgische leger, in die mate zelfs dat het de flamingantische beweegredenen enigszins verdrong. In totaal weigerden 32 mannen dienst.
Ondertussen was de ontvankelijkheid voor pacifistische invloeden vanuit het buitenland sterk gegroeid. Dit stimuleerde in 1931 de oprichting van organisaties zoals de Vlaamsche Jongeren Vredes-Aktie
Vlaamsche Jongeren Vredes-Aktie (VJVA) Lees meer en een afsplitsing daarvan: de Katholieke Jongeren Vredes-Aktie Katholieke Jongeren Vredesactie (KJVA) Lees meer , die de Brugse benedictijnenabt Modest (Alfons) van Assche
Van Assche, Alfons Alfons van Assche (1891-1945) was als dom Modest abt van de Sint-Pietersabdij van Steenbrugge. Hij was tijdens het interbellum geestelijk leider van de Katholieke Jongeren Vredesactie. Hi... Lees meer als geestelijke raadsman kreeg.
Het VOS, getrouw aan de anti-Franse traditie in de Vlaamse beweging, zette de schouders onder een krachtige agitatie die elke militaire alliantie met Frankrijk afwees met het oog op een terugkeer naar het neutralisme van vóór 1914. Tegelijkertijd kreeg het Belgische leger heel wat pacifistische kritiek te verduren. Het VOS stelde voor de nationale strijdmacht te reduceren tot een min of meer civiele organisatie die een landsverdediging met niet-militaire middelen moest voorbereiden. Het VOS kon daarbij de invloedrijke IJzerbedevaarten
IJzerbedevaarten De IJzerbedevaart is een jaarlijkse herdenking van de Vlaamse gesneuvelden tijdens de Eerste Wereldoorlog, die ontstond omstreeks 1920. Dit voor de Vlaamse beweging erg symbolische gebeur... Lees meer , met figuren als Frans Daels
Daels, Frans Frans Daels (1882-1974) vormde de spil van de Vlaamsgezinde organisaties aan het IJzerfront en groeide in het interbellum als voorzitter van het IJzerbedevaartcomité en voorvechter van N... Lees meer en Filip de Pillecyn
De Pillecyn, Filip Filip de Pillecyn (1891-1962) was schrijver en journalist voor onder meer De Standaard en het satirische, pluralistische blad Pallieter. Hij speelde een leidende rol in de Frontbeweging e... Lees meer , als kanaal gebruiken. Dat dit pleidooi tevens paste in een anti-Belgisch discours is een feit. Indien deze radicale Vlaamsgezinden erin zouden slagen om de Belgische staat opnieuw een neutraal statuut op te leggen en de gevechtswaarde van de strijdkrachten sterk terug te schroeven, zouden ze daarmee, gewild of ongewild, het groeiende revanchisme in Duitsland in de kaart spelen.
Niet alleen de antimilitaristische en pacifistische traditie werkten door op de Vlaamse beweging. Er was ook de invloed van het activisme, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog geweld en dwang als machtsmiddelen had aanvaard en bij de Duitse bezetter zelfs op de concrete toepassing ervan had aangedrongen. Kopstukken zoals August Borms
Borms, August August Borms (1878-1946) speelde een prominente rol in de activistische collaboratie tijdens de Eerste Wereldoorlog en groeide nadien uit tot hét symbool van de amnestiebeweging, die een ... Lees meer en Leo Meert(-de Mullewie)
Meert, Leo Leo Meert (1880-1963) richtte in 1913 mee het Vlaamsch Handelsverbond op. Hij speelde een prominente rol in het activisme. Ook na de Eerste Wereldoorlog bleef hij betrokken bij de Vlaamse... Lees meer , hadden ervoor gepleit om tegenstanders – ook flaminganten – gevangen te zetten en te deporteren. Deze maatregelen waren niet enkel als straf bedoeld, het nemen van gijzelaars diende ook om de Belgische en Vlaamse bevolking te intimideren die het activisme immers vijandig gezind was. Met knuppels gewapende knokploegen, een eigen Vlaamse rijkswacht en een geheime dienst – weliswaar onder Duitse supervisie – moesten de activisten de dwangmiddelen verschaffen om hun heerschappij in Vlaanderen te vestigen. Dat kon alleen met de methodes van een politiestaat. De activisten waren dan wel bereid dwang te gebruiken om hun plannen te realiseren, tot een ideologische onderbouwing daarvan kwamen ze nauwelijks. Dat was wel het geval bij Cyriel Verschaeve
Verschaeve, Cyriel Cyriel Verschaeve (1874-1949) was een West-Vlaamse priester, literair auteur, kunstbeschouwer en publicist, die bekend werd als icoon van de Frontbeweging en het opkomende Vlaams-national... Lees meer die aan de andere kant van de IJzer tot de conclusie kwam dat de Vlaamse zaak nood had aan een regeneratief bloedoffer. De dood van de Vlaamse soldaten aan de IJzer moest een richtsnoer gaan vormen voor het Vlaams-nationalisme, een voorbeeld van offervaardigheid dat de verleiding van slap reformisme de kop moest indrukken.
