Jeugdliteratuur

Begrip

Jeugdliteratuur draagt al sinds haar ontstaan bij aan het doorgeven van waarden en normen; ook vaderlandsliefde kreeg daarbij een plek. Hoewel de Vlaamse jeugdliteratuur door de verfransing en lage scholingsgraad in de 19de eeuw relatief laat op gang kwam, raakte ook zij vervlochten met de Vlaamse natievorming. Verschillende auteurs uit de Vlaamse beweging publiceerden ook teksten voor de jeugd, zoals sprookjes en avonturenverhalen over het Vlaamse verleden. In de recente jeugdliteratuur blijven Vlaamse thema’s aanwezig, maar lijken ze minder politiek beladen.

Alternatieve term
Jeugdboek
Suggestie
Citeren
Leestijd: 51 minuten

Burgers van de toekomst

De opkomst van de moderne natiestaat in het 18de- en 19de-eeuwse Europa verliep parallel met de ontwikkeling van een literatuurproductie die specifiek gericht was op kinderen en jongvolwassenen. Deze samenloop is betekenisvol: literatuur Literatuur Literatuur De literatuur heeft een cruciale rol gespeeld in het ontstaan van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd en ook in de daaropvolgende fasen van de Vlaamse natiewording zijn schrijvers vaak richting... Lees meer op maat van het kind speelde niet alleen een belangrijke rol in natievorming Natievorming Natievorming Dit artikel over natievorming focust op de verbeelding en vorming van België en Vlaanderen als nationale gemeenschappen. Daarbij wordt gekeken naar de politiek van natievorming vanwege de... Lees meer sprocessen, de doorbraak van jeugdliteratuur als een op zichzelf staand product, almaar vaker ook ontwikkeld door gespecialiseerde jeugdschrijvers en -uitgevers, was nauw vervlochten met het succes van (staats)nationalisme als ideologie. Het delen van (veelal oudere) godsdienstige opvattingen met de jeugd bleef zeer belangrijk, maar vaderlandsliefde of patriottisme veroverde in deze periode meer dan ooit een centrale plaats in het pakket van burgerlijke deugden en codes die men wou doorgeven aan de volgende generatie.

De maatschappelijke elites die deze burgerlijke ideologie uitdroegen, beseften dat het geloof in de natie niet vanzelfsprekend was. Het diende actief gestimuleerd te worden, in de eerste plaats via het onderwijs en de artistieke verbeelding, in het bijzonder verhalen, gedichten, toneel Toneel Toneel Het Vlaamse toneel onderhield vanaf zijn ontstaan in de 19de eeuw een complexe en gelaagde verhouding met de Vlaamse beweging. Van een belangrijk emancipatorisch instrument en voorwerp va... Lees meer en liederen (zie Muziek Muziek Lees meer ; Populaire muziek Populaire muziek Weinig activiteiten kunnen zozeer een gevoel van sociale en culturele verbondenheid creëren als het samen zingen of luisteren naar muziek. Muziek speelt dan ook in elke nationale of natio... Lees meer ). Het besef dat met name verhalen de grondstof leverden voor de herkenbaarheid en aantrekkelijkheid van een gedeeld verleden en zo ook toekomstige samenhorigheid konden bevorderen, leidde ertoe dat jeugdliteratuur een sleutelrol kreeg in de transmissie van als nationaal voorgestelde waarden en normen. Van jeugdliteratuur werd verwacht dat ze lezers telkens weer aanleerde waar de (natie)staat voor stond en hoe zij er als burger in spe deel van zouden moeten uitmaken. Niet alleen de romans die expliciet werden ingezet bij natievorming vertolken nationale waarden, ook andere jeugdboeken communiceren die (en werden vanuit dit kader onderzocht). Daarbij is te denken aan de Canadese klassieker Anne of Green Gables (1908) van L.M. Montgomery of aan de vele Scandinavische Scandinavië & Vlaanderen Scandinavië & Vlaanderen In de loop van de 19de en 20ste eeuw oefende Scandinavië een sterke aantrekkingskracht uit op verschillende strekkingen binnen de Vlaamse beweging. De interesse voor het Hoge Noorden had ... Lees meer jeugdromans die het buitenleven promoten.

De ontdekking van het kind als een aparte doelgroep voor literatuur wordt doorgaans in de 18de eeuw gesitueerd en uitgelegd als een combinatie van commerciële (boekhistorische) ontwikkelingen en het doorsijpelen van opvoedkundige verlichtingsidealen. De 19de-eeuwse jeugdliteratuur, met inbegrip van schoolboeken, stond sterk in het teken van nationalistisch-didactische oogmerken. Teksten dienden het kind tot vaderlandsliefde te bewegen door trots op het nationale verleden bij te brengen en voorts loyaliteit met andere leden van de natie, respect voor de ‘eigen’ taal, religie, cultuur en zeden, en bewondering voor de ‘eigen’ omgeving ( landschap Natuur, milieu en landschap Natuur, milieu en landschap Tot de Tweede Wereldoorlog bestond er een band tussen de Vlaamse beweging en de natuurverenigingen in Vlaanderen. Een gevoeligheid en zorgzaamheid voor het landschap en de schoonheid van... Lees meer , milieu, ...). 19de-eeuwse opvoedkundigen en schrijvers waren zich bewust van de bijdrage die jeugdliteratuur aan natievorming kon leveren.

De ontwikkeling van de jeugdliteratuur heeft zo een sleutelrol gespeeld in de internalisering van nationale zelfbeelden en representaties van andere nationale identiteiten en ‘vreemde’ culturen. Het zou echter een vergissing zijn om de jeugdliteratuur te reduceren tot een vorm van propaganda – jonge lezers lezen niet in de eerste plaats omdat ze prijs stellen op ‘boodschapperigheid’ of de herhaling van morele lessen, maar omdat ze vermaakt of ontroerd willen worden, iets nieuws willen bijleren of omdat ze willen genieten van schoonheid. Bovendien is het veld van de jeugdliteratuur steeds divers geweest qua genre, literaire uitwerking en ideologische strekking.

Hoe de in Vlaanderen geschreven, gedistribueerde, gelezen en onderwezen jeugdliteratuur een rol speelde in de opkomst van de Vlaamse beweging en in Belgische en Vlaamse natievormingsprocessen werd nauwelijks systematisch onderzocht. Onderhavig lemma schetst chronologisch de ontwikkeling van de jeugdliteratuur in Vlaanderen en brengt de vandaag beschikbare onderzoeksbevindingen samen. Het signaleert tot slot enkele van de belangrijkste uitdagingen die onderzoekers op dit gebied nog te wachten staan. Strips worden in dit lemma buiten beschouwing gelaten.

Jeugdliteratuur en Vlaamse beweging: de beginjaren

In de noordelijke Nederlanden circuleerde al sinds de 18de eeuw een uitgebreid Nederlandstalig aanbod van almanakken, tijdschriften, dichtbundels, romans, prentenboeken en leerboeken voor kinderen. Kinderverzen van schrijvers zoals H. van Alphen (‘Jantje zag eens pruimen hangen’) raakten er in het collectieve geheugen verankerd, en M. de Cambon-vander Werken combineerde in haar voor kinderen bestemde boeken al vroeg en met succes opvoedkundige oogmerken met binnen- en buitenlandse literaire modes en technieken, bijvoorbeeld in de vrijwel gelijktijdig met de Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart verschenen briefroman De kleine Grandisson (1782). Een vergelijkbare evolutie bleef uit in de zuidelijke Nederlanden. De oorzaken hiervoor zijn bekend: in de regio heerste onder eentalige sprekers van het Nederlands een relatief lage levensstandaard, het onderwijs boette in de eerste helft van de 19de eeuw aan kwaliteit in, het analfabetisme nam in diezelfde periode toe, kinderarbeid was de gewoonste zaak van de wereld en het intellectuele leven maakte een periode van verfransing mee, waardoor de kinderen van de burgerij, die wél toegang hadden tot onderwijs, veelal in het Frans leerden lezen. Didactische initiatieven in de Franse tijd en in de periode van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, zoals het in 1803 met de steun van de plaatselijke geestelijkheid door enkele onderwijzers gestichte Tot Nut der Jeugd Tot Nut der Jeugd Tot Nut der Jeugd was een ‘Antwerpsch Tael- en Dichtkundig Genootschap’ dat in 1803 werd opgericht. Het richtte zich aanvankelijk op pedagogie en later op literatuur. Lees meer , konden het tij niet keren. Dit ‘Antwerpsch Tael- en Dichtkundig Genootschap’ (vanaf 1820 ‘Koninglyk Genootschap van Tael- en Dichtkunde’) zou onder invloed van Jan Frans Willems Willems, Jan Frans Willems, Jan Frans Jan Frans Willems (1793-1846), de “vader van de Vlaamse beweging”, was dichter, polemist, filoloog, tekstediteur en initiatiefnemer of lid van tal van academies en genootschappen in binne... Lees meer wel nog een rol spelen in het bevorderen van de culturele interactie tussen Noord en Zuid, maar stierf vermoedelijk voor 1830 een stille dood.

Het lectuuraanbod voor jonge Nederlandstalige lezers beperkte zich voor 1830 tot de blauwboeken, goedkoop drukwerk met populaire, doorgaans al sinds de late middeleeuwen bekende volksverhalen zoals Karel ende Elegast, Genoveva van Brabant, De vier heemskinderen en Malegijs. Ook waren er de via markten en colportage verspreide mannekensbladen (syn. centsprenten), vellen papier die met tekeningen en summiere onderschriften een verhaal vertelden. Zowel Hendrik Conscience Conscience, Hendrik Conscience, Hendrik Hendrik Conscience (1812-1883) was de eerste auteur die het in België aandurfde een roman in het Nederlands te schrijven en te publiceren. Zijn oeuvre van zo’n 65 romans, dat ook een bred... Lees meer (geboren in 1812) als Domien Sleeckx Sleeckx, Domien Sleeckx, Domien Domien Sleeckx (1818-1901) was op meerdere vlakken een pionier in de Vlaamse emancipatiestrijd, in het bijzonder in de vernederlandsing van het onderwijs. Lees meer (geboren in 1818) hebben in hun memoires getuigd over het belang van deze literatuur in hun kindertijd. Hoewel zulke op latere leeftijd geboekstaafde memoires niet vrij zijn van nostalgie voor de jeugdjaren, functioneerde het als tekortschietend aangevoelde lectuuraanbod in de eerste plaats als een topos in het emancipatoire vertoog van de na 1830 ontluikende Vlaamse beweging. Al in het voorwoord van De Leeuw van Vlaenderen De leeuw van Vlaenderen De leeuw van Vlaenderen De leeuw van Vlaenderen (1838) is een historische roman van Hendrik Conscience over de gebeurtenissen rond de Guldensporenslag in 1302. Verschillende leuzen en symbolen uit de roman zijn ... Lees meer (1838) bracht Conscience de door hem betreurde indommeling van de Nederlandstalige cultuur in België België België Geen Vlaamse beweging zonder België. Het is ook onmogelijk om België te begrijpen zonder de geschiedenis van de Vlaamse beweging erbij te betrekken. Tussen het ontstaan van een culturele ... Lees meer in verband met het gebrek aan hoogwaardige literatuur Literatuur Literatuur De literatuur heeft een cruciale rol gespeeld in het ontstaan van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd en ook in de daaropvolgende fasen van de Vlaamse natiewording zijn schrijvers vaak richting... Lees meer . Hij zag op dat ogenblik naast ‘gebedeboekskens’ voor de Vlaamse lezer alleen nog een aanbod van ‘flaeuwe kindervertelsels’. Terwijl de literaire founding fathers van de Vlaamse beweging snel werk maakten van een meer wervend aanbod voor de volwassen Vlaamse lezer, zou het langer duren voordat ook de ‘vertelsels’ voor kinderen een stuk hoogwaardiger werden en vooral ook talrijker te verkrijgen.

Terwijl vanaf de jaren 1830 in weerwil van de hoger geschetste context het aanbod van Nederlandstalige literatuur voor volwassenen begon toe te nemen, bleef het op kinderen afgestemde boekenaanbod in de 19de eeuw dus relatief beperkt. Hierbij is het natuurlijk wel de vraag in hoeverre en op welke manieren er toen al een systematisch onderscheid werd gemaakt tussen jonge en volwassen lezers in Vlaanderen. De eerste belangwekkende Nederlandstalige uitgave voor kinderen in het prille België droeg de titel Uytgekoozen verdichtselen (1832). Het was een in Kortrijk gedrukte bundel met fabels van Jean de La Fontaine, vertaald door de onderwijzer Jan Pieter Renier Renier, Pieter Jan Pieter Jan Renier (1795-1859) was een Vlaamse pedagoog en schrijver die zich inzette voor de volkstaal en volksverheffing. Lees meer . Aan latere herdrukken (verschenen onder de titel Fabelen) voegde Renier fabels van eigen makelij toe (eveneens in versvorm). Hoewel deze publicatie vermoedelijk vooral in schoolverband werd gelezen, werd ze niet uitdrukkelijk in de markt gezet als jeugdliteratuur. Wel gaf Renier duidelijk aan dat de fabelen moesten bijdragen tot ‘de bevoordering der Zedeleer en Moedertael’.

Vanwege het kleine Nederlandstalige aanbod literaire verhalen voor de jeugd vroeg de Mechelse priester-leraar Jan-Baptist van Hemel Van Hemel, Jan-Baptist Jan-Baptist van Hemel (1758-1866) was van 1835 tot 1854 superior van het Klein Seminarie van Mechelen. Hij drukte zo gedurende vele jaren zijn stempel op deze instelling en op het onderwi... Lees meer in 1839 aan Jan Frans Willems om zijn bewerking voor volwassenen van Van den vos Reynaerde (gepubliceerd in 1834) nogmaals te bewerken, ditmaal tot een schooleditie voor de katholieke jeugd. Deze editie verscheen in 1839 bij Hanicq in Mechelen, onder imprimatur van de vicaris-generaal, en werd in het voorbericht gepresenteerd als een ‘nationaal gedicht’ dat bij het ‘opkomend geslacht’ de nodige bewondering voor ‘onze schoone moedertael’ zou kweken.

Naast de materie over Reynaert kregen ook andere oude volksverhalen al gauw weer een plek. Ze speelden een rol in het voeden en uitdragen van de Vlaamse identiteit, en werden vanwege hun narratieve eenvoud vaak ook voor kinderen geschikt geacht. De belangstelling van Vlaamse volkskundigen was sterk geïnspireerd door de gebroeders Grimm, die zelf ook veel interesse toonden voor de Vlaamse volkscultuur Volkscultuur Lees meer . De Duitse filologen en sprookjesverzamelaars correspondeerden dan ook met verschillende Vlaamse taalkundigen en letterkundigen, zoals Jan Frans Willems (1793-1846). De in Vlaanderen wonende Duitser Johann Wilhelm Wolf (1817-1855) was een pionier in de Vlaamse volkskunde en droeg bij aan de overlevering van vele Vlaamse sagen, onder andere in het tijdschrift Wodana. Niet alle volksverhalen werden overigens geschikt geacht voor kinderen. Ze spotten immers vaak met figuren van aanzien en bevatten soms erotische passages. Typisch voor Vlaamse sprookjes is de humor Humor Humor en satire, geestigheid en spot, grappen en grollen, in literatuur, karikaturen, pers of kleinkunst..., zij hebben al spoedig de Vlaamse beweging begeleid, nu eens van dichtbij, dan... Lees meer , vaak in combinatie met wondersprookjes en dierenverhalen.

Vertalingen van buitenlandse kinderboeken en/of adaptaties van internationale klassiekers voor een jeugdig publiek waren er overigens nauwelijks in Vlaanderen, terwijl die elders wel circuleerden. De gevallen van Robinson Crusoë. Een zedig en vermaklyk leesboekje voor de jeugd, een Vlaamse bewerking van Daniel Defoes roman door een niet genoemde vertaler die in 1840 verscheen bij de firma Beyaert in Kortrijk, was een uitzondering.