Toen het na de zomer van 1918 duidelijk werd dat de Duitsers zich moesten terugtrekken, hoopten de leidende activisten op de geradicaliseerde soldaten van de Frontbeweging om, met dreiging van geweld, institutionele hervormingen door te drukken. Deze activistische optie stond ver verwijderd van het principiële pacifisme en het antimilitarisme en viel op een koude steen bij de Vlaamsgezinde soldaten. Zij werd in de naoorlogse tijd verder gepropageerd door een aantal bladen (zoals Vlaanderen
Vlaanderen (1922-1933) Vlaanderen was een radicaal Vlaams-nationalistisch weekblad dat verscheen tussen 1922 en 1933. Het stond voor het grootste deel onder leiding van Robrecht de Smet en Josué de Decker. Het ... Lees meer (1922-1933) en personen (zoals Robrecht de Smet De Smet, Robrecht Robrecht de Smet (1875-1937) was een West-Vlaamse priester en kapelaan. Hij evolueerde in radicale anti-Belgische en autoritaire richting en was betrokken bij het Verbond van Vlaamsche Na... Lees meer ) Deze stroming plaatste vraagtekens bij de draagwijdte van het flamingantische antimilitarisme, dat slechts een wapen mocht zijn tegen de Belgische staat en afgewezen werd wanneer het de eigen Vlaams-nationalistische machtsopbouw belemmerde.
Deze Vlaams-nationalisten van anti-Belgische strekking opteerden dus voor de ontwikkeling van een eigen Vlaams militarisme, dat zich uitte in georganiseerde knokploegen en partijmilities. Deze keuze werd mede gemotiveerd door een antidemocratische ideologie en gevoed door het Italiaanse en Duitse voorbeeld. In die landen was duidelijk aangetoond dat straatgeweld en intimidatie een valabele weg waren naar het veroveren en behouden van de politieke macht. In het spoor van Verschaeves regeneratieve bloedretoriek groeide ook binnen het Vlaams-nationalisme de ideologische legitimering van geweld als politiek actiemiddel. De flamingantische antimilitaristen en pacifisten betreurden deze ontwikkeling en ze verzetten zich jarenlang verbeten tegen deze sluipende militarisering en fascisering van de anti-Belgische beweging. In de jaren 1930 verloren ze echter zienderogen terrein. Bovendien sloten vele flaminganten uiteindelijk de ogen voor het militarisme in eigen kring en ze richtten hun agitatie uitsluitend tegen de Belgische regering en tegen de geallieerden van de Eerste Wereldoorlog. Dat betekende in de praktijk een steun aan de militaire opkomst van het nationaalsocialistische Duitsland, dat zeker vanaf 1936 openlijk de ontwapeningsbepalingen van Versailles aan zijn laars lapte en het Europese diplomatieke veiligheidssysteem op de helling zette. Voor de overtuigde antimilitaristen en pacifisten in de Vlaamse beweging was dit een verontrustende ontwikkeling. Adolf Hitler en Benito Mussolini hadden allebei de pacifisten en antimilitaristen in hun land monddood gemaakt. De Duitse pacifisten die tijdens hun vlucht in België passeerden, waarschuwden dat een dergelijk scenario zich ook in Vlaanderen kon voordoen.
De Tweede Wereldoorlog
Na de Duitse inval werd de pacifistische stroming verplicht zich koest te houden. Nu de Duitsers opnieuw de lakens uitdeelden op het Belgische grondgebied en konden rekenen op de militaire en politieke collaboratie
Collaboratie Collaboratie verwijst naar de samenwerking met de bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog, in casu van het Vlaams-nationalisme en een deel van de Vlaamse beweging. Lees meer van de Vlaams-nationalisten, golden flamingantisch antimilitarisme en pacifisme immers als ‘volksvijandig’ en waren deze standpunten dus verboden.
Een deel van de antimilitaristen en pacifisten die in de jaren voordien geageerd hadden tegen het Belgische leger stapte in de collaboratie, waarbij het Verbond der Vlaamse Oud-Strijders (VOS) de voorhoederol op zich nam. In de vroege jaren 1930 had het VOS nog zeer scherpe kritiek geformuleerd op de gewelddadige en militaristische aspecten van het nationaalsocialistische Duitsland. De organisatie werd evenwel geïnfiltreerd door overtuigde aanhangers van het Vlaamsch Nationaal Verbond
Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) Het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) (1933-1945) was een rechts-radicale Vlaams-nationalistische partij die tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde met de Duitse nationaalsocialistis... Lees meer (VNV) die het antimilitarisme en de agitatie tegen Frankrijk bevorderden om zo de Belgische staat en de francofonie te verzwakken en de strategische positie van nazi-Duitsland te versterken. Naar het einde van de jaren 1930 werd het parlementaire regime in de antimilitaristische publicaties hoe langer hoe meer voorgesteld als een oorlogsbevorderend politiek systeem. De band met de democratie werd daardoor verder verzwakt.
Ook na mei 1940 werden de Vlaamse oud-strijders een verlengstuk van de VNV-collaboratie. Het VOS begon te werven voor de Vlaamsche Wacht
Vlaamsche Wacht De Vlaamsche Wacht (1941-1944) was een collaborerende paramilitaire formatie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze werd ingezet in België als hulptroep van het bezettingsleger. Lees meer , een militaire formatie die onder Duits bevel installaties van militair belang zou beschermen tegen sabotage. In het nastreven van zoveel mogelijk macht onder de Duitse vleugels, waren pacifisme en antimilitarisme, volstrekt onproductieve overtuigingen en zij werden dus zonder omhaal overboord geworpen. De Vlaamse oud-strijders stapten onder meer in de militaire collaboratie omdat het de mogelijkheid bood om een jonge generatie aan zich te binden door hen, via de Vlaamsche Wacht, een baan te bieden en zich in één moeite door een gewapend instrument ten dienste van de Vlaamse collaboratie te verschaffen.
De IJzerbedevaarten werden, onder leiding van Frans Daels, eveneens een element in de propaganda van de Vlaams-nationalistische collaboratie en de ideologische keuze voor het nationaalsocialisme. Net zoals bij VOS bleef een deel van de oude retoriek in gebruik: dit engagement werd voorgesteld als een noodzakelijk vervolg van de strijd tegen het verdrag van Versailles, tegen het westers munitiekapitaal en de bewapening. Onder leiding van Adolf Hitler en Duitsland zou een nieuwe maatschappijordening worden doorgevoerd die eindelijk sociale rechtvaardigheid, volksnationale samenhorigheid en internationale vrede zou garanderen.
Er werd slechts gecollaboreerd door een, zij het aanzienlijke, minderheid. Omdat precies de meest notoire antimilitaristen de collaboratie instapten en een deelname aan de oorlog van Vlaamse soldaten aan de zijde van Duitsland bepleitten, werden het vooroorlogse antimilitarisme en pacifisme ernstig gecompromitteerd in de ogen van de bevolking. Zeker toen alsmaar duidelijker werd dat het nationaalsocialistische regime verantwoordelijkheid droeg voor grootschalige misdaden. De periode na 1945 was, in tegenstelling met die van na 1918, helemaal niet bevorderlijk voor het herleven van het pacifisme en het antimilitarisme. Het ‘dat nooit meer!’ werd na 1945 in Vlaanderen niet pacifistisch ingevuld en verzoende integendeel een hele generatie met de strijdkrachten.
Er werden nog wel meer tradities verlaten. Het Belgisch neutralisme, dat sinds de 19de eeuw een stevige basis vormde voor de vredesbeweging, ging op de schop toen de Belgische regering en de bevolking opteerden voor de voortzetting van het westerse oorlogsbondgenootschap. België koos voor lidmaatschap van de West-Europese Unie (WEU) en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO). Deze militaire allianties werden bovendien uitgebreid door de intrede in de Europese economische en politieke samenwerkingsverbanden.
De naoorlogse Vlaamse beweging en de Koude Oorlog
Na de vernietiging van het nationaalsocialistische Duitsland laaide de tegenstelling tussen het communisme en de westerse democratie opnieuw hoog op. De heersende elite in het Westen had de neiging elke groep krediet te geven voor zover ze op het vlak van anticommunisme betrouwbaar genoeg was. Vele gewezen collaborateurs profiteerden hiervan en konden zich mede daardoor weer integreren in de Belgische samenleving. Zij begonnen opnieuw bepaalde propagandavoorstellingen uit de oorlogstijd te cultiveren. Aangezien de herlevende nationalistische strekking in de Vlaamse beweging overwegend werd gedragen door militanten die tijdens de oorlog nazi-Duitsland hadden gesteund, was er in deze kringen evenmin plaats voor pacifisme en antimilitarisme.
Vlaamsgezind Vlaanderen steunde de confrontatiepolitiek met de gevreesde Sovjet-Unie; de pacifistische en antimilitaristische tendensen in de Vlaamse beweging werden weggedrongen en verschoven in België bijgevolg grotendeels naar de Franstalige en uiterst linkse hoeken van het politieke landschap. Af en toe klonken in flamingantische middens wel bezwaren bij de omvangrijke bewapening die in Europa werd opgebouwd en bij de kernwapens in het bijzonder. Het ging daarbij echter slechts om sporadische uitingen van ongerustheid, die niet werden gedragen door een pacifistische beweging. Hetzelfde gold voor occasionele wrange opmerkingen over de aanwezigheid van Britse troepen in de Kempen, die volgens de commentatoren in kwestie te veel plaats in beslag namen.
Ondertussen werd het Belgisch leger opnieuw het onderwerp van de taalstrijd vanwege de Franstalige dominantie in het officierenkorps. Dat zou nog vele jaren zo blijven. In dat verband viel er af en toe wel eens een onvertogen woord over uitingen van sabelslijperij in de strijdkrachten. Van een herlevend antimilitarisme binnen de Vlaamse beweging was echter geen sprake.
In het buitenland werd er sinds het einde van de jaren 1940 krachtig geageerd tegen de kernwapens die sinds de bom op Hiroshima de militaire confrontatie tussen Oost en West beheersten. Deze activiteiten werden gedragen door de communistische partijen en hun mantelorganisaties, al waren er ook vele prominente pacifisten bij betrokken. In tegenstelling tot de jaren 1920 en 1930 bestonden er vrijwel geen contacten met de Vlaamse beweging. Deze agitatie werd in flamingantische kringen als schadelijk ervaren voor de westerse bewapeningsinspanning tegen het sovjetgevaar.
De collaborateurs werden in flamingantische kringen al na relatief korte tijd gerehabiliteerd. Het Vlaamse pacifisme en antimilitarisme die tijdens de bezetting waren geslachtofferd, werden veel langer uit de Vlaamse beweging geweerd. Deze stromingen zouden immers, indien ze werden getolereerd, enerzijds de weg kunnen openen voor communistische beïnvloeding en anderzijds kunnen aanzetten tot een kritische benadering van het collaboratieverleden en dat werd door heel wat Vlaamsgezinden niet gewenst. Binnen het Vlaams-nationalistische milieu ontstond integendeel een krachtige, martiaal getinte heldencultus rond de Vlaamse oostfronters
Oostfronters Het begrip oostfronters duidt in de context van de geschiedenis van de Vlaamse beweging op Vlamingen die als vrijwilliger aan de zijde van Duitsland vochten tegen het Sovjetrussische Rod... Lees meer . Bovendien vertoonde de Vlaamse Militanten Orde
Vlaamse Militanten Orde (VMO) De Vlaamse Militanten Orde was een Vlaams-nationale militantenorganisatie die werd opgericht in 1950, aanvankelijk ter ondersteuning van de Vlaams-nationale partijpolitiek. Lees meer (VMO) parallellen met een militie.