Bij dit alles moet worden opgemerkt dat er naast het dus beperkte circuit van gedrukte boeken en teksten een tot diep in de 20ste eeuw zeer levendige orale circulatie van verhalen bestond in Vlaanderen (zie Boekbedrijf Boekbedrijf Boekbedrijf In de 19de eeuw kwam het Vlaamse boekbedrijf moeizaam van de grond. Pas na de Eerste Wereldoorlog ontstonden in Vlaanderen de bestaansvoorwaarden voor een moderne cultuurindustrie. Tot d... Lees meer ). Meer nog dan volwassenen moeten Nederlandstalige kinderen in het 19de-eeuwse Vlaanderen verhalen allereerst hebben geabsorbeerd door te luisteren, in de eerste plaats in de huiselijke kring, naar voor de vuist weg vertellende (en wellicht pas later frequenter ook voorlezende) ouders en grootouders. Niet toevallig zullen auteurs zoals Hendrik Conscience (cf. infra), G.J. Kroes (Vertelsels van grootvader, 1876) en E.M. Meganck (Vertellingen van grootmoeder, 1878) deze orale transmissie in hun gedrukte kinderverhalen nabootsen door een grootmoeder of een grootvader op te voeren als verteller. Daarnaast speelden het toneel Toneel Toneel Het Vlaamse toneel onderhield vanaf zijn ontstaan in de 19de eeuw een complexe en gelaagde verhouding met de Vlaamse beweging. Van een belangrijk emancipatorisch instrument en voorwerp va... Lees meer en het poppenspel in de 19de eeuw een cruciale rol in de overdracht van verhalen aan kinderen.

Omstreeks 1850: de ‘ontdekking’ van de Vlaamse kindlezer

De gestage toename van titels zoals Gedichtjes voor kinderen (1849) en Nieuwe Kindergedichtjes (1849) van Prudens van Duyse Van Duyse, Prudens Van Duyse, Prudens Lees meer en de trilogie Verhalen voor kinderen (1853), Verhalen voor jongelieden (1854) en Ware geschiedenissen. Een leesboek voor de jeugd (1862) van Pieter Geiregat Geiregat, Pieter Geiregat, Pieter Pieter Geiregat (1828-1902) was een zeer productieve Gentse volksschrijver die een breed publiek bereikte en het Vlaamsgezinde liberalisme in zijn thuisstad en de bredere Vlaamse letterku... Lees meer geeft aan dat het boekenvak in ieder geval omstreeks 1850 meer en explicieter met kinderen als een aparte categorie lezers rekening begon te houden. Van Duyse bestempelde zijn eigen Gedichtjes voor kinderen in zijn voorrede zelfs als een primeur voor België.


<p>Het liberale Wilemsfonds hechtte veel belang aan volksopvoeding in de moedertaal. Omslag van Pieter Geiregat, <em>Verhalen voor jongelieden</em>, 1868. (Universiteitsbibliotheek Gent)</p>

Het liberale Wilemsfonds hechtte veel belang aan volksopvoeding in de moedertaal. Omslag van Pieter Geiregat, Verhalen voor jongelieden, 1868. (Universiteitsbibliotheek Gent)

Interessant in dit verband is een vroege publicatie van Hendrik Conscience: in 1846 liet de op dat ogenblik al toonaangevende romanschrijver onder de titel ‘De grootmoeder’ (cf. supra) twee ‘vertelsels voor kinderen’ opnemen in Avondstonden. Deze bundel met ‘Verhalen, zedeschetsen en zinnebeelden’ was qua taal en thematiek onmiskenbaar gericht op volwassenen. Zeven jaar later verscheen De grootmoeder. Twee vertelsels voor kinderen (1853) als een aparte, op schoolgebruik gerichte uitgave. Voor Conscience bleef jeugdliteratuur overigens een ‘zijpad’ in een carrière die toegespitst bleef op een volwassen publiek, en dat gold ook voor Van Duyse en Geiregat.

Ook in de non-fictie nam in de tweede helft van de jaren 1840 de aandacht voor de jeugdige lezer toe. De Duitse inwijkeling Heinrich Somerhausen publiceerde in 1846 bijvoorbeeld zijn Geschiedenis van België, een ‘leer- en leesboek voor school- en huisgebruik’. Conform de in die tijd wijd verspreide geheugentechniek en om de levendigheid te bewaren was deze tweedelige geschiedenis opgezet als een ‘samenspraak’ tussen een vader en zijn kinderen. Vergelijkbaar is het Volksleesboek voor de middelbare en lagere scholen en Vlaamsche huisgezinnen, dat in 1854 verscheen na een wedstrijd van de Belgische staat. Johan Michiel Dautzenberg Dautzenberg, Johan M. Dautzenberg, Johan M. Johann Dautenberg (1808-1869) was een onderwijzer, dichter en taal- en letterkundige, die zich engageerde in de ontluikende Vlaamse beweging en pleitte voor culturele toenadering tot Duit... Lees meer en Prudens van Duyse bundelden daarin verhalen over historische helden, telkens gevolgd door een morele les. Dit soort uitgaven was bij uitstek geschikt als prijsboek, een boek dat de beste leerlingen op het einde van het schooljaar als prijs in ontvangst mochten nemen. Deze traditie van prijsboeken in Vlaanderen is tot dusver nauwelijks onderzocht, maar werd door sommige voorvechters van de Vlaamse zaak wel als een middel beschouwd om de eigen literatuur te promoten.

Op het kruispunt van fictie en non-fictie verschenen ook de eerste tijdschriften voor de jeugd, die erop waren gericht de vaderlandsliefde te bevorderen. In 1888 startte Xavier Havermans Havermans, Xavier Xavier Hermans (1839-1898) speelde een prominente rol in diverse Vlaamsgezinde vrijzinnige verenigingen in Brussel. Hij was onder meer betrokken bij De Veldbloem, het Schoupsfonds en het ... Lees meer Ons vaderland, dat anderhalf jaar later reeds ophield te bestaan; bij uitgeverij Hoste te Gent verscheen Land en Volk. Tijdschrift voor de Jeugd (1890-1896), en in 1893 begon E. van Doorslaer te Brussel met het jongensblad De Stormloop. Aandacht voor het verleden, voor personen en bezienswaardigheden moesten helpen het Nederlands te versterken en de Vlaamse cultuur veilig te stellen; de tijdschriften konden echter niet op tegen de populaire jeugdperiodieken die vanuit Nederland Nederland Nederland is met Vlaanderen verbonden door de economische infrastructuur, de taal en de geschiedenis. Vanaf eind 18de eeuw kreeg die verbondenheid in taal en cultuur op uiteenlopende mani... Lees meer werden aangeleverd.

Voor Vlaanderen en vaderland

De vroege Vlaamse jeugdliteratuur laat zich in kort bestek typeren als moraliserend en didactisch. De leeservaring (spanning, ontroering, verrassing, ...) is ondergeschikt aan de overdracht van een christelijk-burgerlijk ethos waarvan de leefregels doorgaans variëren op de tien geboden. Typische thema’s zijn liefde en respect voor de (groot)ouders, het belang van deugdzaamheid (niet vloeken, niet liegen, niet stelen, ...), de nood aan vroomheid, bescheidenheid en tevredenheid met wat je hebt, en tot slot dus ook een onvoorwaardelijk respect voor God én vaderland. Het vaderland is in de context van de 19de-eeuwse Vlaamse (jeugd)literatuur een gelaagd concept: in de 19de eeuw ging een Belgisch patriottisme doorgaans probleemloos samen met de liefde voor de Vlaamse moedertaal. Via de vader- en moedermetaforiek promootte dit discours het solide ‘huwelijk’ waarop de Belgische staatshuishouding gegrondvest heette te zijn (zie Gender Gender Gender Vrouwen en mannen kregen verschillende rollen binnen de Vlaamse beweging. De heersende verwachtingen spoorden echter niet altijd met de werkelijke genderverhoudingen en evolueerden boven... Lees meer ).

Wel handhaafde de Vlaamse jeugdliteratuur, hoe Belgischgezind ze zich ook kon presenteren, van meet af aan een cultureel en etnisch onderscheid tussen Vlamingen en Walen, die in het in de bovenstaande alinea geschetste metaforenspel konden worden gepresenteerd als de kinderen binnen het huwelijk dat in 1831 was bezegeld. In deze zin reproduceerde de jeugdliteratuur een discours dat al door Hendrik Conscience in het voorwoord van De Leeuw van Vlaenderen De leeuw van Vlaenderen De leeuw van Vlaenderen De leeuw van Vlaenderen (1838) is een historische roman van Hendrik Conscience over de gebeurtenissen rond de Guldensporenslag in 1302. Verschillende leuzen en symbolen uit de roman zijn ... Lees meer was geïntroduceerd. In het voorwoord bij het eerdergenoemde Volksleesboek voor de middelbare en lagere scholen en Vlaamsche huisgezinnen (1854) vatten Johan Michiel Dautzenberg en Prudens van Duyse het nationaal-politieke programma van hun boek helder samen. België wordt erin voorgesteld als een historisch gelegitimeerd politiek verband met een mooie toekomst, maar wel als een staat die van oudsher twee aparte, in de eerste plaats door taal Taal Taal De ontwikkeling van het Nederlands vormde tot diep in de 20ste eeuw een fundamenteel aandachtspunt in de Vlaamse beweging. De wijze waarop het geschreven en gesproken Nederlands gehanteer... Lees meer te onderscheiden volkeren huisvest. Het harmonieus samenleven van die volkeren is een doel waaraan beide auteurs zeggen te willen bijdragen:

Ofschoon wy ter zamenstelling dezes historischen leesboeks de vlaemsche tael gebruikten, hebben wy niet uit den oogen verloren, dat er heden, staetkundig gesproken, geene Walen of Vlamingen zyn. De grondwet, die alle inwoners onder eenen scepter vereenigt, geeft hun den algemeenen naem van Belgen.

Het zou zeker een treurig schouwspel voor 't Vaderland zyn, indien zich by uitsluiting zyns staetsgenoots een waelsche of een vlaemsche geest in de regeringswyze opdeed; doch iets heel anders ware het, den eigenaerdigen stamgeest der beide volksafdeelingen, die samen de belgische natie uitmaken, weder te vinden buiten hun politisch leven. Hoe vaster zich Wael en Vlaming aen hunne voorvaderlyke geschiedenis en zeden hechten, des te verder zullen zy zich van den vreemde verwyderen. Hoe beter Wael en Vlaming elkander leeren kennen als van ouds her vereenigde staetsbroeders, te meer zullen zy zich wederzydig achten en beminnen. Daer zy gemeenschappelyke belangens en éenzelvige rechten hebben, zoo zullen zy zich aen eene nationale regering hechten, die beiden beschermt. In 1848, toen een algemeene storm Europas troonen schokte of verbryzelde, stonden Walen en Vlamingen on [sic] hunnen vorst geschaerd, gelyk een eenig gezin om zynen ervarenen huisvader. Deze herinnering, deze gevoelens hebben wy door den loop des werks by onzen lezeren trachten op te wekken en te verbreiden.

Hoe het een en ander zich meer algemeen in de vroege Vlaamse jeugdliteratuur vertaalde, verdient verder onderzoek. Belangrijke aanzetten hiertoe bevat Jan van Coillies proefschrift ’s Levens kweekschool. De Vlaamse literatuur voor kinderen in de negentiende eeuw (1988). In het algemeen lijken Vlaamse en Belgische identificatieprocessen in elkaar over te vloeien. In ‘Het vaderland’ uit Gedichtjes voor kinderen bewees Prudens van Duyse dat hij zijn orangistische Orangisme Het orangisme is de verzamelterm voor het verzet tegen de Belgische afsplitsing van het Koninkrijk der Nederland onder leiding van Willem I van Oranje. Lees meer opvattingen voor Belgisch patriottisme had verruild door zijn jonge lezers aan te manen in geval van oorlog het vaderland te verdedigen en zich te gedragen als een ‘dappren Belg’. In de populaire collectie Verhalen voor kinderen – de beginoplage van 15.000 exemplaren raakte vlot verspreid, waarna meerdere herdrukken volgden – kon Geiregat het vaderland evenwel probleemloos verengen tot ‘Vlaenderen’. Opmerkenswaardig is dat Geiregat in deze bundel de al in volwassenenliteratuur geëerde Vlaamse helden ( Jacob van Artevelde Van Artevelde, Jacob Van Artevelde, Jacob Jacob van Artevelde was een Gents volksleider (overleden in 1345) die in de jaren 1337-1345 de feitelijke macht uitoefende in Gent en in Vlaanderen. Hij verzette zich tegen de Franse invl... Lees meer ) en bekende slagzinnen (‘Zy wilden wat was regt, en wonnen wat zy wilden’) aan de jeugd meegaf. Anti-Belgische sentimenten impliceerde zulks echter niet. ‘De liefde tot het vaderland is eene der heiligste en dierbaerste pligten van elk regtschapen burger’ doceerde Somerhausen in zijn Geschiedenis van België, en aan deze plicht jegens België wilde de vroege Vlaamse jeugdliteratuur dus geen afbreuk doen. Het nam niet weg dat Somerhausen de stokpaardjes van de eerste cultuurflaminganten uitgebreid aan bod liet komen. Zo beschreef hij de aanleiding en het verloop van de Guldensporenslag Guldensporenslag Guldensporenslag De Guldensporenslag was een veldslag op de Groeningekouter nabij Kortrijk op 11 juli 1302. Hierbij werd het Franse ridderleger verslagen. De slag kreeg in de Vlaamse beweging een symbolis... Lees meer . Hoewel hij de ‘Vlaanderen de leeuw’- en ‘Schild en vriend’-retoriek niet achterwege liet (zie Leuzen Leuzen Lees meer ), en net als Hendrik Conscience zowel Jan Breydel Breidel, Jan Lees meer als Pieter de Coninck De Coninck, Pieter Lees meer opvoerde, bleef hij in het algemeen wel dichter bij de historische bronnen.

In de poëzie was de kwestie van nationale loyauteit minder aanwezig. Jan van Droogenbroeck Van Droogenbroeck, Jan A. Jan Amandus van Droogenbroeck (1835-1902) was een Vlaamse dichter en prozaschrijver. Hij schreef vaak onder het pseudoniem Jan Ferguut. Lees meer gaf zijn op de lagere scholen geliefde bundel Dit zijn zonnestralen (1873) de ondertitel mee ‘Gedichten voor onze Vlaamsche jeugd’, maar de verzen houden zich ver van politieke thema’s en beperken zich tot de wereld van de natuur Natuur, milieu en landschap Natuur, milieu en landschap Tot de Tweede Wereldoorlog bestond er een band tussen de Vlaamse beweging en de natuurverenigingen in Vlaanderen. Een gevoeligheid en zorgzaamheid voor het landschap en de schoonheid van... Lees meer , de dieren, de school en het dorpsleven. Toch was er ook voor kinderen bedoelde poëzie met patriottische boodschappen waarin de broederschap tussen Vlamingen en Walen in Belgisch staatsverband werd verheerlijkt. Zo dichtte Napoleon Destanberg Destanberg, Napoleon Destanberg, Napoleon Napoleon Destanberg (1827-1875) was een Vlaamsgezinde liberale jurist, dagbladschrijver, redacteur en toneelauteur, die onder meer betrokken was bij het Nationael Tooneel. Lees meer in Fabelen en kindergedichtjes (1870):

Vlaming, Waal zijn beide Belgen,

Zij ook anders taal en zang.

't Vrijheidlied, hun ziel ontsproten,

Heeft den zelfden koeken klank.

Beider vaadren streden samen,

Streden tegen 't juk zoo lang.

Vlaming, Waal zijn beide Belgen

En verfoeien juk en dwang.