Opmerkelijk was dat er in Franstalig en vrijzinnig België ondertussen niet-communistische organisaties opkwamen die wél kritisch stonden tegenover het militarisme en het gebruik van geweld in de internationale betrekkingen. In de Vlaamse beweging bleef enkel het piepkleine Berten Fermont-Herdenkingscomité
Berten Fermont-herdenkingen Lees meer overeind. Dat was de voortzetting van de vooroorlogse Katholieke Jongeren Vredes-Aktie. De uitstraling was gering, maar het bleef vrijwel de enige ontmoetingsplaats waar Vlaamsgezindheid aan een door Gandhi geïnspireerd pacifisme kon worden gekoppeld. Er was dus toch iets overgebleven van de pacifistische strekking uit de jaren 1930.
Aansluiting bij nieuwe sociale bewegingen
Vanaf het einde van de jaren 1950 veranderde het politieke landschap in België. De afloop van de schoolstrijd milderde de tegenstellingen tussen katholiek en vrijzinnig. Het economische
Economie Dit artikel gaat over de relatie tussen economie en Vlaamse beweging. Daarmee beoogt deze tekst geen economische geschiedenis te schetsen van wat we vandaag Vlaanderen noemen. Integendee... Lees meer zwaartepunt verlegde zich steeds meer naar Vlaanderen. Door de groeiende Europese samenwerking en het Noord-Atlantisch bondgenootschap bevond België zich in een stabiele veiligheidspositie. Die comfortabele positie betekende een sterke stimulans voor het federaliseringsdebat. Bovendien toonden de sovjets zich ten opzichte van West-Europa lang niet meer zo agressief en ontoegankelijk en kon er gesproken worden van een zekere ontspanning.
Een nieuwe generatie met een hogere scholingsgraad trad toe tot de Vlaamse beweging en gaf de beweging sterke impulsen. De flaminganten van deze nieuwe golf zagen hun inzet niet meer als een versterking van het katholieke karakter van Vlaanderen en vertoonden een zekere openheid naar vrijzinnigen uit kringen rond de liberale en de socialistische partij. Deze numerieke aangroei drong de uiterst-rechts georiënteerden, die vasthielden aan het ideeëngoed dat de collaboratie had gedomineerd, naar de achtergrond. Daardoor kwam er inhoudelijk ruimte vrij binnen de Vlaamse beweging.
Rond het einde van de jaren 1950 kwamen de kernwapens opnieuw in de actualiteit door de anti-atoommarsen. In Vlaanderen kenden deze uit Groot-Brittannië overgewaaide acties weinig populariteit, voornamelijk omdat ze door linkse Franstaligen werden gepropageerd. Laatstgenoemden hadden zich gegroepeerd in de Belgische Unie voor de Verdediging van de Vrede (BUVV). Na 1962 werd de vraagstelling rond de aanwezigheid van kernwapens opnieuw sterk gestimuleerd. De Cubaanse rakettencrisis had aangetoond hoe gevaarlijk die wapens wel waren en er werd gevreesd dat zelfs een relatief klein incident op heel korte termijn vernietigende gevolgen kon hebben op wereldschaal.
Binnen de BUVV groeide het besef dat er ook in Vlaanderen in toenemende mate vragen werden gesteld bij de westerse veiligheidspolitiek. De Unie organiseerde daarom in de loop van 1963 een ‘Vlaams gesprek over de vrede’, dat groepen en mensen die tot dusver afzijdig waren gebleven tot actie wou aanzetten. De leidende figuren van de BUVV begrepen dat een dergelijk initiatief alleen kon slagen indien voor een samenwerkingsverband met een exclusief 'Vlaams' karakter werd geopteerd.
De communistische en Franstalige drukkingsgroepen die zich met de bewapeningswedloop bezighielden, beriepen zich onder meer op het verzet
Verzet Het georganiseerde verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Vlaamse provincies was doorgaans altijd Belgisch verzet: zowel op het vlak van de ideologische oriëntatie, de motieven en he... Lees meer tijdens de Tweede Wereldoorlog; zij toonden en voelden zich dus uitgesproken 'Belgisch'. Dat gold ook voor de 8 Mei-beweging die zich, in de loop van 1962, ontwikkelde onder impuls van organisaties uit de socialistische en katholieke arbeidersbeweging. Deze beweging gebruikte de datum van de overgave van Duitsland als aangrijpingspunt om het publiek te wijzen op de gevaren van de bewapening en het militarisme.