De in deze periode nog vrijwel unaniem bejubelde broederband tussen Vlamingen en Walen verhinderde niet dat in de jeugdliteratuur enkele kritische motieven werden geïntroduceerd. Zo werd de verfransing van Vlaamse jongens en meisjes al snel aangekaart. Th. Verhoef hekelde in de jaren 1850 in kindertoneel de ‘verderfelijke’ invloed van Franse pensionaten (Minette, of wat men in een verfranscht pensionaet zoo al leert, 1856; De gevolgen eener verkeerde opvoeding, 1857). Hij knoopte hiermee aan bij de antiverfransingsliteratuur die al door Hendrik Conscience (Siska Van Roosemael, of het verdriet van Vlaamse vaders, 1844), Emmanuel Rosseels Rosseels, Emmanuel Rosseels, Emmanuel Emmanuel Rosseels (1818-1904) was een Antwerpse theaterauteur die ijverde voor een Nederlandstalig toneelrepertoire. Lees meer en Karel Ondereet Ondereet, Karel Ondereet, Karel Karel Ondereet (1804-1868) was een Gentse acteur en toneelschrijver. Voor het theaterleven is hij vooral van belang als auteur van de eerste oorspronkelijke Nederlandstalige toneelstukken... Lees meer was voortgebracht. In dezelfde lijn lag het ‘blijspel voor meisjesscholen’ Twee nichten of de gevolgen eener verkeerde opvoeding (1884) van de katholieke Vlaamsgezinde onderwijzer Kamiel van Caeneghem Van Caeneghem, Kamiel Kamiel van Caeneghem (1860-1944) was een katholieke en Vlaamsgezinde onderwijzer. Hij was één van de oprichters van het folkloristische maandblad Volk en Taal en lag mee aan de basis van ... Lees meer . Leon Nuttin bekritiseerde in zijn voor kinderen bedoelde Nieuwe Vlaemsche fabelen (1860) de ‘na-aperij' van de Franse taal en zeden meer in het algemeen en betoogde dat een verfanste Vlaming slechts ‘een soorte van halfslachtig wezen’ is, ‘iets dat zonder tael of aert, dat vlaming is noch wael’. Zijn adhortatieve formulering ‘Maar éi! God heeft ons vlaemsch geschapen!’ is verwant met de eveneens in 1860 door Guido Gezelle Gezelle, Guido Gezelle, Guido Guido Gezelle (1830-1899) was een Vlaamse priester die de Vlaamse volkstaal verdedigde binnen het algemeen Nederlands. Hij verwierf grote bekendheid als lyrisch dichter van religieuze nat... Lees meer met meer retorisch vernuft geboetseerde strijdkreet: ‘Wees Vlaming, dien God Vlaming schiep’. Oproepen tot fundamentele kritiek op de Belgische staat, de Belgische vorst of de Belgische instellingen zijn de Vlaamse kinderliteratuur in de 19de eeuw echter vreemd.


<p>Fragment uit het kindertoneel <em>Minette, of wat men in een verfranscht pensionaet zoo al leert</em>, 1856. (Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience)</p>

Fragment uit het kindertoneel Minette, of wat men in een verfranscht pensionaet zoo al leert, 1856. (Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience)

Hoewel vanaf ca. 1850 de kindlezer meer en meer op de radar van zowel schrijvers als uitgevers verscheen, bleef het aanbod beperkt. Vermoedelijk schakelden de technisch sterke lezers vrij snel over op lectuur voor volwassenen, die door zijn eveneens sterke ‘volksopvoedende' karakter in het verlengde lag van wat hen op jongere leeftijd onder ogen was gekomen. Uit correspondentie tussen Conscience en Van Hemel blijkt dat De leeuw van Vlaenderen en Conciences korte roman Hoe men schilder wordt (1843) al in de jaren 1840 in middelbare scholen werden gelezen. Behalve Hoe men schilder wordt noemt Ida van Beers ook Wat eene moeder lijden kan als een van de verhalen die haar vader Jan van Beers in de huiskring voorlas of navertelde. De Gentse arbeiderszoon Pol de Witte De Witte, Paul De Witte, Paul Paul de Witte (1848-1929) was een kleermaker en actief in de socialistische beweging, onder andere als medestichter van de coöperatie Vooruit. Hij schreef voor meerdere tijdschriften en w... Lees meer getuigde in zijn memoires voorts dat hij op dertienjarige leeftijd (ca. 1861) in volksbibliotheken het werk van Hendrik Conscience, August Snieders Snieders, August Snieders, August August Snieders (1825-1904) was een Nederlands-Belgische journalist en letterkundige. Hij was meer dan vijftig jaar lang hoofdredacteur van Het Handelsblad van Antwerpen en was daarnaast ... Lees meer en Pieter Ecrevisse Ecrevisse, Pieter Pieter Ecrevisse (1804-1879) was een liberale onderwijzer, politicus, jurist en auteur. Lees meer ging lezen. Meerdere romans van Johanna Courtmans-Berchmans Berchmans, Johanna Berchmans, Johanna Johanna-Desideria Berchmans (1811-1890) debuteerde als dichteres, maar kreeg vooral bekendheid als auteur van sociaal-realistische zedenschetsen (verhalen en romans) met een morele en lib... Lees meer werden in de jaren 1920 als jeugdboeken heruitgegeven door L. Opdebeek, en allicht werden ze ook bij verschijnen al door oudere kinderen gelezen.

Aparte bewerkingen voor de jeugd van voor volwassenen bedoelde romans zouden pas later beginnen te verschijnen. Op een bewerking van Consciences De Leeuw van Vlaanderen voor de jeugd was het wachten tot 1952, decennia na de eerste bewerkingen in Duitsland Duitsland & Vlaanderen Duitsland & Vlaanderen Van de eerste helft van de 19de eeuw tot 1945 stond het Duitse beeld van Vlaanderen in het teken van etnisch-culturele verbondenheid. Die romantische perceptie leefde vooral bij een beper... Lees meer en Hongarije. Dat neemt niet weg dat de Guldensporenslag in andere Vlaamse historische jeugdromans een geliefd thema was: Abraham Hans Hans, Abraham Hans, Abraham Abraham Hans (1882-1939) was een protestants volksschrijver, journalist en gematigd flamingant. Met zijn Kinderbibliotheek, volksromans en reportages stimuleerde hij de leescultuur in Vla... Lees meer schreef al in 1910 Groeninghe of de Slag der Gulden Sporen (in boekvorm verschenen bij Opdebeek met illustraties van Emiel Walravens) en later volgden onder meer Aloïs Blommaert, Hendrik Jespers en Johan Ballegeer nog in zijn spoor.


<p>Omslag van Abraham Hans, <em>Groeninghe of de Slag der Gulden Sporen</em>, 1910. (ADVN, VB17327)</p>

Omslag van Abraham Hans, Groeninghe of de Slag der Gulden Sporen, 1910. (ADVN, VB17327)

1885-1914

Vanaf de jaren 1880 breidde het aanbod aan kinderlectuur stelselmatiger uit. Onder invloed van de opkomende sociale beweging werd de in België ingeburgerde praktijk van kinderarbeid in de industrie, de thuisnijverheid en de landbouw aan almaar striktere voorwaarden onderhevig gemaakt en tegen 1914 (in de industrie) zelfs verboden onder de veertien jaar. Parallel hieraan werd geijverd voor een verbeterd en veralgemeend onderwijs Onderwijs Lees meer . De symbolische mijlpaal in deze strijd was de invoering van de leerplicht tot veertien jaar aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog Eerste Wereldoorlog Eerste Wereldoorlog De Vlaamse beweging is fundamenteel getekend door de Eerste Wereldoorlog. De oorlog maakte een verregaande democratisering onafwendbaar, met wezenlijke gevolgen voor het politieke draagv... Lees meer . In deze context zou de productie aan bruikbare school-, leer- en leesboeken voor de jeugd, die in feite al sinds de Schoolstrijd in de jaren 1880 flink was opgeschaald,  verder groeien.

De Vlaamse jeugdliteratuur teerde ook in de late 19de eeuw aanvankelijk nog altijd op de grote belangstelling voor volksverhalen van eigen bodem. De priester-dichter Priester-dichters Als verspreiders van het woord speelden priester-dichters als Guido Gezelle, Cyriel Verschaeve en Anton van Wilderode een belangrijke rol binnen de behoudend katholieke grondstroom van de... Lees meer , leraar en heemkundige Guido Gezelle Gezelle, Guido Gezelle, Guido Guido Gezelle (1830-1899) was een Vlaamse priester die de Vlaamse volkstaal verdedigde binnen het algemeen Nederlands. Hij verwierf grote bekendheid als lyrisch dichter van religieuze nat... Lees meer , die aan het Klein Seminarie van Roeselare Klein Seminarie van Roeselaere Klein Seminarie van Roeselaere In het Klein Seminarie van Roeselare, opgericht in 1806, liepen tal van belangrijke figuren uit de Vlaamse beweging school of gaven er les (Gezelle, Verriest, Rodenbach). In 1875 ontstond... Lees meer de literaire creativiteit van zijn leerlingen aanwakkerde met zijn pas later literair helemaal voor vol aangeziene bundel Vlaamsche dichtoefeningen (1858), sprokkelde in de tijdschriften Rond den Heerd Rond den Heerd Rond den Heerd Rond den Heerd was een West-Vlaams geïllustreerd volks- en taalkundig weekblad, dat naar Engels model werd gesticht door James Weale en Guido Gezelle. Het profileerde zich als een ‘leer- ... Lees meer en De Biekorf Biekorf Biekorf Biekorf is een West-Vlaams tijdschrift dat in 1890 werd opgericht door flaminganten uit het milieu van Dietsche Biehalle. In het begin was het een leesblad gericht op taal. Biekorf bestee... Lees meer enkele ‘Vlaamsche volksvertelsels’, al werden die pas populair bij de jeugd toen Maurits de Meyer De Meyer, Maurits De Meyer, Maurits Maurits de Meyer (1895-1970) was tijdens de Eerste Wereldoorlog student aan de vernederlandste Gentse universiteit. Daarna was hij directeur van de Standaard Boekhandel en medeorganisator... Lees meer ze in de jaren 1920 voor uitgeverij De Sikkel De Sikkel De Sikkel De Sikkel was een uitgeverij die in 1919 werd opgericht door de activistische letterkundige Eugène de Bock. Vanaf 1954 ging de uitgeverij zich hoofdzakelijk toeleggen op schoolboeken en i... Lees meer bundelde tot een zelfstandige, fraai geïllustreerde bundel. Pol de Monts De Mont, Pol De Mont, Pol Pol de Mont (1857-1931) was een dichter, essayist, folklorist, journalist, kunstcriticus en redenaar. In al zijn activiteiten gaf hij de Vlaamse strijd absolute prioriteit. Decennialang w... Lees meer oproep om actief Vlaamse volksverhalen te verzamelen resulteerde in de collecties Dit zijn Vlaamsche wondersprookjes het volk naverteld (1896) en Dit zijn Vlaamsche vertelsels uit den volksmond opgeschreven (1898), beide in samenwerking met Alfons de Cock De Cock, Alfons De Cock, Alfons Alfons de Cock (1850-1921) was een Denderleeuwse onderwijzer, schrijver en folklorist. Hij was een van de grondleggers van de wetenschappelijke volkskunde in Vlaanderen en nauw betrokken ... Lees meer . Zij pasten de verhalen voor kinderen aan. In Dietsche Warande Dietsche Warande Dietsche Warande Dietsche Warande was een Tijdschrift voor Kunst en Zedegeschiedenis, onder redactie van Pieter Paul Alberdingk Thijm. Het was de Vlaamse voortzetting van het Nederlandse tijdschrift De Di... Lees meer (1894) sprak leraar en volkskundige August Gittée Gittée, August Gittée, August August Gittée (1858-1909) was een Belgisch volkskundige, filoloog en dialectoloog, die als medeoprichter en redactielid van het tijdschrift Volkskunde een belangrijke bijdrage leverde aan... Lees meer aan het einde van de 19de eeuw van een ‘folkloristische koorts’ in België. Hij vermeldde onder andere werk van Amaat Joos Joos, Amaat Joos, Amaat Amaat Joos (1855-1937) was een katholiek priester-leraar, pedagoog en taalkundige. Hij was actief en leidinggevend in de Vlaamse katholieke scholierenbeweging en richtte zich als pedagoog... Lees meer en Alfons Vermast (1854-1909), die als onderwijzer tal van schoolboeken schreef, meewerkte aan verschillende tijdschriften en pleitte voor sprookjes op school, onder meer in het samen met Julius Sabbe Sabbe, Julius Sabbe, Julius Lees meer gepubliceerde Grootmoeders vertelboek (1883).


<p>Titelblad van Pol de Mont en Alfons de Cock, <em>Dit zijn Vlaamsche Wondersprookjes</em>, 1896. (Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience)</p>

Titelblad van Pol de Mont en Alfons de Cock, Dit zijn Vlaamsche Wondersprookjes, 1896. (Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience)

Vlaamse folkloristen als Gittée bleven de Grimms naar voren schuiven als hun grote inspiratiebron, en ze namen hun visie op volkscultuur Volkscultuur Lees meer over: men mocht de verhalen niet aanpassen om ze literair mooier te maken. Dat de Grimms de volksverhalen wel degelijk bewerkt hadden, was nog niet breed bekend. De belangstelling voor volkscultuur had van meet af aan een romantisch-nationalistische dimensie gehad, maar kwam nu ook ten dienste te staan van een meer specifieke cultuurpolitieke agenda. Verschillende Vlaamse folkloristen maakten deel uit van de Vlaamse beweging en zetten het vraagstuk naar de Duitse identiteit over naar de Vlaamse zaak. De Mont schreef in 1888:

Is het aldus van het grootste belang voor het nader doorgronden van het karakter en den geest eens volks, dat men ten minste het allermerkwaerdigste, dat zijn folkloristische voorraad oplevert, onder enkele welgekozen rubrieken bijeenbrenge, even noodzakelijk is het voor het behoud van dat karakter en dien geest beide, dat men niet alleen paal en perk stelle aan het langzaam maar zeker te loor gaan van het vele schoone en eigenaardige, dat nog tot vóor luttel jaren zijn geheugen stoffeerde, maar zelfs geen poging onaangewend late, om van het vele, wat reeds mocht vergeten zijn, althans het degelijkste en fraaiste wederom tot het eigendom van allen te maken!

Daarbij keek De Mont met bewondering naar Duitsland Duitsland & Vlaanderen Duitsland & Vlaanderen Van de eerste helft van de 19de eeuw tot 1945 stond het Duitse beeld van Vlaanderen in het teken van etnisch-culturele verbondenheid. Die romantische perceptie leefde vooral bij een beper... Lees meer , waar de nationale folklore opnieuw deel uitmaakte van het onderwijs en de opvoeding. De herwaardering van de Vlaamse volksverhalen bij een breed publiek ging immers niet zo vlot. De oplossing zag De Mont in de volksschool, vooral dan het Froebelonderwijs, waar hij hoopte dat de Franse versjes vervangen zouden worden door Vlaamse. Ook Julius Sabbe en Alfons Vermast verwijzen in Grootmoeders vertelboek(1883) naar het belang van het gezin en de school om het Vlaamse erfgoed te bewaren. Sabbe en Vermast hopen dan ook dat hun vertelselboek als handboek voor onderwijzers mag dienen en als prijsboek voor de jeugd.

In 1894 verscheen ook Wonderland, het eerste deel in een reeks van uiteindelijk zeven bundels met ‘vertellingen’ voor kinderen, samengesteld door Marie Elisabeth Belpaire Belpaire, Marie-Elisabeth Belpaire, Marie-Elisabeth Marie-Elisabeth Belpaire (1853-1948) was een welgestelde Vlaamsgezinde auteur die verschillende projecten realiseerde ter promotie van de literatuur (zoals het tijdschrift Dietsche Warand... Lees meer , Hilda Ram (1894-1908) en Louisa Duykers Duykers, Louisa Duykers, Louisa Louisa Duykers (1869-1952) was een Antwerpse auteur, cultureel bemiddelaar en onderwijsbevorderaar. Samen met Marie-Elisabeth Belpaire en Hilda Ram nam zij talkrijke initiatieven voor de ... Lees meer . De reeks presenteerde naast sprookjes van de gebroeders Grimm en de Deense auteur Hans Christian Andersen ook episoden uit de levens van heiligen zoals Sint-Franciscus en door Belpaire en Ram zelf speciaal voor kinderen geschreven verhalen. Het is onwaarschijnlijk dat Belpaire, Ram en Duykers met hun titel doelbewust knipoogden naar Alice in Wonderland, het baanbrekende kinderboek van Lewis Carroll dat verscheen in 1865. De braaf-katholieke en didactische teneur van de Vlaamse Wonderland-reeks staat in ieder geval eerder haaks op Carrolls aanpak, die kritiek op de conventies in de wereld der volwassenen inhield en, niet minder revolutionair in die tijd, volop rekening hield met het perspectief van het kind. De Wonderland-reeks bleef lang circuleren en kreeg in de jaren 1920 bij de katholieke Antwerpse uitgeverij de Leeslust nog een frisse uitgave met illustraties van de op dat ogenblik al erg populaire schrijver en tekenaar Felix Timmermans Timmermans, Felix Timmermans, Felix Felix Timmermans (1886-1947) is de auteur van een omvangrijk en veelgelezen oeuvre. Tot zijn bekendste romans horen Pallieter (1916) en Boerenpsalm (1935). Tijdens de Eerste Wereldoorlog ... Lees meer .