Dat maakte laatstgenoemde strekkingen weinig aantrekkelijk in de kringen van de Vlaamse beweging, aangezien het gros van de Vlaamsgezinden er een heel ander beeld van de voorbije wereldoorlog op na hield. Toch werd ook in flamingantische middens gezocht naar historische voorbeelden die een kritischere houding tegenover de kernbewapening konden legitimeren. Een en ander leidde tot een mythische beeldvorming over de Frontbeweging, waarbij de jonge Vlaamsgezinde elite de volksmensen had ontmoet en de Vlaamse beweging een sociale beweging was geworden. Daarnaast werden Het Vlaamsche Front en de IJzerbedevaarten van de jaren 1920 met hun ‘ Nooit meer Oorlog Nooit meer oorlog ‘Nooit meer oorlog’ is een leuze die bij de voltooiing van de IJzertoren in 1931 op de voet van het monument werd aangebracht. De spreuk was gangbaar in de hele Europese vredesbeweging v... Lees meer ’-parool en hun internationalistische uitingen gepropageerd als richtinggevende voorbeelden. Tijdens de IJzerbedevaarten werd zo vanaf het einde van de jaren 1950 sporadisch opnieuw de ‘Nooit meer Oorlog’-idee uitgedragen. Voor het overige beperkte de kritiek vanuit de Vlaamse beweging op de Belgische strijdkrachten zich tot de benadeling van Nederlandstaligen in het hogere kader.
Nochtans zou de Vlaamse beweging volop profiteren van de vernieuwingstendensen van de jaren 1960, die weerklank vonden in de Vlaamse Volksbeweging
Vlaamse Volksbeweging (VVB) De Vlaamse Volksbeweging (VVB) was een Vlaams-nationalistische drukkingsgroep, die werd opgericht in 1956 en tot het begin van de jaren 1970 een breder publiek mobiliseerde voor Vlaamsge... Lees meer en vooral in de Volksunie
Volksunie (VU) Tussen 1954 en 2001 bepaalde de Volksunie (VU) als Vlaams-nationalistische partij mee de politieke evolutie in België, van unitaire staat tot federaal koninkrijk. Ze groeide uit tot de tw... Lees meer (VU). De VU begon rond die tijd haar electorale opmars en werd vanaf de verkiezingen Verkiezingen Lees meer van 1965 een politieke machtsfactor. De partij stelde zich programmatorisch uitdrukkelijk open voor nieuwe bekommernissen zoals de Derde Wereld, de natuurbescherming
Natuur, milieu en landschap Tot de Tweede Wereldoorlog bestond er een band tussen de Vlaamse beweging en de natuurverenigingen in Vlaanderen. Een gevoeligheid en zorgzaamheid voor het landschap en de schoonheid van... Lees meer , de milieuzorg en ook het pacifisme en antimilitarisme. Het militaire ingrijpen van supermachten en de hardhandige onderdrukking van allerhande nationale ontvoogdingsbewegingen werd scherp aangeklaagd. Zo werd de Spaanse Spanje De 19de-eeuwse Vlaamse beweging cultiveerde een overwegend negatief beeld van Spanje als vreemde overheerser tijdens de 16de eeuw. In de loop van de 20ste eeuw ontstond daarnaast een acti... Lees meer dictator Franco bekritiseerd omdat hij de Basken en de Catalanen elke vorm van zelfbeschikkingsrecht ontzegde. De VU kon zo vele dragers van politieke vernieuwing in de jaren 1960 aantrekken. Dat verschijnsel zette zich gedeeltelijk ook door in de zogenaamde niet-partijpolitieke Vlaamse beweging, die zich opnieuw actief inzette op de terreinen die eerder uitsluitend door de niet-flamingantische vredesbeweging werden bewerkt.
De communautarisering van de kritiek op het veiligheidsbeleid
De commotie die begin 1973 volgde op de hervormingsplannen van minister van landsverdediging Paul vanden Boeynants
Vanden Boeynants, Paul De rechts-conservatieve christendemocraat Paul vanden Boeynants (1919-2001) werd twee keer premier, in 1966-1968 en in 1978-1979. Tegelijk drukte hij zijn stempel op het bestuur van de st... Lees meer toonde aan dat Vlaanderen niet langer afzijdig bleef in het debat over het veiligheidsbeleid. De minister wenste een klein slagvaardig en technisch hoogwaardig beroepsleger voor de gevechtszone in Duitsland, gesteund door een achterhoede van dienstplichtigen die vooral de binnenlandse veiligheid zou verzekeren. Daarbij zou de mogelijkheid van uitstel van legerdienst tot na de studies worden afgeschaft. Deze voorgenomen hervorming zorgde voor een massale betogingsgolf van de studenten, gesteund door heel wat flamingantische organisaties, met als gevolg dat de minister van zijn plannen moest afzien. Vanaf dan toonde de Vlaamse publieke opinie een grote gevoeligheid voor al wat het departement van landsverdediging betrof. Aan de kant van de militairen werd de protestgolf geïnterpreteerd als een herleving van het oude antimilitarisme in Vlaanderen. Het versterkte in elk geval binnen de Vlaamse beweging het beeld van het leger als een te verafschuwen instelling, maar het betekende niet dat de flaminganten de gangmakers van deze oppositiebeweging werden of dat zij de enigen waren die zich achter deze strijdpunten schaarden. Wél was het zo dat de Vlaamsgezinden er politiek gezien het meeste profijt uit leken te halen. Daarbij deed zich een omgekeerde beweging voor in vergelijking met de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog, toen vooral Franstaligen bedrijvig waren op het terrein van bewapening en veiligheidspolitiek. Nu namen de Vlamingen het voortouw. Het effect bleef ondertussen hetzelfde, namelijk het uit elkaar groeien van de mentaliteit in Noord en Zuid. Het droeg bij tot de verdere Vlaamse en Waalse natievorming en de uitholling van de verknochtheid aan de Belgische staat.