<p>Titelblad van Virginie Loveling, <em>De Sledevaart</em>, 1883. (Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience)</p>

Titelblad van Virginie Loveling, De Sledevaart, 1883. (Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience)

De vernieuwing op vlak van kinderliteratuur kwam niet uit confessionele hoek, maar van auteurs die meer liberaal georiënteerd waren en sneller met de realistische en wat later naturalistische vertelcodes gingen experimenteren. Specifiek voor kinderen bedoelde verhalen van ook voor volwassenen schrijvende auteurs als Virginie Loveling Loveling, Virginie Loveling, Virginie Virginie Loveling (1836-1923) was een Vlaamse, vernieuwende en vaak uitgesproken geëngageerde schrijfster. Ze was de zus van Rosalie Loveling en de tante van Cyriel Buysse. Lees meer (o.a. De sledevaart, 1883; De bekoring, 1886; De drie prinsessen, 1889) en Reimond Stijns Stijns, Reimond Onderwijzer en schrijver Reimond Stijns (1850-1905) was zeer actief in het Vlaamse cultuurleven in Brussel. Hij is vooral bekend om zijn sociaal betrokken romans Arm Vlaanderen en Hard La... Lees meer (Meester Hopman, 1893) sloegen een wat minder belerende toon aan en onderzochten de gevoelswereld van het kind nieuwsgieriger en ongeremder dan voorheen. Voor Loveling kwam de keuze voor kinderliteratuur trouwens deels voort uit berekening: ze was op zoek naar 'ene bron van geldgewin’ en wist dat in de jaren 1880 aan ‘kinderverhaaltjes’ nog steeds een groot gebrek bestond. Wellicht verklaart dit deels waarom tegen het einde van de 19de eeuw voor het eerst een generatie Vlaamse auteurs zich in kinderliteratuur specialiseerde. Noemenswaardig in dit verband zijn de aan de Lierse Normaalschool afgestudeerde Leo van Nerum (Uit de kinderwereld, 1897; Bij kinderen, 1899; Zeekapitein, 1900), die echter al op 31-jarige leeftijd aan de gevolgen van tuberculose overleed, alsook Alexis Callant (Zwarte Willem en andere vertellingen, 1892; Fliek. Schetsen en beelden, 1905).Rond diezelfde tijd, in 1909, richtte de Gentse Vrouwenbond de Maatschappij voor Openbare Kinderbibliotheken op, waarvan onder anderen Hippoliet Meert Meert, Hippoliet Meert, Hippoliet Hippoliet Meert (1865-1924) was de oprichter van het Algemeen-Nederlands Verbond. Hij ijverde voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit en engageerde zich tijdens de Eerste Were... Lees meer , oprichter van het Algemeen Nederlands Verbond Algemeen-Nederlands Verbond (ANV) Algemeen-Nederlands Verbond (ANV) Het Algemeen-Nederlands Verbond (ANV) werd in 1895 opgericht. Aanvankelijk behartigde het de belangen van de Nederlandse taal. Later en tot op de dag van vandaag ijvert het voor de brede ... Lees meer (ANV), bestuurslid was.

De eerste creatieve mijlpaal in de Vlaamse jeugdliteratuur was de verschijning van De wonderlijke lotgevallen van Jan zonder Vrees in 1910 in het fonds van Lodewijk Opdebeek, meteen ook de eerste belangwekkende in kinderboeken gespecialiseerde Vlaamse uitgever. De auteur was Constant de Kinder, een Antwerpse, liberaalgezinde onderwijzer die zich al verdienstelijk had gemaakt met verhalen, berijmde sprookjes en toneelspelen voor de jeugd. Een voltreffer scoorde hij pas met de breed opgezette en fraai (door Emiel Walravens) geïllustreerde roman over Jan zonder Vrees. De supersterke, maar voorts doodgewone volksjongen beleeft in het 15de-eeuwse Vlaanderen allerlei avonturen. In ideologisch opzicht verspreidt Jan zonder Vrees vooruitstrevende opvattingen: het boek omarmt de zegeningen van de moderne wetenschap, pleit voor de sociale en culturele gelijkheid van alle mensen, formuleert kritiek op antisemitische Antisemitisme Antisemitisme Lees meer vooroordelen en is naar de normen van die tijd voor een kinderboek verrassend antiautoritair. Hebzuchtige en tirannieke machthebbers krijgen steevast op hun donder. Terzelfder tijd incarneert het titelpersonage door zijn schalksheid en gebrek aan gezagsgetrouwheid, maar goede inborst, levenslust, rechtvaardigheidsgevoel en bescheidenheid enkele typisch ‘Vlaams’ geachte karaktertrekken. In deze mix van ideologische vooruitstrevendheid en romantische trots schemert de invloed van Hendrik Conscience door.


<p>Een eerste mijlpaal in de Vlaamse jeugdliteratuur was de roman <em>De wonderlijke lotgevallen van Jan zonder Vrees</em> (1910), van de Antwerpse onderwijzer Constant de Kinder. Emiel Walravens stond in voor de illustraties. (ADVN, VB12666)</p>

Een eerste mijlpaal in de Vlaamse jeugdliteratuur was de roman De wonderlijke lotgevallen van Jan zonder Vrees (1910), van de Antwerpse onderwijzer Constant de Kinder. Emiel Walravens stond in voor de illustraties. (ADVN, VB12666)

Door de episodische structuur en de schalksheid van de titelheld paste De Kinders kinderboek daarnaast in de traditie van de picareske verhaaltraditie (de schelmenroman), waarvan de typische ingrediënten in Vlaanderen (en bij uitbreiding België) dankzij de blijvende populariteit van Reinaert de Vos en vooral ook Tijl Uilenspiegel Tijl Uilenspiegel Tijl Uilenspiegel Tijl Uilenspiegel is een personage uit een laatmiddeleeuws Duits volksboek, dat van de 19de eeuw tot diep in de 20ste eeuw door uiteenlopende politieke bewegingen in België en Vlaanderen ... Lees meer bekend waren gebleven (en die wat later ook Felix Timmermans inspireerde tot de voor volwassenen bedoelde roman Pallieter). In internationaal opzicht heeft Jan zonder Vrees behalve de picareske elementen ook de sprookjesachtige toets gemeen met Niels Holgerssons’ wonderbare reis van Selma Lägerlöf, in het Zweeds verschenen in 1906 en in 1911 voor het eerst in het Nederlands vertaald. Net als de Zweedse jeugdklassieker zou De wonderlijke lotgevallen van Jan zonder Vrees lang geliefd blijven. Er volgden tot diep in de 20ste eeuw herdrukken. Rond de figuur startte in 1970 een reeks avonturenverhalen bij uitgeverij Opdebeek (geschreven door auteurs zoals Julien van Remoortere, Jo Briels, Gaston van Camp en Karel Verleyen), en het boek vormde in 1984 de basis voor de eerste Vlaamse langspeelanimatiefilm, een commercieel en artistiek succes. Uiteenlopende auteurs als Willy Vandersteen Vandersteen, Willy Vandersteen, Willy Willy Vandersteen (1913-1990) was de populairste Vlaamse stripauteur van de tweede helft van de twintigste eeuw. In zijn persoonlijke en professionele leven (inbegrepen in sommige van zij... Lees meer en Sylvia Vanden Heede hebben van de grote invloed van De Kinders boek getuigd.

De generaties overspannende invloed die Jan zonder Vrees bereikte, konden de kinderboeken van Dina Demers (pseudoniem van Gerardine Collaer-Feytmans) niet evenaren, maar haar eveneens bij Opdebeek nog voor de oorlog gepubliceerde titels Op Wolksken, Blauwe luchten en vooral de briefroman Eenig dochtertje werden positief onthaald. Van deze in een contemporaine context gesitueerde verhalen over (en ook in de eerste plaats voor) tienermeisjes die aan het reële leven ontleende moeilijkheden overwinnen, ging destijds zelfs een emancipatoire werking uit. 

Terwijl de volksheld Jan zonder Vrees jonge lezersharten veroverde, vond ook de schalkse figuur Tijl Uilenspiegel aan het begin van de 20ste eeuw vlotter de weg naar de Vlaamse jeugd, en dit gebeurde onder invloed van de Vlaamse beweging. Ook Reynaertbewerkingen voor kinderen werden in de 20ste eeuw populair in Vlaanderen: Jan Goossens telde in de periode 1900-1988 een vijftiental verschillende Vlaamse bewerkingen voor de jeugd, waaronder in 1909 een bewerking door Stijn Streuvels Lateur, Frank (pseudoniem Stijn Streuvels) Lateur, Frank (pseudoniem Stijn Streuvels) Frank Lateur (1871-1969), beter bekend onder zijn pseudoniem Stijn Streuvels, was een toonaangevende Vlaamse schrijver, die ondanks zijn individualistische ingesteldheid geregeld Vlaamsge... Lees meer en in 1912 een door Abraham Hans.


<p>Titelpagina van de Reynaertbewerking voor kinderen door Stijn Streuvels uit 1909. (ADVN, VB9210)</p>

Titelpagina van de Reynaertbewerking voor kinderen door Stijn Streuvels uit 1909. (ADVN, VB9210)

Naast de doorbraak van oorspronkelijke Vlaamse jeugdliteratuur en een toename van Uilenspiegel- en Reynaertbewerkingen valt omstreeks de eeuwwende eveneens op dat er vaker bekorte en voor kinderen bedoelde uitgaven verschenen van buitenlandse klassiekers die zich relatief eenvoudig tot een avonturenverhaal lieten reduceren, zoals Gulliver’s Travels van J. Swift en Baron Munchausen’s narrative van R.E. Raspe – de genoemde titels verschenen in bewerking voor de jeugd bij H. De Seyn-Verhougstraete in Roeselare. Vuylsteke in Gent pakte in de jaren 1880 uit met verhalen van James Fenimore Cooper en Karl May; het betrof vertalingen uit Nederland die vermoedelijk in licentie en/of als titeluitgave werden (her)uitgegeven. Hetzelfde geldt vermoedelijk voor de negendelige reeks De Wonderreizen van Jules Verne aan kinderen verteld, die dezelfde uitgever in de jaren 1884-85 op de markt bracht. Net als in heel Europa bleken de stichtelijke verhalen van de Duitse kanunnik Christoph von Schmid erg populair in Vlaanderen. Hij was waarschijnlijk de meest verspreide kinderboekenauteur in het 19de-eeuwse Vlaanderen; tussen 1900 en 1902 gaf De Seyn-Verhougstraete zijn verzameld werk uit. Bij diezelfde uitgeverij verscheen in 1906 tevens een bundel met twee bekende verhalen van Charles Dickens voor de jeugd bewerkt door de toen nog onbekende Ernest Claes Claes, Ernest Claes, Ernest Ernest Claes (1885-1968) was een schrijver van volkse romans en verhalen en een leidend ambtenaar in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij vervolgd wege... Lees meer , die in 1920 zijn Zichemse jeugdherinneringen fictionaliseerde in De Witte, een roman die eerst door volwassenen werd verslonden, maar mettertijd ging functioneren als een young adultboek avant-la-lettre.

1914-1945

Over de Vlaamse jeugdliteratuur tijdens de Eerste Wereldoorlog Eerste Wereldoorlog Eerste Wereldoorlog De Vlaamse beweging is fundamenteel getekend door de Eerste Wereldoorlog. De oorlog maakte een verregaande democratisering onafwendbaar, met wezenlijke gevolgen voor het politieke draagv... Lees meer is vooralsnog weinig bekend. De invloed van het opkomende activisme Activisme Activisme Het begrip activisme verwijst naar de fractie van flaminganten die tijdens de Eerste Wereldoorlog bereid was om politiek of anderszins samen te werken met de Duitse bezetter en financiële... Lees meer , de impact van de Duitse censuur en de Flamenpolitik Flamenpolitik Flamenpolitik Met het begrip ‘Flamenpolitik’ wordt verwezen naar de politiek die de Duitse bezetter voerde ten aanzien van de Vlaamse beweging tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Sommige aute... Lees meer , of de rol van het anti-activistisch verzet binnen en buiten het bezette België: al deze aspecten dienen voor de ontwikkeling van de Vlaamse jeugdliteratuur nog te worden onderzocht. De belangrijkste kinderboekenuitgever, Lode Opdebeek, bracht de oorlogsjaren in Nederland Nederland Nederland is met Vlaanderen verbonden door de economische infrastructuur, de taal en de geschiedenis. Vanaf eind 18de eeuw kreeg die verbondenheid in taal en cultuur op uiteenlopende mani... Lees meer door en schortte zijn uitgeefactiviteiten op. Hij koos partij voor de passivisten Passivisme Passivisme Het begrip ‘passivisme’ verwijst naar de Vlaamsgezinden die tijdens de Eerste Wereldoorlog verdere pogingen om de Vlaamse eisen te realiseren tot na het einde van het politiek-militair co... Lees meer , net als zijn zoon Gabriël Opdebeek Opdebeek, Gabriël Opdebeek, Gabriël Gabriël Opdebeek (1895-1979) was een Antwerpse journalist, literair auteur en uitgever. Samen met zijn vader, Lode Opdebeek, was hij in 1929 betrokken bij de oprichting van de Vereniging ... Lees meer (die meewerkte aan Vrij België Vrij België Vrij België Vrij België was een weekblad van de Belgisch loyale flamingantische vluchtelingenpers, uitgegeven in Den Haag (1915-1918), onder hoofdredactie van de katholiek Frans van Cauwelaert en de ... Lees meer ), en enkele van zijn fondsauteurs zoals Jef Mennekens Mennekens, Jef Mennekens, Jef Jef Mennekens (1877-1943) was auteur van (jeugd)literatuur en gemeentesecretaris van Sint-Jans-Molenbeek. Hij zette zich in voor de vernederlandsing van het bestuur en het onderwijs. ... Lees meer en Abraham Hans Hans, Abraham Hans, Abraham Abraham Hans (1882-1939) was een protestants volksschrijver, journalist en gematigd flamingant. Met zijn Kinderbibliotheek, volksromans en reportages stimuleerde hij de leescultuur in Vla... Lees meer (die eveneens meewerkte aan Vrij België). De uitgave van De kleine Vlaming, het net voor de oorlog door Hendrik van Tichelen Van Tichelen, Hendrik Van Tichelen, Hendrik Onderwijzer Hendrik van Tichelen (1883-1967) maakte vooral naam als promotor van Vlaamse kinderliteratuur, onder andere door zijn tijdschrift De Kleine Vlaming, het initiatief ‘Kinderuur’... Lees meer (cf. infra) opgerichte en door Victor Resseler Resseler, Victor Resseler, Victor Victor Resseler (1877-1955) was een Antwerpse boekhandelaar, journalist, uitgever en politicus van liberaal-vrijzinnige strekking. Lees meer uitgegeven ‘Maandblad van de jeugd’, moest in 1915 worden gestaakt en zou pas in 1919 een doorstart maken. Activistisch gezinde flaminganten maakten in het bezette België intussen werk van de oprichting van kinderboekerijen en een aanbod van ‘verteluurtjes’ op maat van een jong publiek. In Lier maakte Alfred Bogaerts, onderwijzer en vanaf 1917 lid van de Raad van Vlaanderen Raad van Vlaanderen (1917-1918) Raad van Vlaanderen (1917-1918) De Raad van Vlaanderen (1917-1918) was een activistisch marionettenparlement tijdens de Eerste Wereldoorlog, dat onderdeel was van de Duitse plannen om in Vlaanderen een blijvende invloed... Lees meer , zich zo verdienstelijk, in Leuven onder meer Remigius van Mieghem Van Mieghem, Remigius Remigius van Mieghem (1890-1974) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een pleitbezorger van een nationaalsocialistisch onderwijs. Lees meer en Floris van der Mueren Van der Mueren, Floris Van der Mueren, Floris Musicoloog Floris van der Mueren (1890-1966) was hoogleraar aan de Gentse universiteit. Hij was secretaris van het Davidsfonds en promotor van het ABN. Ook was hij politicus voor de Katho... Lees meer . Kinderboeken werden er in het door de Duitsers bezette België echter wellicht nauwelijks geproduceerd. De Antwerpse, met het activisme gelieerde uitgever Gust Janssens Janssens, Gust Janssens, Gust Gust Janssens (1873-1924) was een Antwerpse uitgever. In 1916 publiceerde hij Paul van Ostaijens debuut Music Hall. Na de oorlog werd Janssens drukker, uitgever, directeur en beheerder va... Lees meer bracht in zijn spotgoedkope, op krantenpapier gedrukte reeks ‘Onze leestafel’ wel een vertaling van Little Lord Fauntleroy (De kleine lord, 1917), de kinderklassieker van de Brits-Amerikaanse schrijfster Frances Hodgson Burnett. In dezelfde in een grote oplage verspreide reeks verschenen naast vooral voor volwassenen bedoelde titels verder ook Vertelsels voor de jeugd (1917) van Gustaaf Noeninckx en Het ijsvrouwtje (1918), een vertaling van Hans Christian Andersen. In de door de Duitsers gefinancierde activistische krant Het Vlaamsche Nieuws Het Vlaamsche Nieuws Het Vlaamsche Nieuws Het Vlaamsche Nieuws was een Antwerps Duits-activistisch persorgaan, dat eerst onder de naam Vlaamsche Gazet – Het Laatste Nieuws verscheen. Het werd het belangrijkste activistische perso... Lees meer , met August Borms Borms, August Borms, August August Borms (1878-1946) speelde een prominente rol in de activistische collaboratie tijdens de Eerste Wereldoorlog en groeide nadien uit tot hét symbool van de amnestiebeweging, die een ... Lees meer als boegbeeld, verscheen in de zomer van 1915 in dagelijkse afleveringen Tijl Uilenspiegel. Het vrolijke en avontuurlijke leven van Vlaanderen's guitigen, waarin de schalkse held zijn kinderjaren in Antwerpen slijt. Dit feuilleton van Raf Verhulst Verhulst, Raf Verhulst, Raf Raf Verhulst (1866-1941) was een Vlaamsgezinde schrijver, journalist en docent, die tijdens de Eerste Wereldoorlog een prominente rol opeiste in het activisme. Lees meer , schrijver, activist en mederedacteur van Het Vlaamsche Nieuws, zou na de oorlog meermaals worden heruitgegeven als jeugdboek onder de titel De jeugd van Tijl Uilenspiegel (o.a. door de nationaalsocialistische uitgeverij Volk en Staat Volk en Staat Volk en Staat Volk en staat (15 november 1936 - 3 september 1944) was een Vlaams-nationalistisch dagblad en orgaan van het Vlaamsch Nationaal Verbond. Het blad verscheen als opvolger van De Schelde (1... Lees meer in 1942).


<p>Omslag van Raf Verhulst, <em>De jeugd van Tijl Uilenspiegel </em>(1942), met illustraties van Armand Panis. (ADVN, VB2159)</p>

Omslag van Raf Verhulst, De jeugd van Tijl Uilenspiegel (1942), met illustraties van Armand Panis. (ADVN, VB2159)

Na de Eerste Wereldoorlog kwamen enkele voor collaboratie gestrafte activisten in de boek- en uitgeefsector terecht (zie Boekbedrijf Boekbedrijf Boekbedrijf In de 19de eeuw kwam het Vlaamse boekbedrijf moeizaam van de grond. Pas na de Eerste Wereldoorlog ontstonden in Vlaanderen de bestaansvoorwaarden voor een moderne cultuurindustrie. Tot d... Lees meer ). Voor de jeugdboekensector was met name de oprichting van De Sikkel door de gewezen activist Eugène de Bock De Bock, Eugène Eugène de Bock (1889-1981) was een Vlaamse uitgever en auteur. Hij was de oprichter en directeur van uitgeverij De Sikkel en stichtte ook mee de Vereniging ter bevordering van het Vlaamse... Lees meer relevant. Vanaf het prille begin maakte hij in zijn fonds plaats voor schoolboeken, pedagogische werken en jeugdliteratuur. In 1921 begon hij met een reeks uitgaven voor schoolgebruik, waaronder de literaire bloemlezing De gouden poort, de leesmethode van Fons van Hoof en de rekenmethode van Willy Schneider. In 1931 verscheen een pleidooi Voor het kinderboek in Vlaanderen van de leraar en pedagoog Hendrik van Tichelen en in 1934 rolde Het oude en het nieuwe kinderboek van de invloedrijke bibliograaf Ger Schmook Schmook, Ger Schmook, Ger De Vlaamsgezinde socialist en cultuurflamingant Ger Schmook (1898-1985) was een pionier van de bibliotheekkunde in Vlaanderen. Hij verwierf bekendheid als conservator en later directeur v... Lees meer van de persen. Tussen 1938 en 1942 gaf De Sikkel een reeks jeugdbewerkingen van de romans van Hendrik Conscience uit. De Bock publiceerde ook kinderverhalen van Victor de Meyere De Meyere, Victor De Meyere, Victor Victor de Meyere (1873-1938) was een symbolistisch geïnspireerde dichter en volkse romancier in de traditie van Hendrik Conscience, die meewerkte aan diverse moderne literaire tijdschrift... Lees meer .

De veroordeelde activist Antoon van Opstraet Van Opstraet, Antoon Antoon van Opstraet (1886-1969) geraakte betrokken bij het activisme via de uitgave van de krant Het Vlaamse Nieuws. Tijdens de jaren 1930 was hij redacteur van de krant De Dag. Onder zij... Lees meer , die tijdens de oorlog de bovengenoemde krant Het Vlaamsche Nieuws had uitgegeven, richtte na zijn ballingschap in Nederland samen met zijn neef Edmond van Tassel, de firma Patria op. Deze uitgever gaf behalve boeken en kranten (De dag) vanaf 1929 de reeks ‘Onze jongens- en meisjesboeken’ uit, waarin werk zou verschijnen van onder anderen Amand Goossens, Jules Bovée, Joris Verdonck, Hendrik Bijl, Yvonne Vennekens, Leopold Vermeiren en Joris Lunders.

Dat de jeugdboekensector in Vlaanderen na de Eerste Wereldoorlog in een stroomversnelling kwam valt in aanzienlijke mate echter toe te schrijven aan de activiteiten van tijdens de oorlog 'passivist' gebleven Abraham Hans Hans, Abraham Hans, Abraham Abraham Hans (1882-1939) was een protestants volksschrijver, journalist en gematigd flamingant. Met zijn Kinderbibliotheek, volksromans en reportages stimuleerde hij de leescultuur in Vla... Lees meer . De uit calvinistisch Nederlandse ouders geboren, maar in Sint-Maria Horebeke en Roeselare opgegroeide schrijver volgde – en dat mag intussen geen toeval meer heten – een opleiding tot onderwijzer. Uiteindelijk koos hij echter voor een carrière als beroepsjournalist, onder meer in dienst van het liberale dagblad Het Laatste Nieuws Het Laatste Nieuws Het Laatste Nieuws Het Laatste Nieuws was een liberaal en Vlaamsgezind dagblad, waarvan het eerste nummer op 7 juni 1888 verscheen. In 2023 bestaat de krant nog steeds als een populair dagblad voor een bree... Lees meer . Hij zou de jaren na de oorlog overigens een prominent voorvechter worden voor amnestie Amnestie Lees meer voor activisten. Al voor de oorlog had hij (voornamelijk in het fonds van Opdebeek) enkele kinder- en volksboeken, onder meer over de intussen canonieke Vlaamse thema’s als de Guldensporenslag Guldensporenslag Guldensporenslag De Guldensporenslag was een veldslag op de Groeningekouter nabij Kortrijk op 11 juli 1302. Hierbij werd het Franse ridderleger verslagen. De slag kreeg in de Vlaamse beweging een symbolis... Lees meer , de Geuzen Geuzen De Geuzen waren opstandige edelen in de 16de-eeuwse Nederlanden, die rebelleerden tegen de Spaanse overheersing. Eind 19de eeuw groeide de term ‘geus’ in Vlaanderen uit tot een populair h... Lees meer en de Boerenkrijg Boerenkrijg Boerenkrijg De Boerenkrijg is de benaming van een korte, verloren opstand in het najaar van 1798 tegen het Franse regime, die door toedoen van Hendrik Conscience en anderen uitgroeide tot een invloed... Lees meer . In 1922 stichtte hij zijn Kinderbibliotheek, waarin hij tegen 1939, het jaar van zijn overlijden, naar schatting 750 afleveringen van 32 bladzijden had gepubliceerd voor de laagdrempelige prijs van 50 centiemen per exemplaar. Het ruime merendeel waren verhalen van zijn hand, waarin hij de jonge lezer heel geregeld onderhield over het Vlaamse verleden ( Jacob van Artevelde Van Artevelde, Jacob Van Artevelde, Jacob Jacob van Artevelde was een Gents volksleider (overleden in 1345) die in de jaren 1337-1345 de feitelijke macht uitoefende in Gent en in Vlaanderen. Hij verzette zich tegen de Franse invl... Lees meer , de gebroeders Van Raemdonck Gebroeders van Raemdonck Gebroeders van Raemdonck De broers Edward en Frans van Raemdonck waren twee Vlaamsgezinde soldaten in het Belgische leger, die door hun gezamenlijke dood op het slagveld symbool gingen staan voor zowel de ideale ... Lees meer , Gezelle, Conscience), en voorts allerlei bewerkingen van literair erfgoed onderbracht (met de inmiddels onvermijdelijke bewerkingen van Reinaert de Vos, Tijl Uilenspiegel, ...). Eveneens verschenen in de Kinderbibliotheek afleveringen over de Belgische geschiedenis, over missionarissen (Pater Damiaan, Pieter de Smet), en avonturenverhalen. De deeltjes uit deze kinderboekenreeks werden ‘Hanskes’ genoemd en waren razend populair. Hans’ zoon Willem zou de Kinderbibliotheek nog enige tijd voortzetten na de Tweede Wereldoorlog.

Vanwege zijn liberale sympathieën en zijn calvinistische achtergrond werd Abraham Hans door katholieke instanties gewantrouwd en bestreden. Om een alternatief te voorzien voor de ‘verderfelijke’ Hanskes startte de aan de Norbertijnenabdij verbonden drukkerij Averbode in 1930 de Vlaamsche Filmkens Vlaamsche Filmkes Vlaamsche Filmkes De Vlaamse Filmpjes zijn een reeks korte verhalen voor jongeren, die sinds 1930 werden uitgegeven door Uitgeverij Averbode (sinds 2022 overgenomen door Plantyn). Het opzet was om de katho... Lees meer . Deze reeks met goedkope verhaaltjes, gepresenteerd in een vorm die het midden hield tussen boek en tijdschrift, was bestemd voor de katholieke jeugd. Averbode was al eerder gestart met tijdschriften voor de jeugd (o.a. Zonneland in 1920) en lectuur voor katholieken, maar de Vlaamse Filmpjes (zoals ze later gingen heten) werden het vlaggenschip van de uitgeverij. De prijszetting was gelijk aan de Hanskes (50 centiemen), en ook de thematische keuze liep al met al opvallend gelijk: ook in dit geval was er sprake van historische verhalen over de Vlaamse geschiedenis, bewerkingen van literair erfgoed, verhalen over missionarissen, enzovoort. De Filmpjes konden echter in de markt worden gezet als onverdacht katholiek en zouden via het katholieke scholennet massaal verspreid worden. De reeks groeide uit tot een echt instituut dat kansen bood aan auteurs die mettertijd uitgroeiden tot vooraanstaande jeugdboekenschrijvers zoals Henri van Daele, Karel Verleyen, Gerda van Cleemput, Leopold Vermeiren, Els Beerten, Dirk Bracke en Sylvia vanden Heede. In de beginjaren was er echter één auteur die er qua productie en weerklank bovenuit stak en dat was John Flanders, een pseudoniem van de Gentenaar Raymond de Kremer (die overigens onder de naam Jean Ray ook in het Franstalige segment voor volwassenenliteratuur succes boekte). Zijn fantastische, soms horror-achtige verhalen, die voor de Vlaamse kinderliteratuur van toen erg vernieuwend waren en geregeld ook buiten de Vlaamse Filmpjes-reeks verschenen, bleven jarenlang bijzonder populair (onder andere Spoken op de ruwe heide, 1935).


<p>Omslag van John Flanders, <em>De rokende doodskop</em>, 1947. (KADOC)</p>

Omslag van John Flanders, De rokende doodskop, 1947. (KADOC)

In 1930 startte uitgeverij Davidsfonds Davidsfonds (DF) Davidsfonds (DF) Het Davidsfonds is een katholieke Vlaamse cultuurvereniging, die werd opgericht in januari 1875. Lees meer , die bij de oprichting in 1875 nauw was verbonden met de Vlaamse beweging, met een afzonderlijke jeugdreeks. Die moest helpen om het Vlaamse idealisme bij jongeren aan te wakkeren. Tot het begin van de jaren 1960 verscheen daarbinnen voornamelijk de traditionele historische jeugdroman, waarin het Vlaamse verleden en de grote helden centraal staan. Vaak vormden de middeleeuwen de historische achtergrond en hielp het geloof in God de pientere, eerlijke, mannelijke held. Geweld en oorlog waren gerechtvaardigd ter verdediging van de idealen, de onbekende ander werd als bedreigend en negatief neergezet.

Van de haast aan de lopende band geproduceerde en vaak dik met zedenlessen besmeerde jeugdliteratuur die in het interbellum als 'Vlaams filmpke' of 'Hanske' verscheen of in de fondsen van katholieke uitgevers als Davidsfonds en De Leeslust, bleek maar weinig van blijvende waarde. Literair interessanter was in deze periode het werk dat toonaangevende auteurs Stijn Streuvels Lateur, Frank (pseudoniem Stijn Streuvels) Lateur, Frank (pseudoniem Stijn Streuvels) Frank Lateur (1871-1969), beter bekend onder zijn pseudoniem Stijn Streuvels, was een toonaangevende Vlaamse schrijver, die ondanks zijn individualistische ingesteldheid geregeld Vlaamsge... Lees meer , Gerard Walschap Walschap, Gerard Walschap, Gerard Gerard Walschap (1898-1989) was een Vlaamse auteur. Lees meer en Felix Timmermans Timmermans, Felix Timmermans, Felix Felix Timmermans (1886-1947) is de auteur van een omvangrijk en veelgelezen oeuvre. Tot zijn bekendste romans horen Pallieter (1916) en Boerenpsalm (1935). Tijdens de Eerste Wereldoorlog ... Lees meer voor (niet zelden in de eerste plaats: hun eigen) kinderen zouden schrijven. Prutske (1922) van Stijn Streuvels, geïnspireerd door zijn eigenzinnige kleuterdochter Dina, verwierf klassieke status en werd nog in 2010 'hertaald' door Ed Franck. Ongezien scherpzinnig voor een jeugdboek was De vierde koning (1935) van Walschap, waarin die kritiek op de Kerk Kerk De verhouding tussen Kerk en Vlaamse beweging vertoont historisch een tweevoudig beeld. Enerzijds waren de godsdienstige en de Vlaamsgezinde overtuiging innig verstrengeld en vormde de cl... Lees meer verwerkte. Het Keerseken in den Lanteern (1924) van Timmermans werd door zijn vaste Nederlandse uitgever P.N. Van Kampen niet in de markt gezet als een kinderboek, maar bevatte onder meer een speels Sinterklaasverhaal en het aan zijn kinderen opgedragen verhaaltje 'Het verksken', dat nog in 2009 werd bewerkt en geïllustreerd door Gerda Dendooven (Hoe het varken aan zijn krulstaart kwam). Tijdens de Tweede Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog De Tweede Wereldoorlog werd in Vlaanderen getekend door de onvoorwaardelijke collaboratie van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). De samenwerking met de bezetter en de bestraffing erva... Lees meer zou Timmermans nog drie, wel expliciet tot kinderen gerichte boeken met 'Vertelsels' publiceren bij De Kinkhoren in Brugge.