In de winter 1974-1975 kwam er een nieuwe protestgolf, ditmaal tegen de vervanging van de starfighter-gevechtsvliegtuigen van de luchtmacht. Aan het nieuwe contract hing een prijskaartje van 30 miljard. De agitatie werd bekend onder de slogan ‘Neen aan de 30 miljard!’. De Volksunie en de bij deze partij aanleunende organisaties waren daarbij nadrukkelijk aanwezig. Ook tegen de Belgische wapenhandel rees protest. In 1968 werd er in Nigeria een bloedige burgeroorlog uitgevochten waarbij het afgescheurde Ibo-land Biafra, de duimen moest leggen. In Vlaamsgezinde rangen ging alle sympathie naar Biafra. België beweerde dat het aan geen van deze partijen wapens leverde, maar het neerstorten van een SABENA-vrachttoestel nabij de Nigeriaanse hoofdstad Lagos bewees het tegendeel. Vanaf dan zou een groep Derde Wereld-militanten, aangevuld door uiterst linkse groeperingen, stelselmatig kritiek leveren op de Belgische wapentransporten naar conflictgebieden. Het waren stuk voor stuk Vlaamse organisaties die op 9 februari 1977 hun krachten bundelden in het Actiecomité Neen aan de Wapenhandel – Omschakeling Wapenindustrie. Dit brede samenwerkingsverband concentreerde zich op de wapenhandel met de Derde Wereld en probeerde de Belgische wapenindustrie te elimineren door concrete plannen te lanceren voor en omschakeling naar civiele productie. Op politiek vlak kreeg ook deze beweging vooral steun van VU-parlementsleden.
In deze sector van Nieuwe Sociale Bewegingen werd overigens zo goed als niets meer op Belgisch niveau georganiseerd. Opmerkelijk was dat organisaties die in het bevorderen van de Vlaamse natieopbouw hun hoofdbezigheid zagen, vrijwel geheel ontbraken. De verwevenheid met de niet-partijpolitieke Vlaamse beweging was veel geringer dan in de jaren 1930. Er bestond slechts een vrij losse band tussen de nieuwe golf van pacifisme en antimilitarisme en de Vlaamse beweging. Enkel vanuit de VU en de Volksuniejongeren
Volksuniejongeren (VUJO) Lees meer kwam er actieve steun. In deze kring situeerde zich ook de Vlaamsgezinde Aalsterse geneesheer Jef de Loof, de drijvende kracht achter de Medici tegen Atoomwapens. Het IJzerbedevaartcomité en het Verbond der Vlaamse Oud-strijders betuigden officieel hun steun, die echter intern zwaar werd gecontesteerd, waardoor deze spelers organisatorisch buiten de samenwerkingsverbanden bleven. Belangrijke groepen binnen deze Nieuwe Sociale Bewegingen wensten overigens helemaal geen toenadering tot de Vlaamse beweging en omgekeerd stelde ook de niet-partijpolitieke Vlaamse beweging zich terughoudend op. Het opkomende Vlaams Blok
Vlaams Blok / Vlaams Belang (VB) Vlaams Belang is een radicaal-rechtse Vlaams-nationalistische partij, die in 1978 ontstond onder de naam ‘Vlaams Blok’, als verkiezingskartel van de Vlaamse Volkspartij en de Vlaams Natio... Lees meer zag in deze ontwapeningsinitiatieven de hand van Moskou en pleitte voor weerbaarheid tegen het communistische gevaar. De partij was gekant tegen het Belgische leger op nationalistische, maar niet op antimilitaristische, laat staan pacifistische gronden: het onafhankelijke Vlaanderen diende zijn eigen leger te krijgen, een positie die het Vlaams Belang later zou aanhouden.
De wapenhandel mocht dan wel vooral zichtbaar zijn op de kaaien van de Vlaamse havens, de wapenproductie was voornamelijk een Waalse en Brusselse aangelegenheid was. Het pacifistische strijdpunt werd dan ook gemakkelijk ingezet als een argument in het communautaire debat, dat de tweespalt tussen Franstaligen en Vlamingen kon vergroten. De agitatie in de Vlaamse beweging tegen de wapenproductie werd slechts gedeeltelijk gemotiveerd door pacifistische overwegingen. Dit bleek uit de grote zorg die besteed werd aan het uitbreiden van de wapenindustrie op Vlaamse bodem via de compensatieregeling. De Flemish Aerospace Group Flemish Aerospace Group (FLAG) Lees meer (FLAG) profileerde zich als een drukkingsgroep die zoveel mogelijk overheidsgeld naar Vlaamse bedrijven moest trekken. Ook dit streven werd voorgesteld als onderdeel van de Vlaamse beweging en kon op sympathie rekenen in de eerder conservatieve Vlaamsgezinde kringen, waar de affiniteit met het Vlaams Economisch Verbond
Vlaams Economisch Verbond (VEV) Het Vlaams Economisch Verbond (VEV) is een Vlaamsgezinde belangengroep en patronale organisatie, die werd opgericht in 1926. Tijdens het interbellum zette het VEV zich in voor algemeen ec... Lees meer groot en die met de Nieuwe Sociale Bewegingen gering was. FLAG-woordvoerder en oud-luchtmachtkolonel Herman Candries
Candries, Herman Herman Candries (1932-2025) was kolonel-vliegenier, voorzitter van KV Mechelen, volksvertegenwoordiger, lid van de Vlaamse Raad en gemeenteraadslid in Mechelen. Lees meer werd trouwens door de VU als verruimingskandidaat binnengehaald.