<p>Omslag van de jeugdroman <em>De vierde koning</em> (1935) van Gerard Walschap, met illustraties van Edgar Tytgat.</p>

Omslag van de jeugdroman De vierde koning (1935) van Gerard Walschap, met illustraties van Edgar Tytgat.

De Antwerpse liberale onderwijzer Hendrik van Tichelen Van Tichelen, Hendrik Van Tichelen, Hendrik Onderwijzer Hendrik van Tichelen (1883-1967) maakte vooral naam als promotor van Vlaamse kinderliteratuur, onder andere door zijn tijdschrift De Kleine Vlaming, het initiatief ‘Kinderuur’... Lees meer (1883-1967), een gewezen leerling van Pol de Mont en de oprichter van het Stedelijk Schoolmuseum in 1920, groeide in de eerste helft van de 20ste eeuw uit tot de meest gezaghebbende stem over de ontwikkeling van jeugdliteratuur in Vlaanderen. Hij voelde zich verwant met de Vlaamse beweging en het liberalisme. Van Tichelen was bijzonder kritisch voor de katholieke aanbevelingslijsten uit het Lectuur-Repertorium omdat die vaak net de boeken afkeurden die hij het interessantst en het mooist vond. Hij probeerde zijn eigen visie en voorkeuren door te geven in onder meer de voor leerkrachten, ouders en bibliothecarissen bedoelde publicatie Over boeken voor kinderen (1928) en via zijn kindertijdschrift De kleine Vlaming, dat gold als alternatief voor het katholieke Zonneland. In De kleine Vlaming sloeg hij de brug naar de volwassenenliteratuur en internationale jeugdliteratuur, via bijvoorbeeld wereldsprookjes. Kwaliteit vond hij erg belangrijk in de stap naar een betere mensheid; daarom trok hij illustratoren zoals Felix Timmermans aan en nodigde hij onder anderen Stijn Streuvels uit voor bijdragen. In verschillende projecten probeerde van Tichelen ook specifiek kinderen uit de arbeidersklasse aan te spreken en warm te maken voor goede literatuur.

Ondanks de merkbare professionalisering van de Vlaamse jeugdboekensector bleef van Tichelen de kwalitatieve achterstand ten opzichte van Nederland Nederland Nederland is met Vlaanderen verbonden door de economische infrastructuur, de taal en de geschiedenis. Vanaf eind 18de eeuw kreeg die verbondenheid in taal en cultuur op uiteenlopende mani... Lees meer betreuren, zeker op het vlak van materiële verzorging. In 1929 verzuchtte hij in De Vlaamsche Gids De Vlaamse Gids (met) Boek & Biliotheek De Vlaamse Gids (met) Boek & Biliotheek De Vlaamse Gids (1905-2000) was een flamingantisch en liberaal tijdschrift. Het werd gesticht door Max Rooses, met medewerking van Paul Fredericq en Jozef Vercoullie. Het blad was feiteli... Lees meer : ‘We vragen alleen, wat de stoffelijke verzorging der boeken betreft: let op den bladspiegel, op de lengte der regels, op de gebruikte letter; bekijk de illustraties, inzake teekening en voorstelling; merk het omslag, als Jakverdeeling, als kleur; bevoel het papier... Och, neem zoo maar ’t boek in de hand, en leg er dan even een ander naast, b.v. uitgegeven door Van Dishoeck Van Dishoeck, Cornelis De Nederlandse uitgever Cornelis van Dishoeck (1863-1931) legde een grote belangstelling aan de dag voor de Vlaamse letterkunde en publiceerde werk van schrijvers als August Vermeylen, He... Lees meer , De Haan, Wolters, Van Goor in Nederland,... en het doet u pijn aan ’t harte, te moeten vaststellen hoe ver stoffelijk ons Vlaamsch kinderboek bij dat van elders ten achter staat.’ Het discours over Vlaamse jeugdboeken echoode zo het ‘achterstandsmotief’ dat in deze periode het (zelf)beeld en de positie van de Vlaamse boekensector in het algemeen sterk bepaalde (zie Boekbedrijf Boekbedrijf Boekbedrijf In de 19de eeuw kwam het Vlaamse boekbedrijf moeizaam van de grond. Pas na de Eerste Wereldoorlog ontstonden in Vlaanderen de bestaansvoorwaarden voor een moderne cultuurindustrie. Tot d... Lees meer ).

1945-1970

De Eerste en Tweede Wereldoorlog zijn diep verankerd in het Vlaamse collectieve geheugen en dat is duidelijk vertaald naar de jeugdliteratuur. Nog tijdens de Eerste Wereldoorlog schreef Abraham Hans Een Vlaamsch gezin in oorlogstijd (1915), later gevolgd door Een Vlaamsche jongen in oorlogstijd (1918). Boeken over de twee wereldoorlogen hadden een veel grotere impact dan de jeugdliteratuur die tijdens de oorlogen zelf gepubliceerd werd en komen later in dit lemma nog aan bod. In tegenstelling tot Nederland is over de Vlaamse jeugdliteratuur tijdens de Tweede Wereldoorlog nog maar weinig geschreven, allicht omdat er in Vlaanderen minder sterk ingegrepen werd in het boekbedrijf. Er verschenen vooral titels die voor iedereen door de beugel konden, zoals sprookjes en speelse kinderboeken.

Ook in de vroege naoorlogse periode werd de Vlaamse jeugdliteratuur gekenmerkt door naar de huidige normen brave verhalen, die vooral verstrooiing wilden bieden, en door traditionele rollenpatronen op het vlak van gender Gender Gender Vrouwen en mannen kregen verschillende rollen binnen de Vlaamse beweging. De heersende verwachtingen spoorden echter niet altijd met de werkelijke genderverhoudingen en evolueerden boven... Lees meer . Met Janneke en Mieke (1962-1968) schreef Lia Timmermans (dochter van Felix) bijvoorbeeld fantasieverhalen waarin kinderen en dieren samenwerken. Voor oudere lezers waren er de meisjesboeken van Leen van Marcke. Zij was populair bij jonge lezers, maar kreeg onder andere vanwege haar Vlaamse taalgebruik kritiek van de in deze tijd van zogenaamde 'hyperstandaardisering' zeer op het ABN toegespitste recensenten en werd door haar socialistische profiel een tijdlang geweerd in katholieke circuits. Wat meer feministische accenten zijn te ontdekken in het vooral op pubermeisjes afgestemde werk van De Standaard De Standaard (1914-) De Standaard (1914-) Het eerste nummer van het dagblad De Standaard verscheen op 4 december 1918. De krant was gedurende vele decennia hét blad bij uitstek van de katholieke Vlaamse beweging in al haar varian... Lees meer -journaliste Maria Rosseels Rosseels, Maria Rosseels, Maria Maria Rosseels (1916-2005), een katholieke, Vlaamsgezinde feministe, werd de eerste vrouwelijke journalist van De Standaard, een van de eerste vrouwelijke filmrecensenten van Vlaanderen e... Lees meer . Zij maakte in 1947 haar debuut met de jeugdroman Sterren in de poolnacht (Davidsfonds), maar brak maar echt door met de dagboeken van het meisje Spieghelken, die eerst als afleveringen verschenen in het jeugdkatern van De Standaard en vrij vlug daarna met veel bijval in boekvorm werden uitgebracht door uitgeverij Lannoo Lannoo Lannoo Uitgeverij Lannoo werd in 1909 in Tielt opgericht. Aanvankelijk was er inhoudelijk een christelijk en Vlaams profiel met een prominente plek voor het werk van Stijn Streuvels. Later kreeg... Lees meer .

Uitgeverij De Sikkel De Sikkel De Sikkel De Sikkel was een uitgeverij die in 1919 werd opgericht door de activistische letterkundige Eugène de Bock. Vanaf 1954 ging de uitgeverij zich hoofdzakelijk toeleggen op schoolboeken en i... Lees meer startte in 1953 dan weer een reeks historische verhalen met daaronder veel avonturenverhalen die in de eerste plaats op jongens gericht lijken. De eerste aflevering, Jan Vlaming in de guldensporenslag van Hendrik Jespers, volgt een fictieve schildknaap. Het doel van de reeks was wat het Cyriel Verleyen het ‘ontmythologiseren’ van de geschiedenis noemde, door de ervaringen van gewone mensen te belichten. Daarbij putten auteurs vaak uit het Vlaamse verleden. Na een periode van vertalingen bracht uitgeverij Averbode in 1954 ook een Vlaams jeugdboek over de missiegebieden, Bwana. Avonturen uit de geschiedenis van het eerste beschavingswerk in Kongo Belgisch-Congo Belgisch-Congo Van 1885 tot 1908 was Congo als ‘Onafhankelijke Congostaat’ (OCS) in de handen van de Belgische koning Leopold II, die als een soevereine vorst over het land heerste. Om te vermijden dat... Lees meer van Rene Romanet. In biografische toelichtingen wordt benadrukt dat de missionarissen Vlaming zijn.


<p><em>Jan Vlaming in de guldensporenslag</em> (1953) van Hendrik Jespers, was de eerste aflevering van een reeks historische verhalen uitgegeven door uitgeverij De Sikkel.</p>

Jan Vlaming in de guldensporenslag (1953) van Hendrik Jespers, was de eerste aflevering van een reeks historische verhalen uitgegeven door uitgeverij De Sikkel.

Een belangrijke nieuwe speler in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog was de in Limburgse KSA Katholieke StudentenActie (KSA) Katholieke StudentenActie (KSA) De Katholieke Studentenactie (KSA) was een (jeugd)beweging rond Katholieke Actie. Ze was gericht op scholieren en beschouwde zichzelf als een erfgenaam van de Katholieke Vlaamse Studenten... Lees meer -kringen gestichte firma Heideland Heideland-Orbis Heideland was een uitgeverij die in 1945 werd gesticht in Beringen en vanaf 1946 in Hasselt gevestigd was als uitgeverij en boekhandel. Lees meer , die succes oogstte met de Vlaamse Pockets, maar ook de jeugd bereikte met de bijzonder populaire avonturenverhalen over Kapitein Zeldenthuis. Ze werden geschreven door Renaat Antoon Joostens, die in de literaire wereld bekendheid had verworven onder zijn pseudoniem Albe. Joosten had tijdens de bezetting gecollaboreerd en kantte zich na de oorlog onder meer als redacteur van het weekblad Rommelpot Rommelpot (1945-1949) Rommelpot (1945-1949) Lees meer tegen de zogenoemde ' repressie Repressie na de Tweede Wereldoorlog Repressie na de Tweede Wereldoorlog De repressie na de Tweede Wereldoorlog omvat alle maatregelen en acties tegen personen die na de oorlog verantwoordelijk werden gehouden voor samenwerking met de nationaalsocialistische b... Lees meer '. Heideland publiceerde eveneens kinderboeken van Theo Lindekruis (pseudoniem van Antoon Aarts), Yvonne Waegemans (o.a. de verhalen over de kabouter Patjoepelke), Esther Vlietinck en anderen.

Naarmate het aanbod jeugdboeken toenam, won ook de gidsfunctie van bemiddelaars aan belang. In de jaren 1950 kregen recensies van jeugdboeken een vaste plek in onder meer Lektuurgids en Jeugdboekengids. Daarnaast ontstonden er boekenprijzen specifiek voor het Vlaamse jeugdboek. Vanaf 1962 werd de Referendumprijs voor het beste jeugdboek ingericht, de voorloper van de Boekenleeuw. Het AMVC Letterenhuis Het Letterenhuis in Antwerpen werd in 1933 opgericht en is verantwoordelijk voor het conserveren en ontsluiten van het literaire erfgoed in Vlaanderen. Het archiveert literaire nalatensch... Lees meer en de Vereniging van Vlaamse Schrijvers voor de Jeugd (VSVJ) organiseerden in 1966 een tentoonstelling die de Vlaamse jeugdboeken in de kijker zetten. In een themanummer van het tijdschrift Vlaanderen Vlaanderen (1966-2017) Vlaanderen was een tweemaandelijks tijdschrift voor kunst en cultuur uitgegeven door het Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond (CVKV). Het blad verscheen tussen januari 1954 en december 1... Lees meer uit 1968 pleitte de Vlaamse kinderdichter Jan Peeters ervoor om jeugdliteratuur serieus te nemen: ‘Hoe langer en vaker we aan het vak laboreren, hoe inniger en beslissender we overtuigd zijn dat de Kinderliteratuur een cultuurwaarde vertegenwoordigt, die aan de basis ligt van ons bestaan.’

Dit waren initiatieven die poogden het niveau van het jeugdboek in Vlaanderen op te krikken. Want, zoals Peeters opmerkte, met de jeugdliteratuur in Vlaanderen was het niet al te best gesteld, al noemde hij als uitzonderingen de verhalen van Leen van Marcke (zijn toenmalige echtgenote, die tot diens overlijden in 1948 gehuwd was met Armand Suls Suls, Armand Lees meer ) en de Eendjes-reeks van Lo Vermeulen. Voor Peeters was het belangrijk dat de Vlaamse jeugdliteratuur aan kwaliteit en uitstraling kon winnen, hetgeen de hele Vlaamse cultuur ten goede zou komen. In het kader van dit emancipatoire ideaal sprak hij de overheid aan en ijverde hij er bijvoorbeeld voor om bij de aankoop van prijsboeken een quotum van 50 procent Vlaamse titels te hanteren en pleitte hij ervoor om een staatsprijs te installeren. Die kwam er ook daadwerkelijk: de eerste Staatsprijs voor het jeugdboek werd in 1971 toegekend aan Vlucht langs de Anapoer van René Struelens.


<p>Omslag van René Struylens, <em>Vlucht langs de Anapoer</em>, 1971.</p>

Omslag van René Struylens, Vlucht langs de Anapoer, 1971.

1970-nu

In de jaren 1970 werd de Vlaamse jeugdliteratuur verder geïnstitutionaliseerd en vernieuwd. De oprichting van de Werkgroep Jeugdliteratuur bij de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen Vereniging van Vlaamse Letterkundigen (VVL) De Vereniging van Vlaamse Letterkundigen, opgericht in 1907, stelt zich tot doel de Vlaamse schrijvers te verenigen in één auteursorganisatie en hun belangen te behartigen. Lees meer leidde tot de eerste Jeugdboekenweek en later, in 1976, het Nationaal Centrum voor Jeugdliteratuur, met Clara Haesaert als motor. Aan de Katholieke Universiteit Leuven organiseerde Rita Ghesquière in diezelfde periode de eerste cursus jeugdliteratuur.

Tot in de jaren 1980 bleef de invloed van de Nederlandse jeugdliteratuur in Vlaanderen groter dan omgekeerd. Volgens de net genoemde Ghesquiere had dat met de belerende insteek van de Vlaamse productie te maken: ‘Weinig Vlaamse jeugdauteurs hebben de culturele revolutie van de jaren zeventig overleefd. Voor sommige auteurs een spijtige zaak. Meestal echter is de taal in de kinderboeken vrij stroef, de toon schools en belerend, het geheel weinig speels,’ schreef ze in 1989 in  Ons Erfdeel Ons Erfdeel Ons Erfdeel Ons Erfdeel was van 1957 tot en met 2019 de naam van een Vlaams-Nederlands cultureel tijdschrift. Met ingang van 2020 werd de titel gewijzigd tot De Lage Landen. Lees meer . Ook het gebrek aan openheid van Nederlandse recensenten en lezers bleef de Vlaamse auteurs parten spelen. Ghesquiere citeerde daarvoor Els de Groen uit het Nederlands Dagblad: ‘Een Vlaming gaat anders met de taal om dan een Nederlander. Deze Vlaamse zegswijzen spreken Nederlandse kinderen vaak weinig aan of ze begrijpen ze zelfs niet. Gezien vanuit het oogpunt dat aan hen Nederlandse taal geleerd wordt, is het Vlaamse taalgebruik soms zelfs incorrect.’ Omgekeerd waren Vlaamse kinderen in de jaren 1980 al lang gewend aan de Noord-Nederlands gekleurde woordenschat (met woorden als ranja, een spijkerbroek, een speentje) – leerden ze die woorden niet via de jeugdliteratuur (zoals Kruistocht in spijkerbroek), dan wel via de succesvolle langspeelplaten van Kinderen voor Kinderen en de Nederlandse commerciële kindertelevisie.

In de jaren 1980 en 1990 werden verschillende nieuwe Vlaamse uitgeverijen opgericht en investeerden bestaande uitgeverijen in de professionalisering van een jeugdliterair fonds. Altiora/Averbode bleef met uitgever Norbert Vranckx een belangrijke speler, die auteurs als Henri van Daele, Ed Franck, Katrien Seynaeve, Marita de Sterck en Bart Moeyaert in de markt zette. Andere invloedrijke uitgevers waren Nelle Berns bij uitgeverij Manteau (1983-1987) en Houtekiet (vanaf 1987), en in de jaren 1990 en 2000 Sofie van Sande bij uitgeverij Lannoo Lannoo Lannoo Uitgeverij Lannoo werd in 1909 in Tielt opgericht. Aanvankelijk was er inhoudelijk een christelijk en Vlaams profiel met een prominente plek voor het werk van Stijn Streuvels. Later kreeg... Lees meer en Bart Desmyter en Marita Vermeulen bij De Eenhoorn in Wielsbeke. Die laatsten maakten vooral op het vlak van prentenboeken gedurfde keuzes en ontwikkelden nieuw talent, onder andere door illustratoren te rekruteren in het hoger kunstonderwijs. Zo hadden zij in de jaren 1990 een belangrijke hand in het creëren van een ‘Vlaamse school’ van artistieke kinderboeken, die ook internationaal erkenning kreeg. Bij uitgeverij Infodok, door Jos Baeckens in de jaren 1970 opgericht in de schoot van de Vlaams-katholieke jeugdbeweging KSA/VKSJ, kreeg Marc de Bel onderdak. Hij debuteerde er in 1987 met Het ei van oom Trotter, het begin van een uitgebreid oeuvre als bestsellerauteur. Terwijl Ballon en Deltas volop mikten op commercieel succes, zocht Philippe Werck bij het in 1984 opgerichte Clavis in Hasselt met diverse imprints een evenwicht tussen artistieke en marktgerichte boeken. In 1996 zorgde de overstap van Nelleke Berns van het Houtekiet naar Querido voor wat opschudding in Vlaanderen, omdat samen met haar gerenommeerde Vlaamse auteurs, zoals Bart Moeyaert en Anne Provoost, bij een Nederlandse uitgeverij onder dak kwamen. Volgens Annemie Leysen had die overstap echter positieve effecten op het hele Vlaamse kinderboekenlandschap: ‘sommige Vlaamse uitgevers werden zich bewust van het belang van een kritische eindredactie en durfden al wat vaker kiezen voor een meer literaire uitgave.’ Via de Vlaamse Uitgevers Vereniging (VUV), die in 1969 opgericht was, en later Boek.be konden deze Vlaamse uitgeverijen wegen op de samenstelling van leeslijsten voor kinderjury’s en op het prijzenreglement van de Boekenleeuw, om zo de promotie van het literaire Vlaamse boek te bevorderen.

Inhoudelijk maakte de geëmancipeerde kijk op kinderen vanaf de jaren 1970 komaf met maatschappelijke taboes, wat leidde tot de opkomst van de zogenoemde probleemboeken. Uitgeverij Lannoo lanceerde in 1977 de Gele reeks, met werk van onder anderen Gaston van Camp, Mireille Cottenjé en Gie Laenen. Geleidelijk aan liet men het traditionele onderscheid tussen jongens- en meisjesboeken los.

Maatschappijkritiek won het van historische helden en bekeringsdrang. Naast kritiek op de omgang met de plaatselijke bevolking in verafgelegen gebieden (bijvoorbeeld Nee, Pedro, nee, 1982, Liva Willems), kwam er gaandeweg meer aandacht voor de groeiende diversiteit in Vlaanderen. Met boeken zoals Waarom branden je ogen, vreemdeling? (1975) van Gaston van Camp en Shabonee (1984) van Cor Ria Leeman kwam er kritiek op het assimilatiemodel. De lezer keek nu mee met de oorspronkelijke bevolking, die in deze boeken de focalisator werd. René Swartenbroeckx kaartte de migratie Immigratie Immigratie Vanaf de jaren 1960 werd Vlaanderen een immigratieregio, maar al veel vroeger kenden sommige Vlaamse steden en regio’s een instroom van immigranten van buiten Vlaanderen. Deze bijdrage s... Lees meer problematiek en de omgang met andere religies aan in De lege cel (1978) en Nooit meer bang zijn (1988), Nicole Boumaâza schreef De stille wereld van Yamina (1984) en Aan de andere kant van het water (1989). Ook andere auteurs pikten die thema’s op en brachten diversiteit al dan niet vanzelfsprekend binnen in de samenleving die ze in hun verhalen portretteerden. In Afrika achter het hek (1995) van Bart Moeyaert en Anna Höglund bouwt een nieuwsgierig jongetje de brug tussen zijn Kameroense buurvrouw en de behoudsgezinde buurt, in Rosie en Moussa (2010, Michael de Cock en Judith Vanistendael) vormt de stad het speelterrein voor twee kinderen met een uiteenlopende culturele achtergrond.


<p>Omslag van Michael de Cock en Judith Vanistendael, <em>Rosie en Moussa</em>, 2010.</p>

Omslag van Michael de Cock en Judith Vanistendael, Rosie en Moussa, 2010.

Na lang het ondergeschoven kind te zijn geweest ontpopte de Vlaamse jeugdliteratuur zich in de late jaren 1980 als een literair en artistiek rijk domein. Een decennium eerder had Eric Hulsens de matige kwaliteit van de Vlaamse jeugdliteratuur aangeklaagd en opgeroepen om kinderen als lezers ernstig te nemen. ‘De gemiddelde Vlaamse jeugdschrijver is 52, onderwijzer en bewusteloos,’ zo stelde Hulsens.

Vanaf de jaren 1980 en 1990 is er sprake van een emancipatie van de Vlaamse jeugdliteratuur op esthetisch vlak, waarbij vernieuwing en stijl aan belang winnen, en boeken die al te uitgesproken didactisch zijn op kritiek kunnen rekenen. De Jeugdboekengids (1959-1994) werd omgedoopt tot Leesidee jeugdliteratuur (1994-2003) en werd daarna De Leeswelp. Deze tijdschriften, die een breed boekenaanbod recenseerden, speelden een belangrijke rol in het scheppen van een kritisch klimaat voor het Vlaamse literaire jeugdboek.

Voor jongeren speelde de TOP-reeks van Altiora/Averbode een belangrijke rol in de vernieuwing van de jaren 1980; veel tieners lazen ook het tijdschrift Top (1973-95), dat via scholen verdeeld werd en een springplank vormde voor verschillende Vlaamse auteurs. Bart Moeyaert werkte een tijdje op de redactie. Een nieuwe generatie jonge schrijvers, met naast Moeyaert ook Anne Provoost en Els Beerten, verlegde de grenzen. In 1994 won Anne Provoost de Woutertje Pieterseprijs, de Gouden Uil, de Boekenleeuw en een Zilveren Griffel met Vallen, een adolescentenroman waarin ze de manipulatietechnieken van extreemrechtse Rechts-radicalisme Rechts-radicalisme De rechts-radicale traditie begon toen het Vlaams-nationalisme in het interbellum koos voor Nieuwe Orde en collaboratie. Na de oorlog evolueerde radicaal-rechts in Vlaanderen van nostalgi... Lees meer bewegingen onder de loep nam en onderzocht hoe de jongen Lucas omgaat met het collaboratie Collaboratie Collaboratie Collaboratie verwijst naar de samenwerking met de bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog, in casu van het Vlaams-nationalisme en een deel van de Vlaamse beweging. Lees meer verleden van zijn grootvader. Het succes van net dit boek stond niet los van de strijd tegen het toenemende electorale succes van extreemrechts in Vlaanderen (zie Vlaams Blok Vlaams Blok / Vlaams Belang (VB) Vlaams Blok / Vlaams Belang (VB) Vlaams Belang is een radicaal-rechtse Vlaams-nationalistische partij, die in 1978 ontstond onder de naam ‘Vlaams Blok’, als verkiezingskartel van de Vlaamse Volkspartij en de Vlaams Natio... Lees meer ), die sinds 1988 onder meer door de culturele sector en het maatschappelijk middenveld was opgevoerd. In deze periode waren ook buitenlandse titels met een verwante boodschap, zoals The Wave (1981) van Morton Rhue, bijzonder populair op Vlaamse scholen. Ook de Engelstalige verfilming van Vallen in 2001 werd onder meer door regisseur Hans Herbots in verband gebracht met het 'verrechtsende' politieke klimaat.


<p>Omslag van de bekroonde jeugdroman <em>Vallen</em> (1994), van Anne Provoost.</p>

Omslag van de bekroonde jeugdroman Vallen (1994), van Anne Provoost.

Door de activiteiten van de Kinder- en jeugdjury, die werd opgericht in 1981, probeerden leesbevorderaars kwaliteitsvolle jeugdboeken breed bekend te maken, met in het bijzonder aandacht voor titels van Vlaamse auteurs en illustratoren. Het aantal leden van deze jury groeide gestaag, net als het aantal oorspronkelijke titels gepubliceerd in Vlaanderen. Dat steeg gevoelig in de jaren 1990, zowel voor romans (van 75 in 1990 naar 170 in 1999), maar nog spectaculairder voor prentenboeken (van 5 naar 47). In binnen- en buitenland oogsten Vlaamse illustratoren zoals Carll Cneut, Gregie De Maeyer, Gerda Dendooven en Klaas Verplancke veel lof: zij knoopten aan bij de Vlaamse kunsttraditie en wijken daarmee af van de schattige prenten voor jonge kinderen. Illustrator, vormgever en auteur Paul Verrept ging in Het meisje de jongen de rivier (2004) het gesprek aan met Melopee van Paul van Ostaijen Van Ostaijen, Paul Van Ostaijen, Paul Paul van Ostaijen (1896-1928) was een schrijver die met zijn poëzie, proza en kritische werk grote invloed heeft uitgeoefend op de Nederlandstalige literatuur. Zijn zoektocht naar een nie... Lees meer , en illustreerde al in 1996 diens gedichten voor de prentenboeken Marc, Sjimpansee en Slaap. Verschillende bekende illustratoren lieten zich bovendien inspireren door de Vlaamse schilderkunst: zo baseerde Carll Cneut een prentenboek op de Dulle Griet van Bruegel en valt in het werk van Klaas Verplancke de invloed van Permeke te herkennen (zie Beeldende kunst Beeldende kunst Beeldende kunst De beeldende kunsten en de Vlaamse beweging onderhielden van 1830 tot vandaag een complexe en gelaagde relatie, die pendelde tussen gematigde sympathie, radicaal engagement en kritische a... Lees meer ). De illustratoren beperkten zich echter niet alleen tot de Vlaamse schilderkunst: ook René Magritte en Paul Delvaux inspireerden respectievelijk Klaas Verplancke en Paul Verrept.

Sprookjes bleven in de 20ste eeuw populair, al werden de Vlaamse volkssprookjes meer dan ooit verdrongen door internationale concurrenten – dit keer niet alleen Grimm en Hans Christian Andersen, maar ook Disney. Toch bleven auteurs naar folkloristische Vlaamse vertelstof teruggrijpen. In Kwaad bloed (2006) van Marita De Sterck wisselen kostschoolmeisjes in de bezemkast verhalen en volksliedjes uit, en in De hondeneters (2009) doorspekt dezelfde auteur de plot met volksverhalen uit de streek van Boom. Zij gaf ook een bundel met ongekuiste Vlaamse volksverhalen uit, al mikt Vuil Vel (2015) vooral op een volwassen publiek. Hoe het varken aan zijn krulstaart kwam van Gerda Dendooven (2009) is gebaseerd op een oude legende, die zoals gezegd in 1924 al was opgetekend door Felix Timmermans, en Wie klopt daar? (2012) van Bart Moeyaert en Dendooven grijpt terug naar een sinterklaasverhaal. In Dendoovens eigen prentenboek Piet en Sint en het slimme kind neemt ze met de keuze voor een zwart kind en een witte piet een duidelijke positie in het pietendebat in, en geeft ze de sinterklaastraditie een plek in een transformerende samenleving.


<p>Omslag van Gerda Dendooven, <em>Hoe het varken aan zijn krulstaart kwam</em>, 2009.</p>

Omslag van Gerda Dendooven, Hoe het varken aan zijn krulstaart kwam, 2009.

Aan het eind van de 20ste eeuw ontwikkelt zich ook een Vlaamse streekroman voor kinderen en jongeren, vooral in het werk van Henri van Daele en Marita de Sterck. In de reeks rond zijn grootouders Pitjemoer en Mitjemoer vertelt Van Daele in de jaren 1980 autobiografisch geïnspireerde verhalen over de streek rond Zele. Daarbij maakt hij gretig gebruik van het Oost-Vlaamse dialect. Terwijl Vlaams taalgebruik in de jeugdliteratuur doorgaans moet wijken voor Noord-Nederlandse equivalenten (zie Standaardtaal Standaardtaal De standaardtaal is het product van renaissancistische opvattingen over taal en het resultaat van een reeks concrete taalinterventies. In het Nederlandse taalgebied leidde dit naar een St... Lees meer ; Taalzuivering Taalzuivering Taalzuivering Taalzuivering is een proces in het streven naar een gestandaardiseerde eenheidstaal. In de Vlaamse casus is de taalnorm Noord-Nederlands en werd de taal gezuiverd van belgicismen, dialect... Lees meer ), kunnen Van Daele en De Sterck hun streektalige literaire idioom net uitspelen als hun handelsmerk, ook als ze bij Nederlandse uitgeverijen publiceren. De Sterck koppelt in haar boeken vaak aspecten van de Vlaamse folklore aan actuele thema’s: zo verweeft ze in Mirakel (2021) een verhaallijn over een bedevaart naar Scherpenheuvel met een andere verhaallijn rond migratie Immigratie Immigratie Vanaf de jaren 1960 werd Vlaanderen een immigratieregio, maar al veel vroeger kenden sommige Vlaamse steden en regio’s een instroom van immigranten van buiten Vlaanderen. Deze bijdrage s... Lees meer in de 21ste eeuw.