De grote betogingen in de loop van de eerste helft van de jaren 1980 tegen de plaatsing van nieuwe kernwapens op Europees grondgebied – waaronder België – toonden aan dat die problematiek vooral in Vlaanderen mobiliserend werkte. Die grotere betrokkenheid van Vlaanderen manifesteerde zich nog nadrukkelijker in de agitatie tegen de wapenhandel, die uitstekend paste in het Vlaams-nationalistische streven om de Belgische staat te discrediteren als immoreel en te ondergraven door de Waalse steun aan de wapenhandelaars aan te klagen. Langs Franstalige kant werd die agitatie beschouwd als een poging om het zo al sterk verzwakte industriële weefsel verder te ondergraven door de uitvoer van de Waalse wapenbedrijven sterk te beknotten. Deze tegenstelling veroorzaakte in 1991 een regeringscrisis, die het startschot vormde van de regionalisering van het exportbeleid aangaande wapens. Als gevolg daarvan zag in 2004 het Vlaams Vredesinstituut het licht dat de Vlaamse overheid onder meer moest adviseren inzake de wapenhandel.
Het einde van het Vlaamsgezinde pacifisme
De profilering van de Volksunie op het vredesthema had sterk bijgedragen tot de regionalisering van het beleid betreffende de wapenuitvoer. De ondergang van die partij luidde echter het einde van een uitgesproken Vlaamsgezind pacifisme in, ook al lieten een aantal voormalige VU-kopstukken als Bert Anciaux
Anciaux, Bert Bert Anciaux (1959) is advocaat en doctor in de Pedagogie. Hij stapte al vroeg in de politiek. Voor de Volksunie was hij zes jaar voorzitter en twee jaar voor VU&ID. Hij was schepen i... Lees meer en Patrik Vankrunkelsven zich nog een tijd lang opmerken bij protesten tegen de aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens in Kleine Brogel. De Nieuw-Vlaamse Alliantie
Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) De N-VA is op electoraal vlak de meest succesvolle Vlaams-nationalistische partij ooit en slaagde er ook in om de grootste Belgische partij te worden. Ze zit bijna 20 jaar in de Vlaamse R... Lees meer (N-VA) evolueerde al snel in heel andere richting. De partij wierp zich op als een pleitbezorger van hogere militaire uitgaven en van de NAVO. Zelfs de traditionele nationalistische afkeer van het Belgische leger liet de partij varen: anders dan voor het Vlaams Belang diende het leger voor de N-VA niet gesplitst te worden en Steven Vandeput was van 2014 tot 2018 de eerste Vlaams-nationalistische minister van Defensie in de Belgische geschiedenis. Dat Vandeput de masteropleidingen aan de Koninklijke Militaire School en de naam van het Koninklijk Legermuseum verengelste, illustreert evenzeer de afstand die de N-VA nam van het traditionele nationalistische vertoog over het leger. Binnen de bredere Vlaamse beweging bleef het IJzerbedevaartcomité als laatste vasthouden aan de vredesboodschap. Om de afnemende relevantie van de IJzerbedevaarten als nationalistische manifestatie te compenseren, werd het vredesthema een tijdlang nadrukkelijker in de verf gezet, onder andere door de organisatie van de Ten Vredeconcerten, maar de wervende kracht daarvan bleef uiteindelijk beperkt.
De Vlaamse instellingen zouden de verbinding Vlaanderen-vrede nog wel gebruiken voor natievormende doeleinden. In 2011 herdoopte het Vlaamse Parlement
Vlaams Parlement Het Vlaams Parlement is de parlementaire vergadering van de Vlaamse deelstaat in het federale België. Zijn geschiedenis kent drie grote fasen: de periode van de Cultuurraad voor de Neder... Lees meer de IJzertoren
IJzertoren De IJzertoren is een Vlaamsgezind monument in Diksmuide, dat in 1928-1930 werd opgericht als eerbetoon aan de Vlaamse soldaten die sneuvelden aan het IJzerfront tijdens de Eerste Wereldoo... Lees meer tot Memoriaal van de Vlaamse Ontvoogding en Vrede. Naar aanleiding van het eeuwfeest van de Eerste Wereldoorlog tuigde de Vlaamse Regering
Vlaamse Regering De Vlaamse regering is de uitvoerende macht van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest, geïnstalleerd na de staatshervorming van 1980 en aanvankelijk aangeduid met de term 'executie... Lees meer een ambitieus herdenkingsprogramma op dat Vlaanderen ‘internationale zichtbaarheid’ moest schenken en ‘duurzaam’ diende te verbinden met ‘het vredesthema’, en dit onafhankelijk van het federale niveau. Met dat doel voor ogen werd ook een International Declaration on Flanders Fields beoogd, een verklaring over vrede en verzoening in 2015 te ondertekenen door 50 landen waarvan soldaten aan de IJzer gevochten hadden. Bevreesd zich te mengen in interne Belgische aangelegenheden, hielden die landen echter de boot af. In het natieopbouwende programma van de volgende Vlaamse regeringen was nauwelijks sprake meer van het vredesthema, wellicht omdat de leidende politieke formatie, de N-VA, intussen voor een militaristische koers gekozen had. Die koers wordt sinds de vorming van de federale regering De Wever
De Wever, Bart Bart de Wever (1970) is een Vlaams-nationalistisch politicus. Hij is sinds 2004 voorzitter van de N-VA, die onder zijn voorzitterschap de grootste partij van België werd. Sinds 2013 is hi... Lees meer I geïncarneerd door Theo Francken, de tweede Vlaams-nationalistische minister van Defensie
Literatuur
— A.L. Faingnaert, Verraad of zelfverdediging?, 1933.