De historische jeugdroman bleef een vaste waarde en paste zich aan de evoluerende literaire smaak aan: na lange tijd in het teken hebben gestaan van verheerlijking van historische helden en didactische zedenlessen, toonde het genre aan het eind van de 20ste eeuw meer aandacht voor psychologie en nuance. De Eerste en Tweede Wereldoorlog vormden vaak het centrale thema, met daarbij aandacht voor de geschiedenis van de Vlaamse beweging. Onder andere Célines grote oorlog (1988) van Johan Ballegeer speelt zich af tegen de achtergrond van de taalkwestie in het Belgische leger Leger Leger De taalkwestie speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van het Belgische leger. Als een van de weinige echt nationale instellingen was het leger een brandpunt van diverse sociaal-p... Lees meer tijdens de Eerste Wereldoorlog: de jonge verpleegster Céline strijdt samen met de Vlaamsgezinde frontsoldaten voor taalgelijkheid. Vanuit het perspectief van Céline worden nu en dan kritische bedenkingen geplaatst bij de Frontbeweging; niettemin is zij actief betrokken bij haar activiteiten, onder meer bij het schrijven van de Open Brieven Open Brieven van de Frontbeweging Open Brieven van de Frontbeweging De Open Brieven van de Frontbeweging waren gestencilde of gedrukte clandestiene manifesten die tussen 11 juli 1917 en 11 juli 1918 aan het front werden verspreid. Daarbij mogen ook een aa... Lees meer aan koning Albert I van Saksen-Coburg, Albert I van Saksen-Coburg, Albert I Koning Albert I (1875-1934) werd aan de vooravond van en tijdens de Eerste Wereldoorlog geconfronteerd met een radicaliserende Vlaamse beweging. De communautaire kwestie groeide daardoor ... Lees meer . Ook recenter nog vormde het oorlogsleed in en rond de loopgraven aanleiding tot jeugdromans, bijvoorbeeld in Iedereen bleef brood eten (2013) van Do van Ranst. Het al eerder genoemde De hondeneters (2009) van Marita de Sterck heeft oog voor de impact van oorlogsellende verder weg van de frontlinie, en legt bloot hoe verhalen zoals dat rond de gesneuvelde broeders Van Raemdonck Gebroeders van Raemdonck Gebroeders van Raemdonck De broers Edward en Frans van Raemdonck waren twee Vlaamsgezinde soldaten in het Belgische leger, die door hun gezamenlijke dood op het slagveld symbool gingen staan voor zowel de ideale ... Lees meer werden ingezet als symbool van de Vlaamse beweging. Nog meer aandacht was er voor de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Maria Jacques schreef daarover de autobiografische trilogie Vlucht over de grens (1989), Licht uit! Deur dicht! (1991) en De stad brandt (1993), historica Aline Sax deed naar het thema niet alleen onderzoek (zie Historiografie na 1995 Historiografie van de Vlaamse beweging (na 1995) In een internationaliserende historiografische context kreeg de Vlaamse beweging gedurende de voorbije drie decennia minder aandacht van academische historici dan tijdens de periode voord... Lees meer ), maar verwerkte het ook meermaals in romans, waaronder De kleuren van het getto (2011), uitvoerig geïllustreerd door Caryl Strzelecki. Ook Marc de Bel ging in zijn Pauwelstrilogie aan de slag met deze bepalende periode, en beschreef in Ule. Ik was veertien in 1914 (2013), Mette (2015) en Marie. Codenaam: Jeanne (2017), respectievelijk de Eerste Wereldoorlog, de landverhuizers van het interbellum en de Tweede Wereldoorlog, met onder andere het geweld tussen verzet Verzet Verzet Het georganiseerde verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Vlaamse provincies was doorgaans altijd Belgisch verzet: zowel op het vlak van de ideologische oriëntatie, de motieven en he... Lees meer en collaboratie Collaboratie Collaboratie Collaboratie verwijst naar de samenwerking met de bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog, in casu van het Vlaams-nationalisme en een deel van de Vlaamse beweging. Lees meer dat in Meensel-Kiezegem hevig oplaaide aan het einde van de oorlog. De Vlaamse identiteit is niet onbesproken, de opkomst van het Vlaams Blok werpt een schaduw van racisme Racisme Lees meer . Kenmerkend voor die evolutie is Allemaal willen we de hemel (2008), waarin Els Beerten met vier wisselende ik-vertellers die elk op een andere manier partij kiezen tijdens de Tweede Wereldoorlog toont hoe complex de werkelijkheid is, en hoezeer keuzes zijn ingebed in een persoonlijke context.


<p>Omslag van Els Beerten, <em>Allemaal willen we de hemel</em>, 2008.</p>

Omslag van Els Beerten, Allemaal willen we de hemel, 2008.

Die tendens naar een nieuwe historische jeugdroman is al in de jaren 1980 ingezet. Moeten ketters branden? (1980) van Cyriel Verleyen mikt op inleving in ‘de gewone mens’, doordat het hoofdpersonage Joris voor een historische film de zoon moet spelen van een Mechelse timmerman die in 1560 van ketterij werd beschuldigd. Het open einde laat ruimte voor kritische bedenkingen; de Vlaams(-Belgisch)e geschiedenis is niet langer het vertrekpunt voor verheerlijking, maar voor zelfreflectie. De middeleeuwen, en de Eerste Eerste Wereldoorlog Eerste Wereldoorlog De Vlaamse beweging is fundamenteel getekend door de Eerste Wereldoorlog. De oorlog maakte een verregaande democratisering onafwendbaar, met wezenlijke gevolgen voor het politieke draagv... Lees meer en Tweede Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog De Tweede Wereldoorlog werd in Vlaanderen getekend door de onvoorwaardelijke collaboratie van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). De samenwerking met de bezetter en de bestraffing erva... Lees meer vormen het vaakst de achtergrond waartegen gezocht wordt naar een nieuw zelfbeeld. Prominente historische topoi zijn daarbij de godsdienststrijd tussen protestanten en katholieken, en de kruistochten, maar ook de Belgische kolonisatie en het Vlaamse aandeel daarin (zie Congo Congo Lees meer ). Al in 1975 bekritiseert Monda de Munck met Het blanke beest de behandeling van Afrikanen, in 1987 onderzoekt Roger H. Schoemans in De rubberjager het koloniale verleden.

Tot slot

Dat de jeugdliteratuur een belangrijk bijdrage heeft geleverd aan de geloofwaardigheid en de herkenbaarheid van een aanvankelijk Vlaams-Belgische, later ook exclusief Vlaamse identiteit, lijkt wel vast te staan. Toch is deze rol, ondanks de emancipatie van jeugdliteratuurstudies als een academische discipline, tot dusver nog maar weinig systematisch bestudeerd.  Wel publiceerden Rita Ghesquière, Jan van Coillie en Vanessa Joosen belangrijke bijdragen onder meer over meisjesboeken, poëzie, nationalisme en sprookjes.

Naar vele andere relevante thema’s moet het onderzoek nog beginnen: hoe verhielden de Vlaamse en Belgische identiteitsvorming zich tot elkaar, in de jeugdliteratuur van de 19de eeuw, maar ook in die van de 20ste en zelfs 21ste eeuw? Wat de late 20ste eeuw betreft zijn bijvoorbeeld de voor de jeugd bedoelde plakboeken van Artis-Historia (bekend van de reeks 's Lands Glorie/Nos Gloires) alleen al een proefschrift waard. Eveneens opmerkenswaardig is de recente revival van Belgisch-historische fictie en non-fictie voor de jeugd, zoals de tegen de achtergrond van de Belgische revolutie Belgische Revolutie Belgische Revolutie De Belgische Revolutie is de naam van de opstand van 1830-1831 in de zuidelijke provincies van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden van koning Willem I. De opstand leidde tot de splits... Lees meer spelende roman Victoria Vilein. Het juweel van de keizer (2024) van de Nederlandse historica Maartje van der Laak, of het in 2012 voor het eerst verschenen, maar vaak herdrukte Een geschiedenis van België voor nieuwsgierige kinderen (met illustraties van Judith Vanistendael) waarin de auteurs Benno Barnard en Geert van Istendael het bestaan van België terug projecteren naar de 15de eeuw en de onwenselijkheid van een onafhankelijk Vlaanderen onderwijzen. Specifiekere vragen wachten ook nog op een antwoord, zoals: hoe werden in Vlaamse jeugdliteratuur koloniale opvattingen, (de gevolgen van) migratieprocessen en machtsverhoudingen tussen onder meer etnische buitenstaanders en ‘autochtone’ Vlamingen gepresenteerd? Het systematisch onderzoek van Ewoud Sanders naar de representatie van Joodse mensen in Nederlandstalige jeugdverhalen beperkt zich tot Nederland Nederland Nederland is met Vlaanderen verbonden door de economische infrastructuur, de taal en de geschiedenis. Vanaf eind 18de eeuw kreeg die verbondenheid in taal en cultuur op uiteenlopende mani... Lees meer , maar bevat aanknopingspunten voor vergelijkbaar, doorgedreven onderzoek naar de opkomst en verspreiding van antisemitisme Antisemitisme Antisemitisme Lees meer via jeugdliteratuur in Vlaanderen. Hoe evolueerde de verhouding tussen Vlaamse kinderboeken en hun auteurs enerzijds en de Noordnederlandse jeugdliteratuur, die in Vlaanderen lange tijd op vlak van taal, thematiek en stijl als norm gold? Wat is de impact geweest van de Vlaamse commerciële televisie Televisie Televisie Als geen ander massamedium heeft de televisie bijgedragen aan de vorming van de Vlaamse ‘verbeelde gemeenschap’. Terwijl de staatshervormingen zich voltrokken, werd de Vlaamse natie dagel... Lees meer – om te beginnen de oprichting VTM in 1989, maar later ook de doorbraak van Studio 100 – op de Vlaamse jeugdliteratuur? Hoe heeft de Vlaamse jeugdliteratuur zich geleidelijk aan los gemaakt uit haar didactische en nationalistische keurslijf? (Een interessante casus in dit opzicht biedt de loopbaan van André Sollie: hij ontwierp als jonge graficus in de jaren 1970 tot zeven keer toe de affiche voor de IJzerbedevaart IJzerbedevaarten IJzerbedevaarten De IJzerbedevaart is een jaarlijkse herdenking van de Vlaamse gesneuvelden tijdens de Eerste Wereldoorlog, die ontstond omstreeks 1920. Dit voor de Vlaamse beweging erg symbolische gebeur... Lees meer , maar nam publiekelijk afstand van dit engagement toen hij in 1986 als jeugdauteur doorbrak met de dichtbundel Soms, dan heb ik flink de pest in (Manteau).) Hoe werd jeugdliteratuur vanaf de jaren 1980 en 1990 ingezet als wapen tegen extreemrechts? Het zijn slechts enkele vragen die breed opgezet onderzoek verdienen. Ook onderzoek naar de archieven van de jeugdauteurs en analyses van hun jeugdboeken en publicaties in tijdschriften zullen helpen om meer vat te krijgen op de manier waarop de Vlaamse identiteit in de jeugdliteratuur vorm kreeg en krijgt.

Literatuur

— H. van Tichelen, Onderwijs en opvoeding, in: De Vlaamsche Gids, jg. 18, 1929-1930, pp. 231-236.
— J. Peeters, De huidige situatie van het Vlaamse jeugd- en kinderboek, in: Vlaanderen. Kunsttijdschrift, jg. 17, 1968, pp. 73-77.
— E. Willekens, Ten geleide, in: E. Ryckaerts, Vlaamse jeugdliteratuur sinds 1832, 1980, pp. Vii-xviii.
— S. Loots, Vlaamse kinder- en jeugdboeken van 1830 tot heden. Bibliografie met biografische gegevens, Antwerpen, 1986.
— J. Ahier, Industry, Children and the Nation. An Analysis of National Identity in School Textbooks, Londen, 1988.
— J. van Coillie, ’s Levens kweekschool. De Vlaamse literatuur voor kinderen in de negentiende eeuw. Een studie van de socio-culturele vervlechtingsprocessen, Katholieke Universiteit Leuven, ongepubliceerde doctoraatsverhandeling, 1988.
— R. Bouckaert-Ghesquiere. De plaats van de jeugdliteratuur in de Nederlandse letteren: blijvende apartheid, in: Ons Erfdeel, jg. 31, 1989, pp. 89-99.
— L. Stynen, Rosale en Virginie. Leven en werk van de gezusters Loveling, Tielt, 1997.
— M. Beyen, Held voor alle werk. De vele gedaanten van Tijl Uilenspiegel, Antwerpen/Baarn, 1998.
— P. Wackers, De onsterfelijke Reynaert. Hoe de vos de passie preekt in kinderboeken, in: Literatuur zonder leeftijd, jg. 13, 1999, pp. 18-32.
— R. Ghesquière, S. Ermens & L. Vercammen, Wij en de anderen: zoeken naar je eigen identiteit. De rol van de historische roman in de Vlaamse jeugdliteratuur, in: P. Mooren & K. Ghonem-Woets (red.), De smalle marge van de multiculturele samenleving. De multiculturele leescultuur in onderwijs en bibliotheek, boekproductie en beleid, 2001, pp. 91-118.
— M. Meek (red.), Children’s Literature and National Identity, Stoke-on-Trent, 2001.
— H. Marynen, Hendrik van Tichelen (1883-1967), in: M. Vermeulen & P. Balcaen (red.), Wie zoet is krijgt lekkers. Oude kinderboeken, nieuwe illustraties, 2002, pp. 17-29.
— J. van Coillie, Een cruciaal decennium voor de Vlaamse kinder- en jeugdliteratuur, in: Vlaanderen, jg. 51, 2002, pp. 138-140.
— J. van den Berg, Vertalers in Wonderland. Over de Nederlandse vertalingen van Alice, in: Literatuur zonder leeftijd, jg. 17, 2003, pp. 44-55.
— J. van Coillie, Robinson zonder Alice. Vertaalde jeugdliteratuur in het Vlaanderen van de negentiende eeuw. Een aanzet, in: Filter, jg. 12, 2005, nr. 4, pp. 40-56.
— A. Leysen. Vlaamse uitgeverijen in beweging, in: Literatuur zonder leeftijd, jg. 19, 2005, pp. 47-58.
— H. Lox, De Vlaamse sprookjes, in: Kunsttijdschrift Vlaanderen, 2007, nr. 315, pp. 70-76.
— E. O’Sullivan, Children’s Literature, in: M. Beller & J. Leerssen (red.), Imagology. The Cultural Construction and Literary Representation of National Characters. A Critical Survey, 2007, pp. 290-294, (Studia Imagologica, nr. 13).
— E. A. Galway, From Nursery Rhymes to Nationhood. Children’s Literature and the Construction of Canadian Identity, Londen, 2008.

— L. Vandamme. De Grote Oorlog in kleine verhalen. Beeldvorming en representatie van de Eerste Wereldoorlog in Vlaamse jeugdromans (1945-2007). Universiteit Gent, ongepubliceerde masterscriptie, 2008.
— V. Joosen, Wit als sneeuw, zwart als inkt. De sprookjes van Grimm in de Nederlandstalige literatuur, Tielt, 2012.
— L. Stynen, Jan Frans Willems. Vader van de Vlaamse beweging, Antwerpen, 2012.
— I. Leemans & G.-J. Johannes, Worm en donder. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur, 1700-1800, Amsterdam, 2013.
— Å.M. Ommundsen (red.), Looking Out and Looking In. National Identity in Picturebooks of the Next Millennium, Oslo, 2013.
— L. Simons, Het boek in Vlaanderen sinds 1800. Een cultuurgeschiedenis, Tielt, 2013.
— C. Kelen & B. Sundmark, The Nation in Children’s Literature. Nations of Childhood, New York & Londen, 2013.
— N. Boerma, A. Borms, A. Thijs & J. Thijssen, Kinderprenten, volksprenten, centsprenten, schoolprenten. Populaire grafiek in de Nederlanden, 1650-1950, Nijmegen, 2014.
— R. Ghesquière, V. Joosen & H. van Lierop-Debrauwer (red.), Een land van waan en wijs: geschidenis van de Nederlandse jeugdliteratuur, Amsterdam & Antwerpen, 2014.
— H. van Lierop-Debrauwer, Wij en ‘de ander’. Kindertijdschriften rond 1900 over andere culturen, in: Literatuur zonder leeftijd, jg. 29, 2015, pp. 49-68.
— T. Verschaffel, De weg naar het binnenland. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur, 1700-1800. De zuidelijke Nederlanden, Amsterdam, 2017.
— J. van Coillie, How Delightful is a Child at Play? Play in Children’s Literature in Flanders during the Nineteenth Century. A Systemic Approach, in: J. Deszcz-Tryhubczak & I.B. Kalla (red.), Rulers of Literary Playgrounds. Politics of Intergenerational Play in Children’s Literature, 2020, pp. 29-44.
— E. Sanders, Met de paplepel. Beeldvorming over joden in Nederlandstalige jeugdverhalen, 1782-heden, Zutphen, 2022.

Suggestie
Citeren

2025: Kevin Absillis / Vanessa Joosen / Frauke Pauwels

Databanken

Inhoudstafel