— F. Lehouck, Het antimilitarisme in België 1830-1914, 1958.
— L. Wils, Het ontstaan van de Meetingpartij te Antwerpen en haar invloed op de Belgische politiek, 1963.
— H.J. Elias, 25 jaar Vlaamse Beweging 1914-1939, 1969, 4 dln.
— A. Willemsen, Het Vlaams-nationalisme. De geschiedenis van de jaren 1914-1940, 19692.
— G. Provoost, Vlaanderen en het militair-politieke beleid in België tussen de twee wereldoorlogen. Het Frans-Belgisch militair akkoord van 1920, 2 dln., 1976-1977.
— N. Lubelski-Bernard, Les mouvements et les idéologies pacifistes en Belgique 1830-1914, ULB, onuitgegeven doctoraatsverhandeling, 1977.
— G. Provoost, De Vossen. 60 jaar Verbond van Vlaamse Oudstrijders (1919-1979), 1979.
— R. Vanlandschoot, Michiel Vandekerkchove. Leven en werk, 1980.
— E. van den Begin, De vredesbeweging in Vlaanderen, 1983.
— Daels: weerbaarheid. Landsverdediging met niet-militaire middelen, 1983.
— M. Lamot, Voorgeschiedenis en ontstaan van pacifistische bewegingen in Vlaanderen (1919-1931), KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1984.
— Het Belgisch rakettendossier 1979-1984, 1985.
— L. de Vos, Het effectief van de Belgische krijgsmacht en de Militiewetgeving, 1830-1914, 1985.
— A. Smits, Dom Modest Van Assche. Kersten en Vlaming, 1986.
— A.E. Eyckerman, De Vlaamse dienstweigeraars tussen de twee wereldoorlogen, in: Vlaams Archief: Jaarboek Vlaamse Beweging 1987, 1987, pp. 239-257.
— L. Vandeweyer, De strijd tegen de wapenhandel, 1990.
— R. Vanlandschoot, Dom Modest Van Assche, in: WT, jg. 49, 1990, nr. 2, pp. 103-120.
— E. van Neygen, Wegbereiders. Portretten van Vlaamse pacifisten, 1990.
— L. van Molle, Vlaamse beweging of vredesbeweging? De peripetieën van een herderlijke brief 1921-1925, in: WT, jg. 51, 1992, nr. 1, pp. 17-28.
— R. Burgraeve, J. de Tavernier en L. Vandeweyer (red.), Van rechtvaardige oorlog naar rechtvaardige vrede. Katholieken tussen militarisme en pacifisme in historisch-theologisch perspectief (Kadoc-studies, nr. 15, 1993).
— L. Reychler (red.), Een onvoltooid beleid. De Belgische buitenlandse en defensiepolitiek 1830-2015, 1993.
— B. de Wever, Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde. Het VNV 1933-1945, 1994.
— L. Vandeweyer, De beperking van de wapenhandel. Een voorbeeld van beïnvloeding van de politieke agenda vanuit ontzuilde drukkingsgroepen, in: Res Publica, 1995, nr. 1, pp. 79-92.
— S. de Schaepdrijver, Drie Vlaamse schrijvers en de Groote Oorlog: de oorlogsaantekeningen van Virginie Loveling, Stijn Streuvels en Cyriel Verschaeve, in: Yang, jg. 37, 2001, nr. 4, pp. 468-481.
— P. Stouthuysen, Oud en nieuw in één. De vredesbeweging als atypische nieuwe sociale beweging, in: Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, 34, 2004, pp. 399-419.
— S. Mercier, The N-VA: Challenging Europeanism, in: Polish Quarterly of International Affairs, nr. 24, 2015, pp. 145-162.
— M. van Alstein, De IJzertoren als memoriaal van de Vlaamse ontvoogding en vrede, 2016.
— M. Schoups en A. Vrints, De overlevenden. De Belgische oud-strijders tijdens het interbellum, 2018.
— N. de Mûelenaere, Belgen, zijt gij ten strijde gereed? Militarisering in een neutrale natie, 1890-1914, 2019.
— A. Fuhrmann, “En vandaag kunnen wij verzekeren: Verschaeve is niet dood!” Discours en retoriek tijdens de bedevaarten naar Solbad Hall (1950-1973), in: WT. Tijdschrift over de geschiedenis van de Vlaamse beweging, 2020, nr. 4, pp. 221-292.
— J. Angillis, De Internationale van Oorlogstegenstanders (1965-1991): een eigenzinnige schakel binnen de Vlaamse vredesbeweging, in: Brood en rozen: tijdschrift voor de geschiedenis van sociale bewegingen, 25, 2021, pp. 4-29.
— N. Duquet, T. Haesebrouck en M. van Alstein (eds.), Vlaanderen en vrede in buitenlands beleid. Kansen grijpen in turbulente tijden, 2023.
Antoon Vrints (2025), Luc Vandeweyer (1998). Pacifisme. In: Encyclopedie van de Vlaamse beweging. 2025. https://devb.be/id/ter-000514.
Redactiegeschiedenis
Redactiegeschiedenis
1998: Luc Vandeweyer (pdf)
2025: Antoon Vrints